<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR332658_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Drank- en horecaverordening Lansingerland 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 17 december 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Drank- en horecaverordening Lansingerland 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">De Drank- en horecawet, ex. art. 4 lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR1300206/ T13.14319</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Drank- en horecaverordening Lansingerland 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lansingerland,</al><al>gelezen het voorstel van de burgemeester d.d. 19 november 2013,</al><al>gelet op artikel 4, eerste tot en met derde lid van de Drank- en
                        Horecawet,</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>DRANK- EN HORECAVERORDENING LANSINGERLAND 201</vet><vet>4</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>APV: de Algemene Plaatselijke Verordening
                                            Lansingerland;</al></li><li nr="b."><al>bezoeker: een ieder die zich in een inrichting bevindt,
                                            met uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>leidinggevenden in de zin van de wet;</al></li><li nr="-"><al>personen die dienst doen in de inrichting;</al></li><li nr="-"><al>personen wier aanwezigheid in de inrichting
                                                  wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>bijeenkomsten van persoonlijke aard: bijeenkomsten met
                                            een veelal feestelijk karakter, waarbij alcoholhoudende
                                            drank pleegt te wordt genuttigd en die geen direct
                                            verband houden met de doelstelling van de
                                            paracommerciële rechtspersoon, zoals bruiloften,
                                            feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen en
                                            condoleancebijeenkomsten;</al></li><li nr="d."><al>paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet
                                            zijnde een naamloze vennootschap of besloten
                                            vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich
                                            naast activiteiten van recreatieve, sportieve,
                                            sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of
                                            godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen
                                            beheer van een horecabedrijf;</al></li><li nr="e."><al>terras: het buiten de besloten ruimte gelegen deel van
                                            een inrichting waarin het horecabedrijf wordt
                                            uitgeoefend, waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                                            geboden en waar bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                            dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse mogen worden
                                            verstrekt;</al></li><li nr="f."><al>vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van
                                            de wet, en</al></li><li nr="g."><al>wet: de Drank- en horecawet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige
                                    begrippen in dezeverordening verstaan hetgeen de wet daaronder
                                    verstaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>BEPALINGEN VOOR HORECABEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorschriften aan vergunning</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een vergunning voor een horeca- of
                            slijtersbedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen
                            alleen worden gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>ter bescherming van de volksgezondheid, of</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de openbare orde, of</al></li><li nr="c."><al>ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>BEPALINGEN BETREFFENDE PARACOMMERCIELE INRICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Het is paracommerciële rechtspersonen uitsluitend toegestaan om
                            alcoholhoudende drank te verstrekken gedurende de tijden dat het de
                            inrichting bij of krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening
                            Lansingerland is toegestaan geopend te zijn voor bezoekers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken alcoholhoudende drank
                                tijdens per jaar ten hoogste:</al><lijst><li nr="a."><al>2 bijeenkomsten van persoonlijke aard;</al></li><li nr="b."><al>2 bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of
                                        niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                        rechtspersoon betrokken zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk twee weken vóór een
                                bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid hiervan melding aan de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid dienen de
                                schenktijden zoals deze zijn opgenomen in artikel 2 lid 1 van deze
                                verordening te worden nageleefd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>HARDHEIDSCLAUSELE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere omstandigheden kan de burgemeester gemotiveerd van deze
                            beleidsregel afwijken, indien toepassing ervan niet in verhouding staat
                            tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen
                            voor</al><al>paracommerciële inrichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond
                                    van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn
