<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR336458_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde voor de Politieke Maandag van de gemeente Arnhem 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad, 1 september 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van Orde voor de Politieke Maandag</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art.16, art. 82, art. 84 en art. 86</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>zaaknr 2014.0.022.172</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE POLITIEKE MAANDAG VAN DE GEMEENTE ARNHEM
                2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Politieke Maandag: aanduiding voor de vergaderingen en andere
                                    werkzaamheden van de raad en de raadskamers van de gemeente
                                    Arnhem;</al></li><li nr="-"><al>Raadskamer: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>Procedurecommissie: de commissie belast met de voorbereiding en
                                    agendering van de Politieke Maandag;</al></li><li nr="-"><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="-"><al>vicevoorzitter: de vervanger van de voorzitter van de raad,
                                    tevens voorzitter van de Procedurecommissie;</al></li><li nr="-"><al>kamervoorzitter: de voorzitter van een raadskamer of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Arnhem;</al></li><li nr="-"><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel;</al></li><li nr="-"><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="-"><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="-"><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="-"><al>politieke groepering groep mensen die zich organiseert en
                                    afspraken maakt op basis van gemeenschappelijke politieke
                                    uitgangspunten, met als doel deel te nemen aan het politiek
                                    bestuur;</al></li><li nr="-"><al>RIS Raadsinformatiesysteem op de website van de gemeenteraad
                                    (www.7pm.nl)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De Politieke Maandag; tijd, plaats en inhoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de
                                raadskamers vinden plaats op Maandag, beginnen om 18.45 uur,
                                eindigen om 23.15 uur en worden gehouden in het stadhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 17 en 18 van de
                                Gemeentewet kan de Procedurecommissie in bijzondere gevallen een
                                andere dag en/of een ander aanvangsuur en eindtijdstip bepalen of
                                een andere locatie aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een Politieke Maandag kan bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al>het vrije inspreekrecht voor burgers;</al></li><li nr="b."><al>de rondvraag voor raadsleden en fractievolgers;</al></li><li nr="c."><al>de mededelingen van het college van burgemeester en
                                        wethouders en de burgemeester;</al></li><li nr="d."><al>de informatieve raadskamervergadering;</al></li><li nr="e."><al>de meningsvormende raadskamervergadering;</al></li><li nr="f."><al>de besluitvormende raadsvergadering;</al></li><li nr="g."><al>overige raadsactiviteiten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De fases van besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het besluitvormingsproces bestaat uit drie fases: de informatieve
                                fase, de meningsvormende fase en de besluitvormende fase.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadskamers bereiden de besluitvorming van de raad voor in de
                                informatieve en meningsvormende fase. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het inspreken door burgers op geagendeerde onderwerpen vindt plaats
                                in de informatieve fase.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Procedurecommissie kan bepalen dat een voorstel direct in een
                                gecombineerde informatieve/meningsvormende fase of als stem- of
                                hamerstuk direct in de besluitvormende fase wordt gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De Procedurecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet,
                                genaamd Procedurecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Procedurecommissie vormt het dagelijks bestuur van de Politieke
                                Maandag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad regelt de instelling, taken en samenstelling van de
                                Procedurecommissie bij verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Oproep en Agenda Politieke Maandag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de Procedurecommissie roept ten minste vijf dagen
                                voor een Politieke Maandag de leden van de raad, de fractievolgers,
                                de burgemeester, de wethouders, de gemeentesecretaris en de fracties
                                op door middel van het plaatsen van de agenda in het
                                Raadsinformatiesysteem (RIS) onder vermelding van dag, plaats en
                                tijdstip van de Politieke Maandag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval de Politieke Maandag bestaat uit een besluitvormende
                                raadsvergadering wordt de oproep door de voorzitter van de raad
                                gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan na het oproepen tot uiterlijk 48 uur
                                voor de aanvang van een Politieke Maandag een aanvullende agenda
                                worden opgesteld .en in het RIS worden geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bij de agenda behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                                agenda geplaatst in het Raadsinformatiesysteem.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Procedurecommissie plaatst een complex raadsvoorstel ter
                                voorbereiding van de besluitvorming zo spoedig mogelijk op de agenda
                                van een raadskamer, doch niet eerder dan nadat tien dagen zijn
                                verstreken na de plaatsing van het raadsvoorstel in het RIS.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien voor documenten op grond van artikel 25, eerste dan wel
                                tweede lid of artikel 86, eerste dan wel tweede lid van de
                                Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze documenten niet
                                in het RIS geplaatst en liggen deze bij de griffier ter inzage dan
                                wel worden deze aan de raadsleden per post gezonden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat de oproep, de agenda en de
                                daarbij behorende stukken, alsmede stukken, die ter toelichting van
                                de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op de in de
                                gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis worden
                                gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanwezigheid burgemeester, wethouders en
                                gemeentesecretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Burgemeester, de wethouders en de gemeentesecretaris worden
                                uitgenodigd aanwezig te zijn op de Politieke Maandag, tenzij de
                                Procedurecommissie anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen deelnemen aan de beraadslagingen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester en de wethouders kunnen zich op de Politieke Maandag
                                laten bijstaan door ambtenaren die zij aanwijzen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het vrije inspreekrecht voor burgers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers die een vraag of vraagstuk aan de gemeenteraad willen
                                voorleggen kunnen een verzoek daartoe richten aan de voorzitter van
                                de Procedurecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet worden gevoerd:</al><lijst><li nr="a."><al>over onderwerpen betreffende het doen van benoemingen,
