<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR336392_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Mandateringsbesluit gemeente Haarlem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Mandateringsbesluit gemeente Haarlem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 10.3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw mandatenregister belasting 2016</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/383676</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belasting, machtiging, mandaat, mandateringsbesluit, mandatenregister, volmacht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het Mandateringsbesluit gemeente Haarlem ingaande 1 januari 2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-35763</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-35764</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Mandateringsbesluit gemeente Haarlem</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem en de burgemeester
                        van Haarlem, een ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;</al><al>overwegende,</al><al>dat het voor het efficiënt functioneren van de gemeente Haarlem wenselijk is
                        een mandaatregeling vast te stellen;</al><al>gelet op de wettelijke voorschriften, in het bijzonder de bepalingen van
                        afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 156, 165,
                        168, 171 en 178 van de Gemeentewet;</al><al><vet><onderstreept>b e s l u i t e n:</onderstreept></vet></al><al>I.het krachtens mandaat nemen van besluiten, welke zijn vermeld op de bij
                        deze regeling behorende mandatenlijsten, op te dragen aan de daarbij
                        genoemde functionarissen,</al><al>en</al><al>II.ten aanzien van de uitoefening van deze mandaten de navolgende regeling
                        vast te stellen, te weten:</al><al>het “Mandateringsbesluit gemeente Haarlem”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten
                                te nemen;</al></li><li nr="b."><al>volmacht: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan
                                privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;</al></li><li nr="c."><al>machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan handelingen
                                te verrichten, geen besluiten en/of privaatrechtelijke
                                rechtshandelingen zijnde;</al></li><li nr="d."><al>mandaatgever: het bestuursorgaan dat aan een bij functie in de
                                mandatenlijsten genoemde functionaris de bevoegdheid geeft om in
                                naam van het bestuursorgaan besluiten te nemen;</al></li><li nr="e."><al>gemandateerde: de functionaris, die van de mandaatgever de
                                bevoegdheid heeft gekregen om in naam van de mandaatgever besluiten
                                te nemen;</al></li><li nr="f."><al>mandatenlijst of mandatenregister: een overzicht in tabelvorm van
                                door de mandaatgever aan gemandateerde opgedragen bevoegdheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Mandaat, plaatsvervanging en ondermandaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Mandaat wordt verleend aan functionarissen die zijn vermeld in de bij
                            dit besluit behorende bijlagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mandaat wordt slechts verleend aan de algemeen directeur en de
                            directeur, hoofdafdelingsmanagers en afdelingshoofden c.q. managers van
                            afdelingen. Mandaat kan tevens worden verleend aan functionarissen met
                            een bijzondere bevoegdheid of aanwijzing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien mandaat is toegekend op een lager niveau dan de
                            hoofdafdelingsmanager, zijn ook de hoofdafdelingsmanager en de algemeen
                            directeur c.q. de directeur bevoegd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De algemeen directeur c.q. de directeur heeft het recht specifieke
                            mandaten tijdelijk en uitsluitend aan zich te trekken, ingeval de
                            uitoefening van de betreffende gemandateerde bevoegdheid uit het oogpunt
                            van risicobeheersing, of anderszins noodzakelijk, tijdelijk een centrale
                            aansturing vereist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid van de gemandateerde oefent zijn
                            schriftelijk aangewezen plaatsvervanger het mandaat uit, voor zover niet
                            anders is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor zover niet anders is bepaald, kan een gemandateerde ter uitoefening
                            van een aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk rechtstreeks
                            ondermandaat verlenen aan medewerkers, indien de aard van de bevoegdheid
