<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33294_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Veldhoven 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veldhovens weekblad, 24-12-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Veldhoven 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="https://www.overheid.nl">Gemeentewet, art. 225</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-02-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>03.226</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-17698</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-17699</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Veldhoven 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I.</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>RVV 1990</vet>: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens van 26 juli 1990 Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al><vet>motorvoertuig</vet>: hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                    het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al><vet>parkeren</vet>: het gedurende een aaneengesloten periode
                                    doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk
                                    in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of
                                    lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het
                                    openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop
                                    dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift
                                    is verboden.</al></li><li nr="d."><al><vet>houder</vet>: degene die naar de omstandigheden als houder
                                    van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat
                                    voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al><vet>parkeerapparatuur</vet>: parkeermeters, parkeerautomaten,
                                    met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar
                                    maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur
                                    wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al><vet>parkeerapparatuurplaats</vet>: een parkeerplaats behorende
                                    bij parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al><vet>belanghebbendenplaats</vet>: een parkeerplaats die:</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990;
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage I van het RVV 1990, met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li><li nr="3."><al>van gemeentewege is gemarkeerd voor het parkeren van
                                            vergunninghouders;</al></li></lijst></li><li nr="h."><al><vet>vergunning</vet>: een door het college van burgemeester en
                                    wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is
                                    toegestaan een voertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al><vet>vergunninghouder</vet>: de natuurlijke of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II.</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders en vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij openbaar te maken besluit,
                                weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij deze parkeerverordening behoren als bijlagen een plattegrond en
                                een lijst met straatnamen waar vergunningparkeren is ingevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag
                                een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                of parkeerapparatuurplaatsen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een eerste bewonersvergunning kan alleen worden verleend aan de
                                eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer die volgens het
                                bevolkingsregister als bewoner op een adres staat ingeschreven waar
                                een belanghebbendenplaats of parkeerapparatuurplaats aanwezig
                                is;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een tweede bewonersvergunning kan worden verleend aan de eigenaar of
                                houder van een motorvoertuig wanneer die volgens het
                                bevolkingsregister als bewoner op het zelfde adres als op basis
                                waarvan een eerste vergunning is verleend, staat ingeschreven;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een eerste bewonersvergunning wordt als tweede vergunning behandeld
                                wanneer de bewoners beschikken over een eigen adequate
                                parkeervoorziening in de directe nabijheid van de woning;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Hierbij gelden voor een garage de afmetingen 2.60 x 4.60 m als
                                adequate parkeervoorziening;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Per adres geldt in principe een maximum van twee
                                bewonersvergunningen;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien op hetzelfde adres volgens het bevolkingsregister een derde
                                persoon als meerderjarige bewoner is ingeschreven en eigenaar of
                                houder van een motorvoertuig is, kan deze onder bepaalde voorwaarden
                                een derde bewonersvergunning tegen eenzelfde tarief als een tweede
                                bewonersvergunning worden verleend;</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Een algemene vergunning kan worden verleend aan iedere eigenaar of
                                houder van een motorvoertuig die daartoe een aanvraag indient, met
                                inachtneming van het gestelde in artikel D;</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Een ondernemersvergunning voor de gebieden I en II kan alleen worden
                                verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig, wanneer
                                die volgens de Kamer van Koophandel een onderneming heeft in gebied
                                I zoals beschreven in de Parkeerbelastingverordening 2004. Per adres
                                wordt maximaal één ondernemersvergunning verleend;</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Aan een vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is;</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een parkeervergunning ook
                                andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften
                                mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte;</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken
                                van alle in dit artikel bedoelde voorschriften, wanneer dit niet
                                strijdig is met het beschermen van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na ontvangst
                                van een aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid genoemde
                                termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van
                                deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bewonersvergunning wordt voor een kalenderjaar of een vierde
                                deel daarvan verleend;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze vergunning vermeldt ten minste het gebied waarvoor de
                                vergunning geldt, het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de
                                vergunning is verleend en de datum tot wanneer de vergunning geldig
                                is;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een algemene vergunning wordt voor een kalenderjaar of een vierde
                                deel daarvan verleend;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning vermeldt ten minste het gebied en de dagen waarvoor
                                de vergunning geldt, de (bedrijfs)naam van degene aan wie de
                                vergunning is verleend en de datum tot wanneer de vergunning geldig
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder; </al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, </al><al> metterwoon verlaat; </al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning; </al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te </al><al> vervallen; </al></li><li nr="e."><al>indien de vergunninghouder in strijd handelt met de aan de
                                    parkeervergunning verbonden voorwaarden;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III.</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd
                                of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
                                        niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
                                        van het parkeren in werking wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de
                                eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend voor het parkeren
                                op de betreffende categorie parkeerapparatuurplaatsen, het
                                motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van een vergunning en
                                niet gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                voorwaarden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                parkeerapparatuur-plaatsen waar op grond van de Parkeerbelastingverordening Veldhoven
                                2004 naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens het niet betalen van het
                                verschuldigde parkeergeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het tweede lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden;</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan die vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening is belast de regiopolitie Zuidoost Brabant;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast door de burgemeester en wethouders
                                aangewezen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Parkeerverordening Veldhoven 2000”, laatstelijk gewijzigd bij
                                raadsbesluit van 13 februari 2001 (2<sup>e</sup> wijziging) wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na datum van
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Parkeerverordening
                                Veldhoven 2004”.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al/><al/><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veldhoven/i3072.pdf">Bijlage bij parkeerverordening</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Veldhoven/i3071.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>