<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR335659_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de vaststelling, afbakening en de nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Brabants Centrum, 23-07-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening basisregistraties adressen en gebouwen Boxtel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-07-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-10-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de artikelen 5.6.1 en 5.6.2 van de "Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2008"</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de vaststelling, afbakening en de nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de
                            vaststelling, afbakening en de nummering van verblijfsobjecten,
                            ligplaatsen en standplaatsen (Verordening basisregistraties adressen en
                            gebouwen Boxtel)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats
                                    of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een
                                    combinatie van de naam van een openbare ruimte, een
                                    nummeraanduiding en de naam van een woonplaats.</al></li><li nr="b."><al>Adresseerbaar object: een verblijfsobject, een ligplaats of
                                    standplaats, gelegen op het gemeentelijk grondgebied.</al></li><li nr="c."><al>Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is
                                    om ter plaatse te functioneren.</al></li><li nr="d."><al>College: het college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="e."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke,
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt.</al></li><li nr="f."><al>Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het
                                    water al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein
                                    of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent
                                    afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve
                                    doeleinden geschikt vaartuig.</al></li><li nr="g."><al>Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende
                                    aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats of een
                                    ligplaats, bestaande uit het huisnummer en eventueel een
                                    huisletter en/of huisnummertoevoeging.</al></li><li nr="h."><al>Openbaar gebied: alle voor het openbaar rijverkeer of ander
                                    verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen,
                                    plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee
                                    vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die, al
                                    dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of
                                    anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle
                                    bouwwerken die daar deel van uitmaken.</al></li><li nr="i."><al>Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van
                                    een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is
                                    gelegen.</al></li><li nr="j."><al>Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en
                                    bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en
                                    duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar
                                    is.</al></li><li nr="k."><al>Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                    zakelijk recht de beschikking heeft over een onroerende zaak,
                                    alsmede de beheerder.</al></li><li nr="l."><al>Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of
                                    gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van
                                    een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor
                                    woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte
                                    ruimte.</al></li><li nr="m."><al>Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische en
                                    administratieve aard.</al></li><li nr="n."><al>Verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en
                                    voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte
                                    eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen
                                    afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een
                                    gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van
                                    goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht
                                    zelfstandig is.</al></li><li nr="o."><al>Woonplaats: door de gemeenteraad als zodanig aangewezen en van
                                    een naam voorziene gedeelte van het grondgebied van de
                                    gemeente.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bepalingen adressenregistratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare
                                ruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt voor het totale grondgebied van de gemeente ten minste
                                één woonplaats vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een woonplaats in wijken of buurten verdelen en
                                zonodig daaraan namen, letters of nummers toekennen. Het besluit
                                wordt voorzien van een kaart met begrenzing van het benoemde
                                gedeelte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kent voor het totale grondgebied van de gemeente namen
                                toe aan te onderscheiden delen van de openbare ruimte en zonodig aan
                                bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het
                                eerste en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                intrekken van de vaststelling, verdeling en toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toekennen van adressen aan adresseerbare objecten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kent aan elk adresseerbaar object een adres toe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien aan een adresseerbaar object meer dan een adres wordt
                                toegekend, worden de adressen onderscheiden in hoofdadres en
                                nevenadressen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens
                                begrepen het wijzigen en intrekken van de toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Namen en nummeraanduidingen aanbrengen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de aan openbare ruimten
                                toegekende namen door middel van naamdragers (naamborden) zichtbaar
                                en in voldoende aantallen ter plaatse worden aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een adresseerbaar object dat een adres heeft gekregen moet de
                                nummeraanduiding op een doeltreffende wijze door middel van een
                                nummerdrager (nummerbord) zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is eenieder verboden op eigen initiatief naam- of nummerborden,
                                zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het wijzigen van een naam of nummeraanduiding, als bedoeld in
                                het eerste en tweede lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als
                                de oude en de nieuwe nummeraanduiding gedurende een jaar mogen
