<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR333558_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP d.d. 15 juli 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-07-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14212205</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING</vet></al><al><vet>GEMEENTE CROMSTRIJEN 2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere
                                wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten
                                de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid,
                                van de Wegenwet;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens
                                een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te
                                dienen.</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li></lijst><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 A, derde lid,
                                artikel 2:11, 2:12, 4:11 of artikel 4:16.</al></li></lijst><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan zes weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd met ten hoogste acht weken.</al></li></lijst><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><lijst><li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></li></lijst><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                        deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                        daartegen verzet.</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De
                        vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: </al><lijst><li nr="1."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></li><li nr="2."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                ontheffing is vereist;</al></li><li nr="3."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                                beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="4."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van
                                een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li></lijst><al>indien de houder dit verzoekt.</al><al>Artikel 1:7 Termijnen</al><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                        vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of
                        ontheffing zich daartegen verzet.</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                        bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu;</al></li><li nr="e."><al>bestemmingsplan.</al></li></lijst><al>Artikel 1:9 Positieve fictieve beschikking van toepassing</al><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende
                        artikelen in deze verordening:</al><al>Artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als straatartiest; </al><al>Artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt: </al><al>Artikel 1:10 Positieve fictieve beschikking niet van toepassing</al><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende
                        artikelen in deze verordening:</al><al>Artikel: 2:25 Vergunning evenementen;</al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;</al><al>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al><al>Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting;</al><al>Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten
                        kampeerterreinen.</al><al>HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE</al><al>AFDELING 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor
                                ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot
                                toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor
                                ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op
                                bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in
                                de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen
                                die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de
                                openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn
                                afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten
                                als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></li></lijst><al>AFDELING 2. BETOGING</al><al>Artikel 2:2 Optochten <cursief>Vervallen</cursief></al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te
                                houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48
                                uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip
                                        van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                        plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het
                                tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een
                                vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                                erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur
                                op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste
                                lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in
                                behandeling nemen.</al></li></lijst><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn <cursief>Vervallen</cursief></al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens <cursief>Vervallen</cursief></al><al>AFDELING 3. VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                        afbeeldingen </al><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder
                        publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college
                        aangewezen openbare plaatsen.</al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                dagen en uren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan
                                huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                afbeeldingen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li></lijst><al>AFDELING 4. VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.
                        <cursief>Vervallen</cursief></al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening <cursief>Vervallen</cursief></al><al>Artikel 2:9 Straatartiest </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op
                                te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare
                                orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu
                                aangewezen openbare plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li></lijst><al>AFDELING 5. BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</al><al>Artikel 2:10 A: vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg
                        in strijd met de publieke functie van de weg</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de
                                weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                publieke functie daarvan. Het college kan hieromtrent nadere regels
                                stellen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                        gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                        weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in
                                het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit
                                betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k.
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst><al>Artikel 2:10 B: afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens
                                niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden
                                geopenbaard.</al><lijst><li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                        voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het
                                        vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het
                                        vorige artikel geldt niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het
                                        vorige artikel geldt niet voorzover in het geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 2:10 C: beslistermijn</al><al>De vergunning wordt geacht te zijn geweigerd, wanneer niet binnen de in
                        artikel 1:2 eerste en tweede lid genoemde termijn een beslissing is genomen
                        op de aanvraag voor een vergunning die niet met toepassing van artikel 2:10
                        A, derde lid, wordt verleend. </al><al>Artikel 2:10 D: vrij te stellen categorieën Het college kan categorieën van
                        voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid van artikel A
                        niet geldt. </al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                        veranderen van een weg</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg
                                aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                uitvoeren van hun publieke taak.</al></li><li nr="3."><al>De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het
                                bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige
                                gevallen.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                uitvoeren van hun publieke taak.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de
                                Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                gemeentelijke Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst><al>Artikel 2:12 Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een
                        uitweg.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                        uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                        weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat
                                artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in
                                het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                        omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>strijd met de bepalingen van het bestemmingsplan</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                wegenreglement.</al></li></lijst><al>AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG</al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                4e, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes </al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking
                                stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg,
                                is verplicht ze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                herkenningsteken, en de in de omgeving van dat bedrijf door het
                                publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes
                                terstond te verwijderen of te doen verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op
                        zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of
                        daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                        rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare
                        nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. </al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel
                                in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan
                                gedurende een door het college aangewezen periode.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor
                                zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen
                                te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
                                429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover
                                het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></li></lijst><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
                        <cursief>Vervallen</cursief></al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen </al><al>Het is verboden aan een weg of enig deel van een bouwwerk een voorwerp te
                        hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen op de weg. </al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van
                                het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of
                                de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li></lijst><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van
                                voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee
                                meter te plaatsen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse
                                hoogspanningslijn dat toelaat.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten die
                                deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></li></lijst><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                        verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                        andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                        geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen,
