<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR335382_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren - AVOI</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-47082.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dinfrastructuur%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAfgelopenMaand%26spd%3d20140810%26epd%3d20140910%26sdt%3dDatumPublicatie%26pnr%3d1%26rpp%3d10%26_page%3d2%26sorttype%3d1%26sortorder%3d4&amp;resultIndex=17&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-08-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt de Telecommunicatieverordening, vastgesteld bij raadsbesluit van 29 mei 2008</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren - AVOI</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Vlissingen;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        24-04-2014;</al><al>gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en artikel 5.4, lid 4 van de
                        Telecommunicatiewet;</al><al>besluit vast te stellen de</al><al/><al><vet>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Hoofdstuk 1 Inleidende
                            bepalingen</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>a</al></entry><entry><al>aanvrager:</al></entry><entry><al>de natuurlijke of rechtspersoon die aan de gemeente
                                                instemming, vergunning of toestemming verzoekt voor
                                                het leggen, hebben, onderhouden, verwijderen etc.
                                                van kabels en leidingen;</al><al/></entry></row><row><entry><al>b</al></entry><entry><al>breekverbod</al></entry><entry><al>verbod voor het uitvoeren van breek- en
                                                graafwerkzaamheden in de grond, geldend onder andere
                                                bij extreme weersomstandigheden of evenementen;</al><al/></entry></row><row><entry><al>c</al></entry><entry><al>calamiteit</al></entry><entry><al>een incident met voor de omgeving mogelijk grote
                                                gevolgen, die niet zelfstandig kunnen worden
                                                afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van
                                                hulpverleningsorganisaties en diensten van
                                                verschillende disciplines is vereist om de gevolgen
                                                te beperken;</al><al/></entry></row><row><entry><al>d</al></entry><entry><al>college:</al></entry><entry><al>college van burgemeester en wethouders;</al><al/></entry></row><row><entry><al>e</al></entry><entry><al>coördinatieverplichting</al></entry><entry><al>de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg,
                                                instandhouding en opruiming van alle kabels en/of
                                                leidingen in de openbare grond binnen de
                                                gemeentelijke grenzen;</al><al/></entry></row><row><entry><al>f</al></entry><entry><al>degeneratiekosten:</al></entry><entry><al>de kosten voor de gemeente door vermindering van de
                                                kwaliteit en/of duurzaamheid van de verharding of
                                                andere gemeente eigendommen, veroorzaakt door de
                                                (graaf)werkzaamheden onder verhardingsconstructies
                                                of andere voorzieningen;</al><al/></entry></row><row><entry><al>g</al></entry><entry><al>gedoogplichtige:</al></entry><entry><al>degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                                                de Belemmeringenwet Privaatrecht of de
                                                Telecommunicatiewet of via een (publiekrechtelijke)
                                                vergunning;</al><al/></entry></row><row><entry><al>h</al></entry><entry><al>grondroerder:</al></entry><entry><al>de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens
                                                verantwoordelijkheid of leiding de werkzaamheden
                                                worden verricht;</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>i</al></entry><entry><al>handboek:</al></entry><entry><al>het Handboek Kabels en Leidingen
                                                (Standaardbepalingen voor het opnemen van de
                                                sleufverharding, het graven, aanvullen en verdichten
                                                van sleuven en het leggen etc. van kabels en
                                                leidingen die in eigendom of beheer zijn bij de
                                                gemeente), zijnde door het college vast te stellen
                                                nadere regels betreffende de voorbereiding en
                                                uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie,
                                                onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen
                                                inclusief de toepasselijke indieningsvereisten;</al><al/></entry></row><row><entry><al>j</al></entry><entry><al>huisaansluiting:</al></entry><entry><al>het gedeelte van de kabel of leiding door openbare
                                                grond dat een netwerk verbindt met een
                                                netwerkaansluitpunt;</al><al/></entry></row><row><entry><al>k</al></entry><entry><al>instemmingsbesluit:</al></entry><entry><al>besluit van het college op een aanvraag van
                                                voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen
                                                ten behoeve van een openbaar elektronisch
                                                communicatienetwerk; </al></entry></row><row><entry><al>l</al></entry><entry><al>kabel- en leidingentracé:</al></entry><entry><al>de locatie waarvan de gemeente heeft bepaald waar
                                                kabels en/of leidingen kunnen worden gelegd;</al><al/></entry></row><row><entry><al>m</al></entry><entry><al>kabels en leidingen:</al></entry><entry><al>kabels en/of (buis)leidingen als onderdeel van een
                                                net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee
                                                verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en
                                                onderstations, voorzieningen (afsluiters,
                                                brandkranen, lassen, etc.) en andere hulpmiddelen,
                                                behoudens voor zover deze verbindingen en
                                                hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een
                                                producent of van een afnemer en tevens omvattende
                                                lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en
                                                beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en
                                                leidingen zijn kabels als bedoeld in de
                                                Telecommunicatiewet, elektriciteitskabels (koppel-,
                                                transport- en distributiekabels), gasleidingen
                                                (transport-, distributie- en dienstleidingen),
                                                waterleidingen en kabels en leidingen ten behoeve
                                                van industriële netwerken;</al><al/></entry></row><row><entry><al>n</al></entry><entry><al>leggen van kabels en leidingen</al></entry><entry><al>het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen,
                                                vernieuwen, herstellen en verwijderen van kabels en
                                                leidingen en het verrichten van hierbij behorende
                                                werkzaamheden;</al><al/></entry></row><row><entry><al>o</al></entry><entry><al>marktconforme kosten</al></entry><entry><al>kosten zoals deze onder normale omstandigheden in
                                                een markteconomie op de desbetreffende markt worden
                                                gemaakt;</al><al/></entry></row><row><entry><al>p</al></entry><entry><al>meldsysteem of registratiesysteem</al></entry><entry><al>geautomatiseerd systeem van de gemeente waarin
                                                meldingen, vergunningen en instemmingen van
                                                (graaf)werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en
                                                alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of
                                                namens de gemeente en/of de grondroerder</al><al/></entry></row><row><entry><al>q</al></entry><entry><al>net (of netwerk):</al></entry><entry><al>samenspel van ondergrondse kabels en/of leidingen,
                                                bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of
                                                gasvormige stoffen, van energie of van informatie
                                                een, al dan niet openbaar, elektronisch
                                                communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 onder
                                                e. en h. van de Telecommunicatiewet;</al><al/></entry></row><row><entry><al>r</al></entry><entry><al>net voor transport van informatie</al></entry><entry><al>de openbare elektronische communicatienetwerken als
                                                bedoeld in artikel 1.1 onder h. van de
                                                Telecommunicatiewet;</al></entry></row><row><entry><al>s</al></entry><entry><al>netbeheerder:</al></entry><entry><al>de rechtspersoon die acteert als beheerder van een
                                                net of netwerk voor de levering van elektriciteit,
                                                gas, water, aardwarmte of WKO (Warmte Koude Opslag),
                                                dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar)
                                                elektronisch communicatienetwerk;;</al><al/></entry></row><row><entry><al>t</al></entry><entry><al>niet-openbare kabels en leidingen</al></entry><entry><al>kabels en leidingen (dan wel het netwerk waartoe ze
                                                behoren) die niet worden gebruikt om openbare (voor
                                                het publiek beschikbare) diensten aan te
                                                bieden;</al><al/></entry></row><row><entry><al>u</al></entry><entry><al>nutsbedrijf:</al></entry><entry><al>bedrijf dat producten en diensten levert in het
                                                algemeen belang, en in het kader van deze
                                                verordening meer specifiek op het gebied van
                                                elektriciteits-, gas- en drinkwatervoorziening,
                                                waaronder ook begrepen eventuele
                                                warmte-koudevoorzieningen, en dat mede daartoe
                                                netten/netwerken beheert voor het transport van
                                                vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of van
                                                energie;</al><al/></entry></row><row><entry><al>v</al></entry><entry><al>opdrachtgever:</al></entry><entry><al>de natuurlijke of rechtspersoon die opdracht geeft
                                                tot het uitvoeren van werkzaamheden;</al></entry></row><row><entry><al>w</al></entry><entry><al>openbare gronden</al></entry><entry><al>openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1, onder
                                                aa, van de Telecommunicatiewet; </al></entry></row><row><entry><al>x</al></entry><entry><al>spoedeisende werkzaamheden</al></entry><entry><al>werkzaamheden ten gevolge van een ernstige
                                                belemmering of storing in de dienstverlening,
                                                waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk
                                                is;</al><al/></entry></row><row><entry><al>y</al></entry><entry><al>vergunning:</al></entry><entry><al>Vergunning die door het college op aanvraag verleend
                                                kan worden voor voorgenomen werkzaamheden aan kabels
                                                en/of leidingen;</al><al/></entry></row><row><entry><al>z</al></entry><entry><al>voorzieningen</al></entry><entry><al>kabels en leidingen en de ondergrondse
                                                ondersteunings- en beschermingswerken;</al><al/></entry></row><row><entry><al>aa</al></entry><entry><al>werkzaamheden:</al></entry><entry><al>handmatige en/of mechanische graafwerkzaamheden
                                                inclusief het opbreken en herstel van de
                                                sleufverharding in de openbare </al><al>grond in verband met de aanleg, instandhouding en
                                                opruiming van </al><al>kabels e/of leidingen;</al><al/></entry></row><row><entry><al>ab</al></entry><entry><al>werkzaamheden van</al><al>niet ingrijpende aard</al></entry><entry><al>het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of
                                                leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen
                                                (mantelbuizen); reparaties of onderhoudswerk aan
                                                kabels en/of leidingen met een gezamenlijke lengte
                                                van minder dan 25 meter en niet vallend onder
                                                onderdeel m. van dit artikel 1; </al><al>het maken van (huis)aansluitingen waarbij geen
                                                verhardingen of groenvoorzieningen worden gekruist,
                                                tot een gezamenlijke lengte van 25 meter; </al><al/><al>het maken van een montagegat c.q. lasgat, een
                                                opbreking met een beperkte afmeting, maximaal 2 m2,
                                                die wordt gemaakt ten behoeve de toegang tot een
                                                handhole, plaatsen van afsluiters, het opgraven van
                                                een kabelrol ten behoeve van klantaansluitingen, het
                                                maken van aftakkingen voor het herstellen van kabel
                                                c.q. leidingstoringen of voor
                                                inspectiedoeleinden;</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing op het aanleggen,
                                    instandhouden, onderhouden, verleggen en verwijderen van kabels
                                    en leidingen in, op en boven de openbare gronden, voor zover de
                                    gemeente deze gronden beheert, in eigendom heeft of daarover
                                    wettelijke coördinatieverplichtingen heeft.</al></li><li nr="2."><al>Het college voert de regie over de efficiënte ordening van
                                    kabels en leidingen in, op en boven de openbare gronden.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere
                                    regels vast.</al></li><li nr="2."><al>Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op:</al></li></lijst><al>a de wijze van uitvoering bij de aanleg , onderhoud, verplaatsing en
                            opruiming van kabels en/of leidingen</al><al>b. het bevorderen van het meetgebruik van voorzieningen;</al><al>c. het opstellen van voorschriften op het gebied van markering en
                            afzetting;</al><al>d. het toepassen van proefsleuven.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Hoofdstuk 2 Melding en instemmingsbeluit/Aanvraag en
                                vergunning</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4. </nr><titel>Vereiste van instemming of vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden kabels en/of leidingen in of op openbare gronden
                                    aan te leggen, in stand te houden, te onderhouden, te verleggen
                                    of te verwijderen, zonder of in afwijking van een voorafgaand
                                    door het college genomen instemmingsbesluit c.q. verleende
                                    vergunning. </al></li><li nr="2."><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard
                                    of spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten, is geen
                                    instemming of vergunning, als bedoeld in het eerste lid,
                                    noodzakelijk maar kan worden volstaan met een melding vooraf aan
                                    het college.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op
                                    werkzaamheden van de gemeente bij het uitvoeren van haar
                                    publiekrechtelijke taak.</al></li></lijst><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Melding of aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvrager doet minimaal acht weken voor de geplande aanvang
                                    van de werkzaamheden bij het college of via een
                                    registratiesysteem melding voor een instemmingsbesluit dan wel
                                    een aanvraag voor een vergunning voor werkzaamheden als bedoeld
                                    in artikel 4, eerste lid, van deze verordening. Afzonderlijke
                                    werken dienen per locatie en per discipline afzonderlijk te
                                    worden aangevraagd.</al></li><li nr="2."><al>Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten kan hierover
                                    vooroverleg voeren met het college ten einde de aanvraag, als
                                    bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden; </al></li><li nr="3."><al>Indien voor de voorgenomen werkzaamheden tevens
                                    (privaatrechtelijke) toestemming nodig is van andere
                                    grondeigenaren of grondbeheerders, dient de aanvrager dit bij de
                                    melding of aanvraag aan te geven en uiterlijk vier weken na de
                                    melding of aanvraag, het college het bewijs van verkregen
                                    toestemming te overleggen.</al></li><li nr="4."><al>In geval van voorgenomen werkzaamheden van niet ingrijpende
                                    aard, moet de aanvrager minimaal vijf werkdagen voor uitvoering
                                    van deze werkzaamheden schriftelijk (in geval van e-mail bij het
                                    door de gemeente aangegeven mailadres) bij de gemeente melden.
                                    Op grond van belangen als genoemd in artikel 9, eerste lid, sub
                                    a tot en met i, van deze verordening, kan het college bepalen
                                    dat realisatie op een ander tijdstip moet plaatsvinden. </al></li><li nr="5."><al>In geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten volstaat
                                    een melding voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Als
                                    een melding vooraf niet mogelijk is, moet de gemotiveerde
                                    melding uiterlijk binnen één werkdag na de start van de
                                    uitvoering worden gedaan aan het college. Indien achteraf blijkt
                                    dat de uitgevoerde werkzaamheden vergunnings-, of
                                    instemmingsplichtig zijn, dient er alsnog een vergunning of een
                                    instemmingsbesluit aangevraagd te worden</al></li><li nr="6."><al>Het college is bevoegd via nadere regels delen van het
                                    grondgebied aan te wijzen waarop het vierde en vijfde lid van
                                    dit artikel niet van toepassing zijn. </al></li><li nr="7."><al>Het melden van aanvang en einde werk dient (d.m.v. formulieren
                                    of een registratiesysteem) te gebeuren conform het handboek.
                                </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt nadere regels vast inzake de te verstrekken
                                    gegevens en de wijze waarop die worden verstrekt bij een
                                    aanvraag of melding als bedoeld in deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de voor een melding of aanvraag, als bedoeld
                                    in de artikelen 4 en 5 van deze verordening, te gebruiken
                                    formulieren vast. </al></li></lijst><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslistermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de
                                    melding of aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van
                                    deze verordening. </al></li><li nr="2."><al>Betreft het een melding of aanvraag waarbij meer
                                    grondeigenaren/beheerders zijn betrokken of andere vergunningen
                                    vereist zijn, dan wordt de beslissing pas genomen als deze
                                    andere toestemmingen verkregen en overgelegd zijn. </al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel,
                                    houdt het college de beslissing aan, indien er een eventuele
                                    andere toestemming en/of vergunning is vereist.</al></li><li nr="4."><al>Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden
                                    gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt
                                    het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
                                    tegemoet kan worden gezien.</al></li><li nr="5."><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht betreffende
                                    de van rechtswege verleende beschikking is niet van toepassing
                                    op het bepaalde in deze verordening.</al></li></lijst><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8. </nr><titel>Geldigheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen 12 maanden na verlening van de vergunning of het
                                    instemmingsbesluit moeten de werkzaamheden zijn voltooid, tenzij
                                    anders is bepaald in de vergunning of het instemmingsbesluit dan
                                    wel tenzij sprake is van aantoonbare overmacht.<cursief> Indien
                                        de (graaf)werkzaamheden niet binnen de vastgestelde data en
                                        termijnen zijn uitgevoerd, vervalt de vergunning of het
                                        instemmingsbesluit. Een situatie van overmacht moet tijdig
                                        worden medegedeeld, </cursief>met in acht name van de
                                    maximale geldigheidsduur en ter beoordeling van het
                                    college.</al></li><li nr="2."><al>De termijn van 12 maanden, genoemd in het vorige lid, kan door
                                    het college met maximaal 6 maanden worden verlengd, na een
                                    schriftelijk -binnen die termijn ingediend- met redenen omkleed
                                        verzoek.</al></li><li nr="3."><al>Het instemmingsbesluit of de vergunning vervalt indien de
                                    netbeheerder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik
                                    meer te willen maken van het instemmingsbesluit of de
                                    vergunning.</al></li><li nr="4."><al><cursief>Het college kan een instemmingsbesluit of vergunning
                                        wijzigen, geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:
                                    </cursief></al></li><li nr="a."><al><cursief>de beschikking op basis van onjuiste of onvolledige
                                        gegevens is verleend; </cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>de netbeheerder, dan wel de door deze ingeschakelde
                                        derde partij, het bepaalde bij of krachtens deze verordening
                                        of de voorschriften van de vergunning of instemmingsbesluit
                                        niet naleeft.</cursief></al></li></lijst><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning
                                    voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning
                                    weigeren, dan wel bij werkzaamheden van niet ingrijpende aard
                                    bepalen dat realisatie op een ander tijdstip moet plaatsvinden,
                                    in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid, waaronder in elk geval moet
                                            worden verstaan de verkeersveiligheid en/of een goede
                                            doorstroming van het verkeer; </al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="d."><al>het voorkomen of beperken van schade;</al></li><li nr="e."><al>de bescherming van eventuele archeologische vondsten en
                                            van groenvoorzieningen;</al></li><li nr="f."><al>het uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></li><li nr="g."><al>de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder
                                            mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van
                                            openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en
                                            onderhoud en het belang van nader aan te geven grote
                                            lokale evenementen als weekmarkten en kermissen;</al></li><li nr="h."><al>de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt
                                            het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor in de grond
                                            aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder
                                            noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder werken
                                            ten behoeve van de levering of het transport van
                                            elektronische informatie, gas, water en
                                            elektriciteit;</al></li><li nr="i."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De netbeheerder draagt er zorg voor dat de voorschriften worden
                                    nageleefd.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt nadere regels vast in de vorm van een Handboek
                                    voor de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing
                                    en opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van
                                    voorzieningen. Bij tegenstrijdigheden tussen de bepalingen van
                                    deze verordening en het Handboek hebben de bepalingen van deze
                                    verordening voorrang.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt nadere regels vast over schadeherstel en
                                    vergoeding van degeneratiekosten. De netbeheerder of diens
                                    grondroerder is gehouden tot het, op basis van redelijkheid en
                                    billijkheid, vergoeden van alle schade, geleden en te lijden
                                    door de gemeente, voortvloeiende uit de door of vanwege de
                                    aanvrager of diens grondroerder uit te voeren werkzaamheden. De
                                    berekening van de schadevergoeding is gebaseerd op vijf
                                    kostensoorten: herstel-, onderhouds-, beheers- en
                                    degeneratiekosten of werkelijke kosten, met als uitgangspunt
                                    kostendekkendheid voor de gemeente. (zie bijlage
                                    tarieventabel)</al></li><li nr="5."><al>Indien het leidingentracé geen ruimte biedt voor de aanleg van
                                    nieuwe kabels, legt de netbeheerder (dan wel de door deze
                                    ingeschakelde derde partij) de gemeente een alternatief tracé
                                    voor en wordt daarbij bezien of andere netbeheerders eventuele
                                    voorgenomen werkzaamheden op dat tracé willen combineren, of (in
                                    geval van elektronische communicatienetwerken) doet hij aan
                                    andere netbeheerders een verzoek tot medegebruik van kabels
                                    en/of leidingen.</al></li><li nr="6."><al>De netbeheerder (dan wel de door deze ingeschakelde derde
                                    partij) is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond,
                                    eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude
                                    staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier
                                    (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen.</al></li><li nr="7."><al>Indien binnen 3 jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                                    openbare gronden de netbeheerder werkzaamheden moet uitvoeren
                                    verlangt het college specifiek schadeherstel.</al></li><li nr="8."><al>Indien de netbeheerder werkzaamheden moet uitvoeren in
                                    bijzondere bestrating, verlangt het college specifiek
                                    schadeherstel.</al></li><li nr="9."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van
                                    een instemmingsbesluit of het verlenen van een vergunning zijn
                                    leges verschuldigd conform de Legesverordening van de
                                    gemeente.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Hoofdstuk 3 Overige bepalingen</onderstreept></titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Hoofdstuk 3a Overige bepalingen
                            algemeen</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10. Eigendom</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de eigendom, exploitatie of beheer van een net, kabel of
                                    leiding wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de
                                    rechten en plichten volgens deze verordening die betrekking
                                    hebben op de kabel en/of leiding van rechtswege over op de
                                    nieuwe netbeheerder;</al></li><li nr="2."><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld in kennis van het
                                    feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel
                                    of leiding verandert.</al></li><li nr="3."><al>Op het eigendom van de kabels en/of leidingen zijn de
                                    desbetreffende wettelijke bepalingen van toepassing.</al></li></lijst><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Overleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college organiseert periodiek een overleg, waarvoor de bij
                                    de gemeente bekende netbeheerders en andere belanghebbende
                                    partijen worden uitgenodigd.</al></li><li nr="2."><al>Dit overleg is mede gericht op de beoordeling van mogelijk
                                    medegebruik van voorzieningen en afstemming van gezamenlijk of
                                    gelijktijdig uit te voeren werkzaamheden. </al></li><li nr="3."><al>Netbeheerders kunnen desgewenst om overleg verzoeken.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Niet-openbare kabels en leidingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een vergunning weigeren in geval van
                                    werkzaamheden aan niet-openbare kabels en/of leidingen in of op
                                    openbare gronden. In het geval van te verlenen toestemming is
                                    het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing,
                                    maar houdt dit geen gedoogplicht in van de betreffende kabels en
                                    leidingen.</al></li><li nr="2."><al>Niet-openbare kabels en/of leidingen dienen op verzoek van het
                                    college op gronden genoemd in artikel 9, lid 1, op kosten van de
                                    eigenaar van de kabels en/of leidingen, te worden verlegd.</al></li></lijst><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in
                                    kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten
                                    dienste staat van een openbaar net in of op openbare gronden.
                                </al></li><li nr="2."><al>De netbeheerder levert op verzoek van het college een overzicht
                                    van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen. De
                                    bewijslast met betrekking tot het gebruik ligt bij de
                                    netbeheerder.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Hoofdstuk 3b Overige bepalingen voor kabels ten dienste
                                van een opbaar elektronisch
                            telecommunicatienetwet</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een beheerder van een netwerk voor het transport van informatie
                                    is verplicht om bij aanleg van kabels of leidingen zoveel
                                    mogelijk (mede)gebruik te (laten) maken van bestaande, hetzij
                                    door andere netbeheerders dan wel door of in opdracht van de
                                    gemeente aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen,
                                    kabelgoten en –geleidingen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de netbeheerder (dan wel de door deze ingeschakelde derde
                                    partij) een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van
                                    de vooraangelegde voorzieningen, is deze verplicht van deze
                                    voorzieningen gebruik te maken. Bepalend voor de redelijkheid is
                                    of de voorzieningen tegen marktconforme kosten ter beschikking
                                    worden gesteld.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Hoofdstuk 3c Overige bepalingen voor kabels en
                                leidingen uitgezonderd kabels ten dienste van een openbaar
                                elektronisch telecommunicatienetwerk</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verleggingen van leidingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>Voor verleggingen van leidingen van een
                                    </cursief>netwerk van een nutsbedrijf in of op openbare gronden
                                        <cursief>op verzoek van het college, </cursief>gelden de
                                    volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>De netbeheerder is verplicht op verzoek van het
                                                college over te gaan tot het nemen van maatregelen
                                                voor kabels en leidingen ten dienste van zijn net,
                                                waaronder het verplaatsen, voor zover deze
                                                noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of
                                                de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente
                                                in het algemeen belang;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>Eventuele compensatie wordt verleend op basis
                                                van een publiekrechtelijke regeling of schriftelijk
                                                vastgelegde (privaatrechtelijke)
                                                afspraken;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>Compensatie wordt verder uitsluitend verleend
                                                op basis van een gespecificeerd
                                                kostenoverzicht;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>De gemeente en de netbeheerder zullen bij
                                                verwijdering, verlegging of aanpassing van leidingen
                                                elkaars schade zo veel mogelijk
                                            beperken;</cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief>Na een schriftelijk verzoek van het college tot
                                                het nemen van maatregelen gaat de netbeheerder zo
                                                spoedig mogelijk over tot de uitvoering, doch niet
                                                later dan dertien weken na de datum van ontvangst
                                                van het verzoek. </cursief></al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien ten gevolge van werkzaamheden, niet zijnde gemeentelijke
                                        werkzaamheden<vet>, </vet>verplaatsing, wijziging of
                                    verwijdering van enig eigendom van de gemeente noodzakelijk is,
                                    dan wel ten behoeve van werkzaamheden speciale voorzieningen
                                    moeten worden getroffen, komen de kosten ervan voor rekening van
                                    de opdrachtgever, tenzij er redelijkerwijs aanleiding bestaat om
                                    de kosten over meerdere partijen te verdelen, dan wel om geen
                                    kosten in rekening te brengen.</al></li></lijst><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verwijderen van leidingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>De netbeheerder is verplicht na het geheel of
                                        gedeeltelijk intrekken van de vergunning de leiding binnen
                                        een door het college te bepalen termijn te
                                        verwijderen.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Buiten gebruik gestelde kabels en leidingen dienen bij
                                        reconstructies op aanzegging van de gemeente te worden
                                        verwijderd. </cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief>De bepalingen van deze verordening is overeenkomstig
                                        van toepassing op verwijdering van kabels en
                                        leidingen.</cursief></al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Hoofdstuk 4 Toezicht en handhaving
                                (algemeen)</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17. Toezicht en handhaving</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het
                                    college aangewezen personen.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college vaststelt dat de verplichtingen van deze
                                    verordeningen niet zijn nagekomen, kan het college besluiten
                                    handhavend op te treden met inachtneming van de bepalingen zoals
                                    vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Naleving voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften en
                                    beperkingen uit het instemmingsbesluit of vergunning, kan het
                                    college het instemmingsbesluit of de vergunning intrekken.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het college een besluit neemt op grond van het eerste
                                    lid, kan het college verlangen dat de oorspronkelijke situatie
                                    wordt hersteld op grond van een besluit inhoudende een last
                                    onder dwangsom of een last onder bestuursdwang.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er wordt
                            gewerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>zonder voorafgaande aanvraag of melding, als bedoeld in artikel
                                    5 van deze verordening;</al></li><li nr="2."><al>zonder instemmingsbesluit of vergunning of zonder toestemming
                                    ingeval van meldingsplicht;</al></li><li nr="3."><al>in afwijking van de uitvoeringsvoorschriften;</al></li><li nr="4."><al>in afwijking van de voorschriften uit het instemmingsbesluit of
                                    de vergunning;</al></li><li nr="5."><al>in strijd met het geldende breekverbod.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Hoofdstuk 5 Overgangs- en
                            slotbepalingen</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20. Inwerkingtreding</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2014. </al></li><li nr="2."><al>Op de datum van inwerkingtreding vervalt de
                                    Telecommunicatieverordening, vastgesteld bij raadsbesluit van 29
                                    mei 2008</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare
                                    gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd
                                    met toepassing van verleende vergunningen of andere
                                    rechtsgeldige overeenkomsten of andere schriftelijke afspraken
                                    met de gemeente, wordt door inwerkingtreding van deze
                                    verordening beheerst door de regels daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Vergunningen en ontheffingen op grond van de Algemene
                                    Plaatselijke Verordening en instemmingsbesluiten op grond van de
                                    Telecommunicatieverordening met betrekking tot kabels en
                                    leidingen als bedoeld in deze verordening, gelden als besluiten
                                    genomen krachtens deze verordening (AVOI) en blijven ook na de
                                    inwerkingtreding van deze verordening gelden.</al></li><li nr="3."><al>Op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de
                                    inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt
                                    met toepassing van deze verordening een beslissing genomen.
