<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR333036_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening subsidies natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2014-3367.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dWaterschapsblad%26vrt%3dvispaaiplaatsen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20140707%26epd%3d20140707%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dHoogheemraadschap%2bvan%2bRijnland%26orgt%3dwaterschap%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Waterschapsblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening subsidies natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-05-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13.58248</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën - belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening subsidies natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>Rijnland: het hoogheemraadschap van Rijnland;</al></li><li nr="b)"><al>college: het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het
                                hoogheemraadschap van Rijnland;</al></li><li nr="c)"><al>subsidie: een aanspraak op financiële middelen, zoals bedoeld in
                                artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="d)"><al>bestemmingsreserve: de in de begroting van het hoogheemraadschap van
                                Rijnland opgenomen bestemmingsreserve natuurvriendelijke oevers en
                                vispaaiplaatsen;</al></li><li nr="e)"><al>natuurvriendelijke oever: een oever die voldoet aan de
                                inrichtingseisen voor natuurvriendelijke oevers van bijlage 1 bij
                                deze verordening;</al></li><li nr="f)"><al>vispaaiplaats: een oever die voldoet aan de inrichtingseisen voor
                                vispaaiplaatsen van bijlage 1 bij deze verordening;</al></li><li nr="g)"><al>Natuurbeherende organisaties: rechtspersonen zoals agrarische
                                natuurverenigingen, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de
                                provinciale Landschappen die als doelstelling hebben het beheren en
                                ontwikkelen van door Rijk of provincie aangewezen beschermde
                                gebieden zoals bijvoorbeeld natuurmonumenten en Natura2000
                                gebieden.</al></li><li nr="h)"><al>Project: het geheel van activiteiten waarbij een natuurvriendelijke
                                oever of vispaaiplaats wordt aangelegd;</al></li><li nr="i)"><al>Bijlagen 1 en 2: de bij dit besluit behorende bijlagen, waarin (1)
                                de inrichtingseisen waaraan de natuurvriendelijke oever of
                                vispaaiplaats ten minste moet voldoen en (2) richtlijnen voor
                                natuurvriendelijk onderhoud van de natuurvriendelijke
                                oever/vispaaiplaats worden gegeven.</al></li></lijst><al><vet>Subsidie</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="1)"><al>Het college is bevoegd op aanvraag een subsidie te verstrekken ten
                                laste van de bestemmingsreserve aan de aanvrager die een
                                natuurvriendelijke oever of vispaaiplaats aanlegt en daartoe een
                                vergunning of toestemming krachtens de Keur Rijnland 2009 heeft
                                verkregen.</al></li><li nr="2)"><al>De subsidie is bedoeld ter stimulering van de aanleg van
                                natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen. Bestaande oevers
                                kunnen beschoeide of onbeschoeide steile oevers zijn. Alleen de
                                kosten voor het afgraven van oevers, de eventuele beplanting en een
                                eventuele afrastering komen voor subsidie in aanmerking, dus niet de
                                kosten voor een (oever)verdediging.</al></li><li nr="3)"><al>Geen subsidie wordt verleend</al><lijst><li nr="a)"><al>als al een begroeide oever aanwezig is, te beoordelen door
                                        Rijnland;</al></li><li nr="b)"><al>als de natuurvriendelijke oever of vispaaiplaats wordt
                                        aangelegd in wateren die breder zijn dan 20 meter;</al></li><li nr="c)"><al>voor strekkingen korter dan 20 meter;</al></li><li nr="d)"><al>als het project is voorzien in wateren met een
                                        scheepvaartfunctie;</al></li><li nr="e)"><al>als het project is voorzien in jachthavens;</al></li><li nr="f)"><al>als het project betrekking heeft op de aanleg van flauwe
                                        taluds van nieuw aangelegde watergangen; </al></li><li nr="g)"><al>als de aanleg van natuurvriendelijke oevers of
                                        vispaaiplaatsen dient ter compensatie van het verlies van
                                        natuurwaarden elders; </al></li><li nr="h)"><al>als de aanleg van natuurvriendelijke oevers of
                                        vispaaiplaatsen plaatsvindt als uitvoeringsmaatregel van een
