<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR334117_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-07-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">electronisch gemeenteblad 15-07-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-07-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-07-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al><cursief>Awb</cursief>: Algemene wet bestuursrecht</al></li><li nr="b."><al><cursief>activiteit</cursief>: De activiteit, zo mogelijk
                                    vertaald in meetbare prestaties en beoogde effecten, die door de
                                    aanvrager zal worden uitgevoerd en die kan worden
                                    gesubsidieerd.</al></li><li nr="c."><al><cursief>beleidsopdracht:</cursief> een beschrijving door de
                                    gemeente van de producten of prestaties die bijdragen aan het
                                    realiseren van gemeentelijke beleidsdoelen en de voorwaarden
                                    waaronder de gemeente de producten wil afnemen.</al></li><li nr="d."><al><cursief>beleidsterrein:</cursief> Een onderdeel van het
                                    gemeentelijk beleid dat betrekking heeft op een bepaald
                                    onderwerp.</al></li><li nr="e."><al><cursief>college:</cursief> Het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.</al></li><li nr="f."><al><cursief>jaar:</cursief> Een kalenderjaar.</al></li></lijst><al>g: <cursief>offerte:</cursief> Een op een beleidsopdracht gebaseerde
                            beschrijving door de aanvrager van de producten die en de voorwaarden
                            waaronder de aanvrager levert.</al><al>h: <cursief>prestatie:</cursief> In meetbare eenheden omschreven
                            resultaten.</al><lijst><li nr="i."><al><cursief>raad:</cursief> De gemeenteraad van de gemeente
                                    Utrechtse Heuvelrug.</al></li><li nr="j."><al><cursief>subsidie:</cursief> De aanspraak op financiële
                                    middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op
                                    bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling
                                    voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten (Awb
                                    4:21).</al></li></lijst><al>k: <cursief>subsidiebeschikking:</cursief> Een schriftelijke besluit dat
                            volgt op een aanvraag om subsidie.</al><al>l: <cursief>subsidie-ontvanger:</cursief> Een aanvrager die op grond van
                            een aan hem afgegeven beschikking aanspraak kan maken op een subsidie
                            van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. </al><al>m: <cursief>subsidieplafond:</cursief> Het bedrag dat gedurende een
                            bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                            subsidies op grond van de door de gemeenteraad vastgestelde begroting. </al><al>n.<cursief>subsidieregeling:</cursief> De nadere uitwerking door het
                            college van de bepalingen uit deze verordening.</al><al>o: <cursief>uitvoeringsovereenkomst:</cursief> De overeenkomst, in de
                            zin van artikel 4:36 van de Awb, tussen de aanvrager en het
                            gemeentebestuur wordt gesloten ter uitwerking van de beschikking tot
                            subsidieverlening zoals de afgesproken verplichtingen, activiteiten en
                            de beoogde resultaten.</al><al>p: <cursief>vaststellingsbeschikking:</cursief> Een schriftelijke
                            besluit dat wordt genomen ter vaststelling van het subsidiebedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies
                                door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij
                                afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en
                                subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Awb
                                (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig
                                is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of
                                gedeeltelijk van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Het college stelt bij nadere regeling(en) (hierna te noemen:
                            subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen
                            voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald
                            welke aanvragers voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie
                            wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvrager</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie wordt verstrekt aan:</al><lijst><li nr="a."><al>rechtspersonen zonder winstoogmerk;</al></li><li nr="b."><al>(een groep van) natuurlijke personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uitzondering op het in lid 1, onder a, gestelde wordt gemaakt voor
                                rechtspersonen met rechtsbevoegdheid die met winstoogmerk
                                voorschoolse educatie aanbieden binnen de gemeente Utrechtse
                                Heuvelrug. De voorschoolse educatie dient te voldoen aan het besluit
                                basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepaalt
                                het college bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de
                                betrokken subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een subsidieplafond verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                        betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of</al></li><li nr="b."><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond
                                        betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de
                                        begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of
                                        goedgekeurd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                                overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van
                                verlaging.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld
                                of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de