                                    gesteld;</al></li><li nr="b."><al>de ontheffingen die tot dat tijdstip door het College van
                                    burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn
                                    verleend;</al></li><li nr="c."><al>de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening zal worden aangehaald als ‘Drank- en horecaverordening
                            Lansingerland .</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Lansingerland d.d. 28
                        november 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Marijke Walhout Ewald van Vliet</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al>De toelichting op deze Drank- en Horecaverordening (hierna de verordening)
                    bestaat uit deel A en deel B. Deel A bevat een algemene toelichting op de
                    verordening. Daarbij wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Wijziging van de Drank- en Horecawet. </al></li><li nr="2."><al>Hoofdelementen en uitgangspunten verordening.</al></li><li nr="3."><al>Toezicht op en handhaving van de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst><al/><al>Deel B bevat een artikelsgewijze toelichting op de verordening. </al><al/><lijst><li nr="A."><al><vet><cursief>Algemene
                            toelichting</cursief></vet></al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>1. Wijziging van de Drank- en Horecawet
                    </cursief></vet></al><al>De Drank- en Horecawet ordent de distributie van alcoholhoudende drank. De wet
                    bestaat sinds 1964. Kern van de wet is dat alcoholgebruik kan leiden tot
                    gezondheidsschade, overlast en ongevallen. Daarom is een gemeentelijke
                    vergunning vereist voor het verstrekken van alcoholhoudende drank (ter plaatse)
                    in de horeca en het verstrekken (elders dan ter plaatse) van sterke drank in
                    slijterijen. Voor de detailhandelsverkoop van zwak-alcoholhoudende drank is geen
                    vergunning vereist. </al><al/><al>De Drank- en Horecawet stelt voor het verkrijgen van een vergunning enkele
                    eisen: leidinggevenden dienen te voldoen aan leeftijdseisen (21 jaar of ouder),
                    zedelijkheidseisen (geen antecedenten) en eisen ten aanzien van kennis en
                    inzicht in verantwoord verstrekken (Verklaring Sociale hygiëne). Ook de
                    inrichting zelf moet aan enkele basiseisen voldoen. </al><al/><al>Om het alcoholgebruik onder jongeren zoveel mogelijk te helpen voorkomen, kent
                    de Drank- en Horecawet al van oudsher leeftijdsgrenzen. Aan jongeren onder de 16
                    jaar mag geen zwak-alcohol-houdende drank (gedistilleerd met minder dan 15%
                    alcohol, zoals wijn en bier) worden verstrekt. De leeftijdsgrens voor sterke
                    drank (gedistilleerd met 15% alcohol of meer) ligt op 18 jaar. Alle verstrekkers
                    van alcohol (barkeepers, slijters, caissières en dergelijke) dienen de leeftijd
                    van jongeren vooraf vast te stellen. </al><al/><al><vet><cursief>Nieuwe bepalingen in 2013 </cursief></vet></al><al>Per 1 januari 2013 zijn enige wijzigingen in de Drank- en Horecawet in werking
                    getreden. De belangrijkste wijziging is dat het toezicht op de naleving van
                    vrijwel alle bepalingen van de Drank- en Horecawet overgaat van de Nederlandse
                    Voedsel- en Warenautoriteit naar de gemeenten. Het uitgangs-punt hierbij is dat
                    gemeenten het toezicht efficiënter in kunnen zetten en vaker toezicht kunnen
                    uitoefenen. De burgemeester wordt voortaan bevoegd gezag. Hij wijst ook
                    gemeentelijke toezichthouders aan. </al><al/><al>De gemeenteraad krijgt meer mogelijkheden om op lokaal niveau beter invulling te
                    geven aan het alcoholbeleid, met name om (overmatig) alcoholgebruik onder
                    jongeren tegen te gaan. De bestaande gemeentelijke bevoegdheid om
                    leeftijdsgrenzen voor de horeca vast te stellen wordt uitgebreid. </al><al/><al>Gemeenten kunnen voortaan een minimum toelatingsleeftijd tot alle
                    horecalokaliteiten en terrassen vaststellen en deze koppelen aan tijdsruimten.
                    Daarnaast krijgen gemeenteraden de mogelijkheid extreme prijsacties in
                    supermarkten en de horeca in een verordening te verbieden. Gemeenteraden krijgen
                    de plicht om uiterlijk 1 januari 2014 een verordening op te stellen waarin de
                    alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen wordt gereguleerd. </al><al/><al>In de Drank- en Horecawet is opgenomen dat jongeren onder de 16 jaar strafbaar
                    zijn als ze alcohol aanwezig of voor consumptie gereed hebben op voor het
                    publiek toegankelijke plaatsen. Deze landelijke strafbepaling heeft een
                    drieledig doel. Ten eerste is het een beschermingsmaatregel, waarmee het
                    alcoholgebruik onder jongeren onder de 16 jaar wordt tegengegaan. Ten tweede is
                    het een ordemaat-regel, waarmee overlastgevende drinkende jeugd op straat kan
                    worden aangepakt. Ten derde is de bepaling een antwoord op het veel voorkomende
                    fenomeen dat een oudere persoon alcohol koopt en deze in de horeca of op straat
                    doorgeeft aan een jongere onder de leeftijdsgrens. Het verbod geldt niet voor
                    het aanwezig hebben van alcoholhoudende dranken in supermarkten, slijterijen en
                    dergelijke. Daar is er immers geen indirecte verstrekking en/of consumptie ter
                    plaatse. Het geldt wel voor het aanwezig hebben (of voor consumptie gereed
                    hebben) van alcoholhoudende drank in horeca-inrichtingen, inclusief de
                    inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen. </al><al/><al>Het verstrekken en verkopen van alcohol aan jongeren onder de 16 jaar kan als
                    gevolg van de wijziging van de Drank- en Horecawet harder worden aangepakt.