                                </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als AVOI Zeeuwse gemeenten.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Vlissingen op 1 mei 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>………... ………... </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel><onderstreept>TOELICHTING OP DE AVOI</onderstreept></titel></kop><al/><al><vet>ALGEMEEN</vet></al><al/><al>Voornaamste doel van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI;
                    hierna ‘AVOI’) is de realisatie van één uniform regime voor al het werk in de
                    openbare ruimte teneinde de gewenste gemeentelijke regierol zo optimaal mogelijk
                    te kunnen invullen. Beleidsmatig, procesmatig en praktisch wordt voorzien in
                    lokaal beleid voor ordening van de openbare ondergrond en gelijke behandeling
                    van partijen. De AVOI geeft tevens invulling aan de wettelijke plicht voor de
                    gemeente om een Telecommunicatieverordening op te stellen. De AVOI heeft ook
                    betrekking op de netten van de nutsbedrijven. De bestaande
                    Telecommunicatieverordening van de gemeente vervalt gelijktijdig met de
                    inwerkingtreding van de AVOI, zodat er per saldo geen verordening, en dus niet
                    meer regelgeving, bijkomt. De verordening met bijbehorende regelgeving is in
                    provinciaal verband ontwikkeld en afgestemd. Het betreft de samenwerking met de
                    Zeeuwse gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland,
                    Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, tholen, Veere en
                    vlissingen.</al><al/><al>De AVOI reguleert de werkzaamheden in de openbare ruimte, waarbij de
                    wegverharding (ook bermen, plantsoenen, e.d.) wordt opgebroken. Ook de objecten
                    die nodig zijn ten behoeve van deze werkzaamheden vallen onder de reikwijdte van
                    de AVOI. Losse objecten die niet gekoppeld zijn aan deze werkzaamheden, blijven
                    onder het reguliere gemeentelijke vergunningenregime (APV) vallen.</al><al>De AVOI is onder andere gericht op minimalisatie van overlast en
                    maatschappelijke kosten ten gevolge van werk in uitvoering; meer grip en sturing
                    op werkzaamheden; het waarborgen van bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en
                    communicatie tijdens werkzaamheden; eenduidige regels en sanctiemogelijkheden;
                    uniforme regels en een efficiënt gebruik van de openbare ruimte.</al><al/><al>Het doel van deze Toelichting is conform de AVOI aanvullende informatie te
                    bieden. Zowel voor gebruik binnen de gemeente als door de netbeheerders (hier
                    gebruikt als uniform verzamelbegrip voor de eigenaren en beheerders van de
                    betreffende netten en netwerken) is deze toelichting bestemd. </al><al>De meest actuele versie is steeds bepalend, is opvraagbaar en wordt
                    gecommuniceerd. Deze toelichting heeft niet alleen betrekking op de procedurele
                    raadsverordening, maar ook op de nadere regels die ter uitwerking door het
                    college zijn of worden vastgesteld (met name het ‘Handboek Kabels en
                    Leidingen’).</al><al/><al/><al><vet>Concretisering van beleid</vet></al><al/><al>Diverse beleidsmatige speerpunten voor het concretiseren van de gemeentelijke
                    belangenbehartiging worden onderscheiden, waarbij wordt verwezen naar de
                    beleidsmatige onderbouwing van de verordening zoals die is vastgelegd in het
                    college-advies en raadsvoorstel voor de vaststelling ervan:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>Afstemming bovengronds en ondergronds: </cursief>Er is al lang
                            en veel ervaring opgedaan met het beleidsmatig en planologisch inkaderen
                            van het gebruik van de bovengrondse openbare ruimte. Een dergelijke
                            invulling moet ook geschieden voor de ondergrondse openbare ruimte en
                            tevens moet worden bewerkstelligd dat beide vormen van gebruik van
                            openbare ruimte op elkaar worden afgestemd en niet tot
                            tegenstrijdigheden mogen leiden. De gemeente moet zelf haar interne
                            processen en werkwijzen zo aanpassen dat deze afstemming meer of beter
                            gestalte krijgt.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="-"><al><cursief>Schoon en fraai</cursief>: Na uitvoering en oplevering van
                            (graaf)werkzaamheden moet opengebroken verharding en aangetast groen
                            weer schoon en fraai worden hersteld, zodat zo min mogelijk, liefst
                            geen, kwaliteitsverlies optreedt. Het bijdragen aan het behoud van een
                            schone omgeving en het herstel (of verbeteren) van de openbare ruimte in
                            de oude situatie zijn dus essentiële elementen. Aanvullend worden ook
                            andere aspecten in het oog gehouden, waar van toepassing, zoals in
                            voorkomende situaties de archeologische aspecten.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Veilig: </cursief>Voor en tijdens werkzaamheden moet er zorg
                            zijn voor verkeersdoorstroming, inclusief waarschuwing en geleiding,
                            waarbij landelijke normeringen worden gehanteerd als minimum. De zorg
                            voor een veilige omgeving is hiermee een centraal element. Naast de
                            specifiek aan de orde zijnde verkeersveiligheid moet in de
                            uitvoeringspraktijk ook op vooraf duidelijke wijze invulling worden
                            gegeven aan afspraken op het gebied van eventuele calamiteiten.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Bruikbaar en functioneel: </cursief>De bovengrond dient zoveel
                            mogelijk en continu te kunnen worden gebruikt. Belemmeringen door
                            (graaf)werkzaamheden moeten dus zoveel mogelijk worden beperkt in tijd
                            en plaats. Voor de gemeente, de burgers en de bedrijven moet de overlast
                            van zowel de werkzaamheden als de permanente ligging van de kabels en
                            leidingen zelf beperkt worden tot hetgeen strikt en redelijkerwijs
                            noodzakelijk is. Bij voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden moet
                            dit een continu essentieel aandachtspunt zijn. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>Dit heeft betrekking op de leefbaarheid in en rond het grondgebied en op
                            mogelijke financiële aspecten. Gestreefd moet worden naar het
                            minimaliseren van de maatschappelijke kosten met als uitgangspunt dat de
                            veroorzaker betaalt en dat aangerichte schade moet worden vergoed.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al><cursief>Beperken overlast: </cursief>Werkzaamheden moeten niet alleen
                            zo min mogelijk overlast opleveren voor de leefomgeving en de
                            continuering van de bedrijfsmatige activiteiten. De uitvoeringswijze
                            moet zodanig zijn, en daar moet de gemeente actief op toezien, dat de
                            belangen van de al liggende kabels en leidingen behartigd worden.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Kaders voor de gemeentelijke bevoegdheden en rollen</vet></al><al/><al>De gemeentelijke bevoegdheden vloeien voort uit de Gemeentewet en de Algemene
                    Plaatselijke Verordening, uit specifieke sectorale wet- en regelgeving – zoals
                    de Wet Informatie-Uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) en de
                    Telecommunicatiewet - en uit al dan niet contractueel vastgelegde afspraken met
                    netbeheerders. De gemeente is vanuit een veelheid aan rollen betrokken bij dit
                    soort werkzaamheden: als economisch ontwikkelaar, aanbieder van communicatie en
                    cultuur, grondeigenaaar, ruimtelijk planner, aanlegger van eigen infrastructuur,
                    verkeersregelaar, bodembeschermer, consument van nutsvoorzieningen, archeologie
                    etc.</al><al/><al>In het belang van de gemeente, burgers, bedrijven en andere netwerkbeheerders
                    moet een zorgvuldig, en tevens zoveel mogelijk uniform en integraal, beleid
                    gevoerd worden bij voorbereiding, uitvoering en nazorg van (graaf)werkzaamheden
                    in openbare gronden. Belangrijk praktisch uitgangspunt is, analoog aan de APV,
                    dat (graaf)werkzaamheden alleen in de openbare ondergrond worden uitgevoerd na
                    voorafgaand akkoord van de gemeente. Deels zijn wettelijke regels van toepassing
                    en deels vindt invulling plaats waar de wetgever ruimte heeft gelaten voor eigen
                    invulling door lokale overheden, zij het dat waar mogelijk aangesloten wordt bij
                    landelijke uniformering via bijvoorbeeld de VNG. Ondanks de soms verschillende
                    uitgangsposities van betrokken partijen wordt door de gemeente harmonisering en
                    uniformering (en gelijke behandeling) nagestreefd.</al><al/><al>Het opbreken van de openbare ruimte dient tot zo min mogelijk overlast en schade
                    te leiden, met waarborging van veiligheid en bereikbaarheid en ter voorkoming
                    van verstoring van openbare orde en ondergrondse ordening. De grondroerders zijn
                    verantwoordelijk voor juiste en tijdige gegevensverwerking en voldoen aan de
                    wettelijke plicht tot zorgvuldig graven. Ten aanzien van het ontwerp,
                    voorbereiding, uitvoering en beheer van de voorgenomen (graaf)werkzaamheden
                    dient voldaan te worden aan de uniforme eisen en voorschriften die door de
                    gemeente zijn c.q. worden vastgelegd in (algemene) lokale voorwaarden met
                    voorschriften voor ondergrondse kabels en leidingen in gemeentegrond (‘Handboek
                    Kabels en Leidingen’). De gemeente zal voorts haar handhavings- en
                    toezichtbeleid bepalen en praktisch vorm geven.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><vet><cursief>a. aanvrager </cursief></vet></al><al>De aanvrager is vaak gelijk aan de netbeheerder, maar procedureel betreft het de
                    rol van de partij die richting de gemeente de instemming of vergunning verzoekt.
                    Een derde partij kan namelijk optreden namens de netbeheerder bij dit
                    aanvraagproces, mits rechtsgeldig en voldoende door de netbeheerder gemandateerd
                    (dergelijk uitbesteed werk komt regelmatig voor). Ook kan de aanvrager (vooral
                    in het geval van telecommunicatievoorzieningen) een partij zijn die voor eigen
                    naam en rekening netwerken aanlegt, maar niet zelf exploiteert, en
                    netwerkcapaciteit verhuurt of verkoopt.</al><al/><al><vet><cursief>b. breekverbod</cursief></vet></al><al>In specifieke gevallen (extreem weer, evenementen, etc.) kan het college breek-
                    en graafwerkzaamheden verbieden. </al><al/><al><vet><cursief>c. calamiteit</cursief></vet></al><al>De hiervoor noodzakelijke werkzaamheden worden aan een lichter procedureel
                    regime onderworpen. </al><al/><al><vet><cursief>d. college</cursief></vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende
                    uit de AVOI af te handelen, waarbij deze bevoegdheden qua uitvoering om
                    praktische redenen deels gemandateerd worden (via het Mandaatbesluit en
                    Mandaatregister) aan een of meer daartoe aangewezen ambtenaren. </al><al>Dat betreft enerzijds het houden van toezicht en anderzijds het coördineren en
                    verlenen van instemmingen en vergunningen. Indien en voor zover de bevoegdheden
                    op het gebied van coördinatie, het verlenen van vergunningen en
                    instemmingsbesluiten en het houden van toezicht gemandateerd zijn aan een of
                    meer functionarissen, wordt tevens deze functionaris bedoeld.</al><al/><al><vet><cursief>e. coördinatieverplichting</cursief></vet></al><al>de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg, instandhouding en opruiming
                    van alle kabels en/of leidingen in de gehele openbare grond binnen de
                    gemeentelijke grenzen</al><al/><al><vet><cursief>f. degeneratiekosten</cursief></vet></al><al>Door de werkzaamheden wordt vrijwel steeds schade toegebracht aan de openbare
                    grond en de daar in of op aanwezige eigendommen van de gemeente. Ook de
                    kwaliteit van de openbare grond vermindert door deze werkzaamheden. Daarom
                    worden afspraken gemaakt over de berekening en vergoeding van de kosten van deze
                    kwaliteitsvermindering.</al><al/><al><vet><cursief>g. gedoogplichtige</cursief></vet></al><al>De gemeentelijke betrokkenheid is gericht op het beheer van openbare ruimte. De
                    openbare ruimte betreft de ruimte op of in de openbare gronden. In deze
                    hoedanigheid is de gemeente voor wat betreft de (openbare) elektronische
                    communicatienetwerken gedoogplichtige conform de Telecommunicatiewet. Het begrip
                    gedoogplichtige slaat tevens op andere partijen die krachtens die wet
                    gedoogplichtig zijn, en op partijen en personen die krachtens de
                    Belemmeringenwet Privaatrecht (hierna ‘BP’) gedoogplichtig zijn. Omdat sinds
                    2010 een wetsvoorstel aanhangig is ter vervanging van o.a. de BP, zal de
                    eventuele opvolgende wet op termijn relevant worden in dit opzicht.</al><al/><al><vet><cursief>h. grondroerder</cursief></vet></al><al>De grondroerder is de partij die de graafwerkzaamheden verricht of laat
                    verrichten. Een derde partij kan namens de grondroerder het feitelijke werk
                    uitvoeren in het realisatieproces, mits rechtsgeldig en voldoende door de
                    netbeheerder of opdrachtgever gemandateerd. Dat is veelal een aannemer of
                    installateur, maar kan ook de (afdeling van een) netbeheerder zijn. Indien een
                    grondroerder namens een opdrachtgever optreedt, wordt de machtiging verplicht
                    overlegd. Mogelijk werken anderen voor de grondroerder (onderaannemers); zij
                    dienen ook over een machtiging te beschikken. </al><al/><al><vet><cursief>i. Handboek</cursief></vet></al><al>Het Handboek Kabels en Leidingen wordt door het college vastgesteld (krachtens
                    de in de raadsverordening opgenomen bevoegdheid) en is de algemene
                    voorwaardenset die van toepassing is indien werkzaamheden daadwerkelijk
                    voorbereid en uitgevoerd worden. Gedetailleerd worden in dit document zowel
                    technisch-uitvoerend als processueel de toepasselijke voorwaarden omschreven.
                    Het is van groot belang dat de uitvoerende partijen steeds in het bezit worden
                    gesteld van de laatste, actuele, versie van dit Handboek.</al><al/><al><vet><cursief>j. huisaansluiting </cursief></vet></al><al>(Huis)aansluitingen worden door de relatief beperkte omvang van de werkzaamheden
                    uitgezonderd van diverse algemene regels van de AVOI. Daarvoor is een lichter
                    formeel regime van toepassing, zodat afkadering nodig is. </al><al/><al><vet><cursief>k. instemmingsbesluit </cursief></vet></al><al>Werkzaamheden dienen steeds vooraf gemeld te worden, waarbij onderscheid wordt
                    gemaakt tussen de (reguliere) werkzaamheden, werkzaamheden van niet ingrijpende
                    aard en werkzaamheden in verband met spoedeisende zaken (zoals bepaalde
                    storingen) en calamiteiten. Vooral voor de reguliere (graaf)werkzaamheden geldt
                    dat eerst gestart mag worden nadat door de gemeente op basis van een melding een
                    instemmingsbesluit (conform de Telecommunicatiewet) is verleend. Uitgangspunt is
                    dat het verlenen van een instemmingsbesluit bekend wordt gemaakt door middel van
                    informatie aan de meldende partij. Publicatie in meer algemene zin is niet
                    standaard, maar kan worden toegepast door de gemeente naar haar keuze,
                    bijvoorbeeld in het geval van grootschaliger en langduriger of ingrijpender
                    werkzaamheden.</al><al/><al><vet><cursief>l. kabel- en leidingentracé</cursief></vet></al><al>Dit begrip is voor de praktijk belangrijk, want het betreft de door de gemeente
                    te bepalen routering van de kabels/leidingen. Vanuit de door de gemeente aan te
                    geven dwarsprofielen zal de netbeheerder veelal met een voorstel komen voor een
                    tracé, en moet de gemeente haar goedkeuring daaraan geven.</al><al/><al><vet><cursief>m. kabels en leidingen</cursief></vet></al><al>De netten bestaan uit fysieke kabels en/of leidingen. De kabels/ leidingen zijn
                    inclusief de daarbij behorende ondergrondse en bovengrondse infrastructuur,
                    zoals:</al><lijst><li nr="-"><al>lege buizen,</al></li><li nr="-"><al>ondergrondse ondersteuningswerken (mantelbuizen, kabelgoten, handholes,
                            lasdozen, duikers), </al></li><li nr="-"><al>beschermingswerken, </al></li><li nr="-"><al>signaalinrichtingen (zoals optische en elektrische versterkers),</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>componenten voor het verbinden van kabels met onroerende zaken (zie
                            artikel 16 a tot en met d, van de Wet waardering onroerende zaken; zoals
                            transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere
                            hulpmiddelen, behoudens voor zover ze liggen binnen de installatie van
                            een producent/afnemer). </al></li></lijst><al>Voorbeelden van de kabels en leidingen zijn telecommunicatie- en omroepkabels
                    (zoals gedefinieerd in art. 1.1 onder z van de Telecommunicatiewet),
                    elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen
                    (transport-, distributie- en dienstleidingen), leidingen voor warmte-koude
                    opslag en waterleidingen. Industriële of private netten behoren hier formeel ook
                    toe, maar worden als niet-openbare netten specifiek behandeld in deze
                    verordening. </al><al>De verordening heeft ten doel de regie en coördinatie te regelen met betrekking
                    tot kabels en leidingen van derde partijen die in door de gemeente beheerde
                    grond willen werken. Voor de kabels en leidingen van de gemeente zelf, zoals de
                    riolering, is om praktische redenen de verordening niet procedureel van
                    toepassing. Om redenen van effectiviteit en kwaliteit zullen echter intern
                    binnen de gemeente waar mogelijk afspraken en procedures worden gemaakt om de
                    bepalingen van deze verordening met het oog op regie en coördinatie zoveel
                    mogelijk ook intern na te leven.</al><al/><al><vet><cursief>n. leggen van kabels en leidingen</cursief></vet></al><al>De relevante werkzaamheden betreffen zeker niet alleen de nieuwaanleg van kabels
                    en leidingen maar ook de situaties dat werk nodig is voor onderhoud, voor
                    verplaatsing of verwijdering, uitbreiding etc. Dat wordt met deze definitie
                    duidelijk gemaakt.</al><al/><al><vet><cursief>o. marktconforme kosten</cursief></vet></al><al>Dit begrip is vooral relevant met het oog op het door de overheid nagestreefde
                    stimuleren van het medegebruik van bestaande voorzieningen (van de gemeente zelf
                    of van derde partijen). Partijen kunnen worden verplicht daarvan gebruik te
                    maken, met dien verstande dat (aansluitend bij hetgeen bij de
                    Telecommunicatiewet ontwikkeld is) de te betalen vergoeding marktconform dient
                    te zijn.</al><al/><al><vet><cursief>p. meldsysteem of registratiesysteem</cursief></vet></al><al>geautomatiseerd systeem van de gemeente waarin meldingen, vergunningen en
                    instemmingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en alles wat
                    daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens de gemeente en/of de
                    grondroerder</al><al/><al><vet><cursief>q. net (of netwerk)</cursief></vet></al><al>De definitie van een net (of netwerk) is afgeleid van de Wet
                    Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION), welke deels refereert aan
                    artikel 20 2<sup>e</sup> lid, Boek 5 Burgerlijk Wetboek, maar ook uitbreidingen
                    geeft, die hier worden overgenomen. </al><al>Het gaat om de volgende ondergrondse netten (of netwerken): </al><lijst><li nr="-"><al>de netten voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of
                            energie oftewel de distributie- en transportnetten van de nutsbedrijven,
                            voor voorzieningen van openbaar nut zoals gas, elektriciteit en water
                            (en warmte), en de aanlevering ervan;</al></li><li nr="-"><al>de netten voor transport van informatie: de openbare elektronische
                            communicatienetwerken (voor telecommunicatie en omroep), zoals
                            gedefinieerd in de Telecommunicatiewet: transmissiesystemen, waaronder
                            satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken,
                            elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen
                            worden gebruikt en netwerken voor radio- en televisieomroep en
                            kabeltelevisienetwerken, die geheel of hoofdzakelijk worden gebruikt om
                            openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder
                            mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van
                            programma's voor zover dit aan het publiek geschiedt. </al></li></lijst><al/><al>Het gestelde bij de toelichting op de definitie van ‘kabels en leidingen’ ten
                    aanzien van de (gemeentelijke) riolering is hier tevens van toepassing.</al><al>‘Ondergronds’ heeft formeel betrekking op dat deel van de aarde vanaf het
                    maaiveld tot circa 10 km diepte, zij het dat in de praktijk graafwerkzaamheden
                    zich op veel beperktere diepte afspelen. </al><al/><al><vet><cursief>r. net voor transport van informatie</cursief></vet></al><al>Ter wille van de volledigheid wordt aangegeven dat deze term, afgeleid van de
                    WION, de (openbare) elektronische communicatienetwerken betreft zoals bedoeld in
                    de Telecommunicatiewet.</al><al/><al><vet><cursief>s. netbeheerder</cursief></vet></al><al>Het begrip netbeheerder <onderstreept>i</onderstreept>s de in deze verordening
                    gebruikte uniforme term voor de nutsbedrijven als de door het Rijk aangewezen
                    regionale netbeheerders èn voor de aanbieders (of operators) van de openbare
                    elektronische communicatienetwerken (dus zowel een kabel- als leidingbeheerder
                    die in de stad kabel- en leidinginfrastructuur aanlegt, in eigendom heeft of
                    beheert). Meestal zal deze netbeheerder een rechtspersoon zijn die kabel- en
                    leidinginfrastructuur aanlegt, in eigendom heeft of beheert, maar
                    formeel-wettelijk kan het ook een natuurlijk persoon zijn, handelend in de
                    uitvoering van een beroep of een bedrijf.</al><al/><al><vet><cursief>t. niet-openbare kabels en leidingen</cursief></vet></al><al>De verordening en het daaraan ten grondslag liggende beleid zijn vooral ook
                    gericht op het effectief inzetten van beschikbare infrastructuren zodat het
                    gebruik maken van de bestaande openbare infrastructuren bevorderd wordt. In een
                    aantal gevallen zal het toch nodig zijn dat een niet niet-openbare voorziening
                    moet worden getroffen. Dat kan bijvoorbeeld een verbinding tussen 2 panden van
                    een organisatie zijn. Hoewel daarop geen gedoogplicht (en dus geen graafrecht)
                    van toepassing is, wordt wel aangegeven dat als de gemeente deze niet-openbare
                    verbinding toestaat, de procedure voor openbare netten geheel van toepassing
                    is.</al><al/><al><vet><cursief>u. nutsbedrijf</cursief></vet></al><al>Deze definitie is opgenomen voor de volledigheid aangezien deze partijen (de
                    nutsbedrijven) de netbeheerders zijn van de netwerken die gebruikt worden voor
                    transport van bijv. elektriciteit, gas, drinkwater en warmte, en van daaruit aan
                    de orde zijn in het kader van deze procedures.</al><al/><al><vet><cursief>v. opdrachtgever</cursief></vet></al><al>Veelal is de netbeheerder bij (graaf)werkzaamheden tevens de opdrachtgever. Een
                    derde partij kan tevens als opdrachtgever optreden namens de netbeheerder in het
                    realisatieproces, mits rechtsgeldig en voldoende door deze gemandateerd. Een
                    dergelijke andere partij of rechtspersoon kan ook een dochterbedrijf zijn dat
                    deze activiteiten uitvoert namens de netbeheerder. Aan de opdrachtgever komt in
                    de AVOI een eigen rol toe, omdat deze medeverantwoordelijk wordt gehouden voor
                    een juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen. </al><al/><al><vet><cursief>w. openbare gronden</cursief></vet></al><al>De gemeentelijke betrokkenheid is gericht op het beheer van openbare ruimte. De
                    openbare ruimte betreft de ruimte op of in de openbare gronden. Tot de openbare
                    gronden worden gerekend de openbare wegen, inclusief stoepen, glooiingen,
                    bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere
                    werken, evenals wateren inclusief de daartoe behorende bruggen, plantsoenen,
                    pleinen en andere plaatsen, die voor een ieder toegankelijk zijn. Deze definitie
                    verwijst naar de omschrijving zoals gehanteerd in de Telecommunicatiewet, welke
                    op haar beurt deels was afgeleid van die in de Wegenverkeerswet (openbare wegen,
                    openbare wateren). </al><al/><al><vet><cursief>x. spoedeisende werkzaamheden</cursief></vet></al><al>Deze werkzaamheden worden apart gedefinieerd omdat hiervoor een lichter
                    procedureel regime geldt. De netbeheerder moet duidelijk maken dat deze
                    werkzaamheden redelijkerwijs geen uitstel kunnen dulden op grond van de
                    aangegeven belangen.</al><al/><al><vet><cursief>y. vergunning</cursief></vet></al><al>Werkzaamheden dienen steeds vooraf gemeld te worden, waarbij onderscheid wordt
                    gemaakt tussen de (reguliere) werkzaamheden, werkzaamheden van niet ingrijpende
                    aard en werkzaamheden in verband met spoedeisende zaken (zoals bepaalde
                    storingen) en calamiteiten. Vooral voor de reguliere (graaf)werkzaamheden geldt
                    dat eerst gestart mag worden nadat door de gemeente op basis van een melding
                    vergunning is verleend op basis van een aanvraag (voor de nutsbedrijven). </al><al/><al>Uitgangspunt is dat het verlenen van een vergunning bekend wordt gemaakt door
                    middel van informatie aan de aanvragende partij. Publicatie in meer algemene zin
                    is niet standaard, maar kan worden toegepast door de gemeente naar haar keuze,
                    bijvoorbeeld in het geval van grootschaliger en langduriger of ingrijpender
                    werkzaamheden.</al><al/><al><vet><cursief>z. voorzieningen</cursief></vet></al><al>Dit begrip wordt gebruikt om aan te geven dat het bij de netten niet alleen gaat
                    om de fysieke kabels en leidingen maar ook om een veelheid aan ondersteunde of
                    beschermingswerken ten behoeve van die kabels en leidingen, waarop de
                    verordening ook betrekking heeft.</al><al/><al><vet><cursief>aa. werkzaamheden</cursief></vet></al><al>De AVOI betreft werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en/of
                    opruiming van kabels en leidingen. Praktisch gezien betreft het veelal de
                    noodzakelijke graafwerkzaamheden. Hoewel de AVOI met name betrekking heeft op
                    mechanische werkzaamheden, vallen er formeel ook handmatige werkzaamheden onder.
                    Graafwerkzaamheden omvatten een scala van activiteiten, zoals aanleg,
                    uitbreiding, verplaatsing en verwijdering van netten, bouwwerkzaamheden als
                    heien van palen en het slaan van damwanden, bouwrijp maken van gronden, maar ook
                    diepploegen en uitbaggeren van sloten. </al><al>Tot de werkzaamheden als bedoeld in de AVOI behoren eveneens werkzaamheden in
                    verband met het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten of geleidingen.
                    Vanuit de door de gemeente te behartigen belangen wordt het nastreven van
                    medegebruik van bestaande voorzieningen gestimuleerd. </al><al>Werkzaamheden aan of het aanbrengen, het hebben of verwijderen van
                    infrastructuur brengen vaak overlast met zich. Dat kan bijvoorbeeld rechtstreeks
                    door de graafwerkzaamheden waarvoor de weg opengebroken moet worden, maar ook
                    bij het inrichten en gebruiken van de openbare ruimte als werkterrein (vooral
                    bij grotere werkzaamheden). </al><al/><al><vet><cursief>ab. werkzaamheden van niet ingrijpende aard</cursief></vet></al><al>Het definiëren van het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet
                    ingrijpende aard vloeit allereerst en formeel voort uit artikel 5.4, lid 5 van
                    de Telecommunicatiewet. Naast huisaansluitingen (tot een bepaalde lengte) worden
                    andere niet ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen. Dit
                    kan omdat deze werkzaamheden veelal slechts gedurende relatief korte tijd in een
                    beperkt gedeelte van het netwerk worden verricht, en waarvan de impact relatief
                    beperkt en kortstondig is. Voor deze niet ingrijpende werkzaamheden geldt een
                    verkorte procedure voor het verkrijgen van een vergunning of instemmingsbesluit.
                    De plaatsing van onder- en bovengrondse kasten zoals handholes, ramputten en
                    schakelkasten valt niet onder deze niet ingrijpende werkzaamheden, ondanks dat
                    ze vaak wel binnen de daarvoor geldende normen voor oppervlakte en tijd vallen.
                    Omdat de exacte locatie van dergelijke kasten zeer zorgvuldig moet worden
                    afgewogen is voor deze werkzaamheden altijd een vergunning of instemmingsbesluit
                    vereist conform de reguliere procedure.</al><al>De definitie geeft op hoofdlijnen aan voor welke, limitatief bedoelde, situaties
                    deze lichtere procedure van toepassing kan zijn. Vaak gaat het dan om
                    werkzaamheden aan reeds bestaande kabels of leidingen en betreft het vaak een
                    beperkte lengte of oppervlakte die niet of nauwelijks het normale gebruik van de
                    openbare gronden beperken. Daarbij kan van belang zijn of rijbanen en andere
                    verhardingen of wateren, dan wel groenvoorzieningen, gekruist worden of dat er
                    wel of niet boringen noodzakelijk zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Toepasselijkheid</vet></al><al/><al>De toepasselijkheid is al hiervoor toegelicht bij de diverse
                    begripsbeschrijvingen. Ook wordt nogmaals het doel van deze verordening
                    omschreven: de beoogde regie door de gemeente.</al><al>Met het oog op de mogelijke samenhang met het bepaalde in de APV geldt dat waar
                    deze verordening geldt, de APV terug treedt.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Nadere regels</vet></al><al/><al>De verordening wordt door de raad vastgesteld en geeft daarmee het gewenste
                    kader aan voor de sturing en regievoering bij voorgenomen graafwerkzaamheden in
                    de openbare ruimte. Ter uitwerking is in diverse artikelen van de verordening
                    voorzien in de mogelijkheid dat het college nadere regels stelt ter uitwerking.
                    Artikel 3 biedt als paraplu-bepaling een generieke mogelijkheid voor het
                    college. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Melding en instemmingsbesluit / Aanvraag en
                    vergunning</vet></al><al/><al><vet>Artikel 4 Vereiste van instemming of vergunning</vet></al><al/><al>Uitgangspunt van de AVOI is dat werkzaamheden in de openbare ruimte verboden
                    zijn, tenzij men beschikt over een vergunning of een instemmingsbesluit. Dat
                    uitgangspunt staat in dit artikel centraal en wordt qua procedure uitgewerkt in
                    artikel 5. Deze systematiek is in vrijwel alle gemeenten ook zo vastgelegd in de
                    APV als bron voor de huidige vergunningverlening voor de netwerken van de
                    nutsbedrijven. Het karakter van een vergunningstelsel in het algemeen
                    bestuursrecht is: de handelingen (in casu werkzaamheden in de openbare ruimte)
                    zijn toegestaan maar de gemeente wil plaats, tijd en werkwijze kunnen beoordelen
                    en bijsturen. Het wettelijk vastgelegde principe van graafrechten (onder
                    voorwaarden, voor openbare elektronische communicatienetwerken) in relatie tot
                    de vereiste instemming van het college is hiermee vertaald naar de AVOI en wordt
                    toegepast op alle betrokken werkzaamheden. </al><al>Conform het wettelijk bepaalde heeft die instemming betrekking op de plaats, het
                    tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, maar ook op het
                    bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van voorgenomen
                    werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken. Het
                    onderscheid met werkzaamheden van niet ingrijpende aard, spoedeisende
                    werkzaamheden en calamiteiten wordt in het tweede lid benoemd, gezien daarvoor
                    een eenvoudiger en snellere procedure op van toepassing is.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 5 Melding of aanvraag</vet></al><al/><al>In geval van voorgenomen werkzaamheden moet de melding (voor een
                    instemmingsbesluit voor de telecommunicatienetwerken) of aanvraag (voor de
                    netten van de nutsbedrijven) bij de gemeente plaatsvinden. Dat kan formeel bij
                    het college van burgemeester en wethouders, maar in de praktijk veelal bij de
                    gemachtigde afdeling of ambtenaar. De vereiste voorafgaande instemming van
                    gemeentewege heeft betrekking op het tijdstip, de plaats en de wijze waarop de
                    werkzaamheden plaatsvinden. Op het verlenen van dit besluit zijn ook de algemene
                    beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing; dit houdt onder andere in dat
                    het gelijkheidsbeginsel in acht moet worden genomen. </al><al>Een aanvrager kan over voorgenomen werkzaamheden vooroverleg voeren met het
                    college teneinde de melding of aanvraag, bedoeld in het eerste lid van dit
                    artikel, voor te bereiden. Ingewikkelder meldingen worden zonder vooroverleg
                    niet in behandeling genomen.</al><al>De maximale beslistermijn voor het college van 8 weken is conform de Awb. De
                    termijn voor niet ingrijpende werkzaamheden is korter en bij spoedeisende
                    werkzaamheden/calamiteiten kan worden volstaan met een kennisgeving, die tevoren
                    dient te worden gedaan. De gemeente moet vooraf akkoord gaan voordat gestart kan
                    worden met de werkzaamheden. Deze verstoringen zijn niet specifiek omschreven,
                    anders dan dat het veelal spoedeisende reparatie of onderhoud betreft zoals bij
                    een kabelbreuk. Motivering door de netbeheerder moet onderbouwen of de
                    belemmering of storing voldoende reden is om als spoedeisend of calamiteit te
                    worden aangemerkt.</al><al/><al>Werkzaamheden kunnen tevens betrekking hebben op gronden van andere
                    gedoogplichtigen: dat kunnen instanties of (rechts)personen zijn binnen dezelfde
                    gemeente maar ook andere gemeentes. Ook kunnen op grond van een andere wet
                    andere vergunningen noodzakelijk zijn. Deze samenhang kan in de praktijk tot
                    lange doorlooptijden leiden. De wetgever staat formeel toe dat de gemeente
                    eventueel een deelinstemmingsbesluit verleent (voor een deeltraject of een
                    deelproject) zodat de aanvragende partij alvast op de hoogte is van deze
                    instemming en de daaraan te stellen voorwaarden, zodat met de verdere tracékeuze
                    en andere aanvragen rekening gehouden kan worden, of dat in principe zelfs al
                    begonnen kan worden met de werkzaamheden in dat deel van het gebied. De risico’s
                    verbonden aan deze aanpak (bijvoorbeeld dat door latere vergunningverlening door
                    een ander orgaan de aanvankelijke gemeentelijke aanvraag of het
                        tracéaangepast moet worden, en dus wellicht opnieuw moet worden
                    gedaan) moeten dan in projectmatige zin opgepakt en afgestemd worden (vooral bij
                    grootschaliger aanleg). Algemeen gesproken zal het gebruik van deze mogelijkheid
                    slechts in specifieke en goed overwogen situaties kunnen plaatsvinden.</al><al>In eerste instantie is de aanvrager zelf verplicht met alle betrokken instanties
                    of (rechts)personen naar overeenstemming te streven. Als de aanvrager dat
                    verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de beoordeling van de
                    ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen (bijvoorbeeld een waterschap)
                    nastreven (= bemiddeling). Daartoe moeten op het formulier (contact)gegevens
                    over deze andere aanvragen vermeld worden. Voor private partijen blijft de
                    aanvrager zelf verantwoordelijk.</al><al/><al/><al>Als werkzaamheden worden verricht in nader aan te wijzen gebieden is de
                    uitzonderingsbepaling voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet
                    van toepassing. Als voorbeelden worden genoemd risicogebieden als
                    industriegebieden met buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen,
                    historische stadskernen of straten of natuurgebieden. Dan is het niet
                    aanvaardbaar dat zonder specifiek toezicht van de gemeente wordt gegraven. Deze
                    gebieden dienen dus specifiek benoemd te worden. Het college wordt door de Raad
                    bevoegd verklaard deze gebieden te benoemen indien dat van toepassing is.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 6 Gegevensverstrekking</vet></al><al/><al>Dit artikel is gericht op de wijze waarop een aanvraag of melding moet worden
                    gedaan, welke gegevens verstrekt moeten worden en welke formulieren gebruikt
                    moeten worden. Het betreft die informatie die de gemeente als beheerder van
                    openbare gronden nodig heeft om een juiste beoordeling te maken en inzicht te
                    hebben in de belangen die door de voorgenomen werkzaamheden worden geraakt. De
                    specifieke voorwaarden en de formulieren worden om praktische redenen niet in de
                    verordening opgenomen, maar in een collegebesluit met nadere regels op grond van
                    deze verordening. Deze zogenaamde indieningsvereisten worden in de vorm van
                    nadere regels vastgelegd en opgenomen in het Handboek Kabels en Leidingen. Er
                    wordt gebruik gemaakt van standaardformulieren: het formulier voor de reguliere
                    melding/aanvraag en het formulier voor niet ingrijpende (of spoedeisende)
                    werkzaamheden.</al><al/><al>Instemming of vergunningverlening zal op aanvraag van de verzoekende partij
                    plaatsvinden. De aanvrager geeft aan wat de gewenste startdatum is. De gemeente
                    kan, gemotiveerd, bijvoorbeeld met het oog op andere graafwerkzaamheden,
                    aanpassingen aanbrengen, waarbij de wet een maximale uitsteltermijn van 12
                    maanden aangeeft. De Regeling schriftelijke kennisgeving aanleg
                        kabels(Staatscourant 15-01-2007, nr. 10) schrijft voor kabels
                    van elektronische communicatienetwerken voor dat de melding aangetekend moet
                    worden verstuurd. Dit vereiste is in de AVOI niet als uniforme eis opgenomen,
                    maar het kan in het belang van de verzoekende partij zelf zijn om via
                    aangetekende verzending duidelijkheid te hebben over datum en tijd van
                    indiening. Een aanvraag of melding wordt in behandeling genomen (en dan beginnen
                    de termijnen te lopen) indien en zodra alle vereiste gegevens compleet zijn.
