<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3337_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 01.14 Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 147, 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>07-110</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>nr 01.14 Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>RAADSBESLUIT</al><al>De raad van de gemeente Zevenaar;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar:</al><al>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007
                        (07-110)</al><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet,</al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende verordening</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart</al></li></lijst><al>1994, Stb. 244;</al><al>d.Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20
                            februari 2001,</al><al>Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders;</al><al>e.Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van
                            Binnenlandse</al><al>Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;</al><al>f.Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
                            Zaken van 16</al><al>maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;</al><al>g.Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
                            Zaken van 12</al><al>september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;</al><lijst><li nr="h."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het</al><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de
                            minister van</al><al>Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 9
                            vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>1.De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            verbonden kosten</al><al>is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 9, vermeld in tabel II van
                            het</al><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al><al>2.Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                            artikel 4,</al><al>aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                            toepassing van</al><al>die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het
                            eerste lid de</al><al>onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 9, vermeld
                            in tabel</al><al>III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>1.Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                            geweest ontvangt de</al><al>vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het
                            aantal</al><al>dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.</al><al>2.De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                            geschiedt in</al><al>maandelijkse termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>1.Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten
                            in</al><al>verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering
                            van een</al><al>beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al><lijst><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                            taxi: een volledige</al></li></lijst></li></lijst><al>vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                            reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in</al><al>redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                            bepaalde</al><al>in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                            wethouders.</al><al>3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten</al><al>het grondgebied van de gemeente worden vergoed overeenkomstig het
                            bepaalde in</al><al>artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1.De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                            seminars en</al><al>symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente
                            worden</al><al>aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al>1.Op aanvraag verleent het college een raadslid voor de uitoefening van
                            het</al><al>raadslidmaatschap gedurende een raadsperiode een tegemoetkoming van 400
                            euro</al><al>per jaar voor de aanschaf en het gebruik van een computer,
                            bijbehorende</al><al>apparatuur, internetverbinding en software.</al><al>2.Indien geen tegemoetkoming wordt verleend als bedoeld in lid 1 stelt
                            het college op</al><al>aanvraag het raadslid ten laste van de gemeente voor de uitoefening van
                            het</al><al>raadslidmaatschap gedurende een raadsperiode een computer,
                            bijbehorende</al><al>apparatuur en software in bruikleen ter beschikking tot een bedrag van
                            ten hoogste</al><al>750 euro en verleent het daarnaast op aanvraag een vergoeding van 25
                            euro per jaar</al><al>voor de aanschaf en het gebruik van een internetverbinding.</al><al>3.Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een
                            ten laste van de</al><al>gemeente ter beschikking gestelde computer, bijbehorende apparatuur en
                            software</al><al>als bedoeld in het tweede lid ontvangt het raadslid op aanvraag per jaar
                            een</al><al>tegemoetkoming van 20 % van de aanschafwaarde voor een periode van drie
                            jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><al>1.Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef
                            en onderdeel f,</al><al>van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet
                            als</al><al>dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor
                            het</al><al>gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al><al>2.Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef
                            en onderdeel f,</al><al>van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet
                            als</al><al>dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                            levensloopregeling als</al><al>bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al><al>3.Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid
                            gebruik maakt</al><al>van de wettelijke levensloopregeling.</al><al>4.Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op</al><al>enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>1.Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef
                            en onderdeel f,</al><al>van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet
                            als</al><al>dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling als
