<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33565_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Cliëntenparticipatie Sociale Zekerheid gemeente Best 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Groeiend Best, 2010-07-20</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Cliëntenparticipatie Sociale Zekerheid gemeente Best 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, artikel 47</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, artikel 12, eerste lid, onderdeel d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147 eerste lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Cliëntenparticipatie Sociale Zekerheid gemeente Best 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Best;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 15
                        juni 2010,</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, artikel 47 van de Wet
                        werk en bijstand en artikel 12, eerste lid, onderdeel d van de Wet
                        investeren in jongeren, </al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening Cliëntenparticipatie Sociale Zekerheid gemeente Best 2010.
                        </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben de betekenis die de <onderstreept>Wet
                                    werk en bijstand</onderstreept> daaraan toekent. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="1."><al><cursief>wet:</cursief> de <onderstreept>Wet werk en
                                            bijstand</onderstreept> (WWB). In deze verordening wordt
                                        onder de wet tevens begrepen de Wet inkomensvoorziening
                                        oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                                        werknemers (<onderstreept>Ioaw</onderstreept>), de Wet
                                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
                                            (<onderstreept>Ioaz</onderstreept>), het Besluit
                                        bijstandverlening zelfstandigen
                                            (<onderstreept>Bbz</onderstreept>), de Wet inburgering
                                        nieuwkomers (<onderstreept>Win</onderstreept>), de Wet
                                        voorzieningen gehandicapten (Wvg) en de Wet investeren in
                                        jongeren (WIJ); </al></li><li nr="2."><al><cursief>klant:</cursief> de persoon die een uitkering of
                                        werkleeraanbod ontvangt van de gemeente Best op grond van de
                                        wet, alsmede de persoon die behoort tot de doelgroep van
                                        artikel 4 van de
                                            <onderstreept>Re-integratieverordening</onderstreept>
                                        WWB; </al></li><li nr="3."><al><cursief>Adviesraad:</cursief> de Adviesraad Sociale
                                        Voorzieningen van de gemeente Best; </al></li><li nr="4."><al><cursief>Raad:</cursief> de gemeenteraad van de gemeente
                                        Best; </al></li><li nr="5."><al><cursief>maatschappelijke organisatie:</cursief> de
                                        instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke
                                        werkzaamheden direct of indirect richt op de behartiging van
                                        de belangen van de klant; </al></li><li nr="6."><al><cursief>klantenparticipatie: </cursief>de gestructureerde
                                        wijze waarop de gemeente Best haar klanten en
                                        maatschappelijke organisaties betrekt in de beleidsvorming,
                                        uitvoering en evaluatie van de door de gemeente uit te
                                        voeren regelingen op het terrein van sociale zekerheid, de
                                        wijze van dienstverlening en de wijze van communicatie met
                                        de klanten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel klantenparticipatie</titel></kop><al>Het doel van de klantenparticipatie is: </al><lijst><li nr="1."><al>klanten en maatschappelijke organisaties, vanuit een
                                    onafhankelijke positie, door middel van advisering aan het
                                    college optimaal te betrekken bij het uitkerings- en
                                    arbeidsre-integratiebeleid van de gemeente, alsmede bij de
                                    daarop gerichte dienstverlening en communicatie; </al></li><li nr="2."><al>het bijdragen aan de totstandkoming of verbetering van het
                                    gemeentelijk uitkerings- en arbeidsre-integratiebeleid, de
                                    dienstverlening en de communicatie met de klanten.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>De Adviesraad Sociale Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling en omvang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Adviesraad bestaat uit klanten, vertegenwoordigers van
                                maatschappelijke organisaties en een onafhankelijk voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Adviesraad telt negen leden. Eén lid is onafhankelijk voorzitter,
                                vier leden zijn klant, vier leden zijn vertegenwoordiger van
                                maatschappelijke organisaties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het ledental van de Adviesraad daalt tot drie of minder
                                worden de werkzaamheden van de Adviesraad opgeschort tot het
                                tijdstip dat de Adviesraad minimaal vier leden telt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Door of namens het college wordt zorggedragen voor de werving van
                                nieuwe leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voordracht en benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de Adviesraad worden door het college benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De benoeming van de voorzitter geschiedt uit kandidaten die zich na
                                een openbare oproep daartoe hebben aangemeld of die met hun
                                instemming door derden als zodanig zijn voorgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de Adviesraad worden voorgezeten door de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter wordt door het college in functie benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de Adviesraad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De stukken die van de Adviesraad uitgaan worden door de voorzitter