                                        gemeentelijk waterplan.</al></li></lijst></li><li nr="4)"><al>De subsidie voor de natuurvriendelijke aanleg van bestaande oevers
                                bedraagt een bepaald percentage van een normbedrag van € 65,00 per
                                strekkende meter;</al><lijst><li nr="a)"><al>Voor particulieren bedraagt de subsidie 100 % van het
                                        normbedrag genoemd in lid 4. Op natuurlijke personen die
                                        optreden als beheerder van natuurgebieden die behoren tot
                                        het Nationaal Natuur Netwerk is lid b van toepassing;</al></li><li nr="b)"><al>Voor natuurbeherende organisaties bedraagt de subsidie 75%
                                        van het normbedrag genoemd in lid 4;</al></li><li nr="c)"><al>Voor overheden bedraagt de subsidie 50% van het normbedrag
                                        genoemd in lid 4.</al></li></lijst></li><li nr="5)"><al>De maximumbijdrage per aanvrager dan wel per project bedraagt €
                                30.000,00 per jaar.</al></li><li nr="6)"><al>Voor een strekking oever wordt per aanvrager slechts eenmalig
                                subsidie verstrekt. </al></li></lijst><al><vet>Subsidieplafond</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1)"><al>De hoogte van het subsidieplafond wordt jaarlijks in het kader van
                                de begroting vastgesteld;</al></li><li nr="2)"><al>De subsidies die worden geweigerd, omdat door verlening het
                                subsidieplafond zou worden overschreden, worden niet ten laste
                                gebracht van het volgende begrotingsjaar.</al></li></lijst><al><vet>Selectiecriteria </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1)"><al>De ontvangen aanvragen worden getoetst aan onderstaande criteria via
                                een puntensysteem. De criteria zijn:</al><lijst><li nr="a)"><al>ligging in natuurgebieden die vallen onder het Nationaal
                                        Natuur Netwerk: 10 punten;</al></li><li nr="b)"><al>lengte aan te leggen aaneengesloten oevers/vispaaiplaats
                                        volgens de volgende staffel: 20 – 40 strekkende meter 2
                                        punten; 40 – 60 strekkende meter 4 punten; 60 – 80
                                        strekkende meter 6 punten; &gt; 80 strekkende meter 8
                                        punten.</al></li><li nr="c)"><al>breedte van de watergang (10 punten bij watergangen smaller
                                        dan 10 meter);</al></li></lijst></li><li nr="2)"><al>Het op grond van bovenstaand puntensysteem behaalde aantal punten is
                                bepalend voor de verdeling van het beschikbare subsidiebedrag. Als
                                het beschikbare budget wordt overschreden, komt de aanvraag met het
                                hoogste puntenaantal het eerst voor subsidie in aanmerking. Bij
                                aanvragen met gelijke puntenaantallen komt de aanvraag die door
                                Rijnland als eerste volledig is ontvangen als eerste voor
                                subsidieverstrekking in aanmerking.</al></li></lijst><al><vet>De aanvraag</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lijst><li nr="1)"><al>Een schriftelijke aanvraag om verlening van subsidie dient per
                                kalenderjaar voor 1 mei te worden ingediend. </al></li><li nr="2)"><al>Naast de in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde
                                eisen, waar een aanvraag aan moet voldoen, gaat de aanvraag
                                vergezeld van een volledig en overzichtelijk ontwerp en een
                                onderhoudsplan als bedoeld in artikel 7 lid 8, ten minste inhoudende
                                tekeningen, werkomschrijvingen en een begroting.</al></li><li nr="3)"><al>Het ontwerp van de natuurvriendelijke oever of de vispaaiplaats moet
                                ten minste voldoen aan de inrichtingseisen zoals deze zijn opgenomen
                                in bijlage 1.</al></li><li nr="4)"><al>Het college kan de in de bijlage 1 en 2 beschreven inrichtings- en
                                onderhoudscriteria nader uitwerken en zo nodig aanpassen.</al></li><li nr="5)"><al>Het college kan een aanvraagformulier vaststellen, volgens welk
                                formulier de aanvraag moet worden ingediend.</al></li><li nr="6)"><al>Indien de aanvraag onvoldoende gegevens bevat of anderszins niet
                                voldoet aan de eisen in dit artikel genoemd, kan het college
                                aanvullende gegevens van de aanvrager verlangen, als bedoeld in
                                artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst><al><vet>Beslissing op de aanvraag</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lijst><li nr="1)"><al>Het college besluit over de verlening van subsidie binnen acht weken
