<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR336194_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de raad van de gemeente Oss 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oss</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-07-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oss</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oss Actueel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de raad van de gemeente Oss 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-07-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de raad van de gemeente Oss 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt
                                    om daarin direct te worden opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>motie: een korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, opdracht, wens of verzoek wordt
                                    uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: een door een lid van de raad ingediend
                                    voorstel voor een verordening of ander voorstel.</al></li><li nr="g."><al>interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de
                                    burgemeester op grond van artikel 155, lid 2 van de Gemeentewet
                                    over een onderwerp dat niet op de raadsagenda staat;</al></li><li nr="h."><al>interruptie: een korte onderbreking van een aan het woord zijnde
                                    spreker voor het leveren van een kort commentaar of het stellen
                                    van een korte vraag;</al></li><li nr="i."><al>vergadering: vergadering van de raad;</al></li><li nr="j."><al>raadsgriffier: de griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="k."><al>burgerlid: een lid van een raadscommissie, niet zijnde een
                                    raadslid;</al></li><li nr="l."><al>Podiumbijeenkomst: bijeenkomst met als doel informatieoverdracht
                                    en informatie-uitwisseling tussen raadsleden, burgerleden,
                                    college, ambtenaren, burgers, instellingen en/of organisaties
                                    over een specifiek thema.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde in de raadsvergadering;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde van de raad;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                    opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De raadsgriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsgriffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de raadsgriffier
                                vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend
                                raadsgriffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsgriffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De gemeentesecretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de
                            vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de
                            beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Fractievoorzittersoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter van de raad
                                en de fractievoorzitters. De raadsgriffier is in elke vergadering
                                van het fractievoorzittersoverleg aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad of diens vervanger is voorzitter van het
                                fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadsgriffier draagt zorg voor de verslaglegging van het
                                fractievoorzittersoverleg en de verspreiding daarvan onder de
                                leden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn niet
                                openbaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg vinden tenminste
                                vier maal per jaar plaats.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het fractievoorzittersoverleg wordt bijeengeroepen op verzoek van de
                                voorzitter of van een of meer fractievoorzitters of van de
                                raadsgriffier.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In het fractievoorzittersoverleg wordt overlegd over algemene
                                aspecten van het functioneren van de raad, de raadscommissies, de
                                raadsgriffie en de voorzitter van de raad.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen derden uit te nodigen voor het
                                fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter kan zich bij zijn afwezigheid laten vervangen
                                door een raadslid dan wel burgerlid van zijn fractie en maakt dat
                                bij de raadsgriffier bekend.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter heeft één stem in het
                                fractievoorzittersoverleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een Agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad als
                                voorzitter en de voorzitters van de raadscommissies alsmede een
                                vaste vertegenwoordiger van de fracties, zijnde een raadslid, die
                                daarmee nog niet vertegenwoordigd zijn. De raadsgriffier of diens
                                plaatsvervanger is in elke vergadering van de Agendacommissie
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de Agendacommissie kunnen zich bij afwezigheid laten
                                vervangen door een raadslid of burgerlid van hun fractie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Agendacommissie stelt de vergaderfrequentie van de raad, de
                                raadscommissies en de Podiumbijeenkomsten vast. De Agendacommissie
                                stelt de concept-agenda’s van de raad, raadscommissies en
                                Podiumbijeenkomsten vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Agendacommissie stelt vast of een adviesstuk voor de
                                Adviescommissie een A-stuk of B-stuk is. De Agendacommissie stelt
                                tevens vast of een ingekomen stuk voor de Adviescommissie een A-
                                stuk of B-stuk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Agendacommissie kan voorstellen portefeuillehouders, de
                                gemeentesecretaris alsmede raads- en/of burgerleden alsook
                                griffiemedewerkers, anders dan genoemd in lid 2 van dit artikel,
                                voor de vergadering uit te nodigen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Elke fractie heeft één stem in de vergadering van de
                                Agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vergaderingen van de Agendacommissie zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De Agendacommissie kan een voorstel tot toepassing van spreektijd
                                doen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De Agendacommissie toetst voorstellen op raadsrijpheid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende
                                stukken van nieuw benoemde leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van geloofsbrieven verslag uit
                                aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het
                                verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling
                                na de verkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie
                                is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Raadsfractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zittingsperiode van de raad als één raadsfractie beschouwd. Is
                                onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid
                                als een afzonderlijke raadsfractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de raadsfractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze raadsfractie in de raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de raadsfractie en als
                                diens plaatsvervanger optreden, worden zo spoedig mogelijk
                                doorgegeven aan de raadsgriffier en de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien één of meer leden van de raadsfractie als zelfstandige
                                raadsfractie gaan optreden, twee of meer raadsfracties als één
                                raadsfractie gaan optreden, één of meer leden van een raadsfractie
                                zich aansluiten bij een andere raadsfractie of een raadsfractie een
                                andere naam gaat voeren, doet de betreffende raadsfractie hiervan zo
                                spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met de in het vorige lid beschreven veranderde situatie wordt
                                rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de
                                raad, na mededeling daarvan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op een
                                    donderdagavond en vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in
                                    het gemeentehuis. De Agendacommissie stelt het vergaderschema
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of
                                    aanvangsuur bepalen en/of een andere vergaderplaats aanwijzen.
                                    Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg in de Agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorzitter tijdens een reguliere vergadering besluit
                                    de vergadering op een ander tijdstip voort te zetten, roept hij
                                    de raadsleden hiertoe in de vergadering op. Hij geeft per direct
                                    aan wat de voorlopige agenda van deze vergadering is. Deze
                                    oproeping met de bijbehorende voorlopige agenda wordt binnen 24
                                    uur bevestigd en openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vervolgvergadering uit het voorgaande lid vindt plaats binnen
                                    6 werkdagen na de reguliere vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een vervolgvergadering is paragraaf 1 van dit hoofdstuk met
                                    uitzondering van de artikelen 10, lid 1 en 2, 11, lid 1 en 13,
                                    lid 1 van toepassing. Paragraaf 2 van dit hoofdstuk is met
                                    uitzondering van artikel 18 van toepassing. Hoofdstuk 4 is met
                                    uitzondering van artikel 40 van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een vergadering
                                    de leden een elektronische oproep onder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    elektronische oproep beschikbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 11, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
                                    aanvang van de vergadering aan de leden van de raad kenbaar
                                    gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de Agendacommissie na het verzenden
                                    van de elektronische oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang
                                    van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. De
                                    aanvullende agenda wordt aan de leden kenbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid of de voorzitter kan de raad bij de
                                    vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen
                                    of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een raadscommissie of aan het college nadere inlichtingen
                                    of advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raad de volgorde
                                    van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De wethouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouders zijn standaard uitgenodigd om in de vergadering
                                    aanwezig te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een wethouder kan op verzoek van de raad aan de beraadslagingen
                                    deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met de digitale oproep
                                    via de website van de gemeente beschikbaar gesteld. De
                                    voorzitter maakt van de ter beschikkingstelling melding in de
                                    openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 14. Indien na de
                                    oproep stukken ter beschikking worden gesteld wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een
                                    openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op een andere, elektronische wijze aan een ieder ter beschikking
                                    worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 25, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, bij de raadsgriffier en
                                    verleent de raadsgriffier de leden van de raad inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in het gemeentelijk
                                    informatieblad of op de voor afkondigingen in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze en digitaal door plaatsing op de
                                    gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 18 van dit reglement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken
                                    op de website van de gemeente geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad een
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de raadsgriffier ter ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de raadsgriffier hebben
                                    een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met de
                                    fracties en de raadsgriffier bij aanvang van iedere nieuwe
                                    zittingsperiode van de raad aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg met de fracties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering
                                    zijn uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na de opening van de vergadering kunnen ingezetenen of
                                        belanghebbenden het woord voeren over geagendeerde
                                        onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden:</al><lijst><li nr="i."><al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft
                                                opengestaan;</al></li></lijst></li></lijst><al>ii. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                personen;</al><al>iii. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al><al>iv. indien reeds over hetzelfde onderwerp het woord is gevoerd in de
                                betreffende raadscommissie;</al><al>v.het voorgaande (sub iv) geldt niet indien er sprake is van nieuwe
                                feiten. Of werkelijk sprake is van nieuwe feiten wordt besloten door
                                de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.</al><al>vi. over ingekomen stukken. </al><lijst><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                        tenminste vijf minuten voor de vergadering aan de griffier.
                                        Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, het telefoonnummer en
                                        het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                        voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in
                                        belang is van de orde van de vergadering.</al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                        voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                        maximale lengte van de spreektijd.</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                        heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de raad
                                        toestaan een korte verhelderende vraag te stellen. Er vindt
                                        geen discussie plaats tussen een inspreker en de leden van
                                        de raad. De voorzitter of een lid van de raad doet een
                                        voorstel voor de behandeling van de inbreng van de
                                        burger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mede bij welk aanwezig lid van de raad de hoofdelijke
                                stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer
                                (stemcijfer) van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde
                                lid begint de hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verslag en Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt op een beeld- en/of geluidsdrager
                                    geregistreerd. Daarnaast wordt een besluitenlijst van de
                                    vergadering opgesteld. Beeld- en/of geluidsopname en de
                                    besluitenlijst zijn, behoudens het bepaalde in hoofdstuk 7 van
                                    dit reglement, openbaar. De beeld- en/of geluidsopname van
                                    openbare vergaderingen is via de gemeentelijke website te zien
                                    en/of beluisteren. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk
                                    na de vergadering openbaar gemaakt door plaatsing in het
                                    gemeentelijk informatieblad en door plaatsing op de
                                    gemeentelijke website.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beeld- en/of geluidsopname wordt gemaakt onder de
                                    verantwoordelijkheid van de raadsgriffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het opstellen van de besluitenlijst geschiedt onder de
                                    verantwoordelijkheid van de raadsgriffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluitenlijst bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een vermelding van de raadsbesluiten, inclusief
                                            ingediende moties, amendementen, subamendementen,
                                            initiatiefvoorstellen, burgerinitiatieven en de naar de
                                            raadscommissie doorverwezen ingekomen stukken;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij
                                            het uitbrengen van hun stem hebben vergist;</al></li><li nr="c."><al>bij het desbetreffende agendapunt een weergave van de
                                            stemverklaringen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt door de voorzitter en de raadsgriffier
                                    ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Ingekomen stukken; mededelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. De
                                    lijst wordt digitaal aan de leden van de raad ter beschikking
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de raadsvergadering vindt geen inhoudelijke discussie plaats
                                    over de ingekomen stukken, met uitzondering van schriftelijke
                                    vragen als bedoeld in artikel 41 van dit reglement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De lijst van ingekomen stukken bevat per ingekomen stuk een
                                    voorstel voor de wijze van afhandeling. Er wordt een indeling
                                    gemaakt naar de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="a."><al>voor kennisgeving aannemen;</al></li><li nr="b."><al>beantwoording van schriftelijke vragen ex artikel 41 van
                                            dit reglement;</al></li><li nr="c."><al>ter afdoening doorgeleiden naar het college;</al></li><li nr="d."><al>ter afdoening doorgeleiden naar de raadsgriffier;</al></li><li nr="e."><al>ter afdoening doorgeleiden naar de Commissie
                                            Bezwaarschriften/Gemeentelijke Ombudscommissie;</al></li><li nr="f."><al>interpellatieverzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van de raadsgriffier de wijze van
                                    afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                            initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                            amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan op voorstel van de Agendacommissie een
                                    voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige
                                    aanwezigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over
                                    spreektijden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn eerste termijn niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de spreker een portefeuillehouder betreft;</al></li><li nr="b."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn tweede termijn niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden
                                    de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                    beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouder, de
                                    gemeentesecretaris, de raadsgriffier en de voorzitter deelnemen
                                    aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                    wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien
                                    stemming wordt verlangd, vindt deze plaats bij handopsteken,
                                    tenzij de voorzitter of een van de leden hoofdelijke stemming
                                    verlangt. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de
                                    voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het
                                    voorstel is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt
                                    gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsgriffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem
                                    uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                    overeenkomstig artikel 19 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de
                                    oproeping naar volgorde van de presentielijst. De voorzitter
                                    houdt het aantal stemmen voor en tegen bij.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet op grond van artikel 28 Gemeentewet van deelneming
                                    aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te
                                    brengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    heeft gestemd. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien in het kader van de bespreking van een voorstel een motie
                                    is ingediend, wordt als eerste over de motie gestemd en
                                    vervolgens over het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien in het kader van de bespreking van een aanhangig voorstel
                                    behalve één of meer amendementen één of meer moties zijn
                                    ingediend, wordt als eerste over de moties gestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><al>1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet
                                plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.</al><lijst><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond
                                        van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht
                                        een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen
                                        identiek te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                        benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                        voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                        worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                                        het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
                                        Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes
                                        vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe
                                        stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld
                                        in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te
                                        hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje
                                        hebben ingeleverd.</al></li><li nr="6."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
                                        beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>Onder de zorg van de raadsgriffier worden de stembriefjes
                                        onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    over voorstellen die ter bespreking zijn geagendeerd
                                    schriftelijk bij de voorzitter amendementen indienen. Een
                                    amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel
                                    in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke
                                    besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden
                                    over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die
                                    de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                                    zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                    amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                    stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling
                                    genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het</al></li></lijst><al>eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een
                            mondelinge indiening kan worden volstaan.</al><al>4.Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk,
                            totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk, totdat de
                                besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Voorstellen van de orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het initiatiefvoorstel op de agenda van de
                                eerstvolgende vergadering, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden
                                is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van het initiatiefvoorstel vindt plaats in twee
                                termijnen, nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en
                                onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel
                                met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander
                                geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld, het
                                initiatiefvoorstel eerst dient te worden behandeld in een
                                raadscommissie of voor advies naar het college dient te worden
                                gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering
                                het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een initiatiefvoorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking door de indiener(s) van het initiatiefvoorstel is
                                mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel inhoudende het ontslag van een
                                wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing.
