<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR334134_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-07-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2014, 29</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=81oa&amp;g=2020-01-01">artikel 81oa van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-11-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB14.0045</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>raad: de gemeenteraad;</al></li><li nr="d."><al>gemeentebestuur: ieder bevoegd orgaan van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>secretaris: de ambtelijk secretaris van de
                                    rekenkamercommissie.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Taak, samenstelling en lidmaatschap van de
                            rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>De commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en de
                                rekenkamerfunctie uitvoert, als bedoeld in artikel 81oa Gemeentewet.
                                De commissie wordt aangeduid als rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie heeft tot taak onderzoek uit te voeren naar
                                de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het
                                door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het werkterrein van de rekenkamercommissie strekt zich uit over alle
                                organen en diensten van de gemeente Den Helder en de door de
                                gemeente Den Helder gesubsidieerde instellingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Samenstelling en benoeming rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit drie leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden worden door de raad van buiten de kring van zijn leden
                                benoemd voor een periode van drie jaar; de leden kunnen door de raad
                                op voordracht van de rekenkamercommissie één keer worden herbenoemd
                                voor een aansluitende periode van drie jaar. De benoeming van de
                                externe leden geschiedt op voordracht van een door de raad benoemde
                                sollicitatiecommissie bestaande uit twee raadsleden. De voorzitter
                                van de rekenkamercommissie fungeert als adviseur en de secretaris
                                als ondersteuning van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden mogen geen betrekkingen uitoefenen als bedoeld in artikel
                                81f van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt voor de leden een rooster van aftreden
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rekenkamercommissie wijst uit haar leden een voorzitter en diens
                                plaatsvervanger aan.</al><al> De voorzitter:</al><lijst><li nr="-"><al>draagt zorg voor het bijeenroepen, het bepalen van de agenda
                                        en leiden van de vergaderingen van de
                                        rekenkamercommissie;</al></li><li nr="-"><al>bewaakt het budget van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="-"><al>bewaakt de voortgang van de onderzoeken;</al></li><li nr="-"><al>fungeert als centraal aanspreekpunt voor de algemene gang
                                        van zaken rond de rekenkamercommissie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Ten aanzien van de leden is artikel 81g van de Gemeentewet van
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Einde van het lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt een lid van de rekenkamercommissie op non-actief
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het lid zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al></li><li nr="b."><al>het lid bij een nog niet onherroepelijk geworden
                                        rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan
                                        wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="c."><al>het lid onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog
                                        niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan een lid op non-actief stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een
                                        misdrijf wordt ingesteld of</al></li><li nr="b."><al>indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van
                                        feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op
                                        gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid, onder a, en
                                        zevende lid, onder a, van de Gemeentewet, zouden kunnen
                                        leiden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel
                                is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in lid
                                3 de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat
                                geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid wordt door de raad ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                        lidmaatschap van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij
                                        zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien het lid naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
                                        toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden
                                ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is
                                        zijn functie vervullen;</al></li><li nr="b."><al>indien hij handelt in strijd met artikel 81h van de
                                        Gemeentewet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden van de externe leden van de
                                rekenkamercommissie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter ontvangt een onkostenvergoeding van € 375,00 per maand
                                (prijspeil 1 januari 2014), exclusief reiskosten. De overige leden
                                ontvangen een onkostenvergoeding van € 275,00 per maand (prijspeil 1
                                januari 2014), exclusief reiskosten. De onkostenvergoedingen worden
                                per 1 januari van elk jaar herzien aan de hand van de
                                consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het
                                voorafgaande kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onkostenvergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten
                                laste van het budget van de rekenkamercommissie als bedoeld in
                                artikel 5.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>De werkwijze van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar
                            vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na
                            de vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Initiatief tot het uitvoeren van onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bepaalt zelf de onderwerpen voor haar
                                onderzoek. Suggesties voor te onderzoeken onderwerpen kunnen worden
                                voorgedragen door:</al><lijst><li nr="a."><al>de leden van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>de leden van de raad;</al></li><li nr="c."><al>de leden van de raadscommissies;</al></li><li nr="d."><al>het college;</al></li><li nr="e."><al>commissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet
                                        waaraan bestuursbevoegdheden van het college zijn
                                        toegekend;</al></li><li nr="f."><al>inwoners van de gemeente Den Helder;</al></li><li nr="g."><al>organisaties gevestigd in de gemeente Den Helder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie legt jaarlijks een onderzoeksplan met haar
                                voorgenomen onderzoeken ter kennisneming voor aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor ieder onderzoek formuleert de rekenkamercommissie de
