<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR332521_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorgaan Hoeksche                        Waard 2010, gewijzigd per1 juli                            2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP d.d. 27 juni 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard 2010, gewijzigd per 1 juli 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13309530</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorgaan Hoeksche
                        Waard 2010, gewijzigd per1 juli
                            2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Overwegingen en besluit </al><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Binnenmaas,
                        Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen, ieder voor zoveel hun
                        bevoegdheden betreft en na verkregen toestemming van de raden van die
                        gemeenten als bedoeld in artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen; </al><al>Overwegende</al><al>dat het noodzakelijk / wenselijk is gebleken om de kredietwaardigheid van de
                        Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard te
                        vergroten;</al><al>dat het wenselijk is om, in overeenstemming met de in voorbereiding zijnde
                        wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen de positie van de raden
                        te verbeteren daar waar het gaat om de afstemming tussen de
                        gemeentebegroting en de begroting van de gemeenschappelijke regeling; </al><al>gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Algemene wet bestuursrecht
                        en de Gemeentewet</al><al><vet>BESLUITEN;</vet></al><al>de gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard 2010 zoals
                        vastgesteld op 20 april 2010, gedeeltelijk te wijzigen en, onder verwijzing
                        naar de bij dit besluit behorende memorie van toelichting, de onderstaande
                        tekst vast te stellen: </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1 - </nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b."><al>samenwerkingsorgaan: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van
                                de regeling;</al></li><li nr="c."><al>een deelnemende gemeente: een via het orgaan van de betreffende
                                gemeente aan de regeling deelnemende gemeente;</al></li><li nr="d."><al>Gedeputeerde staten: Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;</al></li><li nr="e."><al>de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="f."><al>Portefeuillehouder: een lid van het college van burgemeester en
                                wethouders van een deelnemende gemeente verantwoordelijk voor een
                                bepaald beleidsterrein binnen het eigen college;</al></li><li nr="g."><al>Raadsledenoverleg: het overlegplatform van raadsleden, bedoeld in
                                artikel 26;</al></li><li nr="h."><al>Portefeuillehoudersoverleg: vaste commissie van advies als bedoeld
                                in artikel 24;</al></li><li nr="i."><al>Regionaal portefeuillehouder: portefeuillehouder belast met de
                                verantwoordelijkheid voor een bepaald beleidsterrein, programma of
                                project binnen een van de portefeuillehoudersoverleggen;</al></li><li nr="j."><al>Domein: een door deze regeling aan te duiden beleidsgebied.</al></li><li nr="k."><al>Beleidsterrein: (nader aan te wijzen) onderdeel van een domein</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2 - </nr><titel>HET OPENBAAR LICHAAM</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een openbaar lichaam genaamd “Samenwerkingsorgaan Hoeksche
                                Waard”.</al></li><li nr="2."><al>Het openbaar lichaam is rechtspersoon als bedoeld in artikel 8, lid
                                1 van de wet en is gevestigd te Strijen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van lid 2 kan het algemeen bestuur besluiten van
                                vestigingsplaats te veranderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>Het bestuur van de regeling bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3 - </nr><titel>TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belangenbehartiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het samenwerkingsorgaan heeft tot taak, het behartigen van
                                gemeenschappelijke belangen van de gemeenten op de volgende
                                domeinen: ruimte, landschap, economie, samenleving en integrale
                                veiligheid.</al></li><li nr="2."><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                                gemeenten spannen zich in te komen tot de vaststelling van
                                gezamenlijk gedragen beleid voor de in het eerste lid genoemde
                                domeinen.</al></li><li nr="3."><al>De behartiging van de in lid 1 van dit artikel bedoelde belangen
                                omvat de volgende werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het bevorderen van de coördinatie tussen de deelnemende
                                        gemeenten;</al></li><li nr="b."><al>het bevorderen van overleg tussen de deelnemende gemeenten
                                        en van gemeenschappelijke standpuntbepalingen;</al></li><li nr="c."><al>de bevordering van bundeling en integratie van
                                        gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="d."><al>het adviseren van de deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="e."><al>de voorbereiding van gemeenschappelijke standpunten inzake
                                        rijks- en provinciale nota’s en plannen.</al></li><li nr="f."><al>het voeren van overleg met en het bepleiten van de belangen
                                        van de deelnemende gemeenten bij andere overheden;</al></li><li nr="g."><al>het doen van subsidieaanvragen bij andere overheden ter
                                        behartiging van de in lid 1 van dit artikel genoemde
                                        belangen, dan wel het coördineren van dergelijke
                                        subsidieaanvragen,</al></li><li nr="h."><al>het verrichten van onderzoek;</al></li><li nr="i."><al>het verlenen van diensten als bedoeld in lid 4;</al></li><li nr="j."><al>het geven van voorlichting;</al></li><li nr="k."><al>beheren van het regiofonds als bedoeld in artikel 27;</al></li><li nr="l."><al>het voeren van de bedrijfsvoering over de organisatie van
                                        het samenwerkingsorgaan;</al></li><li nr="m."><al>de uitvoering van opdrachten als bedoeld in lid 5.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het samenwerkingsorgaan kan diensten verlenen aan één of meer
                                deelnemende gemeenten, indien deze gemeenten daarom verzoeken.
                                Diensten kunnen ook aan andere gemeenten of organisaties worden
                                verleend. Het samenwerkingsorgaan kan diensten afnemen van een
                                deelnemende gemeente, dit tegen nader overeen te komen voorwaarden.
                                Het dagelijks bestuur regelt met de desbetreffende
                                gemeente(n)/organisatie(s) de inhoud van de dienstverlening en de
                                verrekening van de kosten. Voornoemde activiteiten worden niet
                                aangevangen dan na verkregen instemming van de raden van de
                                deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="5."><al>Het samenwerkingsorgaan kan, indien de raden en de colleges van
                                burgemeester en wethouders of alleen de colleges van burgemeester en
                                wethouders van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten,
                                opdrachten uitvoeren ter realisatie van gezamenlijk beleid voor
                                zover dit de met of krachtens deze regeling overgedragen
                                bevoegdheden betreft. Dit kan ook indien de raden en/of de colleges
                                van burgemeester en wethouders of alleen de colleges van
                                burgemeester en wethouders van niet alle deelnemende gemeenten
                                daartoe besluiten. Over de wijze waarop de uitvoering wordt
                                geregeld, de kosten over de deelnemende gemeenten worden verdeeld en
                                de financiering plaatsvindt, wordt op dat moment nader besloten.