                                Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de
                                agenda toegevoegd worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor nader advies aan het college moet worden
                                teruggezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel
                                opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><al>1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                            naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48
                            uur voor de aanvang van de</al><al>vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat
                            een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                            worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al><lijst><li nr="2."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                                    mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de
                                    wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de
                                    eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het
                                    verzoek in stemming gebracht. Indien het verzoek is gehonoreerd,
                                    bepaalt de raad op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                    interpellatie zal worden gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord. De
                                    overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet
                                    meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof</al></li></lijst><al>geeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tijdens de raadsvergadering is er een openbaar vragenhalfuur. De
                                voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen aan college
                                of burgemeester wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het
                                onderwerp en de vragen tenminste 24 uur voor aanvang van het
                                vragenhalfuur aan de voorzitter. De voorzitter kan voorstellen een
                                onderwerp tijdens het vragenhalfuur niet aan de orde te stellen
                                indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven
                                of indien het onderwerp in de raadsvergadering diezelfde dag aan de
                                orde komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin de aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                overige leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                    vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen
                                    worden in principe schriftelijk beantwoord tenzij aan wordt
                                    gegeven dat mondelinge beantwoording wordt verlangd.</al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de raadsgriffier ingediend. Deze draagt er
                                    zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                                    overige leden van de raad en het college of de burgemeester
                                    worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                    ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn
                                    binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de</al></li></lijst><al>eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze
                            termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het
                            college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in
                            kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording
                            zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al><lijst><li nr="4."><al>De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het
                                    college of de burgemeester aan de vragensteller en de
                                    raadsgriffier medegedeeld.</al></li><li nr="5."><al>De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
                                    bedoeld in artikel 21 aan de leden van de raad toegezonden.</al></li><li nr="6."><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording
                                    in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen omtrent
                                    het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord,
                                    tenzij de raad anders beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van
                                de raadsgriffier schriftelijk ingediend bij het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadsgriffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de
                                raad een afschrift van dit verzoek krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad, op voorstel van de Agendacommissie,
                            vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een</al><al>eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op
                            voorstel van de Agendacommissie, vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><al>1.Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                            gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
                            het algemeen bestuur van een openbaar lichaam</al><al>of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over
                            zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de
                            raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen
                            naar de desbetreffende raadscommissie.</al><al>2.Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                            lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                            schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 41, zijn van</al><al>overeenkomstige toepassing.</al><al>3.Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid
                            ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als
                            zodanig, besluit de raad over het</al><al>toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen,
                            vastgesteld in artikel 42, zijn van overeenkomstige toepassing.</al><al>4.Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                            of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beeld- en/of geluidsopname van een besloten vergadering is
                                uitsluitend voor de leden bij de raadsgriffier terug te luisteren.
                                De besluitenlijst ligt uitsluitend voor de leden bij de
                                raadsgriffier ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de eerstvolgende besloten vergadering van de raad neemt de raad
                                een beslissing over het al dan niet openbaar maken van deze beeld-
                                en/of geluidsopname en van de besluitenlijst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>1.Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde</al><al>geheimhouding zal gelden. </al><lijst><li nr="2."><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder
                                    die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op
                                    andere wijze kennis heeft van de stukken.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken gedragen zich naar de aanwijzingen
                            van de voorzitter of van de raadsgriffier. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Verbod gebruik mobiele apparatuur</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, kan de
                            voorzitter tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by
                            houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen verbieden
                            indien die apparatuur inbreuk maakt op de orde van de vergadering. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van orde voor de raad van
                            de gemeente Oss 2014”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Reglement van orde voor de raad van de gemeente Oss 2011,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 3 januari 2011, wordt
                                    ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Dit Reglement treedt in werking op ..</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Toelichting op het modelreglement van orde voor de vergaderingen en andere
                    werkzaamheden van de VNG en de uitwerking voor de gemeenteraad van Oss.
                        <vet>Algemene toelichting</vet> Naar aanleiding van de afspraken over de
                    nieuwe wijze van vergaderen is het reglement in overeenstemming gebracht met het
                    nieuwe vergaderstelsel en de huidige werkwijze in Oss. </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen Onder 'aanhangig' in sub b. en c. wordt
                        verstaan aan de orde/in behandeling zijnde. De omschrijving van de termen
                        initiatiefvoorstel en amendement luiden hetzelfde als in de artikelen 147a
                        en 147b van de Gemeentewet. De Podiumbijeenkomst is gedefinieerd. De
                        Podiumbijeenkomst is de eerste fase in het besluitvormingstraject in de
                        vergaderstructuur van de raad. </al><al>Artikel 2 De voorzitter De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel
                        125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven
                        dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald
                        dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij
                        verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even
                        lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het
                        raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de
                        mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft
                        het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan
                        de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor
                        de handhaving van de orde in de vergadering. </al><al>Artikel 3 De raadsgriffier De raad is verplicht een griffier te benoemen
                        (artikel 100 van de Gemeentewet). De raadsgriffier is in eerste instantie
                        verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke
                        vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de
                        vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede
                        lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de
                        Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen
                        met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.
                        Rechtspositionele bepalingen omtrent de beëdiging, woonplaats etc. zijn niet
                        in dit reglement opgenomen, aangezien dat beter geregeld kan worden in de
                        ambtsinstructie voor de raadsgriffier, die de raad vaststelt. In de
                        instructie voor de griffier zijn de taken van de raadsgriffier uitgewerkt.