                                        voordrachten of aanbevelingen van personen;</al></li><li nr="b."><al>indien reeds eerder over hetzelfde onderwerp van het
                                        spreekrecht gebruik werd gemaakt en de besluitvorming over
                                        het onderwerp nog niet is afgerond;</al></li><li nr="c."><al>over een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente
                                        waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft
                                        opengestaan;</al></li><li nr="d."><al>over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al></li><li nr="e."><al>voor het uitdragen van boodschappen of aanprijzingen van
                                        commerciële aard;</al></li><li nr="f."><al>over een onderwerp dat primair behoort tot de bevoegdheid
                                        van het college van burgemeester en wethouders en dat nog
                                        niet aan het college of een lid daarvan is voorgelegd;</al></li><li nr="g."><al>door een politieke groepering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na beoordeling van het verzoek kunnen betrokkenen worden uitgenodigd
                                om tijdens een Politieke Maandag aanwezig te zijn om het woord te
                                voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de Procedurecommissie stelt de spreektijden vast.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter van de Procedurecommissie kan in het belang van een
                                goede vergaderorde of vanwege het ontbreken van voldoende belang
                                besluiten om van uitnodiging van betrokkenen af te zien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De Rondvraag voor raadsleden en fractievolgers en de mededelingen van
                            het college en de burgemeester</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Rondvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder raadslid of fractievolger kan tijdens een Politieke Maandag
                                een mondelinge vraag stellen aan het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vraag moet kort en duidelijk geformuleerd zijn, één onderwerp
                                betreffen, mag uit maximaal drie deelvragen bestaan en schriftelijk
                                worden ingediend bij de voorzitter van de Procedurecommissie,
                                uiterlijk op de dag van de Politieke Maandag om 12.00
                                uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de Procedurecommissie brengt de vragen zo spoedig
                                mogelijk na het verstrijken van de termijn van indiening ter kennis
                                van de leden van de raad, de fractievolgers, de burgemeester, de
                                wethouders en de gemeentesecretaris.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vragen worden, zo mogelijk, in dezelfde vergadering behandeld en
                                beantwoord, in de volgorde waarin zij bij de voorzitter van de
                                Procedurecommissie zijn ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter van de Procedurecommissie kan op basis van een
                                beoordeling van spoedeisendheid en/of actualiteit een wijziging in
                                de volgorde van de vragen aanbrengen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter van de Procedurecommissie zendt vragen die betrekking
                                hebben op een onderwerp dat in behandeling is of komt in een
                                raadskamer, door naar de betreffende kamer. De behandeling en
                                beantwoording van deze vragen geschieden in dat geval in de
                                raadskamer die het onderwerp behandelt. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vragensteller wordt tijdens de rondvraag het woord verleend om de
                                vraag te stellen en een toelichting te geven. Het college en/of de
                                burgemeester wordt het woord verleend om de vraag te
                                beantwoorden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Na de beantwoording worden zowel de vragensteller als het college
                                en/of de burgemeester het woord verleend om in de tweede termijn te
                                reageren.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>In de tweede termijn mogen alle leden en fractievolgers aanvullende
                                vragen stellen. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Indien leden of fractievolgers naar aanleiding van het stellen van
                                een vraag een debat willen voeren, dan richten zij daartoe een
                                gemotiveerd agenderingsverzoek aan de voorzitter van de
                                Procedurecommissie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Mededelingen van het college en de burgemeester</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouders en de burgemeester kunnen tijdens een Politieke
                                Maandag mondelinge mededelingen doen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek om een mededeling te doen moet onder vermelding van het
                                onderwerp schriftelijk worden ingediend bij de voorzitter van de
                                Procedurecommissies, uiterlijk op de dag van de Politieke Maandag om
                                12.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de Procedurecommissie brengt de onderwerpen
                                waarover mededelingen worden gedaan zo spoedig mogelijk na het
                                verstrijken van de termijn van indiening ter kennis van de leden van
                                de raad en de fractievolgers. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rondvraag/mededelingen worden voorgezeten door de vicevoorzitter
                                van de raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maximale tijd voor het vrije inspreekrecht en de
                                rondvraag/mededelingen bedraagt 45 minuten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tijdens de rondvraag en mededelingen gedane toezeggingen en gemaakte
                                afspraken worden schriftelijk vastgelegd door de griffier.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De raadskamers</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>11</nr><titel>Taak en samenstelling raadskamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er zijn raadskamers. Deze zijn bestemd voor discussie tussen de
                                fracties, de uitoefening van het onderwerp gebonden inspreekrecht,
                                overleg met het college en de voorbereiding van de besluitvorming in
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Iedere raadskamer bestaat uit een raadskamervoorzitter en door de
                                fracties aan te wijzen raadsleden en/of fractievolgers. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per onderwerp dat in een raadskamer aan de orde is wijzen de
                                fracties één lid als woordvoerder aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de fractievolgers
                                in handen van de voorzitter van de raad de eed of belofte af.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op de leden van een raadskamer die geen
                                raadslid zijn (fractievolgers). </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Gedurende een zittingsperiode van de raad kan een fractie maximaal
                                drie personen tegelijkertijd als fractievolger aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Gedurende een zittingsperiode van de raad kan een fractie maximaal
                                vijf personen voor beëdiging als fractievolger voordragen. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op gemotiveerd verzoek van een fractie kan de Procedurecommissie,
                                indien er sprake is van bijzondere omstandigheden, een afwijking
                                toestaan van het gestelde in het zesde en zevende lid.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De fracties doen van een aanwijzing of het ontslag als fractievolger
                                schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de Procedurecommissie.
