<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR332840_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Opsterland 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Raadsbesluit 14-04-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement voor de gemeenteraad van Opsterland 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-02-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-10034</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Opsterland 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Beetsterzwaag, 14 april 2014.</al><al/><al>De raad van de gemeente Opsterland,</al><al/><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al>gelezen het voorstel van de voorzitter van het presidium,</al><al/><al>BESLUIT</al><al/><al>vast te stellen het volgende</al><al/><al>REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD
            VAN OPSTERLAND 2013</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Vanwege de leesbaarheid is in dit reglement alleen de mannelijke persoonsvorm
              gebruikt.</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad: de gemeenteraad van Opsterland;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of zijn vervanger;</al></li><li nr="c."><al>leden: de leden van de gemeenteraad van Opsterland;</al></li><li nr="d."><al>college: college van Burgemeester en Wethouders van Opsterland;</al></li><li nr="e."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                  ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                  opgenomen;</al></li><li nr="f."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm
                  geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking
                  heeft;</al></li><li nr="g."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel,
                  wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="h."><al>voorstel van orde: voorstel over de orde van de vergadering;</al></li><li nr="i."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander
                  voorstel;</al></li><li nr="j."><al>Interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester
                  over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda;</al></li><li nr="k."><al>wet: de gemeentewet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a)"><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b)"><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c)"><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d)"><al>hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door
                  de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></li><li nr="3."><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de
                  beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium bestaat uit de fractievoorzitters en de voorzitter van de
                  raad.</al></li><li nr="3."><al>De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium, het presidium wijst
                  een plaatsvervangend voorzitter voor het presidium aan.</al></li><li nr="5."><al>De fracties wijzen ieder één fractielid als plaatsvervanger aan.</al></li><li nr="6."><al>Het presidium heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>overleg voeren over de procedurele en organisatorische zaken die de raad en
                      commissies aangaan,</al></li><li nr="b."><al>doen van voorstellen en aanbevelingen aan raad die te maken hebben met de
                      organisatie en de werkzaamheden van de raad en zijn commissies.</al></li><li nr="c."><al>overige taken zoals die genoemd worden in andere artikelen van dit
                      reglement.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De agendacommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een agendacommissie.</al></li><li nr="2."><al>De agendacommissie bestaat uit de voorzitter en waarnemend voorzitter van de
                  raad en de voorzitters van de oriënterende raadsbijeenkomst.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter van de raad is voorzitter van de agendacommissie, de waarnemend
                  voorzitter van de raad is vice-voorzitter van de agendacommissie.</al></li><li nr="4."><al>De griffier of zijn plaatsvervanger is in elke vergadering van de
                  agendacommissie aanwezig.</al></li><li nr="5."><al>De agendacommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het opstellen van het conceptvergaderschema van de raad</al></li><li nr="b."><al>het opstellen van de conceptagenda’s voor de oriënterende raadsbijeenkomsten
                      en de raadsvergaderingen</al></li><li nr="c."><al>inroosteren van informatieavonden, themabijeenkomsten e.d.</al></li><li nr="d."><al>bewaken van de kwaliteit van raadsvoorstellen aan de hand van een door de
                      raad vastgestelde checklist</al></li><li nr="e."><al>overige taken zoals die genoemd worden in andere artikelen van dit
                      reglement.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in
                  bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven,
                  de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het
                  procesverbaal van het centraal stembureau.</al></li><li nr="2."><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de
                  raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook
                  melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="3."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om
                  in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel
                  18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="4."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw
                  benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens
                  toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                  leggen.</al></li><li nr="5."><al>Bij de benoeming van de wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een
                  commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de
                  wet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het eerste en tweede
                  lid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Fractie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                  kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als
                  één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan
                  wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie
                  in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de
                  kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de
                  raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                  plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
                </al></li><li nr="4."><al>Indien:</al><lijst><li nr="a."><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                      optreden;</al></li><li nr="b."><al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al></li><li nr="c."><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                      fractie;</al><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de
                      voorzitter.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Met de onder 4 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang
                  van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de eerste maandag en
                    de derde maandag van de maand en beginnen na de oriënterende raadsbijeenkomst.
                    De oriënterende raadsbijeenkomsten vangen aan om 19.30 uur en worden evenals de
                    raadsvergaderingen gehouden in de raadszaal van het gemeentehuis.</al></li><li nr="2."><al>Op de overige maandagavonden kunnen andere bijeenkomsten voor de raad gehouden
                    worden.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen
                    of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is
                    van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Oproep</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de leden van de
                    raad een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de
                    vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de
                    in artikel 25, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde stukken worden
                    tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad verzonden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Agenda</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot
                    uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda
                    opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad
                    verzonden en openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van
                    een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de
                    agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging
                    voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar de agendacommissie voor
                    nadere agendering en/of aan het college nadere inlichtingen of advies
                    vragen.</al></li><li nr="4."><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de
                    volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda, worden
                    tegelijk met het versturen van de oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                    inzage gelegd en voor zover mogelijk op de gemeentelijke website gepubliceerd.
