<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR332498_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afvalstoffenverordening van de gemeente Rijnwaarden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijnwaarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-06-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 26-06-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvalstoffenverordening van de gemeente Rijnwaarden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 10.23 lid 1 Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014.2984</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      Afvalstoffenverordening van de gemeente Rijnwaarden
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rijnwaarden</al><al>gelezen het voorstel van het college;</al><al>gelet op artikel 10.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer;</al><al>besluit vast te stellen de volgende Afvalstoffenverordening van de gemeente
                        Rijnwaarden</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Wet milieubeheer; </al></li><li nr="b."><al>inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van
                                    afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden
                                    aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan; </al></li><li nr="c."><al>ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van
                                    afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief
                                    het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de
                                    inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of
                                    -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats; </al></li><li nr="d."><al>inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd
                                    hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak,
                                    minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van
                                    één huishouden; </al></li><li nr="e."><al>inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen
                                    bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een
                                    verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van
                                    meerdere huishoudens; </al></li><li nr="f."><al>inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen
                                    inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke
                                    afvalstoffen; </al></li><li nr="g."><al>andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid,
                                    aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk
                                    inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen; </al></li><li nr="h."><al>gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk
                                    gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge
                                    artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                    verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                    geldt; </al></li><li nr="i."><al>straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte
                                    omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken,
                                    kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal,
                                    etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten
                                    een perceel; </al></li><li nr="j."><al>wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b
                                    van de Wegenverkeerswet 1994 ; </al></li><li nr="k."><al>motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1,
                                    eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het
                                inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen
                                die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de
                                bescherming van het milieu. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende
                                categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: </al><lijst><li nr="a."><al>huishoudelijk restafval</al></li><li nr="b."><al>groente-, fruit- en tuinafval</al></li><li nr="c."><al>grof huishoudelijk afval (herbruikbaar)</al></li><li nr="d."><al>grof huishoudelijk afval (niet herbruikbaar)</al></li><li nr="e."><al>kunststof verpakkingen</al></li><li nr="f."><al>oud papier en karton</al></li><li nr="g."><al>verpakkingsglas</al></li><li nr="h."><al>textiel </al></li><li nr="i."><al>klein chemisch afval </al></li><li nr="j."><al>tuinafval</al></li><li nr="k."><al>grond</al></li><li nr="l."><al>bouw en sloopafval</al></li><li nr="m."><al>c-hout</al></li><li nr="n."><al>puin (schoon)</al></li><li nr="o."><al>asbest</al></li><li nr="p."><al>elektrische en elektronische apparatuur</al></li><li nr="q."><al>kleine afgedankte elektr(on)ische apparaten (AEEA)</al></li><li nr="r."><al>oude metalen en blik</al></li><li nr="s."><al>frituurvet-olie</al></li><li nr="t."><al>piepschuim</al></li><li nr="u."><al>LDPE folie</al></li><li nr="v."><al>harde kunststoffen</al></li><li nr="w."><al>banden</al></li><li nr="x."><al>Accu’s</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inzameling kan plaatsvinden via:</al><lijst><li nr="a."><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel; </al></li><li nr="b."><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                        percelen; </al></li><li nr="c."><al>een inzamelvoorziening op wijkniveau; </al></li><li nr="d."><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege
                                verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de
                                inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen
                                ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Frequentie van inzamelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Huishoudelijk restafval wordt tenminste een maal per twee weken
                                afzonderlijk bij elk perceel ingezameld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste een maal per twee
                                weken afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Grof huishoudelijk afval wordt een maal per maand op afroep
                                ingezameld;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Kunststof verpakkingen worden tenminste een maal per 4 weken
                                afzonderlijk bij elk perceel ingezameld;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Oud papier wordt ingezameld iedere eerste zaterdag van de maand
                                (Tolkamer), iedere tweede zaterdag van de maand (Pannerden), iedere
                                derde zaterdag van de maand (Spijk, Lobith), iedere laatste zaterdag
                                van de maand (Herwen, Aerdt);</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Grof snoeihout wordt op afroep in het voorjaar en in het najaar
                                ingezameld;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>KCA wordt op afroep elke eerste vrijdag van de maand
                                ingezameld;</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de
                                overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere inzamelaars
                                die door de gemeente zijn aangewezen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het kader
                                van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van
                                bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen
                                voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen;</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen aan anderen</titel></kop><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden
                            aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of
                            instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                            algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een
                            inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke
                            afvalstoffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om
                                huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan personen, die geen woon- of verblijfplaats in de gemeente
                                Rijnwaarden hebben, verboden huishoudelijke afvalstoffen ter
                                inzameling aan te bieden of achter te laten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om de categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    zoals bepaald inartikel 3, eerste lid, anders dan afzonderlijk
                                    ter inzameling aan te bieden.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan
                                    anderen dan de krachtens artikel 2 aangewezen inzameldienst en
                                    andere inzamelaars. </al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de bij
                                    nadere regels aan te wijzen categorieën van personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het
                                    aanbieden van categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan
                                    personen of instanties die in het kader van
                                    producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van
                                    bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben
                                    gekregen voor die categorieën huishoudelijke afvalstoffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4,
                                tweede lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen,
                                verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via
                                het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening
                                of het betreffende brengdepot.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via
                                een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de
                                categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening
                                krachtens artikel 4, tweede lid is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van
                                gemeentewege verstekt inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop
                                huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen
                                die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter
                                inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en
                                tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is
                                bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college
                            regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling
                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere
                            inzamelaars.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</titel></kop><al>Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de
                            inzameldienst worden ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                inzameldienst</titel></kop><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst
                            als deze bedrijfsafvalstoffen niet door het college zijn
                            aangewezen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                                ander dan de inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden van
                                bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in
                                strijd met deze regels.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Zwerfafval</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats
                                en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een
                                afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te
                                storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een
                                wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding
                                van het milieu. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden
                                        van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;
                                    </al></li><li nr="b."><al>het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval;
                                    </al></li><li nr="c."><al>voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of
                                        worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden,
                                        lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten
                                        van andere werkzaamheden op of aan de weg. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet
                                bodembescherming of het Besluit bodemkwaliteit voorziet in de
                                beoogde bescherming van het milieu. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten
                                zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins
                                geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke
                                voorwerpen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling
                                gereed staan te doorzoeken en te verspreiden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                                inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te
                                werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval
                                ontstaat. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                drinkwaren</titel></kop><al>De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden
                            verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                    inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben,
                                    waarin het publiek afval kan achterlaten; </al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp
                                    van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk
                                    geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds
                                    tijdig wordt geledigd; </al></li><li nr="c."><al>zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van
                                    de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging
                                    van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van
                                    dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven
                                    afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig,
                                    wordt opgeruimd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</titel></kop><al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander
                            promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de
                            verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien
                            deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere
                            voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden
                            weggeworpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te
                                laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te
                                verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan
                                worden beïnvloed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu
                                nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden
                                verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen
                                of te laten reinigen: </al><lijst><li nr="a."><al>direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                                        verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of
                                        beschadiging van het wegdek oplevert; </al></li><li nr="b."><al>direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                                        verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                        verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; </al></li><li nr="c."><al>indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag
                                        direct na beëindiging van de werkzaamheden. </al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Overige onderwerpen die de verordening aangaan</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verbod opslag van afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in
                                de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter
                                inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die
                                in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene
                                maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht
                                hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een
                            autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte
                            aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer
                            Autowrakken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit
                            in de zin van artikel 1a, onder 3, Wet op de economische delicten:</al><al>Strafbepaling</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="21*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="79*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet> Artikel</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwerp</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6</al></entry><entry colname="col2"><al>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                                aanwijzing</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7</al></entry><entry colname="col2"><al>Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                                huishoudelijke afvalstoffen aan anderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 8</al></entry><entry colname="col2"><al>Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                                huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de
                                                gebruikers van percelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9</al></entry><entry colname="col2"><al>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 10</al></entry><entry colname="col2"><al>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                                afvalstoffen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 11</al></entry><entry colname="col2"><al>Dagen en tijden voor het ter inzameling
                                                aanbieden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 14</al></entry><entry colname="col2"><al>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen
                                                aan de inzameldienst</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 15</al></entry><entry colname="col2"><al>Het ter inzameling aanbieden van
                                                bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                                                inzameldienst</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 16</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 17</al></entry><entry colname="col2"><al>Achterlaten van straatafval</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 18</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed
                                                staande afvalstoffen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 19</al></entry><entry colname="col2"><al>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van
                                                eet- en drinkwaren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 20</al></entry><entry colname="col2"><al>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                                promotiemateriaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 21</al></entry><entry colname="col2"><al>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                                werkzaamheden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 22</al></entry><entry colname="col2"><al>Verbod opslag van afvalstoffen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 23</al></entry><entry colname="col2"><al>Afgifte autowrakken afkomstig uit een
                                                huishouden</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid, van de wet
                            aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijnwaarden
                            (Afvalstoffenverordening), zoals vastgesteld op 28 september 2010,
                            laatstelijk gewijzigd op 22 maart 2011, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel
                                26, tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen
                                of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de inwerkingtreding van
                                deze verordening van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing
                                bedoeld in artikel 2 van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel
                                26, tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen
                                of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de inwerkingtreding van
                                deze verordening van kracht en worden beschouwd als een ontheffing
                                als bedoeld in deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening
                                bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijven - indien en voor zover de
                                bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de
                                inwerkingtreding van deze verordening van kracht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning op grond van de verordening bedoeld
                                in artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
                                beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot
                                aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening bedoeld
                                in artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
                                beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot
                                ontheffing, als bedoeld in deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 26, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en
                                voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn
                                gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeerbepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Afvalstoffenverordening 2014
                            gemeente Rijnwaarden”.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van</al></slotformulering><ondertekening>
          De griffier, De voorzitter,
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de Afvalstoffenverordening</label></kop><al/><al/><al>Deze toelichting is een handleiding voor het gebruik van het model. Het gaat dus
                    niet om een toelichting die tegelijk met het besluit vastgesteld en gepubliceerd
                    wordt. Mogelijk bevat hoofdstuk 4 elementen die als zodanig kunnen dienen.</al><al/><al>HOOFDSTUK 1. DE AFVALSTOFFENVERORDENING</al><al>§ 1.1 INLEIDING</al><al>De VNG is al enige tijd actief bezig met vereenvoudiging en vermindering van
                    regelgeving. In mei 2007 is het project "Deregulering modelverordeningen"
                    gestart. In dit kader zijn alle VNG modelverordeningen beoordeeld op nut en
                    noodzaak, administratieve lasten en gebruiksvriendelijkheid. Tevens is bezien of
                    er strijdigheid bestaat met de Europese Dienstenrichtlijn [1] die op 28 december
                    2006 in werking is getreden met als doel de nog bestaande belemmeringen van het
                    vrije verkeer van diensten op te heffen.</al><al>Bij de beoordeling van de afvalstoffenverordening is gebleken dat het
                    vergunningstelsel onnodig administratieve en bestuurlijke lasten veroorzaakt en
                    dat herziening van het model daarom wenselijk is.</al><al/><al>§ 1.2 GESCHIEDENIS: DE AFVALSTOFFENVERORDENING UIT DE MODEL-APV</al><al>In 2003 is in overleg met de sector BJZ, de coördinator van de model-APV, van de
                    VNG besloten om de afdeling 4.2 (de afvalstoffenverordening) uit de model-APV te
                    halen. Hiervoor zijn de volgende redenen aangevoerd.</al><al>1. Medebewind of autonomie</al><al>De model-APV is in het algemeen gebaseerd op de bevoegdheid van de gemeente om
                    onderwerpen die de gemeentelijke huishouding aangaan aanvullend te reguleren op
                    grond van artikel 149 Gemeentewet. Het opstellen van een afvalstoffenverordening
                    vloeit echter voort uit de wettelijke plicht voor gemeenten gebaseerd op artikel
                    10.23 Wm. In afdeling 4.2 waren naast zogenaamde medebewindbepalingen ook een
                    aantal autonome bepalingen opgenomen. Door de verbreding van de grondslag van de
                    afvalstoffenverordening in het huidige artikel 10.23 Wm is de behoefte om
                    autonome bepalingen op te nemen in de afvalstoffenverordening nagenoeg beperkt.
                    Op de verbreding van de grondslag van de afvalstoffenverordening wordt nog
                    teruggekomen.</al><al>2. Beheer van de afvalstoffenverordening</al><al>De model-APV wordt in het algemeen beheerd door de afdeling algemene of
                    juridische zaken bij gemeenten. De afvalstoffenverordening echter wordt
                    doorgaans beheerd door de afdeling milieu of openbare werken. Bovendien werken
                    veel gemeenten al met een aparte afvalstoffenverordening.</al><al>3. De omvang van afdeling 4.2. model-APV</al><al>De afvalstoffenverordening past - ook qua omvang - niet meer in de opzet van de
                    model-APV. De meeste onderwerpen zijn - in het kader van de aanvullende
                    bevoegdheid op grond van artikel 149 Gemeentewet - kort en bondig van aard. Een
                    onderwerp wordt doorgaans gereguleerd in één of soms enkele bepalingen. Afdeling
                    4.2 model-APV bestond uit 19 bepalingen.</al><al>Benadrukt moet worden dat het de gemeente vrij staat om de
                    afvalstoffenverordening onderdeel van de model-APV te laten uitmaken. Het
                    vaststellen van een aparte afvalstoffenverordening is niet wettelijk verplicht.
                    In dit geval dient wel rekening te worden gehouden met de aanhef (grondslag van
                    de afvalstoffenverordening, artikel 10.23 Wm) en de strafbaarstelling. Ook is
                    het om praktische redenen aan te bevelen om de zogenaamde hotelnummering aan te
                    houden (4.2. en volgende).</al><al/><al>HOOFDSTUK 2. DE WET MILIEUBEHEER</al><al>§ 2.1 INLEIDING</al><al>De verordening berust op medebewind: de afvalstoffenverordening moet op grond
                    van artikel 10.23, eerste lid, Wet milieubeheer verplicht door de raad worden
                    vastgesteld. De Wet milieubeheer bepaalt tevens de inhoud van de
                    verordening.</al><al>§ 2.2 TITEL 10.4 WET MILIEUBEHEER EN DE PARLEMENTAIRE GESCHIEDENIS</al><al>Parlementaire geschiedenis algemeen</al><al>De Memorie van Toelichting zegt over de artikelen 10.21-10.29 Wm het
                    volgende:</al><al>"In de artikelen 10.21 en 10.22 is de zorgplicht van de gemeenten neergelegd. In
                    de artikelen 10.23-10.26 is de verplichting voor de gemeenteraad om een
                    afvalstoffenverordening vast te stellen neergelegd, waarbij in artikel 10.24 de
                    verplichte elementen van een dergelijke verordening zijn neergelegd en in
                    artikel 10.25 de facultatieve elementen. In artikelen 10.28 en 10.29 is de
                    bevoegdheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen
                    ten aanzien van het brengen van bepaalde bestanddelen van huishoudelijke
                    afvalstoffen naar een bepaalde plaats alsmede omtrent de inzameling van
                    huishoudelijke afvalstoffen. Deze bevoegdheid was in de huidige wet op
                    provinciaal niveau gelegen."</al><al/><al>Artikel 10.21 Wet milieubeheer</al><lijst><li nr="1."><al>1. Elke gemeente draagt er, al dan niet in samenwerking met andere
                            gemeenten, zorg voor dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke
                            afvalstoffen met uitzondering van grove huishoudelijke afvalstoffen
                            worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar
                            zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. </al></li><li nr="2."><al>2. Groente-, fruit- en tuinafval wordt daarbij in ieder geval
                            afzonderlijk ingezameld. </al></li><li nr="3."><al>3. De gemeenteraad kan besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van
                            andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. </al><al/></li></lijst><al>Artikel 10.22 Wet milieubeheer</al><lijst><li nr="1."><al>1. Elke gemeente draagt er zorg voor: </al></li><li nr="2."><al>a. dat grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk
                            binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen
                            ontstaan, en </al></li><li nr="3."><al>b. dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats
                            binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in
                            voldoende mate gelegenheid wordt geboden om grove huishoudelijke
                            afvalstoffen achter te laten. </al></li><li nr="4."><al>2. In het belang van een doelmatig beheer van grove huishoudelijke
                            afvalstoffen kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat
                            het eerste lid geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft met
                            betrekking tot bij de maatregel aangewezen categorieën van grove
                            huishoudelijke afvalstoffen, al dan niet voor zover deze vrijkomen in
                            een hoeveelheid of een omvang die, of een gewicht dat groter is dan bij
                            de maatregel is aangegeven. </al><al/></li></lijst><al> Parlementaire geschiedenis 10.22 Wet milieubeheer</al><al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende.</al><al>"De gemeente draagt er zorg voor dat de huishoudelijke afvalstoffen worden
                    ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige
                    afvalstoffen ontstaan. Deze zorgplicht geldt ook voor grove huishoudelijke
                    afvalstoffen. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn die afvalstoffen die te
                    groot en te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke
                    afvalstoffen aan de inzameldienst te worden aangeboden. In de praktijk worden
                    soms zeer grote partijen bouw- en sloopafval aan een gemeente ter inzameling
                    aangeboden. Indien dit afval is vrijgekomen bij door de particulier zelf
                    uitgevoerde werkzaamheden, behoort dit afval naar de letter van de wet tot het
                    grove huishoudelijke afval. In beginsel worden immers alle afvalstoffen die
                    afkomstig zijn uit particuliere huishoudens aangemerkt als huishoudelijke
                    afvalstoffen. Hieruit zou volgen dat de gemeenten verplicht zijn tot de
                    inzameling ervan. Dit kan de effectiviteit en de efficiency van de inzameling
                    van grof huishoudelijk afval in gevaar brengen.</al><al>Uitgangspunt voor de inzameling van bouw- en sloopafval uit huishoudens is de
                    laagdrempeligheid van de voorziening. De burger dient de zekerheid te hebben dat
                    dit afval van gemeentewege wordt ingezameld. Dit geldt echter alleen voor dat
                    deel van het bouw- en sloopafval dat niet afkomstig is van als bedrijfsmatig te
                    kwalificeren activiteiten. Op grote hoeveelheden zoals die ontstaan bij als
                    bedrijfsmatig te kwalificeren activiteiten, is de gemeentelijke inzameling niet
                    berekend. Bovendien heeft de particulier een redelijk alternatief, hij kan
                    bijvoorbeeld een container huren. Dit betekent dat er grenzen moeten kunnen
                    worden gesteld aan de omvang en de hoeveelheid van het aangeleverde afval.