                                Indien de colleges van burgemeester en wethouders een besluit nemen
                                als hiervoor bedoeld wordt met de uitvoering niet begonnen dan na
                                verkregen instemming van de raden van de deelnemende gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Meerjarenprogramma en “agenda van samenwerking“</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het samenwerkingsorgaan neemt telkenmale na de
                                gemeenteraadsverkiezingen het initiatief voor het opstellen of
                                bijstellen van een/het meerjarenprogramma voor de intergemeentelijke
                                samenwerking.</al></li><li nr="2."><al>Op basis van het meerjarenprogramma bereidt het samenwerkingsorgaan
                                jaarlijks een ontwerp van een “agenda van samenwerking” voor.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur coördineert de in de leden 1 en 2 genoemde
                                processen en biedt – nadat de portefeuillehoudersoverleggen hierover
                                advies hebben uitgebracht – het (bijgestelde)
                                ontwerpmeerjarenprogramma resp. het ontwerp van de “agenda van
                                samenwerking” aan de colleges van burgemeester en wethouders aan
                                voor besluitvorming in de raden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overige taken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder “overige taken” in dit artikel worden verstaan de taken die
                                worden uitgevoerd ter behartiging van de in artikel 4, lid 1,
                                omschreven belangen en die niet vallen onder artikel 5;</al></li><li nr="2."><al>Nadat in het portefeuillehoudersoverleg overeenstemming is bereikt
                                over een voorstel dat valt onder de werking van dit artikel plegen
                                de leden van het portefeuillehoudersoverleg overleg met het college
                                van burgemeester en wethouders en/of de betrokken raadscommissie
                                en/of de raad van de eigen gemeente om te onderzoeken of er
                                bestuurlijk draagvlak voor dat voorstel bestaat.</al></li><li nr="3."><al>Het overleg met de met de daarvoor in aanmerking komende besturen,
                                instellingen, diensten en personen wordt gevoerd door de regionaal
                                portefeuillehouder of bij het ontbreken van een regionaal
                                portefeuillehouder door de voorzitter van het
                                portefeuillehoudersoverleg.</al></li><li nr="4."><al>Over het gevoerde overleg bedoeld in de leden 2 en 3 wordt door
                                degenen die dat overleg hebben gevoerd schriftelijk gerapporteerd
                                aan het portefeuillehoudersoverleg.</al></li><li nr="5."><al>Het portefeuillehoudersoverleg bepaalt naar aanleiding van de
                                uitkomsten van het overleg of sprake moet zijn van aanpassing van
                                het voorstel. Het portefefeuillehoudersoverleg kan besluiten de
                                schriftelijke rapportages bedoeld in lid 2 van dit artikel bij het
                                voorstel te voegen. Rapportages als bedoeld in lid 3 worden altijd
                                bij het voorstel gevoegd.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg zendt het al dan
                                niet aangepaste voorstel vergezeld van de bijlage(n), bedoeld in lid
                                5 van dit artikel, toe aan het dagelijks bestuur dat dit voorstel na
                                toetsing op integraliteit en onderlinge samenhang aanbiedt aan de
                                colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten
                                voor besluitvorming in de colleges en/of in de raden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Afstemming tussen domeinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer sprake is van een voorstel dat betrekking heeft op twee of
                                meer domeinen dan draagt de regionaal portefeuilehouder of, bij het
                                ontbreken van een regionaal portefeuillehouder, de voorzitter van
                                het portefeuillehoudersoverleg, er zorg voor dat dit voorstel tevens
                                in het/de overige daarbij betrokken portefeuillehoudersoverleg(gen)
                                wordt/worden behandeld.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur ziet er op toe dat dit geschiedt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Toegekende bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuursorganen van de regeling komen alle bevoegdheden toe die
                                het openbaar lichaam van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan
                                het maatschappelijk verkeer deel te nemen.</al></li><li nr="2."><al>De regeling kan deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen als
                                bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet. Alvorens daartoe een
                                ontwerp-besluit aan het algemeen bestuur voor te leggen, consulteert
                                het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overdracht van bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                                gemeenten kunnen ter behartiging van de belangen, als bedoeld in
                                artikel 4 lid 1, besluiten hun toekomende bevoegdheden over te
                                dragen aan door hen aan te wijzen bestuursorganen van de
                                regeling.</al></li><li nr="2."><al>De over te dragen bevoegdheden, als bedoeld in lid 1, kunnen
                                betrekking hebben op bevoegdheden, die de colleges van burgemeester
                                en wethouders zijn toegekend door de Gemeentewet of door bijzondere
                                wetgeving, evenals de daarvan afgeleide bevoegdheden, zulks met
                                inachtneming van artikel 30 van de wet.</al></li><li nr="3."><al>Het samenwerkingsorgaan oefent de overgedragen bevoegdheden eerst
                                uit voor zover het algemeen bestuur daarmee instemt.</al></li><li nr="4."><al>Het samenwerkingsorgaan zal de overgedragen bevoegdheden nadat het
                                algemeen bestuur met de overdracht heeft ingestemd op basis van het
                                besluit als in het derde lid bedoeld voldoende concreet omschreven
                                in de regeling doen opnemen, door dit op te nemen in een daartoe te
                                hanteren en aan de regeling te hechten addendum, opdat voldaan wordt
                                aan het bepaalde in artikel 10 leden 1 en 2 van de wet in samenhang
                                bezien met artikel 26 lid 4 van de wet.</al></li><li nr="5."><al>Een besluit als bedoeld in lid 1 treedt in werking na het moment dat
                                het besluit als bedoeld in het derde lid, tot opneming in het in het
                                vierde lid bedoelde addendum bekend is gemaakt op de wijze zoals
                                bedoeld in artikel 26 van de wet en regelt de bijdrage per gemeenten
                                in de kosten in verband met de uitoefening van de betreffende taken
                                en bevoegdheden.</al></li><li nr="6."><al>Het algemeen bestuur kan een besluit als bedoeld in lid 3 ook nemen,
                                indien niet alle deelnemende gemeenten een besluit als bedoeld in
                                lid 1 nemen. Het algemeen bestuur regelt in dat geval, op voorstel
                                van het dagelijks bestuur, de stemverhoudingen en de financiële
                                verdeelsleutels tussen de deelnemende en de niet deelnemende
                                gemeenten. Voor de effectuering van een besluit als bedoeld in dit
                                lid is de instemming van de raden van alle deelnemende gemeenten
                                vereist Het bepaalde in het vierde en vijfde lid is van
                                toepassing.</al></li><li nr="7."><al>Besluiten als bedoeld in de leden 1 en 3 worden onverminderd het
                                vierde en vijfde lid medegedeeld aan de deelnemende gemeenten en
                                toegezonden aan gedeputeerde staten, alsmede ter inzage gelegd ten
                                kantore van het samenwerkingsorgaan en de deelnemende gemeenten,
                                alsmede opgenomen in de registers als bedoeld in artikel 27 van de
                                wet.</al></li><li nr="8."><al>Bij herroeping van een besluit als bedoeld in lid 1 regelt het
                                algemeen bestuur de gevolgen ervan, waaronder begrepen de financiële
                                gevolgen, met overeenkomstige toepassing van artikel 39.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4 - </nr><titel>HET ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Samenstelling, plaatsvervanging en stemrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur bestaat uit elf leden te weten: de voorzitter,
                                afkomstig uit de grootste gemeente qua inwoneraantal, en een tiental
                                overeenkomstig lid 2 aangewezen leden.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders van iedere deelnemende
                                gemeente wijst twee collegeleden aan als leden van het algemeen
                                bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Voor de overeenkomstig lid 2 aangewezen leden van het algemeen
                                bestuur wijzen het college van burgemeester en wethouders van de
                                deelnemende gemeenten uit hun midden plaatsvervangende leden aan.
