<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR336386_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Leerlingenvervoer gemeente Eemnes 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-09-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Rotonde 19-6-2014, nr. 34216</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Leerlingenvervoer gemeente Eemnes 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP DE EXPERTISECENTRA">Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS">Wet op het primair onderwijs, art. 4 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2014/31</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening leerlingenvervoer gemeente Eemnes 2011, vastgesteld op 18 april 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Leerlingenvervoer gemeente Eemnes 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al>De raad van de gemeente Eemnes;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 8
                        april 2014</al><al/><al>gelet op de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de
                        expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs</al><al/><al> B E S L U I T De volgende Verordening leerlingenvervoer gemeente Eemnes
                        2014 vast te stellen </al><al/><al/><al> VERORDENING LEERLINGENVERVOER GEMEENTE EEMNES 2014</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1. Begripsomschrijving</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>- aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi,
                            taxibus, treintaxi of bustaxi;</al><al>- afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de
                            kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;</al><al>- begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de
                            leerling tijdens het vervoer te begeleiden;</al><al>- eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets;</al><al>- inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e,
                            van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in
                            artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;</al><al>- leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel;</al><al>- ondersteuningsplan:</al><al> 1°. voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in
                            artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair
                            onderwijs; of</al><al> 2°. voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in
                            artikel 17a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het voortgezet
                            onderwijs; </al><al>- openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus,
                            trein, metro, tram, veerdienst of auto;</al><al>- opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de
                            leerling gebruik kan maken van het vervoer;</al><al>- ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling;</al><al>- reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning
                            en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10
                            minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met
                            bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids
                            aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de
                            schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een
                            eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij
                            gebruikmaking van aangepast vervoer;</al><al/><al>- samenwerkingsverband:</al><al> 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in
                            artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair
                            onderwijs; of</al><al> 2°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in
                            artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet
                            onderwijs; </al><al>- school:</al><al> 1°.basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de
                            Wet op het primair onderwijs; 2°. school voor speciaal onderwijs of
                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                            onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of </al><al>3°. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het
                            voortgezet onderwijs;</al><al>- stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding;</al><al>- toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de
                            verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de
                            openbare school;</al><al>- vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen
                            de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in
                            aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de
                            schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige
                            leerling die aansluiting onmogelijk maakt;</al><al>- vervoersvoorziening:</al><al> 1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer
                            voor de leerling en zo nodig diens begeleider; </al><al>2°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet
                            verzorgen; of</al><al> 3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college
                            noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens
                            begeleider; </al><al>- woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk
                            verblijft.</al><al/><al>Artikel 2. De door het college noodzakelijk te achten
                            vervoersvoorziening</al><al>1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van
                            in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een
                            vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze
                            verordening.</al><al> 2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij
                            van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de
                            vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het
                            bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten
                            bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in
                            de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de
                            aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen.</al><al> 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de
                            verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun
                            kinderen.</al><al> 4. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de
                            vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling.</al><al/><al>Artikel 3. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke
                            school</al><al>1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de
                            woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling
                            toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school
                            voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met
                            het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.</al><al>2. Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van
                            een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een
                            andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat slechts aanspraak op
                            een vervoersvoorziening naar eerstgenoemde school als door de ouders
                            schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen
                            het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van
                            alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen,
                            die dichterbij de woning zijn gelegen.</al><al>3. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van een
                            vervoersvoorziening het ondersteuningsplan, zoals dat is vastgesteld
                            door het samenwerkingsverband na overleg met het college.</al><al/><al>Artikel 4. Toekenning vervoersvoorziening</al><al>Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de
                            wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling,
                            alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.</al><al/><al>Artikel 5. Aanvraagprocedure</al><al>1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door indiening
                            bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend
                            formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.</al><al>2. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk
                            is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te
                            verstrekken.</al><al>3. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                            van alle benodigde gegevens.</al><al>4. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten
                            hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk
                            in kennis.</al><al> 5. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:</al><al> a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de
                            ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór
                            de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van
                            aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk
                            aansluit bij de door de ouders verzochte datum. </al><al/><al>Artikel 6. Doorgeven van wijzigingen</al><al>1. De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op
                            de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van
                            wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college.</al><al> 2. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de
                            toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het
                            college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.</al><al> 3. Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en
                            het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt,
                            waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt,
                            vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het
                            college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college
                            deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders.</al><al> 4. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden
                            teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw
                            verstrekte vervoersvoorziening.</al><al/><al>Artikel 7. Peildatum leeftijd leerling</al><al>Voor het toekennen van een vervoersvoorziening op basis van artikel 11
                            is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar
                            waarop de voorziening betrekking heeft.</al><al/><al>Artikel 8. Andere vergoedingen</al><al>De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling
                            betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering
                            gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor
                            primair onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 9. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van
                            scholen voor primair onderwijs</al><al>1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school:</al><al> a. een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld
                            in de Wet op het primair onderwijs; of b. een school voor speciaal
                            onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs
                            als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. </al><al>2. Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen voor
                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die voortgezet onderwijs
                            volgen.</al><al>3. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een
                            vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning dan wel
                            de opstapplaats en:</al><al> a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school
                            voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool
                            waarvan de leerling afkomstig is, of b. een andere speciale school voor
                            basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, indien het
                            vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou
                            brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs,
                            bedoeld onder a. </al><al>4. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                            leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen die voor
                            de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.</al><al/><al>Artikel 10. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer
                            per fiets</al><al> Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school
                            zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten
                            van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de
                            dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan vier km
                            bedraagt. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het
                            eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet
                            onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets,
                            verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van
                            het vervoer per fiets. </al><al/><al>Artikel 11. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer
                            per fiets ten behoeve van een begeleider</al><al>1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school
                            zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten
                            van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een
                            begeleider indien:</al><al> a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 10 en de
                            leerling jonger dan negen jaar is, en door de ouders ten behoeve van het
                            college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is
                            zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken, of b.
                            de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke of
                            zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de
                            fiets gebruik kan maken. </al><al>2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen
                            slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor
                            bekostiging in aanmerking.</al><al/><al>Artikel 12. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer</al><al>1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van
                            aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals
                            bedoeld onder artikel 9 bezoekt, indien:</al><al> a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of
                            11 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of
                            terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast
                            vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan
                            worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld
                            in de artikelen 10 of 11 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de
                            leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding
                            gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op
                            bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 en door de ouders ten behoeve
                            van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de
                            leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige
                            benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet
                            mogelijk is; of d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet
                            op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke
                            handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaar
                            vervoer gebruik te maken. </al><al>2. Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het
                            college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn
                            aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.</al><al/><al>Artikel 13. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</al><al>1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college
                            de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren
                            of te laten vervoeren.</al><al>2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf
                            vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><al> a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien
                            aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het
                            openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; of b. een
                            bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van
                            de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op een
                            voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in
                            het vierde lid. </al><al>3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling
                            tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis
                            van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling
                            binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al><al>4. Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                            ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen
                            bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt
                            door het college geen bekostiging verstrekt.</al><al>5. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college
                            desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan
                            maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een
                            bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van
                            de Reisregeling binnenland.</al><al/><al>Artikel 14. Drempelbedrag</al><al>1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
                            een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het
                            primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan
                            € 24.300,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van
                            het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de
                            in artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.</al><al>2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
                            het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van
                            een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school
                            voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen
                            bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in
                            artikel 10 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer
                            bedraagt dan € 24.300,-.</al><al>3. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid,
                            betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de
                            OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende
                            OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand
                            redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van
                            openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van
                            de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling
                            binnen het systeem kunnen gelden.</al><al>4. Het bedrag van € 24.300,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt
                            met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die
                            het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
                            ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond
                            op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van
                            het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,-.</al><al>5. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun
                            structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op
                            ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een
                            zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen
                            maken.</al><al> Artikel 15. Financiële draagkracht</al><al>1. Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                            toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in de Wet op het
                            primair onderwijs) meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde
                            bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de