                                        weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het
                                        gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                vaarwegenverordening.</al></li></lijst><al>AFDELING 7. EVENEMENTEN</al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                        verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                        weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement;</al></li><li nr="f."><al>een grootschalig evenement of een evenement met een verhoogd
                                        risicoprofiel.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                buurtbarbecue op een dag.</al></li><li nr="4."><al>Onder een evenement als bedoeld in lid 2 onder f. wordt verstaan een
                                evenement waarvan de aard of de publieksaantrekkende werking vanuit
                                een oogpunt van openbare orde en veiligheid dusdanig is, dat daarin
                                zonder nadere ordening niet kan worden voorzien.</al></li></lijst><al>Artikel 2:25 Evenement</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement
                                te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                        personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 10.00 en 24.00 uur plaats vindt;</al></li><li nr="c."><al>de muziek uitsluitend ten gehore wordt gebracht tijdens het
                                        evenement;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad
                                        of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor
                                        het verkeer en de hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen tien werkdagen voorafgaand aan het
                                        evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                        burgemeester.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de melding
                                besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of
                                aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ten aanzien van evenementen nadere regels
                                stellen.</al></li></lijst><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. </al><al>AFDELING 8. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Openbare inrichting:</al><lijst><li nr="1."><al>Inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de
                                        Drank- en horecawet waarin het horecabedrijf wordt
                                        uitgeoefend, zomede de daarbij horende terrassen;</al><lijst><li nr="i."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke,
                                                besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren
                                                of spijzen voor directe consumptie worden bereid of
                                                verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder
                                                geval verstaan: een hotel, restaurant, pension,
                                                café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                                clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan
                                                een bij dit bedrijf behorend terras en andere
                                                aanhorigheden;</al></li><li nr="ii."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de
                                                inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar
                                                sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar
                                                tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                                spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid
                                                of verstrekt;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor publiek openstaande lokaliteiten, open plaatsen, tuinen
                                        of gedeelten daarvan, zomede de daarbij behorende terrassen
                                        en de daarmee gemeenschap hebbende vertrekken die niet
                                        uitsluitend als woning of winkel worden gebruikt, alsmede de
                                        niet voor publiek toegankelijke lokaliteiten welke voor het
                                        publiek op de weg bereikbaar zijn, uitgezonderd
                                        standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18 voor zover daar
                                        regelmatig of op gezette tijden:</al><lijst><li nr="i."><al>Gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet
                                                enigerlei eet- of drinkwaar te verkrijgen, af te
                                                halen of te verbruiken,</al></li><li nr="ii."><al>Amusement of ontspanning wordt aangeboden, met
                                                uitzondering van een speelautomatenhal, of</al></li><li nr="iii."><al>Voorstellingen of vertoningen van porno-erotische
                                                aard worden gegeven dan wel door middel van
                                                automaten dergelijke voorstellingen of vertoningen
                                                kunnen worden gegeven</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="b."><al>Exploitant: natuurlijke persoon of rechtspersoon, voor wiens
                                rekening en risico de inrichting wordt gedreven, en de bestuurders
                                van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden met uitzondering van de
                                bestuurders van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 Drank- en
                                Horecawet</al></li><li nr="c."><al>Beheerder: natuurlijk persoon die de onmiddellijke feitelijke
                                leiding uitoefent in de inrichting of het bedrijf</al></li></lijst><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>Geen exploitatievergunning is vereist voor een openbare inrichting
                                die zich bevindt in:</al></li><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
                                zover de activiteiten van</al></li></lijst><al>de openbare inrichting ondergeschikt zijn aan de winkelactiviteit;</al><lijst><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum;</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of –restaurant; of</al></li><li nr="e."><al>rouwcentra, begraafplaatsen en crematoria.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien:</al></li><li nr="a."><al>de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is
                                met een geldend</al></li></lijst><al>bestemmingsplan.</al><lijst><li nr="b."><al>De exploitant of beheerder onder curatele staat;</al></li><li nr="c."><al>De exploitant of beheerder niet de leeftijd van achttien jaar heeft
                                bereik</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van artikel 1:6 en 1:8 kan de burgemeester kan de
                                vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, voor onbepaalde tijd
                                geheel of gedeeltelijk intrekken, tijdelijk opschorten of wijzigen,
                                indien naar zijn oordeel</al></li><li nr="a."><al>in of vanuit de openbare inrichting een feit of feiten hebben
                                voorgedaan of aannemelijk is</al></li></lijst><al>dat in de toekomst zich een feit of feiten gaan voordoen waardoor de
                        openbare orde en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare
                        inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;</al><al>b.de exploitant of de beheerder het bij of krachtens de bepalingen in deze
                        paragraaf</al><al>geregelde overtreedt;</al><al>c, de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan
                        worden verweten bij </al><al>activiteiten of strafbare feiten in of vanuit de openbare inrichting, dan
                        wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten of
                        activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt
                        beïnvloed;</al><lijst><li nr="d."><al>de exploitant of de beheerder zich schuldig maakt aan
                                discriminatie;</al></li><li nr="e."><al>de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag
                                is;</al></li><li nr="f."><al>er aanwijzingen zijn dat in de openbare inrichting personen werkzaam
                                zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                Vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.</al></li><li nr="5."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgronden
                                houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de
                                wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen,
                                de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het
                                woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan
                                door de exploitatie.</al></li></lijst><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden zijn bedrijf voor
                                bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te
                                laten verblijven tussen 01.00 en 06.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan aan de houder van een horecabedrijf vrijstelling
                                verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod, voor een
                                openstelling voor bezoekers op vrijdagavond en zaterdagavond - en
                                als naar zijn oordeel sprake is van een bijzonder geval op andere
                                dagen - tot uiterlijk 03.00 uur de dag daarop volgend. Bij de
                                beslissing op een aanvraag betreffende een vrijstelling let de
                                burgemeester in het bijzonder op de woon- en leefsituatie in de
                                omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde. Alvorens de
                                burgemeester overgaat tot verlening van een vrijstelling dient
                                allereerst een veiligheidsplan ter beoordeling te worden overlegd
                                aan de politie. Aan een vrijstelling worden voorschriften verbonden.
                                Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op het tijdstip
                                tot wanneer nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten, het tijdstip
                                waarop geen alcohol meer verstrekt mag worden, het omlaag brengen
                                van het geluidsniveau en op het ontsteken van alle verlichting. Een
                                vrijstelling wordt verleend voor de periode van maximaal 3
                                jaar.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan, als naar zijn oordeel sprake is van een voor
                                een breed publiek van belang zijnde gebeurtenis of evenement,
                                vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte
                                verbod.</al></li><li nr="4."><al>Indien de burgemeester zulks in het belang van de woon- en
                                leefsituatie in de omgeving van een horecabedrijf en/of de openbare
                                orde nodig oordeelt, kan hij voor individuele horecabedrijven een
                                eerder sluitingsuur vaststellen.</al></li><li nr="5."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden om na 22.00 uur nog
                                alcoholhoudende dranken voor het gebruik elders dan ter plaatse te
                                verstrekken.</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan aan de houder van een horecabedrijf, zijnde een
                                discotheek, vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte
                                verbod voor een openstelling voor bezoekers op vrijdagavond en
                                zaterdagavond tot uiterlijk 05.00 uur de dag daarop volgend. Bij de
                                beslissing op een aanvraag betreffende een vrijstelling let de
                                burgemeester in het bijzonder op de woon- en leefsituatie in de
                                omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde. Alvorens de
                                burgemeester overgaat tot verlening van een vrijstelling dient
                                allereerst een veiligheidsplan ter beoordeling te worden overlegd
                                aan de politie. Aan een vrijstelling worden voorschriften verbonden.
