<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>333618_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening (afdeling 8A Drank en Horeca)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mook en Middelaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-07-09</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">GVOP-2014-55319</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening (afdeling 8A Drank en Horeca)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/geldigheidsdatum_09-07-2014">Drank- en Horecawet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="CVDR://306968_1">Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Mook en Middelaar</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-06-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toevoeging in algemene plaatselijke verordening ( afdeling 8a drank en horeca)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Algemene Plaatselijke Verordening (afdeling 8A Drank en
            Horeca)</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>Agendapuntnummer</cursief>:</al><al><cursief>Documentnummer</cursief>:</al><al></al><al>Onderwerp: Drank en horecaverordening (via wijziging van de APV)</al><al>De raad der gemeente Mook en Middelaar;</al><al>Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 15
                        april 2014;</al><al>Gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 6 mei 2014;</al><al><vet>Besluit :</vet></al><al>Intrekken Verordening Drank- en Horecawet gemeente Mook en Middelaar
                        vastgesteld op 18 december 1996 en gelijktijdig vaststellen de wijziging van
                        de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Mook en Middelaar 2013 waarbij
                        na afdeling 8 van Hoofdstuk 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening
                        gemeente Mook en Middelaar 2013 wordt een afdeling ingevoegd, luidend: </al><al><vet>Verordening afdeling 8A: bijzondere bepalingen over horecabedrijven als
                            bedoeld in de drank en horecawet</vet></al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>horecabedrijf;</al></li><li nr="-"><al>horecalocaliteit; </al></li><li nr="-"><al>inrichting;</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon;</al></li><li nr="-"><al>sterke drank, </al></li><li nr="-"><al>slijtersbedrijf en </al></li><li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon dat zich (voornamelijk) richt op het
                            organiseren van activiteiten van sociaal-culturele aard (zoals
                            gemeenschapshuizen) mag, in verband met de activiteiten die passen
                            binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende
                            paracommerciële rechtspersoon, uitsluitend alcoholhoudende drank
                            verstrekken in de periode: </al><lijst><li nr="a."><al>maandag tot en met donderdag en zondag niet voor 12.00 uur en
                                    niet na 01.00 uur.</al></li><li nr="b."><al>vrijdag en zaterdag niet voor 12.00 uur niet na 01.30 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen mogen, in verband met de
                            activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de
                            desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, uitsluitend
                            alcoholhoudende drank verstrekken in de periode: </al><lijst><li nr="a."><al>maandag tot en met donderdag niet voor 12.00 uur en niet na
                                    00.00 uur.</al></li><li nr="b."><al>vrijdag niet voor 12.00 uur en niet na 01.00 uur.</al></li><li nr="c."><al>zaterdag niet voor 14.00 uur en niet na 01.00 uur.</al></li><li nr="d."><al>zondag niet voor 11.00 uur en niet na 00.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank
                            tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en tijdens bijeenkomsten die
                            gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                            activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon dat zich (voornamelijk) richt op het
                            organiseren van activiteiten van sociaal-culturele aard (zoals
                            gemeenschapshuizen), kan alcoholhoudende drank verstrekken tijdens per
                            jaar 8 bijeenkomsten van persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht
                            zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van
                            de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk 4 weken voorafgaand aan
                            de bijeenkomst, als bedoeld in het vierde lid, hiervan melding aan de
                            burgemeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de
                        veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als
                        bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voorschriften verbinden en
                        de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>verbod ‘happy hours’</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement, in een horecalokaliteit of op een terras
                        bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken
                        voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of
                        korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt
                        gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking één dag na de bekendmaking van de
                        verordening. Terzelfdertijd wordt de Verordening Drank- en Horecawet
                        gemeente Mook en Middelaar vastgesteld op 18 december 1996 ingetrokken.</al><al></al><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 28 mei 2014</al><al></al><al>De raad voornoemd,</al><al></al><al></al><al>De griffier, L.W.A.M. Berben (plv.) Mr. drs. W. Gradisen</al><al>De voorzitter, Mr. drs. W. Gradisen</al><al></al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING:</titel></kop><al><vet>Regulering paracommerciële rechtspersonen</vet></al><al><vet><cursief>Doelstelling</cursief></vet></al><al>De paracommerciële verordening heeft tot doel het voorkomen van oneerlijke
                    concurrentie. Deze verordening is alleen van toepassing op stichtingen en
                    verenigingen die gericht zijn op sport, ontspanning of educatie. Van belang is
                    dat de wetgever gemeenten de verplichting oplegt om oneerlijke concurrentie
                    tegen te gaan. De achtergrond hiervan is dat het bij reguliere horeca –
                    restaurants, cafés, feestzalen en cateraars – gaat om een commercieel
                    verdienmodel, terwijl bij de paracommercie de maatschappelijke betekenis van de
                    activiteiten voorop staat zonder dat er sprake is van een commercieel karakter.
