<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR334637_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-32089.html">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING</vet></al><al/><al><vet>Domein</vet> : Maatschappij</al><al><vet>Afdeling</vet> : Samenleving</al><al><vet>Case</vet> : GC14-00982</al><al>De raad van de gemeente Oisterwijk;</al><al>gelezen het voorstel van het college van Oisterwijk dd. </al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet </al><al>besluit vast te stellen de</al><al><vet>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE OISTERWIJK
                        2014</vet><vet>.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr.
                                    800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6
                                    augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de
                                    artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke
                                    markt verenigbaar worden verklaard („de algemene
                                    groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3), dan wel later
                                    daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de
                                    Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006
                                    betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het
                                    Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr.
                                    1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20
                                    december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en
                                    88 van het Verdrag op de-minimissteun in de
                                    landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr.
                                    875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24
                                    juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88
                                    van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot
                                    wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6), dan
                                    wel later daarvoor in de plaats tredende Europese
                                    regelgeving;</al></li><li nr="c."><al>Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling,
                                    besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van
                                    staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese
                                    Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van
                                    het Verdrag heeft vastgesteld;</al></li><li nr="d."><al>onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze
                                    van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></li><li nr="e."><al>Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese
                                    Unie;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van
                                    subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van
                                    subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende
                                    regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23,
                                    derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>De volgende typen van subsidies worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>Activiteitensubsidie: een subsidie ten behoeve van
                                            activiteiten</al></li><li nr="b."><al>Huisvestingssubsidie: een subsidie ten behoeve van
                                            aankoop, verbouw, uitbreiding en/of instandhouding van
                                            accommodaties en/of materiële aanschaffingen ten behoeve
                                            van die accommodaties die voor de uitvoering van
                                            activiteiten noodzakelijk zijn</al></li><li nr="c."><al>Ledenafhankelijke subsidie: een subsidie ten behoeve van
                                            activiteiten gebaseerd op het aantal leden van de
                                            subsidieontvanger </al></li><li nr="d."><al>Overige subsidie</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag
                                    nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze
                                    verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te
                            noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen
                            komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens
                            bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de
                            subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees
                                    steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders
                                    bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze
                                    aanvullen.</al></li><li nr="2."><al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan
                                    worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de
                                    subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.</al></li><li nr="3."><al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is,
                                    verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke
                                    bepalingen van het steunkader.</al></li><li nr="4."><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is,
                                    komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en
                                    kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het
                                    toepasselijke steunkader.</al></li><li nr="5."><al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is,
                                    komen onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die
                                    voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>BIJZONDERE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond en
                                                begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen.
                                    In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van
                                    verdeling van de betrokken subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond
                                    verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                            betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd of</al></li><li nr="b."><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond
                                            betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de
                                            begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of
                                            goedgekeurd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden
                                    verlaagd overeenkomstig het bepaalde in het 2<sup>e</sup> lid,
                                    wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.</al></li><li nr="4."><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is
                                    vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde
                                    dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden
                                    gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij
                                    burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een
                                    aanvraagformulier.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de
                                            subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten
                                            worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan
                                            bijdragen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van
                                            deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van
                                            bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten
                                            behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van
                                            de stand van zaken daarvan; </al></li><li nr="d."><al>als de aanvrager een onderneming is:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in
                                    welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of
                                    zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de
                                    subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="2."><al>een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening
                                    (de-minimisverklaring);</al><al>e.als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een
                                    rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve
                                    op het moment van de aanvraag.</al></li><li nr="3."><al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt,
                                    voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede
                                    van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                    voorgaande jaar toe aan de aanvraag.</al></li><li nr="4."><al>Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden
                                    afgeweken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt
                                    verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan
                                    het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt
                                    wordt uiterlijk 12 weken voorafgaand aan dat boekjaar
                                    ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Andere aanvragen om subsidie worden ingediend 12 weken voordat
                                    de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten
                                    waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></li><li nr="4."><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden
                                    gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een
