<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR333191_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-37595.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAfgelopenWeek%26spd%3d20140710%26epd%3d20140710%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dBladel%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=1&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 2014, 37595</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=44">Gemeentewet, art. 44.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">Gemeentewet, art. 95.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96">Gemeentewet, art. 96.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=97">Gemeentewet, art. 97.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=98">Gemeentewet, art. 98.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=99">Gemeentewet, art. 99.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2014.065a en R2014.065b</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bladel;</al><al/><al>gelezen het voorstel R2014.065 van 10 juni 2014 van het presidium;</al><al/><al>overwegende dat het gewenst is, gezien de datum van de datum van
                        vaststelling van de Verordening rechtspositie wethouders raads- en
                        commissieleden 2006 en daarna doorgevoerde wijzigingen in de
                        modelverordening van de VNG, deze verordening te actualiseren;</al><al/><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit wethouders en het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de <vet>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                            commissieleden 2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel> Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="2."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="3."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; </al></li><li nr="4."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders ;</al></li><li nr="5."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad;</al></li><li nr="6."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="7."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raads- en commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 3 (inwonertal 14.001 tot en met 24.000) vastgestelde
                            maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                    commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het
                                    door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                                    voor gemeenteklasse 3 (inwonertal 14.001 tot en met 24.000)
                                    vastgestelde maximum.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                    commissie als raadslid. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Toelage bijzondere commissies</titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                    verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 3
                                    (inwonertal 14.001 tot en met 24.000), vermeld in tabel II van
                                    het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
                                    ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                    loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                    dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt artikel 16 sub b van
                                    het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                    toegepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                    geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en
                                    3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                    raadslid is geweest. </al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                    geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raads- of commissielid worden verlaagd in het geval hij
                            een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raads- of een commissielid een uitkering op
                                    grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van
                                    artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten
                                    gevolge van het uitoefenen van het raads- of
                                    commissielidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                    vergoeding voor de werkzaamheden die het raads- of commissielid
                                    ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente
                                    verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></li><li nr="2."><al>In het geval dat een raads- of commissielid een uitkering op
                                    grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en
                                    onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6,
                                    vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering
                                    ten gevolge van het uitoefenen van het raads- of
                                    commissielidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                    vergoeding voor de werkzaamheden die het raads- of commissielid
                                    ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente
                                    verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><al>Aan het raads- en commissielid worden de ten behoeve van de gemeente
                            gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de
                            gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                            vergoed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                    zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden
                                    aan het raads- en commissielid vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding is overeenkomstig het bepaalde in artikel 4,
                                    onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad
                                    toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het
                                    buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                    verbinden.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of
                                    vanwege de gemeente georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                    rekening van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een raads- of commissielid aan
                                    cursussen, congressen, seminars en symposia die in het
                                    gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden
                                    of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raads- of commissielid dat wil deelnemen aan een cursus,
                                    congres, seminar of symposium dat niet door of namens de
                                    gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een
                                    gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                                    inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten
                                    komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                                    belang is in verband met de vervulling van het raads- of
                                    commissielidmaatschap.</al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag als bedoeld in lid 2 hoeft door een raadslid niet
                                    te worden gedaan voor zover op jaarbasis het bedrag van €500,00
                                    niet wordt overschreden. Het raadslid legt achteraf
                                    verantwoording af over het besteedde bedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Tablet </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente stelt een raadslid en een commissielid ten laste van
                                    de gemeente voor de uitoefening van het ambt een tablet in
                                    bruikleen ter beschikking.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                    een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde tablet
                                    als bedoeld in het eerste lid neemt de gemeente dit op aanvraag
                                    voor zijn rekening, dan wel compenseert de gemeente op aanvraag
                                    de financiële gevolgen daarvan op basis van de daarvoor geldende
                                    landelijke regelgeving. </al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 7a,
                                    tweede lid, onder a en b van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden bedraagt € 1,00. </al></li><li nr="4."><al>Het college stelt een bruikleenovereenkomst vast.</al></li><li nr="5."><al>Het raads- of commissielid ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="6."><al>Aan een plaatsvervangend commissielid niet-raadslid wordt geen
                                    tablet ter beschikking gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden met een functionele beperking
                            </titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Niet van toepassing </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 3
                            (inwonertal 14.001 tot en met 24.000), vermeld in artikel 25 van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 19
                            vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                            artikel 19 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt
                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 en artikel 5a van de Regeling
                            Rechtspositie Wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Dienstauto </titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Buitenlandse dienstreis </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                    Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                    reis- en verblijfkosten vergoed.</al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                    zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                    toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan
                                    deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                                    een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                    uitoefening van het ambt van wethouder. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Tablet </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente stelt de wethouder ten laste van de gemeente voor de
                                    uitoefening van het ambt een tablet in bruikleen ter
                                    beschikking.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                    een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde tablet
                                    als bedoeld in het eerste lid neemt de gemeente dit op aanvraag
                                    voor zijn rekening, dan wel compenseert de gemeente op aanvraag
                                    de financiële gevolgen daarvan op basis van de daarvoor geldende
                                    landelijke regelgeving.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 27a,
                                    tweede lid, onder a en b van het Rechtspositiebesluit wethouders
                                    bedraagt € 1,00.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt een bruikleenovereenkomst vast. </al></li><li nr="5."><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening
                                    van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                                    gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met
                                    de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li><li nr="4."><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                    voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een
                                    verrekening van de gesprekskosten plaats. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                    artikel 3.11 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011. Naar
                                    keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste
                                    onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de
                                    vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Betaling van kosten </titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="1."><al>betaling uit eigen middelen; of </al></li><li nr="2."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 9, 10,
                                    11, 12, 19, 20, 22, 23 en 27 wordt gebruik gemaakt van een
                                    declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn
                                    betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk het commissielid of de wethouder
                                    dient het declaratieformulier binnen 1 kwartaal in voor akkoord,
                                    onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 9, 10, 11, 12,
                                    19, 20, 22 en 23 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending
                                    van de door het raadslid, onderscheidenlijk het commissielid of
                                    de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.
                                </al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></li><li nr="3."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk het commissielid of de wethouder
                                    dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 1 kwartaal
                                    in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of
                                    de door hem aangewezen ambtenaar. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Gebruik creditcard </titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Intrekking nieuwe regeling </titel></kop><al>De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006
                            wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2014 en werkt terug tot en met
                            1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 26 juni 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>L.A.J. Dirks A.J.A. van Dun, plv. </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>