                    Deze bevoegdheid is vastgelegd in Awb art. 4:5. Conform het besluit met nadere
                    regels dient ook opgave te worden gedaan van eventueel benodigde ondergrondse of
                    bovengrondse kasten, waartoe ook eventuele handholes worden gerekend. Van belang
                    kan zijn dat bijvoorbeeld ook een Omgevingsvergunning (krachtens de Wabo)
                    vereist is.</al><al/><al>Op grond van de in 2008 van kracht geworden Wet Informatie-uitwisseling
                    Ondergrondse Netten (WION) is registratie van de kabels en leidingen wettelijk
                    verplicht (bij het Kadaster). Van de netbeheerders wordt verwacht dat zij hun
                    kabels en leidingen zo registreren dat inzicht steeds kan worden geboden. Er is
                    enige samenhang van bepalingen uit de WION (nationale wetgeving) en de AVOI
                    (gemeentelijke verordening). De WION heeft (veralgemeniseerd) betrekking op het
                    voorkomen van graafschade via een plicht tot zorgvuldig graven èn een plicht tot
                    een zorgvuldige en tijdige informatie-uitwisseling. De WION bepaalt in artikel
                    44 dat het onverlet laat dat de gemeente in het belang van de openbare orde en
                    veiligheid bij verordening voorschriften kan geven over het verrichten van
                    graaf-werkzaamheden, waaronder het binden van graafwerkzaamheden aan het hebben
                    van een vergunning. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 7 Beslistermijnen</vet></al><al/><al>De beslistermijn is gelijk aan de meld/aanvraagtermijn zodat de werkzaamheden op
                    de geplande datum kunnen aanvangen, mits aan de voorwaarden tijdig en geheel
                    voldaan is. Op grond van de Awb is de gemeente verplicht binnen een redelijke
                    termijn een besluit te nemen, welke termijn geacht wordt te zijn verstreken na
                    verloop van 8 weken. </al><al/><al>Expliciet wordt in het vijfde lid bepaald dat de Lex Silencio Positivo, oftewel
                    de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen, zoals die is
                    vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht, niet van toepassing is op deze
                    verordening.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 8 Geldigheid</vet></al><al/><al>Dit artikel beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit of vergunning om
                    uitvoering geruime tijd na afgifte te voorkomen. Eventueel tussentijds gewijzigd
                    gebruik van gronden kan de uitvoering van werkzaamheden alsnog onwenselijk
                    maken. In gevallen waar uitvoering en voorbereiding een langere doorlooptijd
                    vergen, dient dat bij de melding te worden aangegeven en kan hiermee bij het
                    verlenen van het instemmingsbesluit of vergunning rekening worden gehouden.</al><al/><al>Daarnaast wordt met dit artikel voorzien in de mogelijkheid om een
                    vergunning/instemming te wijzigen of in te trekken in bepaalde, limitatief
                    benoemde, situaties. Hiermee wordt geen rechtsonzekerheid voor netbeheerders
                    beoogd, maar wordt wel nagestreefd dat de noodzakelijke voorwaarden voor de
                    gewenste regievoering ook worden vervuld.</al><al>Indien van toepassing, conform het bepaalde in het vierde lid, wordt
                    bestuursrecht toegepast om de opgebroken openbare ruimte te laten herstellen in
                    de oorspronkelijke situatie. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 9 Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden</vet></al><al/><al>Het college kan door middel van nadere regels aan een instemmingsbesluit
                    voorschriften en beperkingen verbinden of een vergunning weigeren dan wel
                    daaraan voorschriften en beperkingen verbinden. Omwille van uniformiteit is
                    aangegeven welk soort voorschriften en beperkingen dit kunnen zijn. Ze hebben
                    vooral te maken met de wijze van uitvoering en zijn gericht op de belangen die
                    de gemeente geacht wordt te behartigen. Het voor de dagelijkse praktijk meest
                    sprekende praktische voorbeeld van deze nadere regels zijn de lokale regels en
                    voorwaarden in het zogenaamde ‘Handboek’, welke voorwaarden standaard van
                    toepassing zijn op uit te voeren werkzaamheden. Eventuele specifieke aanvullende
                    voorschriften kunnen bij verlening van de instemming of vergunning worden bekend
                    gemaakt. Dit Handboek is of wordt door het college vastgesteld.</al><al>Dit artikel (dan wel de nadere regels die door het college zijn vastgesteld)
                    bevat bepalingen over het herstel van de openbare ruimte nadat het werk heeft
                    plaatsgevonden: een beginselplicht tot het herstellen van de openbare ruimte. In
                    beginsel wordt uitgegaan van de “aangetroffen staat” van de infrastructuur.
                    Voorzien wordt in het mogelijk maken van (in principe) een drietal gemeentelijke
                    opname-momenten: een vooropname, een opleveringsopname en een overdrachtsopname
                    na de onderhoudstermijn van 1 jaar. Dit om te voorkomen dat later niet meer
                    duidelijk is hoe de staat van de openbare ruimte was voor aanvang van de
                    werkzaamheden. </al><al>Voor de berekening van de schadevergoeding zoals opgenomen in het vierde lid, en
                    nader verwerkt in het Handboek Kabels en Leidingen, worden vooralsnog als basis
                    gehanteerd de grondslagen van herstraattarieven conform de ‘Leidraad voor
                    gemeenten en nutsbedrijven inzake (her-)straatwerkzaamheden (van overleg orgaan
                    nutsvoorzieningen en de vereniging van Nederlandse gemeenten). </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Overige bepalingen</vet></al><al/><al>In dit hoofdstuk is noodzakelijkerwijs onderscheid gemaakt tussen overige
                    bepalingen die generiek geldend zijn, bepalingen die veelal om wettelijke
                    redenen alleen van toepassing kunnen zijn op de telecommunicatienetwerken
                    (oftewel openbare elektronische communicatienetwerken) en bepalingen die
                    specifiek gelden voor de netten van de nutsbedrijven. </al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 3a Overige bepalingen algemeen</vet></al><al/><al/><al><vet>Artikel 10 Eigendom</vet></al><al/><al>De gemeente wil de regie kunnen voeren en daarmee de gewenste coördinatie
                    realiseren. Daartoe is de AVOI ontwikkeld. Uitdrukkelijk wil de gemeente
                    aangeven dat zij met deze procedures niet beoogt het eigendom of andere rechten
                    (en verplichtingen) op de kabels of leidingen te verwerven. Het zakelijk
                    karakter van de instemming of vergunning is er opdat een nieuwe aanbieder, die
                    gebruik maakt van de kabel, ook de instemming of vergunning heeft, en zich houdt
                    aan de voorschriften. De wettelijke bepalingen (vooral het Burgerlijk Wetboek)
                    zijn van toepassing op het eigendom van kabelnetwerken. Wettelijk is al bepaald
                    dat het uitgesloten is dat de gemeente door het verlenen van een vergunning of
                    het geven van een instemmingsbesluit eigenaar wordt van de kabels en/of
                    leidingen en/of netwerken waarop die vergunning of het instemmingsbesluit
                    betrekking heeft.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 11 Overleg</vet></al><al/><al>Meldingen voor projecten/werkzaamheden worden in vooroverleg met de
                    gemeentelijke coördinator besproken. Ingewikkelder meldingen worden zonder
                    vooroverleg niet in behandeling genomen. </al><al>In de praktijk heeft de gemeente periodiek overleg met netbeheerders en
                    grondroerders. Dit overleg krijgt een formele status, zonder dat deelnemers
                    hieraan rechten ontlenen. Verwacht wordt dat partijen in hun eigen belang
                    deelnemen aan dit overleg en dat de gemeente hen zal uitnodigen. Doelstelling
                    van het overleg is tijdige informatie-uitwisseling over plannen (van zowel de
                    gemeente als de gravende partijen) zodat men waar mogelijk daarop tijdig kan
                    inspelen. Mede daarom is het van belang dat niet alleen over voorliggende korte
                    termijnplannen gesproken wordt, maar dat ook de plannen op 3 tot 5-jarige
                    termijn ingebracht worden, met inzicht in geplande, voorgenomen en gerealiseerde
                    vervangingen, zowel ondergrondse als de relevante bovengrondse plannen,
                    inclusief, waar mogelijk, de plannen van woningcorporaties . Dit overlegorgaan
                    is afhankelijk van deelname van alle relevante partijen. Belangrijk is dat voor
                    zowel de dagelijkse praktijk als de meerjarenplanning namens de gemeente en
                    netbeheerders bevoegde en geïnformeerde vertegenwoordigers aan het overleg
                    deelnemen. Dit overleg heeft een formele en structurele basis. Dit laat onverlet
                    dat partijen die voornemens zijn werkzaamheden te verrichten met de gemeente in
                    die concrete situaties in vooroverleg treden. </al><al/><al/><al><cursief><vet>Artikel 12 Niet-openbare kabels en leidingen</vet></cursief></al><al/><al/><al>De gemeente gedoogt onder te stellen voorwaarden kabels en leidingen met een
                    publieke of openbare functie in de ondergrondse openbare ruimte. De gemeente
                    krijgt ook aanvragen van particuliere partijen voor het leggen, hebben en
                    onderhouden van kabels en leidingen in de ondergrond van de gemeente. De
                    ondergrondse ruimte is echter beperkt (schaars). Bovendien heeft de gemeente
                    wettelijk jegens de kabels en leidingen van de openbare nuts- en telecompartijen
                    verplichtingen bij het ter beschikking stellen van ondergrondse ruimte voor
                    kabels en leidingen. Tevens wil de gemeente de bedrijfsvoering van de openbare
                    nuts- en telecompartijen niet negatief beïnvloeden door het toestaan van
                    concurrerende particuliere voorzieningen c.q. voorzieningen die ook door
                    bestaande partijen, binnen het kader van hun reguliere bedrijfsvoering voor
                    klanten kan worden gerealiseerd. Vanwege het intensieve gebruik van de
                    ondergrondse ruimte en de veiligheidsrisico’s hanteert de gemeente als
                    gedragslijn dat geen toestemming wordt verleend voor het leggen van private of
                    niet-openbare kabels c.q. leidingen (anders dan kabels en leidingen met een
                    publieke of openbare functie) van/door particulieren en bedrijven in/onder de
                    openbare ruimte, met uitzondering voor al verleende toestemmingen. Particulieren
                    en bedrijven die een eigen verbinding wensen te realiseren, moeten dan ook bij
                    voorkeur gebruik maken van de dienstverlening van een openbare aanbieder. </al><al/><al>Toch zijn er uitzonderingssituaties waarbij het aanleggen van particuliere
                    voorzieningen belangrijk is voor de behoefte van de aanvrager en niet strijdig
                    is met de belangen van openbare nuts- en telecompartijen. Indien de beschikbare
                    ondergrondse ruimte het toestaat kan de gemeente onder strikte voorwaarden
                    toestemming geven om een dergelijke voorziening aan te leggen. Uitgangspunt
                    hierbij is dat de gemeente onder geen beding nu of in de toekomst belemmering
                    ondervindt dan wel schade leidt door de gelegde voorziening. Tevens is het
                    redelijk en billijk dat degene die voordeel heeft van de voorziening (de
                    neteigenaar) aan de gemeente een jaarlijkse vergoeding betaalt voor het gebruik
                    van de ondergrond (Precario). Bij werkzaamheden met niet-openbare kabels en
                    leidingen in openbare gronden geldt uitdrukkelijk géén wettelijke gemeentelijke
                    gedoogplicht, maar wordt de AVOI in procedureel opzicht van overeenkomstige
                    toepassing verklaard. Dat houdt in dat een voornemen tot het uitvoeren van
                    (graaf)werkzaamheden voor niet-openbare kabels/leidingen in openbare gronden
                    vooraf aangevraagd moet worden bij de gemeente, en dat de gemeente
                    beleidsvrijheid heeft die vergunning al dan niet te verlenen (of de voorwaarden
                    te bepalen).</al><al/><al>Voorwaarde voor toestemming is dat de private aanvrager moet aantonen dat aan de
                    wettelijke verplichtingen (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten)
                    wordt voldaan en dat onderhoud en beheer van de verbinding is gegarandeerd.
                    Tevens moet een geldende verklaring worden overlegd dat de verbinding niet
                    fysiek door een openbare netwerkaanbieder kan worden aangeboden.</al><al/><al/><al/><al>Om dit goed te reguleren moet voor iedere toegestane particuliere voorziening
                    een overeenkomst worden afgesloten tussen de gemeente en de betreffende
                    neteigenaar. Hierin worden de volgende aansprakelijkheden van de gemeente
                    afgedekt:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeentelijke verplichting om aan neteigenaren/beheerders van
                            openbare nuts- en/of openbare elektronische communicatienetwerken een
                            ongestoorde en veilige bedrijfsvoering ten behoeve van de levering van
                            producten en/of diensten middels hun netten te garanderen.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke verplichtingen, krachtens de Wet Informatievoorziening
                            Ondergrondse Netten ten aanzien van weesleidingen.</al></li><li nr="3."><al>De gemeentelijke taakstelling ten aanzien van het beperken van overlast
                            voor haar burgers alsmede voor vervoer- en hulpdiensten door
                            werkzaamheden aan ondergrondse netten.</al></li><li nr="4."><al>De gemeentelijke verantwoordelijkheid naar openbare nuts- en
                            telecombedrijven ten aanzien van de verplichtingen uit de
                            telecommunicatiewet, de elektriciteitswet, de gaswet en de
                            waterwet.</al></li><li nr="5."><al>De gemeentelijke vrijheid om de inrichting van de openbare ruimte te
                            wijzigen en/of openbare gronden te verkopen dan wel particuliere gronden
                            te verwerven.</al></li><li nr="6."><al>Alle terzake van de particuliere kabels en leidingen gemaakte en te
                            maken kosten mogen niet ten laste komen van de gemeentebegroting.</al></li><li nr="7."><al>Indien de particuliere kabel of leiding buiten functie raakt moet deze
                            zo spoedig mogelijk weer door de eigenaar uit de ondergrond worden
                            verwijderd.</al></li></lijst><al>De technische voorschriften voor het leggen van de voorzieningen zijn vastgelegd
                    in het Handboek Kabels en Leidingen. Verzoeken voor het verleggen van
                    niet-openbare kabels en leidingen dienen op kosten van de eigenaar van de kabels
                    en leidingen te worden uitgevoerd. </al><al/><al><vet>Artikel 13 Informatieplicht</vet></al><al/><al>Wettelijk is voor openbare elektronische communicatienetwerken voorzien in
                    regels rond kabels (en aanpalende voorzieningen als lege mantelbuizen) voor de
                    duur van de gedoogplicht. Daarbij is van belang de daadwerkelijke situatie of
                    die kabels en leidingen (nog) deel uit maken van een dergelijk netwerk.
                    Onderscheid is er tussen bestaande lege mantelbuizen en nieuw te leggen lege
                    mantelbuizen. </al><al>Voor de gemeente is het niet doenlijk zelfstandig voldoende zicht te houden op
                    het al dan niet in gebruik zijn van de voorzieningen. De netbeheerders worden
                    geacht een kabel- en leidingregistratie bij te houden en de gemeente te
                    informeren (op verzoek van de gemeente dan wel op eigen initiatief) over
                    voorzieningen als lege mantelbuizen. Wijzigingen kunnen ook optreden door het
                    vervallen van het openbare karakter van gronden, dat dan gevolgen heeft voor de
                    kabels en leidingen in die gronden.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 3b Overige bepalingen voor kabels ten dienste van een openbaar
                        elektronisch telecommunicatienetwerk</vet></al><al/><al/><al><vet>Artikel 14 (Mede)gebruik van voorzieningen</vet></al><al/><al>Door de aanvrager dan wel het college geëntameerd overleg naar aanleiding van
                    een melding of aanvraag, is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs
                    welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen
                    als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.</al><al>De aanvrager wordt door middel van de gestelde nadere regels verplicht bij zijn
                    aanvraag of melding aan te geven welke inspanningen zijn gedaan om te voldoen
                    aan het vereiste van dit artikel. Dit medegebruik heeft betrekking op de
                    telecommunicatienetwerken.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 3c Overige bepalingen voor kabels en leidingen uitgezonderd
                        kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                        telecommunicatienetwerk</vet></al><al/><al/><al><vet>Artikel 15 Verleggingen van leidingen</vet></al><al/><al>Op het verleggen van kabels van elektronische communicatienetwerken zijn de
                    wettelijke regels (Telecommunicatiewet) van toepassing, volgens het principe
                    ‘liggen om niet, verplaatsen om niet’. Gezien de wettelijke regels rechtstreeks
                    van toepassing zijn, stelt de verordening geen nadere regels.</al><al/><al>Voor verleggingen van kabels en leidingen van de nutsbedrijven zijn enkele
                    beperkte procedurele regels opgenomen. Nadere en meer specifieke afspraken
                    kunnen worden gemaakt in het kader van afstemming in het geval van mogelijke
                    verlenging of actualisering van bestaande privaatrechtelijke afspraken tussen de
                    nutsbedrijven en de gemeente. Een netbeheerder is verplicht te verleggen als dat
                    noodzakelijk is voor werken door of vanwege de gemeente. </al><al/><al/><al>De verrekening van kosten wordt vooralsnog bepaald aan de hand van de tussen
                    partijen van toepassing zijnde afspraken, totdat er algemeen geldende regels
                    hieromtrent zijn overeengekomen. Procedureel geldt als praktische richtlijn dat
                    als de gemeente nadeelcompensatie moet bieden aan een netbeheerder, dit slechts
                    zal geschieden op basis van een voldoende nauwkeurig gespecificeerd
                    kostenoverzicht.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 16 Verwijderen van kabels en leidingen</vet></al><al/><al>Aangegeven is dat formeel gezien een netbeheerder verplicht is op aanzeggen van
                    de gemeente leidingen te verwijderen als de vergunning is verlopen/beëindigd of
                    als de betreffende kabels en leidingen buiten gebruik zijn gesteld. Vooral bij
                    reconstructies moeten buiten gebruik gestelde kabels en leidingen worden
                    verwijderd. Uiteraard zal dit gegeven de consequenties steeds in afstemming
                    tussen de gemeente en de betrokken netbeheerder gebeuren, mede om onnodige
                    overlast voor omwonenden te beperken. </al><al/><al/><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Toezicht en handhaving (algemeen)</vet></al><al/><al/><al><vet>Artikel 17 Toezicht en handhaving</vet></al><al/><al>Dit artikel heeft mede ten doel alle betrokken partijen bewust te maken van het
                    niet-vrijblijvende karakter van de AVOI. Uitgangspunt is dat partijen zich
                    houden aan de bepalingen. Indien partijen zich niet houden aan de voorschriften
                    en beperkingen, behoudt de gemeente zich nadrukkelijk het recht voor gebruik te
                    maken van haar bevoegdheden, vooral en in eerste instantie bestuursrechtelijk,
                    maar niet noodzakelijk daartoe beperkt. Bestuursrechtelijk zijn de Awb
                    (hoofdstuk 5) en de Gemeentewet van toepassing met bepalingen inzake de
                    toezichthouder, bestuursdwang, last onder dwangsom en bestuurlijke boete. De
                    bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving is veelal gemandateerd en de
                    toezichthouder wordt aangewezen. Vooruitlopend op de bestuursrechtelijke
                    handhaving, kan de toezichthouder in voorkomende gevallen (indien noodzakelijk,
                    vooral om geen onomkeerbare situatie te creëren en onevenredige overlast te
                    vermijden) bevelen de werkzaamheden stil te leggen. </al><al>Indien en voor zover nodig kunnen daarnaast of aansluitend ook de
                    civielrechtelijke en strafrechtelijke mogelijkheden benut worden.
                    Strafrechtelijke consequenties vloeien vooral voort uit de mogelijke
                    overtredingen van de Wet op de economische delicten (WED). Er is voor gekozen
                    aan te sluiten bij het generieke gemeentelijke toezicht- en handhavingsbeleid,
                    waarbij enkele materiegebonden sanctiemaatregelen benoemd zijn in het Handboek
                    Kabels en Leidingen. </al><al/><al><vet>Artikel 18 Naleving voorschriften</vet></al><al>Geen nadere toelichting</al><al/><al/><al><vet>Artikel 19 Bevoegdheid college</vet></al><al>Geen nadere toelichting</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al/><al/><al><vet>Artikel 20 Inwerkingtreding</vet></al><al>Geen nadere toelichting.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 21 Overgangsbepalingen</vet></al><al>Geen nadere toelichting.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 22 Citeertitel</vet></al><al>Geen nadere toelichting.</al><al/><al/><al/><al>HANDBOEK</al><al>Kabels en Leidingen</al><al>Zeeuwse gemeenten</al><al>waarin tevens opgenomen de door </al><al>de colleges vastgestelde nadere regels</al><al/><al/><al/><al>Standaardbepalingen voor het opnemen van de sleufverharding, het graven,
                    aanvullen en verdichten van sleuven en het leggen etc. van kabels en leidingen
                    in gronden die in eigendom of beheer zijn bij de gemeenten Borsele, Goes, Hulst,
                    Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis,
                    Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen .</al><al/><al>Datum : Februari 2014</al><al>Vastgesteld door : College van burgemeester en wethouders.</al><al/><al/><al/><al>Uitgebracht door gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg,
                    Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere
                    en Vlissingen</al><al/><al/><al/><al><vet>AVOI</vet></al><al><vet>Zeeuwse gemeenten </vet></al><al/><al><vet>Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal,
                        Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen</vet></al><al/><al><vet>INHOUDSOPGAVE</vet></al><al/><al>Inleiding............................................................................................................................6. </al><al>Begrippenlijst.....................................................................................................................7. </al><al>Rolverdeling.......................................................................................................................7.</al><al>Partijen..............................................................................................................................7. </al><al>Begripsbeschrijvingen.........................................................................................................8. </al><al>Verwijzingen......................................................................................................................12. </al><al/><al>Deel 1 Algemene
                    voorwaarden....................................................................................13. </al><al/><al>1 Vergunningen en toestemmingen voor
                    (graaf)werkzaamheden...............................................................................14.</al><al>1.1 Voorwaa voor aanvragen of
                    meldingenr......................................................................................14..
                    14</al><al>1.2 .
                    Voorbereidingstraject...............................................................16...
                    16</al><al>1.3 Procedure werkzaamheden van minder ingrijp aard .................... 17</al><al>1.4 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend
                    werk/Calamiteit..............................................................................
                    18</al><al>1.5 Voorschriften en beperkingen bij de vergunning................. .........
                    18</al><al>1.6 Tijdelijk opschorten van de
                    vergng..........................................................................................
                    19</al><al/><al>2 Richtlijnen ten behoeve van de tracé
                    engineering...................................................................................
                    20</al><al>2.1 Eisen ten aanzien van de
                    tracébeng........................................... 20</al><al>2.2 Bepalingen ten aanzien van de engineering/werkvoorbereiding.... 21</al><al>2.3 Situering
                    handholes..................................................................
                    23</al><al/><al>3 Voorwaarden en eisen ten aanzien van de uitvoering......................
                    25</al><al>3.1 Inventariseren bestaande kabels en leidingen.............................
                    25</al><al>3.2 Informatie en
                    communicatie...................................................... 25</al><al>3.3
                    Handhaving..............................................................................
                    26</al><al>3.4 Opnemen en herstel
                    verharding................................................. 27</al><al>3.5 Door de gemeente ter beschikking te stellen bouwstoffen............. 28</al><al>3.6 Maatregelen in het belang van het verkeer.................................
                    28</al><al>3.7 Maatregelen ten behoeve van de overlast beperking................... 30</al><al>3.8 Voorbereide huis/klantaansluitingen………………………………………………..32</al><al>3.9 Keuze straatwerk door vergunninghouder of gemeente....…………….32</al><al/><al>4 Voorwaarden en eisen ten aanzien van de civieltechnische
                    werkzaamheden...............................................................................33</al><al>4.1 Operationele
                    eisen...............................................................................................
                    33</al><al>4.2 Meten en registreren verdichtingsgraad geroerde grond.................
                    34</al><al>4.3 Technische
                    eisen...............................................................................................
                    35</al><al/><al>5 Aansprakelijkheid en
                    schade.......................................................... 37</al><al>5.1
                    Aansprakelijkheid.......................................................................
                    37</al><al>5.2
                    Schade......................................................................................
                    37</al><al>5.3
                    Veiligheid..................................................................................
                    38</al><al>5.4 Peilen en
                    hoofdafmetingen..............................................................................
                    39</al><al/><al>6 Voorwaarden en eisen ten aanzien van vervuilde grond....................
                    40</al><al>6.1 Voorschriften voor werken in
                    grond.............................................. 40</al><al>6.2 Arbeidsomstandigheden bij werken in verontreinigde grond............ 41</al><al>6.3 Archeologie.....................………………………………………………………………... …42 </al><al/><al>7 Voorwaarden en eisen ten aanzien van groenvoorzieningen.............. 43</al><al>7.1 Eisen en uitvoering
                    groenvoorzieningen..........................................................................
                    43</al><al>7.2 Voorwaarden voor graafwerkzaamheden in de omgeving van
                    bomen............................................................................................
                    43</al><al>7.3 Herstel
                    groenvoorzieningen..........................................................................
                    45</al><al>7.4 Handvest
                    Boombescherming............................................................................
                    46</al><al/><al>Deel 2 Aanvullende lokale Gemeentelijke regelingen en aanwijzingen ...47</al><al/><al>8 Addendum gemeente
                    Borsele......................................................... 48</al><al>9 Addendum gemeente
                    Goes............................................................. 50</al><al>10 Addendum gemeente
                    Hulst............................................................ 51</al><al>11 Addendum gemeente
                    Kapelle............................................................................................
                    52</al><al>12 Addendum gemeente
                    Middelburg................................................... 53</al><al>13 Addendum gemeente Noord-Beveland...........................................
                    54</al><al>14 Addendum gemeente Reimerswaal................................................
                    55</al><al>15 Addendum gemeente Schouwen-Duiveland....................................
                    56</al><al>16 Addendum gemeente
                    Sluis........................................................... 57</al><al>17 Addendum gemeente
                    Terneuzen................................................... 58</al><al>18 Addendum gemeente
                    Tholen........................................................ 59</al><al>19 Addendum gemeente
                    Veere......................................................... 60</al><al>20 Addendum gemeente
                    Vlissingen....................................................61</al><al/><al><onderstreept>Bijlagen</onderstreept></al><al> Bijlage 1: Instemming- en vergunningformulier</al><al> Bijlage 2: Meldingsformulier aanvang graafwerkzaamheden </al><al>Bijlage 3: Gereedmeldingsformulier graafwerkzaamheden </al><al>Bijlage 4: Straatwerktarieven </al><al/><al>Inleiding </al><al>Voor u ligt het opgestelde handboek kabels en leidingen voor de Zeeuwse
                    gemeenten. Dit ‘handboek’ geeft invulling aan de collegebevoegdheid om op grond
                    van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI) nadere regels
                    omtrent deze ondergrondse infrastructuur vast te stellen. Men moet hierbij
                    denken aan de voorbereiding en uitvoering bij het ontwerp, aanleg, onderhoud,
                    verlegging en verwijdering van kabels en leidingen en het medegebruik van
                    voorzieningen.</al><al/><al>Dit Handboek wordt door de Zeeuwse gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle,
                    Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen,
                    Tholen, Veere en Vlissingen van toepassing verklaard in alle gevallen waarin de
                    gemeente, op grond van een vergunning of instemmingsbesluit toestemming verleent
                    voor werkzaamheden aan of ten behoeve van kabels en/of leidingen.</al><al/><al>Doel van het handboek is:</al><lijst><li nr="-"><al>Het bevorderen van een veilige ligging en ordening van de ondergrondse
                            infrastructuur;</al></li><li nr="-"><al>Het beperken van de overlast en het bevorderen van een veilige omgeving
                            voor de burgers tijdens de werkzaamheden aan ondergrondse
                            infrastructuur;</al></li><li nr="-"><al>Het voorkomen van schade aan private- en gemeentelijke eigendommen;</al></li><li nr="-"><al>Het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte.</al></li></lijst><al/><al>Het bereiken en handhaven van deze doelstellingen wordt ondersteund door
                    gedetailleerd uitgewerkte, uniforme voorbereiding- en uitvoeringsvoorschriften
                    ten behoeve van alle werken in het openbare gebied van de gemeenten. Hiertoe
                    worden nadere eisen gesteld aan de gegevens die moeten worden verstrekt bij
                    aanvragen van een vergunning c.q. instemmingsbesluit en worden nadere
                    voorwaarden gesteld bij het voorbereiden en uitvoeren van werken in het
                    beheergebied van de Zeeuwse gemeenten.</al><al/><al>Het Handboek is van toepassing op alle kabels en leidingen en geldt ook voor
                    werken in/op nieuwbouwprojecten, voor zover deze onder de gemeentelijke
                    verantwoordelijkheid vallen.</al><al/><al>De vergunningverlening of het verlenen van instemmingsbesluiten is het
                    gemeentelijke instrument om zorg te dragen voor de veiligheid, de beperking van
                    overlast, het voorkomen van schade en het waarborgen van de kwaliteit van de
                    openbare ruimte.</al><al/><al>Dit handboek is een initiatief van de Zeeuwse gemeenten. Het is daarom opgebouwd
                    uit twee delen. Het eerste deel omvat de voorwaarden die voor alle deelnemende
                    gemeenten gelijk zijn. Het tweede deel beschrijft per gemeente de regelingen die
                    voor die gemeente specifiek van toepassing zijn.</al><al/><al><vet>Begrippenlijst </vet></al><al/><al>Rolverdeling </al><al>In de praktijk kan er een rolverdeling bestaan tussen netbeheerder –
                    vergunninghouder – opdrachtgever en grondroerder. Ook kan het zijn dat deze
                    rollen door één en dezelfde partij worden vervuld. Voor de gemeente is echter
                    alleen de vergunninghouder zowel financieel, operationeel als juridisch altijd
                    aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) opvolgen van de bepalingen in
                    het handboek. Dit ongeacht hoe de relatie is tussen vergunninghouder enerzijds
                    en een eventuele netbeheerder en grondroerder anderzijds. De gemeente behoudt
                    zich echter het recht voor om in dringende gevallen handhavingmaatregelen
                    rechtstreeks met grondroerder af te handelen en de vergunninghouder pas later
                    daarvan in kennis te stellen. </al><al/><al>Partijen </al><al/><al><vet>Aanvrager: </vet></al><al>De natuurlijke of rechtspersoon die aan de gemeente vergunning, instemming of
                    toestemming verzoekt voor het leggen, hebben, onderhouden, verwijderen etc. van
                    kabels en leidingen.</al><al/><al><vet>Gemeente: </vet></al><al>De rechtspersoon.</al><al/><al><vet>College:</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders. </al><al/><al><vet>Gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator</vet></al><al>Degene die uit hoofde van zijn functie en mandaat de gemeentelijke regie voert
                    over de uitvoering van kabel- en leidingwerken door derden.</al><al/><al><vet>Gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen</vet></al><al>Degene die uit hoofde van zijn functie en mandaat het gemeentelijke toezicht
                    houdt over de uitvoering door derden van kabel- en leidingwerken.</al><al/><al><vet>Grondroerder: </vet></al><al>De natuurlijke of rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid of leiding de
                    feitelijke (graaf)werkzaamheden worden verricht.</al><al/><al><vet>Netbeheerder: </vet></al><al>Degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitvoering van een beroep of
                    een bedrijf dan wel als rechtspersoon een kabel- c.q. buisleidingennet
                        beheert.</al><al/><al><vet>Opdrachtgever: </vet></al><al>De natuurlijke of rechtspersoon, die opdracht geeft tot het uitvoeren van een
                    werk waarbij graafwerkzaamheden worden verricht. Een derde partij kan als
                    opdrachtgever optreden namens de beheerder in het realisatieproces, mits
                    rechtsgeldig en voldoende door netbeheerder en/of vergunninghouder
                    gemandateerd.</al><al/><al>Ver<vet>gunninghouder: </vet></al><al>De natuurlijke of rechtspersoon, in de regel een netbeheerder, aan wie de
                    gemeente vergunning, instemming of toestemming heeft verleend voor het leggen,
                    hebben, houden, onderhouden en verwijderen etc. van ondergrondse infrastructuur
                    in openbare gronden die door de gemeente beheerd worden. Een derde partij kan
                    optreden namens de netbeheerder in het vergunning aanvraag proces, mits
                    rechtsgeldig en voldoende door deze gemandateerd. </al><al/><al>Begripsbeschrijvingen </al><al/><al><vet>Akkoordverklaring graafwerk of instemmingsbesluit: </vet></al><al>Schriftelijke goedkeuring van de gemeente op een melding van de aanvang van
                    graafwerk door- of namens een netbeheerder. De te volgen meldprocedure en de
                    daarbij te gebruiken formulieren staan in dit handboek vermeld.</al><al/><al><vet>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur AVOI:</vet></al><al>Eenduidige gemeentelijke regeling die toeziet op de aanleg, instandhouding,
                    wijziging en opruiming van kabels en leidingen als onderdeel van een net(werk)
                    in gemeentegrond. De regeling geldt voor alle (net)beheerders): nutsbedrijven,
                    telecommunicatiebedrijven en private partijen. Voordat werkzaamheden door (Net)
                    beheerders kunnen plaatsvinden, moet zij bij de gemeente een graafvergunning of
                    instemmingsbesluit hebben verkregen. De procedure voor het aanvragen van een
                    graafvergunning of instemmingsbesluit staat gedetailleerd omschreven in de AVOI. </al><al/><al><vet>As built (revisie)tekening: </vet></al><al>Een gewaarmerkte tekening die de gerealiseerde ligging aangeeft, welke kabels
                    en/of leidingen gelegd zijn in X-, Y- en Z- coördinaten volgens het RD-stelsel
                    alsmede hoeveel leidingen gelegd zijn in een sleuf(deel). De Z coördinaat wordt
                    over het algemeen alleen in die gevallen gebruikt waar de kabels- en leidingen
                    niet op de door de gemeente aangegeven profieldiepte zijn gelegd. </al><al/><al><vet>Boring/persing:</vet></al><al>Het met behulp van een sleufloze techniek maken van een holle ruimte in de grond
                    zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen.</al><al/><al><vet>Buisleiding:</vet></al><al>Buis voor het doorstromen van gassen of vloeistoffen, bestemd om hetzij een gas
                    of een vloeistof te transporteren, hetzij een vloeistof als intermediair te
                    gebruiken voor het transport van warmte of een opgelost of verpulverd product.