                                ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De voorzitter is niet tevens: </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan
                                ondergeschikt;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>door of vanwege een door de gemeente gesubsidieerde instelling
                                aangesteld of daaraan ondergeschikt;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>lid van de gemeenteraad of van het college van de gemeente
                                Best;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>klant van de gemeente of vertegenwoordiger van een maatschappelijke
                                organisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de Adviesraad wordt een medewerker van de gemeente als
                                secretaris toegevoegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stukken die van de Adviesraad uitgaan worden mede door de
                                secretaris ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Zittingsduur en beëindiging lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsduur van een lid van de Adviesraad bedraagt vier jaar,
                                gerekend vanaf de datum van ingang van zijn benoeming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap eindigt door:</al><lijst><li nr="1."><al>het verstrijken van de zittingsduur;</al></li><li nr="2."><al>het vervallen van de hoedanigheid van klant of van
                                        vertegenwoordiger van een maatschappelijke organisatie;</al></li><li nr="3."><al>aftreden op eigen schriftelijk verzoek;</al></li><li nr="4."><al>ondercuratelestelling;</al></li><li nr="5."><al>overlijden;</al></li><li nr="6."><al>opzeggen van het vertrouwen door alle overige zitting
                                        hebbende leden bij ernstig en langdurig disfunctioneren van
                                        een lid;</al></li><li nr="7."><al>ontslag door het college op grond van met het lidmaatschap
                                        van de Adviesraad onverenigbaar handelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden zijn na het verstrijken van hun zittingsduur onmiddellijk
                                herbenoembaar.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Taken en rechten van de Adviesraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Taak Adviesraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Adviesraad heeft tot taak het college gevraagd of ongevraagd te
                                adviseren over:</al><lijst><li nr="1."><al>de vorming, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke
                                        sociale zekerheidsbeleid;</al></li><li nr="2."><al>de wijze van dienstverlening aan de klanten;</al></li><li nr="3."><al>de wijze van communicatie met de klanten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van
                                wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college het advies van de Adviesraad niet of niet geheel
                                overneemt, stelt het de Adviesraad van zijn motieven om van het
                                advies af te wijken schriftelijk in kennis. Betreft het advies een
                                voorstel aan de gemeenteraad dan wordt de motivering bovendien in
                                het raadsvoorstel opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Informatierecht</titel></kop><al>Het college is verplicht aan de Adviesraad tijdig alle informatie te
                            verstrekken die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze
                            nodig heeft. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Geheimhoudingsplicht</titel></kop><al>De Adviesraad neemt kennis van het bepaalde in artikel 2:5 van de
                            Algemene wet bestuursrecht. Behalve na voorafgaande schriftelijke
                            toestemming van de gemeente zal de Adviesraad informatie met een
                            vertrouwelijk karakter niet aan derden kenbaar maken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen, vergaderorde en beslissingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Periodiek overleg met de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten minste vier keer per jaar vindt overleg van de Adviesraad met de
                                gemeente plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt een vergadering
                                met de gemeente belegd wanneer ten minste eenderde deel van het
                                aantal zitting hebbende leden van de Adviesraad daarom
                                verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt een vergadering
                                met de gemeente belegd, wanneer door of namens het college daarom
                                wordt verzocht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergadering als bedoeld in het eerste lid wordt ten minste vier
                                weken voor het plaatsvinden van de vergadering bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergadering als bedoeld in het tweede of derde lid wordt ten
                                minste twee weken voor het plaatsvinden van de vergadering
                                bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Adviesraad kan de verantwoordelijk wethouder of een of meerdere
                                leden van de gemeenteraad en/of derden uitnodigen de vergadering van
                                de Adviesraad bij te wonen voor het geven van toelichting en/of
                                advies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Leiding van de vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen als bedoeld in artikel 11 worden geleid door de
                                voorzitter van de Adviesraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid van de voorzitter wijst de
                                Adviesraad een van zijn leden aan als tijdelijk voorzitter van de
                                vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Schriftelijke oproeping</titel></kop><al>De voorzitter van de Adviesraad roept de leden en eventuele genodigden,
                            tot de vergadering op. De oproeping geschiedt door middel van een
                            tijdige, schriftelijke uitnodiging waarin de datum, het tijdstip van
                            aanvang, de plaats van de vergadering en de agenda zijn vermeld.
