<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33447_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Peperbus 23/12/1996</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003420&amp;artikel=141">Artikel 141 Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002399&amp;artikel=76">artikel76 Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1996-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-03-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb1-1996.016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wat komt er bij de huisvesting van onderwijs kijken? Welke regels gelden er?</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11723</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11724</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11725</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11726</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11727</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11728</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11729</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11730</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11731</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11732</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11733</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11734</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11735</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Verordening voorziening huisvesting onderwijs</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;</al></li>
              <li nr="b."><al>wet: Wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op
                                het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, alsmede
                                de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de decentralisatie
                                van de huisvestingsvoorzieningen (Stb 402, 1996);</al></li>
              <li nr="c."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het
                                voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs
                                bekostigde openbare of bijzondere school, die geheel of gedeeltelijk
                                gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van
                                de gemeente;</al></li>
              <li nr="d."><al>school: school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs,
                                school voor voortgezet speciaal onderwijs, school dan wel instelling
                                voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, school of
                                scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs,
                                voor algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend
                                beroepsonderwijs;</al></li>
              <li nr="e."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister ingevolge
                                arti kel 63b van de wet op het basisonderwijs en artikel 75 van de
                                Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is
                                gebracht;</al></li>
              <li nr="f."><al>voorziening: één van de voorzieningen in de huisvesting als bedoeld
                                in artikel 2 van deze verordening;</al></li>
              <li nr="g."><al>programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                                verordening;</al></li>
              <li nr="h."><al>overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de
                                vaststelling van het programma ingewilligde aanvragen als bedoeld in
                                artikel 13 van deze verordening;</al></li>
              <li nr="i."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor vergoeding van
                                een voorziening of voor vergoeding van de kosten van
                                bouwvoorbereiding van een voorziening als bedoeld in artikel 25 van
                                deze verordening heeft ingediend;</al></li>
              <li nr="j."><al>aanvraag: verzoek om vergoeding van een voorziening of om vergoeding
                                van de kosten van bouwvoorbereiding;</al></li>
              <li nr="k."><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in
                                bijlage II van deze verordening, 15 jaren of langer noodzakelijk
                                is;</al></li>
              <li nr="l."><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in
                                bijlage II van deze verordening, niet langer dan 15 jaren
                                noodzakelijk is;</al></li>
              <li nr="m."><al>permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp en
                                de aard van de constructie en materialen tenminste 60 jaren als
                                volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;</al></li>
              <li nr="n."><al>noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp
                                en de aard van de constructie en materialen tenminste 15 jaren als
                                volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;</al></li>
              <li nr="o."><al>gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs in
                                lichamelijke oefening;</al></li>
              <li nr="p."><al>advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de
                                vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van
                                richting en inrichting, als bedoeld in artikel 69, negende lid van
                                de Wet op het basisonderwijs, artikel 77 negende lid van de
                                Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal
                                onderwijs, en artikel 76f, negende lid van de Wet op het voortgezet
                                onderwijs;</al></li>
              <li nr="q."><al>verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele,
                                maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li>
              <li nr="r."><al>gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in artikel 84, eerste lid Wet
                                op het basisonderwijs, artikel 88d, eerste lid Interimwet op het
                                speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, en artikel
                                76u, tweede lid Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li>
              <li nr="s."><al>beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde
                                staten in een geschil als bedoeld in artikel 84, tweede lid Wet op
                                het basisonderwijs, artikel 88d, tweede lid Interimwet op het
                                speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, en artikel
                                76u, tweede lid Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li>
              <li nr="t."><al>eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in artikel
                                84, vierde lid Wet op het basisonderwijs, artikel 88d, vierde lid
                                Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal
                                onderwijs, en artikel 76u, vierde lid Wet op het voortgezet
                                onderwijs.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                        onderscheiden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen
                                bestaande uit:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                        rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel
                                        nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een
                                        gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet op
                                        dezelfde locatie;</al></li>
                  <li nr="2."><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                        gehuisvest;</al></li>
                  <li nr="3."><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                        gebouw ten behoeve van de huisvesting van een school;</al></li>
                  <li nr="4."><al>verplaatsing van één of meer bestaande noodlokalen ten
                                        behoeve van de huisvesting van een school;</al></li>
                  <li nr="5."><al>terrein voor zover benodigd voor de realisering van een
                                        onder a sub 1° tot en met 4° omschreven voorziening;</al></li>
                  <li nr="6."><al>inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en
                                        hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder voor
                                        bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking zijn
                                        gebracht;</al></li>
                  <li nr="7."><al>inrichting met meubilair voorzover deze nog niet eerder voor
                                        bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking is
                                        gebracht;</al></li>
                  <li nr="8."><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw
                                        dat al bij een andere school in gebruik is, waaronder
                                        begrepen een ruimte die geschikt is voor onderwijs in
                                        lichamelijke oefening en een bad voor watergewenning of
                                        bewegingstherapie; </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>aanpassingen aan gebouwen bestaande uit één of meer activiteiten
                                zoals onderscheiden in bijlage <vet>I</vet>;</al></li>
              <li nr="c."><al>onderhoud aan gebouwen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
                                onderwijs bestaande uit één of meer activiteiten zoals onderscheiden
                                in bijlage <vet>I</vet>;</al></li>
              <li nr="d."><al>herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een gebouw
                                veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, alsmede uit kosten
                                gemoeid met het voorkomen van nog niet manifest geworden materiële
                                schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li>
              <li nr="e."><al>herstel en vervanging van schade aan een gebouw, onderwijsleerpakket
                                of leer- en hulpmiddelen en meubilair als gevolg van brand, storm,
                                inbraak of vandalisme;</al></li>
              <li nr="f."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een bevoegd
                                gezag, voor een school of scholengemeenschap voor voorbereidend
                                wetenschappelijk onderwijs, voor algemeen voortgezet onderwijs, voor
                                voorbereidend beroepsonderwijs ten behoeve van het onderwijs in
                                lichamelijke oefening.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel>
            </kop>
            <al>Ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder 1, kan een
                        aanvraag worden ingediend voor een vergoeding van de kosten van
                        bouwvoorbereiding. Hierbij is het bepaalde in hoofdstuk 4 van
                        toepassing.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij toekenning van één van de in artikel 2 genoemde voorzieningen,
                                dan wel bij toekenning van vergoeding, voor de kosten van
                                bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de wijze van
                                vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid gemaakt
                                tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd op de
                                feitelijk voorziene kosten per geval. </al></li>
              <li nr="2."><al>De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met
                                inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A. De
                                vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten
                                worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV,
                                deel B. </al></li>