                                na de sluitingsdatum van de indieningstermijn (1 mei).</al></li><li nr="2)"><al>Het besluit tot subsidieverlening vermeldt het bedrag waarop de
                                subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.</al></li><li nr="3)"><al>Het college kan aan de verlening naast de in artikel 4:37 van de
                                Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen ook andere
                                verplichtingen verbinden, die al dan niet strekken tot
                                verwezenlijking van het doel van de subsidie. </al></li><li nr="4)"><al>Het college weigert in ieder geval subsidie te verlenen,
                                indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>de activiteiten geen relatie hebben met de reglementaire
                                        taken van Rijnland, dan wel anderszins niet in het belang
                                        van Rijnland zijn;</al></li><li nr="b)"><al>de activiteiten reeds in uitvoering zijn, voordat de
                                        aanvraag is ingediend;</al></li><li nr="c)"><al>de aanvrager met de uitvoering van de activiteiten beoogt
                                        winst te maken.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Verplichtingen van de
                        subsidieontvanger</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>1)Bij de subsidieverlening gelden in ieder geval de volgende
                        verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieontvanger is, indien van toepassing, in het bezit van een
                                watervergunning vóór de aanvang van het werk, dan wel heeft de
                                werkzaamheden vóór de aanvang ervan bij het college gemeld.</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger doet ten minste één week vóór de aanvang van
                                het werk daarvan mededeling aan Rijnland.</al></li><li nr="c."><al>de subsidieontvanger verstrekt aan het college alle inlichtingen die
                                in verband met de subsidieverplichtingen en de uitvoering van het
                                project van belang kunnen zijn.</al></li><li nr="d."><al>het project moet worden uitgevoerd overeenkomstig het ingediende
                                plan met bijbehorende tekeningen en binnen het raam van de begroting
                                waarop subsidieverlening heeft plaatsgevonden. </al></li><li nr="e."><al>voor wijziging van het plan of de begroting dient de
                                subsidieontvanger schriftelijk en gemotiveerd voorafgaande
                                toestemming aan het college te vragen.</al></li><li nr="f."><al>het onderhoud aan de natuurvriendelijke oever of vispaaiplaats wordt
                                uitgevoerd volgens een natuurvriendelijk onderhoudsplan, zodat de
                                natuurvriendelijke oever dan wel vispaaiplaats duurzaam behouden
                                blijft.</al></li><li nr="g."><al>bij toepassing van hout mogen alleen niet-uitloogbare houtsoorten
                                worden gebruikt die het FSC-keurmerk of een ander door Rijnland
                                geaccepteerd keurmerk dragen.</al></li></lijst><al><vet>Vaststelling en uitbetaling</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lijst><li nr="1)"><al>De subsidieontvanger dient binnen twaalf weken na de oplevering van
                                het project een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. </al></li><li nr="2)"><al>Een aanvraag tot vaststelling kan uiterlijk 24 maanden na verlening
                                van de subsidie worden ingediend. Het college kan besluiten deze
                                termijn te verlengen op schriftelijk verzoek van de
                                subsidieontvanger, ontvangen vóór afloop van de termijn. </al></li><li nr="3)"><al>Het college stelt de subsidie vast binnen acht weken na ontvangst
                                van de aanvraag tot vaststelling. Artikel 5, 6e lid is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4)"><al>Indien een besluit niet binnen de in het vorige lid genoemde termijn
                                kan worden genomen, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis
                                en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen het besluit
                                wel tegemoet kan worden gezien.</al></li><li nr="5)"><al>De verplichting tot betaling van de subsidie wordt door het college
                                bij beschikking vastgesteld.</al></li><li nr="6)"><al>Het besluit tot vaststelling vermeldt het bedrag van de subsidie,
                                alsmede een omschrijving van het gesubsidieerde project.</al></li><li nr="7)"><al>De uitbetaling van de subsidie geschiedt binnen acht weken na
                                vaststelling. </al></li></lijst><al><vet>Wijziging en intrekking</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Subsidies of bijdragen van derden door de gesubsidieerde verkregen na