                            in verhouding staat tot de functionele positie van de betreffende
                            medewerker.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Overige mandaten</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2, kan mandaat worden verleend
                        aan:</al><lijst><li nr="a."><al>leden van het college van burgemeester en wethouders; en</al></li><li nr="b."><al>niet-ondergeschikten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ondertekening en ondertekeningsmandaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een in mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het
                            besluit is genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Stukken die van een bestuursorgaan uitgaan inzake niet-gemandateerde
                            bevoegdheden kunnen worden ondertekend door het afdelingshoofd, indien
                            het ontwerp van het uitgaande stuk was gevoegd bij het advies aan het
                            bestuursorgaan en het bestuursorgaan overeenkomstig dat advies en dat
                            ontwerp heeft besloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij uitoefening van het mandaat ondertekent de gemandateerde op de
                            volgende wijze: </al><lijst><li nr="a."><al>Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,</al><al> namens het college,</al><al> &lt;de functienaam van de gemandateerde en zijn naam en
                                    handtekening&gt;.</al></li><li nr="b."><al>De burgemeester van Haarlem,</al><al> namens deze,</al><al> &lt;de functienaam van de gemandateerde en zijn naam en
                                    handtekening&gt;.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van uitoefening van ondermandaat ondertekent de
                            ondergemandateerde als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,</al><al> namens het college,</al><al> &lt;de functienaam van de gemandateerde&gt;,</al><al> voor deze,</al><al> &lt;de naam en de handtekening van de
                                    ondergemandateerde&gt;.</al></li><li nr="b."><al>De burgemeester van Haarlem,</al><al> namens deze,</al><al> &lt;de functienaam van de gemandateerde&gt;,</al><al> voor deze,</al><al> &lt;de naam en de handtekening van de
                                    ondergemandateerde&gt;.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Omvang mandaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het mandaat strekt uitsluitend tot het genoemde onderwerp. De
                            uitoefening van het mandaat wordt beperkt door de grenzen van de voor
                            het onderwerp geldende wet- en regelgeving en het geformuleerde beleid,
                            inclusief eventuele richtlijnen en instructies. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer wetsartikelen genoemd in het mandateringsbesluit en de
                            bijhorende bijlagen wijzigen, geldt, tot aan het moment van aanpassing
                            in het mandateringsbesluit, het vervangende artikel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het mandaat omvat naast het nemen en ondertekenen van besluiten, tevens
                            het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die
                            bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, zoals:</al><lijst><li nr="a."><al>het verstrekken van mondelinge en/of schriftelijke informatie en
                                    gegevens van feitelijke en objectieve aard;</al></li><li nr="b."><al>het verzenden van ontvangstbewijzen;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van overige correspondentie;</al></li><li nr="d."><al>het vragen van adviezen en inwinnen van inlichtingen;</al></li><li nr="e."><al>het verzorgen van publicaties. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemandateerde is bevoegd tot het nemen van besluiten als vermeld in
                            de bijgevoegde mandaatlijsten, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>advies nodig is van andere organisatieonderdelen of externe
                                    partijen en het verkregen advies niet aansluit op
                                    respectievelijk niet tot dezelfde conclusie leidt als het eigen
                                    standpunt;</al></li><li nr="b."><al>het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid,
                                    richtlijnen, voorschriften en dergelijke;</al></li><li nr="c."><al>de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen
                                    beslissen;</al></li><li nr="d."><al>uit het besluit financiële gevolgen voortvloeien die niet zijn
                                    voorzien in de begroting; </al></li><li nr="e."><al>vóór het nemen van het besluit zienswijzen of bedenkingen
                                    hiertegen naar voren zijn gebracht.</al></li></lijst><al> Indien zich een of meer van de onder a tot en met e omschreven