                                Een plaatsvervangend lid treedt op bij verhindering of afwezigheid
                                van een lid van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="4."><al>De bepalingen van deze regeling met betrekking tot de leden van het
                                algemeen bestuur zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                plaatsvervangende leden.</al></li><li nr="5."><al>Bij de besluitvorming beschikt elke deelnemende gemeente over één
                                stem per gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Lidmaatschap</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt met ingang van de
                                dag waarop de bestuursperiode van het college van burgemeester en
                                wethouders afloopt.</al></li><li nr="2."><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt ook, zodra men
                                ophoudt lid te zijn van het college van burgemeester en wethouders
                                uit wiens midden men is aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                                gemeenten benoemen in de eerste vergadering van de nieuwe
                                bestuursperiode de door hen aan te wijzen leden van het algemeen
                                bestuur en hun plaatsvervangers. Aftredende leden kunnen opnieuw als
                                lid worden aangewezen.</al></li><li nr="4."><al>Indien het college van burgemeester en wethouders van een
                                deelnemende gemeente niet kan voldoen aan het bepaalde in lid 3,
                                blijven de door hem aangewezen leden van het algemeen bestuur, die
                                hadden moeten aftreden, als zodanig fungeren, totdat dat college
                                nieuwe leden heeft aangewezen. Een uitzondering hierop is de
                                situatie dat de betreffende leden geen deel meer uitmaken van het
                                college van burgemeester en wethouders. In dat geval ontstaat een
                                vacature die tijdelijk niet door de betreffende gemeente wordt
                                opgevuld.</al></li><li nr="5."><al>Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen bestuur
                                vacant of beschikbaar komt, wijst het betreffende college van
                                burgemeester en wethouders, in haar eerstvolgende vergadering of,
                                indien dit niet mogelijk is, ten spoedigste een nieuw lid aan.</al></li><li nr="6."><al>Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geven
                                burgemeester en wethouders van de gemeenten binnen twee weken
                                hiervan kennis aan de voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen.
                                Het ontslag wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur en aan het
                                college van burgemeester en wethouders dat het lid heeft
                                aangewezen.</al></li><li nr="8."><al>Een lid van het algemeen bestuur dat ontslag heeft genomen blijft
                                zijn functie waarnemen totdat zijn/haar opvolger is aangewezen en
                                deze de aanwijzing heeft aanvaard.</al></li><li nr="9."><al>Indien een gemeente overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 tot de
                                gemeenschappelijke regeling is toegetreden, benoemt het college van
                                burgemeester en wethouders van die gemeente in de eerste
                                vergadering, volgend op de inwerkingtreding van de toetreding, de
                                uit dat college af te vaardigen leden van het algemeen bestuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vergadering algemeen bestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de
                                Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het houden en de
                                orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid
                                van stemmen.</al></li><li nr="4."><al>De openbare kennisgeving als bedoeld in artikel 19 van de
                                Gemeentewet geschiedt op verzoek van de voorzitter door de
                                burgemeesters van de deelnemende gemeenten op de aldaar
                                gebruikelijke wijze.</al></li><li nr="5."><al>De agenda en de daarbij behorende vergaderstukken worden,
                                spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste twee weken voor het
                                houden van de vergadering, aan de leden van het algemeen bestuur
                                verzonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten aanzien van de openbaarheid van vergaderingen van het algemeen
                                bestuur en het opleggen van een geheimhoudingsplicht zijn de
                                artikelen 22 en 23 van de wet van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten
                                over:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen dan wel wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="c."><al>het wijzigen dan wel opheffen van de regeling.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Informatie- en verantwoordingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval
                                binnen drie maanden aan de colleges van burgemeester en wethouders
                                en aan de raden van de deelnemende gemeenten de door één of meer
                                leden van die raden schriftelijk gevraagde inlichtingen, waarvan het
                                verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur geeft aan de colleges van burgemeester en
                                wethouders en aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd
                                alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het
                                bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de colleges
                                van burgemeester en wethouders en aan de raden van de deelnemende
                                gemeenten voor het in het algemeen bestuur gevoerde beleid.</al></li><li nr="4."><al>Afzonderlijke leden van het algemeen bestuur geven aan het college
                                respectievelijk de raad van de eigen deelnemende gemeente de door
                                één of meer leden van dat college respectievelijk die raad
                                schriftelijk gevraagde inlichtingen, voor zover zulks naar het
                                oordeel van het algemeen bestuur niet strijdig is met het openbaar
                                belang. Het verstrekken van die inlichtingen geschiedt volgens de
                                door de betrokken deelnemende gemeente geregelde wijze.</al></li><li nr="5."><al>Afzonderlijke leden van het algemeen bestuur zijn aan het college
                                van de eigen deelnemende gemeente verantwoording verschuldigd voor
                                het door hen in het bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van
                                verantwoording geschiedt volgens de door de betrokken deelnemende
                                gemeente geregelde wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Het algemeen bestuur kan een tegemoetkoming in de kosten en/of een
                        vergoeding voor de werkzaamheden van leden van het algemeen bestuur
                        vaststellen. Artikel 21 van de wet is hierop van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5 - </nr><titel>HET DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit zes leden, te weten de voorzitter
                                van het algemeen bestuur en vijf leden. Deze vijf leden worden door
                                en uit het algemeen bestuur aangewezen en dienen voort te komen uit
                                de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                                gemeenten, met dien verstande dat uit elk college van burgemeester
                                en wethouders één lid van het dagelijks bestuur wordt
                                aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden in de eerste vergadering
                                van elke bestuursperiode de leden van het dagelijks bestuur
                                aan.</al></li><li nr="3."><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn tevens ofwel voorzitter
                                ofwel lid van een portefeuillehouderoverleg echter met in achtneming
                                van het gestelde in lid 2.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het
                                dagelijks bestuur.</al></li><li nr="5."><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan, in geval van tijdelijke