                        vaststelling van de op grond van deze verordening verleende subsidie, kunnen
                        met inachtneming van het bepaalde in artikel 2 een herberekening daarvan tot
                        gevolg hebben. </al><al><vet>Hardheidsclausule</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Ingeval van bijzondere omstandigheden, dan wel ingeval een strikte
                        toepassing van deze verordening naar het oordeel van het college in strijd
                        zou zijn met de redelijkheid en billijkheid, kan door het college van deze
                        verordening worden afgeweken.</al><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                        college.</al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Subsidieaanvragen ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze
                        verordening worden nog behandeld op basis van de Verordening subsidies
                        natuurvriendelijke oevers 2009.</al><al><vet>Citeertitel en inwerkingtreding</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking.</al><al>De Verordening subsidies natuurvriendelijke oevers 2009 wordt gelijktijdig
                        met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.</al><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening subsidies
                        natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen 2014.</al></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>13.67865 Bijlagen bij verordening subsidies natuurvriendelijke oevers en
                        vispaaiplaatsen 2014</nr></kop><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>Inrichtingseisen natuurvriendelijke oevers en
                                vispaaiplaatsen;</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Richtlijnen voor natuurvriendelijk onderhoud.</vet></al></li></lijst><al/><al><vet>Bijlage 1: Inrichtingseisen natuurvriendelijke oevers</vet></al><al/><al><vet><cursief>Inleiding</cursief></vet></al><al>Een natuurvriendelijke oever of een vispaaiplaats is een groeiplaats voor
                    oeverplanten en onderwaterplanten. Deze planten hebben een belangrijke functie
                    voor kleine waterdiertjes en vissen. De aanwezigheid van een gevarieerde
                    begroeiing en een diversiteit aan waterdiertjes en vissen betekent dat de
                    ecologische waterkwaliteit in orde is.</al><al/><al>In watergangen met steile of beschoeide oevers kan een gevarieerde begroeiing
                    niet ontstaan. De aanleg van natuurvriendelijke oevers draagt daarom bij aan het
                    verbeteren van de ecologische waterkwaliteit. Een natuurvriendelijke oever moet
                    aan de volgende uitgangspunten voldoen om meerwaarde te hebben voor de
                    ecologische waterkwaliteit:</al><al/><al><cursief>- Er moet oevervegetatie in de natte oever groeien of kunnen gaan
                        groeien</cursief></al><al>De aanwezigheid van begroeiing in de oever en het water vormt de basis van het
                    ecosysteem in en om het water. In de natte oever (onder de waterlijn) moet
                    daarom oevervegetatie groeien of kunnen gaan groeien. </al><al/><al><cursief>- Er moet een geleidelijke overgang van water naar land
                    zijn</cursief></al><al>Oeverplanten groeien op drassige bodem en in ondiep water langs de watergang.
                    Voor de vestiging van oeverplanten is een zogenaamde plas-dras zone op de
                    overgang van land naar water belangrijk. Ook voor dieren die zowel in het water
                    en op het land leven zoals amfibieën en enkele zoogdieren is een geleidelijke
                    overgang van water naar land gewenst om het verplaatsen tussen water en oever
                    mogelijk te maken.</al><al/><al><cursief>- De natuurvriendelijke oever moet onderdeel van de watergang
                        zijn</cursief></al><al>De natuurvriendelijke oever moet direct aan de watergang grenzen. Dit is nodig
                    voor verversing van het water in de oever en het zorgt er voor dat dieren en
                    planten in de oever kunnen komen. Een natuurvriendelijke oever mag dus niet
                    achter een dichte beschoeiing worden aangelegd.</al><al/><al><vet>Inrichtingseisen natuurvriendelijke oever en vispaaiplaatsen</vet></al><al>De uitgangspunten zijn vertaald naar inrichtingseisen aan natuurvriendelijke
                    oevers en vispaaiplaatsen. De eisen betreffen de helling van het talud van de
                    oever en de breedte van de natuurvriendelijke oever. </al><al/><lijst><li nr="1."><al>De helling van de natuurvriendelijke oever moet flauw zijn met een
                            maximale helling van 1:3, maar bij voorkeur flauwer;</al></li><li nr="2."><al>Het flauwe talud van de natuurvriendelijke oever start minimaal op 50 cm
                            onder het waterpeil, zo mogelijk dieper;</al></li><li nr="3."><al>Het flauwe talud van de natuurvriendelijke oever loopt door tot ten
                            minste 10 cm boven de waterlijn;</al></li><li nr="4."><al>De breedte van het flauwe talud onder water is ten minste 1,50 meter.
