<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR335361_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening gewijzigde Wet inburgering Weesp 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gewijzigde Wet inburgering Weesp 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet tot wijziging van de Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-08-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.35369/D.17607</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wet inburgering</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met terugwerkende kracht in werking.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening gewijzigde Wet inburgering Weesp 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Weesp;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 7 januari
                        2014;</al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde en zesde lid, 23, derde lid, 24e, 24f en
                        35 van de Wet inburgering, zoals deze luidde op 31 december 2012 en artikel
                        X van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering
                        (2012, 430);</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening is vastgesteld, evenals dat de raad bij verordening
                        het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die voor de
                        verschillende overtredingen kan worden opgelegd;</al><al>overwegende dat als gevolg van de wijziging van de Wet inburgering de taken
                        van de gemeente op het terrein van inburgering op termijn beëindigd zullen
                        worden;</al><al>overwegende dat gedurende een overgangsperiode gemeenten nog een aantal
                        taken op het terrein van inburgering zullen uitoefenen;</al><al>B E S L U I T:</al><al>1. de Verordening gewijzigde Wet inburgering Weesp 2014 vast te
                        stellen;</al><al>2. deze verordening acht dagen na publicatie in werking te laten treden, met
                        terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013;</al><al>3. Met ingang van de dag waarop deze verordening in werking treedt, de
                        Verordening gewijzigde Wet inburgering Weesp 2012 in te trekken.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 maart 2014,</al><al/><al>De griffier, de voorzitter,</al><al>Mw. M. Walrave B. Horseling</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Weesp;</al></li><li nr="b."><al>De wet: de Wet inburgering zoals deze luidde op 31 december
                                        2012;</al></li><li nr="c."><al>De wetswijziging: de wet van 13 september 2012 tot wijziging
                                        van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband
                                        met versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de
                                        inburgeringsplichtige (Stb.2012, 430);</al></li><li nr="d."><al>Inburgeringsplichtige: persoon, bedoeld in artikel X, tweede
                                        tot en met vijfde lid van de wetswijziging. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet, de wetwijziging en de daarop
                                berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in
                                deze verordening worden gebruikt</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen:</al><lijst><li nr="a."><al>telefonische afspraak;</al></li><li nr="b."><al>afspraak op locatie;</al></li><li nr="c."><al>digitale en schriftelijke informatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de twee jaar de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inbuirgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inburgeringsaanbod</titel></kop><al>Het college biedt een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                            aan deinburgeringsplichtige te weten: </al><lijst><li nr="a."><al>aan de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel
                                    28 van de Vreemdelingenwet 2000 en</al></li><li nr="b."><al>aan de geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g
                                    van de wet, die geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel c, van de wet, voor zover deze uiterlijk 31 december
                                    2012 inburgeringsplichtig is geworden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening of de
                                taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige bedoeld in
                                artikel 3 onder a af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a een
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt
                                het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a biedt het
                                college maatschappelijke begeleiding aan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan een inburgeringsvoorziening in natura of als
                                persoonsgebonden inburgeringsbudget aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening kan een duaal programma omvatten dat
                                bestaat uit een inburgeringstraject en een participatietraject.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet kan
                                – zoals de wet toestaat in termijnen worden terugbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening de termijnen van
                                betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de
                                algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 bij
                            beschikking een of meervan de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan (voortgang)gesprekken met de trajectbegeleider
                                    of de klantmanager op een daartoe aangewezen locatie en
                                    tijdstip;</al></li><li nr="c."><al>het voor de eerste keer deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    het staatsexamen op een tijdstip dat door het college wordt
                                    bepaald;</al></li><li nr="d."><al>het melden – dan wel in specifieke gevallen – het vragen van
                                    toestemming - indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan. In geval van ziekteverzuim geldt de verplichting
                                    van melding – inclusief overleggen van bewijsstukken – indien
                                    betrokkene genezen bevonden is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 in de
                                gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening die wordt
                                aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de