                                verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van
                                        deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij
                                        anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve
                                        van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van
                                        zaken daarvan;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt
                                een exemplaar van de statuten, alsmede van het jaarverslag, de
                                jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden
                                afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een subsidie die per jaar wordt verstrekt, wordt
                                ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren
                                waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 3 maanden en
                                niet eerder dan 5 maanden voordat de aanvrager voornemens is te
                                beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                                aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in
                                artikel 7, eerste lid, uiterlijk 15 december van het jaar waarin de
                                aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in
                                artikel 7, tweede lid, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste en tweede lid van dit artikel
                                genoemde termijnen eenmaal met 4 weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigerings- en intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene
                                wet bestuursrecht kan het college de subsidie weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in
                                        overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar
                                        ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de
                                        gemeente of haar ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor
                                        het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt
                                        gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                                        van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                                        openbaar bestuur;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om
                                        voor subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="e."><al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een
                                        wettelijk voorschrift;</al></li><li nr="f."><al>als de activiteiten in strijd zijn met de wet, het algemeen
                                        belang of de openbare orde en goede zeden;</al></li><li nr="g."><al>als de activiteiten niet passen in het gemeentelijke
                                        beleid;</al></li><li nr="h."><al>als de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over
                                        voldoende gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen,
                                        hetzij uit middelen van derden, om de kosten van de
                                        activiteiten te dekken;</al></li><li nr="i."><al>als in het beoogde doel of de voorgenomen activiteiten al op
                                        andere wijze in belangrijke</al><al> mate is voorzien.</al></li><li nr="j."><al>als de activiteiten uitsluitend een partijpolitiek,
                                        godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter hebben.</al></li><li nr="k."><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde
                                        gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval
                                en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Bij de verleningsbeschikking wordt vermeld op welke wijze de
                            subsidie-ontvanger de besteding van de subsidie dient te
                            verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                                subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of
                                dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat
                                onverwijld aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie-ontvanger informeert het college onverwijld
                                schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de
                                        beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                        verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde
                                        rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de
                                        subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen
                                        kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de
                                        bestuurder of bestuurders en het doel van de
                                        rechtspersoon.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen
                                worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van
                                hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die
                                meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden
                                opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording
                                over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                                uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één
                                keer per jaar verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschotten als bedoeld in art. 4:53 Awb
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorschotten als bedoeld in het eerste lid kunnen in vier gelijke
                                termijnen worden uitgekeerd van het jaar waarop de subsidie
                                betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt in één keer
                                uitgekeerd voorzover het een subsidie van € 5.000 of minder