                    Supermarkten en andere detailhandelaren die binnen één jaar drie keer betrapt
                    worden op het verkopen van alcohol aan jongeren onder de leeftijds-grens kan het
                    tijdelijk worden verboden om alcoholhoudende drank te verkopen. De burgemeester
                    kan een alcoholverkoopverbod van één tot twaalf weken opleggen. </al><al/><al>De horeca- en slijterijvergunning kan al na één overtreding van de
                    leeftijdsgrenzen worden geschorst. </al><al/><al>De administratieve lasten voor horeca- en slijtersbedrijven worden fors
                    verminderd. Zo hoeft een ondernemer een nieuwe leidinggevende nog slechts bij de
                    burgemeester te melden en hoeft er in zo een geval ook geen nieuwe vergunning
                    meer te worden aangevraagd. </al><al/><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Hoofdelementen en uitgangspunten
                                    verordening</cursief></vet></al></li></lijst><al>Per 1 januari 2013 hebben gemeenteraden de bevoegdheid bij verordening het
                    volgende te reguleren:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Alcoholverstrekking in paracommerciële inrichtingen, zoals sportkantines
                            (artikel 4 Dhw)</al><lijst><li nr="a."><al>Vaststellen van schenktijden, rekening houdend met de aard van
                                    de paracommerciële rechtspersoon.</al></li><li nr="b."><al>Verbod/beperken alcoholverstrekking privébijeenkomsten en
                                    bijeenkomsten derden, rekening houdend met de aard van de
                                    paracommerciële rechtspersoon.</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>De verstrekking van alcoholhoudende drank in horeca/slijterij (artikel
                            25a Dhw)</al><lijst><li nr="a."><al>Verstrekkingsverbod of beperkingen aan verstrekking van
                                    alcoholhoudende drank (bijvoorbeeld alleen zwak-alcoholhoudende
                                    drank):</al><lijst><li nr="-"><al>voor alle horeca/slijterij of voor horeca/slijterij van
                                            bepaalde aard;</al></li><li nr="-"><al>in de gehele gemeente of in een bepaald deel van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="-"><al>permanent of gedurende bepaalde tijdstippen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Voorschriften door de burgemeester aan vergunning
                                    horeca/slijterij.</al></li><li nr="c."><al>Burgemeester kan de vergunning horeca/slijterij beperken tot
                                    zwak-alcoholhoudende drank.</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten/terrassen (maximaal 21 jaar)
                            (artikel 25b Dhw):</al><lijst><li nr="a."><al>Voor alle horeca of horeca van bepaalde aard.</al></li><li nr="b."><al>In de gehele gemeente of in een bepaald deel van de
                                    gemeente.</al></li><li nr="c."><al>Permanent of gedurende bepaalde tijdstippen.</al></li><li nr="d."><al>Verplichte ID-check bij de toelatingscontrole.</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Tijdelijk verstrekkingsverbod of tijdelijke beperkingen aan de
                            verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank in detailhandel zonder
                            vergunning, zoals supermarkten, snackbars, bierkoeriers, etc. (artikel
                            25c DHW):</al><lijst><li nr="a."><al>In hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al/><lijst><li nr="5."><al>Verbod extreme prijsacties in de horeca (bijvoorbeeld happy hours) en in
                            de detailhandel (bijvoorbeeld stuntprijzen) (artikel 25d Dhw)</al><lijst><li nr="a."><al>Eventueel beperkt tot acties van bepaalde aard.</al></li><li nr="b."><al>In de gehele gemeente of in een bepaald deel van de
                                    gemeente.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Oneerlijke mededinging</cursief></vet></al><al>De eerst genoemde bevoegdheid – het vaststellen van een verordening die
                    betrekking heeft op paracommerciële horecabedrijven - is verplicht en moet door
                    gemeenteraden zijn vastgesteld binnen één jaar nadat de wet in werking is
                    getreden, dus voor 1 januari 2014.</al><al/><al>De op basis van artikel 4 van de Dhw door gemeenten te stellen regels met
                    betrekking tot de paracommerciële horecabedrijven dienen ter voorkoming van
                    oneerlijke mededinging. Uit de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2008/09,
                    32 022, nr. 3, blz. 10) blijkt dat de regering ervan uitgaat dat de gemeenten de
                    belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële
                    instellingen in acht zullen nemen en geen onnodige beperkingen zullen opleggen
                    daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van