                                Onverminderd het bepaalde in het vierde lid gaat een aanwijzing tot
                                fractievolger niet eerder in dan 10 dagen ná ontvangst van de
                                schriftelijke mededeling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De raadskamervoorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitters van de raadskamers worden door de raad benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadskamervoorzitter is belast met:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>het leiden van de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>het handhaven van de orde in de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>het doen naleven van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>d)</lidnr><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij verhindering van de raadskamervoorzitter voorziet de
                                Procedurecommissie in zijn vervanging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Raadsadviseur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadskamer wordt ondersteund door een raadsadviseur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadsadviseur is in iedere vergadering aanwezig. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>De Raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Leden van de Raad; toelating en beëdiging; benoeming
                                wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij benoeming van een nieuw lid van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van het nieuw benoemde lid en het proces-verbaal van het centrale
                                stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt;
                                de raad beraadslaagt over het verslag van de commissie en beslist
                                over de geloofsbrieven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een verkiezing voor de leden van de raad roept de voorzitter de
                                toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de
                                raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de
                                Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is
                                overeenkomstig het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Fracties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad, die door het centrale stembureau op
                                    dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de
                                    aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                    lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een
                                    afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst,
                                    voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien
                                    geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie voor de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                    van de Procedurecommissie mee welke naam deze fractie in de raad
                                    wil voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter van de Procedurecommissie.</al><al>a.indien:</al></li></lijst><al>1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                            optreden;</al><al>2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al><al>3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                            fractie;</al><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de
                            voorzitter van de Procedurecommissie.</al><lijst><li nr=""><al>b.Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening
                                    gehouden met ingang van de eerstvolgende Politieke Maandag na de
                                    mededeling daarvan.</al></li><li nr="4."><al>Een nieuw gevormde fractie als bedoeld in het derde lid onder 1
                                    wordt aangeduid als ‘groep’ gecombineerd met de naam van zijn
                                    fractievoorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorzitter van de Raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het leiden van de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het handhaven van de orde in de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter wordt vervangen door de vicevoorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De Vicevoorzitter van de Raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vicevoorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vicevoorzitter is belast met de waarneming van het
                                voorzitterschap van de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vicevoorzitter wordt benoemd voor een periode van twee jaar en
                                kan worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de vicevoorzitter ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vicevoorzitter kan ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk
                                mededeling van de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat een maand
                                na de schriftelijke mededeling in, of zoveel eerder als een opvolger
                                is benoemd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vicevoorzitter is tevens voorzitter van de Procedurecommissie.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter van de raad
                                wordt verzocht, aan de beraadslagingen in de raadsvergadering
                                deelnemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>De fases van besluitvorming</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>DE INFORMATIEVE FASE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Doel en vorm</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering in de informatieve fase is een
                                    raadskamervergadering en is bestemd voor het uitwisselen van
                                    informatie tussen de woordvoerders van de fracties, burgers,
                                    burgemeester, wethouders, ambtenaren en overige deskundigen over
                                    voorstellen aan de raad en andere onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatieve vergadering kan bestaan uit diverse vormen van
                                    overleg en uitwisseling en/of overdracht van informatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Technische vragen dienen voorafgaand aan de informatieve
                                    vergaderingen te zijn gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spreekrecht voor burgers in de informatieve fase</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Een ieder kan een verzoek doen om met betrekking tot een
                                    onderwerp dat op de agenda staat het woord te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden :</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>over de agendapunten betreffende het doen van benoemingen,
                                    voordrachten of aanbevelingen van personen;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>indien reeds eerder over hetzelfde onderwerp van het spreekrecht
                                    gebruik werd gemaakt en de besluitvorming over het onderwerp nog
                                    niet is afgerond;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>over een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente
                                    waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></lid><lid><lidnr>d)</lidnr><al>over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al></lid><lid><lidnr>e)</lidnr><al>voor boodschappen of aanprijzingen van commerciële aard;</al></lid><lid><lidnr>f)</lidnr><al>door een politieke groepering</al></lid><lid><lidnr>g)</lidnr><al>indien de kamervoorzitter in het belang van een goede
                                    vergaderorde of bij het ontbreken van voldoende belang het
                                    verzoek in te spreken afwijst. Hiervan doet de kamervoorzitter
                                    bij het begin van de vergadering mededeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de behandeling van het desbetreffende agendapunt geeft de
                                    kamervoorzitter het woord aan de insprekers die zich hebben
                                    aangemeld, voordat de leden van de commissie het woord
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De spreektijd wordt toegekend aan de hand van de volgorde van