                                bedraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college ofwel direct
                                vastgesteld ofwel verleend en binnen 13 weken nadat de activiteiten
                                uiterlijk moeten zijn verricht ambtshalve vastgesteld (tenzij
                                toepassing wordt gegeven aan het volgende lid).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de
                                aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te
                                tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn
                                verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 8
                                weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 50.000 dient de
                                subsidie-ontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde
                                activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre
                                de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en een overzicht van de
                                kosten en baten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier
                                wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidie-ontvanger een
                                aanvraag tot vaststelling in:</al><lijst><li nr="a."><al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt
                                        verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het
                                        betrokken kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de
                                        gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                                        gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de
                                        hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag
                                        of jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop; en</al></li><li nr="d."><al>bij een subsidie van meer dan €100.00, een
                                        controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk
                                        accountant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of
                                andere gegevens worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst
                                van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij
                                subsidieregeling anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden
                                verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip,
                                bedoeld in de artikelen 15, eerste lid en 16, eerste lid, aanhef en
                                onder a of c, is ingediend, kan het college de subsidie-ontvanger
                                schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet
                                binnen deze termijn ingediend dan kan worden overgegaan tot
                                ambtshalve vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Subsidie op grond van beleidsopdrachten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan beleidsopdrachten vaststellen voor bepaalde
                                    beleidsterreinen.</al></li><li nr="2."><al>Het college stuurt aan de instelling vóór 1 april voorafgaand
                                    aan het subsidiejaar de beleidsopdracht(en) voor het betreffende
                                    subsidiejaar.</al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag voor een subsidie op grond van beleidsopdrachten
                                    bevat naast de in artikel 6 lid 2 en 3 van deze verordening
                                    vermelde gegevens en stukken ook één of meer offertes en een
                                    productbegroting.</al></li><li nr="4."><al>Een aanvraag voor subsidie op grond van beleidsopdrachten dient
                                    vóór 1 juni voorafgaand aan het subsidiejaar te worden
                                    ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Het college overlegt indien gewenst met de aanvrager over de
                                    ingediende offerte(s).</al></li><li nr="5."><al>Het college toetst de subsidieaanvraag aan de van toepassing
                                    zijnde beleidsopdracht(en).</al></li><li nr="6."><al>In het jaar waarover subsidie is verleend voert het college
                                    tussentijds overleg met de</al></li></lijst><al>subsidie-ontvanger op basis van tussentijdse rapportages. Indien
                            gewenst, is het mogelijk de in artikel 4:36, eerste lid, van de Awb
                            genoemde uitvoeringsovereenkomst bij te stellen, en dit </al><al> formeel vast te leggen in een aanvullende uitvoeringsovereenkomst.</al><lijst><li nr="7."><al>De subsidie-ontvanger met wie het college een
                                    uitvoeringsovereenkomst heeft gesloten, overlegt binnen de in
                                    artikel 16 lid 1 bedoelde termijn:</al></li><li nr="1."><al>een balans en rekening van de baten en lasten en een toelichting
                                    op deze stukken;</al></li><li nr="2."><al>een eindrapportage, waarin de subsidie-ontvanger per product of
                                    activiteit verantwoording aflegt over de in de
                                    uitvoeringsovereenkomst overeengekomen inzet, de prestaties, de
                                    resultaten, en de financiën.</al></li><li nr="8."><al>De overige bepalingen van deze verordening zijn van
                                    overeenkomstige toepassing op een aanvraag op grond van
                                    beleidsopdrachten, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen
                                    dat daaraan geen behoefte is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen
                                2 en 3, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan
                                afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de
                                subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig
                                zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen
                                doelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en
