<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33416_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening werkleeraanbod wet investeren in jongeren gemeente Opmeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koggenlander, 30-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren van de gemeente Opmeer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 12, lid 1, onderdeel a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsvoorstel 9.64, 3-11-2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening werkleeraanbod wet investeren in jongeren gemeente Opmeer
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Opmeer van 3
                        november 2009;</al>
          <al/>
          <al>Gezien het advies van de Commissie Samenlevingszaken van 25 november
                        2009;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 12, eerste
                        lid, onderdeel a van de Wet investeren in jongeren;</al>
          <al/>
          <al>Overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen
                        aangaande de inhoud van het werkleeraanbod in het kader van de Wet
                        investeren in jongeren;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>VERORDENING WERKLEERAANBOD WET INVESTEREN IN JONGEREN GEMEENTE
                            OPMEER</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijving</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ);</al></li>
              <li nr="b."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid
                                    in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                    maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare
                                    orde of goede zeden;</al></li>
              <li nr="c."><al>startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
                                    artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet
                                    educatie en beroepsonderwijs of een diploma van het hoger
                                    algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk
                                    onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de
                                    Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li>
              <li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Opmeer.</al></li>
              <li nr="e."><al>jongere: een hier te lande woonachtige Nederlander van 16 jaar
                                    of ouder doch jonger dan 27 jaar, zoals bedoeld in artikel 2,
                                    lid 1 van de wet.</al></li>
              <li nr="f."><al>werkleeraanbod: het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid,
                                    een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder
                                    begrepen scholing, opleiding of sociale activering alsmede
                                    ondersteuning bij de arbeidsinschakeling. Onder scholing of
                                    opleiding wordt niet verstaan uit ’s Rijks kas bekostigd
                                    onderwijs.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>BELEID EN FINANCIËN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Opdracht college</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod,
                                algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op de
                                arbeidsinschakeling aan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een combinatie
                                van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling dan wel één of meerdere voorzieningen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook bestaan
                                uit een voorbereidingsperiode op een zelfstandig bedrijf of beroep,
                                als bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden,
                                krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een
                                werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het
                                werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en
                                omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in hoeverre
                                de wensen van de jongere bij de invulling van het werkleeraanbod
                                kunnen worden betrokken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aanspraak op ondersteuning</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in aanmerking
                                voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en op de naar het
                                oordeel van het college noodzakelijk geachte en beschikbare
                                voorzieningen gericht op de arbeidsinschakeling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria die
                                gesteld zijn in deze verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>De voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor voorzieningen
                                die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat wordt
                                beoogd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van
                                duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van
                                werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen
                                van werkritme, maatschappelijke participatie dan wel op andere wijze
                                vergroten van persoonlijke en maatschappelijke zelfredzaamheid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Verplichtingen van de jongere</titel>
            </kop>
            <al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen
                            aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur
                            uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                            verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                            verbonden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Intrekking werkleeraanbod</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien
                            wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de
                            jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem
                            rustende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit
                            te verwijten valt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Budgetplafond</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                verschillende voorzieningen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>SUBSIDIE EN VERGOEDINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Subsidies</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers die met een jongere
                                een arbeidsovereenkomst sluiten als tegemoetkoming in de loonkosten
                                en in de kosten van voorbereiding op een beoogd dienstverband met de
                                jongere.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen over de duur van de subsidie,
                                de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie worden
                                verbonden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan een subsidieplafond vaststellen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Vergoedingen</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan aan de jongere die ten behoeve van de uitvoering van een
                            werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die
                            kosten verstrekken.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                                belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening,
                                indien de toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In die gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                                college.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht tot en met 1
                            oktober 2009.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Werkleeraanbod Wet
                            investeren in jongeren van de gemeente Opmeer.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Opmeer van 17
                        december 2009</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>griffier gemeenteraad Opmeer ,</ondertekening>
        <ondertekening>mevrouw M.C.G.M. de Vree-Bekker</ondertekening>
        <ondertekening>de heer G.J.A.M. Nijpels,</ondertekening>
        <ondertekening>voorzitter gemeenteraad Opmeer</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting Verordening werkleeraanbod</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop>
        <al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in
                    de WIJ. Daarom worden bepaalde begrippen zoals ‘werkleeraanbod’ ,
                    ‘arbeidsinschakeling’ en ‘jongere’ niet opnieuw gedefinieerd. Wel gedefinieerd
                    zijn de begrippen ‘startkwalificatie’ en ‘algemeen geaccepteerde arbeid’, omdat
                    deze in de WIJ niet nader zijn omschreven. Het begrip ‘startkwalificatie’ is
                    afkomstig uit de Wet educatie en beroepsonderwijs en wordt wel in de WWB
                    gedefinieerd (artikel 6, eerste lid, onderdeel d WWB). De omschrijving van
                    ‘algemeen geaccepteerde arbeid’ is afkomstig uit de nota naar aanleiding van het
                    verslag (Kamerstukken II 2008-2009, 31775, nr. 7, pag. 28). Voor de leesbaarheid
                    van de verordening zijn de in de wet opgenomen bepalingen inzake ‘jongere’ en
                    ‘werkleeraanbod’ opgenomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 Opdracht college</tussenkop>
        <al>In het eerste lid is de opdracht aan het college verwoord, zoals deze
                    voortvloeit uit de artikelen 11, eerste lid en 13 eerste lid WIJ. In het tweede
                    lid is tevens verduidelijkt dat het werkleeraanbod ook samengesteld kan zijn uit
                    een combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                    arbeidsinschakeling en één of meerdere voorzieningen. Onder voorziening wordt
                    verstaan een instrument dat wordt ingezet om de jongere dichterbij de
                    arbeidsmarkt te brengen. Dit kan zoals gezegd allerlei vormen hebben, variërend
                    van schuldhulpverlening tot training van werknemersvaardigheden.</al>
        <al>In het derde lid is vastgelegd dat een werkleeraanbod ook kan bestaan uit
                    ondersteuning bij een traject gericht op werk in zelfstandig bedrijf of beroep.