                                    aanmelding en bedraagt ten hoogste vijf minuten per spreker of
                                    verwante groep van sprekers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na iedere inspreker zijn de leden van de kamer in de gelegenheid
                                    vragen te stellen aan de betreffende inspreker. De tijd benodigd
                                    voor het beantwoorden van de vragen door de inspreker wordt niet
                                    in mindering gebracht op de toegekende inspreektijd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In daarvoor in aanmerking komende gevallen kan de
                                    kamervoorzitter een afwijkende regeling van spreektijd
                                    hanteren.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De inspreker die het woord voert richt zich tot de
                                    kamervoorzitter en dient zich te beperken tot zaken die
                                    rechtstreeks verband houden met het aan de orde zijnde
                                    agendapunt. De kamervoorzitter ziet hierop toe.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Beëindiging informatieve fase</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de kamervoorzitter vaststelt, dat over een onderwerp
                                    alle relevante informatie is uitgewisseld, sluit hij de
                                    informatieve fase.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de informatieve fase is afgesloten, besluit de raadskamer
                                    of het onderwerp wordt doorgeleid naar de meningsvormende of
                                    besluitvormende fase. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit om een onderwerp door te geleiden naar de
                                    meningsvormende fase komt alleen tot stand als een meerderheid
                                    van de aanwezige fracties zich daarachter schaart. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit om een onderwerp door te geleiden naar de
                                    besluitvormende fase komt alleen tot stand als alle in de
                                    raadskamer aanwezige fracties zich daarachter scharen. .</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raadskamer kan besluiten een onderwerp als hamerstuk door te
                                    geleiden naar de besluitvormende fase</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een besluit als bedoeld in het vijfde lid komt alleen tot stand
                                    als alle in de raadskamer aanwezige fracties hiermee instemmen.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Behandelresultaat</titel></kop><al>Van een informatieve vergadering wordt een behandelresultaat
                                opgesteld en een (audio) verslag gemaakt. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>DE MENINGSVORMENDE FASE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Doel en vorm</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering in de meningsvormende fase is een
                                        raadskamervergadering en bestemd voor het uitwisselen van
                                        fractiestandpunten tussen de woordvoerders van de fracties
                                        en de indiener(s) van het voorstel en het voeren van
                                        discussie over voorstellen aan de raad.</al></li><li nr="2."><al>In de meningsvormende fase kondigen de woordvoerders van de
                                        fracties hun amendementen en/of moties op een aanhangig
                                        voorstel of onderwerp aan. </al></li><li nr="3."><al>Op basis van de ingediende amendementen en moties leidt de
                                        kamervoorzitter die discussie in de meningsvormende
                                        vergadering. </al></li><li nr="4."><al>De meningsvormende vergadering vindt plaats in twee
                                        termijnen. </al></li><li nr="5."><al>In de eerste termijn zetten de woordvoerders van de fracties
                                        hun standpunt uiteen en is (zijn) de indiener(s) van het
                                        voorstel in de gelegenheid hierop te reageren. In de tweede
                                        termijn reageren de woordvoerders op de standpunten van
                                        andere fracties en op het standpunt van de indiener(s) van
                                        het voorstel. </al></li></lijst><al>Artikel 24 Spreekregel</al><al>Per onderwerp wordt het woord door één vertegenwoordiger per fractie
                                gevoerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Vergaderquorum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een meningsvormende vergadering wordt niet geopend zolang
                                        niet een meerderheid van het aantal in de raad
                                        vertegenwoordigde fracties aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Indien op grond van het eerste lid een meningsvormende
                                        vergadering niet kan worden geopend agendeert de
                                        Procedurecommissie het onderwerp in een vergadering op een
                                        volgende Politieke Maandag.</al></li><li nr="3."><al>Voor het openen van de vergadering, bedoeld in het tweede
                                        lid, behoeft geen meerderheid van de in de raad
                                        vertegenwoordigde fracties aanwezig te zijn. </al></li></lijst><al>Artikel 26 Beëindiging meningsvormende fase</al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de kamervoorzitter vaststelt, dat over een onderwerp
                                        alle standpunten zijn besproken en de discussie is afgerond,
                                        sluit hij de meningsvormende fase.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de meningsvormende fase is afgesloten, besluit de
                                        raadskamer of het onderwerp wordt doorgeleid naar de
                                        besluitvormende fase.</al></li><li nr="3."><al>Een besluit om een onderwerp door te geleiden naar de
                                        besluitvormende fase komt alleen tot stand als de fracties
                                        waarvan de woordvoerders zich daarachter hebben geschaard,
                                        in de raad een meerderheid opleveren.</al></li><li nr="4."><al>De raadskamer kan besluiten een onderwerp als hamerstuk door
                                        te geleiden naar de besluitvormende fase.</al></li><li nr="5."><al>Een besluit als bedoeld in het vijfde lid komt alleen tot
                                        stand als alle in de raadskamer aanwezige fracties hiermee
                                        instemmen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Verslag</titel></kop><al>Van een meningsvormende vergadering wordt een (beeld)verslag
                                gemaakt. Tevens wordt een behandelresultaat opgesteld. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>DE BESLUITVORMENDE FASE</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Doel en vorm</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering in de besluitvormende fase is een
                                    raadsvergadering en is bestemd voor het debatteren en beslissen
                                    over raadsvoorstellen en het controleren van het gevoerde
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadsvergadering vindt plaats in de raadzaal . De
                                    Procedurecommissie kan beslissen een andere locatie aan te
                                    wijzen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van het college van burgemeester en
                                    wethouders en de raadsgriffier hebben een vaste zitplaats. De
                                    zitplaats van de leden van de raad wordt, door de voorzitter van
                                    de raad na overleg in de Procedurecommissie, bij aanvang van
                                    iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanwijzing kan, na bespreking in de Procedurecommissie, door
                                    de voorzitter worden herzien. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aan de agenda toevoegen van onderwerpen vindt slechts plaats