                            bedoeld</al><al>in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze
                            van het</al><al>raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding
                            verminderd</al><al>met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                            Uitvoeringsregeling.</al><al>2.Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op</al><al>enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een</al><al>raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in
                            verband met gehele of</al><al>gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><al>1.In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                            Werkloosheidswet ontvangt</al><al>en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze
                            uitkering ten</al><al>gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan
                            de in</al><al>artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                            ontvangt,</al><al>wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                            van</al><al>bedoelde korting.</al><al>2.In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                            Werkloosheid</al><al>onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van
                            artikel 6, vierde</al><al>lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van
                            het uitoefenen</al><al>van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                            vergoeding</al><al>voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding
                            ten laste</al><al>van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><al>1.Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                            30 dagen</al><al>onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt
                            voor</al><al>die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde
                            vergoeding voor de</al><al>werkzaamheden over de tijd van de waarneming.</al><al>2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                            de</al><al>onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><al>1.De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering als
                            bedoeld in</al><al>artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                            bedraagt € 175 per</al><al>jaar.</al><al>2.In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar
                            lid van de</al><al>raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste
                            lid, naar</al><al>evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is
                            geweest.</al><al>3.De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                            geschiedt in</al><al>maandelijkse termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><al>1.De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van
                            toepassing op het</al><al>raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag
                            is verleend</al><al>wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat
                            de</al><al>onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of
                            tweede lid,</al><al>ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die
                            bepalingen van</al><al>toepassing is.</al><al>2.De artikelen 1 tot en met 7, en 11 tot en met 13a van deze verordening
                            zijn van</al><al>toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van
                            een</al><al>raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag
                            heeft verkregen</al><al>wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is</al><al>gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 9, vermeld in artikel 25 van
                            het</al><al>Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>1.Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor reiskosten ter
                            zake van reizen</al><al>ten behoeve van de gemeente gemaakt, anders dan reizen
                            woon-werkverkeer.</al><al>De vergoeding betreft:</al><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                            volledige</al><al>vergoeding van de reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in
                            artikel 4,</al><al>onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders;</al><al>c.een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte</al><al>verblijfkosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1.De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                            seminars</al><al>en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente
                            worden</al><al>aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al><al>2.De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium</al><al>dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd,
                            overlegt dit in</al><al>het college. De kosten komen voor rekening van de gemeente als het
                            college</al><al>deelname van belang acht in verband met de uitoefening van het ambt
                            van</al><al>wethouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al>1.Op aanvraag ontvangt de wethouder voor de uitoefening van het ambt
                            gedurende</al><al>een collegeperiode een tegemoetkoming van 400 euro per jaar voor de
                            aanschaf en</al><al>het gebruik van een computer, bijbehorende apparatuur,
                            internetverbinding en</al><al>software.</al><al>2.Indien geen tegemoetkoming wordt verleend als bedoeld in lid 1
                            ontvangt de</al><al>wethouder op aanvraag voor de uitoefening van het ambt ten laste van de
                            gemeente</al><al>gedurende een collegeperiode een computer, bijbehorende apparatuur en
                            software in</al><al>bruikleen ter beschikking tot een bedrag van ten hoogste 750 euro en
                            ontvangt hij</al><al>daarnaast op aanvraag een vergoeding van 25 euro per jaar voor de
                            aanschaf en het</al><al>gebruik van een internetverbinding.</al><al>3.Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een
                            ten laste van de</al><al>gemeente ter beschikking gestelde computer, bijbehorende apparatuur en
                            software</al><al>als bedoeld in het tweede lid ontvangt de wethouder op aanvraag per jaar
                            een</al><al>tegemoetkoming van 20 % van de aanschafwaarde voor een periode van drie