                                voorziening worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod
                                wordt gedaan, deelt binnen twee weken na het aanbod het college
                                schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod
                                aanvaardt, neemt het college binnen twee weken na ontvangst van deze
                                mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening
                                overeenkomstig het gedane aanbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in
                                aanmerking te komen voor een inburgeringsvoorziening in de vorm van
                                een persoonlijk inburgeringsbudget (PIB) op de volgende wijze:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdens het intakegesprek met de klantmanager wordt de
                                        mogelijkheid van een PIB besproken indien het ingekochte
                                        aanbod aan inburgeringsvoorzieningen niet passend blijkt te
                                        zijn;</al></li><li nr="b."><al>het college bevestigt schriftelijk dat de
                                        inburgeringsplichtige gebruik wil maken van een PIB;</al></li><li nr="c."><al>de inburgeringsplichtige heeft 4 weken de gelegenheid om een
                                        eigen voorziening samen te stellen in samenwerking met een
                                        aanbieder. Daarbij wordt de inburgeringsplichtige door de
                                        klantmanager begeleid bij het opstellen van het eigen
                                        trajectplan en de keuze van een taalaanbieder;</al></li><li nr="d."><al>de taalaanbieder brengt een offerte uit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college beoordeelt het voorstel van de inburgeringsplichtige op
                                volledigheid. Het voorstel moet tenminste de volgende onderdelen
                                bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>a. de inhoud van het traject;</al></li><li nr="b."><al>b. de kosten van het traject;</al></li><li nr="c."><al>c. de inhoud en frequentie van de rapportage;</al></li><li nr="d."><al>d. de betalingsvoorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het voorstel moet verder aan de volgende voorwaarden voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van de inburgeringsvoorziening bedragen niet meer
                                        dan € 5.500, -;</al></li><li nr="b."><al>de duur van de voorziening is ten hoogste 3 jaar;</al></li><li nr="c."><al>de taalaanbieder moet een erkend instituut zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                                volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit
                                programma naar het oordeel van het college passend is ter
                                voorbereiding op en toeleiding naar het inburgeringsexamen of
                                staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                                volgen van een</al><al>taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening naar
                                het oordeel van het college passend is om de inburgeringsplichtige
                                de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die
                                noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op
                                niveau 1 of 2.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit het college een
                                overeenkomst met de taalaanbieder</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschiking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een omschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de hoogte van de eigen bijdrage, de termijnen en wijze van
                                    betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="e."><al>de verplichting tot het deelnemen aan gesprekken met de
                                    trajectbegeleider en/of klantmanager;</al></li><li nr="f."><al>het tijdig melden indien door ziekte dan wel andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="g."><al>de gevolgen van niet-nakoming van de verplichtingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 100 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 200 indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening
                                of taalkennnisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de
                                wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 500 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                eerste lid, bedraagt maximaal € 150 indien de inburgeringsplichtige
                                zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                tweede lid, bedraagt maximaal € 300 indien de inburgeringsplichtige
                                zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 400 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 van de wet vastgestelde termijn zijn inburgeringsexamen
                                heeft behaald.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen
                                heeft behaald</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beloning</titel></kop><al>Het college kan besluiten de inburgeringsplichtige die na het volgen van
                            een door het college</al><al>vastgestelde voorziening het inburgeringsexamen, NT2 Staatsexamen
                            programma I of II dan wel diploma binnen een termijn van 3 jaar behaalt,
                            daarvoor te belonen. De beloning is ten hoogste gelijk aan de
                            vastgestelde eigen bijdrage. Uitgangspunt is dat de eigen bijdrage
                            conform de wet wel eerst wordt geïnd. Wanneer de eigen bijdrage nog niet
                            volledig is betaald, wordt de beloning verrekend met de nog
                            verschuldigde eigen bijdrage. De termijn van 3 jaar start nadat de
                            voorziening bij beschikking is vastgesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Het college kan bepalingen uit deze verordening buiten toepassing laten
                            of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan leidt tot een
                            onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en het van kracht blijven van de oude
                                verordening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt acht dagen na bekendmaking in werking en
                                werkt terug tot en met 1 januari 2013;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De Verordening Wet inburgering Weesp 2012, vastgesteld bij besluit