                                    in spoedeisende gevallen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder ter vergadering komend lid tekent na aankomst in de
                                    vergaderzaal de presentielijst. Aan het einde van elke
                                    vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier
                                    door ondertekening afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een lid de vergadering verlaat deelt hij dit mede aan de
                                    voorzitter. De griffier tekent op de presentielijst het tijdstip
                                    van het vertrek aan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad en de leden van het college en de
                                        burgemeester spreken ieder vanaf het voor hen bestemde
                                        spreekgestoelte, tenzij de voorzitter toestaat dat van een
                                        andere plaats wordt gesproken. Zij richten zich tot de
                                        voorzitter. </al></li><li nr="2."><al>Een lid van de raad voert slechts het woord na het aan de
                                        voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter verleent het woord als eerste aan de fracties
                                        die een of meerdere amendementen en/of moties indienen.</al></li><li nr="4."><al>De beraadslaging over een voorstel of onderwerp geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
                                    </al></li><li nr="5."><al>Elke spreektermijn is afgesloten nadat het college of de
                                        burgemeester op het door de leden gesprokene heeft
                                        geantwoord.</al></li><li nr="6."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel, tenzij de raad
                                        anders beslist.</al></li><li nr="7."><al>Iedere fractie heeft een basisspreektijd van tien minuten
                                        voor de eerste raadszetel. Deze spreektijd wordt verhoogd
                                        met één minuut voor iedere volgende zetel.</al></li></lijst><al>De spreektijd van een afgesplitste fractie wordt in mindering
                                gebracht op de spreektijd van de fractie die wordt verlaten en
                                bedraagt een evenredig deel van de spreektijd van de fractie die
                                wordt verlaten berekend op basis van de verhouding tussen het aantal
                                leden van de nieuwe fractie en de verlaten fractie. </al><lijst><li nr="8."><al>De spreektijd van het college en de burgemeester tezamen
                                        bedraagt 50 minuten.</al></li><li nr="9."><al>Op voorstel van de voorzitter of een of meer van zijn leden
                                        kan de raad de spreektijdverdeling wijzigen</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Sluiting beraadslaging en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na stemming over
                                    eventuele amendementen en moties, de stemming plaats over het
                                    voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht door middel van een korte
                                verklaring zijn uit te brengen stem te motiveren binnen de aan diens
                                fractie toegekende spreektijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Stemming over zaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van
                                    een wettelijke verplichting van stemming moet onthouden, is
                                    verplicht een stem uit te brengen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt, aantekening in de besluitenlijst vragen dat hij
                                    zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit
                                    geen verandering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op hetzelfde
                                    onderdeel van een aanhangig voorstel zijn ingediend wordt het
                                    meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in
                                    stemming gebracht. Bij verschil van gevoelen over de strekking
                                    beslist de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien tijdens de beraadslagingen over een voorstel een of meer
                                    amendementen of moties worden ingediend, dan wordt als eerste
                                    over de amendementen gestemd<vet>. </vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In geval van stemming over personen, vinden zoveel
                                        stemmingen plaats als er personen benoemd, voorgedragen of
                                        aanbevolen moeten worden.</al></li><li nr="2."><al>De stemmingen over personen zijn geheim en kunnen
                                        elektronisch of per stembriefje geschieden.</al></li><li nr="3."><al>Indien schriftelijk wordt gestemd, benoemt de voorzitter
                                        drie leden tot stembureau, waarvan het eerst benoemde lid
                                        als voorzitter van het stembureau optreedt.</al></li><li nr="4."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond
                                        van een wettelijke verplichting van stemming moet onthouden,
                                        is verplicht een daartoe aangereikt stembriefje in te
                                        leveren. De stembriefjes dienen qua vorm en kleur identiek
                                        te zijn.</al></li><li nr="5."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                                        het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
                                        Is dit niet het geval dan worden de stembriefjes vernietigd
                                        en wordt een nieuwe stemming gehouden. </al></li><li nr="6."><al>Indien meer personen de volstrekte meerderheid hebben
                                        verkregen dan er plaatsen te vervullen zijn, dan zijn
                                        diegenen, die de meeste stemmen op zich verenigden,
                                        verkozen. </al></li></lijst><al>Komen meer personen in aanmerking, die een gelijk aantal stemmen
                                verkregen, dan heeft tussen hen herstemming plaats, waarbij het lid
                                dat de meeste stemmen verkregen heeft, verkozen is. </al><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                verstaan:</al><lijst><li nr="·"><al>een blanco stembriefje;</al></li><li nr="·"><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="·"><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij
                                        de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="·"><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                        voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
                                        voorgedragen;</al></li><li nr="·"><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd
                                        dan die waartoe de stemming is beperkt. </al></li></lijst><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                                voorzitter van de raad op voorstel van de voorzitter van het
                                stembureau. </al><al>7.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk
                                na vaststelling van de uitslag en sluiting van de vergadering
                                vernietigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, vindt een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd (herstemming). Zijn bij de tweede stemming
                                    de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan
                                    wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee
                                    personen de derde stemming zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als ook hierdoor geen volstrekte meerderheid van stemmen wordt
                                    verkregen vindt, zonodig na tussenstemming over hen, die een
                                    gelijk aantal stemmen hebben, een vierde stemming plaats over de