                                probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Uitvoering van het onderzoek en rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                                uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
                                onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                                commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad
                                tussentijds te informeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het
                                gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de
                                uitvoering van het onderzoek. De rekenkamercommissie kan de
                                bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de
                                secretaris en de overige medewerkers die haar bij de uitvoering van
                                haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de
                                ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen
                                binnen de door de rekenkamercommissie gestelde redelijke termijn te
                                verstrekken;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten
                                zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de
                                Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten
                                die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim
                                aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten
                                behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot
                                geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid,
                                respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen
                                beleggen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt betrokken ambtenaren en eventueel
                                andere betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te
                                stellen termijn die ten minste twee weken en maximaal één maand
                                bedraagt, hun zienswijze op de weergave en interpretatie van de
                                feiten in het conceptrapport van bevindingen aan de
                                rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier
                                taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De
                                rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden
                                aangemerkt. Naar aanleiding van de ontvangen reacties kan de
                                rekenkamercommissie besluiten het rapport van bevindingen aan te
                                passen. Vervolgens zal zij de nota met conclusies en aanbevelingen
                                formuleren.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt het college in de gelegenheid om binnen
                                een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken en
                                maximaal één maand bedraagt, zijn zienswijze op het rapport van
                                bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen aan de
                                rekenkamercommissie kenbaar te maken. Na ontvangst van de reactie
                                van het college formuleert de rekenkamercommissie haar nawoord.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het rapport van
                                bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen zo spoedig
                                mogelijk aangeboden aan de raad. Met de aanbieding van het rapport
                                van bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen is het
                                rapport openbaar geworden.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Na de aanbieding van het rapport van bevindingen en de nota met
                                conclusies en aanbevelingen stelt het presidium een raadsvoorstel
                                op, waarbij de reactie van het college is gevoegd. De raad bespreekt
                                het voorstel door tussenkomst van de aan het onderwerp gerelateerde
                                raadscommissie binnen 6 weken na aanbieden van het rapport van
                                bevindingen. De leden van de rekenkamercommissie nemen geen deel aan
                                de beraadslaging. Wel kunnen zij door de raad worden uitgenodigd om
                                een bijdrage te leveren aan de behandeling in de vorm van een
                                toelichting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr></kop><al>De rekenkamercommissie brengt jaarlijks, in ieder geval voor 1 april van
                            het volgende jaar, schriftelijk verslag uit van haar werkzaamheden.
                        </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>De ondersteuning van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsgriffier wijst in overleg met de rekenkamercommissie de
                                ambtelijk secretaris van de rekenkamercommissie aan. Tevens wijst
                                hij een plaatsvervangend secretaris aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van
                                haar taak terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris legt met betrekking tot de wijze waarop de
                                ondersteunende taken worden verricht rechtstreeks verantwoording af
                                aan de rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Onderzoekmedewerk(st)ers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Interne onderzoekmedewerk(st)ers worden voor de duur van het
                                onderzoek en in overleg met de rekenkamercommissie door de
                                gemeentesecretaris aangewezen; zij worden in voldoende mate voor de
                                vervulling van hun taak vrijgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onderzoekmedewerk(st)ers kunnen, indien de rekenkamercommissie hen
                                daartoe de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.3 toekent, alle
                                informatie verzamelen die de rekenkamercommissie in het belang van
                                het onderzoek nodig acht; zij hebben een geheimhoudingsplicht met
                                betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording
                                verschuldigd aan de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is tevens bevoegd ten laste van het budget
                                als bedoeld in artikel 5 externe deskundigen in te schakelen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Budget van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de
                                begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve
                                van de uitvoering van haar taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen die krachtens artikel 2.5 zijn toegekend aan
                                        de externe leden van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>interne onderzoeksmedewerkers;</al></li><li nr="c."><al>externe deskundigen die door de rekenkamercommissie zijn
                                        ingeschakeld;</al></li><li nr="d."><al>de eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie
                                        nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget
                                uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling
                                    door de gemeenteraad onder gelijktijdige intrekking van de
                                    ‘Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2011’,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 4 april 2011.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening op de
                                    rekenkamercommissie Den Helder 2014".</al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 16 juni 2014.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>