              <li nr="3."><al>Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als
                                bedoeld in artikel 2, onder a en f. </al><al> Deel B van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als
                                bedoeld in artikel 2, onder b, c, d en e. </al><al>Deel A en deel B zijn ook van toepassing indien besloten wordt tot
                                een vergoeding van de kosten van de bouwvoorbereiding.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Informatieverstrekking</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verstrekt op verzoek van burgemeester en
                                wethouders gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het
                                bepaalde in deze verordening. Bij de gegevensverstrekking wordt
                                gebruik gemaakt van een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                formulier.</al></li>
              <li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde gegevens worden onderscheiden in:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>basisgegevens, zijnde gegevens die eenmalig in hun geheel
                                        worden verstrekt en vervolgens alleen in geval van wijziging
                                        worden gemeld bij burgemeester en wethouders;</al></li>
                  <li nr="b."><al>periodieke gegevens, zijnde gegevens die met een vaste
                                        regelmaat door het bevoegd gezag dienen te worden
                                        verstrekt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De in het tweede lid onder a genoemde basisgegevens omvatten:</al><lijst>
                  <li nr="1)"><al>gegevens over het bevoegd gezag, bestaande uit naam, adres,
                                        denominatie en vestigingsplaats, alsmede een opgave van een
                                        contactpersoon inzake aangelegenheden aangaande de
                                        huisvesting;</al></li>
                  <li nr="2)"><al>gegevens over de onder het beheer van het bevoegd gezag
                                        staande school of scholen die geheel of gedeeltelijk
                                        gehuisvest zijn in een gebouw gelegen in de gemeente,
                                        bestaande uit Brin-nummer, naam, adres, onderwijssoort en
                                        eventuele onderwijsafdelingen en, voor zover van toepassing,
                                        de aanduiding of de school bestaat uit een hoofdvestiging
                                        met één of meer nevenvestigingen;</al></li>
                  <li nr="3)"><al>gegevens over de bij de school of school in gebruik zijnde
                                        gebouwen gespecificeerd per gebouw, bestaande uit: </al><lijst>
                      <li nr="-"><al>het adres; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de status van het gebouw zijnde hoofdgebouw of
                                                dislocatie;</al></li>
                      <li nr="-"><al>de bouwaard zijnde permanent of noodlokaal;</al></li>
                      <li nr="-"><al>het bouwjaar zijnde het oorspronkelijk bouwjaar of,
                                                in geval het gebouw bestaat uit in verschillende
                                                jaren gebouwde delen, de bouwjaren onderscheiden
                                                naar gebouwdeel met de daarbij behorende
                                                bruto-vloeroppervlakte; </al></li>
                      <li nr="-"><al>bruto-vloeroppervlakte van het gebouw uitgedrukt in
                                                m²; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de genormeerde en feitelijke capaciteit van het
                                                gebouw voorzover bestemd voor het primair onderwijs,
                                                te bepalen aan de hand van het gestelde in bijlage
                                                III, deel A en B;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="4)"><al>gegevens over de omvang van het medegebruik uitgedrukt in
                                        het aantal groepen, voor zover het primair onderwijs betreft
                                        en het aantal in medegebruik genomen m² voorzover het
                                        voortgezet onderwijs betreft, te verstrekken door de
                                        hoofdgebruiker van het gebouw waarin medegebruik
                                        plaatsvindt;</al></li>
                  <li nr="5)"><al>gegevens over het adres, het stichtingsjaar en de
                                        oppervlakte van de oefenzaal indien het bevoegd gezag van
                                        een niet door de gemeente in stand gehouden school voor
                                        basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs of
                                        voortgezet onderwijs eigenaar is van een
                                        gymnastiekruimte.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>De in het tweede lid onder b genoemde periodieke gegevens
                                omvatten:</al><lijst>
                  <li nr="1)"><al>een afschrift van de jaarlijkse opgave aan de minister van
                                        het aantal leerlingen dat op de wettelijke teldatum staat
                                        ingeschreven op de school, die geheel of gedeeltelijk
                                        gehuisvest is in een gebouw gelegen op het grondgebied van
                                        de gemeente;</al></li>
                  <li nr="2)"><al>een afschrift van een tussentijdse opgave aan de minister
                                        van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de
                                        school in verband met een groei van het aantal
                                        leerlingen;</al></li>
                  <li nr="3)"><al>indien de school gedeeltelijk is gehuisvest in één of meer
                                        locaties op het grondgebied van de gemeente, een opgave van
                                        het aantal leerlingen op de wettelijke teldatum per
                                        locatie.</al><al>De onder 1)en 2) vermelde gegevens worden door het bevoegd
                                        gezag tegelijkertijd met de opgave aan de minister verstrekt
                                        aan burgemeester en wethouders.</al><al>De in het derde lid vermelde gegevens worden door het
                                        bevoegd gezag gevoegd bij de jaarlijkse opgave als bedoeld
                                        onder 1).</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs en (voortgezet)
                                speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks voor 1 april voorafgaande aan
                                het volgende schooljaar een opgave van de voor dat schooljaar voor
                                de school gewenste onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze
                                opgave bevat de volgende gegevens: </al><lijst>
                  <li nr=""><lijst>
                      <li nr="1)"><al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik
                                                uitgedrukt in een aantal klokuren;</al></li>
                      <li nr="2)"><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten
                                                waarin het gebruik wordt gewenst;</al></li>
                      <li nr="3)"><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                                schoolweek wordt gewenst.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst></li>
              <li nr="6."><al>In aanvulling op de in het eerste tot en met het vijfde lid bedoelde
                                gegevens verstrekken de bevoegde gezagsorganen op verzoek van
                                burgemeester en wethouders alle inlichtingen die nodig zijn voor de
                                uitvoering van deze verordening. Hieronder kunnen in alle gevallen
                                zijn begrepen:</al><lijst>
                  <li nr="1)"><al>een oordeel over de juistheid en volledigheid van door
                                        burgemeester en wethouders voorgelegde gegevens die
                                        betrekking hebben op het bevoegd gezag;</al></li>
                  <li nr="2)"><al>inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het opmaken van de
                                        staat van het onderhoud als bedoeld in artikel 37. </al><al/></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>PROGRAMMA EN OVERZICHT</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.1</nr>
              <titel>Aanvragen programma</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Indiening aanvraag</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Een aanvraag voor opneming van een voorziening op het programma
                                wordt voor 1 februari van het jaar van vaststelling van het
                                betreffende programma door het bevoegd gezag ingediend bij
                                burgemeester en wethouders. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een
                                door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.</al></li>
                <li nr="2."><al>Indien de aanvraag niet voor 1 februari is ingediend, besluiten
                                burgemeester en wethouders de aanvraag niet te behandelen. Het
                                besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager
                                bekendgemaakt binnen vier weken na ontvangst van de ingediende
                                aanvraag. </al><al/></li>
              </lijst>
              <al>
                <vet>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen
                            onvolledige aanvraag</vet>
              </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de naam van de school, en voorzover van toepassing, het
                                        gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is bestemd;</al></li>
                    <li nr="d."><al>welke voorziening wordt aangevraagd;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste
                                        voorziening; </al></li>
                    <li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                        voorziening.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat de
                                aanvraag vergezeld van:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                        school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                        vereisten, tenzij het een voorziening betreft als bedoeld in
                                        artikel 2, onder a onderdelen 6° tot en met 8° en artikel 2,
                                        onder d, e en f; </al></li>
                    <li nr="b."><al>de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening
                                        moet worden gerealiseerd, indien het een voorziening betreft
                                        als bedoeld in artikel 2, onder a, onderdelen 1° tot en met
                                        4°; </al></li>
                    <li nr="c."><al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak blijkt indien
                                        het een voorziening betreft bestaande uit nieuwbouw ter
                                        gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw, uit
                                        onderhoud aan een gebouw voor basisonderwijs en (voortgezet)
                                        speciaal onderwijs, uit aanpassingen aan de buitenzijde van
                                        een gebouw voor voortgezet onderwijs of uit herstel van een
                                        constructiefout;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering van de
                                        voorziening, indien de aanvraag betrekking heeft op een
                                        voorziening waarop het gestelde in artikel 4, derde lid,
                                        laatste volzin van toepassing is;</al></li>
                    <li nr="e."><al>een voor aanbesteding gereed bouwplan en bouwbegroting,