                                afwezigheid, worden vervangen door een ander lid van het dagelijks
                                bestuur of, indien dit niet mogelijk is, door een door het algemeen
                                bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid, onverminderd het gestelde
                                in artikel 17, lid 2. Deze tijdelijke vervanging kan ook
                                plaatshebben indien een lid van het dagelijks bestuur het
                                voorzitterschap waarneemt.</al></li><li nr="6."><al>Het dagelijks bestuur kan toestaan dat, in geval van tijdelijke
                                afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur, de voorzitter of
                                een lid van het portefeuillehoudersoverleg waarin dat dagelijks
                                bestuurslid zitting heeft deelneemt aan de beraadslagingen van het
                                dagelijks bestuur voor wat betreft de aangelegenheden van dat
                                portefeuillehoudersoverleg.</al></li><li nr="7."><al>De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dat bestuur af
                                met ingang van de dag, waarop de bestuursperiode van het algemeen
                                bestuur afloopt. Zij blijven hun functie evenwel waarnemen tot het
                                tijdstip waarop het algemeen bestuur een nieuw dagelijks bestuur
                                heeft aangewezen. Dit echter geldt niet in de situatie dat leden
                                geen deel meer uitmaken van het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></li><li nr="8."><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag
                                nemen.</al></li><li nr="9."><al>Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn,
                                houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.</al></li><li nr="10."><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt,
                                wijst het algemeen bestuur een nieuw lid aan.</al></li><li nr="11."><al>Indien een lid van het dagelijks bestuur het vertrouwen van het
                                dagelijks bestuur niet meer bezit zijn de artikelen 49 en artikel 50
                                van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Vergadering dagelijks bestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of
                                tenminste twee leden dit nodig achten.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. In de
                                vergadering van het dagelijks bestuur heeft elk lid één stem.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter heeft in de vergadering van het dagelijks bestuur geen
                                stem. Dit laatste geldt niet voor het lid van het dagelijks bestuur
                                dat de voorzitter vervangt, tenzij in overeenstemming met artikel 16
                                lid 5, tweede zin, vervanging plaatsvindt van het lid van het
                                dagelijks bestuur dat de voorzitter waarneemt;</al></li><li nr="4."><al>Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 52
                                en 54 tot en met 59, lid 1, van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li><li nr="5."><al>De agenda en de daarbij behorende vergaderstukken worden,
                                spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste twee weken voor het
                                houden van de vergadering, aan de leden van het dagelijks bestuur
                                toegezonden.</al></li><li nr="6."><al>Van de vergaderingen van het dagelijks bestuur wordt een verslag of
                                besluitenlijst opgesteld. Het verslag of de besluitenlijst zijn
                                openbaar, een en ander voor zover zulks naar het oordeel van het
                                dagelijks bestuur niet in strijd is met het openbaar belang.</al></li><li nr="7."><al>In de eerste vergadering van elke bestuursperiode en de eerste
                                vergadering na een wijziging in de samenstelling van het dagelijks
                                bestuur, maken de leden van het dagelijks bestuur afspraken over de
                                onderlinge plaatsvervanging en desgewenst over de onderlinge
                                taakverdeling. Deze afspraken worden medegedeeld aan het algemeen
                                bestuur en aan de colleges van burgemeester en wethouders en de
                                raden van de deelnemende gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding van het
                                samenwerkingsorgaan. Hiertoe behoort in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter
                                        overweging en beslissing zal worden voorgelegd;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="c."><al>het beheer van de gelden van de regeling;</al></li><li nr="d."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de
                                        controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;</al></li><li nr="e."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als
                                        buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter
                                        voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit, voor
                                        zover het de belangen en bevoegdheden betreft die aan de
                                        regeling zijn toegekend dan wel overgedragen;</al></li><li nr="f."><al>het houden van toezicht op alles wat de regeling
                                        aangaat;</al></li><li nr="g."><al>de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering over de
                                        organisatie van het samenwerkingsorgaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur oefent, indien en voor zover het algemeen
                                bestuur daartoe besluit en naar de door deze te stellen regels, de
                                aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden uit, met
                                uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van het reglement van orde van het algemeen
                                        bestuur en van de vaste commissies van advies bedoeld in
                                        artikel 24;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen, dan wel wijziging van de begroting;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen van regels met betrekking tot de organisatie
                                        van de administratie en het beheer van
                                        vermogenswaarden;</al></li><li nr="e."><al>het vaststellen van regels met betrekking tot de controle op
                                        de administratie en het beheer van vermogenswaarden;</al></li><li nr="f."><al>het vaststellen van een verordening voor het regiofonds als
                                        bedoeld in artikel 27, lid 5;</al></li><li nr="g."><al>het vaststellen van een organisatieverordening als bedoeld
                                        in artikel 28, lid 7;</al></li><li nr="h."><al>het vaststellen van regels voor het periodiek verrichten van
                                        onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van
                                        het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur;</al></li><li nr="i."><al>benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Informatie- en verantwoordingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd
                                voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid.</al></li><li nr="2."><al>De leden van het dagelijks bestuur geven, tezamen en ieder
                                afzonderlijk, aan het algemeen bestuur ongevraagd alle informatie
                                die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur
                                te voeren en gevoerde beleid nodig is. Zij geven tezamen, dan wel
                                afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of leden
                                daarvan hierom verzoeken, binnen acht weken alle gevraagde
                                inlichtingen, een en ander voor zover zulks niet in strijd is met
                                het openbaar belang.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Het algemeen bestuur kan een tegemoetkoming in de kosten en/of een
                        vergoeding voor de werkzaamheden van leden van het dagelijks bestuur
                        vaststellen. Artikel 21 van de wet is hierop van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6 - </nr><titel>DE VOORZITTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is afkomstig uit de grootste
                                gemeente qua inwoneraantal.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervanger aan.