                    De voorzitter vermeldt de ter inzage legging in de openbare kennisgeving bedoeld
                    in artikel 12. Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden
                    gelegd, wordt dit gemeld aan de leden van de raad en in een openbare
                    kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Een schriftelijk origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                    het gemeentehuis gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Als voor stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet
                    geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid,
                    in bezit van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad
                    inzage.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt openbaar gemaakt door aankondiging in een in de gemeente
                    verschijnend huis-aan-huisblad en op de gemeentelijke website.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar iedereen de agenda en de daarbij
                        behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>De mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in
                        artikel 13 van dit reglement.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, voor zover
                    digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgers kunnen met inachtneming van wat er in de volgende leden van dit
                    artikel staat vermeld, in de oriënterende raadsbijeenkomst, na de vaststelling
                    van de agenda het woord voeren naar aanleiding van een onderwerp dat op de
                    agenda staat of een ander onderwerp.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>de ingekomen stukken;</al></li><li nr="b."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaarschrift of
                        beroepschrift is ingediend of de rechter om een uitspraak is gevraagd en de
                        uitspraak nog niet onherroepelijk is geworden;</al></li><li nr="c."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;</al></li><li nr="d."><al>indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of
                        kon worden ingediend;</al></li><li nr="e."><al>onderwerpen die niet behoren tot de bevoegdheid van het
                        gemeentebestuur.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor 12.00 uur op
                    de dag van de oriënterende raadsbijeenkomst aan de griffier. Hij vermeldt
                    daarbij het onderwerp waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, woonplaats,
                    telefoonnummer en namens wie hij spreekt. Hij dient aanwezig te zijn aan het
                    begin van de raadsbijeenkomst.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers.</al></li><li nr="5."><al>Namens een organisatie kan slechts één persoon het woord voeren een zelfde
                    onderwerp</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verhindering tot bijwonen vergadering</titel></kop><al>Een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen stelt voor aanvang van de
                vergadering de griffier hiervan in kennis.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de
                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de
                voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats,
                    door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe
                    zittingsperiode van de raad aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na
                    overleg in het presidium.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het
                    daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad volgens de presentielijst
                    aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal
                    leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der
                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van
                    artikel 20 van de wet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslaglegging en besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verslaglegging bestaat uit een digitale verslaglegging van de oriënterende
                    raadsbijeenkomst en de raadsvergadering op een digitale gegevensdrager en een
                    besluitenlijst van de raadsvergadering.</al></li><li nr="2."><al>De digitale verslaglegging wordt in het gemeentelijk archief bewaard.</al></li><li nr="3."><al>Bij het begin van de raadsvergadering wordt de besluitenlijst van de vorige
                    vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>De besluitenlijst wordt aan de leden toegezonden gelijktijdig met de oproep
                    (artikel 9).</al></li><li nr="5."><al>De leden, de burgemeester, de griffier en de wethouders hebben het recht een
                    voorstel tot verandering van de besluitenlijst aan de raad te doen, indien de
                    besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat besloten is.