                                    twee personen, die nu de meeste stemmen hebben verkregen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde en vierde stemming de
                                    stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van degenen
                                    tussen wie de beslissing moet plaatsvinden, door de voorzitter
                                    van de raad op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes
                                    geschreven, welke briefjes na controle door de voorzitter van
                                    het stembureau door hem in een stembus worden geworpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter van de raad een van de briefjes
                                    uit de stembus. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Besluitenlijst en verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontwerpbesluitenlijst van de laatstgehouden raadsvergadering
                                    wordt zo spoedig mogelijk in het Raadsinformatiesysteem
                                    geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tijdens de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige
                                    vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsleden, de burgemeester, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot
                                    verandering dient vóór het vaststellen van de besluitenlijst bij
                                    de griffier te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluitenlijst moet inhouden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de aanwezige
                                    wethouders, de ter vergadering aanwezige leden evenals van de
                                    leden die afwezig waren en overige personen die het woord hebben
                                    gevoerd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding
                                    van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder
                                    aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                    Gemeentewet van stemming hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier
                                    en na vaststelling door de voorzitter en de griffier
                                    ondertekend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het besprokene wordt vastgelegd in een beeld- en geluidsverslag.
                                </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Rechten van de leden van de raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan de raad toestemming vragen voor het
                                    houden van een interpellatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp
                                    waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede de te stellen
                                    vragen en dient schriftelijk en ten minste vier dagen
                                    voorafgaand aan een besluitvormende vergadering bij de
                                    voorzitter van de Procedurecommissie te worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de Procedurecommissie brengt de inhoud van het
                                    verzoek onmiddellijk ter kennis van de leden van de raad, de
                                    burgemeester en de wethouders. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvang van de eerstvolgende besluitvormende vergadering na
                                    indiening van het verzoek, wordt het verzoek in stemming
                                    gebracht. Indien de raad toestemming verleent voor het houden
                                    van de interpellatie bepaalt hij op welk tijdstip tijdens de
                                    vergadering deze zal worden gehouden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beraadslaging tijdens een interpellatie geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tijdens de vergadering naar aanleiding
                                    van een aanhangig voorstel of onderwerp, een mondelinge vraag ex
                                    artikel 8 of een onderwerp vreemd aan de agenda een motie
                                    indienen. Behoudens in geval van aantoonbare spoedeisendheid, te
                                    beoordelen door de voorzitter van de Procedurecommissie, vindt
                                    het stellen van een vraag en het indienen van een motie naar
                                    aanleiding van de vraag niet plaats op dezelfde Politieke
                                    Maandag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een motie naar aanleiding van een mondelinge vraag of over een
                                    onderwerp dat vreemd is aan de agenda dient uiterlijk om 12.00
                                    uur op de donderdag voorafgaande aan de Politieke Maandag te
                                    worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie naar aanleiding van een aanhangig
                                    voorstel of onderwerp vindt tegelijk met de beraadslaging over
                                    het betreffende voorstel of onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De behandeling van een motie naar aanleiding van een mondelinge
                                    vraag of een motie vreemd aan de agenda vindt plaats nadat alle
                                    op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn
                                    behandeld. Op voorstel van de indiener kan de raad bij het
                                    vaststellen van de agenda anders beslissen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De behandeling van een motie naar aanleiding van een mondelinge
                                    vraag over een onderwerp dat nog in behandeling is in een
                                    raadskamer wordt uitgesteld tot de eerstvolgende besluitvormende
                                    vergadering na beëindiging van de behandeling van het
                                    betreffende onderwerp in de raadskamer. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een motie kan worden ingetrokken door de indiener(s) tot het
                                    moment waarop de besluitvorming over de motie door de raad
                                    plaatsvindt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    een wijziging (amendement) voorstellen op het voorgestelde
                                    besluit of op een amendement dat door een lid is ingediend
                                    (subamendement). Er kan alleen beraadslaagd worden over
                                    amendementen die ingediend zijn door leden van de raad die in de
                                    vergadering aanwezig zijn. Een amendement kan het voorstel
                                    inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen
                                    te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                    plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk amendement of subamendement moet om in behandeling genomen
                                    te worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend en
                                    dient zodanig geformuleerd te zijn dat het geschikt is om in het
                                    voorgestelde besluit te worden verwerkt. De voorzitter kan
                                    toestaan dat, met het oog op het eenvoudige karakter van het
                                    amendement of subamendement, met een mondelinge indiening wordt
                                    volstaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een amendement of subamendement is ontoelaatbaar, indien het een
                                    strekking heeft, tegengesteld aan die van het voorstel, of
                                    indien er tussen de materie van het amendement en die van het
                                    voorstel geen rechtstreeks verband bestaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een amendement of subamendement wordt geacht toelaatbaar te zijn
                                    zolang de raad het niet ontoelaatbaar heeft verklaard. Een
                                    voorstel daartoe kan worden gedaan door hetzij de voorzitter,
                                    hetzij een van de leden van de raad. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een amendement of subamendement kan worden ingetrokken door de