                                van 13 februari 2012, blijft van kracht voor besluiten genomen
                                krachtens die verordening</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gewijzigde Wet
                            inburgering Weesp 2014.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 maart 2014</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mw. M. Walrave, B. Horseling,</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>bij Verordening gewijzigde Wet inburgering Weesp 2014</titel></kop><al/><al/><al>ALGEMENE TOELICHTING</al><al>Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet inburgering (hierna: wet) gewijzigd. In
                    de wet zoals die gold tot en met 31 december 2012 was aan gemeenten een aantal
                    belangrijke taken toebedeeld. Door de gewijzigde wet zullen gemeenten gedurende
                    een overgangsperiode nog een aantal taken op het terrein van inburgering blijven
                    uitoefenen. Het betreft met name inburgeraars die al met een traject gestart
                    zijn in staat te stellen dit af te maken. Daarnaast blijven de gemeenten de
                    inburgeringsplicht handhaven van degenen die voor 1 januari 2013
                    inburgeringsplichtig waren.</al><al>De voor de gemeente belangrijkste wijzigingen zijn:</al><al>- De verantwoordelijkheid voor inburgering wordt bij de inburgeringsplichtige
                    gelegd.</al><al>Dit betekent dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige behoort om te bepalen hoe hij aan zijn inburgeringsplicht
                    voldoet en dat hij daarvoor zelf de kosten draagt. Daarmee vervalt de plicht van
                    gemeenten om voor inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen te
                    zorgen. De taken die de gemeente heeft ten aanzien van het oproepen van
                    (potentieel) inburgeringsplichtigen en het doen van een onderzoek (intake)
                    vervallen daarmee eveneens.</al><al>- De doelgroep wordt beperkt tot vreemdelingen die op of na de inwerkingtreding
                    van dit</al><al>wetsvoorstel rechtmatig verblijf verkrijgen voor verblijf in Nederland en
                    (direct of in een later stadium) een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
                    krijgen voor een niet tijdelijk doel (asiel of gezinsvorming/hereniging) of als
                    geestelijke bedienaar.</al><al>- De mogelijkheid voor gemeenten om vrijwillige inburgeraars (EU-onderdanen
                    en</al><al>genaturaliseerde Nederlanders) op grond van de Wet inburgering een
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden vervalt. Vrijwillige inburgeraars kunnen
                    net als iedere andere burger via het reguliere onderwijs de noodzakelijke
                    (taal)vaardigheid en kennis verwerven om volledig deel te kunnen nemen aan de
                    samenleving.</al><al>- Het vervallen van bovengenoemde bevoegdheden van gemeenten en het verschuiven
                    van</al><al>de resterende bevoegdheden van gemeenten naar de Minister van Sociale zaken en
                    werkgelegenheid (SZW).</al><al>Gedurende een overgangsperiode zullen de gemeenten nog een aantal taken op het
                    terrein van inburgering uitoefenen. Per 1 januari 2013 blijft de gemeente nog
                    verantwoordelijk voor de volgende groepen en bijhorende taken volgens het
                    overgangsrecht:</al><al>- de gemeente blijft de verplichte én vrijwillige inburgeraars die vóór 1
                    januari 2013 zijn</al><al>gestart met hun inburgeringstraject begeleiden/handhaven bij hun lopende </al><al>inburgeringsvoorzieningen;</al><al>- de gemeente blijft de plicht van de inburgeraars die vóór 1 januari 2013</al><al>inburgeringsplichtig zijn geworden, maar géén inburgeringsvoorziening hebben,
                    handhaven. Deze handhaving vindt plaats gedurende de geldende
                    inburgeringstermijn waarbinnen de inburgeraars aan hun inburgeringsplicht
                    (moeten) voldoen. Onder het handhaven wordt verstaan het in voorkomende gevallen
                    verlenen van verlengingen van de termijn, het waar nodig opleggen van boetes en
                    het afgeven van ontheffingen en vrijstellingen van de inburgeringsplicht;</al><al>- de gemeente moet en kan alleen nog een inburgeringsvoorziening aanbieden
                    aan</al><al>asielgerechtigden en geestelijk bedienaren die vóór 1 januari 2013 hun
                    verblijfsvergunning</al><al>voor bepaalde tijd hebben gekregen voor een niet-tijdelijk doel (asiel of</al><al>gezinsvorming/hereniging of als geestelijke bedienaar), en die zich pas na 1
                    januari 2013 in de gemeente hebben gevestigd. Daarbij blijft ongewijzigd dat
                    voor asielgerechtigde</al><al>inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening ook uit maatschappelijke
                    begeleiding</al><al>(artikel 19, zesde lid van de wet) bestaat</al><al>In verband met deze taken draagt de wetswijziging gemeenten op om bij
                    verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><al>1. Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                    inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze
                    wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen
                    (artikel 8 van de wet).</al><al>2. Regels inzake het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of
                    taalkennisvoorziening en over de rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23,
                    derde lid, van de wet).</al><al>3. Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                    verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 van de wet).</al><al>Ad1 Regels over de informatieverstrekking aan inburgeraars</al><al>Artikel 8 bepaalt dat de raad bij verordening regels vaststelt over de
                    informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat dan
                    om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de wet en informatie
                    over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                    voorzieningen.</al><al>Ad2 Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen</al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door
                    het aanbieden van een inburgeringsvoorziening.</al><al>Onder het overgangsrecht zijn gemeenten verplicht een inburgeringsvoorziening
                    aan te bieden aan asielgerechtigde inburgeringsplichtigen en een