                    Daarom is het tweede lid opgenomen. Op grond van deze bepaling kan de zorgplicht
                    voor het inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen buiten toepassing
                    worden verklaard. Er is gekozen voor een afwijking bij AMvB en niet bij
                    gemeentelijke afvalstoffenverordening, om geen al te grote verschillen tussen
                    gemeenten te laten ontstaan en om te waarborgen dat de afwijkingsbevoegdheid
                    niet te ruim wordt toegepast. Vergelijkbare problemen doen zich voor bij andere
                    afvalstoffen, zoals grote hoeveelheden grond uit de tuin of paardenmest. Voorts
                    kan worden gedacht aan oude olietanks of aan autowrakken. Het tweede lid biedt
                    daarom ruimte om ook met andere situaties rekening te houden. Als daar reden
                    voor is, kan ook de plicht om een plaats beschikbaar te stellen waar deze
                    afvalstoffen kunnen worden achtergelaten, buiten werking worden gesteld. Voorts
                    is het stellen van een hoeveelheids-, gewichts- of omvangsgrens facultatief
                    gesteld."</al><al/><al>Artikel 10.23 Wet milieubeheer</al><lijst><li nr="1."><al>1. De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu
                            een afvalstoffenverordening vast. </al></li><li nr="2."><al>2. Onverminderd artikel 10.14 wordt bij het vaststellen of wijzigen van
                            de verordening rekening gehouden met: </al></li><li nr="3."><al>a. het gemeentelijke milieubeleidsplan; </al></li><li nr="4."><al>b. het gemeentelijke milieuprogramma, indien in de gemeente geen
                            milieubeleidsplan geldt. </al></li><li nr="5."><al>3. De afvalstoffenverordening bevat geen regels als bedoeld in artikel
                            10.48. </al><al/></li></lijst><al> Parlementaire geschiedenis 10.23 Wet milieubeheer</al><al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende.</al><al>"De gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening vast te stellen. De
                    regels worden vastgesteld</al><al>De gemeentelijke regelstelling moet vanzelfsprekend blijven binnen haar
                    wettelijke grenzen. Zo kunnen gemeenten niet op eigen initiatief een brengplicht
                    invoeren voor bestanddelen van het huishoudelijk afval. Dat zou hen in strijd
                    brengen met artikel 10.28, waarin deze bevoegdheid in toebedeeld aan het Rijk.
                    Ook de in de artikelen 10.17 en 15.32 neergelegde rijksbevoegdheid om personen
                    een verplichting op te leggen om producten al dan niet in combinatie met een
                    statiegeldregeling in te nemen, moet worden gezien als uitputtend. De gemeenten
                    kunnen een dergelijke inname dus niet verplicht voorschrijven. Eventueel kunnen
                    zij in het lokale milieubelang regels stellen omtrent de wijze waarop de inname
                    geschiedt. Daarbij mag de inname niet onnodig belemmerd worden. Het invoeren van
                    een gemeentelijke vergunningplicht voor de wettelijk verplichte inname van een
                    product in de afvalfase zal met dat uitgangspunt bijvoorbeeld al snel in strijd
                    komen.</al><al>Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke
                    afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieu regels
                    worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel
                    inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 voorbehouden aan de minister.
                    Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter
                    bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op
                    de markt. Artikel 10.23 impliceert niet dat de gemeenten in het geheel geen
                    autonome regels meer mogen stellen met betrekking tot afvalstoffen. Wel zal
                    daarvoor een bijzondere motivering vereist zijn. Naar verwachting zal de ruime
                    grondslag van het artikel de behoefte aan autonome regels overigens zeer gering
                    doen zijn.</al><al>Tenslotte kan er op gewezen worden dat, indien boven beschreven beperkingen van
                    de verordenende bevoegdheid van de gemeente in uitzonderingssituaties tot
                    problemen aanleiding zouden geven, de minister op grond van artikel 10.63, derde
                    lid, ontheffing van deze verboden zal kunnen verlenen.</al><al>Als er een gemeentelijk milieubeleidsplan is, moeten de gemeenten daarmee bij
                    het vaststellen van de verordening rekening houden. De gemeenten zijn niet
                    verplicht tot het vaststellen van een milieubeleidsplan. Het gemeentelijke
                    milieuprogramma is wel verplicht. In gemeenten waarin een milieubeleidsplan
                    ontbreekt, vervult het milieuprogramma een rol, die juist op afvalgebied van
                    veel betekenis kan zijn gezien de gemeentelijke verantwoordelijkheid op dat
                    gebied. Onderdeel b. is met het oog daarop opgenomen: bij gebreke van een
                    milieubeleidsplan moet met het milieuprogramma rekening worden gehouden.
                    Vanzelfsprekend moeten tevens met het afvalbeheersplan rekening worden gehouden.