                            Eventuele bijlagen worden bij de agenda gevoegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agenda voor de vergadering wordt door de voorzitter en de
                                secretaris in gezamenlijk overleg opgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk lid, alsmede een lid van het college, heeft het recht
                                schriftelijk agendavoorstellen bij de voorzitter in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De agenda wordt ten minste één week voor de vergadering aan de leden
                                en eventuele genodigden toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Beslissing en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering van de Adviesraad wordt niet geopend voordat meer dan
                                de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden
                                geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel,
                                opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste
                                vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet
                                van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alleen de leden van de Adviesraad hebben stemrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de Adviesraad stemmen zonder last.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd is het
                                aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Stemmingen geschieden door middel van handopsteken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Voor het totstandkomen van een beslissing bij stemming wordt de
                                volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben
                                uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen
                                het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende
                                vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een
                                ingevolge het vorige lid opnieuw belegde vergadering, is het
                                voorstel niet aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De adviezen van de Adviesraad aan het college worden gegeven
                                overeenkomstig de mening van de meerderheid van de Adviesraad.
                                Minderheidsstandpunten worden op verzoek in het voorstel of advies
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Indien door of namens het college is verzocht advies uit te brengen,
                                geeft de Adviesraad hieraan zo spoedig mogelijk, doch in elk geval
                                binnen drie weken gevolg. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris stelt van elke vergadering van de Adviesraad een
                                verslag op. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering van de
                                Adviesraad ter vaststelling voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorafgaande aan de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, zendt
                                de secretaris het verslag aan de leden van de Adviesraad en aan het
                                college. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Faciliteiten en vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><al>Ten behoeve van de werkzaamheden van de Adviesraad stelt het college die
                            faciliteiten om niet beschikbaar die voor een goede taakvervulling
                            noodzakelijk zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten die de Adviesraad redelijkerwijs moet maken voor de
                                uitoefening van zijn taak komen ten laste van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot deze kosten kunnen mede worden gerekend de kosten van:</al><lijst><li nr="1."><al>bevordering van de deskundigheid van de leden;</al></li><li nr="2."><al>kinderopvang;</al></li><li nr="3."><al>reizen;</al></li><li nr="4."><al>raadplegen van deskundigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de Adviesraad ontvangen voor hun werkzaamheden een
                                onkostenvergoeding. De hoogte van deze vergoeding wordt door
                                burgemeester en wethouders jaarlijks, na indexering,
                                vastgesteld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan afwijken van de bepalingen van deze verordening,
                                indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende
                                aard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 21 juli 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Cliëntenparticipatie
                            Sociale Zekerheid gemeente Best 2010.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 juli 2010.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.J.H.J. Baijens drs. Y.C.Th.J. Kortmann</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nota-toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al/><al><extref doc="http://www.handboekwwb.nl/show_wetteksten.php?action=toonArtikel&amp;type_id=wetten&amp;groep_id=wet_wwb&amp;artikel_id=121">Artikel 47 van de Wet werk en bijstand</extref> geeft de gemeenteraad de
                    opdracht om "bij verordening regels te stellen over de wijze waarop de personen,
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij
                    de uitvoering van deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze
                    waarop:</al><lijst><li nr="1."><al>periodiek overleg wordt gevoerd met deze personen of hun
                            vertegenwoordigers;</al></li><li nr="2."><al>deze personen of vertegenwoordigers onderwerpen voor de agenda van dit
                            overleg kunnen aanmelden;</al></li><li nr="3."><al>zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg
                            benodigde informatie".</al></li></lijst><al>Dit artikel is bij de behandeling van de Wet werk en bijstand in de Tweede Kamer
                    naar aanleiding van een amendement van de kamerleden Bakker en Noorman-den Uyl
                    toegevoegd. Doel van het amendement was de klantenparticipatie<sup/>bij de
                    gemeenten in lijn te brengen met de Wet SUWI, waarin wordt gesteld dat
                    klantenparticipatie onmisbaar is in een uitvoeringsstructuur waarin de klant
                    centraal staat.</al><al>Met de Verordening klantenparticipatie WWB wordt ruimschoots aan de verplichting
                    van <extref doc="http://www.handboekwwb.nl/show_wetteksten.php?action=toonArtikel&amp;type_id=wetten&amp;groep_id=wet_wwb&amp;artikel_id=121">artikel 47 WWB</extref> voldaan. Er is naar gestreefd klantenparticipatie
                    nog sterker dan voorheen in de uitvoering van de gemeentelijke sociale zekerheid
                    te verankeren, mede door de positie van de Adviesraad Sociale Voorzieningen te
                    verstevigen. </al><al>Klantenparticipatie is overigens geen nieuw fenomeen voor de gemeente Best. De
                    gemeente acht de bevordering van klantenparticipatie al langer
                    nastrevenswaardig. Enerzijds liggen hier democratische overwegingen aan ten
                    grondslag en anderzijds doelmatigheidsoverwegingen. </al><al>Vanuit een democratisch oogpunt acht de gemeente het van belang dat burgers
                    kunnen participeren in hetgeen de overheid in wet- en regelgeving vastlegt.