                    Dan is het niet de bedoeling dat er vanuit de paracommercie oneigenlijke
                    concurrentie ontstaat vanwege het feit dat er alcoholische drank kan worden
                    geschonken voor activiteiten die geen relatie hebben met het maatschappelijke
                    doel van zo’n instelling. Horeca-activiteiten bij maatschappelijke instellingen
                    mogen dus alleen ondersteunend zijn – dat wil zeggen: gericht op het schenken
                    van drank bij die gelegenheden die ook het maatschappelijke doel van de
                    instelling betreffen.</al><al>Overigens: in geval de instellingen werken met een commerciële horeca-uitbater
                    voor wie op grond van de Drank- en Horecawet dus niet de soepele eisen voor
                    paracommerciële stichtingen en verenigingen (zoals barvrijwilligers) gelden, is
                    de paracommerciële verordening niet van toepassing. Daarom vallen BV’s, VOF’s of
                    eenmanszaken die bijvoorbeeld een sportkantine of de horeca in een dorpshuis,
                    wijkcentrum, kerk, school of bibliotheek beheren dus niet onder de
                    paracommerciële verordening. In dat geval is er namelijk geen sprake van
                    concurrentievervalsing.</al><al></al><al><vet><cursief>VNG-model</cursief></vet></al><al>Er is gekozen om gebruik te maken van de modelverordening van de VNG. Die biedt
                    voor de paracommerciële verordening de volgende keuzemogelijkheden:</al><al>1. Wel of geen onderscheid naar aard van de inrichting.</al><al>2. Vaste schenktijden of schenktijden gekoppeld aan reguliere activiteiten.</al><al>3. Het al dan niet toestaan van bijeenkomsten van persoonlijke aard,</al><al> gekoppeld aan een meldingsplicht.</al><al>4. Indien de gemeente bijeenkomsten van persoonlijke aard wil toestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>al dan niet beperken van het aantal bijeenkomsten;</al></li></lijst><lijst><li nr="b. "><al>al dan niet dezelfde schenktijden hanteren als bij de overige
                            activiteiten.</al></li></lijst><al>Voorgesteld wordt te kiezen voor een variant die het meest aansluit bij de
                    huidige praktijk. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen gemeenschapshuizen
                    en andere paracommerciële instellingen, maar binnen de categorie worden alle
                    instellingen gelijk behandeld. Dit zorgt voor een voor de controle en handhaving
                    overzichtelijke situatie. Effectiviteit van regelgeving houdt immers ook sterk
                    verband met de handhaafbaarheid daarvan.</al><al></al><al>Deze variant houdt in:</al><lijst><li nr="1."><al>Onderscheid naar aard van de inrichting. </al></li><li nr="2."><al>Vaste schenktijden afhankelijk van de aard van de inrichting. </al></li><li nr="3."><al>In beginsel geen bijeenkomsten van persoonlijke aard toestaan, met
                            uitzondering van gemeenschapshuizen</al></li></lijst><al></al><al>Ad 1. Onderscheid naar aard van de inrichting.</al><al>Hier geldt het argument van lokaal maatwerk. Of er sprake is van oneerlijke
                    mededinging hangt immers sterk af van de plaatselijke situatie.
                    Gemeenschapshuizen vervullen bijzondere rol binnen de gemeente. Bij
                    gemeenschapshuizen is de sociale interactie tussen de bezoekers een belangrijk
                    onderdeel van de activiteiten. Binnen de gemeente Mook en Middelaar vervullen de
                    gemeenschapshuizen een rol van verlengde huiskamer. De reguliere horeca biedt
                    niet altijd voor alle bijeenkomsten een reëel alternatief, zodat niet op
                    voorhand vast staat dat sprake is van oneerlijke mededinging door de
                    gemeenschapshuizen. In Molenhoek bijvoorbeeld, is geen reguliere horeca in de
                    vorm van een café aanwezig. </al><al>De vraag is of de reguliere horeca passende faciliteiten te bieden heeft om aan
                    de gevraagde behoeften bij een persoonlijke bijeenkomsten te voorzien. Hierbij
                    kan men denken aan de grootte van de ruimte, de uitstraling, ambiance e.d.