                            situaties voordoet, dan besluit het ter zake bevoegd bestuursorgaan.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitgesloten van mandatering</titel></kop><al>Geen mandaat wordt verleend voor uitoefening van de bevoegdheid tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het beslissen op een bezwaarschrift, behoudens de mogelijkheid van
                                mandaatverlening aan een collegelid;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van beleidsregels en algemeen verbindende
                                voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>De gemandateerde informeert het ter zake bevoegd bestuursorgaan desgewenst
                        en indien nodig over de krachtens (onder)mandaat genomen besluiten en over
                        de wijze waarop het mandaat overigens wordt uitgeoefend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Schakelbepaling volmachten en machtigingen</titel></kop><al>Deze mandaatregeling is van overeenkomstige toepassing indien een
                        bestuursorgaan aan een functionaris, werkzaam onder zijn
                        verantwoordelijkheid, volmacht verleent tot het verrichten van
                        privaatrechtelijke rechtshandelingen, of machtiging verleent tot het
                        verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke
                        rechtshandeling zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit besluit wordt aangehaald als ‘Mandateringsbesluit gemeente Haarlem’
                            en treedt in werking op 1 november 2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de datum van inwerkintreding vervalt het ‘Mandateringsbesluit
                            gemeente Haarlem ingaande 1 januari 2012’. </al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen – onderscheid mandaat, volmacht, machtiging</titel></kop><al>De gemeente kan verschillende handelingen verrichten: bestuursrechtelijke
                        rechtshandelingen, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke
                        handelingen. Afhankelijk van de soort (rechts)handeling kan deze worden
                        opgedragen aan de uitvoerende organisatie. Juridisch spreken we dan over
                        mandaat, volmacht en machtiging. In de Awb zijn volmacht en machtiging door
                        middel van een schakelbepaling onder de werking van de bepalingen over
                        mandaat gebracht (artikel 10:12 Awb). Wat geldt voor de mandaten, geldt ook
                        voor de volmachten en de machtigingen. Ook in het Mandateringsbesluit van de
                        gemeente Haarlem zijn volmachten en machtigingen onder de werking ervan
                        gebracht (zie de schakelbepaling in artikel 8). Zij zijn dan ook, samen met
                        de mandaten, opgenomen in de bij het Mandateringsbesluit behorende
                        mandatenlijsten.</al><al/><al><onderstreept>Mandaat</onderstreept></al><al>De gemeentelijke bestuursorganen voeren <cursief>bestuursrechtelijke
                            rechtshandelingen</cursief> uit. Voorbeelden: de burgemeester verleent
                        een vergunning of het college verstrekt een subsidie. Al deze bevoegdheden
                        steunen op een bestuursrechtelijke wet, waarin die bevoegdheid zijn
                        grondslag kent.</al><al>Als een bestuursorgaan een bestuursbevoegdheid opdraagt aan een ambtenaar
                        noemen we dat mandaat. De ambtenaar oefent die bevoegdheid uit
                            <onderstreept>namens</onderstreept> het bestuursorgaan. Het verschil met
                        delegatie is dat het bestuursorgaan bij mandaat de bevoegdheid niet
                        verliest. De verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheid is
                        en blijft bij het bestuursorgaan. Hierbij mag het bestuursorgaan op elk
                        moment de bevoegdheid zelf uitoefenen en tussentijds algemene en bijzondere
                        instructies geven aan de ambtenaar over de wijze waarop de bevoegdheid wordt
                        uitgeoefend. </al><al/><al>Voorwaarde voor de juridische binding is dat het besluit is genomen binnen
                        de grenzen van de gemandateerde bevoegdheid. Dit spreekt voor zichzelf,
                        omdat buiten de grenzen van hetgeen is gemandateerd geen bevoegdheid
                        bestaat. Wordt een besluit genomen over een onderwerp dat buiten de
                        bevoegdheid ligt, dan is sprake van een onbevoegd genomen besluit. Het
                        gevolg van een onbevoegd genomen besluit kan zijn dat dit in rechte wordt
                        vernietigd. De bestuursrechter controleert ambtshalve op eventuele
                        bevoegdheidsgebreken, ook als dit door partijen niet wordt ingebracht in de