                    onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren.</al><al/><al>Concreet komt het er op neer dat de gemeentelijke uitwerking moet leiden tot
                    regels die op z’n minst in enige mate bijdragen aan het voorkomen van oneerlijke
                    mededinging. Of in bepaalde gevallen sprake zal zijn van oneerlijke mededinging
                    is sterk afhankelijk van de lokale situatie. Bij de aanzienlijke ruimte die dit
                    uitgangspunt biedt zal de gemeentelijke uitwerking verder overeenkomstig de
                    algemene beginselen van behoorlijk bestuur plaats moeten vinden. Er is dus
                    aanzienlijke ruimte voor een afweging van belangen, die enerzijds niet tot het
                    volledig uitbannen van oneerlijke mededinging hoeft te leiden en anderzijds niet
                    tot het volledig ongemoeid laten van oneerlijke mededinging mag leiden.</al><al/><al><vet><cursief>Uitgangspunten</cursief></vet></al><al>In deze verordening zijn met betrekking tot de verplichte en de niet-verplichte
                    onderdelen, een aantal uitgangspunten gehanteerd.</al><al/><al>Naast het de verplichte onderdelen kent de Dhw een aantal aanvullende
                    bevoegdheden toe aan de raad in artikel 25a t/m 25d Dhw. Vooralsnog is er geen
                    aanleiding om binnen onderhavige verordening aanvullende bepalingen op te nemen
                    op grond van artikel 25a en 25c Dhw. Gelet op de verhoging van de leeftijdsgrens
                    voor alcoholverstrekking naar 18 jaar die op 1 januari 2014 plaats zal gaan
                    vinden is er voor gekozen om geen gebruik te maken van de bevoegdheid zoals die
                    is opgenomen in artikel 25b Dhw, dit mede vanwege het feit dat Lansingerland nog
                    geen zogenaamde ‘nachthoreca’ kent en alle horeca-gelegenheden binnen de
                    gemeente om uiterlijk 03.00 uur gesloten moeten.</al><al/><al>Voor het opnemen van een verbod op prijsacties op grond van artikel 25d Dhw is,
                    vanwege de handhavingsaspecten die hier aan vastzitten, afgezien.</al><al/><lijst><li nr="3."><al><vet><cursief>Toezicht op en handhaving van de
                                    Drank- en horecawet</cursief></vet></al></li></lijst><al>Aangezien met de gewijzigde wet belangrijke bevoegdheden om alcoholverstrekking
                    te reguleren worden gedecentraliseerd naar gemeenten, is het logisch dat het
                    toezicht daarop ook bij gemeenten (in casu de burgemeesters) wordt gelegd.
                    Veelal is er immers een directe relatie met overlast en openbare orde, waarvoor
                    de burgemeester al verantwoordelijk is. Door de decentralisatie van het toezicht
                    worden gemeenten in staat gesteld om beter in te spelen op de lokale situatie.
                    Verder kunnen gemeenten de toezichtstaak efficiënter en effectiever uitvoeren,
                    waardoor de frequentie van het toezicht naar verwachting wordt verhoogd in
                    vergelijking met de frequentie van het huidige toezicht door de Nederlandse
                    Voedsel- en Warenautoriteit. Daarnaast komt het toezicht op de brandveiligheid,
                    omgevingsregelgeving, lokale verordeningen en de Drank- en Horecawet in één hand
                    te liggen, wat ook bijdraagt aan een efficiëntere handhaving. Tot slot kunnen de
                    gemeentelijke toezichtstaken een grote bijdrage leveren aan het opzetten van een
                    integraal lokaal of regionaal alcoholbeleid. </al><al/><al><vet><cursief>Bestuurlijke boete, strafbaarstelling,
                        bestuursdwang</cursief></vet></al><al>Uit de eerder aangehaalde memorie van toelichting (blz. 51) blijkt dat aan de
                    bestaande arrangementen niets verandert als het gaat om de afbakening tussen
                    bestuursrechtelijke handhaving via <cursief>bestuurlijke boetes</cursief> en
                        <cursief>strafrechtelijke handhaving</cursief> via de Wet op de economische
                    delicten (WED). “Uitgangspunt is en blijft dat de handhaving van de Dhw zal
                    geschieden door het opleggen van bestuurlijke boeten. Alleen indien de
                    overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot
                    gevolg heeft of het door de wetsovertreder genoten economisch voordeel groter is
                    dan de bestuurlijke boetes zal er behoefte kunnen zijn om de zaak voor te leggen
                    aan het Openbaar Ministerie om via de WED af te doen: de WED voorziet namelijk
                    in een breder arsenaal aan sancties, zoals hogere maxima voor boetes en de
                    mogelijkheid tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Zolang dit
                    duale stelsel bestaat heeft deze situatie zich nog geen enkele keer voorgedaan.