                    Een voorziening ten behoeve van het inblazen en omvatten van (glasvezel)kabel is
                    geen buisleiding maar wordt gelijkgesteld aan een kabel. </al><al/><al><vet>Beheerkosten:</vet></al><al>De vergoeding van de kosten die door- of namens de gemeente zijn gemaakt
                    aangaande het toezicht op- en de controle van de uitvoering van het werk, de
                    hiermee verband houdende verkeersmaatregelen en de naleving op de van
                    gemeentewege gestelde voorwaarden.</al><al/><al><vet>Breekverbod:</vet></al><al>Tijdelijke opschorting op last van de gemeente van de graafvergunning of
                    instemmingsbesluit en/of de akkoordverklaring graafwerk op grond van
                    weersomstandigheden. Hieronder in ieder geval inbegrepen wateroverlast, zware
                    sneeuwval of ijzel en vorst. Grondslag voor de opschorting is de overlast voor
                    de bewoners en/ of schade voor de gemeente door bijvoorbeeld breuk van
                    vastgevroren bestratingmateriaal en/of niet goed te verdichten ondergrond dan
                    wel het niet (meer) aaneengesloten kunnen afwerken van sleuven of verhardingen.
                    Het instellen en het opheffen van het opbreekverbod geschiedt door de
                    Gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator van de betreffende gemeente. </al><al/><al><vet>Calamiteit:</vet></al><al>Een incident met voor de omgeving mogelijk grote gevolgen, die niet zelfstandig
                    kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van
                    hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist
                    om de gevolgen te beperken.</al><al/><al><vet>Definitief herstel:</vet></al><al>Het terugbrengen van de verhardingsmaterialen en/of bermen en plantsoenen op een
                    vakkundige wijze in de oorspronkelijke staat.</al><al/><al><vet>Degeneratiekosten:</vet></al><al>de kosten voor de gemeente door vermindering van de kwaliteit en/of duurzaamheid
                    van de verharding of andere gemeente eigendommen, veroorzaakt door de
                    (graaf)werkzaamheden onder verhardingsconstructies of andere voorzieningen.</al><al/><al><vet>Gemeentegrond:</vet></al><al>Alle openbaar gebied waaronder wegen en wateren, inclusief fietspaden,
                    voetpaden, trottoirs, parkeerstroken en mogelijke andere verhardingen alsmede
                    onverharde terreinen als bermen, plantsoenen en parken, die in eigendom of
                    beheer zijn bij de gemeente.</al><al/><al><vet>Gefundeerde open verharding:</vet></al><al>Verhardingsconstructie bestaande uit elementen of andere ongebonden materialen
                    op een al dan niet hydraulische granulaatfundering of gebonden
                    zandfundering.</al><al/><al><vet>Gesloten verharding:</vet></al><al>Verhardingsconstructie bestaande uit een bitumen, cement of kunststof gebonden
                    materiaal.</al><al/><al><vet>Graaflocatie:</vet></al><al>De locatie waar graafwerkzaamheden worden verricht.</al><al/><al><vet>Graafvergunning of instemmingsbesluit:</vet></al><al>Schriftelijke toestemming, vergunning c.q. instemmingsbesluit en/of
                    akkoordverklaring graafwerk, op schriftelijke aanvraag verleend door het college
                    van burgemeester en wethouders, voor het verrichten van (graaf)werkzaamheden in
                    openbare gronden die door de gemeente beheerd worden. </al><al/><al><vet>Graafwerkzaamheden:</vet></al><al>Het handmatig en/of mechanisch verrichten van werkzaamheden in de
                    ondergrond.</al><al/><al><vet>Handboek</vet></al><al>het Handboek Kabels en Leidingen (Standaardbepalingen voor het opnemen van de
                    sleufverharding, het graven, aanvullen en verdichten van sleuven en het leggen
                    etc. van kabels en leidingen die in eigendom of beheer zijn bij de gemeente),
                    zijnde door het college vast te stellen nadere regels betreffende de
                    voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en
                    verwijdering van kabels en leidingen.</al><al/><al/><al><vet>Handhole:</vet></al><al>Afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor het onderbrengen van voornamelijk
                    telecommunicatie appendages of apparatuur met toegangsluik onder de verharding
                    of op maaiveldniveau. Een handhole moet altijd toegankelijk blijven. </al><al/><al><vet>(Huis)aansluiting</vet></al><al>Het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk
                    verbindt met een netwerkaansluitpunt.</al><al/><al><vet>Kadaster-sectie KLIC:</vet></al><al>Instantie die uitvoering geeft aan de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse
                    Netten (WION) en het voorkomen van graafschade als doelstelling heeft alsmede
                    zorgdraagt voor de uitwisseling van kabel- en leidinggegevens. </al><al/><al><vet>Kabels en leidingen</vet></al><al>Kabels en/of leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen
                    de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en
                    andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen
                    liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer, en tevens
                    omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken.
                    Voorbeelden van deze kabels en leidingen zijn onder andere telecommunicatie- en
                    omroepkabels, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels),
                    gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen,
                    rioleringen (buizen) en kabels en leidingen ten behoeve van industriële
                    netwerken.</al><al/><al><vet>Kabel- en leidingentracé</vet></al><al>De locatie waarvan de gemeente heeft bepaald waar kabels en/of leidingen kunnen
                    worden gelegd.</al><al/><al><vet>Niet-openbare kabels en leidingen</vet></al><al>Kabels en leidingen (dan wel het netwerk waartoe ze behoren) die niet worden
                    gebruikt om openbare (voor het publiek beschikbare) diensten aan te bieden.</al><al/><al><vet>Leggen van kabels en leidingen:</vet></al><al>Het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen, vernieuwen, herstellen en
                    verwijderen van kabels en leidingen en het verrichten van de hierbij behorende
                    werkzaamheden. </al><al/><al><vet>Ligginggegevens:</vet></al><al>Gegevens over de werkelijke plaats van een leiding, zoals deze op het moment van
                    vaststelling visueel waarneembaar en controleerbaar zijn. </al><al/><al><vet>Mantelbuis:</vet></al><al>Beschermbuis om een leiding.</al><al/><al><vet>Montagegat c.q. lasgat:</vet></al><al>Graafwerkzaamheden met over het algemeen beperkte afmetingen, die worden gemaakt
                    t.b.v. de toegang tot een handhole, het opgraven van een kabelrol tbv
                    klantaansluitingen, het maken van aftakkingen, voor het herstellen van kabels
                    c.q. leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden.</al><al/><al/><al><vet>Net of netwerk:</vet></al><al>Één of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), daaronder mede begrepen
                    lege buizen, kokerconstructies en voorzieningen, bestemd voor het transport van
                    vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie.</al><al/><al><vet>Normprofiel:</vet></al><al>Het door de gemeente eenzijdig vastgestelde en voor de netbeheerder verplichte
                    schema in de ligging van kabels en leidingen in de gemeentegrond. Er zijn
                    meerdere geografische deelgebieden gedefinieerd, ieder met zijn eigen algemene
                    normprofiel. Binnen een algemeen profielgebied kunnen nog specifieke profielen
                    voorkomen, daarom altijd de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator om
                    inlichtingen vragen. </al><al/><al><vet>Open verharding:</vet></al><al>Verhardingsconstructie bestaande uit elementen of andere ongebonden materialen
                    al of niet op een puinfundering, waaraan geen bindmiddel is toegevoegd.</al><al/><al><vet>Onderhoudskosten:</vet></al><al>De kosten die zijn verbonden aan het onderhouden van de definitief herstelde
                    verharding.</al><al/><al><vet>Provisorisch herstel:</vet></al><al>Het terugbrengen van de verhardingsmaterialen op een niet noodzakelijke
                    vaktechnische wijze maar wel zodanig dat het functionele gebruik door het
                    verkeer volledig is hersteld en geen gevaar ontstaat voor de weggebruiker.</al><al/><al><vet>Sleuf:</vet></al><al>De opening die ontstaat door het verwijderen van verharding en/of grond ten
                    behoeve van het leggen van kabels en leidingen.</al><al/><al><vet>Spoedeisende werkzaamheden</vet></al><al>Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de
                    dienstverlening, waarvan uitstel niet mogelijk is. </al><al/><al><vet>Uitvoeringskosten: </vet></al><al>De genormeerde kosten verbonden aan het definitieve herstel van de
                    verharding.</al><al/><al><vet>Verborgen gebreken:</vet></al><al>De definitie voor buitenproportionele verzakking van opgeleverd en goedgekeurd
                    hersteld straatwerk. Als norm voor "buitenproportioneel" wordt een verzakking
                    aangehouden van meer dan 0,03 m, die zich binnen één jaar na het eerste herstel
                    voordoet (CROW-norm voor "ernstige schade").</al><al/><al><vet>Werkterrein: </vet></al><al>De stallingsplaats van haspel-, vracht-, directie-, materiaalwagens, enz.</al><al/><al><vet>Werkzaamheden</vet></al><al>Handmatige en mechanische werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met
                    de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen.</al><al/><al><vet>Werkzaamheden van niet ingrijpende aard</vet></al><al>Werkzaamheden met een aaneengesloten te ontgraven lengte korter dan
                    vijfentwintig (25) meter, met geringe overlast c.q. belemmeringen voor de
                    omgeving, waaronder het realiseren van incidentele huisaansluitingen,
                    kabellassen, werkzaamheden in bestaande handholes, reparatie- of
                    onderhoudswerkzaamheden, en waaronder niet verstaan wordt de plaatsing van
                    onder- en bovengrondse kasten en handholes.</al><al/><al><vet>WION:</vet></al><al>De Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) heeft tot doel gevaar
                    of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen te
                    voorkomen. Hiertoe zijn netbeheerders verplicht om de geografische gegevens van
                    hun belangen te registreren en te delen met grondroerders die hierom vragen. </al><al/><al><vet>Woonerven:</vet></al><al>De in dit handboek te hanteren term “woonerf” heeft betrekking op een openbare
                    weg met een inrichting en verkeersbesluit conform een erf in de zin van de
                    wegenverkeerswetgeving. Dit is gedaan met de bedoeling om verwarring met het
                    begrip erf uit de Telecommunicatiewet en de Concessiewet te voorkomen. </al><al/><al><vet> Verwijzingen </vet></al><al/><al>In dit Handboek wordt op diverse onderdelen verwezen naar normen, richtlijnen
                    e.d. Hieronder is een beknopte omschrijving weergegeven van de belangrijkste
                    normen. </al><al/><al><vet>NEN </vet></al><al>Nederlands Normalisatie instituut. </al><al>Het Nederlandse centrum van normalisatie helpt bedrijven en andere partijen om
                    onderling heldere en toepasbare afspraken te maken. NEN draagt bij aan
                    veiligheid, gezondheid, milieu en innovatie.</al><al>Bedrijfsleven en andere partijen maken in normcommissies zelf afspraken over
                    producten en werkwijzen. NEN bemiddelt in het afwegen van de verschillende
                    belangen en zorgt voor neutrale procesbegeleiding. NEN biedt direct toegang tot
                    Europese (NEN-EN) en mondiale normalisatieplatforms.</al><al/><al><vet>NPR </vet></al><al>Nederlandse Praktijk Richtlijnen. </al><al>De NPR geeft toelichting op en aanwijzingen voor het verantwoord gebruik van de
                    NEN- en NEN-EN normen. </al><al/><al><vet>C.R.O.W. </vet></al><al>CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en
                    openbare ruimte. Organisatie ontwikkelt, verspreidt en beheert praktisch
                    toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer
                    en onderhoud. Dit gebeurt in samenwerking met alle belanghebbende partijen,
                    waaronder Rijk, provincies, gemeenten, adviesbureaus, uitvoerende bouwbedrijven
                    in de grond-, water- en wegenbouw, toeleveranciers en vervoerorganisaties.</al><al/><al><vet>RAW </vet></al><al>De RAW-systematiek, beheerd en onderhouden door CROW, is een algemeen gebruikte
                    standaard voor bestekken in de grond-, water- en wegenbouw (GWW). Bij de meeste
                    werken in de GWW wordt de systematiek gevolgd.</al><al/><al>Deel 1 Algemene voorwaarden </al><al/><al/><al><vet>Vergunningen en instemmingsbesluiten voor (graaf)werkzaamheden </vet></al><al><vet>1.1 Voorwaarden voor aanvragen of meldingen </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden zijn van toepassing op een
                            aanvraag of melding voor werkzaamheden, respectievelijk voorschriften en
                            beperkingen voor een vergunning, instemmingsbesluit of
                            akkoordverklaring. </al></li><li nr="2."><al>Voor een aanvraag of melding moet gebruik worden gemaakt van een van de
                            volgende formulieren die bij de betreffende gemeente verkrijgbaar
                            zijn:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>het instemmingformulier Kabel- en Leidingwerkzaamheden voor de aanvragen
                            en meldingen conform artikel 4 van de AVOI;</al></li><li nr="b."><al>het Meldingsformulier Aanvang Graafwerkzaamheden conform het
                            Handboek;</al></li><li nr="c."><al>het Gereedmeldingsformulier Graafwerkzaamheden conform het Handboek.
                        </al></li></lijst><al> 3. Conform het bepaalde in artikel 6 van de AVOI is vastgesteld dat bij de
                    melding of aanvraag conform artikel 5 van de AVOI in ieder geval de volgende
                    gegevens moeten worden verstrekt: </al><al>a. een machtiging indien het een melding betreft voor of namens een netbeheerder
                    of andere opdrachtgever;</al><al> b. naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van de netbeheerder,
                    opdrachtgever en/of grondroerder van de kabels en/of leidingen, alsmede van de
                    (te machtigen) uitvoerder waarvan de contactpersoon de Nederlandse taal machtig
                    moet zijn;</al><al> . c een opgave van aantal, soort en beoogd gebruik van de kabels die direct dan
                    wel niet direct (indien de werkzaamheden betrekking hebben op elektronische
                    communicatienetwerken) in gebruik worden genomen en de lengte en breedte van de
                    kabelsleuf;</al><lijst><li nr="d."><al>een opgave van direct betrokken belanghebbenden (waaronder omwonenden)
                            en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen
                            aanvang, beëindiging en aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="e."><al>een afschrift van de verkregen instemmingen of vergunningen van de
                            overige beheerders van de openbare ruimte zoals Pro Rail, waterschap
                            Scheldestromen, Rijks- en provinciale waterstaat en Gasunie, waarvoor de
                            aanvrager/melder zelf moet inventariseren of dergelijke overige
                            vergunningen en instemmingen nodig zijn en ze ook tijdig aan moet
                            vragen;</al></li><li nr="f."><al>het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de
                            werkzaamheden;</al></li><li nr="g."><al>een opgave van ondergrondse of bovengrondse kasten inclusief de
                            situering en afmetingen daarvan;</al></li><li nr="h."><al>een opgave van hetgeen door- of namens de netbeheerder ondernomen is om
                            te voldoen aan de verplichting voortvloeiend uit de AVOI, inzake het
                            (mede)gebruik van voorzieningen;</al></li><li nr="i."><al>een opgave van alle overige van belang zijnde feiten en omstandigheden
                            gelet op de in de AVOI genoemde belangen;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>een uitvoeringsplan inclusief:</al></li><li nr="2."><al>in viervoud volledige en duidelijk leesbare tekeningen, op basis van
                            GBKN, van het gewenste tracé inclusief opgave van de te verbinden
                            locaties, met als schaal 1:500;</al></li><li nr="3."><al>een opgave van de eventueel te plaatsen objecten, alsmede van de
                            situering daarvan;</al></li><li nr="4."><al>een beschrijving van de maatregelen voor de bereikbaarheid en
                            bescherming van in de openbare gronden aanwezige kabels en
                            leidingen;</al></li><li nr="5."><al>een omschrijving van eventuele opbrekingen van de verhardingen;</al></li><li nr="6."><al>een verkeersplan conform CROW-richtlijn 96b; dit plan kan ook nodig zijn
                            voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning; de aanvrager of melder
                            pleegt ten behoeve van dit verkeersplan zelf overleg met onder andere
                            politie, verzorgings- en hulpdiensten, particuliere en openbare
                            vervoerders en met de gemeente teneinde zorgvuldige afstemming en
                            voorinformatie te bereiken;</al></li><li nr="7."><al>de maatregelen ter bescherming van de openbare voorzieningen (bomen,
                            straatmeubilair etc.);</al></li><li nr="8."><al>de maatregelen voor de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de
                            nabijheid.</al></li></lijst><lijst><li nr="j."><al>de planning van het gehele werk inclusief de fasering en
                            werkvolgordes.</al></li></lijst><al/><al/><al>4. Bij de melding als bedoeld in artikel 5, leden 4 en 5, AVOI moeten in elk
                    geval de volgende gegevens worden verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en ondertekening van de netbeheerder (dan wel diens
                            gemachtigde) en de uitvoerende partijen, waarbij de contactpersoon de
                            Nederlandse taal machtig dient te zijn;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening van de melding;</al></li><li nr="c."><al>de lengte van de sleuf die wordt opengebroken;</al></li><li nr="d."><al>het oppervlak van het lasgat dat wordt opengebroken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Gegevens die digitaal beschikbaar zijn, moeten bij voorkeur ook digitaal
                            ingediend worden via het daartoe door de gemeente geaccordeerde systeem.
                        </al></li><li nr="6."><al>De netbeheerder, dan wel diens grondroerder, stelt op grond van de AVOI
                            de gemeente tijdig, doch tenminste 14 dagen voor afloop van de
                            onderhoudstermijn, in staat een opleveringsopname uit te voeren. </al></li><li nr="7."><al>De netbeheerder, dan wel diens grondroerder, is op grond van het
                            algemene aansprakelijkheidrecht en de AVOI gehouden tot het, op basis
                            van redelijkheid en billijkheid, vergoeden van alle schade, geleden en
                            te lijden door de gemeente, voortvloeiende uit de door of vanwege de
                            netbeheerder uit te voeren werkzaamheden. De berekening van de
                            schadevergoeding is gebaseerd op vijf kostensoorten: herstel-,
                            onderhouds-, beheers- en degeneratiekosten of werkelijke kosten, met als
                            uitgangspunt kostendekkendheid voor de gemeente. Voor de berekening van
                            de schadevergoedingen worden als basis gehanteerd de grondslagen van
                            herstraattarieven conform de “Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven
                            inzake (her-)straatwerkzaamheden (van overlegorgaan nutsvoorzieningen en
                            de vereniging van Nederlandse gemeenten). Richtlijn voor gemeenten ten
                            behoeve van het berekenen van tarieven voor herstel-, onderhouds-,
                            beheer- en degeneratiekosten bij (graaf)werkzaamheden door aanbieders in
                            openbare gronden die in eigendom of beheer zijn van gemeenten’. Deze
                            berekening resulteert in de “Straatwerktarieven oktober 2013” conform
                            bijlage 5, die jaarlijks geïndexeerd zullen worden op basis van
                            indexcijfes van CBS; “Regelingslonen (45) bouwnijverheid CAO lonen per
                            maand inclusief bijzondere beloningen. </al></li></lijst><lijst><li nr="8."><al>De netbeheerder is geen onderhouds-degeneratie- en beheerkosten aan de
                            gemeente verschuldigd indien: </al><al> a. het werk een gevolg is van door de gemeente voorgenomen (her)straat-
                            of reconstructiewerkzaamheden en dit werk plaatsvindt in een periode tot
                            maximaal zes maanden voorafgaand aan de geplande aanvangsdatum van de
                            verbeteringswerkzaamheden </al><al>b. het werk geschied binnen de grenzen van in uitvoering zijnde
                            nieuwbouwplannen </al><al>c. het werk in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Voorbereidingstraject </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Aanvrager moet zelf inventariseren of naast de graafvergunning of
                            instemmingsbesluit een aparte omgevingsvergunning noodzakelijk is en
                            moet deze bij de gemeente separaat en tijdig aan vragen (gem.
                            doorlooptijd 8 + 8 weken). In het algemeen kan worden gesteld dat voor
                            werkzaamheden die strikt binnen de door de gemeente vastgestelde kabel
                            en leidingstroken worden uitgevoerd vrijstelling kan worden verkregen
                            voor de omgevingsvergunning. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Aanvrager is tevens gehouden om kennis te nemen van de Algemeen
                            Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente en tijdig alle in dat
                            kader voor het werk benodigde vergunningen, ontheffingen etc. aan te
                            vragen en te verkrijgen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Aanvrager moet zelf inventariseren welke vergunningen en instemmingen er
                            van overige beheerders van openbare ruimte zoals onder andere ProRail,
                            het waterschap Scheldestromen, Rijks- en provinciale Waterstaat, Gasunie
                            etc. nodig zijn voor het betreffende werk en deze separaat en tijdig aan
                            vragen. Een afschrift van bedoelde instemming of vergunning moet bij de
                            aanvraag worden gevoegd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>In het geval de graafwerkzaamheden ten behoeve van doorgaande kabels en
                            leidingen particuliere eigendommen doorkruisen moet de aanvrager vooraf
                            toestemming voor het leggen en liggen van betreffende grondeigenaar
                            hebben verkregen. Een afschrift van deze toestemming(en) moet bij de
                            aanvraag worden gevoegd. Deze bepaling geldt niet voor de eigen
                            klantaansluiting van de betreffende grondeigenaar. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Indien in opdracht of op initiatief van de gemeente werkzaamheden
                            plaatsvinden heeft de gemeente de coördinerende rol t.a.v. afstemming,
                            planning en samenhang van door derden uit te voeren werkzaamheden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning c.q.
                            graafvergunning kan het noodzakelijk zijn om vooraf verkeersplannen in
                            te dienen. Aanvrager pleegt daartoe zelf overleg met de wegbeheerder
                            teneinde zorgvuldige afstemming en voorinformatie te bereiken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Aanvrager is gehouden om de uitvoeringsplanning van het werk zoveel
                            mogelijk af te stemmen met de gemeentelijke Evenementenkalender en het
                            reguliere gemeentelijke onderhoudsprogramma’s voor de openbare ruimte.
                        </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Alle graafwerkzaamheden die uitgevoerd worden in openbare gronden binnen
                            de gemeente moeten door vergunninghouder of zijn rechtsgeldig
                            gemandateerde grondroerder minimaal 5 werkdagen voorafgaand aan de start
                            van het werk worden aangemeld bij de gemeentelijke kabel- en
                            leidingcoördinator, door het mailen van een ingevuld Meldingsformulier
                            Aanvang Graafwerkzaamheden aan de betreffende gemeente. Zie voor het
                            mailadres de individuele gemeentelijke hoofdstukken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Na ontvangst van de melding beoordeelt de gemeente binnen 2 werkdagen of
                            het graafwerk mag worden uitgevoerd en zo ja of er moet worden voldaan
                            aan aanvullende voorwaarden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>Vergunninghouder ontvangt van de gemeente een (schriftelijke/digitale)
                            reactie op zijn melding. Indien de melding is gehonoreerd
                            (Akkoordverklaring Graafwerkzaamheden) moet de goedkeuringsbrief, samen
                            met een kopie van het meldingsformulier en eventueel de vergunning of
                            instemmingsbesluit, gedurende het werk op de werklocatie aanwezig zijn.
                            De goedkeuring op de melding is geldig gedurende 10 werkdagen na
                            afgifte. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="11."><al>De exacte startdatum en doorloopplanning van het werk moeten bij de
                            melding worden opgegeven en mogen daarna niet meer worden gewijzigd.
                            Indien op de aangegeven datum niet gestart is met het werk vervalt de
                            goedkeuring, tenzij de vergunninghouder aan kan tonen dat het werk niet
                            kon worden gestart door weersomstandigheden of onverwachte en door
                            vergunninghouder niet te voorkomen of te voorziene hinder op de
                            werklocatie. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="12."><al>Na voltooiing van het werk moet dit direct afgemeld worden bij de
                            gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator door het mailen van een
                            ingevuld “Meldingsformulier Einde Graafwerkzaamheden” aan de betreffende
                            gemeente. Zie voor het mailadres de gemeentespecifieke hoofdstukken. Het
                            opleveren van de sleufafwerking aan de gemeente is onderdeel van de
                            voorwaarden.</al></li></lijst><al/><al><vet>1.3 Procedure werkzaamheden van niet ingrijpende aard </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Voorwaarde voor het verkrijgen van een schriftelijke toestemming voor
                            werkzaamheden van minder ingrijpende aard is wel dat het werk betrekking
                            heeft op het onderhouden, wijzigen en/of uitbreiden van een reeds
                            rechtsgeldig in de openbare ruimte van de gemeente aanwezige
                            ondergrondse nuts- en/of telecommunicatie infrastructuur.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Voor een solo te plaatsen handhole c.q. kabelinspectieput moet echter
                            een volledige aanvraag voor een vergunning of instemming worden
                            ingediend. Dit in verband met het beslag op ondergrondse ruimte van de
                            voorziening waardoor een zorgvuldige toetsing en afstemming met overige
                            gebruikers noodzakelijk is.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Indien in opdracht of op initiatief van de gemeente werkzaamheden
                            plaatsvinden heeft de gemeente de coördinerende rol t.a.v. afstemming,
                            planning en samenhang van door derden uit te voeren werkzaamheden.</al></li></lijst><al/><al><vet> 1.4 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend werk/Calamiteit </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in de AVOI, noodzakelijk in
                            verband met een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening
                            via het betreffende net <onderstreept>en</onderstreept> waarvan uitstel
                            niet mogelijk is, moeten direct na signalering en altijd voor aanvang
                            van de uitvoering schriftelijk bij de gemeente worden gemeld door het
                            mailen van een ingevuld “Meldingsformulier Aanvang Graafwerkzaamheden”
                            aan de betreffende gemeente.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Calamiteiten moeten direct na signalering en altijd voor aanvang van de
                            werkzaamheden schriftelijk bij de gemeente worden gemeld, door het
                            mailen van een ingevuld Meldingsformulier Aanvang Graafwerkzaamheden aan
                            de betreffende gemeente. Zie voor het mailadres de gemeentespecifieke
                            hoofdstukken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat
                            hulpdiensten moeten worden ingeschakeld is de netbeheerder hiervoor
                            verantwoordelijk. Hiervoor kan het landelijke alarmnummer 112 worden
                            gebruikt. Tevens moet ook het gemeentelijke meldpunt, zie hiervoor het
                            betreffende gemeentespecifieke hoofdstuk, worden gewaarschuwd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Indien het noodzakelijk is dat, voor de (verkeers-)veiligheid en/of
                            bescherming van de volksgezondheid, direct afzettingen worden geplaatst
                            en/of (een deel van) de openbare ruimte wordt afgesloten zal de gemeente
                            hiervoor de opdrachten verstrekken. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>De werkzaamheden zoals genoemd onder lid 4. worden uitgevoerd door- of
                            namens de gemeente. De kosten die moeten worden gemaakt zullen door de
                            gemeente worden gedeclareerd bij de betreffende netbeheerder.</al></li></lijst><al/><al><vet>1.5 Voorschriften en beperkingen bij de graafvergunning of
                        instemmingsbesluit </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Ter bescherming van haar belangen kan het college in ieder geval aan de
                            graafvergunning of instemmingsbesluit voorschriften en beperkingen
                            verbinden over het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelsleuven,
                            kabelgoten en geleidingen alsmede het inpassen van zogenaamde
                            weesleidingen en een borgstelling eisen voor de nakoming van
                            verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen aan
                            de vergunning of instemmingsbesluit.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming
                            van kabels en leidingen alsmede medegebruik van voorzieningen moet
                            gebeuren conform de bepalingen in dit handboek.</al></li></lijst><al/><al><vet>1.6 Tijdelijk opschorten van de vergunning of instemmingsbsluit </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>In geval van extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast,
                            zware sneeuwval of ijzel en vorst), waarbij de uitvoering van de
                            werkzaamheden tot overlast voor de bewoners en/ of schade voor de
                            gemeente door bijvoorbeeld breuk van vastgevroren bestratingmateriaal
                            en/of niet goed te verdichten ondergrond leidt zal de gemeente overgaan
                            tot het tijdelijk opschorten van een verleende graafvergunning en/of
                            akkoordverklaring graafwerk (“Opbreekverbod”). De vergunninghouder en
                            grondroerder zijn gehouden zich aan onderstaande richtlijnen te houden,
                            ook al heeft de gemeente (nog) geen expliciete melding van een
                            breekverbod gedaan:</al></li><li nr="-"><al>Op het dichtstbijzijnde weerstation van de KNMI gelden de volgende
                            condities:</al><lijst><li nr="-"><al>om 07.00 uur een geregistreerde temperatuur van -4 ºC of
                                    lager;</al></li><li nr="-"><al>om 10.00 uur een geregistreerde temperatuur van -2 ºC of
                                    lager;</al></li><li nr="-"><al>om 07.00 uur een geregistreerde temperatuur tussen 1 ºC en </al><al>-3 ºC en om 10.00 uur daaropvolgend een geregistreerde
                                    temperatuur van -1 ºC of lager.</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Het instellen en het opheffen van het opbreekverbod geschiedt door de
                            kabel- en leidingcoördinator. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Indien netbeheerder en gemeente vooraf overeenkomen dat, tijdens een
                            opschortingperiode zoals bedoeld in lid 1, reguliere werkzaamheden aan
                            netwerken voor levering van gas, water en/of elektriciteit niet langer
                            kunnen worden uitgesteld kan de gemeente onder strikte voorwaarden een
                            ontheffing voor het betreffende werk verlenen. Uitgangspunten hierbij
                            zijn in ieder geval:</al></li><li nr="-"><al>de uitvoering van het werk mag niet leiden tot overmatige overlast voor
                            omwonenden en het doorgaande verkeer;</al></li><li nr="-"><al>de uitvoering van het werk mag geen verdere afname van de
                            (verkeers)veiligheid en bereikbaarheid veroorzaken;</al></li><li nr="-"><al>de uitvoering van het werk mag geen schade aan- of verminderde kwaliteit
                            van naastliggende of kruisende belangen van de andere netbeheerders
                            veroorzaken;</al></li><li nr="-"><al>direct na het opheffen van het algemene breekverbod moet de netbeheerder
                            op zijn kosten zorgen voor het, naar genoegen van de gemeente, weer in
                            oorspronkelijke staat (wegprofiel, verharding, verhardingselementen
                            alsmede laagopbouw en verdichting van de ondergrond) brengen van de
                            doorgraven openbare ruimte. </al></li></lijst><al/><al><vet>2. Richtlijnen ten behoeve van de tracé engineering </vet></al><al/><al><vet>2.1 Eisen ten aanzien van de tracébepaling </vet></al><al/><al>Bij de tracébepaling van leidingen zijn drie aspecten van belang: </al><lijst><li nr="-"><al>de horizontale ligging;</al></li><li nr="-"><al>de verticale ligging;</al></li><li nr="-"><al>de onderlinge afstand tussen de kabels en leidingen in de
                            ondergrond.</al></li></lijst><al>Het doel van deze liggingen is:</al><lijst><li nr="-"><al>een optimaal gebruik van de openbare ruimte;</al></li><li nr="-"><al>een ongestoorde exploitatie van leidingen;</al></li><li nr="-"><al>optimaliseren van de veiligheid. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al>Horizontale ligging </al></li><li nr="-"><al>In het tracé, bij een standaard tracé breedte zonder bomen en gerekend
                            vanaf erfgrens/gevel, worden de distributieleidingen volgens een vaste
                            volgorde (standaard dwarsprofiel conform NEN 7171-1 of NPE7171-2)
                            ingedeeld. </al></li><li nr="3."><al>In het overig deel van de openbare weg liggen de transportleidingen. Met
                            nadruk wordt erop gewezen dat bovengenoemd basisprincipe moet worden
                            nagestreefd. In bijzondere gevallen kan de gemeente een andere indeling
                            toestaan.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Aanvullende eisen voor horizontale ligging</al></li><li nr="-"><al>Werkzaamheden aan- of bij groenvoorzieningen en bomen worden zoveel
                            mogelijk vermeden. Is dit toch onvermijdelijk dan wordt eerst overleg
                            gevoerd met de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator.</al></li><li nr="-"><al>Bij het passeren van bomen moeten een aantal, in dit handboek
                            omschreven, voorzorgsmaatregelen worden getroffen die schade aan de
                            betreffende boom en later aan de te leggen kabel/leiding voorkomt.