                    Dit vloeit al uit artikel 10.14 voort."</al><al/><al>Artikel 10.24 Wet milieubeheer</al><lijst><li nr="1."><al>1. De afvalstoffenverordening bevat ten minste regels omtrent: </al></li><li nr="2."><al>a. het overdragen of het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen aan een bij of krachtens de verordening aangewezen
                            inzameldienst; </al></li><li nr="3."><al>b. het overdragen van zodanige afvalstoffen aan een ander; </al></li><li nr="4."><al>c. het achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter
                            beschikking gestelde plaats. </al></li><li nr="5."><al>2. Bij de afvalstoffenverordening kunnen voorts regels worden gesteld
                            omtrent het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. </al><al/></li></lijst><al>Parlementaire geschiedenis 10.24 Wet milieubeheer</al><al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende.</al><al>"Het gaat het om regels voor de "ontdoenerskant". De aanwijzing van de
                    inzameldienst kan ook geschieden bij besluit van burgemeester en wethouder
                    krachtens de verordening.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen regels worden gesteld voor het inzamelen van
                    huishoudelijke afvalstoffen. Hierbij gaat het vooral om de inzameling van
                    bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst,
                    bijvoorbeeld de inzameling van oude kleding door charitatieve instellingen. Deze
                    regels kunnen een vergunningstelsel voor de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen door anderen inhouden, behoudens voorzover daarin is voorzien in
                    een AMvB op grond van artikel 10.17."</al><al/><al>Artikel 10.25 Wet milieubeheer</al><al>Bij de afvalstoffenverordening kunnen in ieder geval regels worden gesteld:</al><lijst><li nr="1."><al>a. ten einde te voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het milieu
                            terecht komen dan wel teneinde te bereiken dat zulks zo min mogelijk
                            gebeurt; </al></li><li nr="2."><al>b. omtrent het opruimen van afvalstoffen die als zwerfafval in het
                            milieu terecht zijn gekomen; </al></li><li nr="3."><al>c. omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben
                            van afvalstoffen. </al><al/></li></lijst><al>Parlementaire geschiedenis 10.25 Wet milieubeheer</al><al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende.</al><al>"De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft het
                    voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse
                    wijzen worden gesteld. Zo kunnen er regels worden gesteld omtrent het direct
                    veroorzaken van dit soort verontreiniging. Veelal zal het daarbij gaan om een
                    verbod, bijvoorbeeld om afval op straat of in het water te werpen. De regels
                    kunnen ook de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld een afvalbak
                    bij een snackbar) of het gebruik daarvan voorschrijven. Ook een verbod om ter
                    inzameling gereed gezet afval te doorzoeken ("morgensterrenverbod") kan op
                    onderdeel a worden gebaseerd. Onderdeel b betreft het opruimen van
                    zwerfafval.</al><al>Het wetsvoorstel voorziet niet in een definitie van het begrip zwerfafval. Ook
                    in artikel 10.4 van de huidige wet (nu vorige wet) komt het begrip zonder
                    definitie voor. Dit heeft te maken met het feit dat het begrip in de praktijk
                    weinig problemen oplevert, terwijl een juridisch sluitende definitie moeilijk te
                    geven is. In de NEN-norm 6410 is een poging tot een meer concrete omschrijving
                    gedaan. Zwerfafval/wordt in deze norm omschreven als "Afval dat wordt
                    aangetroffen op straten, pleinen, in parken, plantsoenen, bossen, langs bermen
                    en oevers, in grachten en sloten en recreatiegebieden. Het gaat om een grote
                    verzameling van stoffen of voorwerpen in het afvalstadium". Deze definitie geeft
                    goed aan waar het bij zwerfvuil om gaat, maar is juridisch niet dekkend. Het
                    afval kan immers ook op andere genoemde plaatsen worden aangetroffen. Omgekeerd
                    is niet alle afval dat aldaar wordt aangetroffen zwerfvuil. Hierbij kan
                    bijvoorbeeld gedacht worden aan bagger die op de oever van een watergang wordt
                    gelegd."</al><al/><al>Artikel 10.26 Wet milieubeheer</al><lijst><li nr="1."><al>1. De gemeenteraad kan, in afwijking van artikel 10.21, in het belang
                            van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de
                            afvalstoffenverordening bepalen dat: </al></li><li nr="2."><al>a. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel;
                        </al></li><li nr="3."><al>b. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld met een bij de
                            verordening aangegeven regelmaat; </al></li><li nr="4."><al>c. in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen
                            huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al>2. Bij de voorbereiding van een zodanig besluit betrekt de gemeenteraad
                            de ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en
                            rechtspersonen, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de
                            Gemeentewet vastgestelde verordening. </al></li><li nr="2."><al>3. Burgemeester en wethouders stellen de inspecteur op de hoogte van het
                            voornemen een zodanig besluit te nemen. </al></li><li nr="3."><al>4. Onze Minister stelt regels inhoudende de voorwaarden waaronder
                            ingevolge het eerste lid kan worden bepaald dat huishoudelijke
                            afvalstoffen nabij elk perceel worden ingezameld. Hiertoe behoren in
                            ieder geval regels omtrent de loopafstand van het perceel naar het
                            inzamelpunt en de beschikbaarheid van het inzamelpunt. </al><al/></li></lijst><al>Artikel 10.27 Wet milieubeheer</al><al>In gevallen als bedoeld in artikel 10.26, eerste lid, onder b en c, Wm draagt de
                    gemeente er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde
                    plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in
                    voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter
                    te laten.</al><al/><al>Artikel 10.28 Wet milieubeheer</al><lijst><li nr="1."><al>1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
                            betrekking tot het opnemen in de verordening van een verplichting
                            bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen te brengen naar een daartoe
                            beschikbaar gestelde plaats. </al></li><li nr="2."><al>2. Bij de maatregel kan worden aangegeven op welke wijze de gemeenten er
                            zorg voor dragen dat plaatsen als bedoeld in het eerste lid, binnen de
                            gemeente in voldoende mate beschikbaar zijn. </al></li><li nr="3."><al>3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat de artikelen 10.21, eerste
                            lid, en 10.24, eerste lid, onder a, niet van toepassing zijn met
                            betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke
                            afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het eerste lid. </al><al/></li></lijst><al>Parlementaire geschiedenis 10.28 Wet milieubeheer</al><lijst><li nr="1."><al>De Memorie van Toelichting zegt over dit artikel het volgende.</al></li></lijst><al>"Aangegeven is al dat de gemeenten eigener beweging geen brengplicht kunnen
                    opleggen voor bestanddelen van het huishoudelijk afval."</al><al/><al>§ 2.3 ONTWIKKELINGEN</al><al>§ 2.3.1 Intrekking regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen
                    nabij elk perceel</al><al>In afwijking van artikel 10.21 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) kan de raad
                    op grond van artikel 10.26 eerste lid, onder b, Wm bij verordening besluiten dat
                    - in plaats van bij elk perceel - nabij elk perceel wordt ingezameld. Gemeenten
                    moeten daarbij wel voldoen aan randvoorwaarden die zijn opgenomen in de
                    "Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel".
                    Deze regeling is in november 1998 in werking getreden (zie ook artikel 10.26,
                    vierde lid, Wm). Indien de raad besluit tot de inzameling nabij elk perceel, is
                    hij verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel 10.26, tweede
                    lid, Wm). Daarnaast is het college verplicht om de inspecteur op de hoogte te
                    stellen van het voornemen tot dit besluit (zie artikel 10.26, derde lid, Wm). In
                    het kader van het project Herijking VROM-regelgeving, waarmee het ministerie van
                    VROM in 2003 van start is gegaan, is gezocht naar wettelijke regels die vanwege
                    overbodige bureaucratie of problemen met de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en
                    fraudegevoeligheid zouden moeten worden aangepast of afgeschaft.</al><al>Een van de herijkingsvoorstellen is dat de Regeling voorwaarden inzamelen
                    huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel zal worden ingetrokken. Uit het
                    oogpunt van decentralisatie is het dan niet noodzakelijk om te bepalen binnen
                    welke maximale afstand van de perceelgrens de gemeente moet zorgdragen voor de
                    inzameling van huishoudelijk afval, indien het inzameling nabij elk perceel
                    betreft. De gemeente heeft hierin haar eigen beleidsvrijheid. Deze wetswijziging
                    is op 25 november 2008 gepubliceerd in het Staatsblad, waardoor deze op 26
                    november 2008 in werking is getreden.</al><al>§ 2.3.2 Verruiming vrijstellingsmogelijkheden groente-, fruit- en tuinafval
                    (GFT)</al><al>Op grond van artikel 10.21 van de Wm zijn gemeenten verplicht deze afvalstroom
                    gescheiden van het overige huishoudelijke afval in te zamelen. In artikel 10.26
                    Wm is een aantal afwijkingsmogelijkheden opgenomen waarmee gemeenten binnen de
                    gestelde kaders kunnen afwijken van die verplichting.</al><al>Het gaat om de volgende vrijstellingsmogelijkheden die zijn opgenomen in artikel
                    10.26, eerste lid Wm:</al><lijst><li nr="1."><al>- onderdeel a bepaalt dat huishoudelijk afval kan worden ingezameld
                            nabij elk perceel, </al></li><li nr="2."><al>- onderdeel b bepaalt dat huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden
                            ingezameld met een bij de verordening aangegeven regelmaat, en </al></li><li nr="3."><al>- onderdeel c bepaalt dat in een gedeelte van het grondgebied geen
                            huishoudelijke afvalstoffen hoeven te worden ingezameld. </al></li></lijst><al>Omdat onder het begrip "huishoudelijk afval" ook het GFT-afval valt, kan de
                    gemeente deze drie vrijstellingsmogelijkheden ook gebruiken voor GFT-afval.</al><al>Bij schrijven van 9 september 2004 [2] aan de toenmalige staatssecretaris van
                    VROM heeft het toenmalige Afval Overleg Orgaan (verder: AOO) geadviseerd de
                    beleidsvrijheid voor gemeenten ten aanzien van de inrichting van het
                    GFT-afvalbeheer te vergroten. Belangrijke overweging hierbij is dat de huidige
                    wettelijke verplichting (met beperkte vrijstellingsmogelijkheden) voor een
                    aantal gemeenten een te strak keurslijf is waardoor geen optimalisatie van de
                    gemeentelijke inzameling mogelijk is. Naast de huidige
                    vrijstellingsmogelijkheden zouden gemeenten ook de mogelijkheid willen hebben
                    om:</al><lijst><li nr="1."><al>- de frequentie van de inzameling van GFT-afval te bepalen, zodat
                            bijvoorbeeld in de winter geen inzameling hoeft plaats te vinden; </al></li><li nr="2."><al>- slechts bepaalde bestanddelen van het GFT-afval afzonderlijk in te
                            zamelen, zoals alleen het bestanddeel "tuinafval"; </al></li><li nr="3."><al>- andere afvalstromen met het GFT-afval in te zamelen, te denken valt
                            aan luiers. </al></li></lijst><al>Overigens is door het AOO aangegeven dat het ongewenst is om de wettelijke
                    inzamelplicht volledig op te heffen. Weliswaar zou deze optie volledige vrijheid
                    geven aan gemeenten, maar een ledenraadpleging van de VNG gaf aan dat een
                    meerderheid van gemeenten hecht aan een wettelijk verankerde inzamelplicht.</al><al>Bij schrijven van 9 november 2004 aan het AOO (in afschrift naar de Tweede
                    Kamer) [3] heeft de toenmalige staatssecretaris van VROM aangegeven het advies
                    over te nemen. Dit wordt geregeld in hetzelfde wetsvoorstel als waarin de
                    regeling inzameling huishoudelijke afvalstoffen bij elk perceel wordt
                    ingetrokken. Deze wetswijziging is op 25 november 2008 gepubliceerd in het
                    Staatsblad, waardoor deze op 26 november 2008 in werking is getreden.</al><al>Ter verdere onderbouwing van deze beleidswijziging wordt het volgende opgemerkt.