                                    subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31
                                    december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een
                                    subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen
                                    12 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden
                                    gesteld.</al></li><li nr="4."><al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108,
                                    derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese
                                    Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie
                                    een eindbeslissing heeft genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en
                                                  terugvorderingsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders
                                    de subsidie in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108,
                                            derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de
                                            subsidie onverenigbaar is met de interne markt.</al></li><li nr="b."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                            terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere
                                            beschikking van de Europese Commissie waarin de steun
                                            onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke
                                            markt is verklaard.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de
                                    subsidie verder in ieder geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in
                                            overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar
                                            ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de
                                            gemeente of haar ingezetenen of als ze niet passen
                                            binnen het gemeentelijk subsidiebeleid;</al></li><li nr="b."><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is
                                            voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze
                                            wordt gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel
                                            3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door
                                            het openbaar bestuur;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld
                                            om voor subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="e."><al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een
                                            wettelijk voorschrift;</al></li><li nr="f."><al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de
                                            Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde
                                            lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie
                                            verenigbaar is met de interne markt;</al></li><li nr="g."><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde
                                            gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval
                                    intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in
                                    artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door
                                    het openbaar bestuur.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug
                                    als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit
                                    van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke
                                    uitspraak.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>VERANTWOORDING EN VERPLICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de
                            verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidie-ontvanger de
                            besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Algemene verplichtingen van
                                                  subsidie-ontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als aannemelijk is dat één of meer van de activiteiten waarvoor
                                    de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden
                                    verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de
                                    subsidie-ontvanger dat onverwijld aan burgemeester en
                                    wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Een subsidie-ontvanger informeert burgemeester en wethouders
                                    onverwijld schriftelijk over: </al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de
                                            beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                            verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde
                                            rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en
                                            organisatorische verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de
                                            subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel
                                            zullen kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm
                                            van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de
                                            bestuurder of bestuurders en het doel van de
                                            rechtspersoon.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere
                                                  verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen
                                    worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van
                                    hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.</al></li><li nr="2."><al>Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die
                                    meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden
                                    opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en
                                    verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de
                                    daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt
                                    niet vaker dan één keer per jaar verlangd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met €
                                                  5.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidies tot en met € 5.000 kunnen door burgemeester en
                                    wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing
                                    wordt gegeven aan het 2<sup>e</sup> lid – binnen 12 weken nadat
                                    de activiteiten volgens de subsidieverlening uiterlijk moeten
                                    zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het
                                    1<sup>ste</sup> lid kan de aanvrager worden verplicht om op de
                                    daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten
                                    waarvoor de subsidie wordt verstrekt, daadwerkelijk zijn
                                    verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidieverlening
                                    verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling
                                    plaats binnen 12 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn
                                    verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000
                                    wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de
                                    verleende subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en
                                                  € 50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch ten hoogste € 50.000
                                    dient de subsidie-ontvanger uiterlijk 12 weken nadat de
                                    gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot
                                    vaststelling in.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in
                                    hoeverre de gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk zijn
                                    verricht.</al></li><li nr="3."><al>Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier
                                    wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten daadwerkelijk zijn
                                    verricht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan €
                                                  50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidie-ontvanger
                                    een aanvraag tot vaststelling in: </al></li><li nr="a."><al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt,
                                    uiterlijk vóór 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken
                                    kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt,
                                    uiterlijk 12 weken na afloop van het betrokken boekjaar;</al></li><li nr="c."><al>in andere gevallen uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde
                                    activiteiten zijn verricht.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                                            gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk zijn
                                            verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de
                                            hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel
                                            verslag of jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                            toelichting daarop; en</al></li><li nr="d."><al>een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk
                                            accountant.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld
                                    of andere gegevens worden verlangd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 12
                                    weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling,