                    Vanuit een oogpunt van doelmatigheid is de informatie van burgers van belang,
                    omdat zij vanuit hun eigen beleving aan politici en ambtenaren informatie kunnen
                    geven over de (verwachte) gevolgen van het overheidsbeleid en over de wijze van
                    uitvoering. Bovendien is de burger als geen ander op de hoogte van het feitelijk
                    functioneren van gemeentelijke diensten en kan aldus een bijdrage leveren om de
                    politieke sturing van de gemeentelijke organisatie te verbeteren. Ook de
                    gemeente Best wil als kwaliteitsbewuste organisatie weten hoe haar
                    dienstverlening wordt gewaardeerd. Tot slot vormt de inhoudelijke deskundigheid
                    van klanten(organisaties) een waardevolle inbreng voor het gemeentelijk
                    beleid.</al><al>In de <extref doc="http://www.handboekwwb.nl/show_wetteksten.php?action=toonOverzichtArtikelen&amp;type_id=wetten&amp;groep_id=wt_abw">Algemene bijstandswet</extref> werd klantenparticipatie eind 1997 (Stb.
                    1997, 791) in het streven naar bestuurlijke vernieuwing ingevoerd. Hierdoor
                    worden burgers en organisaties zo vroeg mogelijk geconsulteerd bij het ontwerpen
                    van beleid. </al><al>In Best kreeg klantenparticipatie vaste vorm met het oprichten van de Adviesraad
                    Sociale Voorzieningen. Het eerste Reglement van de Adviesraad dateert van
                    januari 2001. Het werd op 1 augustus 2003 vervangen door het Reglement
                    adviesraad 2003. </al><al>In de Verordening klantenparticipatie WWB is dit laatste reglement zoveel
                    mogelijk opgenomen. </al><al/><al><vet>De Wet investeren in jongeren en cliëntenparticipatie</vet></al><al>Op 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking getreden.
                    Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier werk
                    van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een recht op een
                    zogenaamd werkleeraanbod vastgelegd. Dit werkleerrecht berust op het
                    uitgangspunt dat jongeren die goed geschoold zijn en over voldoende
                    kwalificaties beschikken gemakkelijker aan het werk zullen komen en daardoor
                    zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. </al><al/><al>De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling van alle
                    jongeren, ook bij een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daartoe moeten
                    gemeenten jongeren in beginsel een werkleeraanbod doen. Afgeleide van het
                    werkleeraanbod is een inkomensvoorziening voor jongeren vanaf 18 jaar als de
                    jongere onvoldoende inkomsten heeft. Deze inkomensvoorziening is alleen
                    beschikbaar als het werkleeraanbod wegens in de persoon van de jongere gelegen
                    of niet verwijtbare omstandigheden zijnerzijds geen optie is, dit aanbod
                    onvoldoende inkomsten genereert of er nog geen werkleeraanbod kan worden gedaan.
                    De samenhang tussen het werkleeraanbod enerzijds en de inkomensvoorziening
                    anderzijds is een bepalend element in de WIJ.</al><al/><al>De relatie tussen werken/leren en een uitkering is fundamenteel anders dan de
                    WWB, waarbij het recht op bijstand vooropstaat met als afgeleide de plicht tot
                    arbeidsparticipatie. Met de WIJ wordt een ‘paradigmawisseling’ beoogd: is het
                    uitgangspunt in de WWB ‘een uitkering, mits’ in de WIJ is dit omgedraaid en
                    geldt als uitgangpunt ‘geen uitkering, tenzij’.</al><al/><al>Waar het college de opdracht heeft gekregen om de WIJ uit te voeren, is het de
                    verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om een vijftal verordeningen vast te
                    stellen. De verordening Cliëntenparticipatie is één van die verordeningen.</al><al/><al><vet>Verordening Cliëntenparticipatie</vet></al><al>Met een verordening cliëntenparticipatie WIJ wordt invulling gegeven aan de in
                    artikel 12 WIJ gegeven opdracht om regels te stellen met betrekking tot de wijze
                    waarop jongeren, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering
                    van de WIJ. Het behoort tot de gemeentelijke beleidsvrijheid om daarin eigen
                    beleidskeuzes te maken. Van de zijde van de regering is op vragen vanuit de
                    Tweede Kamer opgemerkt dat het voor de hand ligt om aansluiting te zoeken bij de