                        De werkgeverscommissie dient te bestaan uit raadsleden. Dat kan niet het
                        fractievoorzittersoverleg zijn. Daar heeft de voorzitter van de raad
                        namelijk ook zitting in. Artikel 4 De gemeentesecretaris De
                        gemeentesecretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van
                        het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van
                        die twee taken kan het tevens wenselijk zijn dat de gemeentesecretaris
                        deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De gemeentesecretaris wordt
                        echter benoemd en ontslagen door het college. Dit houdt in dat de raad de
                        gemeentesecretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te zijn. De raad
                        zal het college moeten verzoeken of het college de gemeentesecretaris
                        opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel
                        te nemen. Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en
                        informatie, die de gemeentesecretaris bezit of kan de gemeentesecretaris
                        bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de
                        ambtelijke organisatie.</al><al>Artikel 5 Fractievoorzittersoverleg</al><al>Oss kent geen presidium, maar een fractievoorzittersoverleg. Het
                        fractievoorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter van de raad,
                        fractievoorzitters en de raadsgriffier. Vervanging van voorzitter en
                        raadsgriffier geschiedt door plaatsvervangend voorzitter, respectievelijk
                        (plaatsvervangend) raadsgriffier. Vervanging van een fractievoorzitter
                        geschiedt door een raadslid dan wel burgerlid van zijn fractie. </al><al>De vergaderfrequentie is circa 4 keer per jaar of zoveel vaker of zoveel
                        minder als nodig is. Het overleg is niet openbaar.</al><al>De belangrijkste taken zijn:</al><lijst><li nr="–"><al>Bespreken van huishoudelijke/procedurele zaken van de raad die geen
                                openbare behandeling behoeven. </al></li><li nr="–"><al>Kunnen kennisnemen en bespreken van het werkplan raadsgriffie,
                                jaarverslag raadsgriffie e.d.</al></li><li nr="–"><al>Evalueren van raads- en raadscommissievergaderingen.</al></li><li nr="–"><al>Maken van werkafspraken (verlenen van opdrachten, stellen van
                                prioriteiten, verlenen van mandaten e.d.) tussen raad en
                                raadsgriffier.</al></li><li nr="–"><al>Maken van werkafspraken (verlenen van mandaten) tussen raad en
                                raadscommissie.</al></li><li nr="–"><al>Maken van werkafspraken tussen raad en voorzitter van de raad.</al></li><li nr="–"><al>Maken van werkafspraken tussen raad en college. </al></li><li nr="–"><al>Op verzoek van de raadsgriffier voorstellen vanuit de raadsgriffie
                                bespreken alvorens deze naar de raadscommissie Sociaal Bestuurlijk
                                worden verzonden om bij de vertegenwoordigers vanuit de raad eerst
                                te kunnen peilen welke mening zij op hoofdlijnen over die
                                voorstellen hebben.</al></li><li nr="–"><al>Op verzoek van college (leden) geïnformeerd worden over zaken die
                                vooralsnog vertrouwelijk zijn.</al></li></lijst><al>Het fractievoorzittersoverleg dient volgens de VNG voor wat betreft
                        inhoudelijke aspecten een ondergeschikte rol aan de raad. Er dient geen
                        nieuw bestuursorgaan binnen de raad te worden gecreëerd. Dat zou niet
                        stroken met de Grondwet. </al><al>Artikel 6 De Agendacommissie</al><al>De Agendacommissie vervult een procedurele rol bij de voorbereiding van de
                        raads-, raadscommissievergaderingen en Podiumbijeenkomsten. Het instellen
                        van een Agendacommissie is overigens niet verplicht, maar verdient wel
                        aanbeveling, aangezien zij een waardevolle bijdrage kan leveren aan de
                        dualisering van verhoudingen tussen raad en college. </al><al>De Agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad, alle voorzitters
                        van de raadscommissies aangevuld met afgevaardigden, zijnde raadsleden, van
                        de fracties die dan nog niet vertegenwoordigd zijn. De leden van de
                        Agendacommissie kunnen zich bij afwezigheid laten vervangen door een
                        raadslid of burgerlid van hun fractie. Elke fractie heeft één stem in de
                        vergadering van de Agendacommissie. De vergaderingen zijn openbaar. De
                        raadsgriffier is bij elke vergadering van de Agendacommissie aanwezig
                        hetgeen efficiënt en effectief werkt mede vanwege diens procedurele en
                        faciliterende verantwoordelijkheid. De aanwezigheid van derden, zoals
                        portefeuillehouders, de gemeentesecretaris, raads- en/of burgerleden of
                        raadsgriffiemedewerkers kan gewenst zijn. </al><al>De Agendacommissie is belast met de volgende taken:</al><lijst><li nr="–"><al>vaststellen van de vergaderfrequentie van de raad, de
                                raadscommissies en de Podiumbijeenkomsten;</al></li><li nr="–"><al>vaststellen van de planning van raads-, raadscommissievergaderingen
                                en Podiumbijeenkomsten;</al></li><li nr="–"><al>vaststellen van de wijze van agendering van vergaderstukken als
                                A-stuk of B-stuk, Zie voor verdere uitleg over A- en B-stukken het
                                Reglement van orde voor de raadscommissies;</al></li><li nr="–"><al>voorstellen doen met betrekking tot toepassing van
                                spreektijden;</al></li><li nr="–"><al>voorlopige vaststelling van de raadsagenda en de,
                                raadscommissieagenda;</al></li><li nr="–"><al>bepalen van de inhoud van de Podiumbijeenkomsten;</al></li><li nr="–"><al>uitnodigen van één of meer derden om in de raadsvergadering aanwezig
                                te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen;</al></li><li nr="–"><al>toetsing van de raadsrijpheid van voorstellen aan de hand van de
                                volgende punten:</al></li><li nr="·"><al>Het advies is duidelijk, kernachtig en puntsgewijs vermeld;</al></li><li nr="·"><al>De aanleiding voor dit advies is helder;</al></li><li nr="·"><al>Het beoogde effect is concreet verwoord;</al></li><li nr="·"><al>Argumenten zijn duidelijk weergegeven;</al></li><li nr="·"><al>Kanttekeningen bij het advies zijn duidelijk weergegeven;</al></li><li nr="·"><al>Er is stil gestaan bij de volgende randvoorwaarden: Financiën,
                                Communicatie, Uitvoering en Overleg; </al></li><li nr="·"><al>Achtergrondinformatie is in de bijlage(n) te raadplegen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</titel></kop><al>Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging Met de geloofsbrief geeft de
                        voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn
                        benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij
                        ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk
                        aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2 Kieswet). Tegelijk met de
                        mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken
                        overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van
                        de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een
                        ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een
                        opgave van nevenfuncties, een uittrekstel uit de GBA met zijn woonplaats,
                        geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit
                        blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, lid 2 Gemeentewet
                        (artikel V3 Kieswet). Het verslag van onderzoek van de geloofsbrieven moet
                        in een openbare vergadering worden gedaan. Bij het onderzoek zal ook de
                        gedragscode (artikel 15, derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze
                        code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane
                        nevenfuncties en belangenverstrengeling. De commissie welke de
                        geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als
                        schriftelijk. De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en
                        niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde
                        geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal
                        stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het onderzoek van het proces verbaal
                        (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de
                        uitslag) gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling
                        na de verkiezingen. </al><al>Het onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van
                        de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. Ingevolge artikel V4 van
                        de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er
                        een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij
                        de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen
                        de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling
                        de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor
                        oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en
                        belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het
                        betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en
                        belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet
                        afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. De mogelijkheid
                        van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot toelating als lid
                        van de raad is vervallen door inwerkingtreding van de Wet dualisering
                        gemeentebestuur in 2002. Het zesde lid geeft invulling aan een leemte in de
                        Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het onderzoek geloofsbrieven van
                        raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger
                        is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan
                        welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk
                        moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn
                        grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap
                        (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor
                        het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de
                        geloofsbrieven in te stellen. Vandaar dat er een zesde lid aan dit artikel
                        is toegevoegd. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van
                        buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incompatibiliteiten en
                        nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat
                        benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven
                        van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, lid 2 Gemeentewet). In het
                        geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het
                        verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te
                        benoemen. De beoogde wethouder mag immers niet meestemmen over zijn eigen
                        benoeming. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is wel een risico. Het kan
                        immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat
                        de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd. </al><al>Artikel 8 Raadsfracties In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan
                        aan een regeling van wat onder een raadsfractie moet worden verstaan. De
                        Kieswet en de Gemeentewet kennen een dergelijk begrip niet maar de
                        Gemeentewet gaat onder andere in artikel 33, tweede lid (recht op
                        fractie-ondersteuning), wel uit van het bestaan van in de raad
                        vertegenwoordigde groeperingen. In veel gemeenten bestaan regelingen ten
                        aanzien van vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties,
                        fractie-assistentie, etc. In deze nadere regelingen kan worden aangesloten
                        bij het in dit reglement opgenomen fractiebegrip. Bij de aanvang van de
                        eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op
                        dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie
                        gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de
                        kandidatenlijst heeft staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie
                        in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het
                        kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de
                        kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de
                        eerste vergadering de aanduiding mee. In de loop van een zittingsperiode kan
                        het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het beëindigen van de zitting in
                        de raad kan verschillende oorzaken hebben. Raadsleden kunnen ongeneeslijk
                        ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor
                        het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk
                        geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats.
                        Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is
                        ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een
                        fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich
                        aansluiten bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is
                        dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen (een
                        kandidaat wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd). De Kieswet
                        gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een
                        partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de
                        mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig
                        verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen.
                        Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de
                        raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en
                        splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen
                        besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is
                        voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering
                        nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe
                        situatie. Gevolg van een fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe
                        fractie is ook dat de fractievoorzitter van de nieuwe fractie lid wordt van
                        het fractievoorzittersoverleg en recht heeft op fractieondersteuning en
                        dergelijke. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><al>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</al><al>Artikel 9 Vergaderfrequentie Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet
                        vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de
                        burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het
                        aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt.
                        Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in het bepalen van
                        een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt met de
                        Agendacommissie. Op deze wijze houdt de Agendacommissie ook bij
                        vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed
                        op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van
                        het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de
                        raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde
                        functie. Indien nodig kan binnen 6 werkdagen een vervolgvergadering worden
                        gepland. Op een vervolgvergadering zijn niet alle artikelen van toepassing. </al><al>Artikel 10 Oproep In artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald
                        dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de
                        vergadering. Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst, dat de
                        oproep en stukken niet per post maar per e-mail worden verzonden. In Oss is
                        dit inmiddels gebruik. Vandaar dat het artikel spreekt over een
                        elektronische oproep. Het eerste lid bepaalt dat de voorzitter tenminste
                        tien dagen vóór een vergadering de leden een elektronische oproep stuurt,
                        waarin de vergadering wordt aangekondigd. De oproep vermeldt de dag,
                        tijdstip en plaats van de vergadering. Het tweede lid stelt verplicht dat de
                        voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de
                        in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken,
                        tegelijkertijd met de oproep beschikbaar worden gesteld. De in artikel 25,
                        eerste en tweede lid, bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan
                        geheimhouding is opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de stukken. </al><al>Artikel 11 Agenda Op basis van de behandeling in de raadscommissies wordt
                        bepaald hoe de agenda eruit komt te zien. Het versturen van de agenda en
                        stukken is geregeld in artikel 11. Dit is echter een voorlopige agenda. In
                        de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om
                        een week voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft
                        op de 'waan' van de dag. In een dergelijke situatie kan de Agendacommissie
                        na het verzenden van de elektronische oproep zo nodig een aanvullende agenda
                        opstellen. Het gaat dan om nieuw te bespreken onderwerpen. De voorzitter
                        stuurt deze agenda en de daarbij behorende stukken rond. Dit kan echter niet
                        tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van
                        de vergadering. Het tweede lid heeft tot doel om de raadsleden een actievere
                        rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Zij kunnen echter ook bij
                        aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de
                        agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het
                        individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op
                        de vaststelling van de agenda. De raad moet echter in meerderheid akkoord
                        zijn om het onderwerp te behandelen of niet te behandelen. Het advies van de
                        Adviescommissie kan luiden: ter bespreking, niet ter bespreking of niet
                        behandelen in de raad. Ter bespreking plaatsen op de agenda kan in twee
                        gevallen: </al><lijst><li nr="1."><al>als tenminste twee fracties het betreffende voorstel in de raad
                                willen bespreken en tenminste een van die fracties een motie of
                                amendement indient;</al></li><li nr="2."><al>als door een bijzondere situatie nadere discussie wordt verlangd
                                c.q. nodig is.</al></li></lijst><al>Voor het advies ‘niet behandelen in de raad’ is unanimiteit van de aanwezige
                        fracties in de Adviescommissie vereist. De voorlopige agenda van de raad
                        wordt gelijktijdig met de voorlopige agenda van de raadscommissies door de
                        Agendacommissie vastgesteld. Indien de Adviescommissie adviseert om het
                        voorstel niet te behandelen in de raad zal dit advies worden besproken bij
                        het agendapunt ‘vaststelling van de agenda van de raad’. </al><al>Het derde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad
                        van voldoende informatie te voorzien (artikel 169 Gemeentewet actieve
                        informatieplicht). Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud
                        en strekking van een onderwerp, is het niet gewenst dat de raad zich over
                        dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de
                        mogelijkheid het onderwerp naar een raadscommissie te verwijzen of aan het
                        college nadere inlichtingen of advies te vragen. Het laatste lid regelt dat
                        de raad op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter de volgorde
                        van behandeling van de agendapunten kan wijzigen. Voorstellen aan de raad
                        kunnen van diverse actoren afkomstig zijn. In de eerste plaats zijn dit het
                        college en de burgemeester. Daarnaast kunnen raadsleden
                        initiatiefvoorstellen indienen. Ook kan de raadsgriffie voorstellen
                        indienen. Tenslotte kunnen burgers burgerinitiatiefvoorstellen indienen. </al><al>Artikel 12 De wethouder Artikel 12 is een nadere uitwerking van artikel 21,
                        tweede lid, van de Gemeentewet. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat
                        wethouders door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te
                        zijn. In Oss is het gebruik dat de wethouders aan het begin van de
                        zittingsperiode van de raad worden uitgenodigd om in de vergaderingen van de
                        raad aanwezig te zijn. Het gebruik van het werkwoord 'uitnodigen' geeft aan
                        dat een wethouder kan weigeren te verschijnen in de raad. In de praktijk zal
                        dat echter niet waarschijnlijk zijn, omdat een dergelijke weigering door de
                        raad kan worden uitgelegd als een weigering inlichtingen te verschaffen of
                        verantwoording af te leggen, met alle mogelijke onaangename politieke
                        gevolgen van dien voor de betrokken wethouder. Gelet op de frequentie van de
                        raadsvergadering zullen veelal zaken uit alle portefeuilles aan de orde
                        komen, zodat in de praktijk alle wethouders worden uitgenodigd. Als de
                        wethouders in de vergadering aanwezig zijn, zullen ze op verzoek van de raad
                        deelnemen aan de beraadslagingen. Het kan echter wenselijk zijn dat een
                        wethouder niet bij een vergadering aanwezig is als de raad een zelfstandige
                        afweging over een onderwerp of voorstel wil maken, de raad bijvoorbeeld over
                        het eigen functioneren van gedachten wil wisselen of bij de voorbereiding
                        van een besluit tot het houden van een onderzoek naar het door het college
                        gevoerde bestuur. </al><al>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken In dit artikel gaat het, naast de
                        geheime stukken, om de zogenaamde 'achterliggende' stukken waarvan vaak in
                        de raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende
                        nota's, etc.). Een agendapunt kan betrekking hebben op een grote hoeveelheid
                        verschillende stukken, die bijvoorbeeld het voorstel tot het bouwen van een
                        nieuwe openbare bibliotheek onderbouwen. Omdat raadsleden zich bezighouden
                        met een groot aantal verschillende onderwerpen en voorstellen, is het in de
                        meeste gevallen niet wenselijk dat raadsleden alle onderliggende stukken
                        krijgen toegezonden. Uiteraard dienen ze wel de mogelijkheid te hebben om
                        alle stukken desgewenst in te zien. Dit gebeurt via de gemeentelijke
                        website. Een stuk is een 'document' in de zin van de Wet Openbaarheid van
                        bestuur (Wob). Een document houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend
                        schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten
                        vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander
                        materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor
                        overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda's, notulen,
                        (concept)adviezen en magneetbanden verkrijgen de status van document in de
                        zin van de Wob. De raadsgriffier vervult mede de secretariaatsfunctie ten
                        dienste van de raad. Het ligt dan ook in de rede dat stukken, die betrekking
                        hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim
                        moeten blijven bij hem ter inzage worden gelegd. Op verzoek van de leden van
                        de raad kan de raadsgriffier inzage aan hen verlenen. </al><al>Artikel 14 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan
                        het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat
                        betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de
                        Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de verplichting opgenomen de agenda
                        ook op het internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de
                        burger is het plaatsen van de bijbehorende stukken op internet gewenst. Elke
                        gemeente beschikt over een website. Dit is echter niet verplicht op grond
                        van de Gemeentewet. In Oss is dit gebruik omdat de stukken digitaal worden
                        verstrekt. In het reglement van orde wordt niet expliciet vastgelegd in
                        welke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen de aankondiging van de
                        vergadering van de raad wordt geplaatst. Indien de gemeente echter vaak
                        wisselende media benut, is het niet verstandig om de naam van een blad op te
                        nemen, aangezien het reglement dan steeds opnieuw moet worden aangepast.