                                hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug
                                    2012 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 15 juli 2014.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene
                                    subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2014”.</al></li><li nr="4."><al>Aanvragen die zijn ingediend vóór 15 juli 2014 worden behandeld
                                    volgens de bepalingen van de "Algemene subsidieverordening
                                    gemeente Utrechtse Heuvelrug 2012”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 juli 2014. </ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>W.Hooghiemstra G.F. Naafs </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te
                        besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene
                        subsidieverordening (hierna: Asv) van toepassing is. Dit betreft in beginsel
                        alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke
                        verordening een uitputtende regeling (oftewel een aparte
                        subsidieverordening) is getroffen en subsidies waar overeenkomstig artikel
                        4:23, derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is. Voorbeelden
                        van subsidies zonder wettelijke grondslag zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>incidentele subsidies;</al></li><li nr="-"><al>subsidies die expliciet in de begroting zijn opgenomen.</al></li></lijst><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid,
                        van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld
                        incidentele subsidies) is de Asv in beginsel niet van toepassing. Dit lid
                        geeft het college de bevoegdheid om de Asv (deels) van toepassing te
                        verklaren als daartoe aanleiding bestaat. Het richtbedrag voor het van
                        toepassing verklaren van de Asv is € 500. Daarnaast zijn de aard van de
                        activiteiten en de aanvrager nog van belang voor de beoordeling om de Asv al
                        dan niet toe te passen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels (hierna:
                        subsidieregeling) de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Voor zover het
                        college iets wenst te regelen met betrekking tot de aanvragers die voor
                        subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van
                        uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling te gebeuren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De aanvrager</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Spreekt voor zich. </al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Om de gewenste kwalitatieve doelstellingen met betrekking tot voor- en
                        vroegschoolse educatie (VVE) te behalen is ervoor gekozen een uitzondering
                        te maken voor rechtspersonen met winstoogmerk. Door deze uitzondering te
                        maken kan het aanbod van VVE worden vergroot. Omdat deze regel uitgaat van
                        de (wettelijke) kwaliteit van de VVE is het verantwoord om ook
                        rechtspersonen met winstoogmerk de gelegenheid te bieden om voor subsidie in
                        aanmerking te komen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>In de Awb zijn in de artikelen 4:25 tot en met 4:28 de belangrijkste
                        bepalingen rondom het werken met een subsidieplafond gegeven. Het college
                        stelt de subsidieplafonds vast (lid 1); bij de bekendmaking daarvan wordt
                        tevens de bepaalde wijze van verdelen vermeld (eerste lid in combinatie met
                        artikel 4:26, tweede lid, van de Awb) en wordt er gewezen om de mogelijkheid
                        het subsidieplafond te verlagen (tweede en derde lid). Ook stelt het college
                        in de subsidieregeling nadere regels op over de wijze van verdeling van de
                        beschikbare middelen. </al><al>Met het oog op de rechtszekerheid verlangt de Awb, dat het subsidieplafond
                        én de wijze van verdeling bij overschrijding van het subsidieplafond bekend
                        worden gemaakt, vóórdat de periode waarop deze betrekking hebben, ingaat. Zo
                        kunnen potentiële aanvragers tijdig weten hoeveel geld beschikbaar is. Aan
                        de andere kant kunnen, op het moment dat het subsidieplafond bereikt is,
                        subsidieaanvragen zonder nadere motivering worden afgewezen. De raad stelt
                        uiteraard nog steeds de financiële kaders vast (in de begroting). Het is
                        binnen die kaders dat het college de subsidieplafonds kan vaststellen. </al><al>In het vierde lid is het begrotingsvoorbehoud opgenomen. Als de
                        gemeentebegroting nog niet is vastgesteld en er formeel dus nog geen
                        financiële ruimte door de raad beschikbaar is gesteld, wordt alleen subsidie
                        verleend onder de voorwaarde dat de raad daarvoor geld beschikbaar zal
                        stellen. Dit wordt in de verleningsbeschikking vermeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Voor het aanvragen van subsidies is tevens een formulier beschikbaar. Deze
                        is op de website te vinden en kan gebruikt worden als ondersteuning bij de
                        schriftelijke aanvraag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                        onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt
                        en andersoortige subsidies. Bij subsidieregeling kan het college besluiten
                        af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en
                        tweede lid (derde lid).</al><al><cursief>Bepalingen Awb in verband met de aanvraag van een
                            subsidie:</cursief></al><al><cursief>Indien een subsidie niet tijdig en/of niet volledig wordt ingediend
                            kan het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Ook
                            kan het college vragen om nadere informatie indien dit ter beoordeling