                    We mogen constateren dat tot op heden het duale stelsel in het kader van de DHW
                    probleemloos functioneert.”</al><al/><al>De grondslag voor het opleggen door de burgemeester van een bestuurlijke boete
                    voor overtreding van onder meer de op basis van deze verordening vastgestelde
                    bepalingen is artikel 44a van de Dhw. Op grond van datzelfde artikel 44a kan de
                    burgemeester ook voor overtreding van een aantal andere bepalingen uit de Dhw
                    een bestuurlijke boete opleggen.</al><al/><al>Overtredingen van de in deze verordening opgenomen bepalingen zijn strafbaar als
                    overtredingen op grond van artikel 2, vierde lid, juncto artikel 1, onder 4º,
                    van de WED.</al><al/><al>In artikel 44 van de Dhw is voorts bepaald dat de Minister en de burgemeester
                        <cursief>bestuursdwang </cursief>kunnen toepassen ter handhaving van de
                    verplichting om een toezichthouder alle medewerking te verlenen bij het
                    uitoefenen van zijn bevoegdheden (artikel 5:20, eerste lid, van de Awb).</al><al/><al><vet><cursief>Toezichthouders</cursief></vet></al><al>De toezichthouders worden benoemd door de burgemeester. Op grond van artikel 42
                    van de Dhw hebben zij de bevoegdheid om woningen binnen te treden zonder
                    toestemming van de bewoners, als de toezichthouder vermoedt dat daar
                    alcoholhoudende drank wordt verstrekt of als dat daadwerkelijk gebeurt.</al><al/><lijst><li nr="B."><al><vet><cursief>Artikelsgewijze
                                toelichting</cursief></vet></al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling I BEGRIPSBEPALINGEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>De begripsbepalingen uit de Dhw werken door in de op de Dhw gebaseerde
                    regelgeving en dienen dus niet herhaald te worden. Ook is er gekozen voor een
                    aantal begrippen in aanvulling op de begrippen uit artikel 1 Dhw.</al><al/><al><vet>Afdeling II BEPALINGEN VOOR HORECA-INRICHTINGEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 Voorwaarden</vet></al><al>In artikel 2 is opgenomen dat de burgemeester bevoegd is voorschriften te
                    verbinden aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen. Bepaald wordt
                    wèl dat de voorschriften die de burgemeester stelt zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>ter bescherming van de volksgezondheid, en/of</al></li><li nr="-"><al>in het belang van de openbare orde, en/of</al></li><li nr="-"><al>ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                            Horecawet (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de
                            verstrekking van alcoholhoudende dranken).</al></li></lijst><al/><al><vet>Achtergrond</vet></al><al>Artikel 25a van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de mogelijkheid in een
                    verordening op te</al><al>nemen dat de burgemeester, volgens bij die verordening te stellen regels, vooraf
                    - dat wil zeggen bij</al><al>de afgifte van de vergunning - voorschriften aan een vergunning kan verbinden of
                    de vergunning kan</al><al>beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden
                    bepaald voor</al><al>horecavergunningen en voor slijterijvergunningen.</al><al/><al>Deze gemeentelijke bevoegdheid was voorheen opgenomen in artikel 23 van de
                    Drank- en Horecawet, zij het dat toen aan het College van Burgemeester en
                    Wethouders dat mandaat gegeven kon worden. In deze verordening wordt de
                    burgemeester voor wat betreft de horecabedrijven uitsluitend de bevoegdheid
                    gegeven de alcoholverstrekking aan voorschriften te verbinden. </al><al/><al>Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de
                    vergunning voor een</al><al>horecabedrijf zijn:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>Ter bescherming van de volksgezondheid: <cursief>Een gevarieerde
                                drankenkaart verplicht stellen</cursief>.</al><al>Dit houdt in dat er – naast alcoholhoudende dranken – voldoende
                            betaalbare niet-alcoholhoudende alternatieven moeten worden aangeboden
                            (fris, water, thee, koffie).</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="-"><al>In het belang van de openbare orde: <cursief>Eisen stellen ten aanzien
                                van het maximaal aantal bezoekers</cursief>.</al><al>Voor de veiligheid kan het aantal bezoekers dat tegelijkertijd in de
                            inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd. Het aantal bezoekers