                    Een voorstel tot wijziging dient voor vaststelling van de besluitenlijst te
                    worden ingediend.</al></li><li nr="6."><al>De besluitenlijst moet inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, van de aanwezige leden, de griffier en de
                        eventueel aanwezige wethouders, alsmede de namen van de leden die afwezig
                        waren;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></li><li nr="c."><al>een vermelding van de personen die hebben ingesproken (artikel 13);</al></li><li nr="d."><al>een besluitenlijst van de uitkomst van de beraadslagingen met daarbij
                        eventuele afwijkende standpunten van ter vergadering aanwezige leden;</al></li><li nr="e."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij
                        hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden,
                        onder aantekening van de namen van de leden die zich in overeenstemming met
                        de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;</al></li><li nr="f."><al>de voorstellen van orde, inhoud van de moties, amendementen en
                        subamendementen;</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier
                    en gepubliceerd op de gemeentelijke website.</al></li><li nr="8."><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier
                    ondertekend.</al></li><li nr="9."><al>Er wordt een beknopte lijst van toezeggingen, gedaan door het college in de
                    raadsvergadering, bijgehouden. Deze wordt als apart agendapunt na de
                    vaststelling van de besluitenlijst in elke raadsvergadering ter bespreking
                    aangeboden aan de raad.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt
                    aan de leden van de raad toegezonden tegelijk met de overige stukken zoals
                    genoemd in artikel 9 onder lid 2. De bijbehorende stukken worden ter inzage
                    gelegd.</al></li><li nr="2."><al>Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van de
                    griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aantal spreektermijnen raadsvergadering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee
                    termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in één termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over
                    hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft
                        ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het
                    woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van
                    orde.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad of de voorzitter kan een voorstel doen over de spreektijd van
                de leden en de overige aanwezigen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te
                        herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder
                        verdere interrupties zijn betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                    veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                    herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij
                    door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks
                    plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem
                    te bepalen tijd schorsen en -indien na de heropening de orde opnieuw wordt
                    verstoord- de vergadering sluiten.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen
                    over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te
                    beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de
                    raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen
                    teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader
                    beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken
                    is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Deelname aan de beraadslagingen door anderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan bepalen dat anderen dan in de vergadering aanwezige leden van de
                    raad, de wethouder, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de
                    beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een der leden
                    van de raad genomen voordat met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde
                    zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat,
                heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is
                    toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele
                    amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn
                    geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert
                    de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt of hoofdelijke stemming of stemming bij handopsteken
                    wordt verlangd. Indien dit niet wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet
                    verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is
                    aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst
                    vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming
                    te hebben onthouden.</al></li><li nr="3."><al>Indien gekozen wordt voor stemming bij handopsteken of hoofdelijke stemming
                    wordt in het verslag opgenomen welke fracties c.q. welke raadsleden voor dan wel
                    tegen hebben gestemd.</al></li><li nr="4."><al>Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de
                    voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter (of de griffier) de leden van de
                    raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat
                    daarvoor op grond van artikel 28 is aangewezen. Het oproepen gaat verder in de
                    volgorde van de presentielijst.</al></li><li nr="6."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet
                    van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te
                    brengen.</al></li><li nr="7."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ (‘foar’) of ‘tegen’
                    (‘tsjin’) uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="8."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze
                    vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het
                    lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de
                    stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.</al></li><li nr="9."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding
                    van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens
                    mededeling van het genomen besluit.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Indien hoofdelijke stemming bij een aangekondigd onderwerp noodzakelijk blijkt te
                zijn, deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal
                beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen;
                bij het daar genoemde lid (primus) begint de hoofdelijke stemming. Deze volgorde is
                vervolgens van toepassing bij elke hoofdelijke stemming in diezelfde
                raadsvergadering.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over
                    dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het
                    subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel
                    zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden
                    gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of
                    subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien aangaande een aanhangig voostel een motie is ingediend, vindt stemming
                    over deze motie plaats bij de behandeling van het voorstel.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de wet van
                    stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De
                    stembriefjes dienen identiek te zijn.</al></li><li nr="2."><al>Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te
                    dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen
                    dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan
                    het aantal leden dat ingevolge het eerste lid verplicht is een stembriefje in te
                    leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd
                    zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></li><li nr="4."><al>Indien het aantal stembriefjes akkoord is bevonden, ziet de griffier de inhoud
                    na, leest de voorzitter het resultaat voor en maakt de griffier aantekening van
                    de uitslag.</al></li><li nr="3."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van
                    de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen
                    behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.</al></li><li nr="4."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op
                    voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="5."><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na
                    vaststelling van de uitslag vernietigd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft
                    verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is
                    verkregen, vindt een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de
                    tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede
                    stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij
                    een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                    plaatsvinden.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist
                    terstond het lot.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de
                    beslissing moet plaatsvinden, door zorg van de voorzitter op afzonderlijke,
                    geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden op gelijke wijze gevouwen en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes. Degene wiens naam op dit
                    briefje voorkomt, is gekozen.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen
                  indienen. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn
                  door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering
                  aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat
                  door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                  worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met
                  het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een
                  mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>Intrekking door de indiener(s) van het (sub)amendement is mogelijk totdat de
                  besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Moties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de