                    Indien er geen reëel alternatief aanwezig is binnen de reguliere horeca kan een
                    gemeenschapshuis een oplossing bieden. Dan is er niet direct aanleiding om aan
                    de gemeenschapshuizen strikte beperkingen op te leggen.</al><al></al><al>Ad 2. Vaste schenktijden naar aard van de instelling.</al><al>Volgens artikel 4, derde lid van de DHW moeten er in elk geval regels worden
                    gesteld voor o.m. schenktijden ter voorkoming van oneerlijke concurrentie. In de
                    verordening is gekozen om onderscheid te maken naar aard van de rechtspersoon.
                    Gekozen is, gelet op de aanwezige paracommercie in de gemeente, om een
                    onderscheid te maken tussen 2 categorieën, namelijk de gemeenschapshuizen en
                    overige paracommercie (zoals sportvereniging). Daarnaast is in de verordening de
                    koppeling gemaakt tussen het schenken van alcohol en de activiteit waarvoor de
                    alcoholhoudende drank wordt geschonken. De activiteit waarvoor de
                    alcoholhoudende drank wordt geschonken dient te passen binnen de doelstelling
                    van de stichting of vereniging. </al><al>Bij deze vaste schenktijden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de
                    tijdsspanne waarbinnen de betrokken instellingen hun activiteiten in het
                    algemeen laten plaatsvinden. Bovendien heeft de wetgever in de Memorie van
                    Toelichting ook aangegeven dat gemeenten geen onnodige beperkingen zullen
                    opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van
                    onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren.</al><al>Om per instelling de schenktijden exact te koppelen aan het
                    activiteitenprogramma is onwenselijk. In dat geval zou namelijk een streng
                    handhavingsregime, inclusief de bijbehorende (dure) toezichtcapaciteit, moeten
                    worden geïmplementeerd om naleefgedrag te monitoren. Immers, zonder een
                    dergelijke monitoring zou het signaal aan de paracommercie zijn dat de gemeente
                    de concurrentieverhoudingen ten opzichte van de commerciële horeca niet serieus
                    neemt – en dat is, gelet op de verantwoordelijkheid die de wet aan de gemeente
                    oplegt, geen optie. Daarentegen kan bij vaste schenktijden in de handhaving
                    juist worden gekozen voor een lichter handhavingsregime, omdat overtredingen
                    sneller in het vizier komen en er dus gerichter kan worden gecontroleerd en kan
                    worden gehandhaafd. Voorts zorgen eenduidige regels voor rechtsgelijkheid en
                    wordt er niet de indruk van willekeur gewekt. Het maken van onderscheid binnen
                    een bepaalde categorie instelling zou tot onnodige discussies met ondernemers
                    kunnen leiden. Bovendien geeft deze optie de mogelijkheid om de
                    verantwoordelijkheid ook meer bij de instellingen neer te leggen, zonder dat dit
                    ten koste gaat van een geloofwaardig niveau van controle en handhaving. </al><al>Overigens gaat het bij de schenktijden (niet tevens zijnde
                    openings-/sluitingstijden) alleen om de tijdstippen waarop het schenken van
                    alcohol is toegestaan. Buiten de schenktijden mogen niet-alcoholische warme
                    dranken en frisdrank gewoon geserveerd worden, of kunnen broodjes, snoep e.d.
                    verkocht worden. </al><al>De gekozen tijdstippen komen nagenoeg bij de meeste instellingen tegemoet aan de
                    reeds bestaande praktijk. Op grond van de huidige vergunningen mag alcohol
                    verstrekking een uur voor, tijdens en anderhalf uur na de (statutaire)
                    activiteit plaatsvinden. Het NOC*NSF wijst in zijn brief van 27 augustus 2013 op
                    het feit dat de huidige afspraken die gemeenten en sportverenigingen over
                    schenktijden hebben veelal recht doen aan de lokale situatie. De bestaande
                    afspraken, veelal opgenomen in een bestuursreglement alcohol in sportkantines of
                    in de vergunning zullen derhalve gehandhaafd kunnen worden. </al><al>De verwachting is dat er voor de meeste instellingen weinig verandert. </al><al></al><al>Ad 3. Bijeenkomsten van persoonlijke aard</al><al>Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op: bijeenkomsten, waarbij
                    meestal alcoholhoudende drank wordt genuttigd, die geen direct verband houden
                    met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële instelling, zoals
                    bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, doopfeesten, verjaardagen,