                    inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren (artikel 19, tweede lid, van
                    de wet) die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden en nog geen
                    voorziening hebben aangeboden gekregen. </al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toeleidt naar het
                    inburgerings-examen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en
                    omvat het eenmaal gratis afleggen van dat examen. Voor asielgerechtigde
                    inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening ook uit
                    maatschappelijke begeleiding, artikel 19, zesde lid, van de wet.</al><al>De wet draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan deze groepen. In
                    de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten
                    worden gesteld:</al><al>- de procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod
                    aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a van de
                    wet);</al><al>- de criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                    inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a van de wet);</al><al>- de vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met
                    inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b van de wet);</al><al>- de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                    inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval
                    betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid van de wet).</al><al>Ad3 Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete</al><al>Artikel 35 van de wet draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al><al>Vanaf 1 januari 2013 kan de gemeente op grond van de gewijzigde Wet inburgering
                    alleen een aanbod doen aan asielgerechtigden en geestelijk bedienaren, die
                    uiterlijk 31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden maar zich pas na
                    deze datum in Weesp vestigen. Door deze wetswijziging dient de Verordening
                    gewijzigde wet inburgering Weesp 2013 te worden vastgesteld.</al><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><al/><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                    Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al><al/><al>Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</al><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de wet. De wet laat
                    gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de informatievoorziening aan de
                    inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel bepaalt artikel 8 van de wet dat
                    de raad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de
                    gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit
                    hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                    inburgeringsvoorzieningen. Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van
                    deze verplichting. Overeenkomstig de rolverdeling tussen raad en college, stelt
                    de raad in dit artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening
                    aan de inburgeringsplichtigen. Het college is belast met de organisatie van de
                    informatieverstrekking en legt daarover (periodiek) verantwoording af aan de
                    raad. In het tweede lid geeft de raad het college opdracht om (in ieder geval)
                    een aantal middelen te gebruiken om de informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen vorm te geven.</al><al>Het derde lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren over het
                    beleid en onder andere de doeltreffendheid en doelmatigheid van de
                    informatieverstrekking.</al><al/><al>Artikel 3 Inburgeringsaanbod</al><al>Vanaf 1 januari 2013 is het college alleen verplicht een inburgeringsvoorziening
                    of een taalkennisvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een
                    inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren die voor 1 januari 2013
                    inburgeringsplichtig zijn geworden.</al><al/><al>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</al><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening , met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van
                    de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 19, vijfde lid,
                    onderdeel b, van de wet). In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen
                    het college de opdracht heeft voor de</al><al>asielgerechtigde inburgeringsplichtige, een op de persoon toegesneden
                    inburgeringsvoorziening samen te stellen.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven welke doelstellingen door het college in acht
                    moeten worden genomen bij de samenstelling van de inburgeringsvoorziening.</al><al>In het tweede lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                    inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid van
                    een inburgeringsvoorziening, kunnen de volgende factoren een rol spelen:</al><al>- de kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                    Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit;</al><al>- de maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat vervullen
                    in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan het verrichten van
                    betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen;</al><al>- de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                    bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de inburgeringsplichtige
                    moet vervullen.</al><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                    wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                    mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren
                    aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                    inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel dat een
                    aanbod voor een inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde niet wordt
                    gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.</al><al>De wet bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd moet worden met een
                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening) als een
                    inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeraar die
                    bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere sociale