                    Een verruiming van de wettelijke vrijstellingsmogelijkheden betekent niet dat er
                    concessies aan het niveau van milieubescherming worden gedaan. Het beleid is
                    erop gericht om steeds minder huishoudelijk afval te storten. Het storten van
                    huishoudelijk afval was in 1994 een van de redenen om een strikte verplichting
                    tot gescheiden inzameling van GFT in te voeren. Het keurslijf van deze strikte
                    verplichting wordt met deze wetswijziging genuanceerd door gemeenten meer ruimte
                    te geven voor eigen beleidsinvulling en optimalisering van de gescheiden
                    inzameling. Deze beleidsaanpassing wordt ondersteund door onderzoeken naar de
                    milieueffecten van enerzijds gescheiden inzameling en composteren en anderzijds
                    het integraal inzamelen en verbranden. Op basis van deze onderzoeken lijken de
                    verschillen tussen beide opties minder significant geworden. [4] Overigens ligt
                    hier wel een belangrijke taak voor gemeenten om, bij het invullen van de nieuwe
                    beleidsvrijheid, over de achtergronden, redenen en gevolgen van de wijzigingen
                    op een actieve wijze met de burger te communiceren. Uit onderzoek is gebleken
                    dat een complexe boodschap zoals de wijzigingen in het GFT-afvalbeheer, goed te
                    communiceren is aan de burger. [5] Verder kan gemeld worden dat gescheiden
                    inzameling en composteren inmiddels een voldoende sterke positie heeft gekregen
                    in de markt van afvalverwerking. Bovendien heeft de marktwerking ertoe geleid
                    dat deze wijze van afvalverwerking voor de meeste gemeenten goedkoper is dan de
                    inzameling met het restafval. Hierdoor ontstaat een financiële prikkel voor
                    gemeenten om de GFT-inzameling voort te zetten. Tot slot wordt opgemerkt dat het
                    vergroten van de beleidsruimte van gemeenten ook past in het kabinetsbeleid van
                    deregulering, marktwerking en decentralisatie.</al><al>Naast de verruiming van de beleidsvrijheid voor gemeenten wordt tevens
                    voorgesteld de verplichting te schrappen om de VROM-Inspectie op de hoogte te
                    stellen van het voornemen van gemeenten om van de vrijheid gebruik te maken. Het
                    is gebleken dat de inspectie (in het kader van de taken van tweedelijnstoezicht)
                    voldoende andere mogelijkheden heeft om zich hierover te laten informeren.</al><al>HOOFDSTUK 3. DE DIENSTENRICHTLIJN [6]</al><al>De Europese Dienstenrichtlijn is op 28 december 2006 in werking getreden met als
                    doel de nog bestaande belemmeringen van het vrije verkeer van diensten op te
                    heffen. Zo is over de vrijheid van vestiging (hoofdstuk 3) bepaald dat lidstaten
                    de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in beginsel niet
                    afhankelijk mag stellen van een vergunningstelsel (artikel 9). In hoofdstuk 4
                    van de richtlijn is bepaald dat het vrij verrichten van diensten niet mag worden
                    beperkt door het stellen van een vergunning- of inschrijvingseis (artikel 16 en
                    verder).</al><al>Ook voor gemeenten zal dit gevolgen hebben: zij moeten binnen 3 jaar door middel
                    van een screening nagaan of hun regelgeving in overeenstemming is met de
                    bepaling van de richtlijn en deze zonodig aanpassen.</al><al>Voor de afvalstoffenverordening heeft de VNG de screening gedaan. Daarbij is in
                    beginsel uitgegaan van de model-Afvalstoffenverordening 2003. Allereerst is
                    gekeken of het inzamelen van afval een dienst betreft, die onder de reikwijdte
                    van de Dienstenrichtlijn valt. Vervolgens is gekeken of het hanteren van een
                    vergunningstelsel strijdig is en ten slotte is beoordeeld of de
                    vergunningvereisten in overeenstemming zijn met de Dienstenrichtlijn. De
                    uitkomst van de screening is dat de model-Afvalstoffenverordening in
                    overeenstemming is met de bepalingen van de richtlijn. Hieronder wordt uiteen
                    gezet, hoe tot deze conclusie is gekomen.</al><al>Stap 1: De reikwijdte van de Dienstenrichtlijn</al><al>Is afvalinzameling aan te merken als een dienst? Ja, want een dienst betreft
                    elke economische activiteit anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen
                    vergoeding geschiedt, zoals bedoeld in artikel 50 EG Verdrag. Echter, in artikel
                    2 (werkingssfeer), tweede lid, aanhef en onder a van de Dienstenrichtlijn is
                    bepaald dat "niet-economische diensten van algemeen belang" buiten de
                    werkingsfeer van de Dienstenrichtlijn vallen.</al><al>De term "(niet-ecomische) dienst van algemeen belang" is een Europeesrechtelijke
                    term en een precieze definitie bestaat niet. Hieronder vallen diensten waar een
                    publiek belang mee is gemoeid, waarvan de uitvoering bij wet worden geregeld,
                    welke niet onder concurrentie worden aangeboden op de markt, welke niet door een
                    onderneming worden uitgevoerd en waarbij daarom geen sprake is van een
                    economische activiteit.</al><al>Zoals gezegd: De model-Afvalstoffenverordening organiseert inderdaad een
                    "dienst", namelijk het inzamelen van huishoudelijk afval. De verordening moet op
                    grond van artikel 10.23, eerste lid, Wm verplicht door de raad worden ingesteld
                    en dient ter waarborging van een schone leefomgeving, een goede volksgezondheid
                    en een zo min mogelijke belasting van het milieu.</al><al>Zij regelt tevens, op grond van de Wet milieubeheer , de aanwijzing van een
                    (gemeentelijke) inzameldienst, of andere inzamelaars. [7] Het inzamelen van
                    afval door een gemeentelijke inzameldienst is bij wet opdragen, dient een
                    publiek belang en wordt niet onder concurrentie aangeboden op de markt. [8]
                    Daarom is zij een "niet economische dienst van algemeen belang" en valt zij,
                    conform hetgeen bepaald in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a
                    Dienstenrichtlijn, buiten de werkingssfeer van de Dienstenrichtlijn.</al><al>Echter, de gemeente kan, op grond van artikel 10.24, eerste lid, sub b, Wm, het
                    inzamelen van huishoudelijk afval eveneens onder concurrentie aanbieden op de
                    private markt. De dienst zal dan worden uitgevoerd door een private onderneming.