                            Hiermede moet bij het traceren terdege rekening gehouden worden en waar
                            mogelijk zullen bij voorkeur alternatieve routes worden gekozen. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Verticale ligging</al><lijst><li nr="-"><al>In de ondergrond, bij een standaard tracébreedte zonder bomen en
                                    gerekend vanaf erfgrens/gevel, worden de distributieleidingen en
                                    transportleidingen volgens een vaste diepte ingedeeld</al></li><li nr="-"><al>Met nadruk wordt erop gewezen dat voornoemd basisprincipe moet
                                    worden nagestreefd. Slechts in bijzondere gevallen kan de
                                    gemeente een andere diepteligging toestaan.</al></li><li nr="-"><al>Uitgangspunten bij verticale ligging: </al><lijst><li nr="-"><al>distributieleidingen liggen ondieper dan
                                            transportleidingen; </al></li><li nr="-"><al>vrijverval leidingen hebben voorrang boven
                                            drukleidingen; </al></li><li nr="-"><al>bij kruisingen van leidingen met andere leidingen
                                            bedraagt de tussenruimte (verticale dagmaat) ten minste
                                            0,20 m; </al></li><li nr="-"><al>strook voor de huisaansluiting van het riool
                                            vrijhouden.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Aanvullende eisen voor verticale ligging </al></li><li nr="-"><al>Bij boringen/persingen, in welke vorm ook, is de diepteligging
                            afhankelijk van de situatie ter plaatse. De minimale verticale dagmaat
                            ten opzichte van de te kruisen leidingen bedraagt ten minste 0,50 m,
                            waarbij de te boren/persen leiding onder de bestaande leiding moet
                            worden gevoerd. Genoemde minimale verticale dagmaat moet aantoonbaar
                            worden gegarandeerd om afwijkingen tijdens de uitvoering op te vangen. </al><lijst><li nr="-"><al>Bij het kruisen van sloten / open watergangen zijn de eisen op
                                    grond van de Keur van waterschap Scheldestromen van toepassing.
                                </al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Kruising gesloten verhardingen</al></li></lijst><al>Het opbreken van gesloten verhardingen is zonder voorafgaand overleg met- en
                    verkregen toestemming van de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator niet
                    toegestaan waarbij door aanvrager aangetoond moet worden dat zulks niet te
                    vermijden is. </al><al/><lijst><li nr="6."><al>Ligging nabij andere objecten </al></li></lijst><al>Objecten die kunnen worden beïnvloed door de tracering en aanleg van leidingen
                    moeten vooraf door de aanvrager worden geïdentificeerd. Objecten kunnen onder
                    meer zijn: bestaande wegen, spoorwegen, waterlopen, voetpaden, primaire- en
                    secundaire waterkeringen, kademuren, viaducten, tunnels, naastliggende
                    leidingen, bomen en gebouwen.</al><al/><al/><al><vet>2.2 Bepalingen ten aanzien van de engineering/werkvoorbereiding </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De aanvrager is verplicht om in zijn werkvoorbereiding te inventariseren
                            welke netbeheerders belangen hebben in het beoogde tracé, deze te
                            informeren over de voorgenomen werkzaamheden en gegevens over de aard en
                            ligging van die belangen op te vragen. In ieder geval zal er een
                            oriëntatiemelding moeten worden gedaan bij het Kadaster-sectie KLIC.
                        </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>De aanvrager moet zich overtuigen van de plaats van alle reeds in het
                            werk gelegen leidingen. Hiertoe moet in het beoogde tracé minimaal
                            iedere 20 meter in een doorgaand tracé, en minimaal iedere 10 meter bij
                            een verspringend tracé, een proefsleuf worden gegraven. De proefsleuven
                            moeten zo danig worden gesitueerd en uitgevoerd dat alle kabels en
                            leidingen op 0,5 meter aan weerszijden van het hart van het beoogde
                            tracé goed zichtbaar gemaakt worden. Hiertoe met name de diepte van
                            hoofd- en dienstleidingen voor gas-, warmte-, water- drainage en
                            riolering in acht nemen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Van de gemaakte proefsleuven en de maatvoeringen van de daarin
                            aangetroffen kabels en leidingen houdt aanvrager een actuele registratie
                            bij die op eerste aanzeggen aan de gemeentelijke kabel- en
                            leidingcoördinator wordt overhandigd. Indien afwijkingen van het
                            vigerende standaard profiel, dan wel het door gemeente aangewezen
                            standaard tracé, worden geconstateerd zal de gemeentelijke
                            toezichthouder kabels en leidingen in overleg met aanvrager een nieuw
                            beoogd tracé aanwijzen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>De aanvrager is bij het maken van proefsleuven gehouden de </al><al>AVOI-, Handboek- en W.I.O.N. bepalingen stipt na te leven.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Kabels en leidingen van de netbeheerder die buiten gebruik worden
                            gesteld, dan wel kabels en leidingen die de afgelopen 10 jaar geen
                            dienst hebben gedaan/niet in gebruik zijn genomen, moeten in het
                            vergunde werk worden verwijderd als zij in de te ontgraven sleuf liggen.
                            De van toepassing zijnde wettelijke overgangsregelingen zullen hierbij
                            worden gerespecteerd. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Bij de aanleg van stadsverwarmingleidingen worden zonodig bestaande
                            kruisende leidingen in diepte aangepast aangezien in
                            stadsverwarmingleidingen geen of zeer moeilijk zinkers kunnen worden
                            toegepast en deze leidingen dus bij voorkeur op één diepteniveau moeten
                            worden gelegd. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Indien blijkt dat de zetting aan een bouwgevel zodanig is dat verwacht
                            kan worden dat de huisaansluiting dreigt te beschadigen of af te breken
                            dan is de aanvrager verplicht hiernaar onderzoek te doen, zonodig
                            maatregelen te nemen en deze in de vergunningaanvraag te specificeren.
                        </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Indien kabels en leidingen onder een overbouwing worden gesitueerd dan
                            moet de afstand van de onderkant van de overbouwing tot het ter plaatse
                            vastgestelde maaiveldpeil minimaal 2,50 m bedragen. Dit in verband met
                            de benodigde werkruimte voor mechanisch en ander materieel. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Koppelbalken van funderingen mogen alleen worden gekruist als de afstand
                            tussen de bovenkant van de koppelbalken en het maaiveld ten minste 2.00
                            m bedraagt en de te overbruggen ruimte tussen de koppelbalken is
                            voorzien van een gewapende betonplaat waarboven de leidingen een veilige
                            ligging verkrijgen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>Indien leidingen boven een onderbouwing worden gesitueerd, dan moet de
                            diepte van de bovenkant van de onderbouwing ten opzichte van het ter
                            plaatse vastgestelde maaiveld ten minste 2,00 m bedragen. Dit in verband
                            met benodigde gronddekking voor leidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="11."><al>Tijdelijk aan te brengen voorzieningen in de openbare ruimte moeten de
                            goedkeuring hebben van de beheerder van de openbare ruimte. Deze
                            tijdelijke voorzieningen, zoals damwanden, heipalen, etc. moeten na
                            voltooiing van de werkzaamheden worden verwijderd. Mocht dit om welke
                            reden dan ook niet mogelijk zijn, dan kan door de beheerder van de
                            openbare ruimte besloten worden deze voorzieningen tot een nader te
                            bepalen maat onder het maaiveld te verwijderen. In de regel is deze maat
                            minimaal 2,50 m.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="12."><al>Bij het plannen van routes van kabels, leidingen en voorzieningen nabij
                            bomen en in- of nabij groenvoorzieningen moeten de bepalingen uit
                            hoofdstuk 7 van dit handboek strikt in acht worden genomen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="13."><al>Er worden geen obstakels boven leidingen geplaatst. Indien geen andere
                            oplossing mogelijk is, dan kan in overleg met de betreffende
                            leidingexploitant(en) onder voorwaarden en/of voorzieningen alsnog tot
                            plaatsing boven leidingen worden overgegaan.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="14."><al>Huisaansluitingen worden zo veel mogelijk haaks op het distributienet
                            aangelegd om geen beslag te leggen op de ruimte voor
                            distributieleidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="15."><al>Er kan sprake zijn van voorbereide huisaansluitingen, waarbij de voor de
                            huisaansluiting bedoelde buis, kabel of leiding al op de volledig
                            benodigde lengte vanaf de hoofdleiding tot aan de klantaansluiting in de
                            openbare grond tijdelijk moet worden opgeborgen (voornamelijk bij CAI-,
                            FTTH- en Datanetten). In die gevallen moet deze voorbereiding zo strak
                            mogelijk opgerold en gebundeld, evenwijdig aan de erfgrens en op de
                            profieldiepte worden weggezet tegen de erfgrens van het perceel waar de
                            voorziening voor bedoeld is. Het hiervoor eventueel benodigde tracé of
                            de straatoversteken moeten tegelijk met de aanleg van de hoofdsleuf
                            worden aangebracht.</al></li></lijst><al/><al><vet>2.3 Situering handholes</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Voor aanleg van handholes c.q. ondergrondse lasmoffen, gelijktijdig met
                            de aanleg van de bijbehorende leidingtracés, moet in de aanvraag iedere
                            handhole c.q. ondergrondse lasmof specifiek genoemd worden. De locatie
                            van de handhole c.q. ondergrondse lasmof moet middels een detailschets
                            apart aangegeven zijn. De handhole c.q. ondergrondse lasmoffen worden in
                            de te verlenen graafvergunning of instemmingsbesluit specifiek benoemd.
                        </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Voor solo aanleg van handholes c.q. ondergrondse lasmoffen in bestaande
                            tracés moet afzonderlijk instemming verkregen worden. Dit verzoek moet
                            eveneens voorzien zijn van detailschetsen van de geplande locaties.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>De aanvraag moet vergezeld gaan van documentatie van het type toe te
                            passen handhole(s) c.q. ondergrondse lasmof(fen). Tevens moet zijn
                            bijgevoegd een schets met topografie 1: 200 van de gewenste handhole
                            locatie(s).</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Aanvrager moet een spitprofiel maken waaruit de ligging van alle
                            aanwezige kabels en leidingen blijkt op de plaats waar de handhole c.q.
                            ondergrondse lasmof is geprojecteerd. Dit ingetekende profiel, aangevuld
                            met een (digitale) foto, moet bij gereedmelding van het werk aan de
                            gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator worden overhandigd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Tijdens de uitvoering kan alsnog de instemming voor de aangevraagde
                            locatie worden ingetrokken als blijkt dat plaatsing tot onoverkomelijke
                            problemen voor de gemeente of derden leidt. De vergunninghouder zal in
                            die gevallen samen met de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator een
                            alternatief zoeken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>De exacte locatie van de handhole(s) c.q. ondergrondse lasmof(fen) moet
                            altijd in overleg met de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator
                            worden vastgesteld. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Nadat het gat ten behoeve van de handhole c.q. ondergrondse lasmof is
                            ontgraven moet de gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen in de
                            gelegenheid worden gesteld aanwezig te zijn bij de daadwerkelijke
                            plaatsing van de handhole(s).</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>De handhole c.q. ondergrondse lasmof moet op eerste aanzeggen van de
                            gemeente voor rekening van de vergunninghouder worden verplaatst of
                            verwijderd ten behoeve van gemeentelijke werken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>De handhole(s) en/of de ingaande en uitgaande buizen mogen geen hinder
                            veroorzaken voor de bereikbaarheid van kabels en leidingen en
                            bijbehorende onderdelen van de infrastructuur van derden en de gemeente.
                            De vergunninghouder is hiervoor altijd verantwoordelijk.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>De handholes c.q. ondergrondse lasmoffen moeten geplaatst worden op een,
                            naar oordeel van de gemeente, maatschappelijk verantwoorde plaats. In
                            geen geval zullen handholes geplaatst mogen worden in kabel- en
                            leidingtracés, parkeerplaatsen, uitwegen, op kruisingen, ter plaatse van
                            de aansluitlocatie van woningen en binnen een afstand van 3 meter vanaf
                            bomen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="11."><al>Afgaande en inkomende buizen en kabels moeten onder de eventueel
                            aanwezige kabels en/of leidingen van derden worden gelegd. De in- en
                            uitgaande buizen van de handhole moeten onderlangs het tracé uitgebogen
                            worden naar de handhole toe. Verweving van het kabel- c.q. buizenstelsel
                            moet zoveel mogelijk worden voorkomen. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="12."><al>Handholes c.q. ondergrondse lasmoffen mogen niet geplaatst worden nabij
                            (hoofd)rioleringen, (hoofd)leidingen en/of huis- en
                            bedrijfsaansluitingen van de nuts- / telecombedrijven. Minimale afstand
                            is 1,00 meter. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="13."><al>De handholes waarvan, ter beoordeling van de gemeente, aangenomen kan
                            worden dat deze bij normale bedrijfsvoering maximaal 2 x per jaar
                            geopend gaan worden moeten zodanig aangebracht worden dat het deksel van
                            de handhole een minimale dekking heeft van 25 cm onder maaiveld. Verder
                            moet de handhole ingebed en afgedekt worden met straatzand conform de
                            vigerende RAW bepalingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="14."><al>De handholes waarvan, ter beoordeling van de gemeente, aangenomen kan
                            worden dat deze bij normale bedrijfsvoering meer dan 2 x per jaar
                            geopend gaan worden moeten voorzien zijn van een zwart gecoate,
                            geprofileerd stalen putdekselconstructie van de ter plaatse vereiste
                            verkeersklasse. De handhole moet zodanig aangebracht worden dat het
                            deksel van de handhole na zetting van het omringende straatwerk gelijk
                            ligt met het peil van het omringende maaiveld (bovenkant
                            elementenverharding). Verder moet de elementenverharding rond de
                            handhole ingeknipt worden in het bestaande verband. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="15."><al>De handhole moet zodanig worden geplaatst en gefundeerd dat alle soorten
                            wegverkeer over de plaats van de handhole kunnen rijden of erop staan
                            zonder dat daardoor verzakkingen optreden als gevolg van bezwijken of
                            verzakken van de handhole.</al></li><li nr="16."><al>Bij plaatsing in de rijweg, of een onderdeel daarvan, moet de handhole
                            worden voorzien van een deksel dat bestand is voor belastingen conform
                            verkeersklasse D400 NEN-EN 124. De handhole moet zodanig aangebracht
                            worden dat het deksel van de handhole na zetting van het omringende
                            straatwerk gelijk ligt met het peil van het omringende maaiveld
                            (bovenkant elementenverharding. Verder moet de elementenverharding rond
                            de handhole ingeknipt worden in het bestaande verband. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="17."><al>De handhole(s) c.q. ondergrondse lasmof(fen) blijft eigendom van de
                            vergunninghouder. De vergunninghouder draagt zorg voor het beheer van de
                            handhole c.q. ondergrondse lasmof, waartoe behoort het op eerste
                            aanzegging van de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator op de
                            juiste hoogte stellen van de handhole.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="18."><al>De netbeheerder blijft altijd aansprakelijk voor alle schade en
                            gevolgschade die mogelijkerwijs ontstaat door de aanwezigheid van de
                            handhole c.q. ondergrondse lasmof. </al></li></lijst><al/><al><vet>3 Voorwaarden en eisen ten aanzien van de uitvoering</vet></al><al/><al>3.1 Inventariseren bestaande kabels en leidingen </al><al/><lijst><li nr="1."><al>De vergunninghouder moet zich overtuigen van de plaats van alle reeds in
                            het werk gelegen leidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Dit moet gebeuren door het tijdig opvragen van de leidinggegevens en
                            overige voorwaarden bij het Kadaster-sectie KLIC c.q. bij de betreffende
                            netbeheerders. Op de werklocatie moeten, naast een kopie van de
                            graafvergunning en de gewaarmerkte tekening(en), eveneens de
                            maatvoeringtekeningen met leidinggegevens van alle in de ondergrond
                            aanwezige kabels- en leidingen aanwezig zijn.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>De vergunninghouder moet tevens, voorafgaand aan het ontgraven, minimaal
                            iedere 20 meter in een doorgaand tracé en minimaal iedere 10 meter bij
                            een verspringend tracé een proefsleuf graven om zich van de aangegeven
                            ligging van kabels en leidingen te overtuigen. De proefsleuven moeten zo
                            danig worden gesitueerd en uitgevoerd dat alle kabels en leidingen op
                            0,5 meter aan weerszijden van het hart van het beoogde tracé goed
                            zichtbaar gemaakt worden. Hiertoe met name de diepte van hoofd- en
                            dienstleidingen van gas, warmte, water, riolering en drainage in acht
                            nemen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Van de gemaakte proefsleuven en de maatvoeringen van de daarin
                            aangetroffen kabels en leidingen houdt vergunninghouder een actuele
                            registratie bij die op eerste aanzeggen van de gemeentelijke kabel- en
                            leidingcoördinator of -toezichthouder kabels- en leidingen wordt
                            overhandigd. Indien afwijkingen van het vigerende standaard profiel dan
                            wel het door gemeente aangewezen tracé worden geconstateerd zal de
                            gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen in overleg met
                            vergunninghouder een nieuw tracé uitzetten. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>De vergunninghouder moet bij het maken van proefsleuven de AVOI-
                            Handboek- en W.I.O.N. bepalingen stipt naleven.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.2 Informatie en comm</vet>unicatie </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Namens de vergunninghouder moet er altijd één aan te spreken
                            verantwoordelijke persoon op het werk aanwezig zijn. De naam van deze
                            persoon moet bij alle betrokken partijen bekend zijn. Deze persoon heeft
                            tot taak te controleren en te verifiëren dat alle gespecificeerde
                            materialen worden toegepast en dat de constructiewerkzaamheden worden
                            uitgevoerd volgens het bestek, de specificaties, de tekeningen en de
                            gemaakte afspraken, alsmede dat de uitvoering geschiedt overeenkomstig
                            het gestelde in de graafvergunning. Hij moet de door gemeentelijke- en
                            andere toezichthouders gevraagde informatie verstrekken en de nodige
                            medewerking verlenen om hun werk mogelijk maken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>De voertaal op het werk is Nederlands. Vergunninghouder moet ervoor
                            zorgdragen dat de sleutelfunctionarissen in zijn projectorganisatie c.q.
                            van zijn grondroerder deze taal voldoende beheersen.</al></li><li nr="3."><al>Bij projecten zullen, ter beoordeling van de vergunninghouder en/of
                            grondroerder, op regelmatige tijden bouwvergaderingen worden gehouden,
                            waarbij in ieder geval de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator of
                            gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen wordt uitgenodigd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Van deze vergaderingen zal de vergunninghouder en/of grondroerder
                            notulen opmaken en aan de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator
                            toezenden. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Bij werkzaamheden waarbij de bereikbaarheid van belanghebbenden c.q.
                            omwonenden tijdelijk wordt verminderd, alsmede bij grotere
                            wegafzettingen, moet de grondroerder namens de vergunninghouder minimaal
                            één week voor aanvang van de werkzaamheden de belanghebbenden en
                            omwonenden schriftelijk op de hoogte stellen. De gemeente zal de wijze
                            waarop dit moet gebeuren vaststellen, waarbij de gemeente de omvang en
                            de gevolgen van het werk in haar beoordeling zal betrekken. De
                            grondroerder zal van iedere schriftelijke aankondiging een afschrift
                            naar de gemeente sturen.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.3 Handhaving </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Namens het college zal een gemeentelijke toezichthouder kabels en
                            leidingen toezien op het naleven van de voorschriften door de
                            vergunninghouder en grondroerder. De toezichthouder zal controleren op
                            onder andere:</al></li><li nr="-"><al>de aanwezigheid van de vereiste toestemmingen, instemmingen en
                            vergunningen;</al></li><li nr="-"><al>de naleving van de gestelde voorwaarden;</al></li><li nr="-"><al>de naleving van de afspraken met bewoners, politie ed. ;</al></li><li nr="-"><al>de bereikbaarheid van de woonomgeving;</al></li><li nr="-"><al>de ongestoorde exploitatie van andere leidingen;</al></li><li nr="-"><al>de verdichting van de sleuf;</al></li><li nr="-"><al>de kwaliteit van het herstel van de sleuf inclusief de verharding;</al></li><li nr="-"><al>de schade aan verharding/groen binnen de invloedssfeer van het
                            werk;</al></li><li nr="-"><al>de veiligheid, wegafzetting, etc.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>In het geval door de gemeente ter plaatse geconstateerd wordt dat een
                            werk in uitvoering is zonder dat de vereiste instemming of vergunning is
                            verleend en het werk valt niet onder spoedeisend werk/calamiteit, geldt
                            de volgende procedure:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitreiken van een beschikking aan grondroerder, waarbij de
                                    grondroerder direct het opbreek- graaf- en legwerk moet
                                        staken<onderstreept> en</onderstreept></al></li><li nr="b."><al>het opleggen van de verplichting aan betreffende grondroerder om
                                    de ondergrond, verharding en openbare ruimte weer in de
                                    oorspronkelijke staat terug te brengen. Dit kan inhouden dat
                                    reeds gelegde voorzieningen weer moeten worden verwijderd.</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>In het geval door de gemeente achteraf geconstateerd wordt dat een werk
                            in uitvoering is zonder dat de vereiste instemming of vergunning is
                            verleend en het werk is niet bij de gemeente gemeld als spoedeisend
                            werk/calamiteit, zal de gemeente de verplichting vorderen aan de
                            netbeheerder waarvoor het uitgevoerde voor bedoeld is om de ondergrond,
                            verharding en openbare ruimte weer in de oorspronkelijke staat terug te
                            brengen. Dit kan inhouden dat reeds gelegde voorzieningen weer moeten
                            worden verwijderd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Indien de netbeheerder bij de onder lid 2 en 3 genoemde vorderingen op
                            eerste aanzegging in gebreke blijft zal de gemeente de benodigde
                            werkzaamheden (laten) uitvoeren. Alle kosten en gevolgen terzake,
                            alsmede de kosten voortvloeiend uit de opschorting en eventuele verdere
                            herstelverplichtingen zullen worden verhaald op de netbeheerder van de
                            infrastructuur waar het werk voor bedoeld is. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>De gemeente is eveneens bevoegd de werkzaamheden direct stil te leggen,
                            zonder vergoeding van kosten, indien:</al></li><li nr="-"><al>Er wordt gewerkt in strijd met de in de graafvergunning en/of de
                            akkoordverklaring graafwerkzaamheden opgenomen tijdstip van aanvang of
                            voltooiing, de wijze van uitvoering of andere van toepassing verklaarde
                            voorschriften;</al></li><li nr="-"><al>Er wordt gewerkt buiten de in het Handboek aangegeven dagelijkse
                            tijdstippen van aanvang of einde werk;</al></li><li nr="-"><al>Er wordt gewerkt tijdens een periode waarin een breekverbod zoals
                            aangegeven in dit handboek van kracht is;</al></li><li nr="-"><al>Aanwijzingen en geboden die door vertegenwoordigers van de gemeente
                            worden gegeven niet onmiddellijk worden opgevolgd;</al></li><li nr="-"><al>Uitvoerend personeel van grondroerder zich onbehoorlijk, kwetsend en/of
                            overlastgevend gedraagt;</al></li><li nr="-"><al>Er onacceptabele verkeershinder en/of gevaarzetting voor het publiek
                            ontstaat.</al></li></lijst><al>De werkzaamheden mogen pas worden hervat na toestemming van de gemeente. Deze
                    wordt in de regel pas verleend als de situaties die tot stilleggen hebben geleid
                    naar genoegen van de gemeente afdoende en duurzaam zijn opgelost.</al><al/><al><vet>3.4 Opnemen en herstel ver</vet>harding </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Tenzij anders is overeengekomen, mag per dag geen grotere sleuflengte
                            worden gemaakt, dan op die dag weer volledig kan worden dichtgemaakt.
                            Zie voor gedetailleerde bepalingen hoofdstuk 4 van het handboek.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>De vergunninghouder is verplicht de ondergrond en de verharding na
                            afloop van de werkzaamheden minimaal weer terug te brengen in de
                            hoedanigheid en kwaliteit zoals deze bestond voor het aanvangen van de
                            werkzaamheden. In het geval van verhardingen niet ouder dan 3 jaar moet
                            voorafgaand aan de aanvraag met de gemeente overlegd worden over de
                            wijze waarop vergunninghouder de vereiste kwaliteit wil bereiken en een
                            en ander duurzaam kan garanderen. In het geval dat de door de gemeente
                            gewenste duurzame kwaliteit niet kan worden bereikt kan zij vragen om de
                            kabels en leidingen via een ander tracé te leggen dan wel de verharding
                            over de volle breedte opnieuw te leggen. De kosten van het herstel van
                            de verharding komen voor rekening van de vergunninghouder.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Ter plaatse van nieuwbouw-, reconstructie- en herbestratingsprojecten
                            kunnen er tussen de gemeente en civiele aannemers garantie afspraken
                            bestaan inzake de aanwezige verharding. In die gevallen kan gemeente van
                            vergunninghouder verlangen dat het herstel van de verharding, op kosten
                            van vergunninghouder door betreffende contractpartij wordt uitgevoerd.
                            Zie voor gedetailleerde omschrijving de gemeentespecifieke hoofdstukken
                            in het handboek. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Asfalt- en overige gesloten verhardingen moeten door vergunninghouder
                            tijdelijk worden hersteld met door vergunninghouder voor diens rekening
                            aan te leveren betonklinkers. Het definitief herstel wordt op kosten van
                            de vergunninghouder uitgevoerd door de gemeente. </al></li></lijst><al/><al><vet>3.5 Door de gemeente ter beschikking te stellen bou</vet>wstoffen </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Indien een verharding van een nog op te breken tracé een bovengemiddeld
                            aantal (boven 5% van het totaal op te nemen elementen) gebroken of
                            beschadigde elementen bevat zal de gemeente vervangende elementen voor
                            het deel boven de 5% om niet beschikbaar stellen op de gemeentewerf of
                            gemeentedepot conform de procedure zoals beschreven in de gemeentelijke
                            hoofdstukken van het handboek. Elementen die breken of beschadigen
                            tijdens de werkzaamheden moeten door vergunninghouder voor eigen
                            rekening worden vervangen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Voor het eventueel leveren van bouwstoffen door de gemeente en aan- en
                            afvoeren van bouwstoffen en grond zie de omschrijving in de
                            gemeentespecifieke hoofdstukken in het handboek. </al></li></lijst><al/><al><vet>3.6 Maatregelen in het belang van het</vet> verkeer </al><al/><lijst><li nr="1."><al>De werkzaamheden moeten naar genoegen van de gemeente in tijd en
                            uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat de belemmering van de
                            bereikbaarheid van woningen en bedrijven tot het minimum wordt
                            beperkt.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>In geval van doodlopende straten of woonerven moet vergunninghouder er
                            zorg voor dragen, middels tijdelijke verkeersmaatregelen en /of aan te
                            brengen tijdelijke voorzieningen (bijvoorbeeld rijplatenbanen,
                            tijdelijke waterkruisingen of doorsteken door groenstroken etc.), dat de
                            bereikbaarheid per auto van aanliggende woningen en bedrijven tijdens de
                            uitvoering van de werkzaamheden zoveel mogelijk, en de bereikbaarheid
                            voor hulpdiensten altijd is gegarandeerd. Het aanbrengen, opruimen en
                            weer in oorspronkelijke staat brengen van de openbare ruimte geschiedt
                            door en voor rekening van de vergunninghouder.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Ter zake van het gestelde in lid 2 stelt aanvrager een gedetailleerde
                            verkeers- werk- en tijdplanning op die onderdeel uitmaakt van de (deel)
                            vergunningsaanvraag. Gemeente kan verlangen dat separaat nog meer
                            verkeersplanningen worden vervaardigd (zie ook 3.7).</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Ten behoeve van de tijdelijke verkeersvoorzieningen en -maatregelen is
                            het vigerende CROW pakket Werk in Uitvoering 96b van toepassing.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Indien de gemeente het noodzakelijk acht, met name bij afstuiten van
                            belangrijke verkeerswegen, kan vergunninghouder worden verplicht zoveel
                            mogelijk ´s nachts of in de avonduren de werkzaamheden uit te voeren.
                            Dit zal indien vooraf bekend bij de graafvergunning of
                            instemmingsbesluit schriftelijk worden medegedeeld.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>De noodzakelijke verkeersvoorzieningen ter plaatse van de uit te voeren
                            werken moeten in overleg met de gemeentelijke toezichthouder kabels en
                            leidingen, door vergunninghouder worden verzorgd. De kosten van de
                            maatregelen komen ten laste van de vergunninghouder. Een overzicht van
                            de voorgenomen voorzieningen en maatregelen moet ten minste drie weken
                            voor aanvang van de werkzaamheden door de grondroerder bij de
                            gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator worden ingediend, tenzij
                            anders is overeengekomen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Als de door vergunninghouder uit te voeren werkzaamheden begeleid moeten
                            worden door tijdelijke verkeersregelinstallaties (VRI), dan moet de
                            vergunninghouder conform lid 2 dit 3 weken van tevoren melden bij de
                            gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator. Binnen 5 werkdagen na
                            aanlevering zal door de gemeente het e.e.a. beoordeeld worden. Eventuele
                            opmerkingen zullen door aannemer verwerkt moeten worden alvorens de
                            tijdelijke VRI in gebruik te nemen. Incidenteel kan het voorkomen dat,
                            voor een tijdelijke VRI in gebruik kan worden genomen, het noodzakelijk
                            is dat de gemeente eerst een tijdelijk verkeersbesluit vaststelt. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Verkeersvoorzieningen die tijdelijk geen dienst doen, moeten door
                            vergunninghouder direct verwijderd c.q. afgedekt worden tot het tijdstip
                            dat deze weer nodig zijn. Het afvoeren van deze voorzieningen moet op
                            een zodanig zorgvuldige wijze gebeuren dat er geen beschadigingen
                            optreden aan gemeentelijke en particuliere eigendommen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Indien de tijdelijke verkeersvoorzieningen in een verharding aangebracht
                            moeten worden moet het te verwijderen verhardingsmateriaal door- en voor
                            rekening van vergunninghouder worden afgevoerd en na verwijderen van de
                            verkeersvoorziening weer terug aangebracht worden in de oorspronkelijke
                            staat.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>Vergunninghouder draagt zorg voor een regelmatige en voldoende controle
                            op de instandhouding van verkeersborden, wegbebakening en –afzettingen,
                            ook buiten de normale werktijden en moet zorgen voor het zo spoedig
                            mogelijke herstel van in het ongerede geraakte verkeersvoorzieningen.