                    zekerheidswet of sociale zekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid te
                    verkrijgen of te aanvaarden. Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden
                    van de gecombineerde inburgeringsvoorziening.</al><al>In de wet is geregeld dat een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet
                    bestaan uit een cursus die toeleidt naar het inburgeringexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos
                    afleggen van dat examen (artikel 19, derde lid van de wet).</al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel
                    van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan opnemen. In de wet
                    is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een
                    cursus die toeleidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlandse
                    als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende
                    examen (artikel 19, derde lid van de wet).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen maakt ook maatschappelijke
                    begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening (artikel
                    19, zesde lid van de wet).</al><al>Het vierde lid regelt de mogelijkheid om een gemeentelijke
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden in de vorm van een persoonlijk
                    inburgeringsbudget (PIB). Op verzoek kan voor de inburgeraar de
                    inburgeringsvoorziening worden vastgesteld in de vorm van een persoonlijk
                    inburgeringsbudget.</al><al>Het duale programma (lid 5):</al><al>Het inburgeringstraject leidt op tot het inburgeringsexamen of het staatsexamen
                    Nederlandse taal I of II of een diploma waarmee de inburgeringsplichtige
                    aantoonbaar aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Het participatietraject
                    voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste voor een deel
                    gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in
                    de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd.
                    De activiteiten van het participatietraject zijn er op gericht de actieve
                    deelname van de inburgeringsplichtige aan de samenleving te stimuleren.</al><al/><al>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage</al><al/><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                    inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, van de wet). De
                    hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit
                    bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23,
                    tweede lid, van de wet). Van het heffen van een eigen bijdrage kan niet worden
                    afgezien.</al><al/><al>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</al><al/><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, van de wet dat
                    bepaalt dat de raad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van
                    de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld na
                    acceptatie van een aanbod van deze voorziening. Dit artikel delegeert de
                    bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel worden
                    genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een inburgeringsvoorziening
                    op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de verstrekking van de
                    inburgeringsvoorziening deze verplichtingen vast.</al><al/><al>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</al><al/><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat
                    zo’n aanbod de start is van een procedure die - als het goed is - leidt tot een
                    besluit tot het verstrekken van een inburgeringsvoorziening. In het eerste lid
                    van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van een
                    inburgeringsvoorziening aan de inburgeraar op schriftelijke wijze doet en dat
                    het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat
                    ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Op deze wijze kan er
                    geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de inburgeraar een
                    aanbod heeft gedaan.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke
                    beschikking (tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                    worden opgevat als instemming met de beschikking tot de verstrekking van de
                    inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze
                    beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (vierde
                    lid).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeraar het aanbod
                    aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente meedeelt
                    (derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke mededeling geschiedt
                    in de vorm van het laten ondertekenen door de inburgeraar van een verklaring die
                    door de gemeente is opgesteld. Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeraar
                    aan de gemeente meldt dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij
                    gelet op zijn situatie bepaalde wijzigingen</al><al>aangebracht zou willen zien in het aanbod van de gemeente. Als de gemeente
                    hierop positief reageert, zal ze het gedane aanbod moeten aanpassen .Een
                    inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                    inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                    voorbereiden op het</al><al>inburgeringsexamen.</al><al/><al>Artikel 8 De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget</al><al/><al>Op grond van artikel 19, tweede lid, en 24a, tweede lid, van de Wet inburgering
                    kan het college een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aanbieden
                    in de vorm van een PIB als de inburgeringsplichtige daarom verzoekt. Op grond
                    van het vijfde lid van artikel 19 en het vijfde lid van artikel 24a van de Wet
                    inburgering moet de gemeenteraad bij verordening regels vaststellen over de
                    procedure die door het college wordt gevolgd bij het behandelen van verzoeken om
                    een PIB, alsmede welke criteria worden gehanteerd bij het toekennen van een
                    PIB.</al><al>Het belangrijkste criterium voor het toekennen van een PIB is dat reguliere
                    inburgeringsprogramma’s die door de gemeente zijn ingekocht, niet passend zijn.