                  voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt
                  tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp
                  vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.</al></li><li nr="5."><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de
                  besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling
                  een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                  schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                  vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit
                  laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering
                  geplaatst.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                  voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander
                      geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld;</al></li><li nr="b."><al>het voorstel ter agendering wordt overgedragen aan de agendacommissie;</al></li><li nr="c."><al>het voorstel voor advies naar het college dient te worden gezonden. In het
                      laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                      geagendeerd wordt.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>In afwijking van de leden 3 en 4 kan de voorzitter, met instemming van de
                  indiener(s) en in overleg met de agendacommissie, het initiatiefvoorstel agenderen
                  voor behandeling in een oriënterende raadsbijeenkomst of in een andere vergadering
                  dan de raadsvergadering zoals bedoeld in lid 3. Daarbij kan de voorzitter het
                  college vragen een reactie bij het voorstel te leveren voor de behandeling in de
                  oriënterende raadsbijeenkomst of de raadsvergadering.</al></li><li nr="6."><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een
                  voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></li><li nr="7."><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van de wethouder,
                  zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan
                  na instemming van de raad terstond aan de agenda toegevoegd worden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Behandeling collegevoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de
                  raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden
                  ingetrokken zonder toestemming van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid
                  voor nadere informatie of aanvulling terug aan het college moet worden gezonden,
                  bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan een verzoek tot het houden van een interpellatie
                  indienen.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in, naar het
                  oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang
                  van de vergadering schriftelijk gericht aan de voorzitter. Het verzoek bevat een
                  duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd
                  alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis
                  van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de behandeling van de
                  ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek
                  wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens
                  de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></li><li nr="4."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de
                  raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen
                  hiertoe verlof geeft.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan schriftelijke vragen gericht aan het college of de
                  burgemeester indienen.</al></li><li nr="2."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van
                  een toelichting worden voorzien.</al></li><li nr="3."><al>De vragen worden bij de griffier van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor
                  dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en
                  het college of de burgemeester worden gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval
                  binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet
                  binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de
                  vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt,
                  waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een
                  antwoord.</al></li><li nr="5."><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de
                  griffier aan de leden van de raad medegedeeld.</al></li><li nr="6."><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording, in de eerstvolgende
                  raadsvergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen
                  nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college
                  gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na de opening van de raadsvergadering is er een vragenhalfuur voor de leden,
                  tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De vragen dienen betrekking te hebben op belangrijke en actuele onderwerpen en
                  ook voor publiek en pers van belang te zijn. Het karakter van de vragen dient
                  informatie-uitwisselend te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt de
                  vraag of de vragen tenminste 24 uur voor aanvang van het vragenhalfuur via de
                  griffier bij de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan weigeren een vraag tijdens het vragenhalfuur aan de orde te
                  stellen indien hij de vraag niet voldoende nauwkeurig acht, de vraag niet voldoet
                  aan de uitgangspunten genoemd in lid 2, of indien het onderwerp waarop de vraag
                  vragen betrekking heeft in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde vragen tijdens het
                  vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="6."><al>Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het
                  woord om aanvullende vragen te stellen.</al></li><li nr="7."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan
                  de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde
                  onderwerp.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter bepaalt de spreektijd voor de vragensteller(s), het college en
                  voor de overige leden.</al></li><li nr="9."><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen
                  interrupties toegelaten.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de
                  artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet verlangt, wordt een
                  verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift toegezonden
                  aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende
                  of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="4."><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering,
                  waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de wet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de
              behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad
              vaststelt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de wet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van
              de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van
              een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad vaststelt.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door
                  de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar
                  lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                  gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om (bij de behandeling van het
                  daarvoor bestemde deel van de lijst van ingekomen stukken) verslag te doen over
                  zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid,
                  schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen,
                  vastgesteld in artikel 41, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter
                  verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig,
                  besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van
                  inlichtingen, vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of
                  instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
              toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van
              de vergadering.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet verspreid, maar ligt
                  uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.</al></li><li nr="2."><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter
                  vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over
                  het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst. De vastgestelde
                  besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel
              25, eerste lid, van de wet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde
              geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en
              derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de
              geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat
              geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende
              orgaan overleg gevoerd.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor
                  hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren
                  van de orde is verboden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel
              beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen
              zich naar zijn aanwijzingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Gebruik digitale communicatiemiddelen en digitale apparatuur</titel></kop><al>Het gebruik van digitale communicatiemiddelen en digitale apparatuur mag de orde van
              de vergadering niet verstoren. De voorzitter zal in dat geval gebruikers opdragen om
              dergelijke apparatuur volledig uit te schakelen. Het geluid van eerdergenoemde
              apparatuur moet tijdens de vergadering uitgeschakeld zijn.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de
              toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op 15 april 2014.</al></li><li nr="2."><al>Op het onder lid 1 genoemde tijdstip vervalt het reglement van orde voor de
                  vergaderingen van de raad van de gemeente Opsterland zoals vastgesteld bij
                  raadsbesluit 24 juni 2013.</al></li><li nr="3."><al>Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement voor de gemeenteraad van
                  Opsterland 2014”.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Opsterland
            van 14 april 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Ieke Zwart Francisca Ravestein</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>