                                Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op het tijdstip
                                tot wanneer nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten, het tijdstip
                                waarop geen alcohol meer verstrekt mag worden, op het omlaag brengen
                                van het geluidsniveau en op het ontsteken van alle verlichting. Een
                                vrijstelling wordt verleend voor de periode van maximaal 3
                                jaar.</al></li><li nr="7."><al>De vrijstelling als bedoeld in de voorgaande leden wordt geweigerd
                                dan wel ingetrokken:</al></li><li nr="a."><al>indien naar het oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie
                                in de omgeving van een horecabedrijf en/of de openbare orde op
                                ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;</al></li><li nr="b."><al>indien de houder van een horecabedrijf naar het oordeel van de
                                burgemeester niet of onvoldoende heeft aangetoond dat hij al het
                                mogelijke heeft gedaan teneinde overmatig hinder en/of overlast voor
                                de omgeving van zijn horecabedrijf te voorkomen;</al></li><li nr="c."><al>indien de houder van een horecabedrijf geen door de politie
                                goedgekeurd veiligheidsplan heeft ingediend dan wel zich niet aan de
                                daarin gestelde regels houdt.</al></li><li nr="8."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor zover op de Wet
                                milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.</al></li><li nr="9."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor een bij een
                                horecabedrijf behorend terras.</al></li></lijst><al>Artikel 2:29a Terras</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een bij een horecabedrijf behorend terras
                                verboden zijn terras voor bezoekers geopend te hebben of aldaar
                                bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 23.00 en 08.00
                                uur.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van het in het eerste lid
                                vervatte verbod.</al></li><li nr="3."><al>Indien de burgemeester zulks in het belang van de woon- en
                                leefsituatie in de omgeving van een bij een horecabedrijf behorend
                                terras en/of de openbare orde nodig oordeelt, kan hij voor
                                individuele horecabedrijven een eerder sluitingsuur van het terras
                                vaststellen.</al></li></lijst><al>Artikel 2:29b Sluitingstijden sportkantines</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf, zijnde een gebouw, in
                                gebruik als kantine of clubhuis van een vereniging, welke zich met
                                actieve veld- en of zaalsport bezig houdt, waarvoor ingevolge
                                artikel 3 van de Drank- en Horecawet door burgemeester en wethouders
                                vergunning is verleend, verboden dit door bezoekers geopend te
                                hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven na
                                23.00 uur en voor 07.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van het in het eerste lid
                                vervatte verbod.</al></li></lijst><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden
                                voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens
                                artikel 2:29 en 2:29a geldende sluitingstijden vaststellen of
                                tijdelijk sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de
                                Opiumwet.</al></li></lijst><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden gedurende de
                        tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of 2:29a of ingevolge een op
                        grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn. </al><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven</al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar
                                of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp
                                verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al></li></lijst><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring</al><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren. </al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de
                        Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de
                        toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:31 </al><al>AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                        NACHTVERBLIJF</al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder
                        inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van
                        beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of
                        gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. </al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht,
                        overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een
                        inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan
                        schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. </al><al>Artikel 2:37 Nachtregister</al><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld in
                        artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht
                        volgens het door de burgemeester vastgestelde model.</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister </al><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                        verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting
                        volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum,
                        geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te
                        verstrekken. </al><al>AFDELING 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
                                toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te
                                beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                worden gewonnen of verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod
                                is niet van toepassing op:</al></li><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid,
                                onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van
                                Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                                kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te
                                beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30
                                van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel
                                1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></li><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en
                                leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare
                                orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een
                                geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst><al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al><al>Gereserveerd. </al><al>AFDELING 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens
                                artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor
                                publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens
                                artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het
                                publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat
                                lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Artikel 2:41a Verblijfsontzegging</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde of
                                veiligheid, een verbod opleggen aan degene die de openbare orde of
                                veiligheid heeft verstoord om zich gedurende een in dat verbod
                                genoemd tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen.