                            maximeren is bovendien ter beschermingvan de volksgezondheid. Uit
                            onderzoek blijkt dat hoe meer mensen er in een zaak zijn en hoe minder
                            makkelijk men even kan zitten, des te meer er wordt gedronken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="-"><al>Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                            Horecawet: <cursief>Verlangen dat polsbandjes-systemen worden
                                toegepast</cursief>. <cursief>Eisen stellen aan het aantal entrees
                                en het aantal portiers</cursief>.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling III BEPALINGEN BETREFFENDE PARACOMMERCIËLE INRICHTINGEN</vet></al><al/><al>Een paracommerciële rechtspersoon is een rechtspersoon - geen NV of BV zijnde -
                    die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele,
                    educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie
                    in eigen beheer van een horecabedrijf. Hieronder vallen onder meer:
                    sportkantines, dorps- en buurthuizen, kerkelijke centra, studentenverenigingen,
                    etc. Wanneer een stichting/vereniging er voor kiest de exploitatie van de
                    kantine te verpachten of in een BV (of NV) onder te brengen is geen sprake van
                    het uitoefenen van het horecabedrijf door een paracommerciële rechtspersoon. </al><al/><al>In deze paragraaf wordt uitvoering gegeven aan artikel 4 van de Drank- en
                    Horecawet waarin aan gemeenten wordt opgelegd in een verordening regels vast te
                    stellen voor paracommerciële rechtspersonen. De regels hebben als doel het
                    voorkomen van oneerlijke mededinging en gelden bij het verstrekken van
                    alcoholhoudende drank. </al><al/><al>De volgende onderwerpen moeten volgens de wet in elk geval geregeld
                    worden:</al><lijst><li nr="-"><al>de schenktijden voor alcoholhoudende drank; </al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van
                            persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen; </al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van alcoholhoudende dranken tijdens bijeenkomsten
                            gericht op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten
                            van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn.</al></li></lijst><al/><al>Volgens de memorie van toelichting bij de wijziging van de Drank- en Horecawet
                    mogen de lokale regels rond paracommercialisme naar de aard van de
                    paracommerciële rechtspersoon verschillend zijn. Dit betekent dat aan
                    studentenverenigingen andere regels kunnen worden opgelegd, dan aan
                    sport-verenigingen of buurthuizen. Wel is uitdrukkelijk opgenomen dat het niet
                    is toegestaan onderscheid te maken tussen stichtingen en verenigingen uit
                    Nederland en die uit andere lidstaten, evenals rechts-personen uit de Europese
                    Economische Ruimte en Zwitserland. De regering verwacht dat de nieuwe wettelijke
                    eis dat elke gemeente een paracommerciële verordening moet vaststellen, zal
                    leiden tot een maatschappelijke discussie op gemeentelijk niveau. </al><al/><al>De gemeente kan daarbij recht doen aan de verschillen tussen bijvoorbeeld
                    sportverenigingen en overige paracommerciële rechtspersonen. De regering gaat er
                    vanuit dat gemeenten bij deze afweging de belangrijke maatschappelijke functie
                    van de verschillende paracommerciële rechtspersonen in acht neemt en geen
                    onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding
                    is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name
                    aan jongeren.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</vet></al><al>Artikel 3 is gebaseerd op artikel 4 lid 3 van de Drank- en horecawet. Dit
                    artikel verplicht gemeenten om schenktijden voor paracommerciële rechtspersonen
                    op te nemen in de verordening.</al><al/><al>De schenktijden voor paracommerciële rechtspersonen worden gelijkgesteld aan de
                    (openings- en) sluitingstijden voor openbare inrichtingen die opgenomen zijn in
                    de Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland april 2013. Hiermee worden
                    paracommerciële rechtspersonen (zoals sportverenigingen) niet onnodig beperkt.
                    Daarnaast worden er geen regels opgelegd die ingewikkeld zijn om te handhaven.