                        </al></li></lijst><al/><al>Alle ontwerpen die aan deze eisen voldoen komen in aanmerking voor subsidie. Als
                    voorbeeld zijn twee ontwerpen getekend.</al><al/><al>In onderstaande figuur is een oever getekend in een watergang met een
                    waterdiepte van meer dan 50 cm. De taludhelling van de natuurvriendelijke oevers
                    is :3. Het flauwe talud begint 50 cm onder de waterlijn en loopt door tot 10 cm
                    boven de waterlijn.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i363d6ffc-a5f5-4c8f-ad70-48a6a0170cf6" naam="i241313i363d6ffc-a5f5-4c8f-ad70-48a6a0170cf6.gif" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.4cm"/></plaatje></al><al/><al>In wateren met een waterdiepte van 50 cm kan het ontwerp er als volgt uit
                    zien:</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i9f6cfefa-ced1-4843-9b73-7418f5f334fb" naam="i241314i9f6cfefa-ced1-4843-9b73-7418f5f334fb.gif" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.2cm"/></plaatje></al><al/><al>Als de waterdiepte kleiner is dan 50 cm dan wordt een oever aangelegd door vanaf
                    de grootste water diepte een talud van 1:5 te vergraven.</al><al/><al><vet>Bijlage 2: Richtlijnen voor natuurvriendelijk onderhoud</vet></al><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Natuurvriendelijk onderhoud is een manier om de ecologische kwaliteit van water
                    en oevers zoveel mogelijk te behouden en te versterken. Oevers en vooral
                    natuurvriendelijke oevers hebben een belangrijke functie voor planten en dieren.
                    De vegetatie in en langs het water (water- en oeverplanten) vormt een belangrijk
                    leef-, broed-, paai- en rustgebied voor vele diersoorten variërend van insecten,
                    zoals libellen, vlinders en kevers en de larven daarvan, tot vissen, kleine
                    zoogdieren en watervogels. </al><al/><al>Onderhoudswerkzaamheden zijn noodzakelijk, maar ze verstoren het planten- en
                    dierenleven in water en oever. Planten die tijdens de bloei worden afgemaaid
                    kunnen geen voedsel meer leveren voor insecten zoals vlinders en kunnen geen
                    zaad produceren om de soort in stand te houden. De leefomgeving van
                    bodembewonende dieren wordt verstoord bij maaien. Dieren die in de waterbodem
                    leven komen bij baggeren op het droge en sterven. Dit geldt ook voor amfibieën
                    die zich in het najaar voor hun winterrust in de bagger ingraven. Als veel slib
                    wordt opgewerveld tijdens baggeren ontstaat zuurstofloosheid in het water met
                    vissterfte tot gevolg. Bij baggeren of schonen in het voortplantingsseizoen van
                    waterdieren sterven ook veel eieren en larven die niet of weinig mobiel zijn.