                            jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><al>1.Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                            zijn ambt een</al><al>mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.</al><al>2.Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor
                            privédoeleinden</al><al>is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening van de
                            gesprekskosten</al><al>plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><al>1.De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                            personeel</al><al>geldende spaarloonregeling.</al><al>2.De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                            artikel 19g</al><al>van de Wet op de loonbelasting 1964.</al><al>3.Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder
                            gebruik</al><al>maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al><al>4.Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op</al><al>enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>1.De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel
                            37 van de</al><al>Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van de wethouder
                            wordt de</al><al>bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel
                            eindejaarsuitkering</al><al>verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                            Uitvoeringsregeling.</al><al>2.Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op</al><al>enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft</al><al>ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:</al><al>a.reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de
                            Regeling</al><al>rechtspositie wethouders;</al><al>b.verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig
                            het</al><al>bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><al>1.De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie
                            en haar</al><al>subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads-
                            en</al><al>commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken
                            en</al><al>Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde maximum.</al><al>2.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                            als lid van een</al><al>commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in
                            artikel 96</al><al>van de Gemeentewet ontvangt.</al><lijst><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                    commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van
                                            een ambtelijke of</al></li></lijst></li></lijst><al>bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling
                            die</al><al>grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;</al><al>c.als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie
                            of</al><al>groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in
                            belangrijke</al><al>mate het gemeentelijk belang dient.</al><al>4.Het college kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
                            hogere</al><al>vergoeding vaststellen ten aanzien van:</al><al>a.een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                            beroepsmatige</al><al>deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan
                            haar</al><al>werkzaamheden is aangetrokken, en</al><al>b.een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet
                            geacht</al><al>kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn
                            taak</al><al>en de omvang van de door hem te verrichten arbeid</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>1.Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                            niet in zijn</al><al>hoedanigheid van ambtenaar tot lid van een commissie is benoemd worden
                            de</al><al>kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter
                            uitvoering</al><al>van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al><lijst><li nr="2."><al>De vergoeding in het eerste lid bedoelde vergoeding
                                    betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                            taxi: een volledige</al></li></lijst></li></lijst><al>vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                            reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                            redelijkheid</al><al>gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel
                            4,</al><al>onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.</al><al>3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten</al><al>het grondgebied van de gemeente worden vergoed overeenkomstig het
                            bepaalde in</al><al>artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1.De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                            congressen,</al><al>seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente</al><al>worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al>1.Op aanvraag verleent het college het lid geen raadslid zijnde van
                            een</al><al>raadscommissie als bedoeld in artikel 4 lid 3 van de Verordening op
                            de</al><al>raadscommissies van de gemeente Zevenaar voor de uitoefening van
                            het</al><al>commissielidmaatschap gedurende een raadsperiode een tegemoetkoming van
                            400</al><al>euro per jaar voor de aanschaf en het gebruik van een computer,
                            bijbehorende</al><al>apparatuur, internetverbinding en software.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of</al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijke creditcard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><al>1.Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16,
                            19, 24 en 27</al><al>wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model
                            door het</al><al>college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit
                            zijn betaald.</al><al>2.Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                            raadslid of het</al><al>commissielid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                            declaratieformulier binnen 2</al><al>maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een
                            door hem</al><al>aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele
                            bewijsstukken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><al>1.De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20 en 24
                            kan</al><al>plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het