                                Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking van het verbod
                                genoemde periode die ten hoogste twaalf weken kan bedragen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester gaat niet over tot aanwijzing van gebieden waarvoor
                                een verblijfsontzegging kan gelden, of tot omschrijving van
                                overtredingen die tot een verblijfsontzegging kunnen leiden, dan na
                                overleg met de Officier van Justitie, bedoeld in artikel 14 van de
                                Politiewet 1993.</al></li></lijst><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te
                                bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></li><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan
                                te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te
                                doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
                                eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst><al>.</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich
                                te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of
                                verfstof of verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                                gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></li></lijst><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen,
                                voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                de in het eerste lid bedoelde handelingen.</al></li></lijst><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder ontheffing van
                        het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde
                        parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de
                        daarin gelegen wegen of paden. </al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van
                                een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt
                                vereist.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het
                                Provinciaal wegenreglement.</al></li></lijst><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en
                                daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig
                                overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="c."><al>Zich op het terrein van een gemeentelijke speelvoorziening, een
                                skatevoorziening of dergelijke voorziening te bevinden gedurende de
                                tijden waarop deze blijkens de aanduiding gesteld bij de toegang tot
                                de voorziening gesloten is.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst><al>Artikel 2:47a Openbare zedelijkheid</al><al>Het is verboden zich op een openbare plaats of op een daarvan af
                        waarneembare plaats zich te bevinden in een houding, toestand of kleding,
                        die uit een oogpunt van openbare zedelijkheid kennelijk kwetsend is of
                        redelijkerwijze kan worden geacht.</al><al>Artikel 2:48 Openlijk drankgebruik</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te
                                nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare
                                orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins
                                overlast veroorzaken.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een
                                door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor:</al></li><li nr="a."><al>een terras dat deel uit maakt van een inrichting als bedoeld in
                                artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor
                                een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en
                                Horecawet.</al></li></lijst><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel
                                van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></li></lijst><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten </al><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke
                        wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal,
                        telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage,
                        rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke
                        ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan
                        waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. Artikel 2:51 Neerzetten van
                        fietsen e.d. Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een
                        bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een
                        deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                        e.d.</al><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en
                        plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college
                        of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering,
                        bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit
                        verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. </al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip
                                bevindende persoon te bespieden.</al></li></lijst><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur <cursief>Vervallen</cursief>. </al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren <cursief>Vervallen</cursief>. </al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties <cursief>Vervallen</cursief>.</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen:</al></li><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd
                                is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere
                                door het college aangewezen plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                                identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                kennen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in het
                                eerste lid onder a, niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor
                                zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap
                                door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig
                                aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van
                                een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                geleidehond.</al></li></lijst><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat
                                die hond zich op een openbare plaats niet van uitwerpselen
                                ontdoet.</al></li><li nr="2."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                gestelde verbod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van de
                                hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden
                                verwijderd.</al></li></lijst><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het
                                terrein van een ander:</al></li><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de
                                houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
                                noodzakelijk vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het
                                college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod
                                in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor het
                                bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn
                                van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar identificatiekenmerk
                                in het oor of de buikwand.</al></li><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van
                                stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een stevige
                                leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering
                                zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is
                                ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de
                                afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte,
                                gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50
                                meter.</al></li></lijst><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing
                                van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is
                                daarbij aangeduide dieren:</al></li><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
                                gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is
                                aangegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats
                                daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te
                                hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde
                                regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter aantal dan door het
                                college is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                verbod.</al></li></lijst><al>Artikel 2:61 Wilde dieren <cursief>Vervallen</cursief>. </al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee </al><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland
                        of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke
                        veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen
                        worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. </al><al>Artikel 2:63 Duiven</al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in een
                                door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1
                                juni.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gesteld gebod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                ophokverordening.</al></li></lijst><al>Artikel 2:64 Bijen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al></li><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen
                                waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als
                                noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt niet
                                voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt niet
                                voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al></li></lijst><al>Artikel 2:65 Bedelarij Gereserveerd.</al><al>AFDELING 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling </al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in
                        artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. </al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze
                                overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester
                                gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:</al></li><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor zover dat
                                mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;
                                e. de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                verkregen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                verplichtingen.</al></li></lijst><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                        Strafrecht </al><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: </al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al></li><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn
                                woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1º, bedoelde adressen;</al></li><li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf
                                afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register
                                ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop
                                zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar
                                zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al></li></lijst><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                            <cursief>Vervallen</cursief></al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven <cursief>Vervallen</cursief></al><al>AFDELING 13. VUURWERK</al><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder
                        consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari
                        2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                        professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is. </al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                        verkoopdagen</al><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                        consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                        beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het
                        college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden gevestigd. </al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor
                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
                                429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst><al>AFDELING 14. DRUGSOVERLAST</al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat </al><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg
                        post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen
                        in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden,
                        met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de
                        Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te