                    Ook het voorkomen van water- en moerasvogels kan door onderhoudswerkzaamheden in
                    de voortplantingsperiode worden bedreigd. Om een natuurvriendelijke oever goed
                    te laten functioneren moet deze om te beginnen goed zijn ontworpen, aangelegd en
                    ingericht. Het uitvoeren van natuurvriendelijk onderhoud is daarbij een zeer
                    belangrijke factor om tot de gewenste ecologische kwaliteit te komen. </al><al/><al><vet>Onderhoud van de oever</vet></al><al>Onder “onderhoud” wordt het periodiek uitvoeren van werkzaamheden in het kader
                    van het beheer van de oever verstaan. Het gaat meestal om kortdurende en
                    plaatselijke ingrepen, waarbij de verdedigende constructie, het profiel of het
                    ontwerp niet wezenlijk worden gewijzigd. Onderhoud van de natuurvriendelijke
                    oever omvat het schonen van de sloot (maaien en verwijderen van waterplanten),
                    maaien van de droge oever en het periodiek baggeren van de waterbodem.</al><al/><al><vet>Waarom is onderhoud nodig?</vet></al><al>Onderhoud van de oever en watergang is nodig om te voorkomen dat de watergang
                    dichtgroeit en verlandt. Deze ontwikkeling is doorgaans niet gewenst omdat het
                    bergend vermogen van de watergangen en ook de aanvoer- en afvoercapaciteit van
                    de watergangen behouden moeten blijven. Door onderhoud wordt de ontwikkeling van
                    de begroeiing zodat het water open blijft.</al><al/><al><vet>Natuurvriendelijk onderhoud</vet></al><al>Natuurvriendelijk onderhoud is een wijze van onderhoud waarbij de ecologische
                    kwaliteit en de natuurwaarden van water en oevers worden behouden en waar
                    mogelijk worden versterkt. Natuurvriendelijkheid onderhoud kent vier pijlers, te
                    weten:</al><lijst><li nr="1."><al>frequentie van onderhoud</al></li><li nr="2."><al>periode van onderhoud</al></li><li nr="3."><al>faseren van onderhoud</al></li><li nr="4."><al>keuze materieel</al></li></lijst><al/><al>De frequentie en periode van onderhoud worden zo gekozen dat verstoring van
                    vegetatie en fauna zo klein mogelijk is. Onderhoud wordt daarom niet vaker
                    uitgevoerd dan nodig. Het moment van uitvoering wordt zo gekozen dat het werken
                    in de voortplantingsperioden voor vissen en amfibieën en de broedperiode voor
                    vogels zo veel mogelijk wordt vermeden. Meestal volstaat het om één keer per
                    jaar onderhoud uit te voeren, bij voorkeur in de maand september of
                    oktober.</al><al/><al>Het onderhoud wordt bij voorkeur gefaseerd uitgevoerd. Bij het maaien en schonen
                    worden gedeelten overgeslagen zodat vluchtplaatsen en leefgebieden behouden
                    blijven voor dieren uit delen die wel gemaaid en geschoond zijn. Bij de keuze
                    van methode en materieel is natuurvriendelijkheid een criterium. Er wordt zo
                    natuurvriendelijk mogelijk gewerkt zodat minder dieren sterven en planten niet
                    volledig afsterven of verwijderd worden.</al><al/><al>Het is belangrijk om een optimum te vinden in de eisen die gelden vanuit het
                    watersysteem (behouden van afvoercapaciteit en berging) en de randvoorwaarden
                    die planten en dieren in en om de oever stellen.</al><al/><al/><al><vet><cursief>Wat is een onderhoudsplan?</cursief></vet></al><al>In een onderhoudsplan worden de onderhoudsmaatregelen voor water en oever
                    beschreven. Het onderhoudsplan maakt duidelijk waarom, wat, waar en wanneer er
                    iets moet gebeuren. De inhoud van een onderhoudsplan omvat ten minste: </al><lijst><li nr="1."><al>de methode van onderhoud</al></li><li nr="2."><al>de frequentie van onderhoud</al></li><li nr="3."><al>de plaats waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd</al></li><li nr="4."><al>het tijdstip van onderhoud</al></li></lijst><al/><al>Tijdstip, frequentie en methode van onderhoud worden onder meer bepaald door de
                    aanwezige en gewenste vegetatie en diergroepen in de oever, de doelstellingen
                    voor de oever, de oeverbreedte en inrichting, de grondsoort en het aangrenzend
                    grondgebruik. Voor het onderhouden van natuurvriendelijke oevers geldt dat bij
                    de keuze van onderhoudsmaatregelen rekening moet worden gehouden met de
                    jaarcyclus van gewenste of juist ongewenste planten en dieren en het
                    ontwikkelingsstadium van de natuur in de oever. De gekozen onderhoudsvorm
                    (tijdstip, frequentie) zal een aantal jaren achtereen strikt toegepast moeten