                            ouders afhankelijk bedrag.</al><al>2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
                            het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de
                            woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs
                            meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële
                            draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de
                            kosten van het vervoer.</al><al>3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage
                            als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn
                            afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders.</al><al>Zij bedragen: </al><al/><al/><al>Inkomen in euro’s</al><al/><al>Eigen bijdragen in euro’s</al><al/><al>0-32.500 </al><al/><al>Nihil</al><al/><al>32.500-39.500 </al><al/><al>135</al><al/><al>39.500-45.500 </al><al/><al>570</al><al/><al>45.500-51.500 </al><al/><al>1060</al><al/><al>51.500-58.500 </al><al/><al>1545</al><al/><al>58.500-65.000 </al><al/><al>2040</al><al/><al>65.000 en verder </al><al/><al>Voor elke extra € 5.000: € 500 erbij</al><al/><al/><al>4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van
                            1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer
                            van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten
                            opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig
                            afgerond op een veelvoud van € 500,-.</al><al>5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden
                            met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die
                            het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het
                            onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari
                            van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van €
                            5,-.</al><al>6. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun
                            structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op
                            ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een
                            zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen
                            maken.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor
                            voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 16. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van
                            scholen voor voortgezet onderwijs</al><al>1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school:</al><al> a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het
                            voortgezet onderwijs; of b. een school voor speciaal en voortgezet
                            speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als
                            bedoeld in de Wet op de expertisecentra. </al><al>2. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                            leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen die voor
                            de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.</al><al/><al>Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met
                            begeleiding en vervoer per fiets </al><al>1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school
                            zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt bekostiging op basis van de
                            kosten van het openbaar vervoer van de leerling en een begeleider,
                            indien de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke of
                            zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de
                            fiets gebruik kan maken.</al><al>2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen
                            slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor
                            bekostiging in aanmerking.</al><al>3. In afwijking van de bekostiging op basis van de kosten van het
                            openbaar vervoer, zoals bedoeld in het eerste lid, verstrekt het college
                            de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets,
                            indien de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding
                            gebruik kan maken van het vervoer per fiets.</al><al/><al>Artikel 18. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer</al><al>1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van
                            aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals
                            bedoeld onder artikel 16 bezoekt, indien:</al><al> a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en de
                            leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug,
                            meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer
                            tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden
                            teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in
                            artikel 17 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het
                            oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het
                            vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in
                            artikel 17 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam
                            wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen
                            onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden
                            en een andere oplossing niet mogelijk is; of d. de leerling, naar het
                            oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke,
                            verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet
                            onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken. </al><al>2. Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het
                            college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn
                            aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste vervoer.</al><al/><al>Artikel 19. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</al><al>1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college
                            de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren
                            of te laten vervoeren.</al><al>2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf
                            vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><al> a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien
                            aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het
                            openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; b. een
                            bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van
                            de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op een
                            voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in
                            het vierde lid. </al><al>3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling
                            tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis
                            van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling
                            binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al><al>4. Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                            ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen
                            bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt
                            door het college geen bekostiging verstrekt.</al><al>5. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college
                            desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan
                            maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een
                            bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van
                            de Reisregeling binnenland.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 20. Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde en de
                            vakantie aan in de gemeente wonende ouders</al><al>Met inachtneming van artikel 3 kent het college desgewenst een
                            vervoersvoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer toe aan de in
                            de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het
                            volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een
                            internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze
                            paragraaf.</al><al/><al>Artikel 21. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie</al><al>1. Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het
                            weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde
                            gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling
                            verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de
                            weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde
                            schoolvakanties.</al><al>2. Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het
                            vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van
                            twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin
                            waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor
                            zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de
                            leerling bezoekt.</al><al>3. Paragraaf 2 en 3 van deze verordening zijn van overeenkomstige
                            toepassing, met uitzondering van artikel 12, eerste lid, aanhef en onder
                            a, en artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 22. Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                            voorziet</al><al>In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin
                            deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al><al/><al>Artikel 23. Afwijken van bepalingen</al><al>Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs
                            aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze
                            verordening, zonodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.</al><al/><al>Artikel 24. Intrekking oude regeling</al><al>De Verordening leerlingenvervoer gemeente Eemnes 2011 wordt
                            ingetrokken.</al><al/><al>Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel</al><al>1. Deze verordening treedt in werking op 1 september 2014.</al><al>2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer
                            gemeente Eemnes 2014.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 mei 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.A. de Bruijn R. van Benthem RA</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>