                                De aanwijzing vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen
                                bestuur in de nieuwe samenstelling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur, dit laatste
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, lid 3.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en van
                                het dagelijks bestuur uitgaan. Artikel 75, tweede lid van de
                                Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter vertegenwoordigt het samenwerkingsorgaan in en buiten
                                rechte. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een
                                deelnemende gemeente die partij is in een geding waarbij het
                                samenwerkingsorgaan betrokken is, oefent een ander door en uit het
                                dagelijks bestuur aan te wijzen lid deze bevoegdheid uit. Degene die
                                bevoegd is de regeling in en buiten rechte te vertegenwoordigen, kan
                                deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem/haar aan te wijzen
                                ge(vol)machtigde.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7 - </nr><titel>COMMISSIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Bestuurscommissies</titel></kop><al>Het algemeen bestuur kan, na verkregen toestemming van de raden van de
                        deelnemende gemeenten, met het oog op de behartiging van bepaalde belangen
                        van het samenwerkingsorgaan bestuurscommissies instellen. Het algemeen
                        bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling. Artikel 25 van de wet is
                        van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vaste commissies van advies</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de voorzitter in zijn eerste
                        vergadering na inwerkingtreding van deze regeling vaste commissies van
                        advies in, portefeuillehoudersoverleggen genoemd, voor de domeinen: ruimte,
                        landschap, economie, samenleving en integrale veiligheid.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur werkt, op voorstel van het dagelijks bestuur,
                                de in lid 1 bedoelde domeinen nader uit.</al></li><li nr="3."><al>De commissies wijzen in de eerste vergadering van elke
                                bestuursperiode of na vacant worden van de positie van voorzitter
                                uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter
                                aan. De voorzitterschappen worden zodanig over de gemeenten verdeeld
                                dat sprake is van één voorzitterschap per gemeente.</al></li><li nr="4."><al>De overige leden en hun plaatsvervangers worden aangewezen door en
                                uit het college van burgemeester en wethouders van elk van de
                                deelnemende gemeenten. Een college van burgemeester en wethouders
                                kan meerdere plaatsvervangende leden benoemen tot een maximum van
                                twee. Een plaatsvervangend lid kan wanneer dat in verband met een
                                aan de orde zijnde agendapunt van pas komt deelnemen aan de
                                beraadslagingen.</al></li><li nr="5."><al>Elke commissie kan uit zijn midden een of meer regionaal
                                portefeuillehouders aanwijzen.</al></li><li nr="6."><al>De commissie kan besluiten dat anderen dan leden van de commissie
                                deelnemen aan de vergaderingen van de commissie.</al></li><li nr="7."><al>De vergaderingen zijn niet openbaar, tenzij de commissie besluit
                                hierop een uitzondering te maken.</al></li><li nr="8."><al>Van de vergaderingen van de commissie wordt een verslag of
                                conclusielijst opgesteld. Het verslag of de conclusie lijst zijn
                                openbaar , een en ander voor zover zulks naar het oordeel van de
                                commissie niet in strijd is met het openbaar belang.</al></li><li nr="9."><al>Het algemeen bestuur stelt de werkwijze van de commissies nader
                                vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Andere commissies van advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Andere commissies van advies, die aan het dagelijks bestuur advies
                                uitbrengen, worden door het dagelijks bestuur ingesteld.</al></li><li nr="2."><al>De leden van commissies van advies die geen burgemeester, wethouder,
                                gemeentesecretaris of lid van een gemeenteraad zijn kunnen een
                                vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie een
                                vergoeding ontvangen. De artikelen 96 tot en met 99 van de
                                Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regelen,
                                zijn alsdan van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8 - </nr><titel>RAADSLEDENOVERLEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Naast het samenwerkingsorgaan, maar als onderdeel van het
                                samenwerkingsmodel Hoeksche Waard, fungeert het Raadsledenoverleg
                                Hoeksche Waard.</al></li><li nr="2."><al>Het raadsledenoverleg kan variëren van klankbord tot het geven van
                                informeel advies aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en
                                aan de gemeenteraden.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur consulteert – op verzoek van het
                                portfeuillehoudersoverleg – het raadsledenoverleg over onderwerpen
                                die bij de gemeenteraden in besluitvorming worden gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Het raadsledenoverleg stelt een reglement van orde vast waarin de
                                samenstelling, de werkwijze en de openbaarheid van vergaderingen
                                worden geregeld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9 - </nr><titel>REGIOFONDS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een regiofonds Hoeksche Waard.</al></li><li nr="2."><al>Het fonds is bestemd voor (mede-)investeringen in projecten van
                                regionaal belang.</al></li><li nr="3."><al>Het regiofonds vormt een aparte post op de begroting van de
                                regeling.</al></li><li nr="4."><al>Het regiofonds wordt door de het samenwerkingsorgaan beheerd. Het
                                dagelijks beheer is opgedragen aan het dagelijks bestuur van het
                                samenwerkingsorgaan.</al></li><li nr="5."><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor het
                                fonds.</al></li><li nr="6."><al>Voor het tot stand komen van besluiten over de vaststelling van of
                                wijzigingen in de verordening bedoeld in lid 5, alsmede tot doen van
                                extra uitgaven of onttrekkingen dan wel het aanbrengen van
                                verschuivingen is steeds de instemming van de raden van alle
                                deelnemende gemeenten vereist. Verzoeken om instemming als hiervoor
                                bedoeld worden zoveel mogelijk tegelijk met het (bijgestelde)
                                ontwerpmeerjarenprogramma resp. het ontwerp van de “agenda van
                                samenwerking” aan de raden ter besluitvorming aangeboden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10 - </nr><titel>HET AMBT ELIJK APPARAAT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Ambtelijke organisatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het samenwerkingsorgaan heeft een ambtelijke organisatie met aan het
                                hoofd een secretaris.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur beslist over de benoeming, de schorsing en het
                                ontslag van de secretaris.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur stelt voor de secretaris een instructie
                                vast.</al></li><li nr="4."><al>De secretaris is secretaris van het algemeen bestuur en het
                                dagelijks bestuur en staat het algemeen bestuur, het dagelijks
                                bestuur, de voorzitter en de door het samenwerkingsorgaan ingestelde
                                commissies terzijde bij de uitoefening van hun taken. Alle stukken
                                die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden
                                door de secretaris mede ondertekend.</al></li><li nr="5."><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering
                                over de organisatie van het samenwerkingsorgaan en beslist over
                                benoeming, schorsing en ontslag van het overige personeel.</al></li><li nr="6."><al>Het algemeen bestuur regelt de bezoldiging van de secretaris en het
                                overige personeel van het samenwerkingsorgaan en stelt
                                overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 125 en 134 van de
                                Ambtenarenwet 1929 de rechtspositie vast van de secretaris en van
                                het overige personeel van het samenwerkingsorgaan.</al></li><li nr="7."><al>Het algemeen bestuur stelt een verordening vast over de ambtelijke
                                organisatie in het samenwerkingsorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Regionaal managementteam Hoeksche Waard</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door het algemeen bestuur wordt een regionaal managementteam
                                Hoeksche Waard ingesteld, bestaande uit de secretaris van het
                                samenwerkingsorgaan en de gemeentesecretarissen van de deelnemende
                                gemeenten.</al></li><li nr="2."><al>Het regionaal managementteam brengt de verbinding tot stand tussen
                                het samenwerkingsorgaan en de ambtelijke organisaties van de
                                deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="3."><al>In de organisatieverordening van het samenwerkingsorgaan worden de
                                positie, de taken en de onderlinge verhoudingen van resp. binnen het