                    worden.</al><al/><al><vet>Algemene richtlijnen voor natuurvriendelijk onderhoud</vet></al><al/><al/><al><vet><cursief>Schonen van het natte profiel:</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>de methode van onderhoud: <vet>gebruik van maaikorf</vet></al></li><li nr="2."><al>de frequentie van onderhoud: <vet>eens per jaar</vet></al></li><li nr="3."><al>de plaats waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: <vet>in te
                                vullen door aanvrager</vet></al></li><li nr="4."><al>het tijdstip van onderhoud: <vet>in september of oktober</vet>.</al></li></lijst><al/><al>Spaar per onderhoudsbeurt ten minste 10% van de vegetatie in het water door de
                    randen niet mee te maaien.</al><al/><al/><al><vet><cursief>Baggeren van de waterbodem:</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>de methode van onderhoud: <vet>gebruik van baggerspuit of hydraulische
                                stofzuiger</vet></al></li><li nr="2."><al>de frequentie van onderhoud: <vet>circa eens per 8 jaar, bij snellere
                                verlanding kanten eerder uitkrabben</vet></al></li><li nr="3."><al>de plaats waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: <vet>in te
                                vullen door aanvrager</vet></al></li><li nr="4."><al>het tijdstip van onderhoud: <vet>in september of oktober</vet></al></li></lijst><al/><al>Spaar per onderhoudsbeurt zo mogelijk tenminste 25% van de waterbodem door de
                    bagger aan de randen van de watergang niet te verwijderen.</al><al/><al/><al><vet><cursief>Maaien van het droge talud:</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>de methode van onderhoud: <vet>bij voorkeur maaien, niet
                            klepelen</vet></al></li><li nr="2."><al>de frequentie van onderhoud: <vet>eerste twee jaar: een tot twee maal
                                per jaar, daarna eens per twee jaar</vet></al></li><li nr="3."><al>de plaats waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: <vet>in te
                                vullen door aanvrager</vet></al></li><li nr="4."><al>het tijdstip van onderhoud: <vet>tussen half juli en half
                            maart</vet></al></li></lijst><al/><al>Spaar per onderhoudsbeurt 25% van de vegetatie door delen van de droge oever
                    niet te maaien.</al><al/><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>13.41760</nr><titel><vet>Toelichting op de Verordening subsidies natuurvriendelijke oevers en
                            vispaaiplaatsen 2014</vet></titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>Natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen hebben een belangrijke functie voor
                    planten en dieren in en om het water. De aanwezigheid ervan verhoogt de
                    ecologische waterkwaliteit.</al><al>In het Waterbeheerplan 4 is opgenomen dat tijdens de planperiode 2010 tot en met
                    2015 een subsidieregeling van kracht is voor de aanleg van natuurvriendelijke
                    oevers door derden. Voor het stimuleren daarvan is een subsidieregeling
                    opgesteld, die ook geldig is voor de aanleg van oevers die fungeren als
                    vispaaiplaatsen.</al><al>De inhoud van de verordening is voor een belangrijk deel gebaseerd op de
                    bepalingen van hoofdstuk 4, titel 4.2 Subsidies, van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb).</al><al/><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al/><al>Artikel 1</al><al/><al>Als natuurvriendelijke oever wordt aangemerkt een oever met een geleidelijke
                    overgang van land naar water, waarin een diversiteit aan planten- en diersoorten
                    kan voorkomen. </al><al>Een vispaaiplaats is eveneens een natuurvriendelijke oever, doorgaans met een
                    kleinere strekking, aangelegd als inham in een verder steile oever, speciaal
                    bedoeld als geschikte plek voor vissen om te paaien.</al><al/><al>De basis voor de subsidie wordt gevormd door de werkelijke kosten van aanleg
                    en/of inrichting. Deze kosten moeten blijken uit de overgelegde facturen.</al><al/><al>Voor de toepassing van de verordening wordt een onverdedigde natuurvriendelijke
                    oever onderscheiden die wordt aangelegd door de bestaande oever af te graven.
                    Dit type oever wordt nader omschreven in bijlage 1, die een integraal onderdeel
                    van de verordening vormt. In de bijlage 1 worden de inrichtingseisen gegeven
                    waaraan de oever ten minste moet voldoen. In bijlage 2 worden de onderhoudseisen
                    aangegeven volgens welke de natuurvriendelijke oever moet worden onderhouden.
                    Deze eisen gelden als toetsingscriteria voor de subsidie-aanvraag.</al><al/><al/><al>Artikel 2</al><al/><al>Voor het verkrijgen van de subsidie is vereist dat de aanvrager beschikt over
                    een watervergunning op grond van Rijnlands keur (indien van toepassing) of dat
                    de werken zijn gemeld op grond van de algemene regel natuurvriendelijke oevers.