                    Het verstrekken van alcohol blijft een eigen verantwoordelijkheid van (onder
                    andere) de sportverenigingen.</al><al>Er wordt nadrukkelijk een beroep gedaan op de paracommerciële instellingen om
                    verantwoord om te gaan met alcoholverstrekking en geen alcoholhoudende drank te
                    verstrekken tijdens bijvoorbeeld jeugdwedstrijden. De nadruk ligt daarbij op het
                    voorkomen van verstrekking van alcoholhoudende drank aan 16-minners. Per 1
                    januari 2014 mag geen alcoholhoudende drank meer verstrekt worden aan
                    18-minners.</al><al/><al><vet>Achtergrond</vet></al><al>De gewijzigde Drank- en Horecawet legt gemeenteraden de plicht op om in een
                    verordening de schenktijden van de paracommerciële rechtspersonen te reguleren.
                    Door invoering van deze maatregel vervalt de in november 2000 in de Drank- en
                    Horecawet opgenomen eis dat paracommerciële rechtspersonen in een
                    bestuursreglement (huisreglement) schenktijden opnemen. Ook vervalt de eis dat
                    dagen en tijdstippen waarop geschonken wordt duidelijk zichtbaar zijn.</al><al/><al>Met het reguleren van de schenktijden van de paracommerciële rechtspersonen kan
                    worden bewerkstelligd dat het verstrekken van alcoholhoudende drank een
                    nevenactiviteit van de vereniging blijft naast de primaire activiteiten van
                    recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of
                    godsdienstige aard. Deze maatregel past binnen het uitgangspunt van de wijziging
                    van de Drank- en Horecawet om de verantwoordelijkheid voor het lokale
                    alcoholbeleid, en dus ook de schenktijden van paracommerciële rechtspersonen,
                    meer een zaak van de gemeenteraad te laten worden dan tot op heden het geval
                    was. Het waren tot nu toe in de praktijk toch veelal de paracommerciële
                    rechtspersonen zelf die hun schenktijden bepaalden (en vastlegden in het
                    bestuursreglement). Het gevolg was dat veel inrichtingen een enorm ruime
                    schenktijd hanteerden die regelmatig overeenkwam met de commerciële horeca.</al><al/><al>Het bestuursreglement blijft overigens wel verplicht. In het reglement dient in
                    elk geval vastgelegd te worden welke normen het bestuur stelt aan de
                    voorlichtingsinstructie die de barvrijwilligers krijgen. Ook moet in het
                    bestuursreglement opgenomen worden hoe wordt toegezien op de naleving van het
                    reglement.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Bijeenkomsten van persoonlijke aard</vet></al><al>Artikel 4 bevat de bepalingen die betrekking hebben op het organiseren van
                    bijeenkomsten van persoonlijk aard.</al><al/><al>Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op:
                        <cursief>bijeenkomsten, waarbij meestal alcoholhoudende drank wordt
                        genuttigd, die geen direct verband houden met de activiteiten van de
                        desbetreffende paracommerci</cursief><cursief>ë</cursief><cursief>le
                        instelling, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea,
                        verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en
                        dergelijke. </cursief>Voor zover die bijeenkomsten ook een zakelijk karakter
                    hebben dat direct verband houdt met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals
                    het afscheid van de voorzitter van een vereniging, vallen deze niet onder het
                    bereik van deze bepaling.</al><al/><al><cursief>Bij bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                        rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                        betrokken zijn kan worden gedacht aan: activiteiten die niet
                        verenigingsgebonden zijn</cursief>. Dit doet zich voor als een
                    paracommerciële rechtspersoon zijn kantine of een andere ruimte verhuurt aan
                    derden om bijvoorbeeld een feest te geven (voor niet-leden van de vereniging of
                    niet-betrokkenen bij de stichting). Ook komt het nog al eens voor dat theaters
                    en schouwburgen hun accommodatie verhuren voor congressen. Als daarbij alcohol
                    wordt geschonken kan er oneerlijke mededinging ontstaan met de reguliere horeca.