                            raadslid,</al><al>onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan
                            de</al><al>gemeente.</al><al>2.Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                            het</al><al>begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                            vastgesteld, volledig in</al><al>te vullen en te ondertekenen.</al><al>3.Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                            begeleidingsformulier en de</al><al>factuur binnen 2 maanden in bij de griffier, onderscheidenlijk de
                            gemeentesecretaris</al><al>of de door hem aangewezen ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vl</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en</al><al>commissieleden Zevenaar 2007.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zevenaar,</al><al>gehouden op 19 december 2007.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><tussenkop>Wettelijke regelingen</tussenkop><al>Deze verordening is een uitwerking van en berust op de Gemeentewet, het
                    Rechtspositiebesluit</al><al>wethouders, het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de Regeling
                    rechtspositie</al><al>wethouders.</al><tussenkop>Voorbeeldverordening</tussenkop><al>Bij het opstellen van deze verordening is gebruik gemaakt van de
                    Voorbeeldverordening van de</al><al>VNG. Die is in veel gevallen exact gevolgd. In enkele gevallen zijn bepalingen
                    toegesneden op</al><al>de Zevenaarse situatie. Zie de toelichting bij de afzonderlijke artikelen.</al><al>De nummering van de voorbeeldverordening is aangehouden. Als gevolg daarvan
                    staan er</al><al>artikelen in die op voorhand "Vervallen" zijn. Aansluiting bij de nummering uit
                    de</al><al>voorbeeldverordening heeft evenwel de voorkeur. Het voorkomt vergissingen bij
                    verwijzingen</al><al>naar andere artikelen en vergemakkelijkt het verwerken van toekomstige
                    wijzigingen.</al><al>De voorbeeldverordening heeft uitgebreide achtergrondinformatie in de
                    toelichting verwerkt. Zie</al><al>aldaar. De toelichting op deze verordening is beperkt tot de gebruikelijke
                    wetstechnische</al><al>kanttekeningen.</al><tussenkop>Hoofdlijnen verordening</tussenkop><al>De verordening regelt in hoofdzaak onkostenvergoedingen en een aantal andere,
                    secundaire</al><al>rechtspositionele voorzieningen. Sommige daarvan zijn erg technisch en
                    detaillistisch van aard.</al><al>Dat brengt de materie met zich mee.</al><al>De verordening bevat ondere andere bepalingen inzake:</al><al>??de beloning voor de werkzaamheden van raads- en commissieleden (artikelen 2 en
                    26),</al><al>waarbij wordt opgemerkt dat voor wethouders niets is opgenomen omdat hun</al><al>bezoldiging uitputtend is geregeld in het Rechtspositiebesluit wethouders;</al><al>??een vaste algemene onkostenvergoeding voor wethouders en raadsleden (artikelen
                    3 en</al><al>14);</al><al>??reis- en verblijfkosten van wethouders, raads- en commissieleden (artikelen 5,
                    6, 15 t/m</al><al>19, 27 en 28);</al><al>??beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan wethouders,
                    raadsen</al><al>commissieleden (artikelen 8, 21, 22 en 30) ;</al><al>??een aantal secundaire voorzieningen voor raadsleden zoals de tegemoetkoming in
                    de</al><al>zeiktekostenverzekering (artikel 13a), en voor zowel wethouders als raadsleden
                    zoals de</al><al>spaarloonregeling of levensloopregeling (artikelen 10 en 23).</al><tussenkop>De loon- en inkomstenbelasting</tussenkop><tussenkop>Opting in regeling</tussenkop><al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de
                    gemeente</al><al>overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de “opting in regeling”
                    genoemd.</al><al>Daarvoor is tot nu toe door elk raadslid in Zevenaar gekozen. De administratie
                    van de</al><al>gemeente is zodanig ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde
                    wettelijke eisen. In</al><al>een gezamenlijke verklaring melden de gemeente en het raadslid aan de
                    Belastingdienst dat</al><al>wordt geopteerd voor de loonbelasting. Als gezamenlijk wordt gekozen voor
                    het</al><al>loonbelastingsysteem dan draagt de gemeente de ingehouden loonheffing af aan
                    de</al><al>Belastingdienst</al><tussenkop>Fiscale standaardpositie</tussenkop><al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd dan geldt voor het raadslid dat
                    hij voor de Wet</al><al>inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet. In dat geval is
                    het</al><al>winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle ontvangsten verantwoorden
                    als winst</al><al>en kan de gemaakte kosten daarop in mindering brengen.</al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 vergoeding voor de werkzaamheden van het raadslid</tussenkop><al>In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is geregeld dat raadsleden
                    voor hun</al><al>werkzaamheden een vergoeding ontvangen. Daarin is ook het maximale bedrag van
                    de</al><al>vergoeding aangegeven en bepaald. De gemeenteraad kan in theorie besluiten naar
                    beneden</al><al>af te wijken; daartoe is geen aanleiding gezien.</al><al>Raadsleden die een WAO-uitkering ontvangen kunnen sinds 1 januari 2006 verzoeken
                    hun</al><al>raadsvergoeding te verlagen. Daardoor kan het nadeel van indeling in een
                    lagere</al><al>arbeidsongeschiktheidsklasse worden voorkomen. Deze keuzemogelijkheid moet
                    bij</al><al>verordening worden toegestaan en is opgenomen in artikel 11 van deze
                    verordening.</al><tussenkop>Artikelen 3 en 14 vaste onkostenvergoeding</tussenkop><al>Hierin is de vaste vergoeding geregeld voor aan het ambt van wethouder c.q. aan
                    het</al><al>raadslidmaatschap verbonden kosten. In de rechtspositiebesluiten voor wethouders
                    en</al><al>raadsleden is het maximale bedrag van de onkostenvergoeding aangegeven en
                    bepaald. Deze</al><al>vergoeding kan door de raad op een lager bedrag worden bepaald; daarvoor is hier
                    niet</al><al>gekozen.</al><tussenkop>Artikel 5 en 27 reis- en verblijfkosten raads- en
                    commissieleden</tussenkop><al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werk-verkeer’ voor
                    raadsleden.</al><al>Het is dan ook in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet als raadsleden van de
                    gemeente</al><al>een vergoeding ontvangen voor reizen binnen het grondgebied van de gemeente.