                        procedure.</al><al/><al><cursief>Mandaat en budgethouderschap</cursief></al><al>De gemeenteraad stelt budgetten beschikbaar door de begroting vast te
                        stellen (budgetrecht artikel 191 Gemeentewet). Het college voert de
                        begroting uit (taak van college op grond van artikel 160 Gemeentewet). In de
                        Budgethoudersregeling Haarlem is geregeld welke functionaris op welke wijze
                        over bepaalde budgetten kan beschikken. Om budgetten te kunnen aanwenden is
                        het nodig dat bepaalde bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke of feitelijke
                        handelingen worden verricht. Er moet bijvoorbeeld een overeenkomst met een
                        leverancier worden gesloten. Het is belangrijk om te beseffen dat de
                        budgethouder niet automatisch op grond van zijn budgethouderschap de nodige
                        bijbehorende handelingen mag verrichten, maar hiervoor aparte mandaten,
                        volmachten en machtigingen nodig heeft van het ter zake bevoegd
                        bestuursorgaan. Bovendien dient te worden opgemerkt dat financiële
                        bevoegdheden los staan van datgene wat in het Mandateringsbesluit wordt
                        geregeld. Daarop is de Budgethoudersregeling van toepassing. </al><al/><al><onderstreept>Volmacht</onderstreept></al><al>De gemeente kan ook als ´gewone´ rechtspersoon deelnemen aan het
                        rechtsverkeer en voert in die hoedanigheid <cursief>privaatrechtelijke
                            rechtshandelingen</cursief> uit. Voorbeelden: het aan- of verkopen van
                        grond, het sluiten van een contract, het verlenen van een opdracht tot
                        onderzoek of het aanschaffen van een product. De privaatrechtelijke
                        tegenhanger van mandaat is de volmacht. </al><al/><al><onderstreept>Machtiging</onderstreept></al><al>Naast bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandelingen verricht
                        de gemeente ook <cursief>feitelijke handelingen</cursief>. Dit zijn de
                        gewone dagelijkse handelingen die geen rechtsgevolgen hebben. Voorbeelden
                        daarvan zijn: het planten van een boom, het voeren van verweer bij de
                        rechtbank, het uitoefenen van toezicht in de stad, het verstrekken van
                        informatie aan burgers of het aanleggen van een uitrit. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Mandaat, plaatsvervanging en ondermandaat</titel></kop><al>Lid 1 en lid 2</al><al>Mandaat is in de regel een opdracht aan een hiërarchisch ondergeschikte. Het
                        college mandateert bijvoorbeeld het hoofd van de afdeling
                        Omgevingsvergunning van de hoofdafdeling Veiligheid Vergunningen en
                        Handhaving om namens het college omgevingsvergunningen te verlenen. Of het
                        hoofd van de afdeling Jeugd Onderwijs en Sport van de hoofdafdeling
                        Stadszaken krijgt de bevoegdheid opgedragen om subsidies te verstrekken. Het
                        is ook mogelijk mandaat te verlenen aan functionarissen met een bijzondere
                        bevoegdheid of aanwijzing. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan
                        functionarissen als de havenmeester, de marktmeester en de security officer. </al><al/><al>Voor de duidelijkheid: het in mandaat uitoefenen van een bevoegdheid omvat
                        niet alleen het toekennen, maar ook het weigeren en intrekken. Voorbeeld:
                        als je mag aanstellen, mag je ook ontslaan. Indien je mag besluiten over een
                        aanvraag om een vergunning, mag je deze verlenen, maar ook weigeren en,
                        indien dit aan de orde is, intrekken. Alleen in de expliciet aangegeven
                        gevallen in dit Mandateringsbesluit ligt dit anders. </al><al/><al>Bij de vermelding van de specifieke mandaten wordt onder meer gesproken over
                        regulering, handhaving en subsidieverstrekking. Onder deze begrippen wordt
                        in het kader van dit Mandateringsbesluit het volgende verstaan:</al><al><cursief>Regulering</cursief> houdt in: alle bevoegdheden rondom
                        vergunningverlening, waaronder het verlenen van een ontheffing van een
                        verbod en de inname en afhandeling van meldingen. Zie in de betreffende
                        regeling zelf wat van toepassing is. Regulering houdt niet in: beleidsregels
                        of algemeen verbindend voorschriften op stellen (ook niet:
                        aanwijzingsbesluiten). Dergelijke besluiten zijn niet gemandateerd en
                        blijven voorbehouden aan het oorspronkelijk bevoegd bestuursorgaan. </al><al><cursief>Handhaving</cursief> omvat: controle, toezicht en