                                        indien de aanvraag volgt op een toekenning van een
                                        vergoeding van de kosten van bouwvoorbereiding als bedoeld
                                        in artikel 27. Bij de rapportage als bedoeld onder c wordt
                                        gebruik gemaakt van het door burgemeester en wethouders
                                        vastgesteld formulier 'Bouwkundige opname'.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het eerste
                                of tweede lid delen burgemeester en wethouders dit voor 15 februari
                                schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de
                                gelegenheid gesteld om voor 15 maart de ontbrekende gegevens in te
                                vullen. </al></li>
                <li nr="4."><al>Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens niet heeft
                                verstrekt voor 15 maart, besluiten burgemeester en wethouders de
                                aanvraag niet te behandelen. Indien een door burgemeester en
                                wethouders in behandeling genomen aanvraag betrekking heeft op een
                                voorziening voor een school waarvan de beoordeling van de noodzaak
                                mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school
                                op de wettelijke teldatum van 1 oktober van het jaar waarin de datum
                                genoemd in artikel 6 valt, dan zendt de aanvrager onverwijld aan
                                burgemeester en wethouders een afschrift van de opgave als bedoeld
                                in artikel 5, vierde lid onder 1°. Indien het afschrift niet binnen
                                een week na het tijdstip van de wettelijke teldatum is ontvangen,
                                delen burgemeester en wethouders dit schriftelijk mee aan de
                                aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld
                                alsnog binnen drie dagen na de datum van ontvangst van de mededeling
                                in te dienen. Indien het afschrift van de opgave niet binnen de
                                termijn bedoeld in de vorige volzin is verstrekt, besluit de raad de
                                aanvraag niet te honoreren.</al></li>
                <li nr="5."><al>Een besluit om ingevolge het derde lid de aanvraag niet te
                                behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken na
                                het verstrijken van de daarin genoemde termijn. Een besluit om
                                ingevolge het vierde lid de aanvraag niet te behandelen wordt aan de
                                aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken na het nemen van de daarin
                                genoemde beslissing.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8</nr>
                <titel>Opgave ingediende en in behandeling genomen aanvragen</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders verstrekken ter informatie aan de bevoegde
                        gezagsorganen een opgave van de ingevolge artikel 6 en artikel 25 ingediende
                        aanvragen. Voor zover van toepassing geven burgemeester en wethouders
                        daarbij aan welke aanvraag of aanvragen niet in behandeling worden
                        genomen.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.2</nr>
              <titel>Overleg voorafgaand aan vaststelling
                                programma en overzicht</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Na het in behandeling nemen van een aanvraag door burgemeester en
                                wethou der kan deze voor 1 mei volgend op de datum als genoemd in
                                artikel 6, door de aanvrager nader worden toegelicht. De toelichting
                                kan plaatsvinden op verzoek van de aanvrager of op verzoek van
                                burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="2."><al> Indien de aanvraag een voorziening betreft waarop het gestelde in
                                artikel 4, derde lid, laatste volzin van toepassing is, treden
                                burgemeester en wethouders voor de in het eerste lid genoemde datum
                                in overleg met de aanvrager indien zij van oordeel zijn dat de door
                                de aanvrager overgelegde begroting van de kosten dient te worden
                                aangepast. Wanneer in het overleg geen overeenstemming wordt bereikt
                                over de hoogte van het geraamde bedrag dan geven burgemeester en
                                wethouders dat, onder vermelding van de redenen, aan in het voorstel
                                tot vaststelling van het bedrag, het programma en het overzicht als
                                bedoeld in paragraaf 2.3. </al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad doen
                                met betrekking tot het programma en het overzicht, worden de
                                bevoegde gezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun
                                zienswijze over de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te
                                brengen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor 15
                                september. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste twee weken
                                voor de door burgemeester en wethouders vastgestelde datum
                                schriftelijk daarvan in kennis gesteld. Zij worden hierbij tevens in
                                kennis gesteld van de voorgenomen inhoud van het voorstel. </al></li>
                <li nr="3."><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg als
                                bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede lid bedoelde
                                datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken aan burgemeester en
                                wethouders. Burgemeester en wethouders stellen de deelnemers aan het
                                overleg hiervan in kennis. </al></li>
                <li nr="4."><al>Van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar voren
                                gebrachte zienswijzen, van de tijdig ingediende, schriftelijk
                                kenbaar gemaakte zienswijzen, alsmede van de reactie van
                                burgemeester en wethouders op deze zienswijzen, wordt door
                                burgemeester en wethouders een verslag gemaakt. Het verslag wordt
                                toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen en wordt gevoegd bij het
                                voorstel aan de raad.</al></li>
                <li nr="5."><al>Indien een bevoegd gezag of burgemeester en wethouders een advies
                                wensen van de Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de
                                voorgenomen inhoud van het programma in relatie tot de vrijheid van
                                richting en de vrijheid van inrichting, dan wordt dit door het
                                bevoegd gezag of burgemeester en wethouders tijdens het overleg als
                                bedoeld in het eerste lid kenbaar gemaakt. Dit gebeurt aan de hand
                                van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen
                                waarover het advies van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij
                                wordt tevens het verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de
                                vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting.</al></li>
                <li nr="6."><al>De bevoegde gezagsorganen en burgemeester en wethouders worden in
                                het overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren te
                                brengen over een verzoek om advies van de Onderwijsraad. Het
                                schriftelijke verzoek om advies en de daarover naar voren gebrachte
                                zienswijzen maken deel uit van het verslag van het overleg als
                                bedoeld in het vierde lid.</al></li>
                <li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van een
                                verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgen zij ervoor
                                dat de Onderwijsraad alle stukken, waaronder het schriftelijk
                                verslag van het overleg met de daarin opgenomen zienswijzen,
                                ontvangt die nodig zijn voor de beoordeling van het verzoek. </al></li>
                <li nr="8."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                wordt zo spoedig mogelijk door burgemeester en wethouders
                                toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel of
                                gedeeltelijk opvolgen van het advies van de Onderwijsraad zou leiden
                                tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud
                                van het programma, dan worden de bevoegde gezagsorganen door
                                burgemeester en wethouders bij de toezending van het afschrift van
                                het advies uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere
                                gevallen beoordelen burgemeester en wethouders of nader bestuurlijk
                                overleg over het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is.
                                Burgemeester en wethouders geven dit aan bij de toezending van het
                                afschrift van het advies van de Onderwijsraad. </al></li>
                <li nr="9."><al>Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee
                                weken plaats na toezending van het advies van de Onderwijsraad aan
                                de bevoegde gezagsorganen. Burgemeester en wethouders informeren de
                                raad over dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag
                                als bedoeld in het vierde lid.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.3</nr>
              <titel>Vaststelling bedrag, programma
                                en overzicht</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel>Tijdstip vaststelling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De raad stelt als onderdeel van de gemeentebegroting het bedrag vast
                                dat beschikbaar is voor de vergoeding van de aangevraagde
                                voorzieningen. Dit bedrag kan worden gesplitst in afzonderlijke
                                bedragen per onderwijssoort en/of per voorziening. Het programma en
                                het overzicht worden door de raad tegelijkertijd met de
                                gemeentebegroting vastgesteld. </al></li>
                <li nr="2."><al>Indien de gemeentebegroting niet uiterlijk op 31 december wordt
                                vastgesteld van het jaar waarin de datum als bedoeld in artikel 6
                                valt, dan worden het bedrag, het programma en het overzicht,
                                afzonderlijk van de gemeentebegroting, uiterlijk op 31 december
                                vastgesteld.</al></li>
                <li nr="3."><al>Indien ten tijde van de vaststelling van de gemeentebegroting het
                                bedrag, het programma en het overzicht nog niet kunnen worden
                                vastgesteld, dan vindt de vaststelling van het bedrag, het programma
                                en het overzicht plaats op uiterlijk 31 december van het jaar waarin
                                de datum als bedoeld in artikel 6 valt.</al></li>
                <li nr="4."><al>Indien uiterste datum als genoemd in het tweede en derde lid voor de
                                vaststelling van het bedrag, het programma en het overzicht wordt
                                overschreden, worden de aangevraagde en in behandeling genomen
                                voorzieningen geacht voor vergoeding in aanmerking te zijn gebracht.