                    In dat geval is er geen sprake van een "niet-economische dienst van algemeen
                    belang", maar een "dienst" (in de zin van artikel 50 EG Verdrag). Wanneer het
                    inzamelen van huishoudelijk afval wordt uitgevoerd door een private onderneming
                    valt deze dienst dus wel binnen de werkingsfeer van de Dienstenrichtlijn.</al><al>Nu de inzameling door een private onderneming wel binnen de werkingsfeer van de
                    Dienstenrichtlijn valt, dienen zowel het hanteren van een vergunningstelsel als
                    de vergunningsvoorwaarden te worden gescreend op eventuele tegenstrijdigheden
                    met de Dienstenrichtlijn. Hiervoor gaan we verder met stap 2. Stap 2:
                    Vergunningstelsel toetsen aan artikel 9 en 16 Dienstenrichtlijn</al><al>Het begrip vergunningstelsel in de zin van de Dienstenrichtlijn is breder dan
                    wij het kennen in het kader van nationale wetgeving. Onder vergunningstelsel
                    wordt verstaan: “Elke procedure die voor een diensterrichter of afnemer de
                    verplichting inhoudt bij een bevoegde instantie stappen te ondernemen ter
                    verkrijging van een formele of stilzwijgende beslissing over de toegang tot of
                    de uitoefening van een dienstenactiviteit. (artikel 4, onderdeel 6,
                    Dienstenrichtlijn)</al><al>Artikel 9 van de Dienstenrichtlijn ziet op belemmeringen die worden opgeworpen
                    aan dienstverrichters die zich in Nederland willen vestigen. Dit artikel bepaalt
                    dat lidstaten de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit niet
                    afhankelijk mogen stellen van een vergunningstelsel. Op dit verbod zijn echter
                    drie uitzonderingsgronden van toepassing. Het hanteren van een vergunningstelsel
                    is toegestaan wanneer:</al><lijst><li nr="1."><al>1. er geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter
                            vanuit gaat; </al></li><li nr="2."><al>2. het stelsel gerechtvaardigd is vanwege een ‘dwingende reden van
                            algemeen belang'; [9] </al></li><li nr="3."><al>3. én het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel
                            kan worden bereikt. </al></li><li nr="4."><al>Voorstelbaar is dat de afvalinzameling wordt gedaan door een
                            dienstverrichter die zich niet in Nederland zal vestigen. Voor een
                            dergelijk geval bepaalt artikel 16 Dienstenrichtlijn dat deze activiteit
                            niet mag worden belemmerd door een vergunningstelsel, tenzij: </al></li><li nr="5."><al>a. er geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter
                            vanuit gaat (discriminatieverbod); </al></li><li nr="6."><al>b. de eisen gerechtvaardigd zijn om redenen van openbare orde, openbare
                            veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu
                            (noodzakelijkheid); </al></li><li nr="7."><al>c. én het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel
                            kan worden bereikt (evenredigheid). </al></li></lijst><al>In artikel 11 jo. artikel 7 lid 2 van de Model-Afvalstoffenverordening 2003 is
                    bepaald, dat inzamelaars in beginsel slechts huishoudelijk afval mogen inzamelen
                    wanneer zij in bezit zijn van een vergunning. Als we dit vergunningstelsel
                    toetsen op de bovenstaande punten, dan leidt dit tot de volgende
                    conclusies:</al><al>Ad 1/a) Er gaat geen discriminerende werking van uit, omdat zowel Nederlandse
                    als buitenlandse dienstverrichters een vergunning moeten aanvragen alvorens zij
                    afval mogen inzamelen. Derhalve zijn buitenlandse dienstverrichters niet in het
                    nadeel ten opzichte van Nederlandse dienstverrichters;</al><al>Ad 2/b) In de tweede plaats is het vergunningstelsel gerechtvaardigd vanwege een
                    ‘dwingende reden van algemeen belang’, omdat uit de toelichting blijkt dat zij
                    dient ter bescherming van het milieu en volksgezondheid (artikel 9). Daarmee is
                    de noodzakelijkheid aangetoond (artikel 16);</al><al>Ad 3/c) Het vergunningstelsel beoogt een toetsing omdat de uitvoering van de
                    dienst (het inzamelen van afval) aan bepaalde kwaliteitseisen dient te voldoen.
                    Het achteraf toetsen zou ondoelmatig zijn (huisvuil blijft aan straat staan).
                    Toetsing achteraf zou derhalve het milieu en de volksgezondheid juist in gevaar
                    kunnen brengen. Ter zekerheid van de continuering van het ophalen van
                    huishoudelijk afval en het afstemmen van aanbieding en inzameling (tijd en
                    middelen). Een toetsing achteraf is niet wenselijk omdat bij mislopen huisvuil
                    aan de straat blijft staan.</al><al>Kortom: omdat is voldaan aan de uitzonderingsgronden van artikel 9 en 16, levert
                    het vergunningvereiste uit de Afvalstoffenverordening 2003 geen strijdigheid op
                    met de Dienstenrichtlijn.</al><al>In de onderliggende model-Afvalstoffenverordening 2008 is de vergunning
                    vervangen door privaatrechtelijke contracten, dan wel een systeem van melding
                    gecombineerd met algemene regels, waarbij het contract zich beperkt tot
                    verplichting tot continuering en afstemming. Ook dit moet worden aangemerkt als
                    een vergunningstelsel in de zin van de Dienstenrichtlijn en bekeken moet worden
                    of het verenigbaar is met de Dienstenrichtlijn. Gezien het voorgaande kan worden
                    geconcludeerd dat privaatrechtelijke contracten, dan wel een systeem van melding
                    gecombineerd met algemene regels gezien de punten eveneens geen strijdigheid met
                    de Dienstenrichtlijn opleveren, want dit systeem is eveneens in overeenstemming
                    met het non-discriminatie beginsel, het noodzakelijkheidsbeginsel en het
                    evenredigheidsbeginsel.</al><al>Stap 3: Vergunningvoorwaarden toetsen aan artikel 10, 14 en 15
                    Dienstenrichtlijn</al><al>Een laatste stap zou zijn om ook de vergunningvoorwaarden te toetsen op
                    strijdigheid met de Dienstenrichtlijn. Op grond van artikel 10 Dienstenrichtlijn
                    moeten vergunningvoorwaarden bijvoorbeeld non-discriminatoir, ondubbelzinnig en
                    objectief zijn. Daarnaast geeft artikel 14 Dienstenrichtlijn aan welke
                    voorwaarden verboden zijn en bepaalt artikel 15 Dienstenrichtlijn welke eisen
                    aan evaluatie onderworpen kunnen zijn.</al><al>Omdat de model-Afvalstoffenverordening 2008 op zichzelf geen voorwaarden
                    bevatten die kunnen worden getoetst, gaat het te ver om hier in dit verband
                    verder over uit te wijden. Voor gemeenten is het echter wel raadzaam om bewust
                    te zijn van het bovenstaande.</al><al/><al>HOOFDSTUK 4. TOELICHTING OP DE MODEL-AFVALSTOFFENVERORDENING</al><al>§ 4.1 ALGEMENE TOELICHTING</al><al>De afvalstoffenverordening heeft betrekking op die bepalingen die worden gesteld
                    voor het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen. Op grond van artikel
                    10.23 Wm zijn gemeenten verplicht een afvalstoffenverordening vast te stellen in
                    het belang van de bescherming van het milieu. Artikel 10.24 Wm schrijft de
                    verplichte inhoud van de afvalstoffenverordening voor. Artikel 10.25 Wm somt een
                    aantal onderwerpen op die facultatief in de afvalstoffenverordening kunnen
                    worden opgenomen.</al><al>Overige wetgeving</al><al>Met betrekking tot de inzameling van afvalstoffen zijn - voor de gemeente en
                    derden - ook andere wetten en verordeningen van belang. Wij noemen de Wet
                    milieubeheer (milieuvergunning), de bouwverordening (bouwvergunning) en de APV
                    (plaatsen voorwerpen op of aan de openbare weg).</al><al>Opbouw van de afvalstoffenverordening</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al> Paragraaf 1.</al></entry><entry><al>Algemene bepalingen</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 2.</al></entry><entry><al>Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (regels over
                                        inzameldienst, andere inzamelaars en de
                                        inzamelstructuur;)</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 3.</al></entry><entry><al>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        (regels voor de burger over de aanbieding van huishoudelijke
                                        afvalstoffen)</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 4.</al></entry><entry><al>Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 5.</al></entry><entry><al>Zwerfafval</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 6.</al></entry><entry><al>Overige onderwerpen die de afvalstoffenverordening
                                        aangaan</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 7.</al></entry><entry><al>Slotbepalingen (strafbaarstelling, toezicht en
                                        overgangstermijn)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> § 4.2 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><al>PARAGRAAF 1. ALGEMENE BEPALINGEN</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><al>Definities uit de Wet milieubeheer (Wm)</al><al>In dit artikel zijn alleen die begripsomschrijvingen opgenomen die specifiek
                    zijn voor deze verordening. Relevante begrippen die al in artikel 1.1 van de Wet
                    milieubeheer (hierna te noemen Wm) zijn omschreven, worden, voorzover bij de
                    omschrijving in de wet wordt aangesloten, niet in dit artikel herhaald. Daarbij
                    gaat het om de volgende begrippen. </al><al>Definities</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al> Afvalstoffen</al></entry><entry><al>Alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot
                                        de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn
                                        nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5
                                        april 2006 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich
                                        ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet
                                        ontdoen.</al></entry></row><row><entry><al>Doelmatig beheer van afvalstoffen</al></entry><entry><al>Zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt
                                        gehouden met het geldende afvalbeheersplan, dan wel de voor
                                        de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de
                                        voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de
                                        criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid.</al></entry></row><row><entry><al>Huishoudelijke afvalstoffen</al></entry><entry><al>Afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens,
                                        behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die
                                        afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke
                                        afvalstoffen.</al></entry></row><row><entry><al>Bedrijfsafvalstoffen</al></entry><entry><al>Afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of
                                        gevaarlijke afvalstoffen.</al></entry></row><row><entry><al>Gevaarlijke afvalstoffen</al></entry><entry><al>Bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen
                                        afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland
                                        verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke
                                        organisaties.</al></entry></row><row><entry><al>Afvalbeheersplan</al></entry><entry><al>Het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.3 Wm (Nb. LAP
                                        2002-2012)</al></entry></row><row><entry><al>Afvalstoffenverordening</al></entry><entry><al>De verordening, bedoeld in artikel 10.23 Wm</al></entry></row><row><entry><al>Beheer van afvalstoffen</al></entry><entry><al>Inzameling, vervoer, nuttige toepassing of verwijdering van
                                        afvalstoffen.</al></entry></row><row><entry><al>Nuttige toepassing</al></entry><entry><al>De handelingen die zijn genoemd in bijlage II B bij
                                        richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de
                                        Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen.</al></entry></row><row><entry><al>Verwijdering</al></entry><entry><al>De handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij
                                        richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de
                                        Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Grof huishoudelijk afval</al><al>Het begrip huishoudelijke afvalstoffen omvat ook grof huishoudelijk afval. Onder
                    grof huisafval worden verstaan "huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te
                    zwaar zijn om op dezelfde wijze als de andere huishoudelijke afvalstoffen aan de
                    inzameldienst te worden aangeboden".</al><al>Straatafval, zwerfafval en illegale dumping</al><al>De Wet milieubeheer voorziet niet in een definitie van het begrip zwerfafval.
