<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR334266_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling bezwarencommissie personeelsaangelegenheden            ALBRANDSWAARD</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling bezwarencommissie personeelsaangelegenheden Albrandswaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=160">artikel 160 gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">geattribueerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-12-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling bezwarencommissie personeelsaangelegenheden
            ALBRANDSWAARD</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van de gemeente Albrandswaard</al><al>besluit:</al><al>tot het vaststellen van de navolgende </al><al/><al><vet>Regeling bezwarencommissie personeelsaangelegenheden
                            ALBRANDSWAARD</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><al><onderstreept>Amtenaar</onderstreept></al><al>De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a van de
                        CAR/UWO. Hij die is aangesteld door het college van de gemeente
                        Albrandswaard of waarmee het college een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                        recht heeft gesloten.</al><al><onderstreept>Awb</onderstreept></al><al>De algemene wet bestuursrecht.</al><al><onderstreept>BAR</onderstreept></al><al>Gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk</al><al><onderstreept>BAR-organisatie</onderstreept></al><al>Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie</al><al><onderstreept>Belanghebbende</onderstreept></al><al>De medewerker wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken conform
                        artikel 1:2 Awb.</al><al><onderstreept>Bestuursorgaan</onderstreept></al><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                        Albrandswaard</al><al><onderstreept>Commissie</onderstreept></al><al>De bezwarencommissie personeelsaangelegenheden dat advies uitbrengt aan het
                        bestuursorgaan over de beslissing op bezwaar van een medewerker.</al><al><onderstreept>L</onderstreept><onderstreept>id</onderstreept><onderstreept> of plaatsvervangend lid</onderstreept></al><al>Een persoon die is aangewezen om zitting te nemen in de commissie en die
                        geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van
                        het bestuursorgaan.</al><al><onderstreept>Medewerker</onderstreept></al><al>Ambtenaar, stagiaire, leer-werkbaner (artikel 1:2:2 CAR/UWO) en hij die is
                        aangesteld als:</al><al> a. Buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs);</al><al>b. Onbezoldigde ambtenaar.</al><al>Bij de gemeente Albrandswaard</al><al><onderstreept>Verwerend orgaan</onderstreept></al><al>het college van de gemeente Albrandswaard dat het besluit, waartegen een
                        medewerker bezwaar heeft gemaakt, heeft genomen.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Adviestaak</titel></kop><al><vet>1.</vet>Er is een bezwarencommissie personeelsaangelegenheden. </al><al><vet>2.</vet>De commissie adviseert over de door het verwerend orgaan te
                        nemen beslissing op bezwaar, ingediend door een medewerker van de gemeente
                        Albrandswaard, aangaande</al><al>a.een voor hem genomen besluit over een personele aangelegenheid of </al><al>b.het nalaten van het nemen van een dergelijk besluit.</al><al><vet>3.</vet>Van de advisering door de commissie kan het verwerend orgaan
                        afzien, indien reeds geheel aan het bezwaar is tegemoetgekomen en de
                        indiener van het bezwaarschrift geen belang heeft bij een oordeel over het
                        oorspronkelijke besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling, benoeming en vergoeding commissieleden</titel></kop><al><vet>1.</vet>Het dagelijks bestuur van de BAR-organisatie benoemt, schorst
                        en ontslaat de leden, nadat daarover overleg is gevoerd in het Georganiseerd
                        Overleg conform het bepaalde in lid 3.</al><al><vet>2.</vet>De commissie bestaat uit:</al><al>a. Eén voorzitter, die wordt gekozen door het dagelijks bestuur en de bonden
                        gezamenlijk;</al><al>b. Eén lid, die wordt gekozen door de gezamenlijke bonden;</al><al>c. Eén lid, die wordt gekozen door het dagelijks bestuur van de
                        BAR-organisatie.</al><al><vet>3.</vet>Het dagelijks bestuur bereikt in het Georganiseerd Overleg
                        overeenstemming over de benoeming van twee voorzitters en een groep van
                        minimaal vier commissieleden, waaruit de ambtelijk secretaris per
                        behandeling van bezwaar één commissie samenstelt conform het bepaalde in lid
                        2. Daarbij houdt hij rekening met de aard van het bezwaar, de specifieke
                        deskundigheid van de leden en de beschikbaarheid.</al><al><vet>4.</vet>De voorzitter en de leden van de commissie dienen onafhankelijk
                        te zijn en gezamenlijk deskundig op het gebied van ambtenarenrecht,
                        functiewaardering en HRM.</al><al><vet>5.</vet>De vergoeding van de commissieleden bedraagt € 90 per uur. Voor
                        de voorbereiding en de nabespreking gezamenlijk mag maximaal de vergadertijd
                        in rekening worden gebracht. De reiskosten worden vergoed op basis van de
                        dienstreisvergoeding voor de ambtenaren. De commissieleden dienen de
                        declaratie in bij de ambtelijk secretaris van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onverenigbaarheden</titel></kop><al><vet>1.</vet>Onverenigbaarheden voor de voorzitter en de overige leden van