                        feitelijke/juridische handhaving te weten: het aanschrijven, het besluit tot
                        het opleggen van een last onder dwangsom, het besluit tot het opleggen van
                        een last onder bestuursdwang, het instemmen met een verzoek om handhaving,
                        het weigeren van een verzoek om handhaving, het besluiten tot het innen van
                        een dwangsom, het feitelijk overgaan tot bestuursdwang, het besluiten tot
                        het intrekken van een last onder bestuursdwang, het intrekken van een
                        besluit tot toepassing van bestuursdwang en het opstellen van een
                        verweerschrift.</al><al>Bij <cursief>subsidieverstrekking</cursief> onderscheiden we onder meer de
                        beoordeling van subsidieaanvragen (inclusief de weigering van subsidie), de
                        verlening van subsidies, de verstrekking van voorschotten, het uitvoeren van
                        controlewerkzaamheden, de vaststelling van subsidie alsmede de eventuele
                        terugvordering van subsidie. Overigens zijn besluiten over toepassing van de
                        hardheidsclausule op grond van de toepasselijke subsidieregeling niet
                        gemandateerd.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Wanneer op lager niveau dan de hoofdafdelingsmanager mandaat is verleend,
                        kunnen de hoofdafdelingsmanager en de algemeen directeur (c.q. de tweede
                        directeur) hun bevoegdheid blijven uitoefenen. Dit is een gevolg van de
                        hiërarchische bevoegdheid van de hoger geplaatste managers.</al><al/><al>Lid 4</al><al>Het kan noodzakelijk zijn dat de algemeen directeur (en bij vervanging de
                        directeur) tijdelijk gemandateerde bevoegdheden uitoefent, waarbij de
                        oorspronkelijke functionaris die het mandaat in eerste instantie heeft
                        gekregen gedurende die periode niet bevoegd is. In de bepaling is opgenomen
                        dat dit vanuit een oogpunt van risicobeheersing kan plaatsvinden, waarbij is
                        aangesloten bij de budgethoudersregeling waarin eenzelfde bepaling ten
                        aanzien van specifieke budgetbevoegdheden is opgenomen. Maar ook andere
                        redenen kunnen leiden tot de wens of de noodzaak van een tijdelijke centrale
                        sturing vanuit de directie. Om die reden is de zinsnede ‘of anderszins
                        noodzakelijk’ toegevoegd.</al><al/><al>Lid 5</al><al>Wanneer een gemandateerde afwezig is, is diens plaatsvervanger bevoegd om
                        het mandaat uit te oefenen. Plaatsvervangers worden, tenzij anders bepaald,
                        bij voorkeur altijd horizontaal aangewezen. </al><al/><al>Lid 6</al><al>Het verlenen van ondermandaat is op grond van de Awb een mogelijkheid, maar
                        bestuursorganen moeten hiertoe wel uitdrukkelijk besluiten. In het
                        Mandateringsbesluit is deze bepaling opgenomen in artikel 2, vijfde lid. In
                        de mandatenlijsten staat in de kolom ‘bijzonderheden’ in voorkomende
                        gevallen vermeld wanneer wordt afgeweken van deze algemene bepaling. Ook
                        hier is het uitgangspunt dat bij afwezigheid van de ondergemandateerde in
                        beginsel altijd sprake moet zijn van bij voorkeur horizontale
                        plaatsvervanging. Voor het verlenen van ondermandaat is op InSite een format
                        opgenomen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Onder a </al><al>Bestuurlijke mandaten zijn mandaten waarbij het college de uitoefening van
                        een bevoegdheid opdraagt aan één van zijn leden. Een voorbeeld is de
                        beslissing op bezwaarschriften op het gebied van sociale zekerheid: deze
                        zijn in Haarlem opgedragen aan de wethouder belast met de portefeuille
                        sociale zekerheid. Het is overigens niet toegestaan dat een lid van het
                        college beslist op een bezwaar tegen een besluit dat in primo door het
                        bestuursorgaan zelf is genomen. </al><al/><al>Onder b </al><al>Mandatering aan niet-ondergeschikten is in bepaalde gevallen eveneens
                        mogelijk. Voor sommige besluiten is bijzondere deskundigheid nodig die niet
                        binnen de gemeente aanwezig is. Ook kunnen in het kader van
                        intergemeentelijke samenwerking of uitbesteding van taken bevoegdheden
                        worden gemandateerd aan niet-ondergeschikten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ondertekening en ondertekeningsmandaat</titel></kop><al>De burger die met een besluit wordt geconfronteerd dat in mandaat is genomen
                        dient hierover te worden geïnformeerd, zo bepaalt artikel 10:10 van de Awb.