                                    tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 12 weken worden
                                    verdaagd.</al></li><li nr="3."><al>Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidie-ontvangers
                                    worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld
                                    zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden
                                    ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het
                                    tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste
                                    lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kunnen
                                    burgemeester en wethouders de subsidie-ontvanger schriftelijk
                                    een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze
                                    nieuwe termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve
                                    vaststelling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme
                                                  kostenbegrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt
                                    gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager
                                    berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of
                                    bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al></li><li nr="2."><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van
                                    uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij
                                    de subsidieverlening voorgeschreven definities. </al></li><li nr="3."><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is,
                                    komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die
                                    voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met
                                    uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen
                                    buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de
                                    toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of
                                    -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in
                                    verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen
                                    doelen.</al></li><li nr="2."><al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2014.</al></li><li nr="2."><al>Op 1 juli 2014 wordt ingetrokken de Algemene subsidieverordening
                                    gemeente Oisterwijk 2009</al></li><li nr="3."><al>Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 juli 2014
                                    zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente
                                    Oisterwijk 2009 van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene
                                    subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2014. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 mei 2014.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>De griffier, </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>TOELICHTING</vet></al><al><vet>Domein</vet> : Maatschappij</al><al><vet>Afdeling</vet> : Samenleving</al><al><vet>Case</vet>: GC14-00982</al><al><vet>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE OISTERWIJK
                                2014</vet><vet>.</vet></al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al><cursief>Eerste lid </cursief></al><al>Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te
                            besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene
                            subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2014 (hierna: ASV) van
                            toepassing is. </al><al><cursief>Derde</cursief><cursief> lid</cursief></al><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde
                            lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld
                            incidentele subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit
                            lid geeft het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te
                            verklaren als daartoe aanleiding bestaat. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier
                            en verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te
                            bepalen. Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot
                            de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van
                            de subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de
                            subsidieregeling te gebeuren. </al><al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die
                            betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van
                            termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de
                            wijze van verdelen van het subsidieplafond. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie
                            op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het
                            nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld
                            wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd.</al><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese
                            Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken
                            van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt
                            vermeld.</al><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen
                            uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten
                            voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en
                            voorwaarden van het betreffende steunkader (lid 4). Net goed als dat bij
                            subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is,
                            ondernemingen alleen in aanmerking komen voor subsidies die voldoen aan
                            de voorwaarden van de de-minimisverordening (lid 5). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Het college stelt de subsidieplafonds vast (lid 1); bij de bekendmaking
                            daarvan wordt tevens de door hen bepaalde wijze van verdelen vermeld
                            (eerste lid in combinatie met artikel 4:26, tweede lid, van de Awb) en
                            wordt er, indien van toepassing, gewezen om de mogelijkheid het
                            subsidieplafond te verlagen (tweede en derde lid). De raad stelt
                            uiteraard nog steeds de financiële kaders vast (in de begroting). Het is
                            binnen die kaders dat het college vervolgens de subsidieplafonds kan
                            vaststellen. </al><al>Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen
                            om te besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht
                            – in lijn met de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de Awb –
                            (in bepaalde gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde
                            bevoegdheid een begrotingsvoorbehoud te maken (vierde lid). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk
                            dient te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op
                            papier geschreven’. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits
                            het college het door hem vastgestelde formulier ook in digitale vorm
                            beschikbaar heeft gesteld. In het tweede en derde lid is bepaald welke
                            stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te worden.</al><al>Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie
                            wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en
                            108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna
                            VWEU). Daarom zijn een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek
                            voor ondernemingen gelden. Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te
                            voorkomen wordt een overzicht gevraagd van subsidies, vergoedingen of
                            tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die al
                            zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie
                            wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d, onder 1). Het gaat naast
                            subsidie bijvoorbeeld om garanties, leningen, korting op de grondprijs,
                            etc. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te kunnen
                            verlenen moet de onderneming een de-minimisverordening gevraagd worden
                            (tweede lid, onderdeel d, onder 2). Op basis van een ingeleverde
                            de-minimisverklaring dient het college te controleren of verlenen van de
                            subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening.</al><al>Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken
                            (vierde lid).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                            onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar of per
                            boekjaar worden verstrekt, en andersoortige subsidies. Bij
                            subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de
                            aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde
                            lid (vierde lid).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te
                            beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte
                            beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid
                            gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar of boekjaar, en andere. Bij
                            subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de
                            beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid (derde
                            lid).</al><al>De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese
                            Commissie aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie
                            een eindebeslissing heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat
