<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR335144_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraak- en participatieverordening gemeente Urk 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Gemeente Urk 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>-</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014.1091</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>inspraak</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraak- en participatieverordening gemeente Urk 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>inspraak<vet>:</vet>het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden
                                bij de voorbereiding van het beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedurede wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of het wijzigen van het beleid;</al></li><li nr="d."><al>participatie het op interactieve wijze betrekken van belanghebbenden
                                en belangstellenden bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid in
                                de vorm van raadplegen, adviseren, coproduceren of
                                meebeslissen:</al></li><li nr="e."><al>raadplegen het gelegenheid geven aan belanghebbenden en/ of
                                belangstellenden om ideeën, wensen en meningen naar voren te brengen
                                of voorkeuren aan te geven die bij de beleidsvoorbereiding worden
                                betrokken:</al></li><li nr="f."><al>adviseren· het vragen aan belanghebbenden om binnen vooraf gestelde
                                kaders een gezamenlijk antwoord te geven op een door een
                                bestuursorgaan geformuleerde vraag:</al></li><li nr="g."><al>coproduceren het door de gemeente en belanghebbenden in gezamenlijk
                                overleg ontwikkelen van een plan met inachtneming van vooraf
                                meegegeven kaders:</al></li><li nr="h."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Urk::</al></li><li nr="i."><al>raad: de raad van de gemeente Urk:</al></li><li nr="j."><al>belanghebbende degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                                betrokken:</al></li><li nr="k"><al>belangstellende eenieder die aan een participatieproces wil
                                meewerken:</al></li><li nr="l."><al>deskundige een persoon die op uitnodiging van een bestuursorgaan
                                deelneemt aan een door dat bestuursorgaan geïnitieerd
                                participatieproces vanwege zijn specifieke kennis van het onderwerp
                                waarop dat participatieproces betrekking heeft:</al></li><li nr="m."><al>deelnemers belanghebbenden, belangstellenden en deskundigen die
                                deelnemen of hebben deelgenomen aan een bepaald
                                productieproces.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak/ participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                            inspraak of participatie wordt verleend bij het voorbereiden van het
                            beleid.</al><lijst><li nr="I."><al><vet><onderstreept>Inspraak</onderstreept></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderwerpen voor inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet of een verordening daartoe
                            verplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak kan worden verleend ten aanzien van beleidsvoornemens waarbij
                            dat niet wettelijk verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op basis van deze verordening wordt in ieder geval geen inspraak
                            verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van eerder
                                    vastgesteld beleid;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid
                                    heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen zo spoedeisend is
                                    dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van de inspraak niet opweegt tegen het belang
                                    van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare
                                    groepen in de samenleving;</al></li><li nr="g."><al>over een beleidsvoornemen dat hoofdzakelijk betrekking heeft op
                                    interne of organisatorische aangelegenheden van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="h."><al>over een besluit dat rechtstreeks voortvloeit uit een
                                    beleidsvoornemen waarover inspraak heeft plaats gevonden;</al></li><li nr="i."><al>indien bij wettelijk voorschrift of bij besluit van een
                                    bestuursorgaan is bepaald dat de uniforme openbare
                                    voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht op de voorbereiding van het besluit
                                    of beleids-voornemen van toepassing is;</al></li><li nr="j."><al>inzake verlengingsbesluiten als bedoeld in artikel 3.1, derde
                                    lid van de Wet ruimtelijke ordening:</al></li><li nr="k."><al>inzake voorbereidingsbesluiten als bedoeld in artikel 3.7 Wet
                                    ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="l."><al>inzake beheersverordeningen als bedoeld in artikel 3.38 Wet
                                    ruimtelijke ordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op basis van deze verordening kan ervan worden afgezien om inspraak te
                            verlenen indien het beleidsvoornemen is voorbereid met toepassing van