                        Deze informatieplicht vloeit voort uit het meer omvattende beginsel van de
                        rechtszekerheid. Het krachtens mandaat genomen besluit moet dan ook
                        vermelden <cursief>namens</cursief> welk bestuursorgaan het is genomen. In
                        artikel 3 van het Mandateringsbesluit staat beschreven hoe besluiten die in
                        (onder)mandaat zijn genomen moeten worden ondertekend. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Omvang mandaat</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Omdat mandaatverlening een vorm van opdracht is waarbij het oorspronkelijk
                        bevoegd bestuursorgaan verantwoordelijk blijft voor de uitoefening van de
                        gemandateerde bevoegdheid, is het van belang dat de gemandateerde
                        functionaris zich bij het gebruik van het mandaat beweegt binnen de grenzen
                        van de wet, overige hogere en/of gemeentelijke regelgeving en vastgesteld
                        beleid. Ook is de gemandateerde gebonden aan bestaande richtlijnen en
                        instructies. Met deze bepaling wordt nog eens nadrukkelijk onderstreept dat
                        mandaat een uitvoerend karakter heeft en slechts kan resulteren in gebonden
                        besluiten. </al><al/><al>Lid 2</al><al>Wet- en regelgeving wijzigen doorlopend. Om te voorkomen dat bij welke
                        wijziging in wetten of andere regelgeving het mandateringsbesluit niet
                        langer geldt en er geen gebruik kan worden gemaakt van het verleende
                        mandaat, is bepaald dat ingeval van wetswijzigingen het gewijzigd artikel
                        geldt tot het moment van aanpassing van het Mandateringsbesluit. Hiermee
                        wordt bereikt dat er steeds bevoegd in mandaat kan worden gehandeld en er
                        voldoende gelegenheid is om het mMndateringsbesluit te actualiseren. </al><al/><al>Lid 3 </al><al>Mandaat is beslissen én ondertekenen. In het verleden werd dikwijls een
                        onderscheid gemaakt tussen beslissingsmandaat en ondertekeningsmandaat.
                        Bekeken in het licht van artikel 10:1 Awb is het echter niet juist om bij
                        louter ondertekening namens een bestuursorgaan te spreken van mandaat.
                        Veeleer zou je hier moeten spreken van ambtelijke afdoening. Vertrekpunt is
                        dat degene die een besluit neemt dit besluit ook ondertekent. Een
                        bevoegdheid in mandaat uitoefenen houdt zowel beslissingsbevoegdheid als
                        ondertekeningsbevoegdheid in. </al><al>(N.B. De enige uitzondering hierop is als men de besluitvorming op zichzelf
                        bij het bevoegde bestuursorgaan wil laten, maar wil voorkomen dat
                        (bijvoorbeeld) burgemeester en secretaris stapels brieven moeten tekenen.