                            van de aanvraag nodig is:</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr></kop><al><cursief>1. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen,
                            indien:</cursief></al><al><cursief>a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift
                            voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of</cursief></al><al><cursief>b. de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van
                            artikel 2:15, of</cursief></al><al><cursief>c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de
                            beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de
                            beschikking,</cursief></al><al><cursief>mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een
                            door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.</cursief></al><al><cursief>2. (…)</cursief></al><al><cursief>3. (…)</cursief></al><al><cursief>4. Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de
                            aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld
                            of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is
                            verstreken.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te
                        beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte
                        beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid
                        gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar en andersoortige subsidies. Het
                        college heeft de mogelijkheid (derde lid) de termijn eenmaal met 4 weken te
                        verdagen. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de
                        beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid (vierde
                        lid).</al><al><cursief>Informatie over de behandeling van aanvragen:</cursief></al><al><cursief>Het college toetst de subsidieaanvraag in ieder geval
                            aan:</cursief></al><al><cursief>a. deze verordening ;</cursief></al><al><cursief>b. de van toepassing zijnde subsidieregeling;</cursief></al><al><cursief>c. het door het bestuursorgaan vastgestelde beleid en
                            beleidsnota’s;</cursief></al><al><cursief>d. het in art. 4.34 Awb neergelegde
                        begrotingsvoorbehoud;</cursief></al><al><cursief>e. het per beleidsterrein vastgestelde subsidieplafond, zoals
                            bedoeld in art. 4:25 e.v. van de Awb.</cursief></al><al><cursief>In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval
                            aangegeven:</cursief></al><al><cursief>a. een omschrijving van de prestatie(s) en activiteiten waarvoor
                            subsidie wordt verleend (art. 4:30 Awb);</cursief></al><al><cursief>b. het bedrag van de subsidie (art. 4:31 Awb);</cursief></al><al><cursief>c. het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft;</cursief></al><al><cursief>d. de te verstrekken voorschotten (indien van toepassing) en het
                            rekeningnummer waarop het wordt gestort;</cursief></al><al><cursief>e. het begrotingsvoorbehoud als bedoeld in artikel 5, vierde lid,
                            van deze verordening;</cursief></al><al><cursief>f. hoe en wanneer verantwoording dient plaats te
                        vinden;</cursief></al><al><cursief>g. de mogelijkheid in bezwaar te gaan tegen de
                            beslissing.</cursief></al><al><cursief>Ter uitvoering van de beschikking kan een uitvoeringsovereenkomst
                            worden gesloten.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:36</nr></kop><al><cursief>1. Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een
                            overeenkomst worden gesloten.</cursief></al><al><cursief>2. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard
                            van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden
                            bepaald dat de subsidie-ontvanger verplicht is de activiteiten te
                            verrichten waarvoor de subsidie is verleend.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigerings- en intrekkingsgronden</titel></kop><al>In het eerste lid zijn, naast de algemeen geldende weigeringsgronden van
                        artikelen 4:25, tweede lid (subsidieplafond), en 4:35 van de Awb, de
                        facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Het college kan in deze gevallen
                        weigeren, maar is daartoe niet verplicht.</al><al>Onderdelen a, en e t/m j spreken voor zichzelf. </al><al>Onderdeel b geeft de mogelijkheid de subsidie te weigeren als de aanvrager
                        over voldoende eigen middelen beschikt.</al><al>Onderdeel c betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van
                        de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur
                        (hierna: Wet Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond is niet van
                        belang of de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf
                        beoordeeld subsidiabel zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van
                        de persoon dan wel rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op
                        grond van de Wet Bibob geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie
                        weigeren, kan het college in dergelijke gevallen ook een reeds verleende en
                        vastgestelde subsidies intrekken (tweede lid).</al><al>Onderdeel d geeft de mogelijkheid de subsidie te weigeren indien de
                        aanvrager niet voldoet aan de regels uit de Asv.</al><al>Onderdeel k ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een
                        subsidieregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld
                        weigeringsgronden die specifiek met de te subsidiëren activiteiten
                        samenhangen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:35</nr></kop><al><cursief>1. De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien
                            een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</cursief></al><al><cursief>a. de activiteiten niet of niet geheel zullen
