<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR333713_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad dd. 07-07-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art 35. lid 1c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 35, lid 1c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-04-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regelgeving</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z-13-08355</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>N.V.T.</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        22 april 2014; gelet op:</al><al>artikel 8a van de Wet werk en bijstand en artikel 35 eerste lid onder c
                        van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        werkloze werknemers en</al><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        gewezen</al><al>zelfstandigen;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen
                        met betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik en
                        in overeenstemming te brengen met de Wet aanscherping handhaving en
                        sanctiebeleid SZW-wetgeving;</al><al>BESLUIT :</al><al>vast te stellen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die verder in deze verordening gebruikt worden en
                                    die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als
                                    in de WWB, Bbz, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht
                                    (Awb).</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: WWB met inbegrip van de Bbz 2004, de IOAW en de
                                            IOAZ;</al></li><li nr="b."><al>WWB: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>Bbz: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;</al></li><li nr="d."><al>IOAW: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="e."><al>IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="f."><al>bijstand: algemene en bijzondere bijstand;</al></li><li nr="g."><al>uitkering: bijstandsuitkering of uitkering als bedoeld
                                            in de IOAW/IOAZ en Bbz- 2004;</al></li><li nr="h."><al>college: het College van burgemeester en
                                            wethouders;</al></li><li nr="i."><al>belanghebbende: de persoon die uitkering heeft
                                            aangevraagd dan wel ontvangt of heeft ontvangen;</al></li><li nr="j."><al>bestandsvergelijking: het vergelijken van bestanden van
                                            publiekrechtelijke organisaties.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– Fraudepreventie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Concept Hoogwaardig Handhaven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt als uitgangspunt het concept Hoogwaardig Handhaven
                                waarin wordt aangegeven hoe fraude wordt voorkomen dan wel
                                opgespoord. Handhaving in het stelsel van de gemeentelijke inkomens-
                                en re-integratievoorzieningen rust op vier pijlers:</al><lijst><li nr="a."><al>het beter en vroegtijdig informeren van belanghebbenden over
                                        rechten, plichten en handhaving;</al></li><li nr="b."><al>het optimaliseren van de dienstverlening zonder
                                        belemmeringen, zodat de kans op spontane naleving wordt
                                        vergroot;</al></li><li nr="c."><al>vroegtijdige detectie en afhandeling van fraudesignalen
                                        (controle op maat);</al></li><li nr="d."><al>bij geconstateerde fraude daadwerkelijk sanctioneren
                                        (afstemmen van de uitkering).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De methodiek van controle berust op het beginsel van risicoanalyse,
                                waarin van risicoprofielen gebruik wordt gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Controlemiddelen, validering en controle van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college voert aan de hand van jaarlijks vast te stellen
                                doelstellingen, activiteiten en instrumenten, onderzoeken uit om de
                                rechtmatigheid van de uitkering te controleren en onderzoeken naar
                                de reden van beëindiging van de uitkering. Het college stelt vast
                                binnen welke nader te bepalen termijnen deze onderzoeken
                                plaatsvinden en neemt op basis daarvan besluiten met betrekking tot
                                de rechtmatigheid van de uitkering en de wederzijds tussen het
                                college en de belanghebbende resterende verplichtingen en de
                                afhandeling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college voert bestandsvergelijkingen uit waarbij actuele
                                gegevens worden gecontroleerd. Bij de aanvraag zal een profiel
                                worden vastgesteld aan de hand van de DPS-Matrix, die gebaseerd is
                                op objectief vastgestelde wegingsfactoren zoals genoten opleiding,
                                duur van werkloosheid en uitkering, woonsituatie en het hebben van
                                schulden. Het profiel kan, afhankelijk van de omstandigheden,
                                gedurende de dienstverlening worden gewijzigd. Een klantprofiel
                                geeft zowel de kansen op re- integratie op de arbeidsmarkt als het
                                risico op misbruik weer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college onderzoekt signalen en tips die relevant zijn voor het