                        de commissie zijn: </al><al>a. Lidmaatschap van de gemeenteraad, colleges van de BAR, het algemeen of
                        dagelijks bestuur van de BAR-organisatie;</al><al>b. Medewerker of inhuurkracht bij de BAR(-organisatie);</al><al>c. Adviseur van de medezeggenschap van de BAR(-organisatie);</al><al>d. Bestuurder van een vakorganisatie die het personeel vertegenwoordigd bij
                        de BAR(-organisatie);</al><al>e. Lid van een plaatsings-, functiewaarderings- of adviescommissie voor
                        personeelsaangelegenheden bij de BAR(-organisatie);</al><al>f. Betrokkenheid bij het opstellen HRM-beleid of regelgeving voor de
                        BAR(-organisatie);</al><al>g. Betrokkenheid bij de voorbereiding van het onderhavige besluit.</al><al><vet>2.</vet>De voorzitter of een lid van de commissie neemt niet deel aan
                        de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij zijn onpartijdigheid in
                        het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen
                        bij de uitoefening van hun lidmaatschap ter kennis komt, voor zover het
                        belang van de medewerker dit vereist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Benoemingsperiode</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor de duur
                            van 4 jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden kunnen ten hoogste eenmaal worden
                            herbenoemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Intrekken benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment
                            ontslag nemen. Zij doen daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                            mededeling aan de werkgever.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mochten er naar het oordeel van de ambtelijke secretaris onvoldoende
                            voorzitters of leden beschikbaar zijn, dan blijft de aftredende
                            voorzitter of het aftredende lid van de commissie zijn functie
                            vervullen, totdat in de opvolging is voorzien. De ambtelijk secretaris
                            maakt dit schriftelijk kenbaar aan de aftredende voorzitter of lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Mocht het dagelijks bestuur van de BAR-organisatie of de bonden de
                            benoeming willen beëindigen dan wordt daarover in het GO overleg
                            gevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door het dagelijks bestuur van de BAR-organisatie wordt aan de
                            commissie een ambtelijk secretaris toegevoegd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris is diegene in wiens functie deze taak voorkomt
                            of een medewerker van de afdeling Juridische Zaken van de
                            BAR-organisatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris bereidt de vergaderingen voor, zorgt voor de
                            uitnodigingen, bewaakt de termijnen, ondersteunt het proces en stelt het
                            concept advies op. Al deze taken voert hij uit onder
                            verantwoordelijkheid van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris is geen lid van de commissie en heeft geen
                            stemrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontvangst bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bericht van ontvangst, als bedoeld in artikel 6:14 van de Awb,
                            vermeldt het bestuursorgaan dat een commissie over het bezwaarschrift
                            zal adviseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan verstrekt het door of namens de medewerker ingediende
                            bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken zo spoedig mogelijk
                            aan de ambtelijk secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling worden de bevoegdheden op grond van de
                        volgende artikelen van de Awb uitgeoefend door de ambtelijk secretaris van
                        de commissie, voor zover de voorbereiding van de beslissing op bezwaren in
                        handen van de commissie is gesteld:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1 lid 2 Awb (schriftelijke machtiging verlangen van
                                vertegenwoordiger);</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6 Awb (stellen van een termijn waarbinnen het verzuim van
                                artikel 6:5 Awb kan worden hersteld);</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17 Awb (verzending van de stukken naar gemachtigde);</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4 lid 2 Awb (stukken van werkgever ter inzage leggen voor
                                belanghebbende);</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6 lid 4 Awb (apart horen zonder op de hoogte te
                                stellen).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verstrekking stukken aan de commissie</titel></kop><al>Het verwerend orgaan is verplicht aan de commissie alle stukken te
                        overleggen die betrekking hebben op het bezwaarschrift.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.De voorzitter is in verband met de voorbereiding van de behandeling
                            van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen
                            in te winnen of te doen inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2.De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                            bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig
                            uitnodigen daartoe ter zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten
                            zijn verbonden, waarvoor geen budget beschikbaar is gesteld, is vooraf
                            machtiging van de werkgever nodig. De ambtelijk voorzitter probeert deze
                            machtiging te verkrijgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtelijke secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                            waarin de belanghebbende en een vertegenwoordiger van het verwerende
                            orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen
                            horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris beslist in overleg met de voorzitter over
                            toepassing van artikel 7:3 Awb (achterwege laten hoorzitting).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ambtelijk secretaris af ziet van het horen op grond van het
                            tweede lid, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbende en het
                            verwerende orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris nodigt de medewerker en het verwerende orgaan
                            ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit voor de
                            hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kan een
                            medewerker of het verwerende orgaan, onder opgaaf van redenen, de
                            ambtelijk secretaris verzoeken het tijdstip van de zitting te
                            wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris maakt zijn beslissing, op een verzoek als
                            bedoeld in het tweede lid, zo spoedig mogelijk bekend aan de medewerker
                            en het verwerende orgaan, doch in ieder geval één week voor het tijdstip
                            van de zitting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken
                            of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste tot
                            en met derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een hoorzitting is, onverminderd het bepaalde in artikel
                        7:13 lid 3 Awb, vereist dat de voorzitter en één lid aanwezig zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan bepalen dat de hoorzitting wordt bijgewoond door
                            diegene(n) die een relevante rol speelt of spelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb vermeldt de namen van de
                            aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag geeft een zakelijke beschrijving van hetgeen is aangevoerd
                            en de overige voorvallen tijdens de zitting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overlegde bescheiden, die aan
                            het verslag worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt
                            opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter
                            op eigen initiatief of op verzoek van de commissieleden, dit onderzoek
                            instellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                            de leden van de commissie, het verwerende orgaan en de medewerker
                            toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerende orgaan en de medewerker kunnen
                            binnen één week na verzending, van de in het tweede lid bedoelde nadere
                            informatie, aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot
                            het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter neemt een
                            beslissing op een dergelijk verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                            bepalingen uit deze regeling, die betrekking hebben op de hoorzitting,
                            zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit
                            te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Van een
                            minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien de
                            minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het uit te brengen advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de
                            te nemen beslissing op het ingestelde bezwaar</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter van de commissie ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><al>Het advies wordt, met het verslag als bedoeld in artikel 17 van deze
                        regeling en de eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie,
                        tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te
                        beslissen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de ambtelijk secretaris de termijn van
                            twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10 lid 1 Awb, ontoereikend is
                            voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een
                            beslissing, verdaagt hij namens het bestuursorgaan de beslissing met
                            uiterlijk zes weken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangt de commissie, verwerend orgaan en
                            de belanghebbende een afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1
                        december 2013. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Albrandswaard d.d. 25 maart 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris</ondertekening><ondertekening>Hans Cats</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de burgemeester</ondertekening><ondertekening>drs. Hans-Christoph Wagner</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>