                    Artikel 97 van</al><al>de Gemeentewet voorziet voor raads- en commissieleden wel in een vergoeding van
                    de reis- en</al><al>verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering
                    van een</al><al>beslissing van het gemeentebestuur. Aan commissieleden kan krachtens artikel 96,
                    eerste lid,</al><al>van de Gemeentewet wel een vergoeding worden gegeven de reis- en verblijfkosten
                    in verband</al><al>met reizen binnen de gemeente. Daarvoor is (in afwijking van de
                    voorbeeldverordening) niet</al><al>gekozen. Voor commissieleden geldt hetzelfde als voor raadsleden en voor
                    wethouders.</al><tussenkop>Artikel 6 Verblijfkosten</tussenkop><al>Vervallen. De regeling van de verblijfkosten is opgenomen in lid 3 van artikel
                    5. Wetstechnisch</al><al>is dit mooier: voor commissieleden en wethouders is dit ook in één artikel
                    geregeld, resp. artikel</al><al>27 en artikel 16.</al><tussenkop>Artikelen 7 en 20 Cursus, congres, seminar of symposium</tussenkop><al>Deze voorziening is in de bedrijfsvoering gebracht en de kosten komen
                    rechtstreeks voor</al><al>rekening van de gemeente. Zij zijn in verband hiermee uit de vaste
                    kostenvergoeding gehaald.</al><al>Het gaat om cursussen, congressen e.d. die door of vanwege de gemeente in het
                    gemeentelijk</al><al>belang zijn georganiseerd. Voor andere interessante cursussen, congressen e.d.
                    kunnen</al><al>raadsleden in overleg met de fractie desgewenst het fractiebudget aanspreken. De
                    wethouder</al><al>pleegt hiertoe overleg met het college.</al><al>De in deze artikelen bedoelde cursussen en congressen hebben een zakelijk
                    karakter en zijn</al><al>aan te merken als beroepskosten waarvan de vergoeding c.q. verstrekking van
                    loonbelasting is</al><al>vrijgesteld.</al><tussenkop>Artikel 8, 21 en 30 Computer en internetverbinding</tussenkop><al>De wet bepaalt dat raadsleden en wethouders recht hebben op: óf een computer
                    met</al><al>bijbehoren in bruikleen óf een vergoeding in geld. Bovendien hebben zij recht op
                    een</al><al>vergoeding van de internetkosten, die zij zakelijk voor de gemeente maken. Zie
                    artikel 27a van</al><al>het Rechtspositiebesluit wethouders en artikel 7a van het Rechtspositiebesluit
                    raads- en</al><al>commissieleden. Commissieleden hoeven dit niet, maar mogen dit toegekend
                    krijgen. Zie artikel</al><al>14, lid 1 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. In de
                    verordening is dit alles</al><al>nader uitgewerkt.</al><al>Voorop staat een vergoeding in geld. Dit heeft in het algemeen de voorkeur.