                            Dit geldt ook voor de door de gemeente geplaatste verkeersvoorzieningen.
                            Eventuele aanwijzingen door de gemeentelijke toezichthouder kabels en
                            leidingen, met betrekking tot verkeersmaatregelen moeten direct worden
                            opgevolgd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="11."><al>Ten behoeve van de werkzaamheden als bedoeld onder 7 verstrekt de
                            vergunninghouder aan de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator en
                            gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen naam, adres en
                            telefoonnummer aan één of meer werknemers belast met de uitvoering van
                            deze werkzaamheden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="12."><al>De verkeersmaatregelen en voorzieningen mogen maximaal 72 uur voor
                            aanvang van de werkzaamheden, buiten functie (afgedraaid), worden
                            aangebracht. Het in functie brengen (omdraaien) mag pas twee uur
                            voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gebeuren. Na afloop van
                            de werkzaamheden moeten de verkeersvoorzieningen, direct zodra de
                            situatie dit toelaat, weer buiten functie worden gesteld (afgedraaid).
                            Indien de werkzaamheden worden onderbroken en de situatie laat dit toe
                            dan moeten de verkeersvoorzieningen buiten functie worden gesteld
                            gedurende het staken van de werkzaamheden. Twee uur voor de hernieuwde
                            opstart van het werk moeten de verkeersvoorzieningen weer in functie
                            worden gesteld. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="13."><al>Tijdelijke bebording mag niet aangebracht worden aan bestaande verticale
                            elementen en lichtmasten. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="14."><al>De aannemer of onderaannemer die verkeersvoorzieningen opzet en/of
                            verwijdert moet in het bezit zijn van een KOMO-procescertificaat op
                            basis van de BRL-9101 conform het KIWA Reglement voor
                            Procescertificatie.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="15."><al>De aannemer of onderaannemer die verkeersregelaar(s) levert moet in het
                            bezit zijn van een geldig certificaat. De verkeersregelaars moeten
                            individueel gecertificeerd zijn.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="16."><al>Vergunninghouder draagt zorg voor de bereikbaarheid van woningen,
                            winkels, openbare gebouwen e.d. voor (minder valide) voetgangers en
                            (brom) fietsers. In overleg met de betrokkenen kan de gemeente aan de
                            mate van bereikbaarheid nader inhoud geven.</al></li><li nr="17."><al>Vergunninghouder houdt het gemotoriseerde bestemmingsverkeer naar
                            woningen, winkels, bedrijven, bouwwerken, landerijen enz. in overleg met
                            de betrokkenen zoveel mogelijk in stand. Indien met de betrokkenen geen
                            overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de
                            bereikbaarheid, verzoekt de grondroerder tijdig bemiddeling van de
                            gemeente. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="18."><al>Bouwmaterialen moeten goed afgeschermd worden zodat derden daartoe geen
                            toegang hebben.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="19."><al>De stallingsplaats van haspel-, vracht-, directie-, materiaalwagens enz.
                            moet in overleg met de gemeente worden bepaald. Hiervoor moet in het
                            kader van de APV door de door grondroerder een vergunning worden
                            verkregen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="20."><al>Plaatsing van obstakels moet voldoen aan CROW publicatie 130, “richtlijn
                            voor het markeren van onverlichte obstakels”.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.7 Maatregelen ten behoeve van de overlast beperking </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het is niet toegestaan om op zaterdagen, zondagen alsmede nationale
                            feestdagen opbreek- , graaf-, kabel-, aanvulling-, verdichting-, en/of
                            bestratingswerkzaamheden uit hoofde van regulier werk in de openbare
                            ruimte te verrichten, tenzij in de graafvergunning of instemmingsbesluit
                            expliciet anders is aangegeven.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Het is niet toegestaan om op werkdagen, uitgezonderd de dag voorafgaande
                            aan een zaterdag of nationale feestdag, vóór 07.00 uur en na 18.00 uur
                            opbreek- , graaf-, kabel-, aanvulling-, verdichting-, en/of
                            bestratingwerkzaamheden uit hoofde van regulier werk in de openbare
                            ruimte te verrichten, tenzij in de graafvergunning of instemmingsbesluit
                            anders is aangegeven. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>De dag voorafgaande aan een zaterdag of nationale feestdag moet om
                            uiterlijk 12.00 het graven van geulen en het leggen/trekken van kabels
                            etc. worden gestaakt en moet direct en zonder uitzondering worden
                            overgegaan tot het aanvullen en verdichten van hoofd geulen, het
                            aanbrengen van de verhardingen en het opruimen van de werkomgeving. Om
                            uiterlijk 16.30 uur moeten alle werkzaamheden gereed zijn en alle
                            verhardingen zijn hersteld en gesloten.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Tijdens de verkeersspits (7.30 u. tot 9.00 u. en 16.00 u. tot 18.00 u.)
                            mogen geen werkzaamheden op of langs hoofdwegen en
                            gebiedsontsluitingswegen plaatsvinden. De gemeente kan de
                            vergunninghouder verplichten werkzaamheden ‘s nachts uit te voeren.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>In winkelstraten en op evenementenpleinen mogen geen opbrekingen zijn of
                            worden uitgevoerd gedurende de door de gemeente in het kader van de APV
                            namens Burgemeester en Wethouders vergunde evenementen, inclusief de
                            opbouw- en afbreekperiode. Hieronder vallen onder andere:</al></li><li nr="-"><al>De periode tussen de derde zondag van november en nieuwjaarsdag;</al></li><li nr="-"><al>Koningsdag;</al></li><li nr="-"><al>De wekelijkse markten;</al></li><li nr="-"><al>Lokale evenementendagen. </al></li></lijst><al>Een afschrift van de evenementenkalender is te verkrijgen bij de gemeente.</al><al/><lijst><li nr="6."><al>Voorafgaand aan het graven van hoofdgeulen moeten, indien op het werk
                            van toepassing, de voorzieningen ten behoeve van de klantaansluitingen
                            op/in/onder de eigen erven worden aangebracht.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Bij werkzaamheden waarbij de bereikbaarheid van belanghebbenden c.q.
                            omwonenden tijdelijk wordt verminderd, alsmede bij grotere
                            wegafzettingen, moet vergunninghouder uiterlijk drie weken van tevoren
                            een verkeersplan op stellen en door de gemeente laten goedkeuren. In het
                            plan moet aangegeven worden op welke wijze de bereikbaarheid van panden,
                            woonerven etc. tijdens de werkzaamheden wordt gegarandeerd, welke
                            omleidingroutes er worden uitgezet en welke voorzieningen hiervoor
                            tijdelijk worden getroffen c.q. aangebracht. Minimaal twee weken voor
                            aanvang van de werkzaamheden moeten de belanghebbenden en omwonenden
                            schriftelijk en tevens door middel van informatieborden langs alle
                            aanliggende wegen op de hoogte worden gebracht. De gemeente zal de wijze
                            waarop dit moet gebeuren vaststellen, waarbij de gemeente de omvang en
                            de gevolgen van het werk in haar beoordeling zal betrekken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Vergunninghouder moet alles doen wat op grond van de meest actuele
                            inzichten redelijkerwijs mogelijk is en verwacht mag worden om hinder
                            als gevolg van b.v. lawaai, stank, modder e.d. veroorzaakt door
                            voertuigen, machines, apparaten etc. tot een aanvaardbaar niveau te
                            beperken. Indien vergunninghouder bij hoge uitzondering door de gemeente
                            wordt toegestaan ’s avonds c.q. ‘s nachts te werken is vergunninghouder
                            verplicht in verband hiermee aanwijzingen van de gemeente op te volgen
                            en zelf zorg te dragen voor de benodigde aanvullende
                            vergunningen/ontheffingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Vergunninghouder moet tijdens en na het uitvoeren van werkzaamheden de
                            begaanbare trottoir- en wegverhardingen vrij van verontreinigingen
                            houden.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.8 Voorbereide huis/klantaansl</vet>uitingen </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Er kan sprake zijn van voorbereide huisaansluitingen, waarbij de voor de
                            huisaansluiting bedoelde buis, kabel of leiding al op de volledig
                            benodigde lengte gemeten vanaf de hoofdleiding tot aan de
                            klantaansluiting, in de openbare grond tijdelijk moet worden opgeborgen
                            (voornamelijk bij CAI-, FTTH- en Datanetten). In die gevallen moet deze
                            voorbereiding zo strak mogelijk opgerold en gebundeld, verticaal op de
                            juiste diepte onder een beschermende voorziening worden weggezet tegen-
                            en evenwijdig aan de erfgrens van het perceel waar de voorziening voor
                            bedoeld is. De hiervoor eventueel benodigde tracés of straatoversteken
                            moeten tegelijk met de aanleg van de hoofdsleuf worden aangebracht</al></li></lijst><al/><al><vet>3.9 Keuze Straatwerk door vergunninghouder of </vet>gemeente </al><al/><al> 1. Na het beëindigen van de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van kabels
                    en leidingen brengt de vergunninghouder de grond en de verhardingen terug in de
                    oorspronkelijke staat, tenzij de gemeente heeft aangegeven dit zelf te doen. In
                    het addendum is per gemeente aangegeven of de grondroerder het straatwerk en het
                    onderhoud dient te verzorgen of dat de gemeente dit uitvoert. Er zijn hierbij 3
                    opties: </al><al>a. herstel, onderhoud en beheer door de gemeente;</al><al> b. herstel door vergunninghouder; onderhoud en beheer door de gemeente; c.
                    herstel en onderhoud door vergunninghouder, alleen beheer door de gemeente </al><al>Voor opties a,b en c gelden verschillende tarieven die in Bijlage 5 zijn
                    gespecificeerd. </al><al/><al/><al><vet>4 Voorwaarden en eisen ten aanzien van de civieltechnische werkzaamheden
                    </vet></al><al/><al><vet>4.1 Operatione</vet>le eisen </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Er mag pas worden gestart met graafwerk als met de gemeentelijke
                            toezichthouder kabels en leidingen overeenstemming is bereikt over het
                            te ontgraven tracé (zie hoofdstuk 3). </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Vergunninghouder is verplicht om tijdens de uitvoering de bepalingen
                            aangaande de WION na te leven. Onder andere de CROW publicatie 250
                            “Graafschade voorkomen aan kabels en leidingen “ (Richtlijn zorgvuldig
                            graafproces). </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Voor het aanvullen van de sleuf of een pers- c.q. lasput moet(en) de
                            netbeheerder(s) van de vrijgegraven naastliggende en/of kruisende kabels
                            en leidingen altijd in de gelegenheid worden gesteld om zijn / hun
                            kabels en leiding(en) te inspecteren. Vergunninghouder is verplicht om
                            de informatieverstrekking en coördinatie terzake uit te voeren.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Voor het inmeten van kabels en leidingen moet de leiding goed worden
                            gefixeerd, opdat bij het verder aanvullen van de sleuf de leiding niet
                            meer kan verschuiven.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Vergunninghouder moet zelf het dagelijkse toezicht houden op de
                            uitvoering. Het toezicht van de gemeente beperkt zich tot het
                            controleren van het naleven van de bepalingen uit de graafvergunning, de
                            APV, AVOI en het Handboek Kabels en Leidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Tenzij vooraf schriftelijk anders is voorgeschreven mag nimmer meer dan
                            40 meter straat of erf moeilijk bereikbaar zijn voor gemotoriseerde
                            hulpdiensten zoals brandweer en/of ambulance. Indien een en ander niet
                            mogelijk is moet vergunninghouder in overleg met- en ter goedkeuring van
                            betreffende hulpdiensten noodmaatregelen treffen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Tenzij anders is voorgeschreven mag per dag geen grotere sleuflengte
                            worden gemaakt dan op die dag kan worden gedicht en afgetrild. Volledig
                            herstellen van bestrating moet binnen 24 klokuren na afloop van de
                            werkzaamheden gebeuren. Op de werkdagen voorafgegaan aan een zaterdag of
                            nationale feestdag moet de bestrating nog diezelfde dag voor 18.00 uur
                            volledig zijn hersteld. </al></li><li nr="8."><al>Dwarssleuven in trottoir, fietspad en/of rijweg, alsmede langssleuven
                            ter hoogte van in/opritten naar parkeergelegenheden op eigen erf,
                            garageboxen, erven en terreinen van bedrijven, moeten dezelfde dag
                            worden bestraat en afgewerkt. Indien een en ander niet mogelijk is
                            moeten noodmaatregelen worden getroffen zodat de bereikbaarheid van
                            genoemde objecten dezelfde dag weer gegarandeerd is.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Na het afwerken van de bestrating mag geen puin, grond, zand en/of afval
                            van de werkzaamheden op het werk meer voorkomen. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>De wegverharding moet door de vergunninghouder in minimaal dezelfde
                            staat worden teruggebracht dan aanwezig voordat de ontgraving werd
                            uitgevoerd. Behoudens de normale degeneratie als gevolg van werken in
                            bestaande verharding zal de gemeente geen verslechtering accepteren.
                            Uitzondering hierop zijn situaties waarbij in gezamenlijke vooropname
                            van het tracé met de gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen
                            nadere afspraken zijn gemaakt. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="11."><al>Alle materialen en elementen moeten onbeschadigd worden opgeleverd. De
                            vergunninghouder moet bij beschadiging zelf zorgen voor herstel en
                            zorgen voor vervangend materiaal. Uitzondering hierop zijn situaties
                            waarbij in gezamenlijke vooropname van het tracé met de gemeentelijke
                            toezichthouder kabels en leidingen nadere afspraken zijn gemaakt. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="12."><al>Al het te gebruiken (bestratings-)materiaal moet van dezelfde soort,
                            vorm, afmeting, kleur, afwerking en van minimaal dezelfde kwaliteit zijn
                            als het oorspronkelijk aanwezige materiaal en de door de gemeente
                            gebruikelijk toe te passen materialen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="13."><al>Oversteekbuizen, mantelbuizen en overige beschermingsmaatregelen moeten
                            minimaal 0,75 meter aan weerszijden van het te kruisen vlak door
                            lopen.</al></li></lijst><al/><al><vet>4.2 Meten en registreren verdichtingsgraad geroer</vet>de grond </al><al/><lijst><li nr="1."><al>De vergunninghouder moet door middel van vastgelegde
                            verdichtingsmetingen aan gemeentelijke toezichthouder kabels en
                            leidingen aan tonen dat de verdichting zoals aangegeven in de in dit
                            hoofdstuk genoemde normen is bereikt. Per meting moet in ieder geval aan
                            weerszijden van de grondroering twee referentiemetingen zijn genomen tot
                            de diepte van de ontgraving en een doelmeting in de verdichte ontgraving
                            in de as tussen de twee referentiemetingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Uitgangspunt is dat de verdichting van de geroerde grond in de sleuf
                            gelijk is aan de bestaande dichtheid van de omringende ongeroerde grond,
                            tenzij de gemeente ter plaatse vooraf aangeeft dat een RAW bepaling van
                            toepassing is.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>De vergunninghouder moet de verdichtingswaarden aan het begin en
                            vervolgens iedere 50 meter strekkende sleuf alsmede bij ieder gemaakt
                            las/koppelgat meten en schriftelijk of elektronisch vastleggen. Deze
                            gegevens moeten op verzoek van de gemeentelijke toezichthouder kabels en
                            leidingen onmiddellijk aan de gemeente ter beschikking worden gesteld.
                            De vergunninghouder moet een registratiesysteem aanleggen en onderhouden
                            waaruit op verzoek de locatie en waarden van de metingen zijn te
                            verkrijgen, voor de zowel de gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator
                            als de toezichthouder.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>De vergunninghouder levert het werk op aan de gemeente. De
                            toezichthouder van de gemeente kan hierbij verlangen dat de
                            vergunninghouder, ter plaatse in het bijzijn van de toezichthouder één
                            of meerdere verdichtingsmeting(en) uitvoert. Indien de aanvulling c.q.
                            verdichting niet voldoet, wordt vergunninghouder in de gelegenheid
                            gesteld dit binnen twee weken te herstellen. Hierna zal opnieuw een
                            opleveringscontrole plaatsvinden.</al></li></lijst><al/><al><vet>4.3 Technisch</vet>e eisen </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Te ontgraven grond, zand, teelaarde enz. moet zoveel mogelijk gescheiden
                            ontgraven, vervoerd, aangevuld of in depot gezet worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>De plaats van een eventuele opslag van uitgekomen sleufmateriaal moet
                            vooraf in overleg met gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen
                            te worden bepaald. Na beëindiging van het werk of bij de eerste
                            aanzegging van de gemeente moeten deze materialen zijn verwijderd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>De aanvulling moet worden uitgevoerd in lagen van maximaal 0,30 m,
                            waarbij elke laag mechanisch moet worden verdicht. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Onder de verharding moet het oorspronkelijke zandbed weer worden
                            hersteld. Indien de oorspronkelijke dikte van het zandbed kleiner is dan
                            10 cm, zal de vergunninghouder voor haar rekening het te kort komende
                            zand leveren en aanbrengen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Uitgevoerd straatwerk moet zijn afgetrild en ingeveegd met schoon
                            zand.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>De geroerde grond in berm of onverharde grond moet over de volle breedte
                            worden aangevuld en verdicht conform de in dit hoofdstuk gestelde eisen.
                            Het uitgegraven materiaal met, vrij van stenen en dergelijke, met zorg
                            in de juiste volgorde worden ingebracht om de oorspronkelijke
                            profielopbouw zoveel mogelijk te herstellen. Daar waar nodig aanvullen
                            met schone teelaarde. </al></li><li nr="7."><al>Alvorens een asfaltconstructie wordt verwijderd moeten de sleufkanten
                            tot de gewenste diepte op steenmaat worden ingezaagd. De vrijgekomen
                            materialen moeten worden onderscheiden naar:</al></li><li nr="-"><al>teerhoudend:</al></li><li nr="-"><al>niet teerhoudend.</al></li></lijst><al>De vergunninghouder moet zelf voor eigen rekening zorgen voor afvoeren, het
                    bemonsteren en vaststellen van het teergehalte van materialen. Een kopie van de
                    analyse van de monsters moet aan de kabel/ en leidingcoördinator van de gemeente
                    worden overhandigd. </al><al/><lijst><li nr="8."><al>Stortbonnen etc. moeten direct worden geretourneerd naar de
                            gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>De ontstane sleuf in de asfaltverharding moet over de volle breedte
                            worden opgevuld en verdicht tot 15 cm onder de oppervlakte met zand en
                            een toplaag van 25 cm menggranulaat 0/31.5. De ondergrond van de
                            fundering moet na verdichting voldoen aan de vigerende RAW standaard. De
                            funderingslaag van de gefundeerde verharding moet hersteld en verdicht
                            zijn volgens de vigerende RAW standaard.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>Direct aansluitend moet de sleuf in de asfaltverharding worden
                            dichtgestraat in ten minste 50 mm brekerzand met betonstenen in
                            blokverband in een ligging die geen gevaar oplevert. De bovenzijde van
                            de stenen moeten gelijk liggen met het ingezaagde asfalt. De betonstenen
                            moeten door de vergunninghouder voor diens rekening worden geleverd.
                        </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="11."><al>De ontstane sleuf in gefundeerde elementenverharding moet over de volle
                            breedte worden opgevuld en verdicht tot 15 cm onder de oppervlakte met
                            zand en een toplaag van 25 cm menggranulaat 0/31.5. De ondergrond van de
                            fundering moet na verdichting voldoen aan de vigerende RAW standaard. De
                            funderingslaag van de gefundeerde verharding moet hersteld en verdicht
                            zijn volgens de vigerende RAW standaard.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="12."><al>Indien een sleuf door een Wadi of daarmee gelijkgestelde constructie
                            wordt gegraven dient na afloop van de werkzaamheden de gehele Wadi
                            constructie weer in de oorspronkelijke vorm, hoedanigheid en
                            functionaliteit te worden hersteld. Indien noodzakelijk dient
                            vergunninghouder op haar kosten de gehele wadi opnieuw te
                            construeren.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="13."><al>Bij het graven van een sleuf in de lengterichting langs een gefundeerd
                            weg dient minimaal een afstand van 0,5 meter tussen de rand van de sleuf
                            en de rand van de wegfundering te worden aangehouden.</al></li></lijst><al/><al><vet>5 Aansprakelijkheid en schade </vet></al><al/><al><vet>5.1 Aansprakelijkheid </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De gemeente is niet aansprakelijk voor schade die netbeheerder en/of
                            grondroerder of derden lijden, ingeval leidingen van verschillende
                            netbeheerders door afwijking van de door haar gegeven aanwijzingen en
                            richtlijnen in lengterichting boven elkaar of te dicht bij elkaar zijn
                            of worden gelegd en dit is te wijten aan het feit dat bij het leggen is
                            afgeweken van de door of namens gemeente gegeven aanwijzingen en
                            richtlijnen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>De netbeheerder is aansprakelijk voor alle schade aan
                            gemeente-eigendommen die het gevolg is van het (ver)leggen, verwijderen
                            repareren e.d. van leidingen. Bij gecombineerde leidingaanleg zijn de
                            deelhebbende bedrijven hoofdelijk aansprakelijk jegens de gemeente.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Leidingen die zijn gelegd in afwijking van aanwijzingen, richtlijnen
                            e.d. van de gemeente moeten op eerste aanzegging door de gemeente door
                            en voor rekening van de betreffende vergunninghouder worden verlegd naar
                            de door de gemeente aan te geven plaats c.q. hoogte.</al></li></lijst><al/><al><vet>5.2 Schade </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Vergunninghouder moet alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen nemen om
                            te voorkomen dat de gemeente dan wel derden tengevolge van het werk
                            schade lijden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Schade aan gemeentelijke- of eigendommen van derden moet worden
                            vermeden. Mochten toch beschadigingen optreden dan moet vergunninghouder
                            deze direct melden aan de gemeentelijke toezichthouder kabels en
                            leidingen en aan de beheerder van het beschadigde eigendom. Hierna geeft
                            vergunninghouder zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 24 uur
                            nadat hem daarvan is gebleken, schriftelijk kennis aan de gemeente.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Het herstel van de schade vindt plaats in overleg en voor rekening van
                            de veroorzaker. Uitgangspunt bij het herstel van de (voorziene) schade
                            als gevolg van de werkzaamheden is dat de vergunninghouder de situatie
                            in oorspronkelijke staat herstelt.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Omdat bij straatwerk al op voorhand bekend is dat er, ook bij goed
                            herstel van de verharding, toch sprake is van een
                            kwaliteitsachteruitgang is de vergunninghouder aan de gemeente een
                            degeneratievergoeding verschuldigd. </al></li><li nr="5."><al>Niet alle schades die de gemeente als gevolg van leidingwerkzaamheden
                            lijdt kunnen door de vastgestelde schadetarieven worden gedekt. Dit is
                            het geval bij:</al></li><li nr="-"><al>Schade bij groenwerkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>Schade die ontstaat buiten de sleuf;</al></li><li nr=""><al>"Verborgen gebreken" die zich achteraf openbaren.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Schade aan groenwerkzaamheden is aan de orde in de volgende
                            situaties:</al></li><li nr="-"><al>Werkzaamheden waarbij de overlevingskans van de aanwezige beplanting
                            gering is en dus moet worden vervangen;</al></li><li nr="-"><al>Werkzaamheden waarbij dicht in de buurt van bomen moet worden
                            gewerkt;</al></li><li nr="-"><al>Aantasting (ecologische) kwaliteit groeiplaats;</al></li></lijst><al>In deze gevallen zullen al vóór het verstrekken van de vergunning specifieke
                    afspraken worden vastgelegd. Afhankelijk van de omvang van het werk kan in de
                    voorwaarden "het 1e jaarsonderhoud groen" en "inboet beplanting na het 1e
                    groeiseizoen" worden voorgeschreven. De schade aan bomen wordt vastgesteld op
                    basis van de vigerende Richtlijnen NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs
                    van Bomen)</al><al/><lijst><li nr="7."><al>In geval van schade of vervanging aan/van groenvoorzieningen zal de
                            gemeente voor herstel c.q. vervanging zorgen. De kosten hiervan worden
                            doorbelast aan de vergunninghouder. Zie ook de gemeentespecifieke
                            hoofdstukken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Van schade die ontstaat buiten de sleuf is sprake als ten gevolge van
                            werkzaamheden schade ontstaat in de directe nabijheid van de
                            werklocatie. Voorzover het gemeentelijke eigendommen, betreft zal de
                            gemeente deze schade verhalen op vergunninghouder. Afhankelijk van de
                            specifieke situatie kan het wenselijk zijn dat er voorafgaand aan de
                            werkzaamheden een, gezamenlijke, schouw en vastlegging plaatsvindt van
                            de dan bestaande situatie. Ontstane schades zullen zoveel mogelijk door
                            de gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen worden vastgelegd in
                            een schaderapport en op foto. </al></li></lijst><al/><al><vet>5.3 Veiligheid </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de
                            geldende wet- en regelgeving ten aanzien van de veiligheid. De op dit
                            gebied van kracht zijnde voorschriften moeten op het werk beschikbaar
                            zijn.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Het personeel dat bij de werkzaamheden is betrokken moet zijn
                            geïnstrueerd met betrekking tot de op de bouwplaats geldende wetten en
                            regels ten aanzien van de veiligheid. Leidinggevend personeel van de
                            uitvoerende partij en de vergunninghouder moeten erop toezien dat de van
                            toepassing zijnde voorschriften worden nageleefd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Voor de aanvang van de werkzaamheden moet een Veiligheids- en
                            Gezondheidsinstructie zijn opgesteld door vergunninghouder en aan de
                            gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen zijn overhandigd en
                            gemaild. In deze instructie moet minimaal het volgende zijn
                            opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften;</al></li><li nr="-"><al> milieuvoorschriften;</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt voorkomen
                                    respectievelijk beheerst;</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en ongevallen
                                    wordt geregeld.</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>De gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen controleert vanuit
                            de publieke taakstelling van de gemeente of het werk veilig wordt
                            uitgevoerd en is bevoegd om, bij onveilige situaties, correctieve
                            maatregelen af te dwingen. </al></li></lijst><al/><al><vet>5.4 Peilen en hoofdafmetingen </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De gemeenten hanteren voor het leggen van kabels en leidingen meerdere
                            standaard dwarsprofielen. Deze zijn voor de leidingtracés leidend. </al></li><li nr="2."><al>In geval van aanleg van kabels en leidingen in een nieuwbouwsituatie
                            waarbij (nog) geen woningen etc. aanwezig zijn om als vaste punt voor
                            maatvoering voor K&amp;L tracering en revisie te dienen zal de gemeente
                            op aanvraag en kosten van de vergunninghouder een digitale plantekening
                            aanleveren.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Bij graafwerk in particulier eigendom zal grondroerder met betreffende
                            grondeigenaar en/of projectontwikkelaar rechtstreeks afspraken moeten
                            maken. De gemeente is hierin geen partij.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>De aanwijzing door de gemeente zal zich in de in artikel 2 genoemde
                            situatie beperken tot het aangeven van digitale coördinaten en de
                            locatie en hoogtegegevens van de nabijgelegen peilbouten, zodat de
                            vergunninghouder d.m.v. eigen meetwerk in horizontale en in verticale
                            zin zelfstandig de tracés in detail kunnen uitzetten.</al></li></lijst><al/><al><vet>6. Voorwaarden en eisen ten aanzien van grondverzet</vet></al><al/><al><vet><cursief>6.1 Voorschriften voor werken in grond</cursief></vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden zijn alleen van toepassing op
                            het aanleggen, verleggen of repareren van reguliere kabels en leidingen.
                            Hiermee niet bedoeld planologisch relevante kabels en leidingen, waarbij
                            een MER-procedure moet worden gevolgd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Vergunninghouder moet altijd voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de
                            Wet bodembescherming en met name het Besluit bodemkwaliteit. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="31."><al>Milieuhygiënische kwaliteit</al><lijst><li nr="a."><al>Bij de afgifte van de vergunning door de gemeente voor de aanleg
                                    van kabels en leidingen dienen er gegevens over de
                                    bodemkwaliteit beschikbaar te zijn. Er dient minimaal een
                                    historisch vooronderzoek te worden uitgevoerd. Op verzoek van de
                                    aanvrager kan de gemeente op basis van een globale quick-scan
                                    aangeven of er bodemgegevens bij de gemeente bekend zijn, of dat
                                    er sprake is van een verdachte locatie en/of er
                                    bodemverontreiniging aanwezig is. Hiervoor kunnen leges worden
                                    gevraagd. </al></li><li nr="b."><al>Het onder a genoemd vooronderzoek behoeft niet door een
                                    kwalibo-erkend bureau te zijn opgemaakt/bevestigd; CROW
                                    publicatie 307.</al></li><li nr="c."><al>Vergunninghouder zal in geval van verdachte locaties
                                    (aanvullende) bodemonderzoeken laten uitvoeren. </al></li><li nr="d."><al>Bij het verhelpen van een calamiteit (lees: storing) tijdens
                                    kantooruren kan de betreffende netbeheerder beschikbare
                                    informatie over de kwaliteit van de bodem ter plaatse bij de
                                    gemeente inwinnen. </al></li><li nr="e."><al>Door de gemeente worden geen bodemonderzoeken verricht bij het
                                    aanleggen van kabels- en leidingen door derden. </al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Een netbeheerder kan een kabel- c.q. leidingtracé laten lopen door een
                            gebied waarvan vooraf is vastgesteld dat de bodem verontreinigd is. In
                            dat geval vervalt elke aansprakelijkheid voor eventuele aantasting van
                            de kabels en leidingen. De gemeente heeft in die situatie namelijk geen
                            saneringsplicht. Deze ligt dan bij de initiatiefnemer. In geval van
                            historische verontreinigingen in binnenstedelijk gebied blijft de
                            initiatiefnemer verantwoordelijk voor het terug plaatsen van de grond en
                            daarmee eventueel negatieve invloeden op de kabels en leidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Uitname, terugplaatsing en aanvoer</al><lijst><li nr="a."><al>Als de grond bij een tijdelijke uitname het werk niet verlaat en
                                    de samenstelling ervan niet wijzigt, komt de grond wettelijk
                                    gezien niet vrij en wordt het terugplaatsen ervan ook niet als
                                    'toepassing' gezien. Het graafwerk kan worden uitgevoerd onder
                                    toepassing van het Besluit bodemkwaliteit (art 36 lid 3). Dit
                                    betekent dat de aannemer is vrijgesteld van een aantal
                                    verplichtingen, zoals het bepalen van de kwaliteit en het melden
                                    van de toepassing. </al></li><li nr="b2."><al>De uitgenomen verschillende grondlagen, zowel geologisch als
                                    milieuhygiënisch, van de bovengrond (≤ 0,5 meter onder het
                                    maaiveld) en de ondergrond dienen apart te worden gehouden en
                                    moeten in overeenkomstige lagen worden teruggeplaatst. </al></li><li nr="c."><al>In geval van het gebruik van extern aangevoerde grond, dienen de
                                    regels uit het Besluit bodemkwaliteit in acht te worden genomen.
                                    Het toepassen van schone grond (kwaliteit achtergrondwaarde) tot
                                    50m3 is vrijgesteld van een meldingsplicht.</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>De werkwijze zoals onder voorschrift 5a voor tijdelijk uitname is
                            beschreven, geldt niet als er in een verontreinigingsvlek van meer dan
                            25 m<sup>3</sup> sterk verontreinigde grond wordt gegraven. De provincie
                            Zeeland is dan het bevoegd gezag. Deze bepaald of grondverzet is
                            toegestaan. In geval van immobiele stoffen geldt een melding Besluit
                            Uniforme Sanering - tijdelijk uitname. Voor mobiele stoffen geldt een
                            melding Besluit Uniforme Sanering – mobiele stoffen of een
                            saneringsbeschikking Wet bodembescherming.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Afvoer van grond</al><lijst><li nr="a."><al>Alle vrijkomende materialen waaronder grond en bouwstoffen, al
                                    dan niet verontreinigd, en bodemvreemde materialen worden in
                                    opdracht van en op kosten van de netwerkbeheerder afgevoerd.