                                worden gebruikt op de wijze die bepaald is in de
                                uitvoeringsvoorschriften bedoeld in artikel 8.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gedoogplicht naamdragers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
                                buurtaanduiding, borden met namen van openbare ruimten en/of
                                verwijsborden aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een
                                andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de
                                rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden
                                vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste
                                lid genoemde borden vanaf het openbaar gebied duidelijk leesbaar
                                blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nummerdragers aanbrengen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht het nummerbord, als bedoeld in artikel
                                4, tweede lid, binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van
                                het college aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende van
                                een adresseerbaar object verplicht het in het eerste lid genoemde
                                nummerbord, alsmede daarmee verband houdende verwijs- en
                                verzamelborden aan te brengen op een nader per besluit te bepalen
                                wijze.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een adresseerbaar object nog niet is voltooid, wordt, in
                                afwijking van het eerste lid, het nummerbord binnen vier weken na
                                voltooiing aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste en derde lid genoemde termijn
                                verlengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen gebouwenregistratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vaststelling en afbakening adresseerbare objecten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de standplaatsen en ligplaatsen vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de afbakening van panden, verblijfsobjecten,
                                standplaatsen en ligplaatsen vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><al>Het college is bevoegd uitvoeringsvoorschriften vast te stellen
                            betreffende het bepaalde in dezeverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van artikel 4, tweede lid en derde lid, of het niet
                                voldoen aan de bepalingen in artikel 5 en 6, wordt gestraft met een
                                geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt wie er belast is met het toezicht op de naleving
                                van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vervallen oude regels</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de artikelen
                            5.6.1 en 5.6.2 van de Algemene plaatselijke verordening Boxtel
                            2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Namen en nummers die op het moment van in werking treden van deze
                                verordening reeds aan delen van de openbare ruimte en adresseerbare
                                objecten zijn toegekend, blijven na het in werking treden van deze
                                verordening bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat naam-
                                en nummerborden die op het moment van in werking treden van deze
                                verordening reeds bestaan, binnen een door hem te bepalen termijn
                                moeten worden vervangen door naam- en nummerborden die voldoen aan
                                de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de Verordening basisregistraties
                            adressen en gebouwen Boxtel.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte
                        en de vaststelling, afbakening en de nummering van verblijfsobjecten,
                        ligplaatsen en standplaatsen</titel></kop><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al/><al>Artikel 6, eerste lid van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen legt de
                    bevoegdheid tot het indelen van het grondgebied van de gemeente in woonplaatsen,
                    het vaststellen van de openbare ruimten (straten, pleinen, rotondes) en het
                    toekennen van nummeraanduidingen bij de gemeenteraad. Uit praktisch oogpunt is
                    het gewenst de bevoegdheid tot het vaststellen van de openbare ruimten en het
                    toekennen van nummeraanduidingen bij het college te leggen. Deze verordening
                    voorziet daarin.</al><al>Door mandaat kan deze bevoegdheid verder neergelegd worden bij ambtenaren.
                    Aangezien met name het toekennen van nummeraanduidingen frequent zal voorkomen,
                    ligt het voor de hand om de bevoegdheid tot het toekennen hiervan te
                    mandateren.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet><cursief>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</cursief></vet></al><al/><al><cursief>Ligplaats</cursief></al><al>Alhoewel vooralsnog geen ligplaatsen worden of zijn aangewezen in de gemeente
                    Boxtel, is vanwege de consistentie met de Wet basisregistraties adressen en
                    gebouwen (hierna: de wet) een en ander wel opgenomen in de verordening.</al><al/><al><cursief>Standplaats</cursief></al><al>De in de wet opgenomen definitie is ruimer dan de definitie die de Woningwet
                    kent. In de Woningwet heeft een standplaats betrekking op "een kavel, bestemd
                    voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op
                    het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of gemeenten
                    kunnen worden aangesloten". Voorbeeld hiervan zijn de standplaatsen aan de
                    Bunderhoef 1 t/m 16. Een standplaats als bedoeld in de wet en deze verordening
                    kan ook betrekking hebben op voor bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden
                    geschikte ruimten, zoals de stacaravans op Camping Dennenoord.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 2. Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de
                            openbare ruimte</vet></cursief></al><al/><al><cursief>Woonplaats</cursief></al><al>De bevoegdheid om het grondgebied van de gemeente in te delen in een of meer
                    woonplaats wordt door deze verordening niet gedelegeerd aan het college. Naar
                    verwachting zal dit zelden of nooit voorkomen en heeft het vermeerderen (of
                    verminderen) van het aantal woonplaatsen zeer veel (ook financiële)
                    consequenties dat het gewenst is deze bevoegdheid bij de gemeenteraad te
                    laten.</al><al/><al><cursief>Openbare ruimte</cursief></al><al>In het tweede lid is het benoemen van delen van de openbare ruimte geregeld. De
                    openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo kunnen
                    bijvoorbeeld ook waterlopen, bruggen, viaducten, meren en plassen van een naam
                    worden voorzien. Het benoemen van de openbare ruimte wordt een bevoegdheid van
                    het college. Dit benoemt delen van de openbare ruimte indien dat naar zijn
                    oordeel nodig is. De in het tweede lid gehanteerde formulering sluit niet uit
                    dat burgers een aanvraag tot het benoemen van een openbare ruimte bij het
                    college indienen.</al><al/><al>Het derde lid bepaalt dat onder vaststellen, toekennen en verdelen, zoals vervat
                    in het eerste en tweede lid, tevens het wijzigen en intrekken wordt bedoeld.