                                    indiener(s) tot het moment waarop de besluitvorming over het
                                    (sub-)amendement door de raad plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Initiatiefvoorstellen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan over enig onderwerp een voorstel aan
                                    de raad doen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet schriftelijk bij de voorzitter van
                                    de Procedurecommissie worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad neemt het initiatiefvoorstel niet in behandeling indien
                                    het voorstel in strijd is met een wet, een algemene maatregel
                                    van bestuur of een verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Procedurecommissie plaatst een initiatiefvoorstel ter
                                    voorbereiding van de besluitvorming zo spoedig mogelijk, doch
                                    niet eerder dan vier weken nadat het voorstel is ingediend, op
                                    de agenda van een raadskamer.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ten behoeve van de behandeling van het initiatiefvoorstel in de
                                    raadskamer krijgt het college dan wel de burgemeester de
                                    gelegenheid zijn wensen en bedenkingen schriftelijk dan wel
                                    mondeling ter kennis van de raad te brengen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De beraadslagingen in de raad over het initiatiefvoorstel vinden
                                    op de gebruikelijke wijze plaats, met dien verstande dat de
                                    indiener in beide termijnen in kan gaan op de beschouwingen van
                                    de leden, alvorens het college of de burgemeester, ingaat op het
                                    betoogde.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel kan worden ingetrokken door de
                                    indiener(s) tot het moment waarop de besluitvorming over het
                                    initiatiefvoorstel door de raad plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De raad kan nadere voorwaarden aan de indiening en behandeling
                                    van een initiatiefvoorstel stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Schriftelijke vragen door raadsleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder raadslid kan aan de burgemeester of aan het college
                                    schriftelijk vragen stellen over onderwerpen, behorend tot het
                                    dagelijks bestuur van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen
                                    kunnen van een toelichting worden voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vragen worden bij de voorzitter van de Procedurecommissie
                                    ingediend. Deze draagt er zorg voor, dat de vragen terstond in
                                    afschrift aan de raadsleden, de fractievolgers, de burgemeester
                                    en de wethouders worden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                    ieder geval binnen vier weken, nadat de vragen zijn
                                    binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                    kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd
                                    schriftelijk bericht van de burgemeester dan wel het college,
                                    waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal
                                    plaats vinden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De antwoorden met de daarbij behorende vragen worden door het
                                    college toegezonden aan het betreffende raadslid en door de
                                    griffie door middel van plaatsing in het RIS ter kennis gebracht
                                    van alle raadsleden en fractievolgers<vet>. </vet></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN OVER DE VERGADERINGEN VAN DE RAAD EN DE
                                RAADSKAMERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter van de vergadering het nodig
                                            oordeelt.</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter van de
                                            vergadering kan bepalen dat de spreker zonder verdere
                                            interrupties zijn betoog zal afronden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker in eerste termijn interrumpeert,
                                    dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de
                                    voorzitter van de vergadering tot de orde geroepen. Indien de
                                    spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter van de
                                    vergadering hem gedurende de vergadering, waarin dat plaats
                                    vindt, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de vergadering kan ter handhaving van de orde
                                    de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en -
                                    indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de
                                    vergadering sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kamervoorzitter kan een raadskamer voorstellen aan een lid of
                                    fractievolger dat door zijn gedragingen de geregelde gang van
                                    zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
                                    ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na
                                    aanneming daarvan verlaat het lid of de fractievolger de
                                    vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de kamervoorzitter hem
                                    verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan de raad het lid
                                    of de fractievolger bovendien voor ten hoogste drie maanden de
                                    toegang tot de vergadering ontzeggen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de vergadering en ieder lid of fractievolger
                                    kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde
                                    doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen; over een voorstel van orde wordt terstond
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een voorstel van orde gedaan in een vergadering van een
                                    raadskamer is aangenomen als een meerderheid van de aanwezige
                                    woordvoerders van de fracties zich daarachter hebben geschaard.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van een lid, het college of op voorstel van de
                                    voorzitter van de vergadering kan de raad(skamer) besluiten de
                                    beraadslagingen te schorsen teneinde de leden of het college
                                    gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de beraadslagingen worden geschorst wordt vooraf de
                                    tijdsduur van de schorsing door de voorzitter bepaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na verloop van de schorsingsperiode wordt de vergadering
                                    onverwijld voortgezet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Deelname aan de vergadering door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad(skamer) kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden, de voorzitter van de vergadering, de
                                    wethouder(s). de griffier of de raadsadviseur deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit daartoe wordt op voorstel van de voorzitter van de
                                    vergadering of één der leden genomen alvorens met de
                                    beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt
                                    een aanvang wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te
                                    nemen aan de vergadering zijn de bepalingen van dit reglement
                                    van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst.