                    bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten e.d. </al><al>Voor zover die bijeenkomsten ook een zakelijk karakter hebben dat direct verband
                    houdt met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de
                    voorzitter van een vereniging, vallen deze niet onder het bereik van deze
                    bepaling.</al><al></al><al>De verordening hanteert als uitgangspunt dat bijeenkomsten van persoonlijke aard
                    in beginsel niet zijn toegestaan. Hiermee wordt de huidige lijn voortgezet,
                    waarbij in de voormalige paracommerciële vergunningen een verbod was opgenomen
                    voor het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard. Bovendien sluit dit
                    verbod ook goed aan bij overige regelgeving (o.a. milieu, bestemmingsplannen,
                    kantineregeling etc.) die dergelijke bijeenkomsten veelal ook uitsluit. Dit
                    verbod houdt dus in, dat er alleen alcohol mag worden geschonken bij
                    activiteiten die gerelateerd zijn aan het maatschappelijke doel van de betrokken
                    instelling. Daarbij is niet uitgesloten dat er wel alcohol kan worden geschonken
                    bij feestelijke bijeenkomsten die te maken hebben met de aard van de instelling
                    (bijvoorbeeld: een bestuursjubileum, een lustrumviering, een kampioenschap
                    e.d.). Bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals een barbecue, vallen ook onder
                    dit begrip als deze alleen voor leden worden georganiseerd. De aard van de
                    bijeenkomst is derhalve bepalend. Alcoholverstrekking is tevens niet toegestaan
                    bij bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks
                    bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Dit
                    kunnen dus ook niet-feestelijke bijeenkomsten zijn. Hierbij is derhalve niet de
                    aard van de bijeenkomst doorslaggevend, maar de vraag voor wie de bijeenkomst is
                    bedoeld. </al><al></al><al>Een uitzondering op het verbod wordt in de verordening gemaakt voor
                    gemeenschapshuizen. Zoals eerder verwoord vervullen zij een bijzondere rol
                    binnen de gemeente Mook en Middelaar (verlengde huiskamer). Daarbij zijn er
                    binnen de gemeente niet voor alle soorten bijeenkomsten reële alternatieven
                    aanwezig. Gekozen is om 8 bijeenkomsten van persoonlijke aard per jaar toe te
                    staan. Het uitgangspunt is dat bij een groter aantal wellicht oneerlijke
                    mededinging optreedt.</al><al>Vanwege de controleerbaarheid is een (lichte) meldingsplicht opgenomen. Als er
                    geen melding hoeft te worden gedaan is het voor de gemeente, als zij constateert
                    dat er een dergelijke bijeenkomst wordt gehouden, immers niet goed na te gaan of
                    er dat jaar al meer van zulke bijeenkomsten zijn geweest en zo ja, hoeveel. Als
                    de instelling een bijeenkomst niet vermeldt overtreedt zij in ieder geval het
                    bepaalde in de verordening. </al><al></al><al><vet>Regulering alcoholmatiging</vet></al><al><cursief><vet>Algemeen</vet></cursief></al><al>De op alcoholmatiging gerichte verordenende bevoegdheid uit de nieuwe artikelen
                    25a tot en met 25d DHW kent 4 onderdelen, die al dan niet in combinatie met
                    elkaar mogelijk zijn:</al><al>1. Verbod op verstrekken van sterke of alcoholhoudende drank door
                    horecabedrijven en slijterijen in gebieden, eventueel naar aangewezen aard van
                    het bedrijf of in een bepaalde tijdsruimte of deel van de gemeente
                    (bijvoorbeeld: verbod op verstrekken van alcohol in danscafés in het
                    stadscentrum op zaterdag en zondag tussen 18.00u en 04.00u). De gemeenteraad kan
                    de burgemeester tevens de bevoegdheid geven om voorschriften aan de
                    horecavergunning ex artikel 3 DHW te verbinden.</al><al>2. Verbod op het toelaten van bezoekers beneden een bepaalde leeftijdsgrens
                    (maximaal 21 jaar) in horecabedrijven en op terrassen. Net als in onderdeel 1
                    kan ook hier gekeken worden naar aard van het horecabedrijf, naar gebiedsdelen
                    in de gemeente en/of een bepaalde tijdsruimte.</al><al>3. Beperkingen voor detailhandel anders dan slijterijen, waarbij een verbod of
                    een beperking betrekking heeft op een bepaalde tijdsruimte. Bij een verbod
                    bestaat de mogelijkheid om dit te beperken tot bepaalde gebiedsdelen.</al><al>4. Verbod op <cursief>happy hours </cursief>en prijsacties, waarbij kan worden
                    bepaald dat het verbod slechts geldt voor aanbiedingen en verstrekkingen van