                                recht op bijstand/uitkering.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>– Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beleidregels bestuurlijke boete, terugvorderen en verhalen van
                                kosten van uitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt beleidsregels op voor het opleggen van een
                                    bestuurlijke boete en voor het terugvorderen en het verhalen van
                                    kosten van bijstand en inkomensvoorziening (uitkering) als
                                    bedoeld in respectievelijk artikel 58 tot en met 62i van de WWB,
                                    artikel 44 tot en met 47 van de Bbz, artikel 25 tot en met 31
                                    van de IOAW/IOAZ.</al></li><li nr="2."><al>In de beleidsregels bedoeld in het eerste lid, worden tenminste
                                    regels gesteld op grond waarvan geheel of gedeeltelijk van
                                    verdere terugvordering en verhaal kan worden afgezien.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Handhavingsverordening WWB, IOAW
                            en IOAZ 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2014.</al></li><li nr="2."><al>De Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ 2012,
                                    vastgesteld in de vergadering van 21 oktober 2013, vervalt bij
                                    inwerkingtreding van deze verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Sint Anthonis van 23 juni 2014.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers M.L.P. Sijbers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 Algemene
                        toelichting</titel></kop><tussenkop>Handhavingsverordening</tussenkop><al>Artikel 8a WWB stelt dat “de gemeenteraad in het kader van het financiële beheer
                    bij verordening regels vaststelt voor de bestrijding van het ten onrechte
                    ontvangen van bijstand/uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van
                    de wet”. In de aangescherpte WWB (met inbegrip van de Bbz 2004) is deze
                    verordeningsplicht onverkort opgenomen om in navolging van het standpunt van de
                    regering het handhaven van verplichtingen nadrukkelijker uit te voeren. Deze
                    regels gelden ook voor de toepassing van de IOAW en de IOAZ.</al><al>Het college moet jaarlijks doelen, activiteiten en instrumenten vaststellen om
                    misbruik te voorkomen en hoe aan de eisen van rechtmatigheid wordt voldaan. Er
                    ligt een duidelijke relatie met de Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012
                    en met de beleidsregels rond terugvordering en het debiteurenbeleid. In de
                    Afstemmingsverordening wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met
                    geconstateerde fraude. De verordening regelt met hoeveel procent de gemeente de
                    uitkering verlaagd en hoe lang deze verlaging van de bijstandsuitkering duurt.
                    In de beleidsregels over terugvordering en het debiteurenbeleid is terug te
                    vinden hoe de gemeente het geconstateerde fraudebedrag van belanghebbende
                    terugvordert.</al><al>In de Handhavingsverordening dient de nadruk veel meer te liggen op het
                    voorkomen van fraude (de visie van de gemeente op handhaving) en op welke wijze
                    de gemeente</al><al>frauduleus gedrag opspoort.</al><tussenkop>Concept Hoogwaardig Handhaven</tussenkop><al>Deze verordening gaat uit van handhaving gebaseerd op het concept Hoogwaardig
                    Handhaven, dat is geïntegreerd in alle werkprocessen.</al><al>Hoogwaardig handhaven kent vier samenhangende beleidslijnen, zoals opgenomen in
                    de visienotitie ‘Samen aan de slag’; heroriëntering op de rechtmatigheid, die de
                    kern vormen</al><al>van het handhavingsbeleid:</al><lijst><li nr="•"><al>instrumenten ter voorkoming van fraude (preventie)</al><lijst><li nr="o"><al>het beter en vroegtijdig informeren van belanghebbenden over
                                    rechten, plichten en handhaving;</al></li><li nr="o"><al>het optimaliseren van de dienstverlening zonder belemmeringen,
                                    zodat de kans op spontane naleving wordt vergroot;</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>instrumenten gericht op aanpak van fraude (repressie)</al><lijst><li nr="o"><al>vroegtijdige detectie en afhandeling van fraudesignalen;
                                    controle op maat;</al></li><li nr="o"><al>bij constatering van fraude daadwerkelijk sanctioneren
                                    (afstemmen van de</al></li></lijst></li></lijst><al>uitkering).</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Definities</tussenkop><al>In de begripsomschrijving is de afbakening van de verordening af te lezen.</al><tussenkop>Artikel 2. Concept Hoogwaardig Handhaven</tussenkop><al>Deze bepaling regelt dat het college activiteiten gericht op handhaving
                    vaststelt, met als uitgangspunt het concept Hoogwaardig Handhaven. Deze
                    benadering is in 2005 door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
                    aangeboden en financieel gestimuleerd.</al><al>Instrumenten die inhoud geven aan Hoogwaardig Handhaven en die vorm krijgen in
                    de activiteiten gericht op handhaving zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>Voorlichting: het goed en vroegtijdig informeren van belanghebbenden