                            een procedure voor interactief beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inspraak- / participatiegerechtigden</titel></kop><al>.</al><lijst><li nr="1."><al>Inspraak wordt verleend aan belanghebbenden en ingezetenen van de
                                gemeente Urk.</al></li><li nr="2."><al>Bij participatie kunnen in ieder geval belanghebbenden en
                                ingezetenen van de gemeente Urk worden betrokken. Het bestuursorgaan
                                kan bepalen dat ook aan anderen dan belanghebbenden en ingezetenen
                                van de gemeente Urk de gelegenheid wordt geboden voor
                                participatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht
                            van toepassing, met dien verstande dat anders dan genoemd in artikel
                            3.16, lid 1 de termijn waarbinnen een zienswijze kan worden ingediend
                            geen 6 maar 4 weken bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verslaglegging inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op. Deze verplichting geldt <onderstreept>niet </onderstreept>indien
                            niet of niet tijdig zienswijzen kenbaar zijn gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; b. een weergave
                                    van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of
                                    schriftelijk naar voren zijn gebracht; c. een reactie op de
                                    zienswijzen waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven of al
                                    dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt
                                    overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.</al><al/><lijst><li nr="II."><al><vet><onderstreept>Participatie</onderstreept></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bevoegdheid om participatieproces te starten</titel></kop><al>Het betrokken bestuursorgaan besluit binnen zijn eigen bevoegdheden of een
                        participatieproces wordt aangegaan. Over participatie ter voorbereiding van
                        een raadsvoorstel van het college van burgemeester en wethouders besluit of
                        het college of de burgemeester. In een beleidsregel zal de participatie
                        nader worden uitgewerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening is
                        besloten inspraak te verlenen dan gelden voor die inspraakprocedure de
                        bepalingen van de Inspraakverordening gemeente Urk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Inspraakverordening gemeente Urk, vastgesteld bij besluit van de
                                raad van 8 maart 2004 wordt ingetrokken;</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking daags na bekendmaking
                                hiervan;</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Inspraak- /
                                participatieverordening gemeente Urk 2014.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Urk,
                        gehouden op 12 juni 2014. </ondertekening><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nota-toelichting</titel></kop><al><vet>Toelichting Inspraak-/ participatieverordening Urk 2014</vet></al><al/><al><onderstreept>Verplichting vaststelling inspraakverordening</onderstreept></al><al/><al>Op grond van artikel 150 van de Gemeentewet is de gemeente verplicht om een
                    inspraakverordening vast te stellen. Aan deze verplichting is voldaan met de
                    vaststelling van de thans nog geldende inspraakverordening van 8 maart
                    2004.</al><al>Deze verordening is tengevolge van gewijzigde wetgeving inmiddels achterhaald.
                    Door de VNG is in 2012 een nieuwe Modelverordening opgesteld waarin de
                    betreffende wetswijzigingen sinds 2004 zijn verwerkt. Deze aanpassingen
                    betreffen onder andere het klachtrecht dat in hoofdstuk 9 van de Awb is
                    opgenomen, de consequenties van de Wet dualisering gemeentebestuur en ook de
                    verschillende inspraakverplichtingen zoals die zijn opgenomen in de
                    verschillende bijzondere wetten. </al><al>De Inspraakverordening Urk 2014 is gebaseerd op de Modelinspraakverordening van
                    de VNG.</al><al/><al><onderstreept>Alternatieven voor inspraak</onderstreept></al><al>Naast de mogelijkheid van inspraak kan de burger zich ook op ander wijze richten
                    tot de overheid, zoals door middel van het gebruik van het spreekrecht bij
                    commissie- en raadsvergaderingen. Ook kan een burger zich te allen tijde
                    schriftelijk, bijvoorbeeld per brief of email, richten tot een of meer dan wel
                    alle raadsleden dan wel tot het college van b&amp;w.</al><al/><al>Veelal wordt de mogelijkheid tot inspraak geboden over concrete
                    beleidsvoornemens. Hierbij mogen burgers weliswaar hun mening kenbaar maken,
                    echter is het aan het bestuursorgaan om te besluiten of zij het besluit hierop
                    al dan niet aanpast. Bezwaar en beroep tegen de gemeentelijke reactie is niet
                    mogelijk en eerst aan de orde bij de definitieve besluitvorming.</al><al/><al>Bij burgerparticipatie daarentegen ligt het initiatief ten aanzien van de
                    beleidsvorming of de wijziging van bestaand beleid bij de burgers. Burgers
                    kunnen hierbij daadwerkelijk invloed uitoefenen op de uitkomst van dit