                    bepaalde aard of in aangewezen delen van de gemeente.</al><al></al><al>Er is gekozen voor:</al><al>1. Onderdeel 1: alleen de burgemeester de bevoegdheid te geven om voorschriften
                    aan de horecavergunning te verbinden.</al><al>2. Verbod op <cursief>happy hours</cursief>.</al><al></al><al>De overige verboden en beperkingen van onderdeel 1-3 zijn feitelijk alleen maar
                    gericht en proportioneel in te zetten, indien de gemeenteraad de feitelijke
                    uitwerking van deze verboden aan de burgemeester kan delegeren. Met die
                    bevoegdheid zou de burgemeester op basis van concrete signalen en aanwijzingen
                    bij risicogelegenheden (bijvoorbeeld bepaalde evenementen, of activiteiten in de
                    horeca) van de aan hem gedelegeerde bevoegdheid gebruik kunnen maken door
                    gebieden en tijden voor een dergelijk verbod aan te wijzen. Met name ook om te
                    voorkomen dat jeugdigen te gemakkelijk toegang zouden kunnen krijgen tot
                    alcoholconsumptie. Echter, de landelijke wetgever geeft de gemeenteraad
                    uitdrukkelijk geen bevoegdheid tot subdelegatie. De gemeenteraad mag zijn
                    regelgevende bevoegdheid dus niet (deels) bij de burgemeester neerleggen. Dit
                    blijkt uit het gebruik van de woorden: "bij gemeentelijke verordening kan worden
                    verboden", in plaats van: "bij of krachtens gemeentelijke verordening". Hierdoor
                    zouden gemeenteraden verplicht zijn om de in onderdelen 1-3 bedoelde verboden en
                    beperkingen al in de verordening zelf vast te leggen. Dat wordt noch functioneel
                    noch proportioneel geacht, omdat de bedoelde verboden en beperkingen eigenlijk
                    alleen proportioneel zijn op basis van concrete signalen en niet op grond van
                    een categorale inschatting vooraf.</al><al></al><al>Dat betekent dat het beter is ervoor te kiezen om daar waar sprake blijkt van
                    risicogelegenheden vooral in te zetten op controle en handhaving teneinde
                    overtredingen te voorkomen, dan wel om in geval van overtredingen de gepaste
                    maatregelen te kunnen nemen.</al><al></al><al><vet><cursief>Bevoegdheid burgemeester om voorschriften aan de horecavergunning
                            te verbinden</cursief></vet></al><al>Hiermee krijgt de burgemeester de mogelijkheid om, bijvoorbeeld na
                    geconstateerde overtredingen of bij vrees daarvoor, voorschriften aan de
                    horecavergunning te verbinden. Dat is dan een eerste stap in een
                    handhavingstraject, waarna de burgemeester bij een tweede en zelfs bij een derde
                    overtreding vervolgens de vergunning voor 12 weken kan schorsen, respectievelijk
                    de vergunning kan intrekken.</al><al>De mogelijkheid om na een eerste overtreding aanvullende voorschriften aan de
                    vergunning te verbinden, voorkomt dat meteen ingrijpende maatregelen nodig zijn
                    – en tegelijkertijd krijgt de ondernemer daarmee de mogelijkheid om te laten
                    zien dat hij in staat is tot goed naleefgedrag. De burgemeester zal een en ander
                    gaan vastleggen in een nieuw handhavingsprotocol voor de horeca.</al><al></al><al><vet><cursief>Verbod op "happy hours"</cursief></vet></al><al><cursief>Happy hours </cursief>wordencategoraal verboden. Daarbij moet wel
                    rekening worden gehouden met de bepalingen van artikel 25d DHW, waarin de
                    periodes en de prijspercentages zijn vastgelegd waarmee kan worden bepaald of er
                    sprake is van een <cursief>happy hour</cursief>. De Drank- en Horecawet
                    definieert een <cursief>happyhour </cursief>als het verstrekken van
                    alcoholhoudende drank tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter
                    lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk voor wordt gevraagd. In het
                    licht van de alcoholmatigingsdoelstellingen van de gewijzigde Drank- en
                    Horecawet is het belangrijk om in dezen een krachtig signaal af te geven.</al><al></al><al><vet><cursief>Verbod op prijsacties</cursief></vet></al><al>Geen verbod op prijsacties (mede op advies van de VNG), omdat de
                    tijdsinvestering die nodig is om het verbod te handhaven niet meer opweegt tegen
                    het daarmee te behalen maatschappelijke voordeel. Immers, de bewijslast om aan
                    te tonen wat de reguliere prijs van een product in een supermarkt of slijterij
                    is, vergt structureel en zeer intensief onderzoek en daarmee disproportioneel
                    veel handhavingscapaciteit die we beter kunnen inzetten voor de
                    leeftijdscontroles.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>