                                    Hieronder valt ook civieltechnische niet geschikte grond.</al></li><li nr="b."><al>Afvoer van sterk verontreinigde grond dient plaats te vinden
                                    naar een <onderstreept>erkende</onderstreept> verwerker op
                                    kosten van de netbeheerder.</al></li><li nr="c."><al>Als er grond vrijkomt bij het verhelpen van een calamiteit
                                    buiten kantooruren, moet de netbeheerder er zorg voor dragen dat
                                    grond op milieuhygiënisch verantwoorde wijze op haar kosten
                                    tijdelijk wordt opgeslagen. </al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Grondwaterbemaling</al><lijst><li nr="a."><al>Graafwerkzaamheden worden normaliter op een diepte van 0.6 tot
                                    1,0 meter verricht. Indien daarbij bronbemaling voor het
                                    verlagen van de grondwaterstand noodzakelijk is, moet dit vooraf
                                    bij de vergunningverlenende instantie worden geregeld. </al></li><li nr="b2."><al>Ingeval sprake is van verontreinigd grondwater kan een extra
                                    vergunning (Besluit Uniforme Sanering / beschikking Wet
                                    bodembescherming) nodig zijn. </al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Indien door de vergunninghouder zintuiglijk afwijkingen worden
                            geconstateerd, moet de vergunninghouder contact op nemen met de
                            gemeentelijke kabel- en leidingcoördinator. </al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>6.2 Arbeidsomstandigheden bij werken in verontreinigde
                            grond</cursief></vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Vergunninghouder dient de benodigde uitvoerende en beschermende
                            maatregelen treffen. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Voor het werken in verontreinigde grond dient de CROW, publicaties 307
                            en 132 te worden geraadpleegd. De veiligheidsmaatregelen zijn
                            afhankelijk van de mate van verontreiniging (bijvoorbeeld Veiligheids-
                            en Gezondheidsplan).</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>De kosten gemoeid met de uitvoering van het Bouwprocesbesluit
                            Arbeidsomstandigheden komen voor rekening van vergunninghouder.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>6.3 Archeologie</cursief></vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Voor wat betreft archeologie is het bestemmingsplan leidend. In het
                            bestemmingsplan kan een dubbelbestemming `Waarde-Archeologie` zijn
                            opgenomen. Deze bestaat uit een vrijstellingsregime voor de oppervlakte
                            en diepte van de geplande verstoring, gebaseerd op het gemeentelijk
                            archeologiebeleid.</al></li><li nr="2."><al>Indien in een bestemmingsplan geen dubbelbestemming ´Waarde-Archeologie`
                            aanwezig is, beschikken enkele gemeenten over een `Erfgoedverordening`
                            waaraan getoetst dient te worden.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer archeologisch onderzoek noodzakelijk blijkt, volgt de
                            Archeologische MonumentenZorg (AMZ)-cyclus. Hiervoor dient contact
                            opgenomen te worden met een archeologisch deskundige/adviseur.</al></li><li nr="4."><al>In het geval dat een terrein vrijgegeven wordt, kunnen de werkzaamheden
                            worden uitgevoerd. Het blijft echter altijd mogelijk dat archeologisch
                            relevante resten worden aangetroffen. Hiervoor bestaat op basis van
                            Artikel 53 van de Monumentenwet 1988 een meldingsplicht. Voor Zeeland
                            betekent dit dat vondsten dienen te worden gemeld bij de Stichting
                            Cultureel Erfgoed Zeeland in Middelburg.</al></li></lijst><al/><al><vet> 7. Voorwaarden en eisen ten aanzien van groenvoorzieningen</vet></al><al/><al><vet> 7.1 Eisen en uitvoering groenvoorzie</vet>ningen </al><al/><lijst><li nr="1."><al>De gemeente besluit aan de hand van de melding van vergunninghouder of
                            beplanting (bomen, planten, struiken, gras) mag worden verwijderd of
                            gesnoeid en, zo ja, of vergunninghouder dit zelf mag uitvoeren en onder
                            welke voorwaarden. Ingeval tijdelijk uitgenomen beplanting moet worden
                            teruggebracht gelden in elk geval de hierna te noemen voorwaarden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Te handhaven struiken en vaste planten die in het kabel- of leidingtracé
                            van een te graven sleuf voorkomen ruim uitsteken, gescheiden houden van
                            te ontgraven grond en tegen uitdroging beschermen. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Uitgenomen beplantingsmateriaal, dat na terugzetten niet meer aanslaat,
                            zal na overleg met vergunninghouder door de gemeente in een hiertoe
                            gunstig jaargetijde door nieuw materiaal voor rekening van
                            vergunninghouder worden vervangen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Indien het herstel van de beplanting en/of het gazon door
                            vergunninghouder wordt uitgevoerd, geldt hiervoor een onderhoudstermijn
                            van 12 maanden, na eerste oplevering. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Indien vergunninghouder bij het overeengekomen herstel van de beplanting
                            in gebreke blijft zal de gemeente de benodigde werkzaamheden (laten)
                            uitvoeren. Alle kosten en gevolgen terzake, alsmede de kosten
                            voortvloeiend uit eventuele verdere herstelverplichtingen zullen door de
                            gemeente worden verhaald op de vergunninghouder. </al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>7.2 Voorwaarden voor graafwerkzaamheden in de omgeving van
                            bomen</cursief></vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Onder de kroonprojectie mag nooit machinaal gegraven worden. Uitsluitend
                            handmatig mag in deze zone worden gegraven tot de haarwortelgrens is
                            bereikt. In de haarwortelzone mag geheel niet gegraven worden. De
                            haarwortelzone moet worden gepasseerd met een, vooraf door de gemeente
                            goed te keuren methode (boomboring), waarmee geen schade kan ontstaan
                            aan wortels, kabels en leidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Bij knot en leibomen met een omtrek van minder dan 75 cm op 130cm hoogte
                            gemeten, mag binnen een straal van 2,5m van de stam nooit machinaal
                            gegraven worden. Uitsluitend handmatig mag in deze zone worden gegraven
                            tot de haarwortelgrens is bereikt. In de haarwortelzone mag geheel niet
                            gegraven worden. De haarwortelzone moet worden gepasseerd met een,
                            vooraf door de gemeente goed te keuren methode (boomboring), waarmee
                            geen schade kan ontstaan aan wortels, kabels en leidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Bij knot en leibomen met een omtrek van 75 cm of meer op 130cm hoogte
                            gemeten, mag binnen een straal van 5 m van de stam nooit machinaal
                            gegraven worden. Uitsluitend handmatig mag in deze zone worden gegraven
                            tot de haarwortelgrens is bereikt. In de haarwortelzone mag geheel niet
                            gegraven worden. De haarwortelzone moet worden gepasseerd met een,
                            vooraf door de gemeente goed te keuren methode (boomboring), waarmee
                            geen schade kan ontstaan aan wortels, kabels en leidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Indien de kroon­projectie bij knot en leibomen meer dan 10 m bedraagt,
                            mag onder deze kroonprojectie nooit machinaal gegraven worden.
                            Uitsluitend handmatig mag in deze zone worden gegraven tot de
                            haarwortelgrens is bereikt. In de haarwortelzone mag geheel niet
                            gegraven worden. De haarwortelzone moet worden gepasseerd met een,
                            vooraf door de gemeente goed te keuren methode (boomboring), waarmee
                            geen schade kan ontstaan aan wortels, kabels en leidingen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al> Wortels met doorsnede van 5 cm of meer mogen nooit worden beschadigd of
                            doorgesneden. Wortels met een doorsnede van 3 tot 5 cm mogen alleen na
                            goedkeuring van de gemeente worden beschadigd of doorgesneden. Na
                            verkregen goedkeuring moeten de wortels recht worden doorgezaagd.
                            Wortels met een doorsnede tot 5 cm mogen bij voldoende afstand (zie
                            onderstaande tabel), aan één zijde van de boom, haaks worden
                            doorgezaagd. Het is niet toegestaan wortels door te trekken. </al></li></lijst><al/><al/><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Stamdiameter (cm)</al></entry><entry><al>Minimale afstand tot voet van de boom waarbij
                                        gegraven/geboord mag worden (cm)</al></entry></row><row><entry><al>10</al></entry><entry><al>75</al></entry></row><row><entry><al>20</al></entry><entry><al>125</al></entry></row><row><entry><al>40</al></entry><entry><al>150</al></entry></row><row><entry><al>60</al></entry><entry><al>175</al></entry></row><row><entry><al>80</al></entry><entry><al>225</al></entry></row><row><entry><al>100</al></entry><entry><al>250</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al/><lijst><li nr="6."><al>Blootliggende wortels dienen te allen tijde worden beschermd tegen
                            uitdroging. ( afsterven haarwortels ) met jutte ( geen plastic,
                            oververhitting).</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>De gemeente moet door vergunninghouder in de gelegenheid worden gesteld
                            de wortels, kabels en leidingen te inspecteren alvorens tot aanvullen
                            van de sleuf mag worden overgegaan.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Groenvoorzieningen en gazons mogen niet worden gebruikt voor laden- en
                            lossen, opslag of als werkterrein. </al></li></lijst><al/><al/><lijst><li nr="9."><al>Voor elke ten onrechte gerooide en/ of beschadigde boom, zal aan
                            vergunninghouder een boete per boom worden opgelegd, afhankelijk van de
                            waarde van de betreffende boom, berekend volgens de vigerende
                            Richtlijnen NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen). </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>Bij het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone
                            van de te handhaven bomen vanaf eind maart tot eind november moet
                            vergunninghouder zorg dragen voor het handhaven van het vochtgehalte van
                            het wortelstelsel. Indien noodzakelijk de bomen water geven met
                            zuurstofrijk oppervlaktewater.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>7.3 Herstel groenvoorzieningen</cursief></vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Beplantingsmateriaal welke verloren is gegaan ten gevolge van
                            werkzaamheden aan kabels &amp; leidingen wordt door (of in opdracht van)
                            de betreffende gemeente in een gunstig jaargetijde vervangen op kosten
                            van de vergunninghouder.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>In het proces van vergunningverlening kunnen aparte specifieke afspraken
                            gemaakt worden over bijzondere omstandigheden, c q. afwijkende
                            voorwaarden of werkzaamheden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Alle materialen en elementen moeten in de oorspronkelijke staat en
                            onbeschadigd worden opgeleverd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>De grond moet op zodanige wijze zijn afgewerkt dat er na klink sprake is
                            van een vlakke aansluiting op de ongeroerde grond. Reservering voor
                            klink mag max. 10 cm bedragen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Te handhaven struiken en vaste planten moeten binnen 24 uur na het
                            gereedkomen van de grondwerkzaamheden ter plaatse zijn
                            teruggeplant.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Gazon moet, nadat de juiste hoogteligging van de grond is bereikt,
                            worden ingezaaid. Vergunninghouder zal met de gemeente overleggen welk
                            zaadmengsel ter plaatse van de grondroering moet worden toegepast. </al></li></lijst><al/><al><vet>7.4 Handvest Boombesch</vet>erming </al><al/><al/><al><vet> Deel 2 Aanvullende lokale Gemeentelijke rege</vet>lingen en aanwijzingen </al><al><vet>8 Addendum Gemeente Borsele </vet></al><al/><al>Gemeente Borsele </al><al>Bezoekadres: Stenevate 10, 4451 KB Heinkenszand Postadres: Postbus 1, 4450 AA
                    Heinkenszand Telefoon: (0113) 238383 Fax: (0113) 561385 E-mail: <extref doc="mailto:info@borsele.nl">info@borsele.nl</extref></al><al/><al><vet><cursief>8.1 Vergunningen en toestemmingen voor
                            (graaf)werkzaamheden</cursief></vet></al><al>Indien derden voornemens zijn binnen 6 maanden in het zelfde tracé te graven
                    dienen de werkzaamheden gecombineerd uitgevoerd te worden.</al><al>Afstemming met derden dient ten allen tijde plaats te vinden. Het tracé van de
                    te leggen kabel of leiding dient te worden uitgevoerd zoals is aangegeven op de
                    door uw bijgevoegde tekening. In afwijking van het overeengekomen tracé, waar
                    alleen de sleufbreedte wordt verrekend, zullen in dit geval de volledige kosten
                    voor het herbestraten van de gehele trottoirbreedte worden verrekend zoals is
                    afgesproken met de heer S. Kesselaar. Tel. 06-52560923. Het werk dient in een
                    aaneengesloten periode van werkbare werkdagen geschieden.</al><al/><al><vet><cursief>8.2 Opnemen en herstel verharding</cursief></vet></al><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Kapelle voor:
                        <onderstreept>optie A: Herstel, onderhoud en beheer door de gemeente
                    </onderstreept>Het herstellen van de opgenomen verhardingen geschiedt door en
                    voor onze rekening. In verband daarmee bent u gehouden om aan ons na afloop van
                    het werk op eerste vordering de kosten te vergoeden zoals die vermeld staan op
                    de bijgevoegde tarievenlijst. Uitkomende grond dient gescheiden te worden
                    ontgraven en teruggebracht ten behoeve van een wederom goed gefundeerde
                    bestrating. Uitkomende klei of veen mag onder geen voorwaarde terug in de sleuf,
                    alleen goed verdichtbare grond (zand) mag terug worden gezet in de sleuf. De
                    vergunninghouder is verantwoordelijk voor deze extra werkzaamheden en kosten. De
                    zandaanvullingen van de sleuf/sleuven, tot onderkant
                        verharding<onderstreept>,</onderstreept> dienen goed en in lagen verdicht te
                    worden tot een indringingsweerstand is bereikt die per 10 mm diepte met ten
                    minste 0.20 Mpa toeneemt, dan wel ten minste 4 Mpa bedraagt. </al><al>Ter plaatse van asfalt dient een boring/persing onder de asfaltweg gedaan te
                    worden.</al><al/><al><vet>8.3 Aanvullende voorwaa</vet>rden </al><al>Uitkomende, overtollige grond dan wel grond die niet mag worden teruggebracht,
                    dient alvorens te worden gestort op een door de gemeente aan te wijzen plaats,
                    door en op kosten van de vergunninghouder te worden bemonsterd. De gemeente
                    Borsele beheert een gronddepot waar deze uitkomende grond tijdelijk in depot
                    gezet kan worden. Voor transport dient contact gezocht te worden met de heer S.
                    Kesselaar. Tel. 06-52560923.</al><al>Als de kabel of leiding op minder dan acht maal de stamdikte uit het hart van
                    een boom komt te liggen, met een minimum van 1,50 meter, dan is graven niet
                    toegestaan, onderboren is wel toegestaan (boomboring).</al><al>Voordat de werkzaamheden beginnen dienen proefsleuven gemaakt te worden om
                    inzicht te krijgen waar de kabel of leiding gelegd kan worden.</al><al/><al>Er dient rekening gehouden te worden met de bij ons in eigendom, beheer en
                    onderhoud zijnde (druk)riolering in het kabel of leiding tracé. </al><al/><al><vet>8.4 Groenvoorzieningen</vet></al><al>In de wortelzone mag nooit machinaal gegraven worden. Uitsluitend handmatig mag
                    in deze zone worden gegraven tot de haarwortelgrens is bereikt. In de
                    haarwortelzone mag geheel niet gegraven worden. De haarwortelzone moet worden
                    gepasseerd met een, vooraf door de gemeente goed te keuren methode (boomboring),
                    waarmee geen schade kan ontstaan aan wortels, kabels en leidingen.</al><al/><al>Wortels met doorsnede van 5 cm of meer mogen nooit worden beschadigd of
                    doorgesneden. Wortels met een doorsnede van 3 tot 5 cm mogen alleen na
                    goedkeuring van de gemeente worden beschadigd of doorgesneden. Na verkregen
                    goedkeuring moeten de wortels recht worden doorgezaagd. Wortels met een
                    doorsnede tot 5 cm mogen bij voldoende afstand (zie onderstaande tabel), aan één
                    zijde van de boom, haaks worden doorgezaagd. Het is niet toegestaan wortels door
                    te trekken. </al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Stamdiameter (cm)</al></entry><entry><al>Minimale afstand tot buitenzijde van de wortelvoet van de
                                        boom waarbij handmatiggegraven/geboord mag
                                        worden (cm)</al></entry></row><row><entry><al>10</al></entry><entry><al>75</al></entry></row><row><entry><al>20</al></entry><entry><al>125</al></entry></row><row><entry><al>40</al></entry><entry><al>160</al></entry></row><row><entry><al>60</al></entry><entry><al>175</al></entry></row><row><entry><al>80</al></entry><entry><al>225</al></entry></row><row><entry><al>100</al></entry><entry><al>250</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Bij het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van de te
                    handhaven bomen vanaf eind maart tot eind november moet vergunninghouder zorg
                    dragen voor het handhaven van het vochtgehalte van het wortelstelsel. Indien de
                    gronwaterstand meer dan 2 weken lang met meer dan 50 cm wordt verlaagd, water
                    geven volgens onderstaande tabel.</al><al/><al><cursief>Tabel benodigde watergift per week:</cursief></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al>Kroondiameter</al></entry><entry><al>Warm weer</al></entry><entry><al>Normaal weer</al></entry><entry><al>Koud weer</al></entry></row><row><entry><al>5 m</al></entry><entry><al>400 l</al></entry><entry><al>200 l</al></entry><entry><al>100 l</al></entry></row><row><entry><al>7 m</al></entry><entry><al>800 l</al></entry><entry><al>400 l</al></entry><entry><al>200 l</al></entry></row><row><entry><al>10 m</al></entry><entry><al>1600 l</al></entry><entry><al>800 l</al></entry><entry><al>400 l</al></entry></row><row><entry><al>15 m</al></entry><entry><al>3600 l</al></entry><entry><al>1800 l</al></entry><entry><al>900 l</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>9 Addendum Gemeent</vet>e Goes </al><al/><al>Gemeente Goes </al><al>Bezoekadres: M.A. De Ruijterlaan 2, 4461 GE Goes Postadres: Postbus 2118, 4460
                    MC Goes Telefoon: (0113) 249600 Fax: (0113) 230876; E-mail: <extref doc="mailto:stadskantoor@goes.nl">stadskantoor@goes.nl</extref></al><al/><al><vet><cursief>9.1 Vergunningen en toestemmingen voor
                            (graaf)werkzaamheden</cursief></vet></al><al>Alle correspondentie omtrent werkzaamheden aan kabels en leidingen dient
                    te worden gericht aan de afdeling Openbare ruimte van de gemeente Goes. De
                    aanvrager dient rekening te houden met een termijn voor de procedure tot
                    vergunning van ca. 6 weken. </al><al/><al><vet><cursief>9.2 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend
                        werk/Calamiteit</cursief></vet></al><al>In gevallen waarin het noodzakelijk is een bedrijfsstoring onmiddellijk op te
                    heffen, kan het nutsbedrijf, zonder voorgaand overleg, de uitvoering ter hand
                    nemen, mits daarvan zo spoedig mogelijk telefonisch mededeling wordt gedaan aan
                    de gemeentelijk opzichter kabels en leidingen of diens plaats vervanger.</al><al>Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat de hulpdiensten
                    moeten worden ingeschakeld is de netbeheerder hiervoor verantwoordelijk.
                    Hiervoor kan het landelijke alarmnummer 112 worden gebruikt.</al><al>Tevens dient zo spoedig mogelijk telefonisch mededeling te worden gedaan aan het
                    hoofd afdeling Openbare Ruimte.</al><al/><al><vet><cursief>9.3 Opnemen en herstel verharding</cursief></vet></al><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Goes
                    voor: <onderstreept>optie A; Herstel, onderhoud en beheer door de
                        gemeente.</onderstreept></al><al>Dat betekent dat al het straatwerk door de gemeente wordt uitgevoerd.</al><al>Het herstellen van de opgenomen verhardingen geschiedt door en voor onze
                    rekening. In verband daarmee bent u gehouden om aan ons na afloop van het werk
                    op eerste vordering de kosten te vergoeden zoals die vermeld staan op de
                    bijgevoegde tarievenlijst. Uitkomende grond dient gescheiden te worden ontgraven
                    en teruggebracht ten behoeve van een wederom goed gefundeerde bestrating.
                    Uitkomende klei of veen mag onder geen voorwaarde terug in de sleuf, alleen goed
                    verdichtbare grond (zand) mag terug worden gezet in de sleuf. Te kort komend
                    zand ter aanvulling van de sleuf dient op kosten van de vergunninghouder te
                    worden geleverd en verwerkt. De zandaanvullingen van de sleuf/sleuven, tot
                    onderkant verharding<onderstreept>,</onderstreept> dienen goed en in lagen
                    verdicht te worden conform de eisen gesteld in de standaard RAW bepalingen 2010. </al><al/><lijst><li nr="9.4"><al><vet><cursief>Aanvullende voorwaarden</cursief></vet></al></li></lijst><al>Afhankelijk van aard en grootte van de werkzaamheden zullen er nadere bepalingen
                    t.a.v. uitkomende grond (bemonstering etc.) in de vergunning worden opgenomen. </al><al>Bij kleinere werkzaamheden geldt dat de uitkomende, overtollige grond dan wel
                    grond die niet mag worden teruggebracht, gestort dient te worden op een door de
                    gemeente aan te wijzen plaats. De gemeente Goes beheert een gronddepot waar deze
                    uitkomende grond tijdelijk in depot gezet kan worden. Voor transport dient
                    contact gezocht te worden met de afdeling Openbare Ruimte van de gemeente
                    Goes.</al><al>Er dient rekening gehouden te worden met de bij ons in eigendom, beheer en </al><al>onderhoud zijnde (druk)riolering in het kabel of leiding tracé.</al><al/><al><vet><cursief>9.5 </cursief><cursief>Voorwaarden voor graafwerkzaamheden bij
                            groen en in de omgeving van bomen </cursief></vet></al><al/><al>Groen</al><al>Uitgenomen beplantingsmateriaal, dat na terugzetten niet meer aanslaat, zal na
                    overleg met vergunninghouder door de gemeente in een hiertoe gunstig jaargetijde
                    door nieuw materiaal voor rekening van vergunninghouder worden vervangen
                    inclusief de kosten voor 1 groeiseizoen nazorg.</al><al/><al>Bomen</al><al>Onder de kroonprojectie van de bomen opgenomen op de mounumentale en waardevolle
                    bomenlijst Goes mogen géén graafwerkzaamheden uitgevoerd worden ook niet
                    handmatig.</al><al/><al>Onder de kroonprojectie van de overige bomen mag nooit machinaal gegraven
                    worden. Uitsluitend handmatig mag in deze zone worden gegraven mits de gemeente
                    hiervoor vooraf toestemming heeft verleend.</al><al>In de haarwortelzone mag geheel niet gegraven worden. De haarwotelzone moet
                    worden gepasseerd met een, vooraf door de gemeente goed te keuren methode
                    (boomboring), waarmee geen schade kan ontstaan aan wortels, kabels en leidingen. </al><al>Wortels met doorsnede van 5 cm of meer mogen nooit worden beschadigd of
                    doorgesneden. Wortels met een doorsnede van 3 tot 5 cm mogen alleen na
                    goedkeuring van de gemeente worden beschadigd of doorgesneden. Na verkregen
                    goedkeuring moeten de wortels recht worden doorgezaagd.</al><al/><al>Bij het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van de te
                    handhaven bomen vanaf eind maart tot eind november moet vergunninghouder zorg
                    dragen voor het handhaven van het vochtgehalte van het wortelstelsel. Indien
                    noodzakelijk kan retourbemaling plaats moeten vinden of dient water geven te
                    worden met leidingwater. Dit moet afgestemd worden met de gemeente.</al><al/><al/><al><vet><cursief>9.6 Digitale meldingsprocedure graafwerk</cursief></vet></al><al/><al>Zowel de start als het einde van alle graafwerkzaamheden die uitgevoerd worden
                    in het openbare beheergebied van de gemeente moeten minimaal vijf werkdagen
                    voorafgaand aan de start van het werk, en uiterlijk één werkdag na het einde van
                    de werkzaamheden middels een E-mail gemeld worden bij de door bij besluit van
                    het college aangewezen persoon. Dit kan via E-mail: (wordt later bekend gemaakt) </al><al>Bij de E-mail moet als bijlage de PDF-scan van het betreffende volledig
                    ingevulde en ondertekende, standaardformulier worden gevoegd.</al><al>De formulieren zijn te downloaden van de gemeentelijke website</al><al/><al/><al><vet>10 Addendum Gemeente Hulst </vet></al><al/><al>Gemeente Hulst</al><al>Bezoekadres: Grote Markt 21, 4561 EA Hulst Postadres: Postbus 49, 4560 AA Hulst
                    Telefoon: (0114) 389000 Fax: (0114) 314627 E-mail: <extref doc="mailto:info@gemeentehulst.nl">info@gemeentehulst.nl</extref></al><al/><al>Bezoekadres afdeling Gemeentewerken: Oceanie 2 , 4561 PJ Hulst. </al><al/><al><vet>10.1 Vergunningen en toestemmingen voor (graaf)werkzaamhed</vet>en </al><al/><al>Alle correspondentie omtrent werkzaamheden aan kabels en leidingen dient te
                    worden gericht aan de afdeling Openbare ruimte van de gemeente Hulst ter
                    attentie van de coördinator kabels en leidingen. </al><al/><al><vet>10.2 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend werk/Calamite</vet>it </al><al/><al>Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat de hulpdiensten
                    moeten worden ingeschakeld is de netbeheerder hiervoor verantwoordelijk.
                    Hiervoor kan het landelijke alarmnummer 112 worden gebruikt. Tevens dient
                    tijdens kantooruren de coördinator kabels en leidingen te worden gewaarschuwd op
                    telefoonnummer 0114 389000. Buiten kantooruren wordt via dit telefoonnummer
                    automatisch doorgeschakeld met de piketdienst van de gemeente Hulst. </al><al/><al><vet>10.3 Opnemen en herstel verhardi</vet>ng </al><al/><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Hulst voor:
                        <onderstreept>optie B; Herstel door de grondroerder, onderhoud en beheer
                        door de gemeente</onderstreept>. Alleen in uitzonderingsgevallen kan voor
                    specifieke projecten of situaties hiervan worden afgeweken. Dit alleen na
                    overleg en geaccordeerde afspraken over aanpak, controle en projectprijs. </al><al/><al><vet>10.4 Door de gemeente ter beschikking te stellen bouwstoff</vet>en </al><al/><al>De door de gemeente ter beschikking te stellen bestratingsmaterialen, zoals
                    bedoeld in de 5% regeling kunnen worden afgehaald op het terrein van
                    Gemeentewerken, Oceanie 2, 4561 PJ Hulst. Dit na voorafgaande afspraak met de
                    terreinbeheerder op telefoonnummer 0114 389203. De benodigde materialen dienen
                    minimaal 1 dag voorafgaand aan de afhaling bij de terreinbeheerder te worden
                    vastgelegd. </al><al/><al><vet>10.5 Digitale meldingsprocedure graafwe</vet>rk </al><al>Zowel de start als het einde van alle graafwerkzaamheden die uitgevoerd worden
                    in het openbare beheergebied van de gemeente Hulst moeten minimaal twee
                    werkdagen voorafgaand aan de start van het werk, en uiterlijk één werkdag na het
                    einde van de werkzaamheden middels een E-mail gemeld worden bij de gemeentelijk
                    kabel- en leidingcoördinator. Dit op e-mail: <extref doc="mailto:info@gemeentehulst.nl">info@gemeentehulst.nl</extref></al><al>Bij de E-mail moet als bijlage de PDF-scan van het betreffende volledig
                    ingevulde en ondertekende, standaardformulier worden gevoegd.</al><al>De formulieren zijn te downloaden van de gemeentelijke website.</al><al>Voorbeelden zijn in de bijlage weergegeven.</al><al/><al><vet>11 Addendum Gemeente Kapel</vet>le </al><al/><al>Gemeente Kapelle </al><al>Bezoekadres: Kerkplein 1, 4421 AA Kapelle Postadres: Postbus 79, 4420 AC Kapelle
                    Telefoon: 14 0113 Fax: (0113) 341791 E-mail: <extref doc="mailto:gemeente@kapelle.nl">gemeente@kapelle.nl</extref></al><al/><al><vet><cursief>11.1 Vergunningen en toestemmingen voor
                            (graaf)werkzaamheden</cursief></vet></al><al/><al>Alle correspondentie en communicatie omtrent werkzaamheden dient te worden
                    gericht aan de afdeling Ruimte t.a.v. de coördinator kabels en leidingen.</al><al/><al><vet>11.2 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend werk/Calamite</vet>it </al><al/><al>Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat de hulpdiensten
                    moeten worden ingeschakeld is de netbeheerder hiervoor verantwoordelijk.
                    Hiervoor kan het landelijke alarmnummer 112 worden gebruikt. Tevens moet tijdens
                    kantooruren de gemeentelijke coördinator kabels en leidingen de heer C.G.J.
                    Verschiere worden gewaarschuwd. Buiten kantooruren moet worden gewaarschuwd de
                    piketdienst van de gemeente Kapelle (bereikbaar via meldkamer politie, tel.
                    0900-8844).</al><al/><al><vet>11.3 Opnemen en herstel verharding </vet></al><al/><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Kapelle voor:
                        <onderstreept>optie A: Herstel, onderhoud en beheer door de gemeente
                    </onderstreept></al><al>Dat betekent dat al het straatwerk door de gemeente wordt uitgevoerd.</al><al>Alleen in uitzonderingsgevallen kan voor specifieke projecten of situaties
                    hiervan worden afgeweken. Dit alleen na vooroverleg en geaccordeerde afspraken
                    met de gemeente Kapelle over aanpak, controle en projectprijs. Als
                    onderhoudstermijn geldt een termijn van 1 jaar na aanleg.</al><al/><al>Het definitieve herstel van gesloten verharding wordt uitgevoerd door de
                    gemeente. De kosten hiervan worden vooraf door de gemeente ingeschat en tezamen
                    met de leges in rekening gebracht.</al><al/><al><vet>11.4 Door de gemeente ter beschikking te stellen bouwstoffen </vet></al><al/><al>Door de gemeente Kapelle worden geen bouwstoffen beschikbaar gesteld. </al><al/><al><vet>11.5 Digitale meldingsprocedure graafwerk </vet></al><al/><al>Zowel de start als het einde van alle graafwerkzaamheden die uitgevoerd worden
                    in het openbare beheergebied van de gemeente moeten minimaal twee werkdagen
                    voorafgaand aan de start van het werk, en uiterlijk één werkdag na het einde van
                    de werkzaamheden middels een E-mail gemeld worden bij de gemeentelijk kabel- en
                    leidingcoördinator.</al><al>Dit op E-mail: <onderstreept>meldpunt-kabelwerk@kapelle.nl</onderstreept></al><al>Bij de E-mail moet als bijlage de PDF-scan van het betreffende volledig
                    ingevulde en ondertekende standaardformulier worden gevoegd.</al><al>De formulieren zijn te downloaden van de gemeentelijke website,
                    www.kapelle.nl.</al><al>Voorbeelden zijn in de bijlage weergegeven</al><al/><al><vet>12 Addendum Gemeente Middelburg </vet></al><al/><al>Gemeente Middelburg </al><al>Bezoekadres: Kanaalweg 3, Middelburg Postadres: Postbus 6000, 4330 LA Middelburg
                    Telefoon: (0118) 675000 Fax: (0118) 623717 E-mail: <extref doc="mailto:info@middelburg.nl">info@middelburg.nl</extref></al><al/><al/><al><vet><cursief>12.1 Vergunningen en toestemmingen voor
                            (graaf)werkzaamheden</cursief></vet></al><al>Alle correspondentie en communicatie omtrent werkzaamheden dient te worden
                    gericht aan afdeling Stadsbeheer of de door bij besluit van het college
                    aangewezen persoon. Aanvullend op de bepalingen in dit handboek geldt dat alle
                    werken moeten worden uitgevoerd en onderhouden ten genoegen van en volgens de
                    aanwijzingen van of namens hoofd van de afdeling Stadsbeheer of de door bij
                    besluit van het college aangewezen persoon.</al><al/><al><vet><cursief>12.2 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend
                        werk/Calamiteit</cursief></vet></al><al>Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat de hulpdiensten
                    moeten worden ingeschakeld is de netbeheerder hiervoor verantwoordelijk.