                    bestaande vormen van cliëntenparticipatie in het kader van de WWB. Deze
                    suggestie is overgenomen en wordt geformaliseerd door een wijziging van de
                    verordening Cliëntenparticipatie WWB. Deze krijgt daardoor niet alleen een
                    andere inhoud maar ook een andere naam en zal voortaan als verordening
                    cliëntenparticipatie WWB en WIJ door het leven gaan.</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijving</vet></al><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de
                        <extref doc="http://www.handboekwwb.nl/show_wetteksten.php?action=toonOverzichtArtikelen&amp;type_id=wetten&amp;groep_id=wet_wwb">Wet werk en bijstand</extref> en de Wet investeren in jongeren. Alleen die
                    begrippen zijn gedefinieerd die niet voorkomen in of afwijken van deze
                    wetten.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Doel klantenparticipatie</vet></al><al>Klantenparticipatie kent velerlei verschijningsvormen. In deze verordening is
                    voor realisatie van klantenparticipatie het middel van advisering gekozen. Door
                    middel van het advies van klanten en maatschappelijke organisaties wordt invloed
                    uitgeoefend op zowel het uitkeringsbeleid als het arbeidsre-integratiebeleid van
                    de gemeente, alsook op de daarop gerichte dienstverlening en communicatie. De
                    ervaringsdeskundigheid van de leden van de Adviesraad is de belangrijkste basis
                    voor dit advies. </al><al/><al>De verordening is dus niet van toepassing op andere vormen van
                    belangenbehartiging van klanten. </al><al>Het advies kan een veelheid aan onderwerpen betreffen zoals: </al><lijst><li nr="1."><al>beleid met betrekking tot het verkrijgen van algemeen geaccepteerde
                            arbeid voor personen als bedoeld in <extref doc="http://www.handboekwwb.nl/show_wetteksten.php?action=toonArtikel&amp;type_id=wetten&amp;groep_id=wet_wwb&amp;artikel_id=80">artikel 7, eerste lid, van de Wet werk en bijstand</extref>. Het
                            betreft hier o.a. personen die algemene bijstand ontvangen, personen met
                            een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) en
                            niet-uitkeringsgerechtigden.</al></li><li nr="2."><al>uitkeringsbeleid met betrekking tot het tijdig en rechtmatig verstrekken
                            van de uitkering, met inbegrip van handhaving.</al></li><li nr="3."><al>minimabeleid: Hieronder verstaan wij het samenhangende beleid gericht op
                            preventie en bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. </al></li></lijst><al/><al>N.B.: bovengenoemde opsomming is niet uitputtend. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Samenstelling en omvang </vet></al><al/><al><vet>Eerste en tweede lid</vet></al><al>Omdat het gaat om klantenparticipatie ligt het in de rede dat de Adviesraad voor
                    een groot deel (vier klanten) bestaat uit leden van de doelgroep zelf. Daarbij
                    is het raadzaam te streven naar een representatieve afspiegeling van de
                    doelgroep. </al><al>Een even groot deel van de Adviesraad bestaat uit vertegenwoordigers van
                    maatschappelijke organisaties. Hiervoor is destijds gekozen, omdat zij vanuit
                    hun professionaliteit een waardevolle inbreng kunnen leveren en mede de
                    continuïteit van de Adviesraad kunnen waarborgen. </al><al/><al><vet>Derde lid</vet></al><al>Als de Adviesraad te klein wordt, kan het uitbrengen van een voldragen advies in
                    gevaar komen. Vandaar dat de werkzaamheden van de Adviesraad worden opgeschort
                    tot het tijdstip dat hij minimaal vier leden telt. </al><al/><al><vet>Vierde lid</vet></al><al>De verantwoordelijkheid van het college voor de instandhouding van een goed
                    functionerende klantenparticipatie in de gemeente brengt met zich mee dat het
                    gehouden is tijdig zorg te dragen voor een nieuwe aanwas van leden van de
                    Adviesraad. Het college kan deze taak door een ander laten vervullen. Het kan
                    ook de Adviesraad uitnodigen om kandidaten voor te dragen. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Voordracht en benoeming van de leden van de Adviesraad </vet></al><al/><al><vet>Eerste en tweede lid</vet></al><al>De leden van de Adviesraad worden door het college benoemd. Ook de voorzitter.