                    Dit heeft te maken met het feit dat het begrip in de praktijk weinig problemen
                    oplevert, terwijl een juridisch sluitende definitie moeilijk te geven is. In het
                    Landelijk Afvalbeheersplan (LAP) is wel een definitie opgenomen:</al><al>"Zwerfafval is afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of
                    achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect
                    toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen. Dit
                    afval bestaat voornamelijk uit verpakkingsmateriaal van consumpties (blikjes,
                    flesjes, wikkels, patatbakjes), sigarettenpeuken, kauwgomresten en allerhande
                    gebruiksgoederen als kranten, folders en tissues."</al><al>Het verschil tussen straatafval en zwerfafval is dat straatafval, dat niet in
                    een prullenmand wordt achtergelaten, maar in de openbare ruimte terecht komt,
                    zwerfafval wordt.</al><al>Onder zwerfafval wordt ook niet verstaan illegale dumping van afval. In
                    tegenstelling tot bij zwerfafval, gaat het bij illegale dumping niet om een of
                    enkele restanten van consumptie, maar om grotere hoeveelheden afval
                    (bijvoorbeeld met een volume van ten minste en plastic tas). Bovendien gaat het
                    niet om afval dat uit nalatigheid of gemakzucht wordt achtergelaten of
                    weggegooid. De ontdoener kiest er namelijk zeer bewust voor om het afval niet
                    via de daarvoor geëigende manier af te voeren, maar om het onbeheerd achter te
                    laten in de openbare ruimte. Het kan zowel huishoudelijk als bedrijfsafval zijn.
                    Veel voorkomend illegaal gedumpt afval is huisvuil, tuinafval, fietswrakken,
                    accu’s, meubilair en autobanden. Ook het bijplaatsen van afval bij
                    inzamelvoorzieningen valt onder illegale dumping.</al><al>b. Inzamelen</al><al>Het begrip "inzamelen" is gedefinieerd om uitdrukkelijk vast te leggen dat er
                    sprake is van een brede omschrijving. Hiervoor is gekozen om recht te doen aan
                    het feit dat een gemeentelijke inzamelstructuur steeds meer bestaat uit zowel
                    haal- als brengvoorzieningen op verschillende niveaus. Bovendien maakt een
                    bredere omschrijving van het begrip inzamelen de veelheid van termen uit de
                    vorige modelbepalingen ("aan te bieden of over te dragen", "achterlaten", etc.)
                    overbodig. Wel is een ondergrens aangebracht: voordat sprake kan zijn van
                    inzamelen, dienen de afvalstoffen ter inzameling te worden aangeboden. Voor de
                    omschrijving van het begrip "ter inzameling aanbieden" geldt dezelfde brede
                    invulling met betrekking tot haal- en brengvoorzieningen, nu van de kant van
                    degene die zich van afval wenst te ontdoen.</al><al>h. Gebruiker van een perceel</al><al>De omschrijving "gebruiker van een perceel" sluit aan bij de begripsomschrijving
                    in de VNG-modelverordening reinigingsheffingen. Deze is opgenomen om te kunnen
                    bepalen dat alleen diegenen die in de gemeente betalen voor de inzameling van
                    huishoudelijke afvalstoffen, gebruik mogen maken van de inzamelstructuur (zie de
                    toelichting bij artikel 8) en de aangewezen inzameldienst.</al><al>PARAGRAAF 2. INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</al><al>Artikel 2. Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</al><al>Eerste lid: De aanwijzing van de inzameldienst bij uitvoeringsbesluit</al><al>De gemeente is op basis van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm verplicht bij
                    of krachtens de verordening een inzameldienst aan te wijzen voor de inzameling
                    van huishoudelijke afvalstoffen. Hoewel de inzameldienst ook direct in de
                    verordening kan worden aangewezen, is er in de modelverordening voor gekozen de
                    aanwijzing in het uitvoeringsbesluit [10] op te nemen. Indien de inzameldienst
                    wordt gewijzigd hoeft slechts het besluit te worden aangepast en niet de hele
                    verordening.</al><al>Tweede lid: De aanwijzing van andere inzamelaars</al><al>De brede grondslag van de afvalstoffenverordening ten aanzien van huishoudelijk
                    afval is vastgelegd in artikel 10.24, tweede lid, Wm. Op basis hiervan kunnen
                    regels worden gesteld voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Zoals
                    de Memorie van Toelichting stelt, gaat het hierbij vooral om de inzameling van
                    bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst.</al><al>Tweede lid: Detaillisten/reparatiebedrijven</al><al>De aanwijzing op grond van het tweede lid van dit artikel kan ook worden
                    gebruikt om detaillisten die bijvoorbeeld batterijen van particulieren
                    inzamelen, op hun verzoek aan te merken als inzamelpunt. In het kader van de
                    aanwijzing als inzamelpunt kunnen nadere afspraken worden gemaakt met de
                    inzamelende persoon of instantie over bijvoorbeeld de wijze van inzameling,
                    opslag en de afgifte aan de gemeente, monitoring, etc.</al><al>Indien detaillisten en/of reparatiebedrijven in een AMvB, of ministeriële
                    regeling zijn aangewezen als inzamelende instantie is de gemeente niet bevoegd
                    daarover nadere regels te stellen. Dit betekent dat detaillisten en/of
                    reparatiebedrijven geen aanwijzing van de gemeente nodig hebben om
                    huishoudelijke apparaten in te nemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Regeling
                    beheer elektrische en elektronische apparatuur.</al><al>Europese aanbesteding</al><al>Wanneer een gemeentelijke overheid een opdracht te vergeven heeft, kan zij in
                    aanraking komen met aanbestedingsregelgeving (zowel Europees als nationaal). De
                    belangrijkste wetgeving op het gebied van aanbesteden wordt gevormd door de twee
                    Europese aanbestedingsrichtlijnen: de richtlijn voor werken, leveringen en
                    diensten [11] in de richtlijn voor de nutsectoren water, energie, transport en
                    posterijen. [12] Deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het Besluit
                    aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Boa) en het Besluit aanbestedingen
                    speciale sectoren (Bass).</al><al>Aanbesteden betreft een vorm van inkopen. De Europese aanbestedingsrichtlijnen
                    zijn onder andere opgesteld om binnen de Europese Unie en ten behoeve van het
                    tot stand komen van een interne markt, de vrije, eerlijke concurrentie te
                    stimuleren. Daarnaast zou een goede toepassing van de richtlijnen opdrachtgevers
                    moeten brengen tot een professioneler inkoopproces, waarbij integriteit van het
                    bestuur, transparantie en het verkrijgen van het beste product tegen de
                    voordeligste prijs (besparingen én efficiëntie derhalve) hoog in het vaandel
                    staan. In de praktijk betekent toepassing van de richtlijnen, dat - voordat
                    gemeenten contracten sluiten voor de uitvoering van (bouw)werken, voor
                    leveringen of voor dienstverlening aan de gemeente - moet worden bekeken of de
                    desbetreffende opdracht volgens een Europese procedure dient te worden
                    aanbesteed.</al><al>De Europese aanbestedingsregels kunnen bij het inzamelen van afval in een
                    gemeente van toepassing zijn op de aanschaf van middelen zoals (ondergrondse)
                    afvalcontainers, inzamelvoertuigen en minicontainers. Ook het uitbesteden aan de
                    inzameldienst dient in vrijwel alle gevallen Europees te gebeuren. Uitzondering
                    hierop is de inzameldienst die volledig eigendom is van de overheid (of in
                    volledig eigendom van meerdere overheden). Volgens de Europese
                    aanbestedingsregels moet er bij een aanbesteding een medecontractant zijn die
                    juridisch wordt onderscheiden van de aanbestedende dienst. Deze ontbreekt
                    wanneer de aanbestedende dienst de dienst zelf verricht, bijvoorbeeld wanneer
                    een gemeente een eigen interne dienst bepaalde opdrachten geeft. In een
                    dergelijk geval is er sprake van inbesteden. De aanbestedingsregels zijn dan
                    niet van toepassing en de gemeente kan de interne dienst de opdracht zonder meer
                    gunnen. Inbesteden is slechts mogelijk onder zeer strikte voorwaarden, die nader
                    zijn uitgewerkt in de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. [13] Voor