                                regionaal managementteam nader uitgewerkt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11 - </nr><titel>FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de
                                organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer van
                                de regeling.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van de controle op het geldelijke beheer en de
                                boekhouding zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet
                                van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur verricht periodiek onderzoek naar de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde
                                bestuur. Het algemeen bestuur stelt hierover regels vast.</al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur is bevoegd tot het heffen van rechten als
                                bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>De begroting en meerjarenramingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur maakt in het voorjaar van het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene
                                financiële en beleidsmatige kaders (waaronder een indicatie van de
                                gemeentelijke bijdrage aan het SOHW, de beleidsvoornemens voor het
                                volgende begrotingsjaar en de prijscompensatie).</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur zendt de algemene financiële en beleidsmatige
                                kaders voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de
                                begroting dient, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Maken ontwerp-begroting en
                        meerjarenraming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur maakt, mede op basis van de “agenda van
                                samenwerking”, jaarlijks een ontwerp-begroting op voor het
                                eerstvolgende begrotingsjaar, voorzien van een financiële en
                                beleidsmatige toelichting. Tevens stelt het dagelijks bestuur, mede
                                op basis van het meerjarenprogramma, een meerjarenraming op.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting en de
                                meerjarenraming tenminste acht weken voordat zij aan het algemeen
                                bestuur worden aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende
                                gemeenten.</al></li><li nr="3."><al>De ontwerp-begroting en de meerjarenraming worden door de zorg van
                                de besturen van de deelnemende gemeenten, voor een ieder ter inzage
                                gelegd en tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar
                                gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen over de
                                ontwerp-begroting en de meerjarenramingen bij het dagelijks bestuur
                                hun zienswijzen naar voren brengen. Door het dagelijks bestuur
                                worden de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, gevoegd
                                bij de ontwerp-begroting en de meerjarenraming, zoals deze aan het
                                algemeen bestuur worden aangeboden.</al></li><li nr="5."><al>Nadat het algemeen bestuur de ontwerp-begroting en de
                                meerjarenraming heeft vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de
                                begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake
                                bij gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen
                                brengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Bijdrage deelnemende gemeenten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke
                                deelnemende gemeente voor dat jaar, waarop de begroting betrekking
                                heeft, verschuldigde bijdrage in de kosten, voortvloeiende uit de
                                regeling. Deze bijdrage wordt voor alle deelnemende gemeenten
                                bepaald naar het aantal inwoners of naar andere
                                verdeelsleutels.</al></li><li nr="2."><al>Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage naar
                                inwonersaantal wordt uitgegaan van het inwonersaantal op 1 januari
                                van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd
                                is. Voor de vaststelling van het inwonersaantal wordt aangehouden de
                                door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het
                                lopende jaar openbaar gemaakte bevolkingscijfers.</al></li><li nr="3."><al>De deelnemende gemeenten nemen de in de begroting geraamde bijdragen
                                voor hun gemeente op in de gemeentebegroting.</al></li><li nr="4."><al>De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar
                                lichaam te allen tijden over voldoende middelen beschikt om aan al
                                zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.</al></li><li nr="5."><al>Indien aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat
                                een deelnemer weigert deze uitgaven op een begroting te zetten, doet
                                het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek
                                over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de
                                Gemeentewet.</al></li><li nr="6."><al>De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks
                                vóór 16 januari en vóór 16 juli de helft van de in het eerste lid
                                bedoelde bijdrage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Vaststelling begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde
                                staten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Begrotingswijziging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde in
                                de artikelen 32, tweede tot en met het vijfde lid, 33, eerste tot en
                                met het zesde lid, en 34, tweede lid, van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Van het bepaalde in lid 1 kan worden afgeweken ten aanzien van de
                                begrotingswijzigingen die de gemeentelijke bijdragen niet aantasten,
                                alsmede geen wijziging inhouden van het algemeen en financieel
                                beleid.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>De rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel/></kop><al>1 Het dagelijks bestuur biedt de rekening, na toevoeging van een verslag van
                        het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de
                        overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundige en van
                        hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met
                        alle bijbehorende bescheiden ter vaststelling aan het algemeen bestuur
                        aan.</al><al>2.Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening vóór 15 april van
                        het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan
                        de raden van de deelnemende gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Vaststelling jaarrekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende
                                op het jaar waarop deze betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar
                                volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan
                                gedeputeerde staten.</al></li><li nr="3."><al>De vaststelling strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens
                                later in rechte gebleken onregelmatigheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>In de rekening worden de door elk der deelnemende gemeenten over het
                                desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedragen opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de
                                deelnemende gemeenten verdeeld naar het inwonersaantal op 1 januari
                                van het jaar, waarop de rekening betrekking heeft of naar andere
                                verdeelsleutels.</al></li><li nr="3."><al>Voor de vaststelling van het inwonersaantal wordt aangehouden de
                                door het Centraal Bureau voor de Statistiek laatstelijk openbaar
                                gemaakte bevolkingscijfers.</al></li><li nr="4."><al>Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 33
                                betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats na de in het
                                artikel 37, eerste lid bedoelde vaststelling van de rekening.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>12 - </nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING,
                            OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Toetreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Toetreding tot deze regeling kan geschieden bij besluit van het
                                college van burgemeester en wethouders van die gemeente, doch
                                slechts wanneer de colleges van burgemeesters en wethouders van alle
                                deelnemende gemeenten hiertoe besluiten, zulks na verkregen
                                toestemming van de gemeenteraden;</al></li><li nr="2."><al>Aan een besluit bedoeld in lid 1, eerste zin, van dit artikel gaat
                                de volgende procedure vooraf:</al><lijst><li nr="a."><al>het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het algemeen
                                        bestuur, dat zo spoedig mogelijk dit verzoek behandelt in
                                        een vergadering;</al></li><li nr="b."><al>in deze vergadering stelt het algemeen bestuur een advies
                                        op, gericht aan de colleges van burgemeesters en wethouders
                                        en de raden der deelnemende gemeenten, betreffende de
                                        gevraagde toetreding;</al></li><li nr="c."><al>het verzoek om toetreding wordt, vergezeld van het onder b.
