<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3360_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wijkse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening Wijk bij Duurstede 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">1. artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">2. artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-03-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Monumenten</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>monumenten</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Monumentenverordening</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede</al><al>Gezien het voorstel van het college van 17 augustus 2004</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van
                        de Monumentenwet 1988, besluit vast te stellen de:</al><al>Monumentenverordening gemeente Wijk bij Duurstede 2004</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Monument</al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                            waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak als bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in
                                    onderdeel a, onder 2;</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de
                                    bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk
                                    monument is aangewezen;</al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                                    gemeentelijk monument aangewezen zaken;</al></li><li nr="e."><al>beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven
                                    in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde
                                    registers;</al></li><li nr="f."><al>kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een
                                    kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                                    kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend
                                    deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst;</al></li><li nr="g."><al>monumentencommissie: de door het college ingestelde commissie
                                    van advies met als taak het college op verzoek of uit eigen
                                    beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet
                                    1988, de verordening en het monumentenbeleid;</al></li><li nr="h."><al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                    onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische
                                    kwaliteit van een monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij
                                advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
                                vragen van dit advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk
                                monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument
                                aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op
                                grond van de monumentenverordening van de provincie Utrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen tien weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
                                van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 24 weken na
                                de adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Monumentenwet 1988
                            wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de
                            kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire
                            schuldeisers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijk monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de
                                tenaamstelling en de (redengevende) beschrijving van het
                                gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                                belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4
                                Monumentenwet 1988 zijn overeenkomstig van toepassing op het
                                wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van
                                artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4, eerste
                                lid, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al>Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
                            vernielen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergunning</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij
                            zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te
                                    verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te
                                    laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd
                                    of in gevaar gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college vraagt advies aan de monumentencommissie voordat zij
                                beslist op de aanvraag op grond van artikel 10.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de monumentencommissie
                                schriftelijk advies uit aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies
                                van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 16 weken na
                                ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de in het derde lid genoemde termijn van 16 weken
                                met ten hoogste tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan
                                kennis geeft binnen de in het derde lid genoemde termijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het college niet voldoet aan het derde of vierde lid, wordt
                                de vergunning geacht te zijn verleend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking
                                gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van
                                rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt
                                gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de
                                vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen
                            vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming
                            met de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft,
                            waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument
                            in het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                        onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld
                                        in artikel 10 niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                        zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                        zwaarder dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen 18 maanden van de vergunning gebruik wordt
                                        gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                                monumentencommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om
                                vergunning voor een beschermd rijksmonument met de naar voren
                                gebrachte zienswijzen aan de monumentencommissie na afloop van de
                                termijn van 14 dagen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de
                                Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt
                                monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>1.Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het college een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als
                                    bedoeld in artikel 10;</al></li></lijst><al>schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te
                            zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag
                            een billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al><al>2.Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
                            verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49
                            van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze
                            verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Toezichthouder(s)</titel></kop><al>1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke
                                monumenten treedt zij in werking op de eerste dag na het verstrijken
                                van een termijn van zes weken na bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentenverordening gemeente Wijk bij Duurstede 1989, voor
                                zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt
                                op 18 november 1989.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde
                                in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 28
                                september 2004, voor zover het betreft bepalingen over beschermde
                                rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing
                                vindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening
                                geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te
                                zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van
                                de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden
                                geacht geregistreerd te zijn overeenkomst de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                het tweede lid ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als </al><al>“Monumentenverordening gemeente Wijk bij Duurstede 2004”.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 28 september 2004</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>