                    Omdat de voorzitter op grond van artikel 5 een onafhankelijke positie in de
                    Adviesraad inneemt, is in het tweede lid diens voordracht apart geregeld. </al><al/><al><vet>Artikel 5 De voorzitter </vet></al><al/><al><vet>Eerste en tweede lid</vet></al><al>De onafhankelijke positie van de voorzitter van de Adviesraad rechtvaardigt dat
                    deze door het college als voorzitter van de Adviesraad wordt benoemd.</al><al/><al><vet>Derde lid</vet></al><al>De voorzitter vertegenwoordigt de Adviesraad. Hij behoeft daarvoor niet door de
                    Adviesraad in afzonderlijke gevallen te worden gemachtigd. </al><al/><al><vet>Vijfde lid</vet></al><al>In dit lid is een aantal incompatibiliteiten vermeld. De onverenigbaarheid van
                    functies dient met name om ongewenste functievermenging tegen te gaan, waardoor
                    de onafhankelijkheid van de voorzitter onder druk zou kunnen komen te
                    staan.</al><al/><al><vet>Artikel 6 De secretaris </vet></al><al>De secretaris van de Adviesraad wordt door de gemeente aan de Adviesraad
                    toegevoegd.</al><al>De secretaris tekent samen met de voorzitter de stukken die van de Adviesraad
                    uitgaan. Daarnaast ondersteunt hij de Adviesraad daar waar nodig. Behalve het
                    verrichten van de facilitaire diensten als het (mede)verzorgen van de
                    vergaderstukken, de zorg voor adequate vergaderruimte, het organiseren en werven
                    van klanten voor participatieactiviteiten, het (mede)organiseren van
                    participatieactiviteiten en het verzorgen van communicatieactiviteiten, omvat
                    deze ondersteuning tevens de ondersteuning genoemd in de tweede alinea van de
                    toelichting op artikel 9.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Zittingsduur en beëindiging lidmaatschap</vet></al><al/><al><vet>Eerste lid</vet></al><al>Vanwege de continuïteit is niet gekozen voor een collectief aftreden van de
                    Adviesraad, maar voor een zittingsduur voor het individuele lid van vier jaar
                    gerekend vanaf de datum van zijn benoeming. </al><al/><al><vet>Tweede lid</vet></al><al>In het tweede lid is een aantal redenen voor beëindiging van het lidmaatschap
                    aangegeven. </al><al>In onderdeel f wordt de mogelijkheid geschapen het lidmaatschap van een lid dat
                    door zijn gedrag het functioneren van de Adviesraad ernstig en langdurig
                    schaadt, te beëindigen. Omdat dit niet te lichtvaardig en niet te gemakkelijk
                    mag geschieden, is door de keuze van alle overige zitting hebbende leden, die
                    genoemd lidmaatschap zouden willen beëindigen, een hoge drempel aangebracht. Na
                    de opzegging van het vertrouwen, zal het college besluiten al dan niet tot
                    beëindiging van het lidmaatschap van het betreffende lid over te gaan.</al><al>In onderdeel g wordt het college de mogelijkheid geboden het lidmaatschap te
                    beëindigen, als een lid van de Adviesraad door zijn handelen te kennen heeft
                    gegeven zijn lidmaatschap niet waardig te zijn. Hierbij moet gedacht worden aan
                    handelingen die de Adviesraad in diskrediet brengen, waartoe in ieder geval het
                    plegen van misdrijven moet worden gerekend. </al><al/><al><vet>Derde lid</vet></al><al>Slechts in de situatie dat de zittingsduur van een lid is verstreken, kan
                    onmiddellijke herbenoeming door het college plaatsvinden. Het lid slaat dus
                    enkel op onderdeel a van het tweede lid.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Taak Adviesraad</vet></al><al>De Adviesraad is een adviesorgaan voor het college. In het eerste lid van dit
                    artikel wordt zijn taak afgebakend tot de onder a, b en c genoemde onderdelen.
                    De behandeling van klachten, bezwaren en andere aangelegenheden die de
                    individuele klant of de individuele medewerker van de gemeente betreffen,
                    behoort derhalve niet tot het werkterrein van de Adviesraad. </al><al>In de in artikel 8 geformuleerde taakstelling van de Adviesraad ligt het
                    adviesrecht van de Adviesraad besloten. Dit recht op advies wordt in het tweede
                    lid verder uitgewerkt. Wanneer het college advies vraagt, moet dit advies van
                    invloed kunnen zijn op de besluitvorming. Hiermede wordt het belang, dat de
                    gemeente aan klantenparticipatie hecht, onderstreept. Dit geldt eveneens voor
                    het derde lid, waarin nogmaals tot uitdrukking komt dat het advies van de
                    Adviesraad niet vrijblijvend is. Het college zal te allen tijde aan de
                    Adviesraad schriftelijk moeten berichten waarom het een bepaald advies niet of
                    niet geheel overneemt. Betreft het advies een voorstel aan de gemeenteraad dan
                    wordt bovendien de motivering van het college in het raadsvoorstel opgenomen.