                    Bijna iedereen</al><al>heeft al een computer. Bovendien vergt een goed werkend bruikleensysteem extra
                    tijd van de</al><al>ambtelijke organisatie die daarop nu niet is berekend. De vergoeding is dan ook
                    met opzet iets</al><al>gunstiger neergezet dan de bruikleenregeling.</al><al>Wie desondanks een computer in bruikleen wil - wettelijk bestaat daartoe een
                    recht - kan in</al><al>overleg eenvoudige apparatuur krijgen. De gemeente zorg voor apparatuur, niet
                    voor het</al><al>beheer.</al><al>Voor externe commissieleden van de vaste raadscommissies is geregeld dat zij
                    recht hebben</al><al>op een vergoeding in geld.</al><al>De vergoeding is een bruto vergoeding.</al><tussenkop>Artikel 10 en 23 Spaarloon/levensloop</tussenkop><al>Raadsleden die gekozen hebben voor het fictieve werknemerschap en wethouders
                    kunnen</al><al>deelnemen aan de spaarloonregeling dan wel aan de levensloopregeling. Een
                    combinatie van</al><al>beide is niet toegestaan. Evenmin het mogelijk een ‘werkgeversbijdrage’ te
                    verstrekken. Het</al><al>gaat hier niet om een rechtspositionele aangelegenheid maar om een fiscale
                    faciliteit voor</al><al>werknemers.</al><tussenkop>Artikel 10a en 23a Fietsregeling</tussenkop><al>Raadsleden die gekozen hebben voor het fictieve werknemerschap en wethouders
                    kunnen</al><al>deelnemen aan de fietsregeling. Het gaat hier niet om een rechtspositionele
                    aangelegenheid</al><al>maar om een fiscale faciliteit voor werknemers. Het is niet mogelijk een
                    ‘werkgeversbijdrage’ te</al><al>verstrekken. Afhankelijk van de kostprijs van de fiets bedraagt de vermindering
                    ten hoogste het</al><al>bedrag dat in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 is
                    vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 11 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                    arbeidsongeschiktheid</tussenkop><al>In de motie Slob (Kamerstukken II, 2004-2005, 29 800 VII, nr. 21) is aangegeven
                    dat de</al><al>gemeenteraad een brede afspiegeling van de bevolking dient te vormen. Om deze
                    reden</al><al>moeten drempels om raadslid te worden of te blijven, worden weggenomen. In WAO
                    en WIA</al><al>geldt het algemene principe dat indien een persoon inkomen uit arbeid geniet,
                    dit in de regel zal</al><al>leiden tot verlaging of intrekking van de wettelijke
                    arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dit omdat</al><al>een dergelijke uitkering is bedoeld om het als gevolg van arbeidsongeschiktheid
                    ontstane</al><al>verlies aan verdienvermogen te vergoeden. Voor raadsleden kan dit ertoe leiden
                    dat een</al><al>geringe verhoging van het inkomen door een raadsvergoeding een grote teruggang
                    betekent</al><al>voor de hoogte van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als gevolg van
                    de</al><al>anticumulatieregeling. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij aanvaarding van
                    een raadszetel of</al><al>bij verhoging van de vergoeding voor de werkzaamheden. </al><al>Op grond van artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                    kunnen gemeenten hiervoor een voorziening treffen. Die is te vinden in artikel
                    11 van de verordening. Daarin is geregeld dat op aanvraag een raadslid een
                    lagere vergoeding voor de werkzaamheden wordt gegeven om te voorkomen dat de
                    anticumulatieregeling zal leiden tot een verlaging van de wettelijke</al><al>arbeidsongeschiktheidsuitkering van het raadslid.</al><tussenkop>Artikel 12 Compensatie korting werkloosheidsuitkering</tussenkop><al>Artikel 20 van de Werkloosheidswet (WW) komt erop neer dat op het moment dat
                    iemand een</al><al>werkloosheidsuitkering op grond van die wet ontvangt, nieuwe werkzaamheden
                    aanvangt, de</al><al>WW- uitkering wordt gekort met het aantal uren dat in de nieuwe functie wordt
                    gewerkt. Het</al><al>Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel kent een soortgelijke