                                Voor de hoogte van de vergoeding is dan het gestelde in artikel 4 in
                                samenhang met bijlage IV bepalend. De uitvoering van de voorziening
                                geschiedt dan volgens het bepaalde in paragraaf 2.4.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel>Inhoud programma</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op het
                                jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan worden
                                gemaakt, komen, voor zover de raad heeft vastgesteld dat geen van de
                                in de wet opgenomen weigeringsgronden van toepassing is, in
                                aanmerking voor plaatsing op het programma. Bij deze vaststelling
                                past de raad de regels toe met betrekking tot:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als bedoeld in
                                        bijlage III.</al><al>Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking komende
                                        voorzieningen neemt de raad, aan de hand van de
                                        urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V, uitsluitend
                                        voorzieningen op in het programma voor zover het bedrag of
                                        de deelbedragen als bedoeld in artikel 11, eerste lid,
                                        toereikend zijn. </al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen wordt,
                                voor zover van toepassing, door de raad aangegeven:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV, deel A voor
                                        de betreffende voorziening beschikbaar wordt gesteld;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
                                        voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                        volzin;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                        buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.</al><al/></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel>Inhoud overzicht</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het overzicht bevat de voorzieningen die, gelet op het bepaalde in
                                artikel 12, eerste lid, niet in het programma zijn opgenomen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen voorzieningen
                                wordt aangegeven waarom deze niet in het programma zijn
                                opgenomen.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel>Bekendmaking besluit vaststelling bedrag, programma en
                        overzicht</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het bedrag,
                                het programma en het overzicht geschiedt binnen twee weken na de
                                datum van vaststelling door toezending door burgemeester en
                                wethouders van de besluiten aan de aanvragers. Tegelijkertijd met de
                                bekendmaking wordt van de besluiten door burgemeester en wethouders
                                schriftelijk mededeling gedaan aan de overige bevoegde
                                gezagsorganen.</al></li>
                <li nr="2."><al>De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden tegelijkertijd met
                                de bekendmaking ter inzage gelegd.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.4</nr>
              <titel>Uitvoering
                                programma</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15</nr>
                <titel>Overleg wijze van uitvoering</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Binnen vier weken na de vaststelling van het programma treden
                                burgemeester en wethouders in overleg met de aanvrager over de wijze
                                van uitvoering van de op het programma geplaatste voorziening. In
                                dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de
                                uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voorzover van
                                toepassing, afspraken gemaakt over:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het bouwheerschap als bedoeld in de wet;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het tijdstip van indiening van het bouwplan en de begroting
                                        door de aanvrager;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een andere wijze van uitvoering van het besluit met
                                        inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag; </al></li>
                    <li nr="d."><al>de wijze waarop door burgemeester en wethouders toepassing
                                        wordt gegeven aan de toetsing van het bouwplan en de
                                        begroting, alsmede aan de toetsing in verband met wettelijke
                                        voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld
                                        in artikel 16;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording over de
                                        besteding van de beschikbaar te stellen middelen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van een
                                voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin, dan
                                geeft de aanvrager aan op welke wijze de aanbesteding van de
                                uitvoering zal plaatsvinden. Daarbij worden, voor zover van
                                toepassing gezien de aard van de voorziening, de gestelde
                                richtlijnen als bedoeld in bijlage IV, deel B in acht genomen. </al></li>
                <li nr="3."><al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg niet
                                tot overeenstemming heeft geleid, wordt door burgemeester en
                                wethouders schriftelijk vastgelegd in een verslag van het overleg en
                                binnen vier weken na afloop van het overleg ter kennis gebracht van
                                de aanvrager. Indien de aanvrager schriftelijk instemt met het
                                verslag of binnen twee weken na ontvangst nog niet schriftelijk
                                heeft gereageerd, wordt, afhankelijk van de inhoud van het
                                vastgestelde verslag, geacht dat er overeenstemming of geen
                                overeenstemming is bereikt.</al></li>
                <li nr="4."><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 16,
                                vierde lid, nemen burgemeester en wethouders binnen vier weken nadat
                                de overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, een
                                beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan
                                nemen. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li>
                <li nr="5."><al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het derde
                                lid is bereikt, delen burgemeester en wethouders binnen vier weken
                                nadat het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee aan de
                                aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de
                                uitvoering van de voorziening geen aanvang zal nemen.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>16</nr>
                <titel>Goedkeuring bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging;
                            toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden;
                            overlegging offertes </titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde lid is
                                bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht, dient
                                de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte afspraken, de
                                bouwplannen, de desbetreffende begroting en een aanduiding van het
                                tijdstip waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter
                                goedkeuring in bij burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="2."><al>Binnen zes weken na ontvangst beslissen burgemeester en wethouders
                                over de goedkeuring van de bouwplannen en de desbetreffende
                                begroting en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan
                                nemen. Burgemeester en wethouders kunnen, onder mededeling daarvan
                                aan de aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Indien niet
                                binnen deze termijn is besloten, worden de bouwplannen en de
                                begroting geacht te zijn goedgekeurd en vangt de bekostiging aan op
                                het door de aanvrager aangegeven tijdstip. Binnen twee weken na de
                                datum van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende
                                begroting en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt,
                                delen burgemeester en wethouders de beslissing schriftelijk mee aan
                                de aanvrager.</al></li>
                <li nr="3."><al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stellen burgemeester
                                en wethouders eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de
                                school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten
                                tijde van de vaststelling van het programma, al dan niet ingrijpend
                                zijn gewijzigd. Bij een naar oordeel van burgemeester en wethouders
                                ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden komt de
                                voorziening alsnog niet voor bekostiging in aanmerking.</al></li>
                <li nr="4."><al>De goedkeuring van de bouwplannen, de goedkeuring van de begroting,
                                de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens de wet gestelde
                                voorschriften en de toetsing of er sprake is van nieuwe feiten en
                                omstandigheden kunnen achterwege blijven, als naar het oordeel van
                                burgemeester en wethouders, dat niet noodzakelijk is gezien de
                                inhoud van de in het programma opgenomen voorziening. Burgemeester
                                en wethouders doen hiervan mededeling aan de aanvrager in het
                                overleg als bedoeld in artikel 15.</al></li>
                <li nr="5."><al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
                                begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft van een
                                voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin. De
                                beslissing van burgemeester en wethouders als bedoeld in het tweede
                                lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan. Daarbij
                                zijn de genoemde termijnen in het tweede lid van overeenkomstige
                                toepassing. </al></li>
                <li nr="6."><al>Nadat burgemeester en wethouders het bouwplan van een voorziening
                                als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin hebben
                                goedgekeurd, overlegt de aanvrager met inachtneming van de hierover
                                gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 15, tweede lid, aan
                                burgemeester en wethouders de aan de aanvrager uitgebrachte offertes
                                voor de uitvoering van de voorziening. Burgemeester en wethouders
                                beslissen binnen vier weken na ontvangst van de offertes over het
                                bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering
                                van de voorziening en over het tijdstip waarop de bekostiging een
                                aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen twee weken na de datum
                                van deze beslissing hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Voor de
                                vaststelling van het definitieve bedrag is de offerte met de laagste
                                prijsstelling bepalend.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>17</nr>
                <titel>Aanvang bekostiging</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beslissing als bedoeld in artikel
                        16, tweede lid of artikel 16, zesde lid, over het tijdstip waarop de
                        bekostiging een aanvang kan nemen, bepalen dat de beschikbaarstelling van de
                        gelden in termijnen plaatsvindt. De beschikbaarstelling van de gelden
                        geschiedt dan telkens op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen
                        aan de financiële verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op
                        het programma geplaatste voorziening. </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>18</nr>
                <titel>Vervallen aanspraak op vergoeding</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aanspraak op vergoeding van een voorziening vervalt, indien niet
                                door de aanvrager vóór 1 oktober van het jaar volgend op de
                                vaststelling van het programma een bouwopdracht is verleend dan wel
                                een koop , huur of erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift
                                hiervan niet voor 15 oktober daaropvolgend aan burgemeester en
                                wethouders is gezonden. De in de eerste volzin bedoelde bouwopdracht
                                is onherroepelijk en vermeldt de aanvangsdatum van het werk en de
                                termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, binnen welke het
                                werk wordt opgeleverd. De in de eerste volzin bedoelde
                                overeenkomsten zijn onherroepelijk. In geval van een huur of
                                erfpachtovereenkomst wordt daarin de datum van inwerkingtreding
                                vermeld, alsmede de duur van de overeenkomst. In geval van een
                                koopovereenkomst wordt daarin de datum van aankoop vermeld.</al></li>
                <li nr="2."><al>De aanspraak op vergoeding vervalt niet, indien de overschrijding
                                van de termijn als bedoeld in het eerste lid veroorzaakt wordt door
                                bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                                rekenen en de aanvrager voor 1 september een schriftelijk
                                gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij burgemeester en wethouders
                                tot verlenging van de termijn als bedoeld in het eerste lid. </al></li>
                <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders beslissen voor 15 september over het
                                verzoek tot verlenging van de termijn. Indien het verzoek wordt
                                ingewilligd, wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de
                                termijn als bedoeld in het eerste lid wordt verlengd.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3.1</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>19</nr>
                <titel>Indiening aanvraag</titel>
              </kop>
              <al>Een aanvraag om vergoeding van een voorziening in de huisvesting die gelet
                        op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, kan worden
                        ingediend bij burgemeester en wethouders. Hierbij wordt gebruik gemaakt van
                        een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>20</nr>
                <titel>Inhoud aanvraag</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens zoals vermeld in
                                artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop dient de aanvrager de
                                volgende gegevens te verstrekken:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een nadere aanduiding van de omstandigheden die de
                                        voorziening in de huisvesting spoedeisend maken;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de reden waarom de voorziening in de huisvesting niet kon
                                        worden aangevraagd in het kader van een nog vast te stellen
                                        programma;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                        school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                        vereisten, tenzij het een voorziening betreft als bedoeld in
                                        artikel 2 onder a, onderdelen 6°tot en met 8° en artikel 2
                                        onder d, e en f;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering indien
                                        het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 4, derde
                                        lid, laatste volzin.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders een of meer
                                gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken, wordt dit binnen
                                twee weken na datum van indiening van de aanvraag schriftelijk
                                medegedeeld aan de aanvrager. De aanvrager heeft de gelegenheid de
                                ontbrekende gegevens binnen twee weken na ontvangst van de
                                mededeling in te dienen bij burgemeester en wethouders. Indien de
                                aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens niet binnen de in de
                                vorige volzin bedoelde termijn heeft verstrekt, besluiten
                                burgemeester en wethouders de aanvraag niet te behandelen.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3.2</nr>
              <titel>Beoordeling aanvraag; uitvoering
                                besluit</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>21</nr>
                <titel>Tijdstip beslissing</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na ontvangst
                                van de aanvraag of binnen vier weken nadat de aanvullende gegevens
                                zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Binnen twee weken na
                                de datum van de beslissing wordt de aanvrager hiervan schriftelijk
                                in kennis gesteld door burgemeester en wethouders. </al></li>
                <li nr="2."><al>De aanvraag wordt geacht voor vergoeding in aanmerking te zijn
                                gebracht indien burgemeester en wethouders niet binnen de in het
                                eerste lid genoemde termijnen een beslissing hebben genomen. Voor de
                                hoogte van de vergoeding is dan het gestelde in bijlage IV bepalend.