                    Uit een oogpunt van herkenbaarheid en consistentie, alsmede gelet op het belang
                    dat gehecht wordt aan het begeleiden van jongeren naar zelfstandig werk, is deze
                    bepaling opgenomen. Aangetekend daarbij moet worden dat dit een kan-bepaling is:
                    het college bepaalt of het zinvol is de jongere een aanbod te doen gericht op
                    ondersteuning richting zelfstandig bedrijf of beroep.</al>
        <al>Het vierde lid beschrijft het belang van “individueel maatwerk”. De
                    gemeentelijke onderzoeksplicht en de plicht om de wensen van de jongere bij de
                    invulling te betrekken worden beschreven. Met het oog op motivering en
                    kansbenutting zal het college daarmee rekening houden. Daarmee is niet gezegd
                    dat de jongere recht heeft op een bepaalde specifieke voorziening en deze kan
                    opeisen. De uiteindelijk invulling van de aard en de samenstelling van het
                    aanbod is voorbehouden aan het college.</al>
        <al>Met de WIJ zetten we het huidige beleid rondom jongeren voort. Dat wil zeggen
                    dat het verwerven van een startkwalificatie (indien haalbaar voor de jongere)
                    voorop blijft staan. Ook de sluitende aanpak rondom jongeren blijft van kracht.
                    Als gevolg van de WIJ gaat dit beleid ook gelden voor de jongeren van 23 tot en
                    met 26 jaar. </al>
        <tussenkop>Artikel 3 Aanspraak op ondersteuning</tussenkop>
        <al>Als spiegelbeeld van de opdracht van het college komen jongeren die recht hebben
                    op een werkleeraanbod in aanmerking voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling en voorzieningen. Dit vloeit reeds voort uit artikel 13,
                    eerste lid WIJ maar is omwille van de herkenbaarheid en eenduidigheid hier nader
                    geconcretiseerd. Wat de vorm van de ondersteuning is, bepaalt het college zelf
                    (Kamerstukken II, 2008-2009, 31 775, nr. 3, pag. 22).</al>
        <al>Voor de duidelijkheid is verder nog bepaald dat het om jongeren moet gaan die
                    recht op een werkleeraanbod hebben. Dat is niet iedere jongere in de zin van de
                    WIJ (zie artikel 2, eerste lid WIJ), want daaronder wordt verstaan de jongere in
                    de leeftijd van 16 tot 27 jaar. Artikel 13, eerste lid, WIJ kadert de doelgroep
                    af.</al>
        <al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de jongere en de criteria die gesteld zijn voor het aanbieden van
                    een werkleeraanbod. </al>
        <tussenkop>Artikel 4 De voorzieningen</tussenkop>
        <al>Naast het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid en ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling kan het college voorzieningen aanbieden. De voorziening zijn
                    primair bedoeld voor jongeren die niet direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt,
                    maar kan in een krimpende arbeidsmarkt ook worden aangeboden aan jongeren zonder
                    direct aanwijsbare belemmeringen.</al>
        <al>In het eerste lid is het maatwerkprincipe gerelateerd aan de inzet van
                    voorzieningen. De voorzieningen die worden ingezet moeten een adequaat en
                    toereikend middel zijn om het doel te bereiken. </al>
        <al>In het tweede lid is het doel van de inzet van voorzieningen verwoord.