                                        bedoelde advies, doorgezonden aan de colleges van
                                        burgemeesters en wethouders en de raden der deelnemende
                                        gemeenten, die beslissen respectievelijk verzocht worden te
                                        beslissen over de in het eerste lid bedoelde
                                        toestemming;</al></li><li nr="d."><al>het dagelijks bestuur stelt de verzoekende gemeente in
                                        kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder c.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De toetreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
                                maand, volgende op die, waarin het gemeentebestuur dat daartoe bij
                                deze regeling is aangewezen de wijziging van de regeling aan
                                gedeputeerde staten heeft toegezonden, tenzij het besluit een latere
                                datum van ingang heeft en overigens de toetreding op de
                                gebruikelijke wijze is bekend gemaakt.</al></li><li nr="4."><al>De toetredende gemeente is de in artikel 33 bedoelde bijdrage voor
                                het eerst verschuldigd met ingang van 1 januari van het jaar, waarin
                                het besluit tot toetreding is toegezonden aan Gedeputeerde staten,
                                tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een deelnemende gemeente kan uittreden door een besluit van het
                                college van burgemeester en wethouders van die gemeente, zulks na
                                verkregen toestemming van de raad van die gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van
                                het jaar, volgende op dat waarin het uittredingsbesluit is
                                genomen.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding.</al></li><li nr="4."><al>De uittredende gemeente dient een door het algemeen bestuur vast te
                                stellen uittredingssom te betalen.</al></li><li nr="5."><al>De uittreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
                                maand, volgende op die, waarin het gemeentebestuur dat daartoe bij
                                deze regeling is aangewezen de wijziging van de regeling aan
                                gedeputeerde staten heeft toegezonden, tenzij het besluit een latere
                                datum van ingang heeft en overigens de uittreding op de
                                gebruikelijke wijze is bekend gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Zowel het dagelijks bestuur van het samenwerkingsorgaan als het
                                college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente
                                kunnen bij het algemeen bestuur voorstellen indienen inzake
                                wijziging van de regeling.</al></li><li nr="2."><al>Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk
                                acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur
                                vastgestelde voorstel toekomen de colleges van burgemeester en
                                wethouders van de deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="3."><al>Een wijziging van deze regeling vindt slechts plaats wanneer de
                                colleges van burgemeesters en wethouders van alle deelnemende
                                gemeenten hiertoe besluiten, zulks na verkregen toestemming van de
                                gemeenteraden;</al></li><li nr="4."><al>De wijziging gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die
                                waarin de wijziging openbaar is bekendgemaakt op de wijze zoals
                                bedoeld in artikel 26 van de wet, tenzij het besluit tot wijziging
                                een latere datum van ingang heeft. Het gemeentebestuur dat daartoe
                                bij deze regeling is aangewezen zend de wijziging van de regeling
                                aan gedeputeerde staten toe.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Opheffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van burgemeester en
                                wethouders van alle deelnemende gemeenten daartoe besluiten, zulks
                                na verkregen toestemming van gemeenteraden.</al></li><li nr="2."><al>De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die
                                waarin de opheffing openbaar is bekendgemaakt, tenzij het besluit
                                tot opheffing een latere datum van ingang heeft.</al></li><li nr="3."><al>In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur
                                tot liquidatie en het stelt daarvoor regels vast. Hierbij kan van de
                                bepalingen in de regeling worden afgeweken. Alle rechten en plichten
                                van de regeling zijn in het liquidatieplan verdeeld over de
                                deelnemers.</al></li><li nr="4."><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden
                                van de deelnemende gemeenten gehoord zijn, vastgesteld.</al></li><li nr="5."><al>Het liquidatieplan voorziet in de financiële gevolgen van de
                                opheffing. Op de liquidatierekening is het bepaalde ten aanzien van
                                de jaarlijkse rekening zoveel mogelijk van toepassing. Het
                                liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die opheffing heeft voor
                                het personeel.</al></li><li nr="6."><al>De bestuursorganen van de regeling blijven zo nodig ook na het
                                tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is
                                beëindigd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>13 - </nr><titel>ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Bewaring en het beheer van de
                        archiefbescheiden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg op de bewaring en het
                                beheer van de archiefbescheiden van de regeling en zijn
                                bestuursorganen overeenkomstig een door het algemeen bestuur met
                                inachtneming van artikel 41, tweede lid van de Archiefwet 1995 vast
                                te stellen regeling.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de
                                archiefbescheiden, bedoeld in het vorige lid, overeenkomstig de door
                                het dagelijks bestuur vast te stellen nadere regels.</al></li><li nr="3."><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid van de
                                Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het
                                dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan en sluit een
                                overeenkomst waar onder andere de financiële consequenties worden
                                vastgelegd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>14 - </nr><titel>GESCHILLEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel/></kop><al>Geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van deze regeling
                        tussen besturen van de deelnemende gemeenten of tussen besturen van een of
                        meer gemeenten en het bestuur van het openbaar lichaam worden door
                        gedeputeerde staten beslist, zulks met inachtneming van artikel 28 van de
                        wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>15 - </nr><titel>EXTERN KLACHTRECHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel/></kop><al>De externe beoordeling van verzoekschriften als bedoeld in titel 9:2 van de
                        Algemene wet bestuursrecht is opgedragen aan de Ombudscommissie Hoeksche
                        Waard. De werkwijze zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling
                        Ombudscommissie Hoeksche Waard is op de behandeling van deze
                        verzoekschriften van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>16 - </nr><titel>OVERGANGS- EN
                        SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Termijn eerste aanwijzing leden
                        algemeen bestuur</titel></kop><al>De eerste aanwijzing van leden van het algemeen bestuur vindt plaats zes
                        weken nadat de regeling in werking is getreden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
                                maand volgende op die van opname in de registers als bedoeld in
                                artikel 27 lid 1, van de wet en de regeling op de gebruikelijke
                                wijze als bedoeld in artikel 26 van de wet is bekend gemaakt .</al></li><li nr="2."><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur zendt om de drie jaren na de inwerkingtreding
                                van deze regeling aan de gemeenteraden een evaluatieverslag over de
                                wijze waarop zij toepassing vindt. Hierbij geeft het algemeen
                                bestuur aan of en zo ja in hoeverre de regeling aanpassing
                                behoeft.</al></li><li nr="4."><al>De besluiten welke binnen het verband van de gemeenschappelijke
                                regeling Regio Zuid-Holland Zuid zijn genomen door de Commissie
                                Hoeksche Waard worden geacht ter uitvoering van deze regeling te
                                zijn genomen. Alle rechten en verplichtingen die rusten op de
                                Commissie Hoeksche Waard gaan over naar deze nieuwe regeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders van Binnenmaas zenden de regeling aan
                                gedeputeerde staten.</al></li><li nr="2."><al>De besturen van de deelnemende gemeenten dragen op de gebruikelijke