                    proces.</al><al/><al>De gemeente is in beide gevallen, te weten zowel bij de inspraak alsook bij de
                    participatie initiatiefnemer. Dit is anders ingeval het burgerparticipatie
                    betreft waarbij de burgers initiatiefnemers zijn. </al><al/><al><onderstreept>Uniforme openbare voorbereidingsprocedure </onderstreept></al><al/><al>Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing op de
                    inspraak bij gemeenten en provincies.</al><al>Lid 2 van artikel 150 Gemeentewet bepaalt echter dat afwijkingen van afdeling
                    3.4 Awb zijn toegestaan. Dit biedt de mogelijkheid om, in gevallen waarin het
                    wel wenselijk is om een ontwerp ter inzage te leggen, de inspraak op een andere
                    wijze te laten plaats vinden dan door het indienen van mondelinge zienswijzen
                    dan wel om af te wijken van de gestelde termijn, zoals deze is opgenomen in
                    afdeling 3.4 van de Awb.</al><al/><al><onderstreept>Inspraakprocedure Urk 2014</onderstreept></al><al/><al>De voorliggende inspraakprocedure betreft een aangepaste regeling van de
                    procedureregeling van afdeling 3.4 van de Awb. Een aantal als overbodig geachte
                    bepalingen is niet overgenomen. Hiermee resteert een korte en heldere, aan de
                    tijd aangepaste, inspraak- / participatieverordening. Deze regeling maakt het
                    mogelijk dat recht wordt gedaan aan de behoefte van de degenen die wensen in te
                    spreken/ te participeren en voor het bestuur om daaraan gevolg te geven. Dit
                    alles in verhouding tot de aard, schaal en reikwijdte van het beleidsvoornemen
                    waarop de inspraak plaats vindt.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</onderstreept></al><al/><al> Inspraak/ participatie </al><al> Belanghebbenden kunnen op verschillende wijzen worden betrokken bij de
                    totstandkoming </al><al> van beleid. Te denken valt hierbij aan het verstrekken van informatie door
                    middel van </al><al> communicatie, inspraak, interactieve beleidsvorming enz.</al><al/><al>a. Inspraak</al><al>Hiervoor is aangesloten bij artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is
                    onderdeel van de voorbereiding van het gemeentelijk beleid en heeft een
                    tweeledig doel, te weten: </al><lijst><li nr="1."><al>belanghebbenden de mogelijkheid te bieden om hun mening te geven over
                            een beleidsvoornemen;</al></li><li nr="2."><al>de gemeente de gelegenheid te bieden de mening van de insprekers te
                            betrekken bij de afweging van de belangen bij hun beleidsvoorbereiding.
                        </al></li><li nr="3."><al>Participatie</al></li></lijst><al>Eerder dan het geval is bij inspraak wordt de deelnemer (participant) betrokken
                    bij de voorgenomen beleidsontwikkeling. </al><lijst><li nr="1."><al>Inspraakprocedure</al></li></lijst><al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt
                    ingevolge artikel 150 Gemeentewet bij de raad. In de modelverordening is
                    afdeling 3.4 Awb van toepassing verklaard. Artikel 4, tweede lid van de
                    modelverordening geeft het bestuursorgaan de ruimte om een andere procedure te
                    volgen. Het is immers het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de
                    uitvoering, de nadere regeling en de organisatie van de inspraak.</al><lijst><li nr="1."><al>Beleidsvoornemen</al></li></lijst><al>Een beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan
                    (gemeenteraad/ burgemeester en wethouders/ burgemeester) tot het vaststellen of
                    het wijzigen van het beleid.</al><lijst><li nr="1."><al>Kaders</al></li></lijst><al>Hierin is aangegeven binnen welke ruimte de inspraak of de participatie begrensd
                    is. Dit om te voorkomen dat de inspraak of participatie zich richt op
                    onderwerpen waarover het bestuursorgaan geen beslissingsbevoegdheid heeft of
                    eerder reeds is besloten. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 2 Verlening inspraak/ participatie bevoegdheid
                        bestuursorgaan </onderstreept></al><al/><al>Hierin is bepaald is dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of inspraak of participatie wordt verleend bij de
                    voorbereiding van gemeentelijk beleid. Elk bestuursorgaan kan zijn eigen
                    beleidsvoornemen, op elk terrein, mits gemotiveerd, aan inspraak of participatie
                    onderwerpen. </al><al>In sommige gevallen kan het doelmatiger zijn dat inspraak plaats vindt door
                    middel van spreekrecht bij bijvoorbeeld commissie- of raadsvergaderingen. Om die
                    reden blijft, door de formulering van het eerste lid, de mogelijkheid bestaan
                    dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak/ participatie
                    wordt gehanteerd.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 3 Onderwerpen van inspraak</onderstreept></al><al/><al>Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen betreft een besluit in de zin
                    van de Awb, waartegen bezwaar kan worden gemaakt. </al><al>In het eerste lid is bepaald dat altijd inspraak wordt verleend ingeval de wet
                    daartoe verplicht. In de navolgende gevallen is het bieden van inspraak
                    verplicht:</al><al>- de voorbereiding van een verordening in het belang van de archeologische
                    monumentenzorg (Monumentenwet 1988, i.c. artikel 38, derde lid); </al><al>- de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing (Wet