                                De uitvoering van de voorziening geschiedt dan volgens het bepaalde
                                in artikel 23.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>22</nr>
                <titel>Inhoud beslissing</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien burgemeester en
                                wethouders hebben vastgesteld dat het treffen van de voorziening,
                                gelet op de voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden en
                                geen van de in de wet opgenomen weigeringsgronden van toepassing is.
                                Bij deze vaststelling passen burgemeester en wethouders de regels
                                toe met betrekking tot:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in
                                        bijlage III.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>De beslissing van burgemeester en wethouders kan een gedeelte van de
                                gewenste voorziening dan wel een andere dan de gevraagde voorziening
                                omvatten. </al></li>
                <li nr="3."><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermelden burgemeester en
                                wethouders welk genormeerd bedrag ingevolge het bepaalde in bijlage
                                IV, deel A voor de toegewezen voorziening beschikbaar wordt gesteld,
                                dan wel wat het geraamde bedrag is indien het een voorziening
                                betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>23</nr>
                <titel>Uitvoering beslissing</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21, eerste
                                lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treden burgemeester en
                                wethouders zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de
                                wijze van uitvoering. Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 is
                                daarbij overeenkomstig van toepassing, met uitzondering van de in
                                tweede lid van artikel 16 genoemde termijn van zes weken. Hiervoor
                                moet worden gelezen drie weken.</al></li>
                <li nr="2."><al>In het overleg wordt vastgesteld voor welke datum een bouwopdracht
                                moet zijn verleend, dan wel een koop, huur of erfpachtovereenkomst
                                moet zijn gesloten, en voor welke datum een afschrift daarvan aan
                                burgemeester en wethouders moet zijn gezonden.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>24</nr>
                <titel>Vervallen aanspraak vergoeding</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien niet voor de in artikel 23, tweede lid bedoelde tijdstippen
                                een bouwopdracht is verleend, dan wel een koop , huur of
                                erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift daarvan is
                                gezonden aan burgemeester en wethouders, vervalt de aanspraak op
                                vergoeding. Ten aanzien van de inhoud van een bouwopdracht, dan wel
                                koop, huur of erfpachtovereenkomst is het gestelde in artikel 18,
                                eerste lid van overeenkomstige toepassing.</al></li>
                <li nr="2."><al>De aanspraak op vergoeding vervalt niet, indien de overschrijding
                                van de datum veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden, die
                                niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen, en de aanvrager uiterlijk
                                vier weken voor het verstrijken van deze datum een schriftelijk
                                gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij burgemeester en wethouders
                                tot verlenging van de termijn.</al></li>
                <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen drie weken na ontvangst
                                van het verzoek. Indien het verzoek wordt ingewilligd, wordt
                                aangegeven tot welke datum de termijn wordt verlengd.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>VERGOEDING KOSTEN BOUWVOORBEREIDING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te dienen voor
                                plaatsing op het programma van een voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening als bedoeld in artikel 3, kan daaraan voorafgaand een
                                aanvraag indienen bij burgemeester en wethouders voor een vergoeding
                                van de kosten van de bouwvoorbereiding. Het betreft de voorbereiding
                                voorafgaand aan het moment van aanbesteding van die voorziening.
                            </al></li>
              <li nr="2."><al>De aanvraag wordt gedaan voor 1 februari van het jaar voorafgaand
                                aan het jaar waarin de vergoeding gewenst wordt. Hierbij wordt
                                gebruik gemaakt van een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al></li>
              <li nr="3."><al>De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de naam van de school ten behoeve waarvan de vergoeding
                                        wordt gewenst;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de
                                        gewenste locatie van de voorziening;</al></li>
                  <li nr="e."><al>het gewenste tijdstip van realisering van de
                                        voorziening;</al></li>
                  <li nr="f."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                        school die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                        vereisten;</al></li>
                  <li nr="g."><al>indien het nieuwbouw betreft ter vervanging van een bestaand
                                        gebouw: een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak van
                                        de vervanging blijkt; </al></li>
                  <li nr="h."><al>een begroting van de kosten als bedoeld in het eerste lid,
                                        indien de vergoeding kosten bouwvoorbereiding is aangemerkt
                                        als een voorziening bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                        volzin. Bij de rapportage als bedoeld onder g wordt gebruik
                                        gemaakt van het door burgemeester en wethouders vastgestelde
                                        formulier Bouwkundige opname.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het derde
                                lid, delen burgemeester en wethouders dit voor 15 februari
                                schriftelijk mee aan de aanvrager en stellen hem in de gelegenheid
                                om voor 15 maart de gegevens aan te vullen. Het gestelde in artikel
                                7, derde en vijfde lid is daarbij van overeenkomstige
                                toepassing.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Toelichting en overleg aanvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ten aanzien van het geven van een toelichting op de aanvraag of het
                                overleg over de begroting is het gestelde in artikel 9 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad doen
                                met betrekking tot het besluit over de aanvraag om een vergoeding
                                van de kosten van bouwvoorbereiding, treden zij in overleg met de
                                aanvrager. Dit overleg over de aanvraag vindt plaats tezamen met het
                                overleg als bedoeld in artikel 10, eerste lid. De leden twee, drie
                                en vier van artikel 10 zijn daarbij van overeenkomstige
                                toepassing.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Beschikking op aanvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De raad neemt op het tijdstip als bedoeld in artikel 11 een
                                beslissing over de aanvraag.</al></li>
              <li nr="2."><al>De aanvraag wordt toegewezen indien en voorzover:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>er voldoende middelen voor de vergoeding van de kosten van
                                        bouwvoorbereiding beschikbaar zijn;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende
                                        vaststaat;</al></li>
                  <li nr="c."><al>er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in het
                                        gewenste jaar van uitvoering voor bekostiging in aanmerking
                                        kan worden gebracht. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, wordt in de beschikking vermeld
                                tot welk bedrag de kosten van bouwvoorbereiding worden vergoed. Het
                                bedrag kan in termijnen aan de aanvrager beschikbaar worden gesteld,
                                echter steeds op een zodanig tijdstip dat de aanvrager aan zijn
                                financiële verplichtingen jegens derden die hij heeft ingeschakeld
                                bij de bouwvoorbereiding, kan voldoen. Over de daadwerkelijke
                                beschikbaarstelling van het bedrag worden afspraken gemaakt tussen
                                aanvrager en burgemeester en wethouders. </al></li>
              <li nr="4."><al>Aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door de
                                aanvrager geen rechten worden ontleend ten aanzien van de plaatsing
                                van de voorziening op enig toekomstig programma. </al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Vervallen aanspraak vergoeding</titel>
            </kop>
            <al>De aanspraak die voortvloeit uit de beschikking tot toekenning van een
                        vergoeding van de kosten van bouwvoorbereiding vervalt, indien door de
                        aanvrager niet voor 15 september van het jaar dat volgt op het jaar waarin
                        de beschikking is genomen, daadwerkelijk gestart is met de bouwvoorbereiding
                        en niet voor 1 oktober daaropvolgend informatie is verstrekt aan
                        burgemeester en wethouders waaruit dit blijkt. </al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>MEDEGEBRUIK EN VERHUUR</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.1</nr>
              <titel>Medegebruik ten behoeve van
                                onderwijs of educatie</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>29</nr>
                <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen overgaan tot vordering van een gedeelte
                        van een gebouw of terrein, bestemd voor het basisonderwijs, (voortgezet)
                        speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                school berekend volgens het gestelde in bijlage III, delen A en B en
                                het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in artikel
                                6 voor medegebruik of uitbreiding heeft ingediend;</al></li>
                <li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een andere