                    Naar de huidige opvattingen impliceert vaststellen, toekennen en verdelen dat
                    men ook kan wijzigen en intrekken.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 3. Toekennen van adressen aan adresseerbare
                        objecten</vet></cursief></al><al/><al>Het eerste lid bepaalt dat het toekennen van adressen aan verblijfsobjecten
                    (gebouwen), ligplaatsen en standplaatsen plaats vindt door het college. Wanneer
                    sprake is van een verblijfsobject, ligplaats of standplaats wordt in eerste
                    instantie bepaald door de in de wet (en verordening) opgenomen definities. In
                    aanvulling daarop zijn door het ministerie van VROM stroomschema's en een
                    objectenhandboek met veel voorkomende situaties beschikbaar gesteld om te
                    bepalen wanneer sprake is van een verblijfsobject en pand.</al><al>Het tweede lid biedt de mogelijkheid om naast een hoofdadres een of meer
                    nevenadres toe te kennen. Soms is dit noodzakelijk in verband met een goede
                    bereikbaarheid en kenbaarheid voor hulpdiensten. Ook is soms een
                    leverancierstoegang aan een andere straat gelegen dan de hoofdtoegang. Zo is de
                    Hema te Boxtel met zijn hoofdtoegang gesitueerd aan de Rechterstraat, maar is de
                    toegang voor leveranciers bereikbaar via de Burgakker.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 4. Namen en nummeraanduidingen
                    aanbrengen</vet></cursief></al><al/><al>Dit artikel regelt dat naamborden overeenkomstig de wens van het college zullen
                    worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. De
                    nummeraanduiding van een verblijfsobject dient op een doeltreffende wijze te
                    zijn aangebracht door de rechthebbende. Het derde lid verbiedt eenieder op eigen
                    initiatief namen en adressen toe te kennen door deze namen en adressen aan te
                    brengen.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 5. Gedoogplicht naamborden</vet></cursief></al><al/><al>In verband met een goede vindbaarheid dienen naamborden door of namens de
                    gemeente ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk door
                    de naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen van derden of
                    paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de naamgeving mogen worden
                    geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening met de omstandigheid dat de
                    borden niet door de gemeente zelf, maar door derden worden aangebracht. Om te
                    voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte naamborden door hoog
                    opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt belemmerd, is in het
                    tweede lid bepaald dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde
                    naamborden vanaf de openbare weg leesbaar blijven.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 6. Nummerborden aanbrengen</vet></cursief></al><al/><al>In het eerste lid is bepaalde dat de door het college toegekende
                    nummeraanduiding binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor
                    gevallen waarin het adresseerbare object nog niet is voltooid is in het derde
                    lid een andere termijn gesteld. Het vierde lid geeft het college de mogelijkheid
                    de in het eerste en derde lid genoemde termijnen ter verlengen.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 7. Vaststelling en afbakening adresseerbare
                        objecten</vet></cursief></al><al/><al>Artikel 6, tweede en derde lid van de wet legt ook de bevoegdheid tot het
                    vaststellen van standplaatsen en ligplaatsen en het vaststellen van de
                    (geometrische) afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en
                    ligplaatsen bij de gemeenteraad. Ook hiervoor geldt dat het uit praktisch
                    oogpunt gewenst is deze bevoegdheid te delegeren aan het college.</al><al>De wet en ook deze verordening voorziet niet in bepalingen ten aanzien van het
                    vaststellen van panden en verblijfsobjecten daar deze voortvloeien uit de in
                    artikel 1 opgenomen definities. Panden en verblijfsobjecten "ontstaan" door het
                    verlenen van een bouwvergunningen en "verdwijnen" door het verlenen van
                    sloopvergunningen. De afbakening wordt bepaald door de bij de bouwvergunning
                    behorende bouwtekeningen, met inachtneming van de definities.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 8. Uitvoeringsvoorschriften</vet></cursief></al><al/><al>Dit artikel geeft het college de mogelijkheid uitvoeringsvoorschriften vast te
                    stellen. In dit verband kan gedacht worden aan algemene eisen aan het te
                    gebruiken materiaal alsmede aan andere technische of administratieve zaken,
                    zoals de methode van nummeren en de maatvoering van de naamborden of
                    nummerbordjes.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 9. Strafbepaling</vet></cursief></al><al/><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals bijvoorbeeld de in artikel 5 opgenomen
                    gedoogplicht, heeft alleen zin wanneer deze verplichtingen – in het uiterste
                    geval – ook kunnen worden afgedwongen zodra de regels worden overtreden. Het is
                    gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste categorie te
                    verbinden. Veelal zullen overtredingen van deze verordening in eerste instantie
                    via het bestuursrechtelijke traject – op grond van hoofdstuk 5 van de Algemene
                    wet bestuursrecht – kunnen worden gehandhaafd. In verband hiermee is in het
                    tweede lid de mogelijkheid opgenomen dat het college toezichthouders
                    aanwijst.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 10. Inwerkingtreding</vet></cursief></al><al/><al>De inwerkingtreding is zo spoedig mogelijk na bekendmaking door publicatie in
                    het Brabants Centrum.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 11. Vervallen oude regels</vet></cursief></al><al/><al>De momenteel in de Apv opgenomen gedoogplicht kan vervallen omdat artikel 5 van
                    deze verordening daarin voorziet.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 12. Overgangsbepalingen</cursief></vet></al><al/><al>Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat alle
                    bestaande namen en adressen in de gemeente dienen te worden aangepast aan de
                    nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals geregeld krachtens artikel 8. Adressen
                    die onder het oude regime tot stand zijn gekomen blijven gehandhaafd. Het
                    college heeft – indien daar aanleiding toe is – wel de mogelijkheid om
                    aanpassing van de naam- en nummerborden te eisen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>