                        leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin
                        te bemiddelen.</al><al>Artikel 2:74a Openlijk gebruik van drugs</al><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke plaats
                        of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in de
                        artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel
                        voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik
                        voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al><al>AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                        CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN </al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding </al><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten
                        tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen
                        op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in
                        artikel 2:1, 2:2, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:79, 5:1
                        van deze verordening groepsgewijs niet naleven. </al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij
                        verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij
                        ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de
                        daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                        erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. </al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid
                                eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen.</al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</al><al>AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN</al><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting
                                worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                                tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in
                                combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan
                                in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan
                                particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                                rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert
                                of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
                                rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke
                                feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of
                                escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2.;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens
                                dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college
                        of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                        behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                        burgemeester.</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al><al>Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het college over de
                        uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                        vaststellen.</al><al>AFDELING 2. SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                        DERGELIJKE</al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren
                                of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                geval vermeld:</al></li><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al></li><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en de
                                beheerder niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een
                                psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel
                                37a. van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door
                                een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                geldboete van € 500,00 of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a. van het Wetboek van
                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></li><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c. tot en met 137g., 140, 197a., b. en c., 240b.,
                                242 tot en met 249, 250a (oud), 250, 273f, 300 tot en met 303, 416,
                                417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 jº artikel 8 of
                                jº artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a., b. en d., 13, 14, 27 en 30b. van de Wet op
                                de kansspelen;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld:</al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                tweede lid onder a. van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                derde lid onder a. van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                tenzij de geldsom minder dan € 375,00 bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van
                                beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3:4 eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                                hem ter zake geen verwijt treft.</al></li></lijst><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben
                                en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op andere
                                tijdstippen dan van 06.00 uur tot 24.00 uur. Op vrijdagavond en
                                zaterdagavond wordt het genoemde tijdstip van 24.00 uur met twee uur
                                verlengd.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld
                                in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                sluitingstijden vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7 eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor
                                zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li></lijst><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</al><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen of
                                in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het
                                bevoegd bestuursorgaan:</al></li><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid,
                                geldende sluitingstijden vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde
                                exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                                seksinrichting:</al></li><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek
                                van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens
                                en munitie;</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het
                                bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                bepaalde.</al></li></lijst><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek
                                toegankelijke plaats of op een plaats zichtbaar vanaf de weg of
                                vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats, door
                                handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten
                                tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te
                                lokken.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen kan
                                door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en
                                plaatsen, bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is
                                gegeven als bedoeld in het derde lid, bij besluit verbieden zich
                                gedurende een bepaalde termijn anders dan in een openbaar middel van
                                vervoer, te bevinden op of aan de wegen en plaatsen bedoeld in het
                                eerste lid.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien
                                dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                noodzakelijk is.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></li></lijst><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                        sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare
                        orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de
                        gemeente.</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                        erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:</al></li><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het
                                belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde
                                regels.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen,
                                die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
                                in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.</al></li></lijst><al>AFDELING 3. BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</al><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf
                                weken verdagen.</al></li></lijst><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd
                                indien:</al></li><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van
                                het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel
                                3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in
                                artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst><al>AFDELING 4. BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</al><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></li></lijst><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het beheer
                                in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd,
                                geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke
                                beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien
                                het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft
                                besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het
                                beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef
                                en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                        UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</al><al>AFDELING 1. GELUIDHINDER EN VERLICHTING</al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                                beheerder of anderszins een inrichting drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of
                                een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is
                                aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende
                                bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van
                                de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen
                                met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende
                                inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.</al></li><li nr="i."><al>bouw- en slooplawaai: Geluid vanwege de aanleg, bouw of sloop van
                                infrastructuur, civiele of waterbouwkundige werken of bouwwerken,
                                geproduceerd door (bouw)materieel en de daarbij behorende
                                activiteiten. Het heeft twee belangrijke kenmerken: 1˚ het wisselend
                                karakter van het bouwlawaai door de spreiding van de bouw- en
                                sloopactiviteiten in tijd binnen de gehele duur van aanleg, bouw of
                                sloop en in plaats binnen de begrenzing van het bouw- of
                                sloopterrein of het tracé (veelal is sprake van ‘voortschrijdend’
                                werk) 2˚ het tijdelijke karakter: na realisatie van het project is
                                er geen sprake meer van bouwlawaai;</al></li><li nr="j."><al>Dagwaarde: De dagwaarde is de waarde van het equivalente
                                geluidsniveau bepaald over de periode lopend van 7.00 tot 19.00 uur
                                vermeerderd met een straftoeslag voor geluid met een impulsachtig
                                karakter. De bijbehorende eenheid is dB(A). De dagwaarde wordt
                                bepaald overeenkomstig de Handleiding Meten en Rekenen
                                industrielawaai. De dagwaarde wordt bepaald op de gevel van woningen
                                en andere geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van
                                geluidsgevoelige terreinen. De hier gehanteerde definitie komt
                                overeen met de dagwaarde van het langtijdgemiddeld
                                beoordelingsniveau (L Ar,LT,dag), zij het dat alleen de
                                impulstoeslag wordt toegepast.</al></li></lijst><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor
                                door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de
                                daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het
                                college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van
                                de volgende delen: Numansdorp/Klaaswaal.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin
                                van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve
                                festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting,
                                kan het college naderbepalen.</al></li></lijst><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 10 incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen
                                als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en