                            subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen
                            107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie
                            en vervolgens teruggevorderd dient te worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings- en intrekkingsgronden</titel></kop><al>In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van
                            artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte
                            gronden aangevuld.</al><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun
                            te verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is,
                            kan goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een
                            formele melding. Als de Europese Commissie de steun echter niet
                            goedkeurt, dan moet het college overgaan tot weigering (vandaar de
                            verplichte weigeringsgrond onder a). In aanvulling daarop wordt met
                            onderdeel b bepaald dat ondernemingen waartegen een terugvorderingsactie
                            loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al><al>In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden
                            opgenomen. Het college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe
                            niet verplicht.</al><al>Onderdelen a, d en e spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de
                            mogelijkheid de subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende
                            eigen middelen beschikt.</al><al>Onderdeel c betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets
                            van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar
                            bestuur (hierna: Wet Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond
                            is niet van belang of de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd
                            op zichzelf beoordeeld subsidiabel zijn. Het gaat hierbij louter om de
                            integriteit van de persoon dan wel rechtspersoon van de aanvrager aan
                            wie het college op grond van de Wet Bibob geen subsidie wenst te
                            verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in dergelijke
                            gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies intrekken
                            (derde lid).</al><al>Onder f is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een
                            aanvraag kan weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan
                            nadat deze overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de
                            meldingsprocedure) is goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat
                            hier om subsidieverstrekking die in beginsel niet ongeoorloofd is
                            vanwege strijdigheid met de toepasselijke cumulatieregels of
                            overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun. In deze
                            gevallen kan het college óf weigeren de subsidie te verstrekken óf de
                            subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring
                            te verkrijgen. Een subsidie die is of kan worden goedgekeurd kan
                            uiteraard ook op een andere grond worden geweigerd.</al><al>Onderdeel g ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een
                            subsidieregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld
                            weigeringsgronden die specifiek met de te subsidiëren activiteiten
                            samenhangen. </al><al>Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie
                            niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
                            betreffende de Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende
                            subsidie ingetrokken en teruggevorderd worden (inclusief rente). Het
                            vierde lid geeft het college de bevoegdheid om hier uitvoering aan te
                            geven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</titel></kop><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht
                            (tweede lid) die voor alle subsidie-ontvangers geldt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college
                            om aan de subsidie bepaalde ’bijzondere‘ verplichtingen te verbinden, in
                            aanvulling op wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie
                            artikel 4:37 van de Awb). </al><al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog
                            andere verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening
                            daarvoor een grondslag biedt. Die grondslag is in artikel 12 gegeven met
                            betrekking tot verplichtingen in het kader van het beheer en gebruik van
                            datgene wat met de subsidie tot stand is gebracht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</titel></kop><al>Kenmerkend voor subsidies tot en met € 5.000 is dat deze op basis van
                            vertrouwen worden verleend; er wordt niet meer standaard om
                            verantwoording gevraagd. In plaats daarvan geldt een actieve
                            meldingsplicht voor de subsidie-ontvanger bij niet nakoming van de
                            voorwaarden (zie artikel 11, lid 1). Achteraf kan een
                            risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de
                            subsidie-ontvanger.</al><al>Verder wordt het voorschot in één termijn (lump sum) verstrekt en hoeft
                            de subsidie-ontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling
                            (verantwoording) in te dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de
                            subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden bespaard.</al><al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste
                            lid), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde
                            activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen
                            een nader bepaalde termijn ambtshalve vastgesteld door de
                            subsidieverstrekker. In het tweede lid is een afwijkende termijn
                            opgenomen voor situaties waarin speciale rapportageverplichtingen worden
                            opgelegd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000</titel></kop><al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidie-ontvangers subsidie
                            tussen € 5.000 en € 50.000 aan het college dienen te verantwoorden; er
                            dient een aanvraag tot vaststelling ingediend te worden (eerste lid),
                            deze bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                            gesubsidieerde activiteiten zijn verricht (tweede lid). Ingevolge
                            artikel 10 wordt de wijze van verantwoording al bij het besluit tot
                            verlening van de subsidie aan de subsidie-ontvanger bekend gemaakt.</al><al>Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de
                            subsidieverlening al zijn aangegeven op welke manieren het aantonen kan
                            plaatsvinden. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten worden
                            gebruikt, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een
                            managementverklaring, een deskundigenverklaring of andere bewijsstukken
                            (bijvoorbeeld een publicatie), enz. Het verslag kan ook bestaan uit een
                            algemeen jaarverslag van een rechtspersoon. Het gaat er om dat duidelijk
                            is dat de verkregen subsidie daadwerkelijk is aangewend voor het doel
                            waarvoor de subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college,
                            overeenkomstig het derde lid, in een subsidieregeling aangeven andere
                            bewijsmiddelen te verlangen dan een inhoudelijk verslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel></kop><al>Bij subsidies vanaf € 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele
                            afrekening van subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten. De
                            vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde
                            activiteiten en gerealiseerde kosten. Het derde lid biedt de basis om in
                            een subsidieregeling te bepalen dat er ook andere, waaronder minder,
                            gegevens gevraagd worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><al>Het eerste lid bevat – overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb – de
                            termijn waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel
                            van de aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden
                            afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De
                            verdaging van de beslistermijn – voor de duur van ten hoogste de in het
                            tweede lid nader bepaalde termijn – biedt dan uitkomst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><al>Dit artikel schrijft voor dat als het college bij de bepaling van de
                            subsidiabele kosten gebruik maakt van uurtarieven, de berekeningswijze
                            hiervan en de voorgeschreven definities in een subsidieregeling of bij
                            de subsidieverlening vastgelegd dienen te worden. Bij subsidies waarop
                            een Europees steunkader van toepassing is, is het college hierin beperkt
                            tot tarieven en kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het
                            toepasselijke steunkader.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de ASV
                            deze clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in
                            de verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de
                            subsidie te passen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>