                    Hiermee wordt het mogelijk gemaakt dat de gemeenteraad, zowel het advies van de
                    Adviesraad als de motivering van het college in onderlinge samenhang kan bezien
                    en daaraan de waarde kan toekennen die hij nodig oordeelt.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Informatierecht </vet></al><al>Deze bepaling regelt het passieve informatierecht van de Adviesraad. Het is vorm
                    gegeven in een actieve informatieplicht van het college. Het college dient uit
                    eigen beweging te zorgen dat de Adviesraad tijdig de nodige informatie ontvangt
                    die voor zijn functioneren noodzakelijk of dienstbaar is. Naast dit passieve
                    informatierecht bezit de Adviesraad ook een actief informatierecht: hij kan zelf
                    om bepaalde inlichtingen en/of gegevens vragen. </al><al>Het informatierecht omvat tevens het recht op ondersteuning bij het toegankelijk
                    maken van informatie, de bevordering van de deskundigheid van de
                    Adviesraadsleden, waaronder wordt begrepen het bevorderen van kennis en inzicht,
                    het leren vergaderen en communiceren met de uitvoerders, het leren lezen van
                    beleidsnota's, het formuleren en onderbouwen van de adviezen, het planmatig
                    werken enz. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Geheimhoudingsplicht</vet></al><al>Artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht luidt:</al><lijst><li nr="1."><al>Eenieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een
                            bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan
                            hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden,
                            en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk
                            voorschrift terzake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is
                            verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voorzover enig
                            wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de
                            noodzaak tot mededeling voortvloeit. </al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe
                            behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan
                            worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en
                            daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens
                            de wet toegekende taak uitoefenen. </al></li></lijst><al>Omdat de mogelijkheid bestaat dat de Adviesraad kennis neemt van vertrouwelijke
                    informatie is het goed zich ervan rekenschap te geven dat hierop de
                    geheimhoudingsplicht van <extref doc="http://www.handboekwwb.nl/show_wetteksten.php?action=toonArtikel&amp;type_id=wetten&amp;groep_id=wt_awb&amp;artikel_id=638">artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> rust. Na vooraf
                    verkregen schriftelijke toestemming van het college mag de Adviesraad genoemde
                    informatie aan derden verstrekken of publiek maken. </al><al/><al><vet>Artikel 11 Periodiek overleg met de gemeente </vet></al><al/><al><vet>Tweede en derde lid</vet></al><al>Het kan voorkomen dat de Adviesraad het noodzakelijk acht met de gemeente te
                    overleggen buiten de tijdstippen van het reguliere overleg, bedoeld in het
                    eerste lid. Daarom is in het tweede lid geregeld dat een extra vergadering wordt
                    belegd wanneer ten minste eenderde deel van het aantal zitting hebbende leden
                    van de Adviesraad daarom verzoekt. Ook het college kan verzoeken een extra
                    vergadering uit te schrijven.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Agenda</vet></al><al/><al><vet>Tweede lid</vet></al><al>In het tweede lid van dit artikel wordt voldaan aan de eis dat de verordening de
                    wijze moet aangeven waarop de klanten of hun vertegenwoordigers onderwerpen voor
                    de agenda kunnen aanmelden. Deze eis is vervat in <extref doc="http://www.handboekwwb.nl/show_wetteksten.php?action=toonArtikel&amp;type_id=wetten&amp;groep_id=wet_wwb&amp;artikel_id=121">artikel 47, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand</extref>. </al><al/><al><vet>Artikel 15 Beslissing en advies</vet></al><al/><al><vet>Eerste lid</vet></al><al>In het eerste lid wordt bepaald dat de vergadering niet wordt geopend voordat
                    meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Het
                    aantal zitting hebbende leden is het aantal leden genoemd in artikel 4, tweede
                    lid, minus de vacatures. </al><al/><al><vet>Tweede en derde lid</vet></al><al>Als het in het eerste lid bedoelde vergaderquorum niet wordt gehaald, kan de
                    vergadering niet worden geopend. De voorzitter belegt in dat geval een nieuwe
                    vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen
                    van de oproeping ligt. Blijkens het derde lid kan deze vergadering wel worden
                    geopend als niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is.</al><al/><al/><al><vet>Vijfde lid</vet></al><al>Met het verbod van last wordt vastgelegd dat een lid van de Adviesraad niet
                    gebonden is standpunten van zijn organisatie of van anderen in de Adviesraad in
                    te brengen en overeenkomstig hun wens te stemmen. Elk bindend mandaat is
                    derhalve nietig. Op een dergelijk mandaat kan nimmer een beroep worden gedaan,
                    noch door het lid, noch door anderen. Overigens blijft een onder mandaat
                    uitgebrachte stem zijn geldigheid behouden.</al><al/><al><vet>Zesde lid</vet></al><al>Het zesde lid bepaalt dat een voorstel is aangenomen wanneer daarover geen
                    stemming wordt gevraagd. Veelal zullen de beslissingen op deze wijze
                    totstandkomen.</al><al/><al><vet>Achtste lid</vet></al><al>Het betreft hier het beslissingsquorum. Een beslissing is tot stand gekomen als
                    de volstrekte meerderheid van stemmen wordt behaald, mits deze stemmen afkomstig
                    zijn van hen die een stem mochten uitbrengen.</al><al/><al><vet>Negende en tiende lid</vet></al><al>Bij staking van stemmen in een voltallige vergadering is het voorstel verworpen.