                    Hiervoor kan het landelijke alarmnummer 112 worden gebruikt. Tevens moet ook het
                    gemeentelijke meldpunt, tijdens kantooruren 14-118 of 0118-675000 , buiten
                    kantooruren het nationale nummer van de politie 0900-8844. </al><al/><al><vet><cursief>12.3 Opnemen en herstel verharding</cursief></vet></al><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Middelburg
                    voor: <onderstreept>optie A; Herstel, onderhoud en beheer door de
                        gemeente.</onderstreept></al><al>Dat betekent dat al het straatwerk door de gemeente wordt uitgevoerd.</al><al>Alleen in uitzonderingsgevallen kan voor specifieke projecten of situaties
                    hiervan worden afgeweken. Dit alleen na vooroverleg en geaccordeerde afspraken
                    over aanpak, controle en projectprijs. Als onderhoudstermijn geldt een termijn
                    van 1 jaar na aanleg.</al><al/><al><vet><cursief>12.4 Digitale meldingsprocedure graafwerk</cursief></vet></al><al>Zowel de start als het einde van alle graafwerkzaamheden die uitgevoerd worden
                    in het openbare beheergebied van de gemeente moeten minimaal vijf werkdagen
                    voorafgaand aan de start van het werk, en uiterlijk één werkdag na het einde van
                    de werkzaamheden middels een E-mail gemeld worden bij de door bij besluit van
                    het college aangewezen persoon. Dit kan via E-mail: <extref doc="mailto:kabel.leidingwerk@middelburg.nl">kabel.leidingwerk@middelburg.nl</extref>Bij de E-mail moet als bijlage de PDF-scan van het betreffende
                    volledig ingevulde en ondertekende, standaardformulier worden gevoegd.</al><al>De formulieren zijn te downloaden van de gemeentelijke website.</al><al>Voorbeelden zijn in de bijlage weergegeven.</al><al/><al><vet>13 Addendum Gemeente Noord-Bevela</vet>nd </al><al/><al>Gemeente Noord Beveland </al><al>Bezoekadres: Voorstraat 31, 4491 EV Wissekerke Postadres: Postbus 3, 4490 AA
                    Wissekerke Telefoon: (0113) 377377 Fax: (0113) 377300 E-mail: <extref doc="mailto:info@noord-beveland.nl">info@noord-beveland.nl</extref></al><al/><al/><al><vet>13.1 Vergunningen en toestemmingen voor (graaf)werkzaamheden</vet></al><al/><al>Met de afdeling Beheer en Realisatie moet zo mogelijk 5 werkdagen, voordat men
                    met de uitvoering van de werken denkt te beginnen, overleg worden gepleegd
                    omtrent het tijdstip en de plaats van uitvoering.</al><al/><al><vet>13.2 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend werk/Calamiteit</vet></al><al/><al>In gevallen waarin het noodzakelijk is een bedrijfsstoring onmiddellijk op te
                    heffen, kan het nutsbedrijf, zonder voorgaand overleg, de uitvoering ter hand
                    nemen, mits daarvan zo spoedig mogelijk telefonisch mededeling wordt gedaan aan
                    het hoofd afdeling Beheer en Realisatie.</al><al/><al><vet>13.3 Opnemen en herstel verhard</vet>ing </al><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente
                            Noord-Beveland voor: <onderstreept>optie A; Herstel, onderhoud en beheer
                                door de gemeente</onderstreept>.</al></li><li nr="2."><al>Indien het leggen van kabels, leidingen, enz. moet plaatsvinden in
                            straten of wegen welke voorzien zijn van een gesloten wegdek, zullen
                            deze zo mogelijk door middel van een onder de verharding geboorde of
                            geperste opening worden aangebracht. Het spuiten van deze openingen is
                            in geen geval toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>Indien binnen het benodigde werkterrein (inclusief sleuven) punten van
                            meetkundige grondslag aanwezig zijn, mogen deze niet worden
                            verstoord.</al></li><li nr="4."><al>Indien het verkeer wegens een opengebroken wegverharding moet uitwijken
                            c.q. omrijden over weggedeelten die daartegen niet bestand zijn, zullen,
                            na voorgaand overleg met de wegbeheerder, zodanige maatregelen moeten
                            worden genomen dat de schade tot een minimum wordt beperkt.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>14 Addendum Gemeente Reimerswaal </vet></al><al/><al>Gemeente Reimerswaal</al><al>Bezoekadres: Oude Plein 1, 4416 AK Kruiningen Postadres: Postbus 70, 4416 ZH
                    Kruiningen Telefoon: 14-0113 of (0113) 395000 Fax: (0113) -395345 E-mail:
                        <extref doc="mailto:gemeente@reimerswaal.nl">gemeente@reimerswaal.nl</extref></al><al/><al><vet><cursief>14.1 Vergunningen en toestemmingen voor
                            (graaf)werkzaamheden</cursief></vet></al><al>Alle correspondentie en communicatie omtrent werkzaamheden dient te worden
                    gericht aan afdeling Gemeentewerken t.a.v. coördinator kabels en leidingen.</al><al>Aanvullend op de bepalingen in dit handboek geldt dat alle werken moeten worden
                    uitgevoerd en onderhouden ten genoegen van en volgens de aanwijzingen van of
                    namens hoofd van de afdeling Gemeentewerken.</al><al/><al><vet>14.2 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend werk/Calamite</vet>it </al><al>Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat de hulpdiensten
                    moeten worden ingeschakeld is de netbeheerder hiervoor verantwoordelijk.
                    Hiervoor kan het landelijke alarmnummer 112 worden gebruikt. Tevens moet ook het
                    gemeentelijke meldpunt, tijdens kantooruren 14-113 of 0113-395000 daarbuiten
                    piketdienst openbare orde en veiligheid 06- 30180026 of piketdienst GW
                    06-53702470, worden gewaarschuwd.</al><al/><al><vet>14.3 Opnemen en herstel verhardi</vet>ng </al><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Reimerswaal
                    voor: <onderstreept>optie A; Herstel, onderhoud en beheer door de
                        gemeente.</onderstreept></al><al>Dat betekent dat al het straatwerk door de gemeente wordt uitgevoerd.</al><al>Alleen in uitzonderingsgevallen kan voor specifieke projecten of situaties
                    hiervan worden afgeweken. Dit alleen na vooroverleg en geaccordeerde afspraken
                    over aanpak, controle en projectprijs. Als onderhoudstermijn geldt een termijn
                    van 1 jaar na aanleg.</al><al/><al><vet>14.4 Door de gemeente ter beschikking te stellen bouwstoff</vet>en </al><al>Bestratingsmaterialen e.d. welke door de gemeente ter beschikking worden
                    gesteld, kunnen worden afgehaald op de gemeentewerf aan de Stationsweg 8b nabij
                    Kruiningen. Dit na voorafgaande afspraak met de beheerder ( Tel. 06-12519377).
                    De gemeentewerf is gesloten op vrijdagmiddag.</al><al/><al><vet>14.5 Digitale meldingsprocedure graafwe</vet>rk </al><al>Zowel de start als het einde van alle graafwerkzaamheden die uitgevoerd worden
                    in het openbare beheergebied van de gemeente moeten minimaal twee werkdagen
                    voorafgaand aan de start van het werk, en uiterlijk één werkdag na het einde van
                    de werkzaamheden middels een E-mail gemeld worden bij de gemeentelijk kabel- en
                    leidingcoördinator.</al><al>Dit op E-mail:
                    <onderstreept>meldpunt-kabelwerk@reimerswaal.nl</onderstreept></al><al>Bij de E-mail moet als bijlage de PDF-scan van het betreffende volledig
                    ingevulde en ondertekende, standaardformulier worden gevoegd.</al><al>De formulieren zijn te downloaden van de gemeentelijke website.</al><al>Voorbeelden zijn in de bijlage weergegeven.</al><al/><al><vet>15 Addendum Gemeente Schouwen-Duiveland </vet></al><al/><al>Gemeente Schouwen Duiveland</al><al>Bezoekadres: Laan van St. Hilaire 2, 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555,
                    4300 JA Zierikzee Telefoon: (0111) 452000 Fax: (0111) 452452 E-mail: <extref doc="mailto:gemeente@schouwen-duiveland.nl">gemeente@schouwen-duiveland.nl</extref></al><al/><al><vet><cursief>15.1 </cursief>Opnemen en herstel verharding</vet></al><al><vet>1. Opnemen en herstel gesloten verhardingen (asfalt en beton):</vet></al><al> Het <onderstreept>definitieve</onderstreept> herstel van gesloten verhardingen
                    wordt uitgevoerd door de gemeente. De kosten hiervan worden vooraf door de
                    gemeente ingeschat en tezamen met de leges in rekening gebracht. </al><al><vet>2. Opnemen en herstel verharding (natuursteenbestrating):</vet></al><al>Het opnemen en herstellen van natuursteenbestrating moet worden uitgevoerd door
                    de huisaannemer van de gemeente. De kosten hiervoor zijn voor rekening van de
                    opdrachtgever. </al><al/><al><vet>15.2 Door de gemeente ter beschikking te stellen bouwstoff</vet>en </al><al> Adres van de werf is:</al><al> Industrieweg 17</al><al> 4301RS Zierikzee <extref doc="http://www.detelefoongids.nl/kaart/gemeente-schouwen-duiveland-gemeentelijke-werkplaats/zierikzee/13-1/?what=Gemeente+Schouwen+Duiveland+Gemeentelijke+Werkplaats&amp;where=Zierikzee&amp;listingIds=WP52973437&amp;searchType=WP_SEARCH&amp;searchTypeExt=DETAIL_MAP"/></al><al/><al><vet>15.3 Digitale meldingsprocedure graafwe</vet>rk </al><al>Melding sturen aan:</al><al><extref doc="mailto:servicelijn@schouwen-duiveland.nl">servicelijn@schouwen-duiveland.nl</extref></al><al/><al><vet>16 Addendum Gemeente Sl</vet>uis </al><al/><al>Gemeente Sluis</al><al>Bezoekadres: Nieuwstraat 22, 4501 Oostburg Postadres: Postbus 27, 4500 AA
                    Oostburg Telefoon: (0117) 457000 Fax: (0117) 452241 E-mail: <extref doc="mailto:info@gemeentsluis.nl">info@gemeentsluis.nl</extref></al><al/><al><vet>16.1 Opnemen en herstel verhardi</vet>ng </al><al/><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Sluis voor:
                        <onderstreept>optie B: Herstel door grondroerder, onderhoud en beheer door
                        de gemeente. </onderstreept>Alleen in uitzonderingsgevallen kan voor
                    specifieke projecten of situaties hiervan worden afgeweken. Dit alleen na
                    vooroverleg en geaccordeerde afspraken over aanpak, controle en
                    projectprijs.</al><al/><al><vet>16.2 Opnemen en herstel verhardi</vet>ng </al><al/><al><vet>1 Opnemen en herstel verharding (gesloten verhardingen (asfalt en
                        beton):</vet></al><al> Het <onderstreept>definitieve</onderstreept> herstel van gesloten verhardingen
                    wordt uitgevoerd door de gemeente. De kosten hiervan worden vooraf door de
                    gemeente ingeschat en tezamen met de leges in rekening gebracht. </al><al/><al><vet>2 Opnemen en herstel verharding (natuursteenbestrating):</vet></al><al>Het opnemen en herstellen van natuursteenbestrating is specialistisch van aard
                    en moet worden uitgevoerd door een door de gemeente aan te wijzen aannemer. De
                    kosten hiervoor zijn voor rekening van de netbeheerder. Offerteaanvraag en
                    opdrachtverstrekking wordt door de aanvrager gecoördineerd met de aannemer, de
                    gemeente speelt hierin geen rol. </al><al/><al><vet>17 Addendum Gemeente Terneuz</vet>en </al><al/><al>Gemeente Terneuzen</al><al>Bezoekadres: Koegorsstraat 4, 4538 PK Terneuzen Postadres: Postbus 35, 4530 AA
                    Terneuzen Telefoon: (0115) 455000 Fax: (0111) 455203 E-mail: <extref doc="mailto:gemeente@terneuzen.nl">gemeente@terneuzen.nl</extref></al><al/><al><vet>17.1 Opnemen en herstel verhardi</vet>ng </al><al/><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Terneuzen
                    voor: <onderstreept>optie B; Herstel door grondroerder, onderhoud en beheer door
                        de gemeente.</onderstreept></al><al>Alleen in uitzonderingsgevallen kan voor specifieke projecten of situaties
                    hiervan worden afgeweken. Dit alleen na vooroverleg en geaccordeerde afspraken
                    over aanpak, controle en projectprijs.</al><al/><al><vet><cursief>17.2 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend werk/Calamiteit
                        </cursief></vet>Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat
                    de hulpdiensten moeten worden ingeschakeld is de netbeheerder hiervoor
                    verantwoordelijk. Hiervoor kan het landelijke alarmnummer 112 worden gebruikt.
                    Tevens moet ook het gemeentelijke opzichter de heer A. Vink (tel. 06-3052 2417)
                    tijdens kantooruren of daarbuiten piketdienst gemeente Terneuzen (bereikbaar via
                    meldkamer politie, tel. 0900-8844) worden gewaarschuwd.</al><al/><al>1<vet>7.3 Door de gemeente ter beschikking te stellen bouwstoff</vet>en </al><al/><al>De door de gemeente ter beschikking te stellen bestratingsmaterialen, zoals
                    bedoeld in de 5% regeling kunnen worden afgehaald op het terrein van de
                    gemeentelijke opslagplaats aan de Koegorsstraat 4, 4538 PK Terneuzen. Dit na
                    voorafgaande afspraak met de heer A. Vink (telefoon 06-3052 2417).</al><al/><al><vet>7.4 Digitale meldingsprocedure graafwe</vet>rk </al><al/><al>Zowel de start als het einde van alle graafwerkzaamheden die uitgevoerd worden
                    in het openbare beheergebied van de gemeente moeten minimaal twee werkdagen
                    voorafgaand aan de start van het werk, en uiterlijk één werkdag na het einde van
                    de werkzaamheden middels een E-mail gemeld worden bij de gemeentelijk kabel- en
                    leidingcoördinator. Dit op e-mail: <extref doc="mailto:terneuzen@terneuzen.nl">terneuzen@terneuzen.nl</extref></al><al>Bij de E-mail moet als bijlage de PDF-scan van het betreffende volledig
                    ingevulde en ondertekende, standaardformulier worden gevoegd.</al><al>De formulieren zijn te downloaden van de gemeentelijke website.</al><al>Voorbeelden zijn in de bijlage weergegeven.</al><al/><al><vet>18 Addendum Gemeente Thol</vet>en </al><al/><al>Gemeente Tholen</al><al>Bezoekadres: Hof van Tholen 2, 4691 DZ Tholen Postadres: Postbus 51, 4690 AB
                    Tholen Telefoon: (0166) 66 82 00</al><al>Fax: (0166) 66 35 53 E-mail: <extref doc="mailto:gemeente@tholen.nl">gemeente@tholen.nl</extref></al><al/><al/><al><vet><cursief>18.1 Vergunningen en toestemmingen voor
                            (graaf)werkzaamheden</cursief></vet></al><al>Alle correspondentie en communicatie omtrent werkzaamheden dient te worden
                    gericht aan afdeling Openbare Werken t.a.v. coördinator kabels en leidingen.
                    Aanvullend op de bepalingen in dit handboek geldt dat alle werken moeten worden
                    uitgevoerd en onderhouden ten genoegen van en volgens de aanwijzingen van of
                    namens het hoofd van de afdeling Openbare Werken. </al><al/><al><vet>18.2 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend werk/Calamite</vet>it </al><al>Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat de hulpdiensten
                    moeten worden ingeschakeld, is de netbeheerder hiervoor verantwoordelijk.
                    Hiervoor kan het landelijke alarmnummer 112 worden gebruikt. Tevens moet ook het
                    gemeentelijke meldpunt, tijdens kantooruren (0166) 66 76 67 en daarbuiten de
                    piketdienst van het Gemeentebedrijf via 06-53 44 95 73, worden
                    gewaarschuwd.</al><al/><al><vet>18.3 Opnemen en herstel verhardi</vet>ng </al><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek, kiest de gemeente Tholen voor:
                        <onderstreept>optie A; Herstel, onderhoud en beheer door de gemeente.
                    </onderstreept></al><al>Dit betekent dat al het straatwerk door of namens de gemeente wordt uitgevoerd.
                    Alleen in uitzonderingsgevallen kan voor specifieke projecten of situaties
                    hiervan worden afgeweken. Dit alleen na vooroverleg en geaccordeerde afspraken
                    over aanpak, controle en projectprijs. Als onderhoudstermijn geldt een termijn
                    van 1 jaar na aanleg. </al><al/><al><vet>18.4 Door de gemeente ter beschikking te stellen bouwstoff</vet>en </al><al>Bestratingsmaterialen e.d. welke door de gemeente ter beschikking worden gesteld
                    (zoals bedoeld in de 5% regeling), kunnen worden afgehaald bij het
                    gemeentebedrijf aan Nijverheidsweg 34 (4695 RC) te Sint-Maartensdijk. Dit na
                    voorafgaande afspraak met de beheerder (telefoonnummer 0166- 66 82 400).</al><al/><al><vet>18.5 Digitale meldingsprocedure graafwe</vet>rk </al><al>Zowel de start als het einde van alle graafwerkzaamheden die uitgevoerd worden
                    in het openbare beheergebied van de gemeente, moeten minimaal twee werkdagen
                    voorafgaand aan de start van het werk, en uiterlijk één werkdag na het einde van
                    de werkzaamheden middels een e-mail gemeld worden bij de gemeentelijke kabel- en
                    leidingencoördinator. Dit op e-mail: <extref doc="mailto:kabelwerk@tholen.nl">kabelwerk@tholen.nl</extref>.</al><al>Bij de e-mail moet als bijlage de PDF-scan van het betreffende volledig
                    ingevulde en ondertekende standaardformulier worden gevoegd.</al><al>De formulieren zijn te downloaden van de gemeentelijke website of op te vragen
                    bij de gemeentelijke kabel- en leidingencoördinator.</al><al>Voorbeelden zijn in de bijlage weergegeven.</al><al/><al><vet>19 Addendum Gemeente Veere </vet></al><al/><al>Gemeente Veere</al><al>Bezoekadres: Traverse 1, 4357 ET Domburg Postadres: Postbus 1000, 4357 ZV
                    Domburg Telefoon: (0118) 555444 Fax: (0118) 555433 E-mail: <extref doc="mailto:gemeente@veere.nl">gemeente@veere.nl</extref></al><al/><al/><al><vet><cursief>19.1 Vergunningen en toestemmingen voor
                            (graaf)werkzaamheden</cursief></vet></al><al>De Gemeente Veere vraagt de vergunning aanvragen digitaal te verzenden naar het
                    e-mailadres: <extref doc="mailto:Postkamer@veere.nl">Postkamer@veere.nl</extref></al><al/><al><vet><cursief>19.2 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend
                        werk/Calamiteit</cursief></vet></al><al>De Gemeente Veere vraagt de spoedgevallen tijdens kantooruren telefonisch te
                    melden via het nummer: <vet>0118-555435</vet>. Buitenom de kantooruren melden
                    via het nummer van de piketdienst: 06-20010080.</al><al/><al><vet>19.3 Opnemen en herstel verhardi</vet>ng </al><al>Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Veere voor: </al><al><onderstreept>Optie A. Herstel + onderhoud + beheer door
                    gemeente</onderstreept></al><al/><al><vet>19.4 Door de gemeente ter beschikking te stellen bouwstoff</vet>en </al><al> N.v.t. De Gemeente Veere zorgt zelf voor herstel werkzaamheden. </al><al/><al><vet>19.5 Digitale meldingsprocedure graafwe</vet>rk </al><al>De Gemeente Veere vraagt de graafwerk meldingen digitaal te verzenden naar het
                    e-mailadres: <extref doc="mailto:graafmelding@veere.nl">graafmelding@veere.nl</extref></al><al/><al><vet>20 Addendum Gemeente Vlissing</vet>en </al><al/><al>Gemeente Vlissingen</al><al>Bezoekadres: Paul Krugerstraat 1, Vlissingen Postadres: Postbus 3000, 4380 GV
                    Vlissingen Telefoon: (0118) 487000 Fax: (0118) 410218 E-mail: <extref doc="mailto:gemeente@vlissingen.nl">gemeente@vlissingen.nl</extref></al><al/><al/><al><vet><cursief>20.1 Uitzonderingsprocedure Spoedeisend werk/Calamiteit
                        </cursief></vet>Er mogen geen spoedeisende werkzaamheden worden uitgevoed op
                    het Naereboutplein gelegen tussen de Boulevards Evertsen en Bankert.</al><al/><al><vet>20.2 Opnemen en herstel verhardi</vet>ng </al><al> Met betrekking tot artikel 3.9 uit dit handboek kiest de gemeente Vlissingen
                    voor: <onderstreept>optie A; Herstel, onderhoud en beheer door de
                        gemeente.</onderstreept></al><al>Dat betekent dat al het straatwerk door de gemeente wordt uitgevoerd.</al><al/><al><vet><cursief>20.3 Niet gesprongen conventionele
                    explosieven</cursief></vet></al><al>Niet gesprongen conventionele explosieven (CE) uit de 2<sup>e</sup> wereld
                    oorlog. Als gevolg van oorlogshandelingen in de 2<sup>e</sup> wereld oorlog kan
                    in een deel van de gemeente Vlissingen munitie zijn achtergebleven. Via de
                    website <extref doc="http://www.vlissingen.nl/explosieven">www.vlissingen.nl/explosieven </extref>kunt u controleren of uw
                    werkzaamheden binnen een gebied vallen waarvoor u bijzondere maatregelen moet
                    nemen. U dient de aanwijzingen op te volgen van de <vet>wegencoördinator</vet>
                    of diens plaatsvervanger van de afdeling Beheer Leefomgeving. Tevens dient u de
                    aanwijzingen op te volgen van de daarvoor aangewezen toezichthouders van de
                    afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving van de gemeente Vlissingen. Voor
                    vragen m.b.t. CE kunt u contact op nemen met de <vet>medewerker veiligheid</vet>
                    of diens plaats vervanger dhr. M. de wever van het cluster veiligheid en
                    handhaving op telefoonnummer 0118 48 72 12 of via email <extref doc="mailto:mwe@vlissingen.nl">mwe@vlissingen.nl</extref>.</al><al/><al><vet>20.4 Eisen en uitvoering groenvoorziening</vet>en </al><al>Indien het herstel van de beplanting en/of het gazon door vergunninghouder wordt
                    uitgevoerd, geldt hiervoor een onderhoudstermijn van 12 maanden<cursief> conform
                        de eisen van de gemeente m.b.t. het onderhoudsniveau</cursief>, na eerste
                    oplevering <cursief>inclusief vervanging van niet aangeslagen
                        plantmateriaal</cursief>. </al><al>Beplantingsmateriaal welke verloren is gegaan ten gevolge van werkzaamheden aan
                    kabels &amp; leidingen wordt door (of in opdracht van) de betreffende gemeente
                    in een gunstig jaargetijde vervangen <cursief>en 12 maanden onderhouden
                    </cursief>op kosten van de vergunninghouder.</al><al/><al>Gazon moet, nadat de juiste hoogteligging van de grond is bereikt <cursief>en de
                        benodigde grondbewerking is uitgevoerd</cursief>, worden ingezaaid.
                    Vergunninghouder zal met de gemeente overleggen welk zaadmengsel ter plaatse van
                    de grondroering moet worden toegepast. </al><al/><al/><al><vet><cursief>20.5 Voorwaarden voor graafwerkzaamheden in de omgeving van
                            bomen</cursief></vet></al><al>Onder de kroonprojectie mag nooit machinaal gegraven worden. Uitsluitend
                    handmatig mag in deze zone worden gegraven mits de gemeente hiervoor vooraf
                    toestemming heeft verleend. tot de haarwortelgrens is bereikt. In de
                    haarwortelzone mag geheel niet gegraven worden. De kroonprojectie moet worden
                    gepasseerd met een, vooraf door de gemeente goed te keuren methode (boomboring),
                    waarmee geen schade kan ontstaan aan wortels, kabels en leidingen. Wortels met
                    doorsnede van 5 cm of meer mogen nooit worden beschadigd of doorgesneden.
                    Wortels met een doorsnede van 3 tot 5 cm mogen alleen na goedkeuring van de
                    gemeente worden beschadigd of doorgesneden. Na verkregen goedkeuring moeten de
                    wortels recht worden doorgezaagd. Wortels met een doorsnede tot 5 cm mogen bij
                    voldoende afstand (zie onderstaande tabel), aan één zijde van de boom, haaks
                    worden doorgezaagd. Het is niet toegestaan wortels door te trekken. </al><al>Bij het graven dient men buiten de kroon projectie van de boom te blijven met
                    een minimale afstand van 1,00 m vanaf de stamvoet.</al><al>Vlissingen hanteert een kabel- en leidingvrije zone van minimaal 4.00 m breedte
                    voor bomen van de 1<sup>e</sup> grootte en van minimaal 200 cm voor bomen van de
                    2<sup>e</sup> en 3<sup>e</sup> grootte. Afhankelijk van de boomsoort is de
                    minimale afstand t.o.v. het hart van de boom dus altijd minstens 100 cm of bij
                    bomen van de 1<sup>e</sup> grootte minstens 200 cm.</al><al>Uitgenomen beplantingsmateriaal, dat na terugzetten niet meer aanslaat, zal na
                    overleg met vergunninghouder door de gemeente in een hiertoe gunstig jaargetijde
                    door nieuw materiaal voor rekening van vergunninghouder worden vervangen
                    inclusief de kosten voor 1 groeiseizoen nazorg.</al><al/><al>Bij het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van de te
                    handhaven bomen vanaf eind maart tot eind november moet vergunninghouder zorg
                    dragen voor het handhaven van het vochtgehalte van het wortelstelsel. Indien
                    noodzakelijk de bomen water geven met leidingwater.</al><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>BEREKENING STRAATWERKTARIEVEN per 1-1-2014</onderstreept></vet></al><al/><al>Gemiddeld uurloon per ploeg van 1 straatmaker ( € 43,50) en 1 opperman ( €
                    40,50) per medio 2013 bij een aantal bedrijven in Zeeland bedraagt € 84,00. Een
                    mensuur kost gemiddeld € 42,00. In deze kosten zijn o.a. opgenomen de kosten van
                    vervoer, trilmachine, afzetmateriaal, etc.</al><al/><al><onderstreept>Kosten uurloon</onderstreept> € 42,00 + A.K. en W&amp;R 12 %
                    maakt: € 47,04</al><al><onderstreept>Kosten zand per m3</onderstreept> € 15,50 ( aankoop € 11,20 +
                    laden € 4,30 )</al><al/><al><onderstreept>Kosten bouwstoffen per m2 </onderstreept> tegels € 13,00 en rest €
                    27,00 </al><al/><al><onderstreept>Normen straatwerk ( Conform Leidraad gemeenten en
                        nutsbedrijven):</onderstreept></al><al/><al>Bestrating 0 - 15 m2 0,51 m.u. / m2</al><al>Idem meer dan 15 m2 0,41 m.u. / m2 </al><al>Betontegels 0 - 15 m2 0,41 m.u. / m2</al><al>Idem meer dan 15 m2 0,31 m.u. / m2</al><al><onderstreept>Berekening uitvoeringskosten excl. BTW:</onderstreept></al><al/><al><vet>Bestrating 0-15 m2: ................................... Tegels 0-15
                        m2:</vet></al><al/><al>loonkosten 0,51 x € 47,04 = € 24,00 ....loonkosten 0,41 x € 47,04 = € 19,29</al><al>zand 0,05 x € 15,50 = ........€ 0,78 .....zand 0,05 x € 15,50 = ...........€
                    0,78 </al><al>bouwstoffen 5% x € 27,00 = € 1,35 .....bouwstoffen 5% x € 13,00 = ..€ 0,65 </al><al> ----------------------------------------------------- ----------------
                    ---------------</al><al>uitvoeringskosten per m2....€ 26,13....uitvoeringskosten per m2 .= ..20,72 </al><al/><al><vet>Bestrating meer dan 15 m2: ......... Tegels meer dan 15 m2:</vet></al><al/><al>loonkosten 0,41 x € 47,04 = € 19,29 loonkosten 0,31 x € 47,04 = € 14,58</al><al>zand 0,05 x € 15,50........ = € 0,78 ..zand 0,05 x € 15,50 = .........€ 0,78 </al><al>bouwstoffen 5% x € 27,00 = €1,35 ..bouwstoffen 5% x € 13,00 = € 0,65 </al><al/><al> ------------------ ---------------------------------------------------
                    ------------------</al><al>uitvoeringskosten per m2 .... € 21,42 uitvoeringskosten per m2 € 16,01 </al><al/><al><vet>gehanteerde percentages: </vet></al><al><vet><onderstreept>Voor bestrating</onderstreept> :
                            <onderstreept>......................................Voor
                            tegels</onderstreept></vet></al><al><onderstreept>...........................0-15
                        m2&gt;15m2....................0-15m2&gt;15 m2</onderstreept></al><al>Onderhoudskosten 12 % 12 % Onderhoudskosten 12 % 12 %</al><al>Degeneratiekosten 84 % 34 % Degeneratiekosten 16 % 4 %</al><al>Beheerskosten .... 12 %. 12 % Beheerkosten .......12 % 12 %</al><al> ------- ------- ------- -------</al><al>Totaal ............... 108 % 58% Totaal ....................40 % 28 %</al><al/><al><vet><onderstreept>TARIEVEN OM IN REKENING TE BRENGEN:</onderstreept> ( Variant
                        2 )D38,1 € 38,10)</vet></al><al/><al><vet><onderstreept>A.) Herstel + onderhoud + beheer door
                            gemeente:</onderstreept></vet></al><al>Bestrating 0 – 15 m2 ....................... Tegels 0 – 15 m2</al><al>€ 26,13 x 2,08 = € 54,35 per m2 ...... € 20,72 x 1,40 = € 29,00 per m2</al><al/><al>Bestrating &gt; 15 m2 ......................... Tegels &gt; 15 m2</al><al>€ 21,42 x 1,58 = € 33,84 per m2 ...... € 16,01 x 1,28 = € 20,50 per m2</al><al/><al><vet><onderstreept>B.) Herstel door nutsbedrijf; Onderhoud en beheer door
                            gemeente:</onderstreept></vet></al><al/><al>Bestrating 0 – 15 m2 ........................ Tegels 0 – 15 m2</al><al>€ 26,13 x 108/100 = € 28,22 per m2 . € 20,72 x 40/100 = € 8,29 per m2</al><al/><al>Bestrating &gt; 15 m2 .......................... Tegels &gt; 15 m2</al><al>€ 21,42 x 58/100 = € 12,42 per m2... € 16,01 x 28/100 = € 4,48 per m2</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>C.) Herstel + onderhoud door nutsbedrijf; alleen beheer door
                            gemeente:</onderstreept></vet></al><al/><al>Bestrating 0 – 15 m2 ........................ Tegels 0 – 15 m2</al><al>€ 26,13 x 96/100 = € 25,08 per m2 ... € 20,72 x 28/100 = € 5,80 per m2</al><al/><al>Bestrating &gt; 15 m2 .......................... Tegels &gt; 15 m2</al><al>€ 21,42 x 46/100 = € 9,85 per m2 .... € 16,01 x16/100 = € 2,56 per m2</al><al/><al><vet><onderstreept>Trottoir- en opsluitbanden:</onderstreept></vet></al><al>Loonkosten: 0,22 mu x € 47,04 .........= € 10,35</al><al>Kosten beheer ( 12 %) : 0,12 x 10,35 = <onderstreept>€ 1,24</onderstreept></al><al>Totaal: Herstel en beheer: ................... € 11,59</al><al/><al><vet>Tarieven jaarlijks te indexeren op basis van cijfers CBS: SBI
                        regelingslonen (45) Bouwnijverheid CAO-lonen per maand incl. bijzondere
                        beloningen. </vet></al><al>NB. Indexcijfer januari 2012: 133,0 Indexcijfer januari 2013 : 135,7</al><al/><al><vet>Voor de volgende situaties dient per aanvraag nadere afspraken over de
                        kosten te worden gemaakt in de vorm van een af te spreken
                        projectprijs:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Asfalt of penetratiewegdek voorstel € 75,00 /m2</al></li><li nr="2."><al>Plantsoen in de vorm van struiken e.d.</al></li><li nr="3."><al>Gazonstroken herstellen met inzaaien graszaad voorstel € 4,00 /m2</al></li></lijst><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>