                        Vandaar dat de bepaling ‘of op voor afkondigingen in de gemeente
                        gebruikelijke wijze’ is opgenomen. </al><al>Paragraaf 2 Orde der vergadering </al><al>Artikel 15 Presentielijst De verplichting tot het hebben van een
                        presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de Gemeentewet. In dit
                        artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de
                        presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het
                        vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast
                        te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. De raadsgriffier
                        geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom stelt hij
                        samen met de voorzitter de presentielijst vast en ondertekent deze. Deze
                        ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum
                        aanwezig was. </al><al>Artikel 16 Zitplaatsen De raadsgriffier is overeenkomstig artikel 3 van het
                        reglement in elke vergadering aanwezig en heeft daarom een eigen zitplaats.
                        De zitplaatsen worden aan het begin van de zittingsperiode van de raad in
                        het fractievoorzittersoverleg vastgesteld. De voorzitter kan na overleg in
                        het fractievoorzittersoverleg de indeling herzien, indien daartoe aanleiding
                        bestaat. Op grond van artikel 12 van het reglement zijn de wethouders
                        uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te zijn. Ook andere personen
                        kunnen uitgenodigd worden om ter vergadering aanwezig te zijn. De voorzitter
                        is de aangewezen persoon om voor een zitplaats voor hen te zorgen. </al><al>Artikel 17 Opening vergadering; quorum</al><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aanwezige
                        aantal zitting hebbende raadsleden blijkens de presentielijst tegenwoordig
                        is. Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede
                        vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. </al><al>Artikel 18 Spreekrecht burgers </al><al>Bij de herziening van het model reglement van orde voor de raad door de VNG
                        is het spreekrecht burgers komen te vervallen omdat uit de praktijk signalen
                        kwamen dat het spreekrecht niet de goede manier zou zijn om burgers te
                        betrekken bij de besluitvorming.</al><al>Het zou gaan om schijninspraak. De raadsvergadering is immers het sluitstuk
                        van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor al is begonnen, waardoor de
                        kans klein is dat de raad op dat moment – als reactie op het inspreken van
                        een burger – nog van richting verandert. De mogelijkheden van burgers om
                        tijdens de commissievergaderingen in te spreken zouden daarentegen vaker
                        benut kunnen worden.</al><al>In Oss is het spreekrecht bij de raad wel gehandhaafd. Ook het spreekrecht
                        van burgers tijdens een raadsvergadering kan bijdragen aan het vergroten van
                        de betrokkenheid van de burgers bij het bestuur; één van de doelstellingen
                        van de vernieuwing van het lokaal bestuur. </al><al>Het spreekrecht is beperkt gehouden tot geagendeerde onderwerpen, zoals die
                        zijn opgenomen in de door de Agendacommissie vastgestelde concept-agenda,
                        omdat burgers op deze wijze een doelgerichte bijdrage kunnen leveren aan de
                        beraadslaging van de raad. Het spreekrecht is eveneens beperkt gehouden tot
                        de mogelijkheid óf in de raad óf in de raadscommissie in te spreken over het
                        zelfde onderwerp. Hiermee wordt voldoende tegemoet gekomen aan de genoemde
                        doelstelling van het inspreekrecht van de burger waarbij de vergadering niet
                        onnodig wordt belast. Indien er echter sprake is van nieuwe feiten die de
                        besluitvorming in de raad zouden kunnen beïnvloeden, kan van een extra
                        spreekrecht over hetzelfde onderwerp in de raad worden gebruik gemaakt. </al><al>In het artikel zijn vier onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                        voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor
                        bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift
                        indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. De
                        reikwijdte van deze procedures houdt niet in dat alle burgers zich hierover
                        kunnen uitspreken. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en
                        aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers.
                        Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                        van personen de belangen van kandidaten al dan niet in de uitoefening van
                        hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen
                        doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen,
                        waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over
                        kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het spreekrecht van burgers. De
                        uitzonderingen op het spreekrecht van burgers is in dit reglement aangevuld
                        met de bepaling dat niet kan worden ingesproken op ingekomen stukken. </al><al>Er is geen maximum totaaltijd voor het spreekrecht van de burgers in dit
                        reglement opgenomen. In principe krijgt elke spreker maximaal vijf minuten
                        het woord, ongeacht het aantal insprekers. De achtergrond van het beperken
                        van tijd is dat na de inspreekronde nog een hele vergadering plaatsvindt,
                        die ook ettelijke uren in beslag kan nemen. De voorzitter kan echter in
                        bijzondere gevallen van de maximale lengte van de spreektijd afwijken. Een
                        voorbeeld van zo’n bijzonder geval is bijvoorbeeld het feit dat de spreker
                        een grotere groep van burgers vertegenwoordigt. In een dergelijke situatie
                        kan ook voor andere praktische oplossingen gekozen worden zoals het beleggen
                        van een aparte hoorzitting. Het is de bedoeling dat de bijdrage van de
                        burger niet op zichzelf staat. Daarom kan de voorzitter of het raadslid een
                        voorstel doen voor een verdere behandeling van de inbreng van de burger. Het
                        is onder andere mogelijk dat de raad direct een antwoord geeft of dat een
                        onderdeel van de ambtelijke organisatie met het onderwerp aan de slag gaat
                        of dat raadsleden actie ondernemen om de burger tegemoet te komen.</al><al>Artikel 19 Primus bij hoofdelijke stemming Praktisch gezien verdient het
                        aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan het begin van de
                        vergadering. Deze volgorde geldt dan voor de gehele vergadering, ook na een
                        eventuele schorsing. </al><al>Artikel 20 Verslag en besluitenlijst Dit artikel regelt de verslagleggende
                        taak van de raadsgriffier en de wijze waarop de besluitenlijst wordt
                        gemaakt. Het maken van een (schriftelijk) verslag is niet verplicht. In de
                        Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting om een
                        besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid van de
                        Gemeentewet). Een schriftelijke verslaglegging is dus niet nodig. Andere
                        vormen van verslaglegging bijvoorbeeld een geluidsopname op CD is ook
                        mogelijk. In Oss wordt, evenals bij de raadscommissies, ook de
                        raadsvergadering op een beeld- en/of geluidsdrager geregistreerd. Daarnaast
                        wordt een besluitenlijst gemaakt. De geluidsopname is, indien het een
                        openbare vergadering betreft, terug te luisteren via de gemeentelijke
                        website. De raadsgriffier verleent ondersteuning aan de raad. Daarom worden
                        de beeld- en/of geluidsopnames worden gemaakt onder verantwoordelijkheid van
                        de raadsgriffier. De raadsgriffier is aangewezen om de besluitenlijst op te
                        stellen en deze, tezamen met de voorzitter, te ondertekenen. De
                        besluitenlijst is formeel een stuk dat van de raad uitgaat en moet dus
                        worden ondertekend door de voorzitter en de raadsgriffier (artikel 32a
                        Gemeentewet). De besluitenlijst bevat de raadsbesluiten, inclusief
                        ingediende moties, (sub) amendementen, initiatiefvoorstellen,
                        burgerinitiatieven en de naar de raadscommissies doorverwezen ingekomen
                        stukken. De verplichting tot openbaar maken van de besluitenlijst is
                        geregeld in artikel 23, vijfde lid, Gemeentewet. De besluitenlijst moet op
                        zo kort mogelijke termijn worden gepubliceerd.</al><al>Artikel 21 Ingekomen stukken; mededelingen</al><al>De lijst van de ingekomen stukken wordt aan het begin van de
                        raadsvergadering behandeld. De lijst ingekomen stukken bevat geen stukken
                        ter informatie. Daarvan wordt een aparte nieuwsbrief ter informatie
                        opgemaakt en per e-mail verspreid. (weggehaald: Ook deze stukken liggen ter
                        inzage) Omtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken, waaronder ook
                        de schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden alleen
                        voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld
                        ter kennisneming, ter afdoening door het college, de raadsgriffie of een
                        speciale commissie of doorsturen naar een raadscommissie of
                        Podiumbijeenkomst etc. Verder kan worden aangegeven dat een ingekomen stuk
                        bij een bepaald agendapunt kan worden betrokken. Indien een raadslid een
                        toelichting wil op artikel 41 vragen dient hij dit aan te geven en wordt dit
                        aan het einde van de vergadering behandeld. Inhoudelijke discussie over de
                        stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen
                        stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de
                        gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De raad stelt op voorstel van de
                        raadsgriffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. De
                        categorieën zijn opgenomen in dit artikel. Ingekomen stukken worden alleen
                        procedureel beantwoord. Omtrent artikel 41 vragen kunnen wel nadere
                        inlichtingen worden gevraagd. Als de raad of een raadslid wil dat het
                        college iets doet met signalen uit de samenleving dan moet de raad aangeven
                        dat het ingekomen stuk in de raadscommissie wordt geagendeerd. Ook dient de
                        raad aan te geven wat de reden is van agendering in de raadscommissie. </al><al>Artikel 22 Aantal spreektermijnen Indien de raad van mening is, dat na de
                        tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk
                        besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn
                        afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een
                        portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste
                        en/of tweede termijn. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn
                        beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede
                        termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te
                        honoreren. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in
                        afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het
                        geagendeerde, aan de orde zijnde onderwerp, tenzij het een niet geagendeerd
                        onderwerp betreft. </al><al>Artikel 23 Spreektijd De voorzitter kan na overleg met de Agendacommissie
                        een voorstel doen spreektijden toe te passen. Bij de begrotingsbehandeling,
                        voorjaarsnota en politieke beschouwingen worden spreektijden gehanteerd,
                        waarbij spreektijden naar rato van de grootte van de fractie worden
                        toegekend. De voorzitter kan in het kader van zijn taak tot het handhaven
                        van de orde tijdens de vergadering ook wijzigingen voorstellen in de omvang
                        van de spreektijd. </al><al>Artikel 24 Handhaving orde; schorsing Het eerste lid verzekert dat
                        raadsleden in hun eerste termijn vrijelijk kunnen spreken. Een
                        portefeuillehouder kan wel worden geïnterrumpeerd. In de tweede termijn zijn
                        interrupties toegestaan. De voorzitter kan bij een overvloed aan
                        interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen
                        bepalen dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om
                        te bevorderen dat leden van de raad zich niet belemmerd voelen om hun mening
                        te uiten, is in artikel 22 van de Gemeentewet bepaald dat zij niet in rechte
                        vervolgd kunnen worden, aan te spreken zijn of verplicht zijn getuigenis af
                        te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk
                        overleggen. De voorzitter kan naast de leden die het woord voeren ook
                        wethouders, de gemeentesecretaris, de raadsgriffier of andere personen die
                        het woord voeren tot de orde roepen. Indien zij hieraan geen gehoor geven,
                        kan hen het woord worden ontzegd. De bevoegdheid die in het derde lid aan de
                        voorzitter wordt gegeven om een spreker over een aanhangig onderwerp het
                        woord te ontzeggen, gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26,
                        derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn
                        gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de
                        vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter
                        blijft echter onverlet. Artikel 24 is slechts een aanvulling op de
                        Gemeentewet. Een besluit van de voorzitter om iemand het woord te ontnemen
                        is een op feitelijk handelen gerichte beslissing met een intern karakter.