                    Verder gelden de volgende uitgangspunten:</al><al>- de inburgeringsplichtige dient zelf aan te geven dat hij gebruik wil maken van
                    een PIB;</al><al>- de inburgeringsplichtige zal in beginsel zelf op zoek moeten naar een
                    taalaanbieder dat een inburgeringsprogramma kan aanbieden dat past bij zijn
                    wensen en ambities. Het college heeft wel als taak de inburgeringsplichtige bij
                    de vormgeving van hun inburgeringstraject en de keuze van een taalaanbieder te
                    begeleiden (artikel 4.27, eerste lid, Besluit inburgering);</al><al>- het traject moet leiden tot een succesvol afgelegd inburgeringsexamen of een
                    van de</al><al>inburgeringsplicht vrijstellend examen;</al><al>- de taalaanbieder moet een erkend instituut zijn.</al><al>Op grond van artikel 4.27, tweede lid, Besluit inburgering moet het college het
                    voorstel van de inburgeringsplichtige tot het volgen van een
                    inburgeringsprogramma of taalkennisvoorziening goedkeuren. Dit voorstel zal in
                    de praktijk worden opgesteld door de taalaanbieder. Het tweede lid van artikel 8
                    van de verordening geeft aan welke onderdelen er minimaal in het voorstel moeten
                    zijn opgenomen:</al><al>- ad a. een trajectplan met bijbehorende tijdspanne en intensiteit van het
                    programma;</al><al>- ad b. de totale kosten. Deze kosten mogen de norm in het derde lid niet
                    overschrijden en moeten marktconform zijn;</al><al>- ad c. de inhoud en frequentie van de rapportage van de taalaanbieder aan de
                    gemeente;</al><al>- ad d. de betalingsvoorschriften.</al><al>Het voorstel moet verder voldoen aan de volgende voorwaarden (lid 3 van artikel
                    8):</al><al>- ad a. de kosten bedragen maximaal EUR 5.500,- . Dit bedrag komt overeen met
                    het maximum bedrag in het bestek ten bate van de inkoop van
                    inburgeringsprogramma’s;</al><al>- ad b. de voorziening duurt maximaal 3½ jaar. Dit is de maximale wettelijke
                    periode waarbinnen het inburgeringsexamen gehaald moet zijn;</al><al>- ad c. De voorziening moet worden verzorgd door een erkende taalaanbieder of
                    door een onderwijsinstelling die onder andere Nederlands taalgericht onderwijs
                    aanbiedt.</al><al>Het college keurt het voorstel goed, als het college oordeelt dat het voorstel
                    de inburgeringsplichtige goed voorbereidt en toe leidt naar het
                    inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II. In
                    het geval van een taalkennisvoorziening keurt het college het voorstel goed, als
                    het college oordeelt dat het voorstel de inburgeringsplichtige in staat stelt de
                    Nederlandse taal te verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van
                    een mbo-opleiding op niveau 1 of 2.</al><al>Artikel 4.27, derde lid, Besluit inburgering bepaalt dat de gemeenteraad bij
                    verordening bepaalt wie met de taalaanbieder een overeenkomst sluit. De gemeente
                    Weesp kiest ervoor om deze overeenkomst door het college te laten sluiten. Dit
                    wordt in artikel 8, lid 6 van deze verordening geregeld. Er worden dan ook geen
                    financiële middelen verstrekt aan de inburgeringsplichtige om de taalaanbieder
                    te betalen voor het inburgeringsprogramma.</al><al/><al>Artikel 9 De inhoud van de beschikking</al><al>Het besluit tot het verstrekken van een inburgeringsvoorziening is een
                    beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                    tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                    welke onderwerpen de beschikking in ieder geval moet bevatten.</al><al>In de beschikking moeten de verstrekte inburgeringsvoorziening en de daaraan
                    verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig worden
                    vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                    medewerking te verlenen aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening
                    (artikel 23, eerste lid, van de wet). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als
                    de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan
                    de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn
                    gemaakt.</al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen c.q. het
                    Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet hebben behaald, ligt vast
                    in de wet (artikel 7, eerste lid, van de wet). In de beschikking hoeft van deze
                    termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c).</al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                    termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                    plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering).