                                    Deze lijst wordt periodiek aan de raad ter beschikking gesteld
                                    en op de agenda geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Procedurecommissie bepaalt op welke wijze een ingekomen stuk
                                    wordt afgedaan, tenzij de raad anders beslist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement
                                    van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet
                                    strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 23 en 82, vijfde lid,
                                    van de Gemeentewet, kunnen het college of de burgemeester de
                                    voorzitter van de vergadering verzoeken een vergadering in
                                    beslotenheid te houden dan wel een vergadering in beslotenheid
                                    voort te zetten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergadering besluit of in beslotenheid wordt vergaderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Besluitenlijst besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst en/of het verslag van een besloten vergadering
                                    worden niet toegezonden, maar ligt uitsluitend voor de leden ter
                                    inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze besluitenlijst en/of het verslag worden in een volgende
                                    vergadering vastgesteld. Tijdens deze vergadering neemt de raad
                                    of de raadskamer een besluit over het al dan niet openbaar maken
                                    van deze stukken. Indien de besluitenlijst en/of het verslag
                                    aanleiding geven tot bespreking, vindt deze bespreking plaats in
                                    beslotenheid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad of de
                                raadskamer overeenkomstig de artikelen 25, eerste lid of 86, eerste
                                lid van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het
                                verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad of de raadskamer kan
                                besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van gestelde in de artikelen 25, derde en
                                vierde lid, of 55, tweede en derde lid, of 86, tweede lid, van de
                                Gemeentewet, voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt,
                                indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding
                                heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het betreffende
                                orgaan overleg gevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Verbod gebruik mobiele communicatieapparatuur</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens
                                de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                                telefoons of andere communicatiemiddelen dat inbreuk kan maken op de
                                orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter van de
                                vergadering niet toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen op de
                                    voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de vergadering is bevoegd toehoorders, die op
                                    enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen
                                    vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de
                                    vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de
                                    toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid-
                                dan wel beeldregistraties willen maken vragen toestemming aan de
                                voorzitter van de vergadering en gedragen zich naar zijn
                                aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Maatregelen van orde</titel></kop><al>Indien de voorzitter van de vergadering dit nodig oordeelt, kan hij
                                de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter
                                handhaving van de orde op de publieke tribune.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad vaststelt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad vaststelt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester, de griffier of
                                de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
                                het algemene bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen doet verslag met een minimum van 1
                                keer per jaar, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk over zaken die
                                in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, mondelinge en/of schriftelijke vragen stellen. De regels voor
                                het stellen van mondelinge respectievelijk schriftelijke vragen,
                                vastgelegd in artikel 8 respectievelijk 44, zijn van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                Hierbij zijn de regels voor het houden van een interpellatie,
                                vastgelegd in artikel 40, van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
                                organisaties of instituties, waarin de raad één of meer van zijn
                                leden heeft benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van het reglement, beslist de raad of raadskamer op voorstel
                            van de voorzitter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel>Afwijking van het reglement</titel></kop><al>De raad(skamer) kan besluiten van de bepalingen van dit reglement af te
                            wijken indien de afwijking niet in strijd is met een wettelijk
                            voorschrift. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit reglement treedt in werking nadat het op de voorgeschreven wijze is
                            bekendgemaakt. </al><al>Het reglement van orde van de politieke maandag van de gemeente Arnhem
                            2007 vastgesteld bij raadsbesluit van 30 juni 2007, cie VOAB, nr.
                            2007.0.074.427wordt op dat tijdstip ingetrokken.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>