                    bepaling. De</al><al>hoogte van het inkomen uit de nieuwe betrekking is daarbij niet relevant. Indien
                    derhalve</al><al>iemand tot raadslid wordt gekozen, zal de WW-uitkering worden verlaagd met het
                    aantal uren</al><al>dat het UWV voor het raads- lidmaatschap in aanmerking neemt. Indien deze
                    verlaging van de</al><al>WW-uitkering groter is dan de vergoeding voor de werkzaamheden zal er een
                    negatief</al><al>inkomenseffect optreden. Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden biedt
                    gemeenten</al><al>de mogelijkheid dit nadeel te compenseren. Dat is geregeld in artikel 12 van de
                    verordening.</al><tussenkop>Artikel 13 Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                    gemeenteraad</tussenkop><al>In artikel 77 van de Gemeentewet is geregeld dat het voorzitterschap van de
                    gemeenteraad bij</al><al>verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt waargenomen door het
                    langstzittende</al><al>raadslid. De gemeenteraad kan ook een ander raadslid met de waarneming van
                    het</al><al>voorzitterschap belasten. In overeenstemming met het Rechtspositiebesluit raads-
                    en</al><al>commissieleden is in artikel 13 van de verordening geregeld dat bij een
                    onafgebroken</al><al>waarneming van meer dan 30 dagen het betreffende raadslid over de tijd van
                    waarneming recht</al><al>heeft op een toeslag van 8% van de vergoeding voor de werkzaamheden en van de
                    vaste</al><al>onkostenvergoeding.</al><tussenkop>Artikel 13a Ziektekostenvoorziening</tussenkop><al>Ongeacht of een raadslid gekozen heeft voor het fictieve werknemerschap of de
                    status van</al><al>fiscaal zelfstandige moet over de raads- en onkostenvergoeding een
                    inkomensafhankelijke</al><al>bijdrage worden betaald van 4,4%. Bij degenen die hebben gekozen voor het
                    fictieve</al><al>werknemerschap zoals in Zevenaar wordt deze door de gemeente ingehouden.</al><al>De raad kan op grond van artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden</al><al>besluiten dat hiervoor een tegemoetkoming wordt vastgesteld. Dit moet bij
                    verordening worden</al><al>bepaald. Deze tegemoetkoming is door tussenkomst van de VNG tot stand gekomen
                    op</al><al>verzoek van een groot aantal gemeenten als reactie op de inhouding van de</al><al>inkomensafhankelijke bijdrage waardoor de netto raadsvergoeding vermindert.
                    De</al><al>tegemoetkoming kan worden gezien als een compensatie hiervoor. Met terugwerkende
                    kracht</al><al>kan dit tot 1 januari 2006. Hiervoor is niet gekozen om de schijn te vermijden
                    dat de raad</al><al>zichzelf achteraf voordelen toekent. De regeling gaat nu 2008 in.</al><tussenkop>Artikel 13b Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                    bevalling of</tussenkop><tussenkop>ziekte</tussenkop><al>Raadsleden kunnen tijdelijk worden vervangen wegens zwangerschap en bevalling
                    dan wel</al><al>wegens langdurige ziekte. Dit artikel regelt een aantal voorzieningen.</al><tussenkop>Artikelen 15 en 16 Reiskosten woon/werk en zakelijke reis- en
                    verblijfkosten</tussenkop><al>Overeenkomstig hetgeen geldt voor raadsleden en commissieleden is voor
                    wethouders geen</al><al>vergoeding voor het woon-werkverkeer opgenomen. Artikel 15 uit de
                    voorbeeldverordening is</al><al>zodoende vervallen.</al><al>Artikel 16 geeft dezelfde regeling voor vergoeding van reiskosten als de
                    artikelen 5 en 27 voor</al><al>raads- en commissieleden. In lid 1 onder c is hier de vergoeding voor
                    verblijfkosten opgenomen,</al><al>vergelijkbaar met lid 3 van artikel 5 en 27.</al><al>Artikel 16 lid 1 onder d uit de voorbeeldverordening is niet overgenomen; het
                    betreft een fiscale</al><al>maatregel die in hier niet wordt toegepast.</al><tussenkop>Artikel 17 Dienstauto</tussenkop><al>Vervallen. Zevenaar kent geen dienstauto.</al><tussenkop>Artikel 18 Verblijfkosten</tussenkop><al>Vervallen. Zie artikel 16 lid 1 onder c.</al><tussenkop>Artikelen 19 en 28 Buitenlandse dienstreis</tussenkop><al>Vervallen. Voor buitenlandse dienstreizen gelden dezelfde regels als voor reizen