                    Als de vergadering niet voltallig is, vindt uitstel plaats tot een volgende
                    vergadering. Staken de stemmen in deze nieuwe vergadering opnieuw, dan wordt het
                    voorstel geacht te zijn verworpen.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Faciliteiten</vet></al><al>Het college stelt kosteloos alle faciliteiten ter beschikking om het overleg met
                    de Adviesraad adequaat te doen verlopen. In ieder geval behoren hiertoe:</al><lijst><li nr=""><al>- vergaderruimte; </al><al>- verzorging van de vergaderstukken; </al><al>- faciliteiten voor het verzorgen van public relations en voorlichting; </al><al>- het gebruikmaken van kopieerapparatuur, postverwerking e.d.;</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 18 Vergoedingen</vet></al><al/><al><vet>Eerste lid</vet></al><al>Hoewel het college kosteloos faciliteiten ter beschikking stelt van de
                    Adviesraad, kan het voorkomen dat de Adviesraad ook andere voor de uitoefening
                    van zijn taak noodzakelijke kosten moet maken. Het betreft kosten die direct
                    samenhangen met de onafhankelijkheid en het zelfstandig functioneren van de
                    Adviesraad. Ook deze kosten worden door het college binnen redelijke grenzen
                    vergoed. Hiervoor wordt jaarlijks aan de Adviesraad een bepaald budget ter
                    beschikking gesteld. De Adviesraad zal de kosten moeten aantonen door het
                    overleggen van betaalbewijzen.</al><al/><al><vet>Tweede lid</vet></al><al>In het tweede lid worden enkele kostensoorten genoemd, die tot de kosten onder
                    lid 1 kunnen worden gerekend. Zo bekostigt het college bijvoorbeeld op
                    schriftelijk verzoek van de Adviesraad en binnen redelijke grenzen de
                    deskundigheidsbevordering van de leden van de Adviesraad, de aanschaf van
                    literatuur, enz. Een aantal van de genoemde kostensoorten ondersteunt het
                    informatierecht van artikel 9. De informatie die verstrekt wordt moet immers
                    voor de informatieontvangende toegankelijk zijn. Dit kan inhouden dat
                    ondersteuning moet worden gegeven bij het toegankelijk maken van de informatie.
                    Het kan tevens inhouden dat de deskundigheid van Adviesraadsleden dient te
                    worden bevorderd. Denk hierbij aan het bevorderen van kennis en inzicht, het
                    leren vergaderen en communiceren met de uitvoerders, het leren lezen van
                    beleidsnota's, het formuleren en onderbouwen van de adviezen, het planmatig
                    werken, enz. </al><al/><al><vet>Derde lid</vet></al><al>De Adviesraad is een onmisbare schakel tussen de gemeentelijke organisatie en
                    een goede dienstverlening aan de klanten. De leden van de Adviesraad zetten zich
                    op vrijwillige basis in voor het belang van de klant. Zij ontvangen hiervoor
                    geen geldelijke beloning. Daarentegen zal de individuele inzet van de
                    Adviesraadsleden hoe dan ook extra kosten met zich meebrengen. Deze zijn veelal
                    moeilijk definieerbaar en aantoonbaar. Om deze kosten te dekken en in de
                    wetenschap dat een onkostenvergoeding het Adviesraadslidmaatschap zeker niet
                    onaantrekkelijker maakt, is een jaarlijkse onkostenvergoeding een goede optie.
                    De hoogte van deze vergoeding wordt door burgemeester en wethouders jaarlijks
                    vastgesteld. In ieder geval wordt hierbij rekening gehouden met de stijging of
                    daling van het prijsindexcijfer.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</vet></al><al>In de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad en college past het dat de
                    gemeenteraad beleidskaders vaststelt. Dat is in deze verordening uitgewerkt. Het
                    college is belast met de uitvoering van dat beleid en op sommige onderdelen, met
                    de nadere uitwerking daarvan. Doen zich situaties voor waarin niet is voorzien
                    of waarin onverkorte toepassing van de gestelde bepalingen onverhoopt tot
                    onbillijkheden van overwegende aard leidt, dan is het aan het college om
                    besluiten te nemen waarin recht wordt gedaan aan enerzijds het belang van
                    handhaving van het gemeentelijk beleid en anderzijds het individuele belang van
                    de jongere. Dat kan onder omstandigheden betekenen dat besluiten worden genomen
                    die afwijken van deze verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 20 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>