                            plaatsvinden;</cursief></al><al><cursief>b. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen; </cursief></al><al><cursief>c. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                            verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de
                            daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de
                            vaststelling van de subsidie van belang zijn.</cursief></al><al><cursief>2. De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd
                            indien de aanvrager:</cursief></al><al><cursief>a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens
                            heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste
                            beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of</cursief></al><al><cursief>b. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is
                            verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke
                            personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de
                            rechtbank is ingediend.</cursief></al><al><cursief>Naast de in dit artikel genoemde weigerings- in intrekkingsgronden
                            bevat de Awb nog aanvullende intrekkings- en wijzigingsgronden. Deze
                            zijn vervat in artikel 4:48, 4:49 en 4:50 van de Awb.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</titel></kop><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht
                        (tweede lid) die voor <onderstreept>alle </onderstreept>subsidie-ontvangers
                        geldt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college om
                        aan de subsidie bepaalde bijzondere verplichtingen te verbinden, in
                        aanvulling op wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie artikel
                        4:37 van de Awb). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:37</nr></kop><al><cursief>1. Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger verplichtingen
                            opleggen met betrekking tot:</cursief></al><al><cursief>a. aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                            verleend; </cursief></al><al><cursief>b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                            inkomsten; </cursief></al><al><cursief>c. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                            bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de
                            subsidie;</cursief></al><al><cursief>d. de te verzekeren risico’s;</cursief></al><al><cursief>e. het stellen van zekerheid voor verleende
                        voorschotten;</cursief></al><al><cursief>f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                            activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover
                            deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                        zijn;</cursief></al><al><cursief>g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de
                            subsidie voor derden;</cursief></al><al><cursief>h. het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in
                            artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het
                            door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële
                            verantwoording daarover. </cursief></al><al><cursief>2. Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                            c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige
                            toepassing.</cursief></al><al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog andere
                        verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor
                        een grondslag biedt. Die grondslag is in artikel 12 gegeven met betrekking
                        tot verplichtingen in het kader van het beheer en gebruik van datgene wat
                        met de subsidie tot stand is gebracht. Enkele voorbeelden hiervan zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>het opleidingsniveau van medewerkers;</al></li><li nr="-"><al>het door de aanvrager voorzien in een eigen bijdrage;</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de administratie plaats moet vinden.</al></li></lijst><al>Indien niet aan de verplichtingen wordt voldaan kan dit leiden tot het lager
                        vaststellen van de subsidie. Zie verder ‘Bepalingen Awb over de vaststelling
                        van subsidie’.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</titel></kop><al>Indien wij een subsidie verlenen tot en met € 5.000 zijn er drie
                        mogelijkheden om tot vaststelling van de subsidie te komen:</al><lijst><li nr="-"><al>De subsidie wordt gelijktijdig met de verlening ook
                                vastgesteld.</al></li><li nr="-"><al>De subsidie wordt verleend en binnen 13 weken ambtshalve
                                vastgesteld. Dit betekent dat het college de subsidie vaststelt
                                zonder dat hiervoor een aanvraag moet worden ingediend. Het college
                                beoordeelt zelf of de activiteit heeft plaatsgevonden.</al></li><li nr="-"><al>Het college kan vragen om aan te tonen dat de activiteit heeft
                                plaatsgevonden (lid 2). Dit kan door bijvoorbeeld een krantenartikel
                                of programmaboekje in te dienen. Het college stelt de subsidie
                                ambtshalve vast binnen 8 weken nadat de gevraagde gegevens zijn
                                ontvangen.</al><al>Artikel 15 Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en €
                                50.000</al><al>De vorm van het inhoudelijke verslag ligt niet vast. Het gaat er om
                                dat duidelijk is dat de verkregen subsidie is aangewend voor het
                                doel waarvoor de subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college,
                                overeenkomstig het derde lid, in een subsidieregeling aangeven
                                andere bewijsmiddelen te verlangen dan een inhoudelijk verslag.</al><al>Artikel 16 Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</al><al>De vaststelling van de subsidie van meer dan € 50.000 vindt plaats
                                op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Het
                                derde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat
                                er ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden.</al><al>Artikel 17 Subsidievaststelling</al><al>Het eerste lid bevat, overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb, de
                                termijn waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het
                                merendeel van de aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen
                                worden afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen vergen soms meer
                                tijd. Het college kan de termijn dan nog verdagen.</al><al><cursief>Bepalingen Awb over de vaststelling van
                                subsidie</cursief></al><al><cursief>Een subsidie wordt in principe vastgesteld ten hoogte van
                                    het bedrag van de verlening. In de Awb genoemde gevallen kan de
                                    subsidie lager worden vastgesteld. Dit kan o.a. zijn als de
                                    activiteiten niet (in zijn geheel) hebben plaatsgevonden of als
                                    niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is
                                    voldaan.</cursief><cursief>Indien in het geheel geen
                                    verantwoording wordt ingediend kan het college de subsidie op
                                    nihil vaststellen. Een subsidie kan niet hoger worden
                                    vastgesteld dan de verlening. Ook niet als meer activiteiten
                                    en/of andere activiteiten zijn gerealiseerd dan zijn opgenomen
                                    in de subsidiebeschikking.</cursief></al><al><vet>Artikel 4:46</vet></al><al><cursief>1. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven,
                                    stelt het bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de
                                    subsidieverlening vast.</cursief></al><al><cursief>2. De subsidie kan lager worden vastgesteld
                                    indien:</cursief></al><al><cursief>a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of
                                    niet geheel hebben plaatsgevonden;</cursief></al><al><cursief>b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
                                    subsidie verbonden verplichtingen;</cursief></al><al><cursief>c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
                                    heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                    gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot
                                    subsidieverlening zou hebben geleid, of</cursief></al><al><cursief>d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.</cursief></al><al><cursief>3. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van
                                    de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                    verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als
                                    noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de
                                    subsidie niet in aanmerking genomen.</cursief></al><al><cursief>Indien een subsidie lager wordt vastgesteld kan het college
                                    de bij voorschot teveel betaalde subsidie
                                    terugvorderen:</cursief></al><al><vet>Artikel 4:57</vet></al><al><cursief>1. Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde
                                    subsidiebedragen terugvorderen.</cursief></al><al><cursief>2. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag bij
                                    dwangbevel invorderen.</cursief></al><al><cursief>3. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag
                                    verrekenen met een aan dezelfde subsidie-ontvanger voor dezelfde
                                    activiteiten verstrekte subsidie voor een ander
                                    tijdvak.</cursief></al><al><cursief>4. Terugvordering van een subsidiebedrag of een voorschot
                                    vindt niet plaats voor zover na de dag waarop de subsidie is
                                    vastgesteld, dan wel de handeling, bedoeld in artikel 4:49,
                                    eerste lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden, vijf jaren zijn
                                    verstreken.</cursief></al><al>Artikel 18 Subsidie op grond van beleidsopdrachten </al><al>Dit artikel bevat regels omtrent beleidsgestuurde
                                contractfinanciering (BCF), een methode van subsidiëren die de
                                gemeente bij bepaalde instellingen toepast. Daar waar de procedure
                                van subsidiëring volgens de methode van BCF afwijkt van de reguliere
                                procedure zijn in dit artikel regels opgenomen. Dit betekent dat de
                                overige bepalingen van de Asv nog steeds van toepassing zijn op deze
                                aanvragen. </al><al>Artikel 19 Hardheidsclausule</al><al>In dit artikel is de zogenoemde hardheidsclausule opgenomen. Het
                                college kan op basis van deze hardheidsclausule in bijzondere
                                gevallen een artikel of artikelen van deze verordening buiten
                                toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op
                                het belang van de aanvrager of subsidie-ontvanger leidt tot
                                onbillijkheid van overwegende aard. De voorziening die het college
                                treft en die niet in de verordening is voorzien, dient altijd binnen
                                de doelstellingen van de subsidie te passen. De toepassing van de
                                hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot individuele gevallen.
                                Zodra de toepassing van een hardheidsclausule voor bepaalde gevallen
                                voldoende is uitgekristalliseerd en daardoor een bestendig karakter
                                heeft gekregen, dient dit beleid in de Asv te worden
                                neergelegd.</al></li></lijst></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>