<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33611_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Boeteverordening wet inburgering nieuwkomers 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-07-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oegstgeester Courant, 15-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Boeteverordening wet inburgering nieuwkomers 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0009544/geldigheidsdatum_28-10-2004#Hoofdstuk6_Artikel18">Wet inburgering nieuwkomers, art. 18, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-04-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. 131/04</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vastgesteld en bekendgemaakt als onderdeel van het verzamelbesluit voor het opnieuw vaststellen en bekendmaken van de verordeningen ten behoeve van centrale ontsluiting van lokale regelgeving. Artikel 4 bevat een hardheidsclausule</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Boeteverordening wet inburgering nieuwkomers 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oegstgeest;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 september 2004,
                        nr. 131/04;</al><al/><al>gelet op artikel 18, zevende lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;</al><al/><al> b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al> Boeteverordening wet inburgering nieuwkomers 2005</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden
                        omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet inburgering nieuwkomers
                        en de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>De Wet: de Wet inburgering nieuwkomers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt bij toepassing van artikel 18, eerste lid van de
                                Wet inburgering nieuwkomers de bepalingen van deze verordening in
                                acht, onverminderd artikel 18, tweede en vierde lid van de Wet
                                inburgering nieuwkomers.</al></li><li nr="2."><al>Als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt wordt geen boete
                                opgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bepaling hoogte van de boete</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, eerste lid
                                van de Wet, wordt een bestuurlijke boete opgelegd. Deze boete
                                bedraagt 10% van de bijstandsnorm die voor de nieuwkomer geldt of
                                zou gelden als hij rechthebbende in de zin van de Wet werk en
                                bijstand zou zijn.</al></li><li nr="2."><al>Indien binnen een jaar na een besluit als bedoeld in het eerste lid
                                opnieuw een verwijtbare gedraging plaatsvindt als bedoeld in het
                                eerste lid, wordt een boete opgelegd die 50% bedraagt van de
                                bijstandsnorm die voor de nieuwkomer geldt of zou gelden als hij
                                rechthebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien binnen een jaar na een besluit als bedoeld in het tweede lid
                                opnieuw een verwijtbare gedraging plaatsvindt als bedoeld in het
                                eerste lid, wordt een boete opgelegd die 100% bedraagt van de
                                bijstandsnorm die voor de nieuwkomer geldt of zou gelden als hij
                                rechthebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Harheidsclausule</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                        verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van
                                burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Ter uitvoering van deze verordening kan het college, gehoord het
                                advies van de raad, nadere regels stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Boeteverordening Wet inburgering
                        nieuwkomers 2005.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Oegstgeest, gehouden op 28 oktober 2004.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr>op de Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers 2005</nr></kop><al><vet>Inleiding: Wet inburgering nieuwkomers</vet></al><al/><al>Sinds 1998 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet
                    inburgering nieuwkomers (Win). In de Win is geregeld dat – behoudens bepaalde
                    uitzonderingen – alle nieuwkomers die een geldige verblijfsvergunning hebben een
                    inburgeringsprogramma moeten volgen. Doel van het inburgeringsprogramma is
                    nieuwkomers in staat te stellen om zelfstandig deel te nemen aan de Nederlandse
                    samenleving en waar mogelijk aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt.</al><al/><al/><al>Een belangrijk aspect van de inburgeringsplicht is de handhaving ervan. Die
                    handhaving is een taak van het college van burgemeester en wethouders en houdt
                    in dat wordt toegezien op de nakoming van de inburgeringsplicht en de nakoming
                    zo nodig wordt afgedwongen door middel van een bestuurlijke boete. De Win
                    schrijft in artikel 18 voor dat de nieuwkomer een bestuurlijke boete kan worden
                    opgelegd als hij handelt in strijd met:</al><lijst><li nr="-"><al> de meldingsplicht voor een inburgeringsonderzoek (artikel 2 Win);</al></li><li nr="-"><al>de plicht om medewerking te verlenen aan het inburgeringsonderzoek
                            (artikel 4, vierde lid, Win);</al></li><li nr="-"><al>de plicht zich te laten inschrijven bij een educatie-instelling (artikel
                            8 Win);</al></li><li nr="-"><al>de plicht aanwezig te zijn bij alle onderdelen van het voor hem
                            vastgestelde educatieprogramma (artikel 9 Win);</al></li><li nr="-"><al>de verplichting om een toets af te leggen (artikel 10, derde lid,
                            Win);</al></li><li nr="-"><al>de plicht om medewerking te verlenen aan de overige onderdelen van het
                            voor hem vastgestelde inburgeringsprogramma (artikel 12, eerste lid,
                            Win).</al></li></lijst><al/><al><vet>Gevolgen van de Wet werk en bijstand op de handhaving binnen de Win</vet></al><al/><al><vet><cursief>Oude situatie</cursief></vet></al><al> Vóór de invoering van de Wet werk en bijstand (WWB) per 1 januari 2004 werden
                    zowel de hoogte van de maatregelen op grond van de Abw als de hoogte van de
                    boetes op grond van de Win bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. De
                    hoogte van de maatregelen waren vastgelegd in het Maatregelenbesluit Abw, IOAW
                    en IOAZ. Het niet voldoen aan de inburgeringsverplichtingen werd aangemerkt als
                    een gedraging van de derde categorie: het niet dan wel in onvoldoende mate
                    meewerken aan een voor de inschakeling van arbeid noodzakelijk geachte scholing
                    of opleiding dan wel aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige
                    bestaansvoorziening bevorderen. Op grond van het Maatregelenbesluit werd bij
                    deze gedraging een korting toegepast van 20% van de bijstand gedurende één
                    maand. Bij een herhaling van de verwijtbare gedraging binnen een periode van een
                    jaar werd een korting van 40% gedurende één maand toegepast.</al><al/><al>De hoogte van de bestuurlijke boete was geregeld in het Boetebesluit inburgering
                    nieuwkomers. In dit Besluit is de boete gelijkgesteld aan de maatregel op grond
                    van de Abw, indien de nieuwkomer bijstandsgerechtigd zou zijn geweest. Voor de
                    berekening van de bestuurlijke boete is aangesloten bij de normbedragen van de
                    bijstand die de nieuwkomer naar de maatstaf van de Abw had kunnen krijgen indien
                    hij bijstandsgerechtigd zou zijn.</al><al/><al><vet><cursief>Na de invoering WWB</cursief></vet></al><al>Met de inwerkingtreding van de WWB is het systeem van boeten en maatregelen van
                    de Abw komen te vervallen. In plaats daarvan moet de gemeente zelf haar
                    sanctie-beleid vormgeven. De WWB kent slechts één soort sanctie: het verlagen
                    van de bijstandsuitkering (maatregel).</al><al/><al>Artikel 18, tweede lid, WWB bevat de opdracht aan gemeenten om het
                    maatregelenbeleid in een verordening vast te leggen.</al><al/><al>Om gemeenten in staat te stellen de hoogte van de boeten op grond van de Win af
                    te stemmen op de hoogte van de maatregelen, is artikel 18 van de Win gewijzigd.