                                huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door medegebruik aan de
                                behoefte aan huisvesting kan worden voorzien;</al></li>
                <li nr="c."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie en
                                beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die school of
                                instelling gangbare berekeningswijze en</al></li>
                <li nr="d."><al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een school;</al></li>
                <li nr="e."><al>er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een school.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>30</nr>
                <titel>Omschrijving leegstand</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                        basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal onderwijs,
                                        indien uit de vergelijking van het aantal groepen zoals
                                        berekend op basis van bijlage III, deel B en de capaciteit
                                        van het gebouw zoals vastgesteld op basis van bijlage III,
                                        deel A blijkt dat er ten minste één leslokaal niet nodig is
                                        voor de daar gevestigde school of scholen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                        voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op basis van
                                        bijlage III, deel A blijkt dat er een onderbenutting van de
                                        voor het medegebruik benodigde lokalen is en die
                                        onderbenutting tevens blijkt uit het lesrooster of de
                                        lesroosters voor het lopende of het eerstvolgende
                                        schooljaar.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>wanneer het betreft een gebouw dat gebruikt wordt voor
                                        basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal onderwijs,
                                        indien de som van het aantal klokuren gebruik dat wordt
                                        vergoed op grond van artikel 38 minder is dan 40
                                        klokuren;</al></li>
                    <li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw dat gebruikt wordt voor
                                        voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op basis van
                                        bijlage III, deel A blijkt dat de benutting van het gebouw
                                        lager is dan 40 klokuren. De exacte omvang van de
                                        onderbenutting wordt vastgesteld aan de hand van het
                                        lesrooster of de lesroosters voor het lopende of het
                                        eerstvolgende schooljaar;</al></li>
                    <li nr="c."><al>wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt voor
                                        basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal onderwijs en
                                        voortgezet onderwijs, indien de som van de berekeningswijzen
                                        genoemd onder a en b een aantal klokuren lager dan 40
                                        oplevert.</al><al/></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>31</nr>
                <titel>Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders gaan niet over tot vordering ten behoeve
                                van medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw
                                waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden in gebruik
                                heeft gegeven aan een andere school of scholen ten behoeve van het
                                onderwijs aan die school of scholen. </al></li>
                <li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het
                                gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de aan
                                die scholen reeds ter beschikking staande huisvestingscapaciteit.
                            </al></li>
                <li nr="3."><al>Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in
                                        gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag,
                                        tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van
                                        leegstand in een ander gebouw een betere oplossing
                                        biedt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een
                                        school van dezelfde richting is gehuisvest en</al></li>
                    <li nr="c."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het
                                        dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten
                                        behoeve waarvan de vordering plaatsvindt. </al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, indien de bij de vordering
                                betrokken bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een
                                individueel geval van de in het derde lid opgenomen volgorde
                                afwijken. </al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>32</nr>
                <titel>Overleg en mededeling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om over te gaan
                                tot vordering van leegstand in een lesgebouw of gymnastiekruimte,
                                voeren zij daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de
                                leegstand gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de
                                huisvesting is bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het overleg
                                als bedoeld in artikel 10.</al></li>
                <li nr="2."><al>Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als bedoeld
                                in artikel 11, doen burgemeester en wethouders schriftelijk
                                mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd
                                wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag
                                in het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de
                                vordering te hebben. </al></li>
                <li nr="3."><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om over te gaan
                                tot vordering in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel
                                19, voeren zij daarover zo spoedig mogelijk overleg met het bevoegd
                                gezag waarvan gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de
                                huisvesting is bestemd. </al></li>
                <li nr="4."><al>Binnen een week na afloop van het overleg als bedoeld in het vorige
                                lid, doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling van de
                                vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze
                                mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg
                                te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de vordering te
                                hebben.</al></li>
                <li nr="5."><al>De schriftelijke mededeling van burgemeester en wethouders als
                                bedoeld in de tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve
                                        waarvan wordt gevorderd;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal groepen of aantal leerlingen
                                        ten behoeve waarvan gevorderd wordt of, indien het betreft
                                        het onderwijs in lichamelijke oefening, het aantal klokuren
                                        dat gevorderd wordt;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een aanduiding van het gebouw waarop de vordering betrekking
                                        heeft;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat
                                        gevorderd wordt;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum van
                                        het medegebruik. </al><al/></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>33</nr>
                <titel>Vergoeding</titel>
              </kop>
              <al>De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling overleg, met
                        inachtneming van de wettelijke bepalingen, een vergoeding voor het
                        medegebruik vast. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, geldt
                        het bepaalde in bijlage IV, deel C.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.2</nr>
              <titel>Medegebruik ten behoeve van
                                culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>34</nr>
                <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen overgaan tot vordering indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>er sprake is van leegstand van een lesgebouw of een gymnastiekruimte
                                zoals bepaald in artikel 30;</al></li>
                <li nr="b."><al>er sprake is van onderbenutting van een sportveld van een school
                                voor voortgezet onderwijs, blijkend uit het lesrooster van de school
                                of scholen die dat sportveld voor het onderwijs gebruiken.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>35</nr>
                <titel>Overleg en mededeling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Alvorens over te gaan tot vordering voeren burgemeester en
                                wethouders overleg met het bevoegd gezag. </al></li>
                <li nr="2."><al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                        onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al></li>
                    <li nr="c."><al>welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
                                        voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
                                        school hinder van het medegebruik ondervindt;</al></li>
                    <li nr="d."><al>wat naar de mening van burgemeester en wethouders en het
                                        bevoegd gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik
                                        is;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een aanvang
                                        kan nemen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Binnen vier weken na afloop van het overleg doen burgemeester en
                                wethouders schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd
                                gezag. Indien het overleg zoals bedoeld in het eerste lid heeft
                                geleid tot afspraken, bevat de mededeling in ieder geval die
                                afspraken. Voorzover het overleg niet tot overeenstemming heeft
                                geleid, bevat de mededeling de beslissing van burgemeester en
                                wethouders over de punten waarover geen overeenstemming bestond.