                    Afhankelijk van de aard van de voorziening zal sprake zijn van één van de
                    aangegeven (tussen)doelen, met als eindbestemming duurzame
                    arbeidsparticipatie.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 Verplichtingen van de jongere</tussenkop>
        <al>In de WIJ is vastgelegd welke verplichtingen verbonden zijn aan het recht op een
                    werkleeraanbod (artikelen 44 en 45 WIJ). Daaraan is toegevoegd de verplichting
                    dat de jongere de verplichtingen dient na te komen die voortvloeien uit de
                    verordening of die aan een bepaalde voorziening zijn verbonden. Dit kunnen
                    verplichtingen van uiteenlopende aard zijn, die een verdere concretisering
                    vormen van de in de WIJ opgenomen verplichtingen. Zo kan bijvoorbeeld worden
                    bepaald dat de jongere gedurende het traject periodiek de voortgang met een
                    consulent bespreekt.</al>
        <tussenkop>Artikel 6 Intrekken werkleeraanbod</tussenkop>
        <al>Daar waar het recht op een werkleeraanbod wordt toegekend en ingevuld, kan dit
                    ook worden ingetrokken, onder de voorwaarden genoemd in artikel 21 WIJ. Met
                    betrekking tot intrekking van het aanbod in verband met schending van de
                    verplichtingen verbonden aan het werkleeraanbod, wordt het aan het college
                    overgelaten om te bepalen onder welke voorwaarden daartoe kan worden besloten.
                    Het intrekken van het werkleeraanbod vindt met terughoudendheid plaats.</al>
        <al>Intrekking is slechts aan de orde als er een situatie is ontstaan dat niet
                    langer kan worden gevergd dat het werkleeraanbod wordt voortgezet en een andere
                    invulling (via een gedeeltelijke herziening) evenmin soelaas biedt. Gedacht
                    wordt aan herhaalde misdragingen jegens andere jongeren of begeleiders op de
                    werk/leerplek of veelvuldig verzuim. Daarbij kunnen bijvoorbeeld ook een rol
                    spelen de positie van gemotiveerde jongeren die wachten op een leer/werkplek, de
                    staat van de arbeidsmarkt en de kosten van de voorziening. </al>
        <tussenkop>Artikel 7 Budgetplafonds</tussenkop>
        <al>De gemeente kan een verdeling maken van de beschikbare middelen over de
                    verschillende voorzieningen. Dit kan bijvoorbeeld in een beleidsplan of de
                    begroting. </al>
        <al>Het uitgeput zijn van bepaalde begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn
                    om geen werkleeraanbod te doen. Wel kan de invulling van het aanbod beïnvloed
                    worden door budgettaire beperkingen. </al>
        <al>Zijn er vanwege die beperkingen voor bepaalde voorzieningen geen middelen meer
                    dan dient te worden nagegaan welk ander instrument beschikbaar is.</al>
        <al>Dit houdt is dat er geen algemeen plafond gesteld kan worden. Wat wel kan, is
                    dat per voorziening een plafond wordt ingebouwd. Dit laat de mogelijkheid open
                    dat er via een ander instrument tot duurzame arbeidsparticipatie wordt
                    gekomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 8 Subsidies</tussenkop>
        <al>Het werkleeraanbod kan worden ingevuld met gesubsidieerde arbeid. Dit wordt ook
                    als een voorziening aangemerkt. In het eerste lid is vastgelegd dat de subsidie
                    aan de werkgever kan bestaan uit een tegemoetkoming in de loonkosten of andere
                    bijkomende kosten. Deze subsidie vormt als zodanig een noodzakelijke voorwaarde
                    voor deze voorziening.</al>
        <al>Voor het verstrekken van deze subsidie is een wettelijke grondslag vereist
                    (artikel 4:23, eerste lid Awb). Om die reden is dit specifieke artikel opgenomen
                    dat deze grondslag biedt. In het eerste lid worden loonkostensubsidies en
                    subsidies ter voorbereiding van een dienstverband van een grondslag
                    voorzien.</al>
        <al>De hoogte van de subsidies en de voorwaarden waaronder deze worden verleend
                    dienen afzonderlijk te worden geregeld. Het college kan nadere regels
                    stellen.</al>
        <al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, subsidieplafonds vast
                    stellen. Om subsidies te kunnen weigeren is het een vereiste dat een dergelijk
                    plafond is ingesteld. In het derde lid is de bevoegdheid van het college
                    vastgesteld om plafonds in te stellen, bijvoorbeeld in het beleidsplan of in de
                    begroting. </al>
        <tussenkop>Artikel 9 Vergoedingen</tussenkop>
        <al>Kosten die voor de jongere verbonden zijn aan het uitvoeren van het
                    werkleeraanbod kunnen worden vergoed op grond van dit artikel. Gedacht kan
                    worden aan kosten van kinderopvang, voor zover de voorliggende voorziening
                    daarin onvoldoende voorziet. Ook noodzakelijke reiskosten en andere kosten
                    (bijvoorbeeld kleding en schoeisel) kunnen voor vergoeding in aanmerking komen,
                    mits de kosten aantoonbaar en noodzakelijk zijn en er geen andere voorzieningen
                    zijn. </al>
        <al/>
        <al>De artikelen 10 tot en met 12 behoeven geen nadere toelichting.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>