                            over hun rechten, plichten en handhaving in de bijstand. Bijvoorbeeld
                            door middel van een informatiemap, een dienstverleningsgesprek of het
                            opstellen van een plan van aanpak.</al></li><li nr="•"><al>Poortwachtersrol: het nagaan of aanvrager van bijstand ook daadwerkelijk
                            recht heeft op een bijstandsuitkering of inkomensvoorziening en of de
                            hoogte daarvan</al></li></lijst><al>correct wordt vastgesteld. Het uitgangspunt "werk boven uitkering" staat
                    voorop.</al><al>•Verificatie en validatie: controleren van de noodzakelijke gegevens aan de hand
                    van bewijsstukken die door belanghebbende worden overlegd. Teneinde</al><al>zekerheid te krijgen omtrent de volledigheid van de gegevens en
                    inlichtingen</al><al>controleren bij externe instanties.</al><al>•Afspraken met partners in de keten: met partners (UWV WERKbedrijf en re-
                    integratiebedrijven) afspraken maken om de gemeente te informeren wanneer
                    de</al><al>belanghebbende zich niet houdt aan zijn/haar verplichtingen.</al><al>•Statusformulier: bij gebruik van een statusformulier worden de bij de gemeente
                    bekende gegevens al ingevuld en hoeft belanghebbende bij ongewijzigde
                    situatie</al><al>alleen maar te tekenen. Bij een wijziging vindt dan eventueel wel een
                    onderzoek</al><al>plaats.</al><lijst><li nr="•"><al>Signaalsturing (controle op maat): volgen van belanghebbenden indien
                            zaken opvallen die zouden kunnen duiden op frauduleus gedrag.</al></li><li nr="•"><al>Risicoanalyse (controle op maat): het extra controleren van
                            belanghebbenden met een verhoogd risicoprofiel.</al></li><li nr="•"><al>Themacontrole: thematisch onderzoek naar groepen belanghebbenden waarbij
                            vermoeden bestaat op een verhoogd risico van onrechtmatig gedrag
                            (bijvoorbeeld belanghebbenden die parttime werkzaam zijn in de
                            horeca).</al></li><li nr="•"><al>Bestandsvergelijkingen: koppeling van het klantenbestand met o.a. het
                            Inlichtingenbureau. Hierdoor is maandelijks te zien welke klanten
                            inkomsten</al></li></lijst><al>hebben waarover belasting wordt geheven. Witte fraude wordt hiermee zeer snel
                    ontdekt en grotendeels voorkomen. Ook worden gegevens beschikbaar gesteld van
                    UWV WERKbedrijf, andere gemeenten, zorgverzekeraars en DUO</al><al>(studiefinanciering).</al><lijst><li nr="•"><al>Daadwerkelijk sanctioneren: snel en kort na geconstateerd verzuim
                            daadwerkelijk sanctioneren (afstemmen van de uitkering).</al></li><li nr="•"><al>Fraudealert personeel: investeren in de fraudealertheid van de
                            klantmanagers,</al></li></lijst><al>gericht op kennis, houding en vaardigheden.</al><tussenkop>Artikel 3. Controlemiddelen, validering en controle van
                    gegevens</tussenkop><al>In deze bepaling wordt de methodiek van de controle op fraude geregeld. Het
                    bestrijden van fraude verlegt zich meer en meer naar het moment waarop de
                    potentiële klant een beroep doet op bijstand. Een goede controle op de aanvraag
                    voorkomt dat</al><al>belanghebbenden ten onrechte in de bijstand komen. De controle wordt
                    voorafgegaan door voorlichting en heldere communicatie over hoe de gemeente
                    handhaaft. Verder bepaalt dit artikel de wijze waarop fraude wordt bestreden
                    tijdens de uitkeringsperiode. Middelen die hiervoor worden ingezet, zijn de
                    bestandskoppelingen met bijvoorbeeld het Inlichtingenbureau. Ook worden bij de
                    bestrijding risicoprofielen ingezet. Aan de hand hiervan kan beter worden
                    ingeschat of een belanghebbende fraudegevoelig is. Zodoende kunnen voor de
                    koppeling belanghebbenden worden geselecteerd die passen binnen een
                    risicoprofiel.</al><tussenkop>Artikel 4. Beleidsregels bestuurlijke boete, terugvorderen en verhalen
                    van kosten van uitkering</tussenkop><al>Een effectief handhavingsbeleid is volledig wanneer na de vaststelling,
                    afstemming (en eventuele aangifte) een passend terugvorderings- en
                    verhaalsbeleid volgt. Uitgangspunt</al><al>is dat in alle gevallen van oneigenlijk gebruik of misbruik ten onrechte
                    ontvangen</al><al>bijstand/uitkering wordt teruggevorderd en geheel dient te worden terugbetaald.
                    Hierbij ligt een duidelijke relatie met de Verordening verrekening bestuurlijke
                    boete bij recidive, de Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ en de
                    beleidsregels bestuurlijke boete. In deze Handhavingsverordening WWB, IOAW en
                    IOAZ ligt de nadruk meer op het voorkomen van fraude (visie op handhaving) en op
                    welke wijze de gemeente frauduleus gedrag opspoort.</al><tussenkop>Artikel 5. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</tussenkop><al>Lid 1 behoeft geen nadere toelichting. In het tweede lid is weergegeven dat in
                    bijzondere gevallen het college de bevoegdheid heeft af te wijken van de
                    bepalingen van de verordening. Bij gebruik van deze hardheidsclausule moet in
                    verband met precedentwerking duidelijk gemotiveerd worden waarom in een bepaalde
                    situatie wordt afgeweken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>