                        Dit is geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. (JB 9 (2002) 138). Onder
                        interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of
                        afkeuring. Deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                        wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen
                        naar het artikel 50 van dit reglement. </al><al>Artikel 25 Beraadslaging Teneinde de vergadertijd te beperken wordt over een
                        voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn
                        geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid
                        opgenomen. Door de toevoeging 'of een lid van de raad' wordt ook aan
                        raadsleden het recht toegekend om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                        behandelen. Dit brengt tot uitdrukking dat de raad zijn eigen werkwijze
                        bepaalt. Het recht is aan ieder individueel raadslid toegekend. Dit past in
                        het streven naar dualisering, aangezien dualisering versterking van de
                        vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van de raad veronderstelt.
                        Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties over adequate
                        instrumenten te beschikken. Indien de schorsing als bedoeld in het tweede
                        lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee
                        mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de
                        beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd. In het tweede lid wordt
                        onder meer gesproken over het college dat de mogelijkheid krijgt tot nader
                        beraad. Dit is uiteraard alleen het geval indien het college bij de
                        bespreking van het betreffende onderwerp vertegenwoordigd is.</al><al>Artikel 26 Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is
                        noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de Gemeentewet geregelde
                        verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een
                        bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag
                        deelnemen (bijvoorbeeld de voorzitter van de deelgemeenteraad aan de
                        beraadslaging over deelgemeente-aangelegenheden). De raad kan op grond van
                        artikel 3, 4 respectievelijk 12 van het Reglement van Orde bepalen dat de
                        raadsgriffier, de gemeentesecretaris en de wethouder(s) deelnemen aan de
                        beraadslagingen. De burgemeester heeft het recht (het woord te voeren en)
                        deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van artikel 21, eerste lid van
                        de Gemeentewet. De strekking van dit artikel 26 blijft alleen onveranderd
                        wanneer aan het eerste lid de raadsgriffier, de wethouder en de
                        gemeentesecretaris worden toegevoegd. Daarmee blijft het artikel uitdrukken
                        dat de raad kan beslissen dat anderen kunnen deelnemen aan de
                        beraadslagingen. Deelname van de raadsgriffier, de wethouder en
                        gemeentesecretaris is immers al elders in dit reglement geregeld. In het
                        tweede lid wordt het begrip 'beslissing' gebruikt. Het gaat hier namelijk
                        niet om het besluitbegrip in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. </al><al>Artikel 27 Stemverklaring Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen
                        niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de
                        vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke
                        oproep van de leden tot de stemming begint. Ook bij de hamerstukken kan een
                        stemverklaring worden gegeven. </al><al>Artikel 28 Beslissing De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij
                        vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders
                        beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien
                        geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van
                        artikel 32, derde lid, van de Gemeentewet. </al><al>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen </al><al> Artikel 29 Algemene bepalingen over stemming Indien een lid te kennen geeft
                        een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad
                        heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de
                        Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel
                        geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog
                        verwezen naar artikel 209, tweede lid van de Gemeentewet, welke een
                        hoofdelijke stemming verplicht. De regeling in het eerste deel van het
                        tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming
                        tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Een
                        raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van
                        de Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling
                        te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een
                        volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn rol. Door de
                        openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze
                        vertegenwoordigd worden. Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel
                        19 van het Reglement van Orde. In de Winsumuitspraak (Raad van State, 7
                        augustus 2002) is het hoger beroep op artikel 28 van de Gemeentewet
                        afgewezen, maar heeft de Afdeling wel geconcludeerd dat het genomen besluit
                        in strijd is met artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht omdat de
                        schijn van belangenverstrengeling onvoldoende was vermeden. Naar aanleiding
                        van deze uitspraak zijn er vragen gerezen over de mogelijke gevolgen voor
                        stemprocedures en de verantwoordelijkheden in gemeenteraden. In deze
                        uitspraak geeft de Afdeling het rechtsbeginsel, neergelegd in artikel 2:4
                        van de Awb, voorrang boven hetgeen in artikel 28 van de Gemeentewet is
                        bepaald. Over de mogelijke gevolgen van de uitspraak adviseert voormalig
                        minister Remkes in zijn beschouwing van 19 mei 2003: "de beslissing over
                        stemonthouding dient voorbehouden te blijven aan het individuele raadslid;
                        bij stemming heeft de raad geen optie dan te waarschuwen dat het te nemen
                        besluit wel eens aanvechtbaar zou kunnen zijn in een bezwaarschriftprocedure
                        of bij de bestuursrechter of in het kader van een spontane vernietiging door
                        de Kroon (artikel 268 Gemeentewet); de raad kan in dergelijke gevallen een
                        belangrijke rol spelen door in algemene zin te bespreken, individuele
                        raadsleden door hun handelen de schijn van belangenverstrengeling kunnen
                        wekken en hoe dat voorkomen kan worden (en dit bijv. opnemen in de
                        gedragscode); uiteraard is de gedragscode in juridische zin niet bindend,
                        dit is tevens niet wenselijk." </al><al>Er is echter inmiddels vervolgjurisprudentie beschikbaar:</al><lijst><li nr="-"><al>In ABRvS 30 juni 2010, <cursief>LJN</cursief> BM9710LJN BM9710,
                                    <cursief>AB</cursief> 2010/310AB 2010/310 oordeelde de Afdeling
                                dat in het midden kon blijven of twee raadsleden een persoonlijk
                                belang hadden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, omdat het
                                bestemmingsplan met de grootst mogelijke meerderheid door de raad
                                was vastgesteld. Zelfs indien zou worden vastgesteld dat de twee
                                raadsleden een persoonlijk belang hadden bij de planvaststelling,
                                hebben zij geen beslissende stem in de uitkomst gehad;</al></li><li nr="-"><al>In ABRvS 22 juni 2011, <cursief>LJN</cursief> BQ8863LJN BQ8863,
                                    <cursief>AB</cursief> 2011/261AB 2011/261 overwoog de Afdeling
                                dat een raadslid dat woonde en werkte op een bedrijventerrein een
                                persoonlijk belang had bij de vaststelling van een bestemmingsplan
                                voor dat bedrijventerrein. De Afdeling oordeelde dat in strijd was
                                gehandeld met art. 2:4artikel 2:4 van de Awb omdat naar derden de
                                schijn is gewekt dat het persoonlijke belang van invloed is geweest
                                op de besluitvorming. Daarbij speelde een rol dat het raadslid
                                tijdens de vergadering van de raad veelvuldig het woord heeft
                                gevoerd en namens zijn fractie een aantal amendementen heeft
                                ingediend en voorgelezen die in feite tot gevolg hebben dat een
                                gunstiger woon- en leefklimaat ontstaat ter hoogte van gronden van
                                het betreffende raadslid. De Afdeling achtte niet van belang of het
                                raadslid daadwerkelijk het oogmerk had te bewerkstelligen een plan
                                ten gunste van zijn leefklimaat vast te stellen. Ook indien van de
                                goede trouw van het raadslid kan worden uitgegaan, kan de schijn van
                                belangenverstrengeling zijn gewekt. Ook het gegeven dat het raadslid
                                niet bij alle amendementen een doorslaggevende stem heeft gehad
                                leidt niet een ander oordeel omdat gelet op het feit dat het
                                raadslid veelvuldig het woord heeft gevoerd niet kan worden gesteld
                                dat niet de schijn is gewekt dat hij invloed heeft gehad op de
                                besluitvorming;</al></li><li nr="-"><al>In ABRvS 6 februari 2013, LJN BZ0796LJN BZ0796 preciseert de ABRvS
                                haar hiervoor vermelde uitspraak van 22 juni 2011. In de zaak die
                                tot de uitspraak van 6 februari 2013 heeft geleid ging het om een
                                besluit van een gemeenteraad om een bestemmingsplan niet vast te
                                stellen. Dat besluit was genomen met de kleinst mogelijke
                                meerderheid, waarbij een raadslid die mogelijk belanghebbende in de
                                zin van art. 1:2artikel 1:2 van de Awb was, tegen de vaststelling
                                van het plan had gestemd. De ABRvS overwoog dat in aanmerking
                                genomen dat het hier gaat om besluitvorming door de gemeenteraad die
                                een belangenafweging vergt waarbij politieke inzichten een
                                belangrijke rol spelen, ligt het in de rede voor de invulling van
                                het begrip ‘persoonlijk belang’ in art. 2:4 lid 2artikel 2:4, tweede
                                lid, van de Awb aansluiting te zoeken bij art. 28 lid 1artikel 28,
                                eerste lid, onder a, van de Gemeentewet. Deze bepaling dient strikt
                                te worden uitgelegd, nu daarbij het fundamentele recht van een
                                raadslid om deel te nemen aan een stemming wordt ingeperkt. Uit
                                artikel 2:4 van de Awb volgt dus — en de Afdeling preciseert hiermee
                                haar (hiervoor vermelde) uitspraak van 22 juni 2011 — in het
                                algemeen niet dat een persoon die deel uitmaakt van een democratisch
                                gekozen bestuursorgaan zoals de gemeenteraad en die bij een besluit
                                belanghebbende is als bedoeld in art. 1:2 lid 1artikel 1:2, eerste
                                lid, van de Awb, zich zou moeten onthouden van deelname aan de
                                besluitvorming. Dit zou afbreuk doen aan de taak en de fundamentele
                                rechten van een gekozen volksvertegenwoordiger en daarmee aan het
                                democratisch proces.</al></li></lijst><al>De ABRvS heeft in haar uitspraak van 6 februari 2013 in aanvulling op het
                        voorgaande overwogen dat er zich evenwel bijkomende omstandigheden kunnen
                        voordoen die maken dat de behartiging van het persoonlijk belang van een
                        raadslid zodanig aan de orde is bij het onderwerp van de besluitvorming dat
                        hij daaraan niet behoort deel te nemen. Weliswaar kan de gemeenteraad niet
                        verhinderen dat een lid deelneemt aan de besluitvorming en aan stemmingen,
                        maar deelname van een lid kan er bij aanwezigheid van zo’n persoonlijk
                        belang wel toe leiden dat de bestuursrechter tot het oordeel moet komen dat
                        het desbetreffende besluit is genomen in strijd met art. 2:4artikel 2:4 van
                        de Awb. De conclusie dat het betrokken bestuursorgaan in strijd met deze
                        bepaling een besluit heeft genomen, kan echter pas worden getrokken wanneer
                        aannemelijk is dat het betrokken raadslid de besluitvorming daadwerkelijk
                        heeft beïnvloed. </al><al> Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet
                        van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel
                        geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het
                        nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan
                        de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. In
                        gemeenten kan een elektronisch stemsysteem gebruikt worden waarbij de
                        openbaarheid gewaarborgd wordt doordat de naam van het raadslid gekoppeld
                        wordt aan het voor of tegen. Dit is te lezen op een scherm, de afdruk ervan
                        wordt meegenomen in de verslaglegging. Deze manier van stemmen is mogelijk
                        op grond van de Gemeentewet. Een elektronisch stemsysteem kan wel problemen
                        opleveren bij de geheime stemming over personen (artikel 31 Gemeentewet).