                                Indien het bevoegd gezag in het overleg te kennen heeft gegeven geen
                                bezwaar te hebben tegen de vordering, kan van de schriftelijke
                                mededeling als hier bedoeld worden afgezien.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.3</nr>
              <titel>Verhuur</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>36</nr>
                <titel>Toestemming burgemeester en wethouders</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Alvorens een huurovereenkomst te sluiten, vraagt het bevoegd gezag
                                toestemming voor de verhuur aan burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en bevat een
                                aanduiding van de huurder, alsmede van de bestemming van de te
                                verhuren ruimte. </al></li>
                <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verlenen de toestemming niet indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is met
                                        bepalingen daaromtrent uit de wet of regelgeving;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor een
                                        school.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders nemen binnen vier weken na ontvangst van
                                het verzoek een besluit en zenden dat aan het bevoegd gezag.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>EINDE GEBRUIK GEBOUWEN EN TERREINEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>37</nr>
              <titel>Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Nadat een gebouw of terrein niet meer door het bevoegd gezag nodig
                                is voor de huisvesting van een school wordt het gebruik van het
                                gebouw of terrein zo spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op
                                de datum genoemd in de door burgemeester en wethouders en het
                                bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte of de datum zoals
                                vastgesteld door gedeputeerde staten bij de beslissing inzake een
                                geschil over de totstandkoming van een gezamenlijke akte. </al></li>
              <li nr="2."><al>Indien er, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, mogelijk
                                sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein
                                bedoeld in het eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid van het
                                bevoegd gezag behoort, wordt, voordat de eigendomsoverdracht heeft
                                plaatsgevonden, een staat van onderhoud opgemaakt. </al></li>
              <li nr="3."><al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van burgemeester
                                en wethouders na overleg met het bevoegd gezag. </al></li>
              <li nr="4."><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd
                                gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk
                                deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt
                                uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan burgemeester en
                                wethouders betaald wordt. Indien het overleg niet tot
                                overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke handelwijze
                                gevolgd wordt. </al></li>
              <li nr="5."><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit
                                naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet nodig is. </al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>GEBRUIK EN VERGOEDING GYMNASTIEKRUIMTE VOOR BASISONDERWIJS
                            EN (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>38</nr>
              <titel>Omvang en vergoeding gebruik</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De omvang van het door de gemeente bekostigde gebruik van een
                                gymnastiekruimte door een school voor basisonderwijs en (voortgezet)
                                speciaal onderwijs is gebaseerd op het aantal klokuren per week
                                waarin volgens het activiteitenplan door de school de
                                gymnastiekruimte wordt gebruikt. Voor een school voor basisonderwijs
                                wordt het maximaal aantal klokuren dat voor vergoeding in aanmerking
                                komt vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage III, deel B en
                                bedraagt ten hoogste 1,5 klokuur per week per groep 6-12-jarige
                                leerlingen. Voor een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs
                                wordt het maximaal aantal klokuren dat voor vergoeding in aanmerking
                                komt vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage III, deel B, en
                                bedraagt ten hoogste 3,75 klokuur per week per groep leerlingen
                                jonger dan zes jaar indien de school niet de beschikking heeft over
                                een speellokaal en ten hoogste 2,25 klokuur per groep leerlingen van
                                zes jaar en ouder.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden
                                school voor primair onderwijs dat eigenaar is van een
                                gymnastiekruimte ontvangt jaarlijks een vergoeding. De hoogte van de
                                vergoeding wordt vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage IV,
                                deel A, op basis van de door het betreffende bevoegd gezag ingevolge
                                artikel 5, derde lid, onder 5°, verstrekte gegevens. Het maximaal
                                aantal voor vergoeding in aanmerking komende klokuren wordt op grond
                                van het eerste lid vastgesteld. Wanneer er sprake is van medegebruik
                                van de gymnastiekruimte door een of meer andere scholen voor primair
                                onderwijs wordt voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding het
                                aantal klokuren getotaliseerd.</al></li>
              <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders keren de ingevolge het tweede lid
                                vastgestelde jaarlijkse vergoeding in driemaandelijkse termijnen uit
                                aan het bevoegd gezag als bedoeld in het tweede lid, waarbij de
                                eerste termijn aanvangt aan het begin van het schooljaar.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>39</nr>
              <titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering
                            gebruik</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
                                gymnastiekruimte als bedoeld in artikel 5, vijfde lid wordt
                                beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien
                                verstande dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het
                                bepaalde in dit artikel van toepassing is.</al></li>
              <li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks voor 1 mei voorafgaande
                                aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende opgaven
                                een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door
                                scholen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs van
                                de op het grondgebied van de gemeente gelegen gymnastiekruimten.
                                Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de
                                beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt
                                uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per
                                gymnastiekruimte.</al></li>
              <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders nemen bij de vaststelling van het
                                voorstel tot inroostering het volgende in acht: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                        onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen
                                        in bijlage I, deel B;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
                                        gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte
                                        wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd
                                        voor die gymnastiekruimte;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
                                        ingeroosterd in één gymnastiekruimte. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
                                basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de volgende
                                gegevens:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in
                                        een gymnastiekruimte;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden
                                        gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
                                        gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
                                        gymnastiekruimte plaatsvindt;</al></li>
                  <li nr="d."><al>voorzover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het
                                        aantal klokuren dat ingevolge artikel 38, eerste lid voor
                                        bekostiging door de gemeente in aanmerking komt, wordt
                                        vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd
                                        gezag van de school. Burgemeester en wethouders nemen het
                                        aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d slechts op in
                                        het voorstel tot inroostering voorzover daarvoor nog
                                        capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met
                                        het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de
                                        gemeente in aanmerking komt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>Het voorstel tot inroostering wordt door burgemeester en wethouders
                                binnen twee weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde
                                gezagsorganen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
                                onderwijs. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor
                                een overleg over het voorstel. Dit overleg vindt plaats binnen twee
                                weken na toezending van het voorstel. In het overleg worden de
                                vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen in de gelegenheid
                                gesteld te reageren op het voorstel tot inroostering.</al></li>
              <li nr="6."><al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen
                                stellen burgemeester en wethouders voor 15 juni volgend op de
                                genoemde datum in het eerste lid, de definitieve inroostering vast
                                van het gebruik van de gymnastiekruimte voor het volgende
                                schooljaar. Indien burgemeester en wethouders daarbij afwijken van
                                een of meer in het overleg als bedoeld in het vijfde lid naar voren
                                gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.</al></li>
              <li nr="7."><al>Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen de
                                betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke mededeling van
                                burgemeester en wethouder over de inroostering in de beschikbare
                                gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag staande school of
                                scholen voor het volgende schooljaar. Deze mededeling is te
                                beschouwen als een beslissing in de zin van artikel 22 en, indien
                                van toepassing, een beslissing in de zin van artikel 32, vierde lid. </al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>OVERGANGSREGELING MET BETREKKING TOT DE AFHANDELING VAN
                            INGEDIENDE AANVRAGEN VOORZIENINGEN IN DE HUISVESTING VOOR 1997 EN
                            1998</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>8.1</nr>
              <titel>Uitvoering van door de minister
                                genomen beslissingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>40</nr>
                <titel>Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen basisonderwijs en/of
