<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR333906_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling Klokkenluiders gemeente De Wolden 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-07-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.dewolden.nl">De Wolder Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling Klokkenluiders gemeente De Wolden 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-03-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-02-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10-03-2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling Klokkenluiders gemeente De Wolden 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden;</al><al> gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de CAR-UWO;</al><al> gelet op de instemming van de Ondernemingsraad;</al><al> gelet op artikel 125a lid 4 van de ambtenarenwet;</al><al> Besluit:</al><al> vast te stellen de navolgende regeling</al><al> Regeling Klokkenluiders gemeente De Wolden 2008</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al> - ambtenaar: de ambtenaar bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel
                            a en artikel 1:2, onderdeel a; d; e en f van de CAR-UWO;</al><al> - vertrouwenspersoon: de functionaris die als zodanig door het college
                            is aangewezen zijnde de ombudsman van gemeente de Wolden;</al><al> - meldpunt de Commissie klokkenluiders gemeentelijke overheid;</al><al> - vermoeden van een misstand vermoeden van een misstand: een op
                            redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de
                            gemeentelijke organisatie waar de ambtenaar werkzaam is omtrent:</al><al> a. een strafbaar feit;</al><al> b. een schending van regelgeving of beleidsregels;</al><al> c. het misleiden van justitie;</al><al> d. een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu,
                            of</al><al> e. het bewust achterhouden van informatie over deze feiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Interne procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Interne melding</titel></kop><al> 1. De ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden, doet dit
                            bij zijn direct leidinggevende, diens leidinggevende of de
                            vertrouwenspersoon.</al><al> 2. De ambtenaar kan de vertrouwenspersoon verzoeken zijn identiteit bij
                            het college niet bekend te maken. De ambtenaar kan dit verzoek te allen
                            tijde herroepen.</al><al> 3. De leidinggevende dan wel de vertrouwenspersoon draagt er zorg voor
                            dat het college onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld
                            vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding ontvangen
                            is.</al><al> 4. Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand
                            stelt het college onverwijld een onderzoek in.</al><al> 5. Het college zendt aan de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon die
                            een vermoeden van een misstand heeft gemeld, een ontvangstbevestiging.
                            De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en
                            het moment waarop de ambtenaar het vermoeden aan de leidinggevende of de
                            vertrouwenspersoon heeft gemeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Standpunt</titel></kop><al> 1. Het college stelt de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon, binnen
                            zes weken schriftelijk op de hoogte van haar standpunt omtrent het
                            gemelde vermoeden van een misstand.</al><al> 2. Indien het standpunt niet binnen zes weken kan worden gegeven, kan
                            het college de afhandeling voor ten hoogste vier weken verdagen. Het
                            college stelt de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon hiervan
                            schriftelijk in kennis.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Externe procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het meldpunt</titel></kop><al> 1. Het college heeft aansluiting gezocht bij het landelijk meldpunt
                            voor de gemeenten zijnde bij de Commissie klokkenluiders gemeentelijke
                            overheid</al><al> 2. Het meldpunt heeft tot taak een door de ambtenaar gemeld vermoeden
                            van een misstand te onderzoeken en het college daaromtrent te
                            adviseren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Melding bij het meldpunt</titel></kop><al> 1. De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand binnen redelijke
                            termijn melden bij het meldpunt, indien:</al><al> a. hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 3;</al><al> b. hij geen standpunt ontvangen heeft binnen de termijnen bedoeld in
                            artikel 3.</al><al> 2. De ambtenaar kan het meldpunt verzoeken zijn identiteit niet bekend
                            te maken. Hij kan dit verzoek te allen tijde herroepen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a</nr><titel>Rechtstreekse melding bij het meldpunt</titel></kop><al> In het geval zwaarwegende belangen de toepassing van de interne