                        Indien het een vrije ronde betreft waar elk raadslid eigen kandidaten kan
                        voordragen is dit met de huidige systemen vaak niet mogelijk. Elektronische
                        stemsystemen hebben een aantal beveiligingsmechanismen. Hierdoor zal
                        doorgaans maar één persoon gemachtigd zijn om gegevens in te voeren. In Oss
                        wordt niet elektronisch gestemd. Bij vrije stemrondes over personen dient
                        ieder raadslid de mogelijkheid te hebben kandidaten voor te dragen. </al><al>Artikel 30 Stemming over amendementen en moties Voor meer informatie over
                        een amendement of een motie (betekenis, indiening e.d.) wordt verwezen naar
                        de artikelen 1, 34 en 35 van dit reglement. Voor alle duidelijkheid wordt
                        hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een
                        amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming
                        over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een
                        voorgesteld besluit. Over een motie wordt een apart besluit genomen, voordat
                        een besluit over een eventueel bij het voorstel ingediend amendement wordt
                        genomen. Dat laatste is in Oss de gebruikelijke procedure. Bij een motie
                        over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde
                        lid niet van toepassing.</al><al>Artikel 31 Stemming over personen In artikel 31, eerste lid, Gemeentewet
                        geeft aan dat de stemming over personen geheim dient te zijn. Het is
                        mogelijk om met elektronische stemsystemen te werken maar het reglement van
                        orde gaat vooralsnog uit van een stemming door middel van een behoorlijk
                        ingevuld stembriefje. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een
                        behoorlijk ingevuld stembriefje (MvT, 19 403, nr. 3 p. 86). In geval van een
                        schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco
                        stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij
                        de bepaling van het quorum. De raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk
                        is ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet
                        worden verstaan, is in de wet niet geregeld. </al><al>Indien raadsleden genomineerd worden voor de functie van wethouder is er
                        sprake van een vrije stemming. Er is geen sprake van een voordracht. De
                        beoogd wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming. Een voorstel
                        tot benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot de personen
                        tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt"
                        (artikel 28, eerste lid, onder a, en derde lid, van de Gemeentewet). Dat is
                        echter in casu niet aan de orde, omdat er ook op een ander persoon kan
                        worden gestemd. De aard van de stemming is derhalve van belang. </al><al>Dit heeft tot gevolg dat raadsleden de mogelijkheid hebben op het
                        stembriefje de naam van de kandidaat die hun voorkeur heeft in te vullen
                        (die van de voorgestelde perso(o)n(en), of die van een ander). Er is in dit
                        geval geen sprake van een voordracht of een anderszins beperkte keuze en aan
                        de stemming mag derhalve ook worden deelgenomen door raadsleden die ter
                        benoeming zijn voorgesteld: zij kunnen immers op het stembriefje een andere
                        naam dan hun eigen naam invullen.</al><al>De wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de
                        raad te beïnvloeden door middel van een verbod op het meestemmen van de
                        kandidaat-wethouder. Los van de formeel-juridische context pleiten de
                        volgende argumenten nog voor bovenstaande zienswijze:</al><lijst><li nr="-"><al>een democratisch gekozen vertegenwoordiger mag niet te snel het
                                recht op stemming worden ontnomen. Stel: partij X beveelt meneer
                                Janse en meneer Pieterse aan als wethouders. Als deze personen in de
                                raad zitting hebben en niet mee mogen stemmen houdt dit in, dat de
                                partij ineens twee stemmen in de raad minder heeft. Dat is
                                onaanvaardbaar in het licht van de politieke verhoudingen;</al></li><li nr="-"><al>een aanbeveling is geen voordracht. Het spraakgebruik heeft het vaak
                                over voordracht, maar een persoon nomineren als wethouder staat niet
                                gelijk aan een voordracht;</al></li></lijst><al>Tenslotte is het denkbaar dat een kandidaat-wethouder die voor benoeming
                        wordt aanbevolen, uit moreel-politieke overwegingen en om iedere schijn van
                        belangenverstrengeling te vermijden op eigen initiatief afziet van het
                        meestemmen over de benoeming. Alhoewel het uitgangspunt is dat zeer
                        terughoudend moet worden omgegaan met het inperken van het stemrecht van
                        gekozen volksvertegenwoordigers, laat de wet de betrokkenen de ruimte daarin
                        een eigen afweging te maken. </al><al> Bij een benoeming stelt de raad een specifiek persoon aan in een bepaald
                        ambt (raadslid, wethouder). Op het stembiljet wordt de naam van de te
                        benoemen persoon (of personen in geval van meerdere vacatures) met
                        daarachter de opties 'voor' en 'tegen' vermeld. Het gaat hier overigens niet
                        over de benoeming tot raadslid, dit is een heel ander soort benoeming dat in
                        artikel 7 van dit reglement wordt toegelicht. Onder voordracht wordt
                        verstaan het als kandidaat voorstellen van een persoon voor een bepaald
                        ambt. Een voordracht is voor de raad bindend, op de stembiljetten dienen de
                        namen van de voorgedragen perso(o)n(en) te worden vermeld met daarachter de
                        opties 'voor' en 'tegen'. Bij een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde
                        personen voor een bepaald ambt voor te dragen, de raad mag van de
                        aanbevelingen afwijken. Het betreft hier een zogenaamde vrije stemming (zie
                        ook toelichting bij artikel 28). Op de stembiljetten kunnen de namen van de
                        aanbevolen personen te worden vermeld met daarachter de opties 'voor' en
                        'tegen' én een vrije ruimte waar een kandidaat van eigen keuze kan worden
                        ingevuld. </al><al>Artikel 32 Herstemming over personen De wijziging van het tweede lid strekt
                        ertoe verwarring over de term 'herstemming' in artikel 31, tweede lid, van
                        de Gemeentewet te voorkomen.</al><al>Artikel 33 Beslissing door het lot In dit artikel wordt een nadere
                        uitwerking gegeven van hetgeen in artikel 31, derde lid van de Gemeentewet
                        is voorgeschreven. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><al>Artikel 34 Amendementen Het recht van amendement is neergelegd in artikel
                        147b van de Gemeentewet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te
                        stellen. Deze nadere regels staan in dit artikel. Op basis van artikel 147b
                        van de Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen. Het is
                        echter gelet op de gedragsafspraken die in 2007 zijn gemaakt niet wenselijk
                        dat met betrekking tot een voorstel waarover geen discussie hoeft te worden
                        gevoerd een amendement wordt ingediend. Dualisering veronderstelt
                        versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de
                        raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te
                        beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze
                        instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder
                        belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft (geen drempelsteun).
                        Door het recht van amendement kan de regelgevende taak van de raad reëel
                        inhoud krijgen en mede ten dienste staan van de inkadering en de controle
                        door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in
                        staat gesteld actief deel te nemen aan de effectuering van de controlerende,
                        vertegenwoordigende en budgettaire functie van de raad. Leden van de raad
                        kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college, de
                        raadsgriffier of op initiatiefvoorstellen, niet zijnde
                        burgerinitiatiefvoorstellen, indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer
                        een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding
                        zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het
                        subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld
                        besluit, dat aanhangig is. Voor wat betreft de stemming over amendementen
                        wordt verwezen naar artikel 30 van het reglement. Voorstel tot splitsing van
                        een voorgesteld besluit kan, indien aangenomen, meebrengen, dat één
                        onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt aanvaard. Artikel 35
                        Moties In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het
                        begrip motie gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een
                        uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke,
                        politieke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel
                        afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een
                        motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht;
                        een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn
                        burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot
                        uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie
                        door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en
                        hieruit kan het college dan zijn conclusie trekken. Voor wat betreft de
                        besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over een
                        motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie
                        over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in
                        afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het
                        onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over
                        een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de
                        vergadering plaats. De behandeling van dergelijke moties benaderen de in
                        artikel 37 van het reglement geregelde initiatiefvoorstellen. Dualisering
                        veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende
                        functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en
                        kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat
                        het voor een effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook
                        het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik
                        daarvan heeft. De mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen
                        staat dan ook ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering
                        en controle door de raad. In de Gemeentewet wordt één specifieke motie
                        uitgewerkt. Dit betreft de motie van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het
                        vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet
                        toegestaan om na een motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij zelf
                        niet opstapt, dient de raad actie te ondernemen. </al><al>Artikel 36 Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de raad ter
                        beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over
                        een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de
                        raad. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32,
                        lid 4 Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde
                        betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. Indien
                        het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een
                        initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 37 van dit reglement). </al><al>Artikel 37 Initiatiefvoorstellen Het is de taak van het college aan de raad
                        de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel
                        voor een ontwerp-verordening of ontwerp-besluit ter behandeling bij de raad
                        indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a,
                        eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Het tweede lid van dit
                        artikel van de Gemeentewet bepaalt dat de raad regelt op welke wijze een
                        initiatiefvoorstel voor een verordening wordt ingediend en behandeld. Het
                        eerste tot en met het derde lid voorzien hierin. Artikel 147a, derde lid,
                        bepaalt in tegenstelling tot artikel 147a, tweede lid van de Gemeentewet,
                        dat voor andere initiatiefvoorstellen geen verplichte behandeling
                        voorgeschreven is. Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan
                        stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel. Het
                        vierde lid geeft hiervoor - in aanvulling op de eerste drie leden
                        voorschriften. Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van
                        de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt.