                            (voortgezet) speciaal onderwijs voor 1997</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Een door de minister voor het jaar 1997 goedgekeurde, voor blijvend
                                gebruik bestemde voorziening in de huisvesting ten behoeve van een
                                school voor basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal onderwijs,
                                als bedoeld in artikel IX, eerste lid respectievelijk artikel X,
                                eerste lid van de wet, wordt binnen twee maanden na inwerkingtreding
                                van het bepaalde in dit hoofdstuk door de raad voor vergoeding in
                                aanmerking gebracht. De vergoeding waarop het betrokken bevoegd
                                gezag aanspraak kan maken, wordt daarbij vastgesteld aan de hand van
                                het gestelde in bijlage IV, deel D. Een afschrift van het
                                betreffende raadsbesluit wordt binnen twee weken nadat het besluit
                                is genomen, bekend gemaakt aan het bevoegd gezag.</al></li>
                <li nr="2."><al>Binnen vier weken nadat het besluit als bedoeld in het eerste lid is
                                genomen, treden burgemeester en wethouders met het bevoegd gezag in
                                overleg over de wijze van uitvoering van de voorziening in de
                                huisvesting. Hierbij is het bepaalde in de artikelen 15 tot en met
                                18 van overeenkomstige toepassing.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>41</nr>
                <titel>Kleine huisvestingsvoorzieningen en tijdelijke huisvesting voortgezet
                            onderwijs voor 1997</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Binnen twee maanden na inwerkingtreding van het bepaalde in dit
                                hoofdstuk treden burgemeester en wethouders in overleg met het
                                desbetreffende bevoegd gezag over de hoogte van de vergoeding en de
                                wijze van uitvoering van de beslissing van de minister als bedoeld
                                in artikel XVII, derde lid van de wet. Daarbij wordt de hoogte van
                                de vergoeding vastgesteld aan de hand van het gestelde in bijlage
                                IV, deel D.</al></li>
                <li nr="2."><al>In het overleg als bedoeld in het eerste lid worden nadere afspraken
                                gemaakt over:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de beschikbaarstelling van de gelden ter uitvoering van de
                                        goedgekeur de voorziening in de huisvesting overeenkomstig
                                        het bepaalde in artikel 17;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het tijdstip en de wijze waarop door het bevoegd gezag
                                        verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de
                                        beschikbaar gestelde gelden.</al><al/></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>8.2</nr>
              <titel>Voor blijvend gebruik bestemde
                                voorzieningen basisonderwijs en/of (voortgezet) speciaalonderwijs
                                voor 1998</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>42</nr>
                <titel>Behandeling ingediende aanvragen</titel>
              </kop>
              <al>Een door de minister toegezonden aanvraag als bedoeld in artikel IX, tweede
                        lid of artikel X, tweede lid van de wet, waarin een voorziening wordt
                        gewenst voor het jaar 1998, wordt beschouwd als een aanvraag voor opneming
                        van een voorziening op het programma voor het jaar 1998 die is ingediend
                        ingevolge artikel 6. Voor het overige is het bepaalde in hoofdstuk 2
                        onverkort van toepassing op een dergelijke aanvraag.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>8.3</nr>
              <titel>Afhandeling van aanvragen met
                                een spoedeisend karakter</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>43</nr>
                <titel>Afhandeling van door de minister toegezonden aanvragen van voor blijvend
                        gebruik bestemde voorzieningen in de huisvesting wegens bijzondere
                        omstandigheden (voortgezet) speciaal onderwijs</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een door de minister aan de
                                gemeente toegezonden aanvraag als bedoeld in artikel XI, tweede lid
                                van de wet.</al></li>
                <li nr="2."><al>Indien de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het kader
                                van de in eerste aanleg bij de minister ingediende aanvraag
                                onvolledig zijn, delen burgemeester en wethouders dit binnen twee
                                weken na inwerkingtreding van het bepaalde in dit hoofdstuk mee aan
                                het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag heeft de gelegenheid de
                                ontbrekende gegevens binnen twee weken na ontvangst van deze
                                mededeling in te dienen bij burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="3."><al>Bij de beslissing over de aanvraag nemen burgemeester en wethouders
                                het bepaalde in de artikelen 21 en 22 in acht, met dien verstande
                                dat de in artikel 21 genoemde termijn van vier weken aanvangt na
                                inwerkingtreding van het bepaalde in dit hoofdstuk.</al></li>
                <li nr="4."><al>Bij de uitvoering van een beslissing waarbij de voorziening voor
                                vergoeding in aanmerking is gebracht, handelen burgemeester en
                                wethouders overeenkomstig het bepaalde in artikel 23 en 24.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>8.4</nr>
              <titel>Afhandeling aanvragen van voor
                                tijdelijkgebruik bestemde voorzieningen basisonderwijs, (voortgezet)
                                speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs en inventaris voortgezet
                                onderwijs 1997</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>44</nr>
                <titel>Afhandeling van aanvragen voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen
                            voor basisonderwijs en/of (voortgezet) speciaal onderwijs voor
                            1997</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De raad beslist over een door het bevoegd gezag ingediende aanvraag,
                                dan wel over een door de minister toegezonden aanvraag als bedoeld
                                in artikel XII, eerste lid respectievelijk artikel XIII, eerste en
                                derde lid van de wet.</al></li>
                <li nr="2."><al>Indien de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het kader
                                van de ingediende aanvraag, dan wel in het kader van de in eerste
                                aanleg bij de minister ingediende aanvraag, onvolledig zijn, delen
                                burgemeester en wethouders dit binnen twee weken na inwerkingtreding
                                van het bepaalde in dit hoofdstuk mee aan het bevoegd gezag. Het
                                bevoegd gezag heeft de gelegenheid om de ontbrekende gegevens binnen
                                vier weken na ontvangst van de mededeling in te dienen bij
                                burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="3."><al>Ten behoeve van de besluitvorming over een of meer aanvragen, als
                                bedoeld in het eerste lid van dit artikel en als bedoeld in artikel
                                45, stelt de raad een bedrag vast dat beschikbaar is voor de
                                aangevraagde voorzieningen. Bij de beslissing op de aanvragen
                                handelt de raad overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, met dien
                                verstande dat de raad daarbij niet overgaat tot de vaststelling van
                                een programma.</al></li>
                <li nr="4."><al>De beslissing als bedoeld in het derde lid wordt genomen voor 1
                                april 1997. Een afschrift van het besluit wordt binnen twee weken
                                toegezonden aan het bevoegd gezag.</al></li>
                <li nr="5."><al>Indien het besluit inhoudt dat een voorziening in de huisvesting
                                voor bekostiging in aanmerking komt, treden burgemeester en
                                wethouders binnen vier weken nadat het besluit is genomen in overleg
                                met het bevoegd gezag over de wijze van uitvoering van de
                                voorziening. Hierbij is het bepaalde in de artikelen 15 tot en met
                                18 overeenkomstig van toepassing.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>45</nr>
                <titel>Afhandeling van door de minister toegezonden aanvragen voor inrichting
                            leer- en hulpmiddelen en meubilair voortgezet onderwijs voor
                        1997</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De raad beslist op een door de minister aan de gemeente toegezonden
                                aanvraag als bedoeld in artikel XVII, vijfde lid van de wet.</al></li>
                <li nr="2."><al>Indien de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het kader
                                van de in eerste aanleg bij de minister ingediende aanvraag
                                onvolledig zijn, delen burgemeester en wethouders dit binnen vier
                                weken na inwerkingtreding van het bepaalde in dit hoofdstuk mee aan
                                het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag heeft de gelegenheid de
                                ontbrekende gegevens binnen vier weken na ontvangst van deze
                                mededeling in te dienen bij burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="3."><al>Voor de verdere afhandeling van de toegezonden aanvraag is het
                                bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid van artikel 44 van
                                toepassing. </al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>46</nr>
              <titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin
                                de verordening niet voorziet</titel>
            </kop>
            <al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                        verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>47</nr>
              <titel>Indexering</titel>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks de in het kader van deze
                        verordening gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen
                        bij op basis van de in bijlage IV, deel A opgenomen prijsindexen en
                        systematiek van prijsbijstelling.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>48</nr>
              <titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>
                  <vet>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zwolle.</vet>
                </al></li>
              <li nr="2."><al>
                  <vet>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    1997.</vet>
                </al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 1996.</al></slotformulering></regeling-sluiting>
      <bijlage>
        
        <al/>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2561.pdf">Toelichting verordening onderwijshuisvesting</extref>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2562.pdf">Bijlage 1 Criterea voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen</extref>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2564.pdf">Bijlage 2 Opstelling en toetsing van leerlingprognoses</extref>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2565.pdf">Bijlage 3 Criterea voor oppervlakte en indeling</extref>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2566.pdf">Bijlage 4 Financiële normering</extref>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2567.pdf">Bijlage 5 Criterea voor de urgentie van aangevraagde voorzieningen</extref>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2553.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2554.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2555.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2556.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2557.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2558.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i2559.pdf">Samenvatting urgentiecriterea</extref>
        </al>
        <al/>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>