                                wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten dragen
                                binnen twee weken na de in het tweede lid bedoelde mededeling zorg
                                voor opname van de regeling in het register als bedoeld in artikel
                                27, lid 1, van de wet en delen dat het dagelijks bestuur mee.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is mede van
                                toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling,
                                de overdracht van bevoegdheden en besluiten tot toetreding en
                                uittreding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De regeling kan worden aangehaald als " Gemeenschappelijke regeling
                        Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard 2010, gewijzigd per 1 juli 2014”.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Memorie van toelichting op wijziging Gemeenschappelijke regeling
                            Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard 2010 per 1 juli 2014 </vet></al><al><vet>1.Algemeen</vet></al><al>Het is noodzakelijk / wenselijk gebleken om de huidige gemeenschappelijke
                        regeling SOHW op enkele onderdelen te wijzigen.. Het betreft wijzigingen
                        verband houdend met: </al><lijst><li nr="a."><al>een noodzakelijke vergroting van de kredietwaardigheid van de GR
                            </al></li><li nr="b."><al>een anticiperen op een wijziging van de Wet Gemeenschappelijke
                                Regelingen die tot doel heeft o.a. om de positie van de raden te
                                verbeteren daar waar het gaat om de afstemming tussen de
                                gemeentebegroting en begroting van de gemeenschappelijke
                                regeling.</al></li></lijst><al><vet>2. Wijziging in verband met vergroten kredietwaardigheid GR
                        SOHW</vet></al><al><cursief>Artikel 33 (voorheen artikel 32) en artikel 42 (voorheen artikel
                            41)</cursief> Overeenkomstig een circulaire van het ministerie
                        van Binnenlandse zaken zijn de onderstaande nieuwe bepalingen in de
                        gemeenschappelijke regeling verwerkt. </al><lijst><li nr="1."><al>De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar
                                lichaam te allen tijden over voldoende middelen beschikt om aan al
                                zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen (artikel 33 lid
                                4)</al></li><li nr="2."><al>Indien aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat
                                een deelnemer weigert deze uitgaven op een begroting te zetten, doet
                                het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek
                                over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de
                                Gemeentewet (artikel 33 lid 5)</al></li><li nr="3."><al>De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar
                                lichaam de rechten en verplichtingen van het lichaam over de
                                deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze (artikel
                                42 lid 3)</al></li></lijst><al><vet>3. Aanpassing conform wetsvoorstel wijziging gemeenschappelijke
                            regeling</vet></al><al>Een tweede wijziging houdt verband met een wetsvoorstel dat in schriftelijke
                        behandeling is genomen door de Tweede Kamer. </al><al>Als de wet wordt aangenomen, verandert de wet op twee punten:</al><lijst><li nr="1."><al>de GR krijgt de verplichting om vóór 15 april van het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene
                                financiële en beleidsmatige kaders (waaronder een indicatie van de
                                gemeentelijke bijdrage aan het openbaar lichaam of het
                                gemeenschappelijk orgaan, de beleidsvoornemens voor het volgende
                                begrotingsjaar en de prijscompensatie) en de voorlopige jaarrekening
                                aan de raden van de deelnemende gemeenten te versturen (nieuw art 34
                                lid 2 GR).</al></li><li nr="2."><al>de termijn die raden krijgen om de ontwerpbegroting te behandelen
                                alvorens deze door het algemeen bestuur wordt vastgesteld wordt
                                opgerekt naar 8 weken (was 6, wijziging art 34 lid 2 GR) dit door de
                                termijn voor de indiening van de begroting bij de provincie te
                                verlengen naar 1 augustus (was 15 juli, wijziging art 35 lid 1
                                GR).</al></li></lijst><al>De beoogde datum van inwerkingtreding is nog onbekend, maar de VNG heeft al
                        positief ingestemd met de voorgestelde wijzigingen, onder meer omdat deze de
                        deelnemende raden beter bij een GR betrekt.</al><al>De wetswijziging als hiervoor bedoeld onder punt 1 komt tegemoet aan de wens
                        van veel raden en hun griffiers om op een vroeger moment over de financiële
                        en beleidsmatige kaders te kunnen beschikken. Dit maakt het ook mogelijk dat
                        er een betere afstemming plaatsvindt met de voorbereiding van de jaarstukken
                        van de deelnemende gemeenten. </al><al>De wijziging genoemd onder 2 houdt verband met een tweede wens van veel
                        raden en griffiers nl. de verlenging van de termijn waarbinnen door de raad
                        een zienswijze kan worden ingediend op de begroting van het volgende jaar
                        (acht weken in plaats van zes weken). In de GR SOHW is overigens al
                        opgenomen dat het dagelijks bestuur de ontwerp begroting tenminste acht
                        weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden aan de raden van
                        de deelnemende gemeenten moet toesturen. Daarmee wordt de raden gelegenheid
                        geboden de ontwerp begroting te behandelen en hierop eventueel te reageren.
                        In de praktijk bleek dit nog krap voor een aantal gemeenten. Door de termijn
                        van indiening van de begroting bij de provincie te verlengen tot 1 augustus
                        kan er wel meer ruimte worden geboden voor de behandeling van de ontwerp
                        begroting bij de gemeenten door de datum van vaststelling van de begroting
                        door het algemeen bestuur door te schuiven naar een later tijdstip. </al><al>Voor zolang de wijziging van de wet gemeenschappelijke regeling niet in
                        werking is getreden geldt formeel nog 15 juli als uiterste datum van
                        indiening van de begroting bij gedeputeerde staten. Om praktische redenen is
                        in de wijziging van de GR SOHW al de nieuwe datum van 1 augustus opgenomen
                        waarbij in de praktijk zo lang dat nodig is, 15 juli wordt aangehouden.</al><al><vet>3.1. Nieuwe tekst gemeenschappelijke regeling</vet></al><al><cursief>Artikel 31 en artikel 34</cursief></al><al>De artikelen 31 en 34 (voorheen art. 33) komen na wijziging te luiden als
                        volgt:</al><al><cursief>Artikel 31. Kaders begroting</cursief></al><lijst><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur maakt in het voorjaar van het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene
                                financiële en beleidsmatige kaders (waaronder een indicatie van de
                                gemeentelijke bijdrage aan het SOHW, de beleidsvoornemens voor het
                                volgende begrotingsjaar en de prijscompensatie).</al></li><li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur zendt de algemene financiële en beleidsmatige
                                kaders voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de
                                begroting dient, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten”</al></li></lijst><al><cursief>“ Artikel 34 </cursief><cursief>Vaststelling
                        begroting</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval <vet>vóór 1 augustus</vet> van het
                                jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan
                                gedeputeerde staten.</al></li></lijst><al><cursief>“Artikel 36 (paragraaf “de rekening”)</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur biedt de rekening, na toevoeging van een
                                verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening,
                                ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet
                                aangewezen deskundige en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner
                                verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden ter
                                vaststelling aan het algemeen bestuur aan.</al></li><li nr="2."><al><vet>(Nieuw)</vet> Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige
                                jaarrekening vóór 15 april van het jaar volgende op het jaar waarop
                                de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende
                                gemeenten”</al></li></lijst><al><cursief>Artikel 37 lid 2</cursief> Het tweede lid van artikel 37 wordt
                        gewijzigd als volgt: “15 juli “ wordt “1 augustus”</al><al><vet> 4. Redactionele aanpassingen</vet>Als gevolg van het invoegen
                        van een nieuw artikel 31 en de hiervoor omschreven toevoegingen in de
                        artikelen is een aantal aanpassingen doorgevoerd van redactionele aard.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>