                    stedelijke vernieuwing i.c. artikel 7, derde lid);</al><al>- de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (Wet milieubeheer,
                    i.c. artikel 4.17, derde lid);</al><al>- de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                    afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 Wet milieubeheer (Wet
                    milieubeheer i.c. artikel 10.26, tweede lid);</al><al> - de realisatie en vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de
                    Wet voorzieningen gehandicapten (artikel1), Wet werk en bijstand (artikel 47),
                    Wet inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                    zelfstandigen (artikel 42) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers (artikel 42).</al><al/><al>In het derde lid zijn de gevallen aangegeven waarin geen inspraak wordt
                    verleend.</al><al/><al>Het betreft:</al><al/><al> a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van eerder vastgesteld
                    beleid.</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> Het is niet zinvol inspraak te verlenen indien het gemeentelijk beleid niet of
                    slechts in beperkte mate wordt herzien.</al><al/><al> b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten, dan
                    wel indien en voor zover bij of krachtens wettelijk voorschrift andere vormen
                    van inspraak zijn voorgeschreven.</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> In dit geval biedt de wet geen ruimte voor inspraak dan wel wordt een andere
                    vorm van inspraak wettelijk voorgeschreven.</al><al/><al> c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het
                    bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> Aangezien het bestuursorgaan in deze gevallen geen beleidsvrijheid heeft is het
                    niet zinvol inspraak te bieden.</al><al/><al> d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en
                    belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> Het gaat hier om de financiële kernbevoegdheden van de gemeenteraad die zich
                    niet lenen voor inspraak.</al><al/><al> e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen zo spoedeisend is dat inspraak
                    niet kan worden afgewacht;</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> Het gaat hier om een afweging tussen enerzijds de urgentie van de
                    besluitvorming en anderzijds de belangen van betrokkenen, waarbij de urgentie
                    het primaat heeft.</al><al/><al> f. indien het belang van de inspraak niet opweegt tegen het belang van de
                    verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de
                    samenleving;</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> Het betreft hier een belangenafweging tussen kwetsbare groepen in de
                    samenleving enerzijds en de belangen van derde belanghebbenden anderzijds. In
                    bepaalde gevallen kan dit er in resulteren dat het belang van de kwetsbare groep
                    prevaleert.</al><al/><al> g. over een beleidsvoornemen dat hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of
                    organisatorische aangelegenheden van de gemeente; </al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> Gezien het feit dat het om interne/ organisatorische beleidsvoornemens gaat is
                    inspraak hierbij niet doelmatig.</al><al/><al> h. over een besluit dat rechtstreeks voortvloeit uit een beleidsvoornemen
                    waarover inspraak heeft plaats gevonden;</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> Inspraak op inspraak is niet doelmatig</al><al/><al> i. indien bij wettelijk voorschrift of bij besluit van een bestuursorgaan is
                    bepaald dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling
                    3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op de voorbereiding van het besluit of
                    beleids-voornemen van toepassing is;</al><al><cursief>Motivering </cursief></al><al> Zie hiervoor onder “Uniforme openbare voorbereiding”; dit is o.a. het geval bij
                    de voorbereiding van bestemmingsplannen. Inspraak t.a.v. bestemmingsplannen is
                    niet wettelijk verplicht. Bij meer ingrijpende plannen zal niettemin toch kunnen
                    worden besloten hierop inspraak te verlenen.</al><al/><al> j. inzake verlengingsbesluiten als bedoeld in artikel 3.1, derde lid van de Wet
                    ruimtelijke ordening:</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> Een verlengingsbesluit heeft betrekking op het verlengen van een
                    bestemmingsplan na ommekomst van de wettelijke termijn van 10 jaar. </al><al/><al> k. inzake voorbereidingsbesluiten als bedoeld in artikel 3.7 Wet ruimtelijke
                    ordening;</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al>Methet verlenen van inspraak ten aanzien van een
                    voorbereidingsbesluit zou de preventieve werking hiervan (het voorkomen van
                    ongewenste ontwikkelingen) vervallen.</al><al/><al> l. inzake beheersverordeningen als bedoeld in artikel 3.38 Wet ruimtelijke
                    ordening.</al><al><cursief>Motivering</cursief></al><al> Het betreft hier continuering van bestaand beleid waarover eerder reeds
                    inspraak is gevoerd. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 4 Inspraak en participatiegerechtigden</onderstreept></al><al/><al>In artikel 150 Gemeentewet is omschreven wie onder inspraakgerechtigden vallen.
