<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33476_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening gemeente Groningen 2002 (SoZaWe, hoofdstuk 3)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Groningen (Gr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2002, 59</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening gemeente Groningen 2002 (SoZaWe, hoofdstuk 3)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Rv 168</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemene Subsidieverordening 2002 (SoZaWe)</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Hoofdstuk 1 Algemeen deel</al><al>Hoofdstuk 2 Subsidies Onderwijs Cultuur Sport Welzijn</al><al>Hoofdstuk 4 Subsidies Milieudienst</al><al>Hoofdstuk 5 Subsidies Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken</al><al>Hoofdstuk 6 Subsidies Hulpverleningsdienst</al><al>Hoofdstuk 7 Subsidies diversen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-54915</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-54916</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE GRONINGEN 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Subsidies Sociale Zaken en Werk</vet></al><al/><al/><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;</al><al>(bijlage raadsverslag nr.168);</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november
                        2002;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>HEEFT BESLOTEN:</al><al/><al>de Algemene Subsidie Verordening gemeente Groningen 2002 (hoofdstuk 3,
                        Subsidies Sociale Zaken en Werk) vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Subsidies ten behoeve van werkgelegenheidsprojecten en de bevordering
                            van de maatschappelijke participatie van mensen in een
                            achterstandssituatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Te subsidiëren activiteit</titel></kop><al>Het college kan subsidie verlenen ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a."><al>activiteiten die gericht zijn op de deelname aan het
                                    arbeidsproces dan wel op het verbeteren van de positie op de
                                    arbeidsmarkt van werklozen,</al></li><li nr="b."><al>activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van werkloosheid
                                    onder jongeren,</al></li><li nr="c."><al>overige activiteiten die gericht zijn op de bevordering van de
                                    maatschappelijke participatie van mensen die langdurig zijn
                                    aangewezen op een inkomen rond het niveau van het
                                    bestaansminimum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 1 bedraagt maximaal
                            100 % van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de activiteiten
                                als bedoeld in artikel 1 van dit hoofdstuk het bedrag beschikbaar
                                zoals dat in de begroting voor het betreffende kalenderjaar is
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaal bedrag van de aanvragen
                                het bedrag als bedoeld in lid 1 van dit artikel overschrijdt, wordt
                                dit bedrag op de onderstaande wijze verdeeld:</al><lijst><li nr="a."><al>als eerste wordt toegekend de aanvraag van een
                                        subsidie-ontvanger voor activiteiten die op grond van
                                        objectieve maatstaven, waaronder met betrekking tot
                                        werkgelegenheidsprojecten in ieder geval wordt begrepen de
                                        mate waarin een activiteit leidt tot uitstroom of doorstroom
                                        naar werk en/of scholing, een grotere bijdrage leveren aan
                                        de doelstelling als bedoeld in artikel 1 van dit
                                        hoofdstuk,</al></li><li nr="b."><al>voorzover de toepassing van het hiervoor onder a. bepaalde
                                        zou leiden tot een overschrijding van het onder 1 bedoelde bedrag, wordt het
                                        beschikbare bedrag naar evenredigheid over de onder a.
                                        bedoelde aanvragers verdeeld,</al></li><li nr="c."><al>voorzover na de toepassing van het bepaalde onder a. en b.,
                                        nog een deel van het bedrag als bedoeld in lid 1 resteert,
                                        worden ten laste van dit bedrag de aanvragen toegekend op
                                        basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvraag bij de
                                        gemeente.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidie-aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot subsidieverlening voor activiteiten waarvoor ook
                                een beroep is of zal worden gedaan op fondsen van de Europese Unie,
                                is tijdig ingediend indien deze aanvraag voor 15 novem-ber in het
                                kalenderjaar voorafgaande aan het kalender- en/of boekjaar waarin de
                                activiteiten worden uitgevoerd, is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen anders dan onder het eerste lid genoemde kunnen gedurende
                                het gehele lopende kalenderjaar worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beslissing op een aanvraag</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 12 hoofdstuk 1 van deze verordening beslist het
                            college op een aanvraag als bedoeld in artikel 4 lid 1 van dit hoofdstuk
                            binnen acht weken na de dag waarop het besluit door of vanwege de
                            Europese autoriteit is bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>In aanvulling op paragraaf 3.3 van hoofdstuk 1 van deze verordening kan
                            het college in verband met een doelmatige verdeling van het beschikbare
                            budget aan subsidie-ontvangers met gelijksoortige activiteiten de
                            verplichting opleggen dat zij functioneel samenwerken en hun
                            activiteiten op elkaar afstemmen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 14 van hoofdstuk 1 van deze verordening kan het
                            college een subsidie-aanvraag weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidie-ontvanger zich blijkens zijn statuten niet dan wel
                                    in onvoldoende mate inzet voor de bestrijding van de
                                    werkloosheid en/of de bevordering van de maatschappelijke
                                    participatie van mensen die langdurig zijn aangewezen op een
                                    inkomen rond het niveau van het bestaansminimum;</al></li><li nr="b."><al>de activiteiten leiden tot doorkruising van andere
                                    werkgelegenheidsbevorderende activiteiten;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten leiden tot oneerlijke concurrentie jegens
                                    derden;</al></li><li nr="d."><al>de activiteiten niet arbeidsmarktrelevant zijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 18 december
                        2002.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De loco-secretaris, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>D.H. Vrieling. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J. Wallage.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Toelichtingen</label></kop><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Groningen (Gr)/i2568.pdf">Toelichting bij hoofdstuk 3</extref></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Groningen (Gr)/i3783.pdf">Artikelsgewijze toelichting</extref></al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>