                    Of dat het geval is hangt sterk af van de plaatselijke situatie; als de lokale
                    horeca daarvoor geen passende faciliteiten te bieden heeft, zal er geen sprake
                    zijn van oneerlijke mededinging en is er dus geen reden om beperkingen op te
                    leggen.</al><al/><al>Verder is van belang dat veel schouwburgen een brede programmering aan culturele
                    activiteiten van professionals en amateurs hebben die zij op drie manieren vorm
                    geven: door middel van uitkoopsommen, partage al dan niet met garantiebedragen
                    en verhuringen. Deze activiteiten vallen nagenoeg altijd onder de statutaire
                    doelstelling van de schouwburg. In dat geval is er geen sprake van bijeenkomsten
                    als bedoeld in artikel 4, lid 3 onder b of c van de DHW en zijn ze daarom zonder
                    meer toegestaan. Als ze niet onder de statutaire doelstelling vallen hoeft er
                    ook geen sprake te zijn van oneerlijke mededinging, namelijk als de reguliere
                    horeca hiervoor geen faciliteiten biedt. Ook dan is er geen reden hieraan
                    beperkingen op te leggen.</al><al>Zoals eerder vermeld is er alleen aanleiding om beperkingen op te leggen aan
                    deze soorten bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen ter voorkoming van
                    oneerlijke mededinging. Uit gesprekken met Koninklijke Horeca Nederland is naar
                    voren gekomen dat het aantal horecagelegenheden binnen de gemeente die geschikt
                    zijn voor de verhuur van zalen beperkt is. Als gevolg hiervan is er ook geen
                    direct concurrentie te verwachten van bijeenkomsten van persoonlijke aard die
                    gehouden worden bij paracommerciële instellingen. Echter, om zoveel mogelijk te
                    voorkomen dat er toch op een of ander moment concurrentie zou optreden ten
                    gevolge van de bijeenkomsten van persoonlijke aard is er voor gekozen om per
                    jaar niet meer dan vier bijeenkomsten van persoonlijke aard toe te staan.</al><al/><al>Paracommerciële instellingen vallen voor wat betreft de belastingplicht onder de
                    zogenaamde ‘kantineregeling’. Deze regeling houdt een aantal belastingvoordelen
                    voor de deelnemende instelling in, maar is wel aan strikte voorwaarden
                    verbonden. De Belastingdienst is de mening toegedaan dat in het geval er
                    bijeenkomsten van persoonlijke aard worden gehouden in de kantine van een
                    paracommerciële instelling er sprake is van commerciële activiteiten. In dat
                    geval vervalt per direct het recht om deel te mogen nemen aan de
                    ‘kantineregeling’ en de daarmee gepaarde gaande financiële voordelen voor de
                    paracommerciële instelling.</al><al/><al>De bepalingen uit het tweede spreekt voor zich en is opgenomen ten behoeve van
                    de handhaafbaarheid van de bepaling uit het eerste lid.</al><al/><al>In het derde lid is een beperking van de schenktijden opgenomen overeenkomstig
                    de bepaling van artikel 3 lid 4 van de verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Hardheidsclausule</vet></al><al>De hardheidsclausule moet met terughoudendheid worden toegepast. Het spreekt
                    daarbij vanzelf dat toepassing hiervan uiterst zorgvuldig moet worden
                    gemotiveerd.</al><al/><al>Als eerste uitgangspunt geldt: het bestuur handelt overeenkomstig de
                    beleidsregel. Het vastleggen van deze beleidsregel heeft tot gevolg dat het
                    bevoegd bestuursorgaan handelt overeenkomstig de uitgangspunten die in dit
                    beleid zijn geformuleerd en dat ook derden daarop moeten kunnen vertrouwen.</al><al/><al>Als tweede uitgangspunt geldt: behoudens bijzondere omstandigheden. Er kunnen
                    bijzondere omstandigheden zijn die bij toepassing van het vastgestelde beleid in
                    een concreet geval tot onevenredige – en onwenselijke – situaties kunnen leiden.
                    In zo’n geval kan van de beleidsregel worden afgeweken. Dit is geen
                    verplichting, maar een belangenafweging kan tot deze uitkomst leiden.</al><al>Strikt genomen hoeft de hardheidsclausule niet in het beleid opgenomen te
                    worden. De Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:84) voorziet in een algemene
                    formulering van deze clausule.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Overgangsrecht</vet></al><al>De voorgestelde overgangsbepaling voor paracommerciële rechtspersonen is in lijn
                    met het overgangs-recht zoals dat is opgenomen in art. III van de wet die de
                    Drank- en Horecawet wijzigt.</al><al/><al>Daarin is bepaald dat op het moment van inwerkingtreding van de plaatselijke
                    verordening voor paracommerciële rechtspersonen de voor die categorie
                    inrichtingen nieuwe gemeentelijke</al><al>bepalingen van kracht zijn. Op verzoek zendt de burgemeester een paracommerciële
                    rechtspersoon</al><al>een gewijzigde vergunning met daarin de aangepaste voorschriften en
                    beperkingen.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Citeertitel</vet></al><al>Artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Inwerkingtreding</vet></al><al>De tekst van het artikel spreekt voor zich, de verordening treedt in werking op
                    1 januari 2014. Hiervoor dient de verordening wel voor 1 januari 2014 te worden
                    gepubliceerd.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>