                        Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken
                        over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten
                        is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen
                        toegang tot het gebruik daarvan heeft. Het ontbreken van drempelsteun bij
                        het recht van initiatief staat ten dienste van een effectieve uitoefening
                        van de inkadering en controle door de raad. Ook kleine fracties en
                        individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aan
                        de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie. De
                        raadsgriffie heeft een sjabloon voor een initiatiefvoorstel opgesteld. Dit
                        dient als richtsnoer voor een in te dienen initiatiefvoorstel. Het tweede
                        lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op
                        de agenda plaatst, maar de voorzitter plaatst het voorstel echter niet meer
                        op de agenda, nadat de oproep verzonden is. Dit laat de mogelijkheid
                        onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 11, tweede
                        lid, het initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Aangezien het
                        voor de hand ligt om de raad tevens de mogelijkheid te geven om een
                        initiatiefvoorstel tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                        te behandelen, is dit in het derde lid opgenomen. Dit moet aan het begin van
                        de raadsagenda aan de orde komen. Indien het initiatiefvoorstel in een
                        raadscommissie wordt behandeld geeft de Agendacommissie een advies wanneer
                        het op de agenda van de raadscommissie komt. Indien het initiatief voor het
                        verzenden van de agenda aan de raad is ingediend wordt het
                        initiatiefvoorstel op de agenda van die raad geplaatst en inhoudelijk
                        besproken. De indiener van het initiatiefvoorstel kan aan de Agendacommissie
                        voorafgaand aan de raad waarin het initiatiefvoorstel wordt behandeld een
                        voorstel voor afhandeling indienen. Een initiatiefvoorstel hoeft formeel
                        niet langs het college, maar in geval het voorstel personele (en financiële)
                        consequenties heeft, kan het raadzaam zijn het initiatiefvoorstel ook aan
                        het college voor te leggen voor advies. De stuurgroep Leemhuis heeft in het
                        evaluatierapport dualisering de aanbeveling gedaan om het college de
                        beleidsvoorbereiding te laten doen en om de rol van het college bij
                        initiatiefvoorstellen te versterken. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten
                        vindt het niet nodig om op dit punt de Gemeentewet te wijzigen en het
                        college bij initiatiefvoorstellen een rol te geven. De positie van de raad,
                        in zijn kaderstellende rol is het uitgangspunt. De tendens, dat het college
                        meer betrokken moet worden bij de beleidsvoorbereiding is evident. Het
                        college moet de kaderstellende rol van de raad niet gaan overnemen. De
                        Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft duidelijk aangegeven dat
                        samenspel tussen beide organen een oplossing is voor eventuele fricties. Als
                        de raad andere voorwaarden voor het indienen van een initiatiefvoorstel,
                        niet zijnde een verordening, wenselijk acht, kunnen deze op basis van het
                        vierde lid worden vastgesteld. Hierbij kan gedacht worden aan strijd met het
                        algemeen belang, het belang van de gemeente of het gemeentelijk beleid. De
                        raad bepaalt of een voorstel in strijd is met de wet (bijvoorbeeld de Wet op
                        de ruimtelijke ordening), het algemeen belang (bijvoorbeeld de
                        volksgezondheid), het belang van de gemeente (bijvoorbeeld het terugtrekken
                        uit een publiek-private samenwerking die gericht is op het renoveren van
                        achtergestelde woonwijken) of het gemeentelijk beleid (het bouwen van een
                        parkeergarage in het centrum als enkele maanden geleden de binnenstad
                        autoluw is gemaakt). Het kamerlid Kalsbeek heeft de minister van
                        Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties vragen gesteld over het
                        initiatiefrecht. De minister heeft aangegeven: "Het recht op initiatief
                        houdt niet in dat individuele raadsleden en raadsminderheden het recht
                        moeten hebben om onderwerpen op de agenda van de raad te plaatsen maar het
                        houdt in dat zij in beginsel invloed moeten kunnen hebben op de agenda. Het
                        is immers aan de raad om, aan het begin van de raadsvergadering, met
                        meerderheid van stemmen, de agenda vast te stellen. Het is dan ook de raad
                        die beslist welke onderwerpen worden behandeld. Zou elk individueel raadslid
                        het recht toekomen om agendapunten voor de vergadering aan te dragen dan zou
                        het effectief functioneren van de raad in gevaar kunnen komen. Een
                        raadsminderheid die bij herhaling onderwerpen op de agenda plaatst, waarover
                        de raadmeerderheid niet wenst te beraadslagen, kan de besluitvorming van de
                        raad ernstig belemmeren". Het zesde lid is toegevoegd omdat de gedualiseerde
                        Gemeentewet de mogelijkheid geeft een wethouder na een motie van wantrouwen
                        te ontslaan (artikel 49 Gemeentewet). Zonder de bepaling in het zesde lid is
                        deze ontslagmogelijkheid niet mogelijk door de procedure regels van het
                        reglement van orde. </al><al>Artikel 38 Collegevoorstel Dit artikel heeft betrekking op het
                        agenderingsrecht van de raad. De raad is de enige die een voorstel voor een
                        verordening of een ander voorstel kan agenderen, dat het college heeft
                        voorbereid. Als het college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet
                        dat het college het door haar voorbereide voorstel kan intrekken indien het
                        college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet
                        wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven. Indien de raad van
                        oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander voorstel niet
                        voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een verordening of
                        een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het
                        college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel
                        voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De raad bepaalt
                        echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel, dat door
                        het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raad kan dit
                        in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan de
                        Agendacommissie overlaten. </al><al>Artikel 39 Interpellatie Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van
                        de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het
                        mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger
                        om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen
                        aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad
                        nodig. De interpellatie komt op de lijst van ingekomen stukken. Dualisering
                        veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende
                        functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en
                        kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief
                        gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele
                        raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Wel is
                        hier gekozen voor een ondersteuning door de raad bij gewone meerderheid.
                        Toenmalig minister Pechtold heeft in een brief van 16 december 2005 aan de
                        GroenLinks fractie in Schoonhoven aangegeven dat de raad de ruimte heeft om
                        eigen beleid te ontwikkelen, waardoor de raad dus de vrijheid heeft om te
                        bepalen dat een raadsmeerderheid nodig is om een interpellatiedebat te
                        houden. De minister juicht dit echter niet toe. Voor de democratie lijkt het
                        hem goed om de regels van de Tweede Kamer te volgen. Dit houdt in dat de
                        toestemming van een betekenende minderheid (ondersteuning door 30 van de 150
                        leden) volstaat. In een gedualiseerd systeem zijn wethouders geen lid meer
                        van de raad. Toch is het van belang dat zij bij een instrument als de
                        interpellatie ook op de hoogte worden gesteld van de inhoud van het verzoek.
                        Door de toevoeging in het tweede lid wordt hiervoor gezorgd. De toelichting
                        bij het artikel over het initiatiefvoorstel van de stuurgroep Leemhuis en de
                        (verplichte) aanwezigheid van collegeleden is ook op dit artikel van
                        toepassing. </al><al>Artikel 40 Vragenhalfuur</al><al>Deze bepaling vormt een invulling op het voorgesteld artikel 155, eerste
                        lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is een
                        facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van
                        een vragenuur en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het
                        reglement van orde wenselijk is. Wel kan het vragenuur bijdragen aan een
                        vergroting van de betrokkenheid van burgers bij het bestuur: één van de
                        doelstellingen van dualisering. Bewust is er gekozen voor een algemene
                        regeling van het vragenhalfuur. Veelal fungeert de rondvraag in de
                        raadsvergadering als een mogelijkheid tot het stellen van vragen. In een
                        dualistisch stelsel is het echter niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake
                        kundige wethouder aanwezig is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid
                        van de controlerende taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een
                        aparte gelegenheid gecreëerd worden. De drempel om vragen te stellen wordt
                        verlaagd en de media-aandacht voor de lokale politiek kan worden vergroot.
                        In het vragenhalfuur krijgt de raad de mogelijkheid over vooraf ingebrachte
                        onderwerpen (leden van) het college aan de tand te voelen. Het karakter van
                        het vragenhalfuur verschilt dan ook van het recht van interpellatie. Het
                        recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder politiek karakter.
                        Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen over het door
                        hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan
                        de orde komt. Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te
                        verantwoorden voor het door hen gevoerde bestuur. Het is voor de
                        herkenbaarheid voor de burgers raadzaam om het vragenhalfuur op een vast
                        tijdstip te houden. In Oss wordt aan het begin van een reguliere
                        raadsvergadering een vragenhalfuur gehouden indien vragen tijdig zijn
                        ingediend. De vragen kunnen tot 24 uur voorafgaand aan de vergadering bij de
                        raadsgriffier worden ingediend. De voorzitter kan voorstellen een onderwerp
                        tijdens het vragenhalfuur niet aan de orde te stellen indien hij het
                        onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp
                        in de raadsvergadering diezelfde dag aan de orde komt.</al><al>In het tweede lid is een aanmeldingstermijn van 24 uur voor vragen opgenomen
                        vanwege het feit dat wethouders moeten worden uitgenodigd om antwoord te
                        kunnen geven op de vragen van raadsleden. Vanwege het minder zware karakter
                        van het vragenhalfuur vergeleken met de interpellatie is gekozen voor een
                        aanmeldingstermijn van 24 uur (terwijl voor de interpellatie 48 uur geldt).
                        Het vragenhalfuur moet geen debat tussen raadsleden worden maar dient
                        uitsluitend voor vraag en antwoord. In principe is er gedurende een half uur
                        de gelegenheid tot het stellen van vragen. De voorzitter kan hier van
                        afwijken. De bedoeling is dat alle tijdig aangekondigde vragen kunnen worden
                        gesteld en worden beantwoord. </al><al>Artikel 41 Schriftelijke vragen Het vragenrecht geeft aan de leden van de
                        raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de
                        bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van
                        deze vragen is primair van informatieve strekking. Op grond van deze
                        bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de
                        burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. De verantwoordelijke
                        portefeuillehouder dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen,
                        indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden.
                        Niet de voorzitter, maar het verantwoordelijk collegelid of de burgemeester
                        geeft daarom het antwoord. De raad kan oordelen dat het bijvoorbeeld
                        wenselijk is dat een collegelid of de burgemeester direct kan antwoorden op
                        een vraag. Om die reden is in het zesde lid ingevoegd dat de raad anders kan
                        beslissen. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de
                        gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan
                        degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening
                        is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet
                        leiden, kan hij het recht van initiatief benutten om het onderwerp of het
                        voorstel op de agenda van de raad te krijgen. Ingekomen stukken worden
                        alleen procedureel beantwoord. Omtrent artikel 41 vragen kunnen wel nadere
                        inlichtingen worden gevraagd. Zie ook artikel 21 over ingekomen stukken. </al><al>Artikel 42 Inlichtingen In dit artikel wordt een procedurele uitwerking
                        gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben
                        ten opzichte van de raad. Naast een ingewikkelde inrichting van de
                        bestuursbevoegdheden bevat de Gemeentewet ook behoorlijk aangescherpte
                        regels over de inlichtingenplicht van het college ten opzichte van de raad.