                            procedure in de weg staan,kan de ambtenaar, in afwijking van de
                            artikelen 2, 3 en 5, eerste lid, het vermoeden vaneen misstand
                            rechtstreeks melden bij het meldpunt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontvangstbevestiging en onderzoek</titel></kop><al> 1. Het meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding van een
                            vermoeden van een misstand aan de ambtenaar die het vermoeden heeft
                            gemeld.</al><al> 2. Indien het meldpunt dit voor de uitoefening van zijn taak
                            noodzakelijk acht, stelt het een onderzoek in.</al><al> 3. Ten behoeve van het onderzoek omtrent een melding van een vermoeden
                            van een misstand is het meldpunt bevoegd bij het college alle
                            inlichtingen in te winnen die het voor de vorming van zijn advies nodig
                            acht. Het college verschaft het meldpunt de gevraagde inlichtingen.</al><al> 4. Het meldpunt kan het onderzoek of gedeelten daarvan opdragen aan één
                            van de leden of een deskundige.</al><al> 5. Wanneer de inhoud van bepaalde door het college verstrekte
                            informatie vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter
                            kennisneming van het meldpunt dient te blijven, wordt dit aan het
                            meldpunt meegedeeld. Het meldpunt beveiligt informatie met een
                            vertrouwelijk karakter tegen kennisneming door onbevoegden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Niet ontvankelijkheid</titel></kop><al> 1. Het meldpunt verklaart de melding niet ontvankelijk indien:</al><al> a. de misstand niet van voldoende gewicht is;</al><al> b. de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 niet heeft gevolgd en
                            artikel 5a niet van toepassing is, of</al><al> c. de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 heeft gevolgd, maar
                            de termijnen bedoeld in artikel 3 nog niet zijn verstreken.</al><al> d. de melding niet binnen redelijke termijn is geschied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inhoudelijk advies van het meldpunt</titel></kop><al> 1. Indien het gemelde vermoeden van een misstand ontvankelijk is, legt
                            het meldpunt binnen zes weken zijn bevindingen omtrent de melding van
                            een vermoeden van een misstand neer in een advies aan het college. Het
                            meldpunt zendt een afschrift van het advies aan de ambtenaar met
                            inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van de aan het
                            meldpunt verstrekte informatie.</al><al> 2. Indien het advies niet binnen zes weken kan worden gegeven, wordt de
                            termijn door het meldpunt met ten hoogste vier weken verlengd. Het
                            meldpunt stelt het college alsmede de ambtenaar daarvan schriftelijk in
                            kennis.</al><al> 3. Het advies wordt in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het
                            eventueel vertrouwelijke karakter van aan het meldpunt verstrekte
                            informatie en de terzake geldende wettelijke bepalingen openbaar gemaakt
                            op een wijze die het meldpunt geëigend acht, tenzij zwaarwegende
                            belangen zich daartegen verzetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nader standpunt</titel></kop><al> 1. Het college stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies
                            bedoeld in artikel 8, de ambtenaar alsmede het meldpunt, schriftelijk op
                            de hoogte van zijn nader standpunt.</al><al> 2. Aan de ambtenaar die het meldpunt heeft verzocht zijn identiteit
                            niet bekend te maken geschiedt de berichtgeving van het nader standpunt
                            via het meldpunt.</al><al> 3. Een van het advies afwijkend nader standpunt wordt gemotiveerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al> 1. Jaarlijks wordt door het meldpunt een verslag opgemaakt.</al><al> 2. In dat verslag wordt in geanonimiseerde zin en met inachtneming van
                            de terzake geldende wettelijke bepalingen gemeld:</al><al> a. het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een
                            misstand;</al><al> b. het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek geleid heeft;</al><al> c. het aantal onderzoeken die het meldpunt heeft verricht, en</al><al> d. het aantal adviezen en de aard van de adviezen die het meldpunt
                            heeft uitgebracht.</al><al> 3. Dit jaarverslag wordt aan het college en de Ondernemingsraad
                            gestuurd en openbaar gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Deze regeling treedt in werking de dag volgend op de dag waarop de
                            regeling is vastgesteld.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders op 10 maart 2009</ondertekening><ondertekening> de secretaris, de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>