                    Het begrip belanghebbende is in artikel 1: 2, lid 1Awb gedefinieerd als: degene
                    wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.</al><al>De kring van personen die bij participatie kan worden betrokken is ruimer. Dit
                    is onder meer afhankelijk van het gekozen participatieniveau. De
                    verantwoordelijkheid voor de keuze van de bij de participatie of inspraak te
                    betrekken personen ligt bij het betrokken bestuursorgaan te weten, de
                    gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. Dit
                    alles afhankelijk van de bevoegdheid met betrekking tot het betrokken onderwerp.
                    In concrete gevallen vraagt dit om een bewuste afweging, rekening houdend met
                    onder andere de aard, schaal en reikwijdte van het onderwerp.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5: Inspraakprocedure </onderstreept></al><al/><al>In het eerste lid van artikel 5 is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van
                    toepassing verklaard op de inspraak. In de artikelen 3:11 tot en met 3.17 Awb is
                    de inspraakprocedure weergegeven. Na bekendmaking en terinzagelegging van het
                    beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende een termijn van 4, in plaats
                    van de gebruikelijke 6 weken, schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar
                    voren brengen. Ook kan op basis van lid 2 van dit artikel de inspraakprocedure
                    worden aangepast bijvoorbeeld in verband met een vakantieperiode.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6: Verslaglegging inspraak</onderstreept></al><al/><al>Hierin dient aangegeven te worden hoe de procedure is verlopen. Wanneer is het
                    beleidsvoornemen gepubliceerd en waarin. Ook dient aangegeven te worden wanneer
                    het beleidsvoornemen ter inzage is gelegd. </al><al>In het verslag dient een overzicht opgenomen te worden van alle mondeling en
                    schriftelijk naar voren gebrachte zienswijzen. Van de ingebrachte zienswijzen
                    kan een korte weergave worden opgenomen in het verslag. De schriftelijk
                    ingediende zienswijzen kunnen worden toegevoegd aan het verslag. In het verslag
                    dient melding gemaakt te worden van de gemotiveerde besluitvorming ten aanzien
                    van de ingediende zienswijzen.</al><al/><al>In het derde lid is aangegeven dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. Het ligt voor de hand om aan degenen die een
                    inspraakreactie naar voren hebben gebracht een exemplaar van het eindverslag te
                    zenden. Ingeval het aantal insprekers erg groot is dan kan, zo nodig, worden
                    volstaan met een algemene bekendmaking. </al><al>Het is belangrijk bij de start van het proces reeds aan te geven hoe er
                    gecommuniceerd zal worden. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 7 Bevoegdheid start participatieproces
                    </onderstreept></al><al/><al>Hierin is bepaald dat het betrokken bestuursorgaan, te weten de raad,
                    burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester binnen zijn eigen
                    bevoegdheden beslist of deze een participatieproces wil starten. </al><al>Al naar gelang het bestuursorgaan kiest voor de mate van beïnvloeding van het
                    beleidsvoornemen kan worden gekozen voor verschillende vormen van participatie. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 8 Overgangsrecht</onderstreept></al><al/><al>Voor inspraakprocedures die reeds voor de inwerkingtreding van deze Inspraak-
                    participatieprocedure zijn gestart geldt dat de bepalingen van de
                    Inspraakverordening gemeente Urk van 2004 van toepassing blijven. </al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>