                    Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al><al/><al>Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                    overtredingen</al><al>Artikel 35 van de wet draagt de raad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 van de wet zijn voor de verschillende
                    overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De
                    gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan ook
                    lagere bedragen vaststellen. De boetebedragen die in de verordening worden
                    opgenomen zijn maximumbedragen en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij
                    elke overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de
                    overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten.
                    Bovendien moet het college daarbij ook rekening houden met de omstandigheden
                    waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid, van de wet).Deze
                    bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke
                    boete moet nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden
                    van de betrokken inburgeringsplichtige.</al><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde re-integratie- en
                    inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld
                    het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken)
                    zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor
                    het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid,
                    Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van
                    een andere socialezekerheidswet of – regeling.</al><al>Artikel 37 van de wet bevat een regeling voor deze samenloop. In dit artikel
                    wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete kan
                    opleggen.</al><al>Om te voorkomen dat het opleggen van boetes onder 2 verschillende regimes
                    (Maatregelenverordening of verordening Wet inburgering) ongelijke behandeling
                    tot gevolg heeft, heeft de gemeente Weesp de verordening Wet inburgering
                    afgestemd op de Maatregelenverordening. De maatregelenverordening gaat immers
                    uit van een percentage van de van toepassing zijnde bijstandsnormen, de
                    verordening Wet inburgering gaat uit van bedragen. Om te voorkomen dat een
                    bestuurlijke boete onder het Wi regime hoger uitvalt dan een verlaging onder het
                    WWB regime, wordt door het college als volgt gehandeld:</al><al>1. Het college bepaalt in welke categorie van verlagingswaardige gedragingen de
                    boetewaardige gedragingen Wi vallen.</al><al>2. Het college stelt vervolgens het verschil in de hoogte van de sanctie op
                    dezelfde gedragingen vast.</al><al>3. Indien het bedrag van de bestuurlijke boete hoger is dan de van toepassing
                    zijnde verlaging van de uitkering indien art 37 Wi zou zijn toegepast, dan wordt
                    de boete tot dit lagere bedrag beperkt.</al><al>4. De maximale boete voor het niet tijdig halen van het inburgeringsexamen wordt
                    alleen opgelegd vanaf 130% van het minimum inkomen. In alle andere gevallen
                    wordt deze boete beperkt tot het bedrag dat binnen de WWB als afstemmingsbedrag
                    zou zijn gehanteerd.</al><al/><al>Artikel 11 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                    overtreding</al><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 10 mogelijk
                    is. Het eerste en tweede lid kunnen alleen in de verordening worden opgenomen
                    als in artikel 10, eerste en tweede lid, lagere maximum boetebedragen zijn
                    opgenomen dan de maximumbedragen in de wet. De verhoogde boetebedragen ingeval
                    van herhaling van de overtreding mogen uiteraard niet hoger zijn dan de
                    maximumbedragen die in artikel 34 van de wet worden genoemd. Om te kunnen
                    spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de overtredingen zich</al><al>wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen In dit artikel wordt de termijn van
                    12 maanden gehanteerd.</al><al/><al>Artikel 12 Beloning</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 13 Hardheidsclausule</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 14 Inwerkingtreding nieuwe en het van kracht blijven van de oude
                    verordening</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 15 Citeertitel</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>