                    Het nieuwe artikel 18, zevende lid, bepaalt dat bij gemeentelijke verordening
                    nadere regels worden gesteld over de hoogte van de boete. Het Boetebesluit
                    inburgering nieuwkomers is daarmee komen te vervallen.</al><al/><al>Gemeenten kunnen nu zelf de hoogte van de boeten in een verordening vastleggen,
                    waarbij het gelijkheidsbeginsel (het principe dat gelijke gevallen gelijk worden
                    behandeld) gebiedt dat de hoogte van de bestuurlijke boete en die van de
                    maatregel op elkaar worden afgestemd.</al><al/><al/><al>In het geval van de gemeente Oegstgeest sluit de Boeteverordening Win aan op de
                    Maatregelenverordening. Daarbij wordt het inburgeringsprogramma gezien als een
                    verplichting zoals geformuleerd in artikel 6, lid b, van de
                    Maatregelenverordening. </al><al>Onder schending van de verplichting tot inburgering kan worden verstaan de
                    formulering in artikel 6, e, f en g van de Maatregelenverordening. Voor
                    schending van de inburgeringsplicht wordt de bestuurlijke boete gelijkgesteld
                    aan de maatregelen zoals geformuleerd in artikel 7 van de
                    Maatregelenverordening.</al><al/><al/><al><vet>Wanneer een maatregel, wanneer een bestuurlijke boete?</vet></al><al>Nieuwkomers die in de bijstand zitten, moeten een inburgeringsprogramma volgen
                    omdat ze dat verplicht zijn op grond van de Win. Het inburgeringsprogramma is
                    echter ook essentieel voor toeleiding naar werk. In de beschikking waarin het
                    inburgeringsprogramma wordt vastgesteld, moet dan worden aangegeven dat het
                    volgen van dit programma tevens is gedefinieerd als een reïntegratietraject.
                    Wanneer een nieuwkomer zich in dat geval niet houdt aan de verplichtingen van de
                    Win, schendt hij daarmee ook de plicht tot arbeidsinschakeling in artikel 9 WWB.
                    Als een bijstands-gerechtigde zijn verplichtingen op grond van de WWB niet of
                    onvoldoende nakomt, wordt zijn bijstandsuitkering verlaagd (artikel 18, tweede
                    lid, WWB).</al><al/><al>Daarnaast is er de nieuwkomer die voor het inkomen afhankelijk is van de partner
                    of de nieuwkomer die zelf inkomsten uit arbeid heeft. Deze nieuwkomers hebben
                    net zo goed de verplichting om in te burgeren op grond van de Win, maar ze
                    hebben geen bijstand en krijgen bij het schenden van de inburgeringsplicht een
                    bestuurlijke boete. Voor deze groep is deze verordening van toepassing.</al><al/><al>Dit betekent dat er twee sanctiesystemen bestaan: 1. de bestuurlijke boete op
                    grond van de Win die kan worden toegepast bij alle nieuwkomers die hun
                    inburgeringsverplichtingen niet nakomen en 2. een verlaging van de
                    bijstandsuitkering die kan worden toegepast bij bijstandsgerechtigde nieuwkomers
                    die zich niet houden aan hun inburgeringsverplichtingen als onderdeel van de
                    reïntegratieverplichting.</al><al/><al>De gemeente heeft bij nieuwkomers die een inburgeringsprogramma volgen in het
                    kader van een reïntegratietraject dus de keuze uit twee sancties: het opleggen
                    van een boete of het verlagen van de bijstandsuitkering. Beide sancties
                    toepassen voor dezelfde gedraging is niet toegestaan. In artikel 18, vijfde lid,
                    Win is een anticumulatiebepaling opgenomen. Deze bepaling regelt dat geen boete
                    op grond van de Win kan worden opgelegd als voor dezelfde gedraging reeds de
                    bijstand is verlaagd op grond van artikel 18, tweede lid, WWB.</al><gegeven><label>Nota-toelichting</label><dagtekening><datum isodatum="2010-09-06">2010-09-06</datum></dagtekening></gegeven></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>