                        Dan kan het desbetreffende bestuursorgaan een algemene machtiging ter
                        ondertekening aan bepaalde medewerkers geven. Een en ander conform het
                        bepaalde in art. 10:11 Awb.)</al><al/><al>Een gemandateerde bevoegdheid omvat ook de daarbij behorende voorbereiding
                        en uitvoering, zoals het inwinnen van de nodige inlichtingen, het doen van
                        mededelingen over bestaand beleid, correspondentie over de uitvoering van
                        besluitvorming enz.</al><al/><al>Lid 4</al><al>In het Mandateringsbesluit worden grenzen gesteld aan de omvang van de
                        mandaatverlening, in die zin dat er situaties zijn waarin het mandaat niet
                        geldt en het besluit door het oorspronkelijk bevoegd bestuursorgaan wordt
                        genomen. Als regel wordt bijvoorbeeld gesteld dat besluiten geen afwijking
                        van het bestaande beleid tot gevolg mogen hebben. Of als er gebruik moeten
                        worden genaakt van de zogenoemde hardheidsclausule. Besluiten die afwijken
                        van het beleid, moeten aan het bestuur worden voorgelegd. Alvorens een van
                        het beleid afwijkend besluit wordt genomen, heeft het bestuur op deze wijze
                        de gelegenheid het onderliggende beleid nog eens te heroverwegen. Ook moet
                        een besluit aan het bevoegd bestuursorgaan worden voorgelegd als er geen
                        eensluidend ambtelijk advies is. Verder kunnen besluiten waarvoor geen
                        financiële dekking aanwezig is, niet in mandaat worden afgedaan.</al><al>De verantwoordelijkheid en de beslissing om in de artikel 2 beschreven
                        situaties niet van het gegeven mandaat gebruik te maken ligt bij de
                        gemandateerde functionaris. Bij twijfel kan worden overlegd met de
                        portefeuillehouder</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitgesloten van mandatering</titel></kop><al>Onder a</al><al>Op grond van het bepaalde in artikel 10:3, vijfde lid van de Awb mag degene
                        die krachtens mandaat een besluit heeft genomen waartegen een bezwaar zich
                        richt niet ook de beslissing op dit bezwaarschrift nemen. Gelet op de aard
                        van de bezwaarschriftprocedure, namelijk een bestuurlijke heroverweging van
                        het primair genomen besluit, is ervoor gekozen om de beslissing op bezwaar
                        niet te mandateren, doch deze besluitvorming voor te behouden aan het
                        oorspronkelijk bevoegd bestuursorgaan. Zoals eerder vermeld is het wel
                        mogelijk een bestuurlijk mandaat hiervoor te verlenen, zoals thans de
                        wethouder sociale zaken heeft voor beslissingen op bezwaarschriften op het
                        gebied van de sociale zekerheid. </al><al/><al>Onder b</al><al>Algemeen verbindend voorschriften zijn een vorm van regelgeving die externe
                        werking hebben (zij binden de burgers). Beleidsregels zijn regels waarmee
                        het bestuursorgaan aangeeft op welke wijze hij met de hem gegeven
                        bevoegdheid omgaat. Beleidsregels hebben weliswaar geen externe werking (zij
                        binden het bestuursorgaan zelf, niet de burgers), niettemin zijn zij
                        algemeen van aard en worden zij ervaren als een vorm van regelgeving. Het
                        opstellen van algemene regels, hetzij algemeen verbindend voorschriften,
                        hetzij beleidsregels, past niet bij de aard van mandaatverlening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Informatie over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden wordt
                        verstrekt op verzoek en waar nodig, maar kan ook structureel plaatsvinden,
                        b.v. in de vorm van de management- of bestuursrapportages. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Schakelbepaling volmachten en machtigingen</titel></kop><al>In artikel 10:12 van de Awb is bepaald dat alle bepalingen in de Awb die
                        betrekking hebben op mandaat (artikel 10:1 tot en met 10:11) van
                        overeenkomstige toepassing zijn indien een bestuursorgaan volmacht verleent
                        tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen of machtiging
                        verleent tot het verrichten van feitelijke handelingen. Bij het
                        toepassingsbereik van het Mandateringsbesluit is hierbij aangesloten. De
                        achtergrond hiervan is dat het ongewenst zou zijn indien de regeling van
                        mandaat, volmacht en machtiging binnen de gemeente verschillend zou zijn.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>Deze bepaling behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Mandaatbesluit gemeentelijke belasting</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Haarlem/i266114.pdf">Mandaatbesluit gemeentelijke belastingen</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Mandatenregister 2015</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Haarlem/i260351.pdf">mandatenregister</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>