                                artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de
                                houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van
                                de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10 incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden
                                ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid,
                                van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de
                                inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de
                                festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier,
                                volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de
                                plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
                                festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting,
                                kan het college nader bepalen.</al></li></lijst><al>Artikel 4:4 (Geluid)hinder door dierenDegene die de zorg heeft voor een
                        dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de
                        omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in
                                artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit
                                binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing,
                                met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige
                                gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen
                                geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen
                                uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het
                                woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                                verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen
                                bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li><li nr="7."><al>00 – 19.00 19.00 – 23.00 23.00 – 7.00 uur uur uur</al></li></lijst><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) </al><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) </al><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) </al><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) </al><lijst><li nr="2."><al>Muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
                                fanfaregezelschappen zijn, vanwege het oefenen met onversterkte
                                muziek in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode,
                                uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.
                                Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek
                                en is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van deze
                                verordening van toepassing is.</al></li></lijst><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze
                                dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen, waarbij voor de
                                duur van de toegestane geluidsoverlast geldt:</al></li><li nr="a."><al>de waarden in de volgende tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="21*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Dagwaarde</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot 60 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>Boven 60 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>Boven 65 dB(A)</al></entry><entry colname="col5"><al>Boven 70 dB(A)</al></entry><entry colname="col6"><al>Boven 75 dB(A)</al></entry><entry colname="col7"><al>Boven 80 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Maximale blootstelling duur in dagen</al></entry><entry colname="col2"><al>Geen beperking in dagen</al></entry><entry colname="col3"><al>Maximaal 50 dagen</al></entry><entry colname="col4"><al>Maximaal 30 dagen</al></entry><entry colname="col5"><al>Maximaal 15 dagen</al></entry><entry colname="col6"><al>Maximaal 5 dagen</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="b."><al>in specifieke situaties waar hogere dagwaarden of een langere
                                blootstellingperiode onvermijdelijk zijn, wordt met best beschikbare
                                stille technieken bij bouw- en sloopwerkzaamheden hinder zoveel
                                mogelijk vermeden;</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                milieuverordening.</al></li></lijst><al>AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</al><al>Artikel 4:7 Straatvegen</al><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van
                        de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te
                        parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij
                        aangeduide tijdsperiode.</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                        natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                        putten buiten gebouwen</al><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
                        mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de
                        veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de
                        gebouwen of voor anderen.</al><al>AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</al><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                stronk uitlopen.</al></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die
                                de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten
                                gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de
                                door het college vastgestelde Bomenlijst.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al></li><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan een herplant en/of een instandhoudingsplicht
                                opleggen onder nader te stellen voorschriften.</al></li></lijst><al>Artikel 4:12 Bijzondere vergunningsvoorschriften</al><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden
                                herplant.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                                daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning kan worden verleend onder de standaardvoorwaarde van
                                feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van de
                                vergunning, oftewel tot het moment dat:</al></li><li nr="a."><al>de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat
                                bezwaar of beroep is ingediend;</al></li><li nr="b."><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;</al></li><li nr="c."><al>beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige
                                voorziening is gedaan.</al></li></lijst><al>Artikel 4:12a Gevaarlijke bomen</al><al>Bomen die gevaar opleveren voor een veilig gebruik van de weg en vermeldt
                        staan op de Bomenlijst, kunnen terstond bij besluit van het college worden
                        gekapt.</al><al>Artikel 4:12b Bestrijding boomziekte1. Indien zich op een terrein een of
                        meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren
                        voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van schadelijke
                        kevers en of bacteriën, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het
                        college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te
                        stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de bomen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de bomen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet-ontschorste bomen of delen daarvan te vernietigen of
                                zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt
                                voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden gevelde aangetaste bomen of delen daarvan, met
                                uitzondering van geheel ontschorst hout en hout met een doorsnede
                                kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al></li></lijst><al>AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een
                                inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en
                                buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende
                                voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
                                hebben:</al></li><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer-
                                of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan,
                                indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor
                                verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                bepaald voorwerp of bepaalde stof: op te slaan, te plaatsen of
                                aanwezig te hebben.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                tweede lid nadere regels stellen.</al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening
                                of de Provinciale Verordening.</al></li></lijst><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder:</al></li><li nr="a."><al>meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1 van de
                                Meststoffenwet;</al></li><li nr="b."><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van meststoffen op de wijze die is
                                aangegeven in de bij het Besluit gebruik meststoffen behorende
                                bijlage II, met dien verstande echter dat onder 3, punt a. onder 2e
                                gelezen moet worden: ‘tijdenshet uitrijden van de mest deze
                                gelijktijdigwordt ondergewerkt’;</al></li><li nr="c."><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is het
                                verboden op gronden meststoffen uit te rijden, op te brengen, te
                                doen uitrijden of te doen opbrengen op zondag en op de volgende
                                feest- en gedenkdagen: Koninginnedag, tweede paasdag, tweede
                                pinksterdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede kerstdag en
                                nieuwjaarsdag.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing voor
                                zover de mest emissiearm, als bedoeld in dit artikel, wordt
                                aangewend.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                gestelde verboden.</al></li><li nr="5."><al>Vervoer van meststof als dunne mest dient te geschieden in volledig
                                gesloten transportmiddelen die in een zindelijke staat
                                verkeren.</al></li></lijst><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame1.Het is verboden op
                        of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel
                        van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar
                        wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al><al>Artikel 4:16 Omgevingsvergunning voor lichtreclame.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan
                                een onroerende zaak verlichte handelsreclame te maken of te voeren
                                die vanaf de weg zichtbaar is.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan een vergunning als
                                bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, op zichzelf of in verband met de omgeving
                                niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></li><li nr="c."><al>de weigeringsgrond van het tweede lid onder a geldt niet voor
                                bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>de weigeringsgrond van het tweede lid onder b geldt niet voor zover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer.</al></li></lijst><al>AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of
                        voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de
                        Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of
                        kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. </al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of
                                mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in
                                het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden
                                geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                4:18, eerste lid niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de
                                gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</al><al>AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN</al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en
                                rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></li></lijst><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                                betaling.</al></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                gerekend:</al></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde
                                persoon.</al></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte
                                van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te
                                verhuren of te verhandelen, verboden:</al></li><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op
                                de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met
                                als middelpunt een van deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig
                                te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen </al><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te
                        verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                        achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat
                                van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                verkeert op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor
                                andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></li><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben
                                op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel
                                buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar
                                zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal
                                wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om
                                daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar
                                dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het
                                college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van
                                maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                                ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                lengte heeft van meer dan 5 meter of een hoogte van meer dan 2
                                meter, op of aan de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het
                                uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
                                wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt
                                aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                            <cursief>Vervallen</cursief></al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of
                                te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege
                                aangelegde beplanting of groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege
                                de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang
                        van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                        overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden
                        is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                        plaatsen te laten staan. </al><al>AFDELING 2. COLLECTEREN</al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het
                                bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen
                                wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of
                                ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt.</al></li></lijst><al>AFDELING 3. VENTEN</al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening
                                van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de
                                open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit
                                doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in
                                artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel
                                5:17.</al></li></lijst><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten zonder vergunning van het college.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de volksgezondheid of het milieu;</al></li><li nr="e."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of
                                in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door
                                het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor
                                de consumenten ter plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor
                                venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en
                                gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                van de Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></li><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in
                                het tweede lid.</al></li></lijst><al>AFDELING 4. STANDPLAATSEN</al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te
                                koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten
                                aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel
                                160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in
                                te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de
                                omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in
                                een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door
                                het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het
                                verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de
                                consument ter plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop
                        zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet
                                voor bouwwerken.</al></li></lijst><al>Artikel 5:21 AanhoudingsplichtHet college houdt de aanvraag om een
                        standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit betreft
                        waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet
                        milieubeheer is vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het
                        tweede lid, tot de dag waarop is beslist op de aanvraag om een vergunning
                        als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.</al><al>AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN</al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een
                                voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands
                                en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden
                                aangeboden vanaf een standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt1. Het is verboden zonder
                        vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.</al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg
                                geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan.</al></li></lijst><al>AFDELING 6. OPENBAAR WATER</al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
                                een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar
                                water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn
                                omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar
                                oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt
                                voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water
                                te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een aan het
                                college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van
                                de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de
                                daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                water.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van
                                een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het
                                eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:</al></li><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                landschapsverordening.</al></li></lijst><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25 bepaalde
                                kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen
                                geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
                                het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen,
                                veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de
                                daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                landschapsverordening.</al></li></lijst><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</al><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te
                        stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare
                                wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
                                gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li></lijst><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij
                        het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor
                        dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar
                                water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het
                                scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li></lijst><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                daarin te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig,
                                liggend in of aan een openbaar water, los te maken.</al></li></lijst><al>AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                        NATUURGEBIEDEN</al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van
                                deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan
                                wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het
                                Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></li></lijst><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
                                een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                                paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid
                                gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                paarden:</al></li><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en
                                van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer
                                en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie
                                van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                                voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die
                                gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de
                                onder d bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen
                                als 'toestel'.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li></lijst><al>AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN</al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                        anderszins vuur te stoken</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur
                                aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al></li><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar,
                                overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
                                van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></li></lijst><al>AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS </al><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het
                        verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de
                        overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe
                        bestemd terrein. </al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></li><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>sportvelden</al></li><li nr="c."><al>speelterreinen</al></li><li nr="d."><al>openbaar water of delen daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn
                                wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid
                                asverstrooiing plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor
                                de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen
                                van het verbod uit het eerste lid.</al></li></lijst><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast
                        wordt veroorzaakt voor derden.</al><al>HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Overtreding van een artikel in deze verordening en de op grond van artikel
                        1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met
                        hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie
                        en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                        uitspraak.</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                        burgemeester aangewezen personen.</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                        overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften
                        welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
                        bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot
                        het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.</al></li><li nr="2."><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Cromstrijen 2011
                                (inclusief wijzigingen) wordt per de in lid 1 genoemde datum
                                ingetrokken.</al></li></lijst><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens
                                verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven – indien
                                en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover
                                zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht tot de
                                tijd waarvoor zij werden verleend of totdat zij worden
                                ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen
                                bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven – indien en voor zover
                                de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken – nog gedurende één jaar na de
                                inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op
                                grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