                    buiten de</al><al>gemeente. Een aparte regeling is overbodig.</al><tussenkop>Artikel 22 mobiele telefoon</tussenkop><al>Het artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 23 Spaarloonregeling/levensloopregeling</tussenkop><al>Een wethouder is een werknemer en kan dientengevolge gebruik maken van de</al><al>spaarloonregeling dan wel de levensloopregeling. wanneer de wethouder gebruik
                    maakt van de</al><al>gemeentelijke levensloopregeling is het niet toegestaan een levensloopbijdrage
                    ten laste van de</al><al>gemeente te verstrekken. Wanneer opbouw van de levensloopvoorziening mag
                    uitsluitend ten</al><al>laste van de wethouderswedde plaatsvinden. Aangezien wethouders geen verlof
                    kennen, is het</al><al>slechts mogelijk dat de opgebouwde voorziening bij de beëindiging van het
                    wethouderschap</al><al>wordt meegenomen naar een volgende werkgever of dat uitbetaling ineens
                    plaatsvindt.</al><tussenkop>Artikel 24 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</tussenkop><al>Sinds de dualisering van het gemeentebestuur kunnen personen van buiten de
                    gemeenteraad</al><al>tot wethouder worden benoemd. Dat kunnen ook personen zijn die niet in de
                    gemeente zelf</al><al>wonen. Die zijn op grond van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de
                    gemeente</al><al>waar zij wethouder zijn geworden. In artikel 24 is geregeld dat zij bij
                    verhuizing naar de</al><al>gemeente in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding en eventueel
                    voor</al><al>vergoeding van reis- en pensionkosten in afwachting van de verhuizing. De
                    vergoedingen zijn</al><al>onbelast.</al><tussenkop>Artikel 26 Vergoeding voor het bijwonen van
                    commissievergaderingen</tussenkop><al>In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke commissies
                    geregeld. Deze</al><al>bepaling geldt niet voor raadsleden en wethouders die in de commissie zitten.
                    Hun vergoeding</al><al>is immers al geregeld in de rechtspositiebesluiten en elders in deze
                    verordening. Uitgezonderd</al><al>zijn verder onder meer ambtenaren en bestuurders die in die hoedanigheid in de
                    commissie</al><al>zitting hebben. Uitgezonderd zijn tenslotte vertegenwoordigers van
                    belangengroepen e.d. tenzij</al><al>hun lidmaatschap tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.</al><al>In artikel 26, eerste lid, is er voor gekozen de hoogte van de vergoeding te
                    bepalen op het door</al><al>de minister vastgestelde maximum. De raad kan ook een lager bedrag vaststellen.
                    Daarvoor is</al><al>niet gekozen.</al><al>Artikel 15 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden biedt de
                    mogelijkheid om in</al><al>de gemeentelijke verordening te regelen dat in bepaalde gevallen een hoger
                    bedrag aan</al><al>presentiegeld wordt toegekend dan het eerder bedoelde maximumbedrag. Dat is
                    als</al><al>mogelijkheid geregeld in artikel 26, vierde lid, van de verordening.</al><al>Er kan gekozen worden voor een procentuele verhoging, maar het is ook mogelijk
                    om het</al><al>bedrag uit een hogere gemeenteklasse te kiezen.</al><tussenkop>Artikelen 31 t/m 34 De procedure van declaratie</tussenkop><al>In artikel 31 zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. In de artikelen 37
                    t/m 39 is vervolgens</al><al>aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke</al><al>procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden.</al><tussenkop>Artikelen 35 t/m 37 Citeertitel en inwerkingtreding</tussenkop><al>Gekozen is voor inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2008. Terugwerkende
                    kracht is in</al><al>theorie mogelijk, maar niet toegepast om de schijn te vermijden dat bestuurders
                    zichzelf</al><al>achteraf extra bevoordelen en omdat het tot ingewikkeldheden leidt in de
                    uitvoering.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>