                        Deze regels beogen de politieke verantwoordelijkheid van het college te
                        activeren en de eindverantwoordelijkheid van de raad te bevestigen. Daar is
                        in de eerste plaats de passieve inlichtingenplicht als bedoeld in artikel
                        169, derde lid, van de Gemeentewet. Dat is de klassieke informatieplicht die
                        het college opdraagt de door de raad gevraagde inlichtingen te verstrekken,
                        tenzij het openbare belang zich daartegen verzet. Dit recht om inlichtingen
                        te vragen komt eveneens toe aan individuele raadsleden. Daarmee is een
                        waarborg in het leven geroepen dat een raadsmeerderheid om (partij)politieke
                        redenen belemmeringen opwerpt tegen het vragen van inlichtingen door een
                        raadslid of raadsminderheid. Wel kan de raad via het reglement van orde op
                        grond van doelmatigheidsoverwegingen een zekere ordening aanbrengen in de
                        wijze waarop het inlichtingenrecht wordt uitgeoefend. De raad gaat immers
                        over de agenda en de vergaderorde. De weigeringsgrond ‘strijd met het
                        openbaar belang’ is wettelijk objectief (‘is’) en algemeen omschreven. De
                        wetgever beoogde daarmee dat een beroep daarop in de praktijk als een hoge
                        uitzondering op de algemene regel zou moeten worden gebruikt. In de praktijk
                        bestaan verschillende wettelijke en politieke figuren om als raad en college
                        met elkaar te communiceren buiten de openbaarheid. Vervolgens kent de
                        gedualiseerde Gemeentewet thans een algemene actieve inlichtingenplicht.
                        Artikel 169, tweede lid, verplicht het college uit eigen beweging de raad
                        alle inlichtingen te verstrekken die de raad nodig heeft voor de uitoefening
                        van zijn taak. Blijkbaar moet het college permanent nagaan welke informatie
                        de raad behoeft voor een goede taakvervulling. Hier liggen grote politieke
                        risico’s als de raad het college in het ongewisse laat over de aard en
                        omvang van de gewenste informatie. In het geval dat raad en college daarover
                        geen afspraken maken is de kans groot dat het college de raad
                        veiligheidshalve overstelpt met papier. Van controleren komt dan weinig
                        terecht en bovendien zijn we dan weer terug in de cultuur van meeregeren uit
                        het monistische tijdperk. Dezelfde risico’s doen zich voor met betrekking
                        tot in een tweede actieve, meer specifieke inlichtingenplicht. Artikel 169,
                        vierde lid, verplicht het college de raad vooraf te informeren over de
                        voorgenomen uitoefening van een gemeentewettelijke bestuursbevoegdheid als
                        bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de toepassing
                        daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente of indien raad
                        daarom verzoekt. Het college mag dan niet eerder een besluit nemen dan nadat
                        de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren
                        te brengen. Overigens kent ook deze actieve informatieplicht de nodige
                        vaagheid. Wat is ingrijpend? Het antwoord op deze vraag moet volgens de
                        wetgever worden gevonden in de plaatselijke omstandigheden. Waarschijnlijk
                        heeft de wetgever het oog gehad op substantiële financiële gevolgen van
                        privaatrechtelijke overeenkomsten. Blijkbaar moeten raad en college hier
                        zelf een modus voor vinden. Een andere vraag is nog of ook deze
                        inlichtingenplicht wordt beperkt door de weigeringsgrond van het openbaar
                        belang als bedoeld in het derde lid van de artikelen 169 en 180 van de
                        Gemeentewet. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord op basis van
                        ongeschreven gemeenterecht. Het verstrekken van inlichtingen kan overigens
                        niet via de rechter worden afgedwongen.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><al>Artikel 43 Procedure begroting en artikel 44 Procedure jaarrekening In deze
                        artikelen wordt de procedure voor de begroting en jaarrekening vastgelegd.
                        De desbetreffende procedure kan jaarlijks of in zijn algemeenheid voor een
                        langere periode worden bepaald. In de financiële verordeningen en
                        controleverordeningen van de gemeente Oss (artikel 212, 213, 213a
                        Gemeentewet) wordt de inhoudelijke kant uitgewerkt. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><al>Artikel 45 Verslag en verantwoording Leden van de raad (of in voorkomende
                        gevallen de burgemeester, een wethouder of de gemeentesecretaris), die lid
                        zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling,
                        verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als
                        vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij
                        in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij
                        verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de
                        gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de
                        informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten. In het eerste lid
                        van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging
                        (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen) en wordt aangegeven dat
                        bespreking in een raadscommissie kan plaatsvinden. Indien de gemeente geen
                        commissies heeft kan hier een ander daarvoor geëigend overlegorgaan worden
                        opgenomen. In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van
                        schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld
                        in artikel 41 van het reglement. Het derde lid bevat de procedure voor de
                        ter verantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen.
                        Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren
                        op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft
                        benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonen en
                        vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van) een naamloze
                        vennootschap. Hierin voorziet het vierde lid.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><al>Artikel 46 Algemeen Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement
                        van overeenkomstige toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten
                        deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het
                        tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie,
                        het maken van het verslag. De bepalingen van het reglement zijn echter niet
                        van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met
                        het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                        beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden.
                        Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering
                        en het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                        in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel
                        opgeheven. In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften
                        opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering
                        een besloten vergadering wordt. </al><al>Artikel 47 Verslag In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23,
                        derde lid, van de Gemeentewet. In overeenstemming met artikel 19 van het
                        reglement is de raadsgriffier verantwoordelijk voor de beeld- en/of
                        geluidsopname van de raadsvergadering. Dit geldt ook voor een besloten
                        vergadering. Ook van de besloten vergadering wordt een beeld- en/of
                        geluidsopname gemaakt. Deze is voor leden van de raad terug te luisteren bij
                        de raadsgriffier. </al><al>Artikel 48 Geheimhouding Hetgeen besproken wordt in een besloten
                        vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht.
                        Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 25 jo artikel 55 van
                        de Gemeentewet noodzakelijk. </al><al>Artikel 49 Opheffing geheimhouding In de aangehaalde artikelen wordt aan de
                        raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken, die niet per se
                        aan hem behoeven te zijn overgelegd, op te heffen. Het kan dus (zie
                        bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid Gemeentewet) gaan om de situatie dat de
                        burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij
                        aan de raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de
                        raad verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar
                        niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is nu ter zake een
                        overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe
                        van hoor en wederhoor. Op grond van artikel 25, derde en vierde lid van de
                        Gemeentewet kan geheimhouding worden opgelegd door het college, de
                        burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de
                        raad of aan leden van de raad overleggen. De opgelegde geheimhouding met
                        betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de raad de
                        oplegging niet in zijn eerstvolgende vergadering die volgens de
                        presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                        is bezocht, wordt bekrachtigd. Als de raad niet van plan is de opgelegde
                        geheimhouding te bekrachtigen, kan het orgaan dat geheimhouding heeft
                        opgelegd, in een besloten vergadering met de raad overleg voeren. Deze
                        besloten vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de raad de
                        geheimhouding wil opheffen. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al>Artikel 50 Toehoorders en pers De hier aangegeven procedurebepalingen zijn
                        gebaseerd op de in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet
                        gegeven bevoegdheid aan de voorzitter van de raad om toehoorders die de orde
                        verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging
                        kan ontzeggen. </al><al>Artikel 51 Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van de
                        raad in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluids- en
                        beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een
                        besloten vergadering betreft. </al><al>Artikel 52 Verbod gebruik mobiele apparatuur Dit artikel heeft betrekking op
                        het mobiele telefoonverkeer en hinderlijk gebruik van andere mobiele
                        apparatuur. Het mobiele telefoonverkeer werkt verstorend tijdens de
                        vergadering. Ook het gebruik van tablets kan de vergadering verstoren.
                        Indien deze inbreuk maken op de vergadering kan de voorzitter het gebruik
                        verbieden. Deze bepalingen gelden voor toehoorders en pers. Voor raadsleden
                        geldt het bepaalde in artikel 24.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>Artikel 53 Uitleg reglement</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al><al>Artikel 54 Citeertitel</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al><al>Artikel 55 Inwerkingtreding</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></divisie></nota-toelichting><bijlage><al>Inhoudsopgave </al><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2 De voorzitter </al><al>Artikel 3 De raadsgriffier </al><al>Artikel 4 De gemeentesecretaris </al><al>Artikel 5 Fractievoorzittersoverleg</al><al>Artikel 6 Agendacommissie </al><al>Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties </al><al>Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders </al><al>Artikel 8 Raadsfractie </al><al>Hoofdstuk 3 Vergaderingen </al><al>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen </al><al>Artikel 9 Vergaderfrequentie </al><al>Artikel 10 Oproep </al><al>Artikel 11 Agenda </al><al>Artikel 12 De wethouder </al><al>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken </al><al>Artikel 14 Openbare kennisgeving </al><al>Paragraaf 2 Orde der vergadering </al><al>Artikel 15 Presentielijst </al><al>Artikel 16 Zitplaatsen </al><al>Artikel 17 Opening vergadering; quorum </al><al>Artikel 18 Spreekrecht burgers </al><al>Artikel 19 Primus bij hoofdelijke stemming </al><al>Artikel 20 Verslag en besluitenlijst </al><al>Artikel 21 Ingekomen stukken; mededelingen </al><al>Artikel 22 Aantal spreektermijnen </al><al>Artikel 23 Spreektijd </al><al>Artikel 24 Handhaving orde; schorsing </al><al>Artikel 25 Beraadslaging </al><al>Artikel 26 Deelname aan de beraadslaging door anderen </al><al>Artikel 27 Stemverklaring </al><al>Artikel 28 Beslissing </al><al>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen </al><al>Artikel 29 Algemene bepalingen over stemming </al><al>Artikel 30 Stemming over amendementen en moties </al><al>Artikel 31 Stemming over personen </al><al>Artikel 32 Herstemming over personen </al><al>Artikel 33 Beslissing door het lot </al><al>Hoofdstuk 4 Rechten van de leden </al><al>Artikel 34 Amendementen </al><al>Artikel 35 Moties </al><al>Artikel 36 Voorstellen van de orde </al><al>Artikel 37 Initiatiefvoorstel </al><al>Artikel 38 Collegevoorstel </al><al>Artikel 39 Interpellatie </al><al>Artikel 40 Vragenhalfuur </al><al>Artikel 41 Schriftelijke vragen </al><al>Artikel 42 Inlichtingen </al><al>Hoofdstuk 5 Begroting en rekening </al><al>Artikel 43 Procedure begroting </al><al>Artikel 44 Procedure jaarrekening </al><al>Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties </al><al>Artikel 45 Verslag; verantwoording </al><al>Hoofdstuk 7 Besloten vergadering </al><al>Artikel 46 Algemeen </al><al>Artikel 47 Verslag </al><al>Artikel 48 Geheimhouding </al><al>Artikel 49 Opheffing geheimhouding </al><al>Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers </al><al>Artikel 50 Toehoorders en pers </al><al>Artikel 51 Geluid- en beeldregistratie </al><al>Artikel 52 Verbod gebruik mobiele apparatuur </al><al>Hoofdstuk 9 Slotbepalingen </al><al>Artikel 53 Uitleg reglement </al><al>Artikel 54 Citeertitel </al><al>Artikel 55 Inwerkingtreding </al></bijlage></regeling></body></cvdr>