                                overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening
                                toegepast.</al></li><li nr="4."><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – van kracht, totdat
                                onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in
                                deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste,
                                vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken
                                voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
                                bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</al></li><li nr="6."><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing:</al></li><li nr="a."><al>gedurende zes weken na het in werking treden van deze
                                verordening;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a. bepaalde termijn, voor zover degene die de
                                vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een
                                aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is
                                beslist.</al></li><li nr="7."><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid,
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de
                                aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken.</al></li><li nr="8."><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:10 A,
                                derde lid, 2:11, 2:12, 4:11 en 4:16 die zijn ingediend vóór de
                                inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening worden afgehandeld
                                volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop artikel
                                2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is
                                getreden.</al></li></lijst><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                        2014.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Cromstrijen in zijn openbare
                        vergadering gehouden op 8 juli 2014,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>INHOUD</vet></al><al>Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1.1 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1.2 - Beslistermijn</al><al>Artikel 1.3 - Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1.4 - Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1.5 - Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.6 - Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.7 - Termijnen</al><al>Artikel 1.8 - Weigeringsgronden</al><al>Artikel 1.9 - Positieve fictieve beschikking van toepassing </al><al>Artikel 1.10 - Positieve fictieve beschikking niet van toepassing</al><al>Hoofdstuk 2 - Openbare orde</al><al>Afdeling 1 – Bestrijding van ongeregeldheden</al><al>Artikel 2.1 - Samenscholing en ongeregeldheden</al><al>Afdeling 2 – Betoging</al><al>Artikel 2.2 - Optochten (vervallen)</al><al>Artikel 2.3 - Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.4 - Afwijking termijn (vervallen)</al><al>Artikel 2.5 - Te verstrekken gegevens (vervallen)</al><al>Afdeling 3 - Verspreiden van gedrukte stukken</al><al>Artikel 2.6 - Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                    afbeeldingen</al><al>Afdeling 4 - Vertoningen e.d. op de weg</al><al>Artikel 2.7 - Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen)</al><al>Artikel 2.8 - Dienstverlening (vervallen)</al><al>Artikel 2.9 - Straatartiest</al><al>Afdeling 5 - Bruikbaarheid en aanzien van de weg</al><al>Artikel 2.10 A - Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de
                    weg in strijd met de publieke functie van de weg</al><al>Artikel 2.10 B - Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</al><al>Artikel 2.10 C - Beslistermijn</al><al>Artikel 2.10 D - Vrij te stellen categorieën</al><al>Artikel 2.11 - Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</al><al>Artikel 2.12 - Maken, veranderen van een uitweg</al><al>Afdeling 6 - Veiligheid op de weg</al><al>Artikel 2.13 - Veroorzaken van gladheid</al><al>Artikel 2.14 - Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2.15 - Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2.16 - Openen straatkolken e.d.</al><al>Artikel 2.17 - Kelderingangen e.d.</al><al>Artikel 2.18 - Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2.19 - Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (vervallen)</al><al>Artikel 2.20 - Vallende voorwerpen</al><al>Artikel 2.21 - Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2.22 - Objecten onder hoogspanningslijn</al><al>Artikel 2.23 - Veiligheid op het ijs</al><al>Afdeling 7 – Evenementen</al><al>Artikel 2.24 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 2.25 - Evenement</al><al>Artikel 2.26 - Ordeverstoring</al><al>Afdeling 8 - Toezicht op openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2.27 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2.28 - Exploitatievergunning openbare inrichting</al><al>Artikel 2.29 - Sluitingstijd</al><al>Artikel 2.29a - Terras</al><al>Artikel 2.29b - Sluitingstijden sportkantines</al><al>Artikel 2.30 - Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2.31 - Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel 2.32 - Handel in horecabedrijven</al><al>Artikel 2.33 - Ordeverstoring</al><al>Artikel 2.34 - Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Afdeling 9 - Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                    nachtverblijf</al><al>Artikel 2.35 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 2.36 - Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2.37 - Nachtregister</al><al>Artikel 2.38 - Verschaffing gegevens nachtregister</al><al>Afdeling 10 - Toezicht op speelgelegenheden</al><al>Artikel 2.39 - Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2.40 - Speelautomaten (gereserveerd)</al><al>Afdeling 11 - Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</al><al>Artikel 2.41 - Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2.41a - Verblijfsontzegging</al><al>Artikel 2.42 - Plakken en kladden</al><al>Artikel 2.43 - Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2.44 - Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel 2.45 - Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Artikel 2.46 - Rijden over bermen e.d.</al><al>Artikel 2.47 - Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.47a - Openbare zedelijkheid</al><al>Artikel 2.48 - Openlijk drankgebruik</al><al>Artikel 2.49 - Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2.50 - Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                    ruimten</al><al>Artikel 2.51 - Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2.52 - Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                    e.d.</al><al>Artikel 2.53 - Bespieden van personen</al><al>Artikel 2.54 - Bewakingsapparatuur (vervallen)</al><al>Artikel 2.55 - Nodeloos alarmeren (vervallen)</al><al>Artikel 2.56 - Alarminstallaties (vervallen)</al><al>Artikel 2.57 - Loslopende honden</al><al>Artikel 2.58 - Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2.59 - Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2.60 - Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2.61 - Wilde dieren (vervallen)</al><al>Artikel 2.62 - Loslopend vee </al><al>Artikel 2.63 - Duiven</al><al>Artikel 2.64 - Bijen</al><al>Artikel 2.65 - Bedelarij (gereserveerd)</al><al>Afdeling 12 - Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</al><al>Artikel 2.66 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 2.67 - Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2.68 - Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                    van Strafrecht</al><al>Artikel 2.69 - Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                    (vervallen)</al><al>Artikel 2.70 - Handel in horecabedrijven (vervallen)</al><al>Afdeling 13 – Vuurwerk</al><al>Artikel 2.71 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2.72 - Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen </al><al>Artikel 2.73 - Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</al><al>Afdeling 14 – Drugsoverlast</al><al>Artikel 2.74 - Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2.74a - Openlijk gebruik van drugs</al><al>Afdeling 15 - Bestuurlijke ophouding, veiligheidsricisogebieden en
                    camaratoezicht op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.75 - Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2.76 - Veiligheidsrisicogebieden </al><al>Artikel 2.77 - Cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al>Hoofdstuk 3 - Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</al><al>Afdeling 1 – Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3.1 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3.2 - Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3.3 - Nadere regels</al><al>Afdeling 2 - Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.</al><al>Artikel 3.4 - Seksinrichtingen</al><al>Artikel 3.5 - Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3.6 - Sluitingstijden</al><al>Artikel 3.7 - Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                    sluiting</al><al>Artikel 3.8 - Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3.9 - Straatprostitutie</al><al>Artikel 3.10 - Sekswinkels</al><al>Artikel 3.11 - Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d.</al><al>Afdeling 3 - Beslissingstermijn; weigeringsgronden</al><al>Artikel 3.12 - Beslissingstermijn</al><al>Artikel 3.13 - Weigeringsgronden</al><al>Afdeling 4 - Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al><al>Artikel 3.14 - Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3.15 - Wijziging beheer</al><al>Hoofdstuk 4 - Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                    het uiterlijk aanzien van de gemeente</al><al>Afdeling 1 – Geluidhinder en verlichting</al><al>Artikel 4.1 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4.2 - Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4.3 - Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4.4 - (Geluid)hinder door dieren</al><al>Artikel 4.5 - Onversterkte muziek</al><al>Artikel 4.6 - Overige geluidhinder</al><al>Afdeling 2 - Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</al><al>Artikel 4.7 - Straatvegen</al><al>Artikel 4.8 - Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4.9 - Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                    en putten buiten gebouwen</al><al>Afdeling 3 - Het bewaren van houtopstanden</al><al>Artikel 4.10 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4.11 - Kapvergunning</al><al>Artikel 4.12 - Vergunning ex lege</al><al>Artikel 4.12a - Bijzondere vergunningsvoorschriften</al><al>Artikel 4.12b - Gevaarlijke bomen</al><al>Artikel 4.12c - Bestrijding boomziekte</al><al>Afdeling 4 - Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</al><al>Artikel 4.13 - Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al><al>Artikel 4.14 - Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al><al>Artikel 4.15 - Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4.16 - Vergunningsplicht lichtreclame</al><al>Afdeling 5 – Kamperen buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4.17 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 4.18 - Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4.19 - Aanwijzing kampeerplaatsen</al><al>Hoofdstuk 5 - Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                    gemeente</al><al>Afdeling 1 – Parkeerexcessen</al><al>Artikel 5.1 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5.2 - Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5.3 - Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5.4 - Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5.5 - Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5.6 - Kampeermiddelen e.a.</al><al>Artikel 5.7 - Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5.8 - Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5.9 - Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen e.d.</al><al>Artikel 5.10 - Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</al><al>Artikel 5.11 - Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5.12 - Overlast van fiets of bromfiets</al><al>Afdeling 2 – Collecteren</al><al>Artikel 5.13 - Inzameling van geld of goederen</al><al>Afdeling 3 – Venten</al><al>Artikel 5.14 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 5.15 - Ventverbod</al><al>Artikel 5.16 - Vrijheid van meningsuiting</al><al>Afdeling 4 – Standplaatsen</al><al>Artikel 5.17 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 5.18 - Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5.19 - Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5.20 - Afbakeningsbepalingen</al><al>Artikel 5.21 - Aanhoudingsplicht</al><al>Afdeling 5 – Snuffelmarkten</al><al>Artikel 5.22 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 5.23 - Organiseren van een snuffelmarkt </al><al>Afdeling 6 - Openbaar water</al><al>Artikel 5.24 - Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5.25 - Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5.26 - Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5.27 - Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5.28 - Beschadigen van waterstaatswerken </al><al>Artikel 5.29 - Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5.30 - Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5.31 - Overlast aan vaartuigen</al><al>Afdeling 7 - Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                    natuurgebieden</al><al>Artikel 5.32 - Crossterreinen</al><al>Artikel 5.33 - Beperking verkeer in natuurgebieden</al><al>Afdeling 8 - Verbod vuur te stoken</al><al>Artikel 5.34 - Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                    anderszins vuur te stoken</al><al>Afdeling 9 - Verstrooiing van as</al><al>Artikel 5.35 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 5.36 - Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5.37 - Hinder of overlast</al><al>Hoofdstuk 6 - Straf-, overgangs- en slotbepalingen</al><al>Artikel 6.1 - Strafbepaling</al><al>Artikel 6.2 - Toezichthouders</al><al>Artikel 6.3 - Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6.4 - Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</al><al>Artikel 6.5 - Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6.6 - Citeertitel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>