                    Dit kan ook een eerder verleende keurvergunning zijn voor de aanleg van een
                    natuurvriendelijke oever.</al><al/><al>Elke oever die op dit moment te steil en niet begroeibaar is komt in beginsel in
                    aanmerking om met subsidie van Rijnland natuurvriendelijk te worden
                    ingericht.</al><al/><al>Nieuwe watergangen, bijvoorbeeld in nieuwbouwprojecten, of in het kader van het
                    creëren van waterberging, moeten worden ingericht volgens de beleidsregel 9
                    Aanleg nieuwe oppervlaktewateren/inrichting watersysteem. Dit betekent dat het
                    beschoeien van nieuwe oppervlaktewateren niet is toegestaan en dat het onder- en
                    bovenwatertalud van een nieuwe watergang minimaal 1:3 moet zijn. Wanneer er bij
                    de aanleg van een nieuwe watergang bovendien voor wordt gezorgd dat het ontstaan
                    van oevervegetatie mogelijk is, dan wordt aan de minimale inrichtingseisen voor
                    natuurvriendelijke oevers voldaan.</al><al/><al>Rijnland draagt niet bij aan de aanleg van natuurvriendelijke oevers, wanneer
                    dit dient ter compensatie van verlies aan natuurwaarden elders. Dit is
                    bijvoorbeeld het geval, wanneer door demping, overkluizing of beschoeiing op een
                    andere locatie natuurvriendelijke oevers verloren gaan.</al><al/><al>De kosten voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers als uitvoeringsmaat-</al><al>regel van gemeentelijke waterplannen drukken zeer zwaar op het beschikbare
                    budget voor subsidies aan derden. Om die reden is ervoor gekozen om de
                    medefinanciering van deze oevers via een kredietaanvraag te regelen.</al><al/><al>Onder particulieren wordt in deze verordening verstaan de natuurlijke of
                    rechtspersoon, niet zijnde een natuurbeherende organisatie of een overheid.
                    Natuurbeherende organisaties zijn de rechtspersonen, die als doelstelling hebben
                    het beheren en ontwikkelen van natuur. Daartoe worden onder meer gerekend
                    agrarische natuurverenigingen, Vereniging Natuurmonumenten, provinciale
                    landschappen, de afdelingen die vallen onder Landschapsbeheer Nederland en
                    Staatsbosbeheer. Overheden zijn gemeenten, waterschappen, provincies en rijk,
                    inclusief hun uitvoerende diensten. Zelfstandige bestuursorganen worden in dit
                    verband niet tot de overheid gerekend.</al><al/><al>Artikel 4</al><al/><al>Toekenning van de subsidies geschiedt eenmaal per jaar na toetsing van alle
                    aanvragen die voor de gestelde datum zijn ingediend. Aan de aanvragers die
                    volgens de toetsing het grootste aantal punten verkrijgen, wordt als eerste
                    subsidie toegekend. De aan de subsidie verbonden andere verplichtingen kunnen
                    volgens artikel 4:39 van de Awb uitsluitend betrekking hebben op de wijze
                    waarop, of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.</al><al/><al>Artikel 5</al><al/><al>Artikel 4:2 van de Awb bevat enige algemene eisen voor een subsidie-aanvraag,
                    zoals naam, adres, datum en ondertekening. In aanvulling daarop moet de aanvraag
                    vergezeld gaan van een volledig en overzichtelijk ontwerp, alsmede een
                    uitgewerkt onderhoudsplan. </al><al/><al>De inrichtings- en onderhoudseisen zijn opgenomen in de bij deze verordening
                    be-</al><al>horende bijlage. Het college heeft de bevoegdheid om deze eisen nader uit te
                    werken en zonodig aan te passen op basis van de ervaringen, die zijn opgedaan
                    bij de uitvoering van de verordening.</al><al/><al>Artikel 8</al><al/><al>Volgens artikel 4:45 van de Awb toont de aanvrager bij de aanvraag tot
                    subsidievaststelling aan dat de gesubsidieerde activiteit heeft plaatsgevonden
                    overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat kader legt de
                    aanvrager rekening en verantwoording af in de vorm van het overleggen van
                    nota’s, betalingsbewijzen, werkrapporten e.d. De uitbetaling van de subsidie
                    vindt plaats binnen acht weken na vaststelling.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>