                    overige vragen over aanbesteden wordt verwezen naar de website van Europa
                    Decentraal: www.europadecentraal.nl.</al><al>Derde lid: Voorschriften en beperkingen</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.4 model-APV: Voorschriften en
                    beperkingen. Deze voorschriften en beperkingen worden vervolgens nader
                    gespecificeerd in het uitvoeringsbesluit. De voorschriften en beperkingen kunnen
                    voortvloeien uit het gemeentelijk afvalbeleidsplan.</al><al>Belang van de bescherming van het milieu</al><al>De gemeenteraad stelt op grond van artikel 10.23, eerste lid, Wm in het belang
                    van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast. De
                    voorschriften of beperkingen die krachtens de afvalstoffenverordening aan de
                    inzameling kunnen worden verbonden, beogen dus het belang van het milieu te
                    beschermen.</al><al>De memorie van toelichting zegt over Wet milieubeheer, art. 10.23, eerste lid
                    nog het volgende:</al><al>"De gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening vast te stellen. De
                    regels worden vastgesteld in het belang van het milieu. Dat is ruimer dan de
                    doelmatige verwijdering van afvalstoffen. Ook regels die beogen de
                    milieuaspecten van handelingen met afvalstoffen te beperken, zijn daardoor
                    mogelijk. Men denke aan een verbod om ter voorkoming van (geluids-)overlast
                    afvalstoffen in te zamelen voor zeven uur ’s ochtends."</al><al/><al>Vierde lid: lex silencio positivo</al><al>Het gaat hier om de aanwijzing van inzamelaars van diverse soorten afval. Een
                    lex positivo is hier niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang,
                    met name de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Daarnaast is een
                    deugdelijk en goed geordende afvoer van huis- en ander afval meer in het
                    algemeen van groot maatschappelijk belang. Tenslotte zou een aanwijzing van
                    rechtswege botsen met de belangen van andere inzamelaars. Paragraaf 4.1.3.3. Awb
                    wordt niet van toepassing verklaard.</al><al/><al>Artikel 3. Afzonderlijke inzameling</al><al>Eerste lid: Landelijk afvalbeheersplan</al><al>Artikel 10.14 Wm bepaalt dat bestuursorganen, bij de uitoefening van hun
                    bevoegdheid met betrekking tot afvalstoffen, rekening dienen te houden met het
                    geldende afvalbeheersplan. Hieruit volgt dat bij het vaststellen of wijzigen van
                    de afvalstoffenverordening rekening dient te worden gehouden met het LAP. In de
                    opsomming in het eerste lid van dit artikel is daarom aangesloten bij het
                    Landelijk afvalbeheersplan (LAP).</al><al>Het LAP benoemt in hoofdstuk 14 van deel 1 Beleidskader de volgende door de
                    consument te scheiden afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en
                    karton, glas, textiel, elektrische en elektronische apparatuur, klein chemisch
                    afval, en componenten van grof huishoudelijk afval (grof tuinafval,
                    huishoudelijk bouw- en sloopafval, waaronder verduurzaamd hout).</al><al>Als gevolg van de raamovereenkomst verpakkingen zal in het LAP-2 een zorgplicht
                    voor gemeenten voor de inzameling van kunststofverpakkingen worden opgenomen.
                    Deze modelverordening houdt met deze wijziging van het LAP al rekening. Indien
                    er gekozen wordt voor inzameling en nascheiding dan komt sub e te
                    vervallen.</al><al>Eerste lid: Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur en Besluit
                    Beheer Batterijen</al><al>Ten slotte verplichten de Regeling beheer elektrische en elektronische
                    apparatuur en het Besluit Beheer Batterijen gemeenten tot de gescheiden
                    inzameling van elektrische en elektronische apparatuur respectievelijk
                    batterijen, afkomstig van huishoudens.</al><al>Eerste lid: Aanvulling lijst met andere categorieën</al><al>De lijst genoemd in artikel 3 kan naar behoefte met andere categorieën worden
                    uitgebreid. De grondslag hiervoor is te vinden in artikel 10.21, derde lid, Wm,
                    waarin gesteld wordt dat de raad kan besluiten tot het afzonderlijk inzamelen
                    van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Gedacht kan worden aan
                    bijvoorbeeld ijzer of autobanden.</al><al>Eerste lid: Afstemming met artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>In artikel 9 is een verbod opgenomen om opgesomde categorieën anders dan
                    afzonderlijk ter inzameling aan te bieden.</al><al>Eerste lid, sub a: GFT-afval</al><al>Artikel 10.21, tweede lid, Wm verplicht gemeenten in ieder geval tot de
                    afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval). Het
                    Landelijk afvalbeheersplan (LAP) gaat er in ieder geval van uit dat GFT-afval
                    apart wordt ingezameld. Ook het ministerie van VROM houdt vast aan een
                    verplichte GFT-inzameling.</al><al>Desondanks is afwijking van deze verplichting mogelijk in het belang van een
                    doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld om redenen van de
                    GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne. Op grond van artikel 10.26,
                    eerste lid, onder c, Wm kan bij verordening worden bepaald dat in een deel van
                    het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld.</al><al>Zie voor de vrijstellingsmogelijkheden voor het inzamelen van GFT-afval tevens §
                    2.3.2.</al><al>Eerste lid, sub f: Uitspraak Raad van State over textiel</al><al>Textiel is een afvalstof in de zin van artikel 1.1, eerste lid , Wm. Dit blijkt
                    uit een uitspraak (voorlopige voorziening) van de Afdeling Bestuursrechtspraak
                    van de Raad van State (ABRS 28 januari 2003, 200206958/1).</al><al>Het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland (IOR) had een inzamelvergunning voor
                    textiel verleend aan een charitatieve instelling. Het bestuur van het IOR
                    besloot uit oogpunt van doelmatigheid de inzameling van textiel zelf ter hand te
                    nemen en de samenwerking met de charitatieve instelling te beëindigen. In een
                    voorlopige voorziening bij de Raad van State werd door de instelling betoogd dat
                    er geen sprake was van een afvalstof, omdat het textiel met het oogmerk op
                    hergebruik werd ingeleverd en ingezameld.</al><al>De Raad van State oordeelde echter anders. Het ingezamelde textiel (draagbare en
                    niet-draagbare kleding, lakens, dekens, grote lappen stof en gordijnen) is aan
                    te merken als een huishoudelijke afvalstof, omdat de aangeboden kleding
                    kennelijk ongesorteerd wordt aangeboden en daarom nog een sorteerbewerking moet
                    ondergaan. Een deel van de ingezamelde textiel kan namelijk gebruikt worden
                    overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming, een deel is slechts geschikt voor
                    een ander gebruik en een deel is onbruikbaar.</al><al>De Raad van State verwijst ook naar een uitspraak van het Hof van Justitie,
                    waarin werd geoordeeld dat het toepassingsgebied van het begrip afvalstof
                    afhangt van de term "zich ontdoen van". In de genoemde feiten ligt volgens de
                    Raad van State een aanwijzing besloten dat de huishoudens zich van het textiel
                    hebben willen ontdoen, voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan
                    moeten ontdoen. De inzameling is daarom primair een verantwoordelijkheid van de
                    lokale gemeente.</al><al>De genoemde uitspraak betreft een voorlopige voorziening. De Afdeling
                    Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de voorgestelde lijn echter
                    voortgezet in latere uitspraken; zie bijvoorbeeld ABRS 17 december 2003, JM
                    2004/41, 200302669/1 en ABRS 24 februari 2006, LJN: AV2954, 200600642/1.</al><al>Voor de afvalstoffenverordening heeft de uitspraak van de Raad van State de
                    volgende consequentie. Het is niet aannemelijk dat een burger zijn textiel
                    gesorteerd kan aanbieden. Immers deze kan niet weten voor welke bestemming hij
                    bijvoorbeeld lappen of kleren aanbiedt (hergebruik, poetslap of onbruikbaar).
                    Een sorteerbewerking lijkt hierdoor altijd noodzakelijk. Gesteld kan worden dat
                    de gemeente op grond van artikel 10.21 Wm een zorgplicht heeft voor de
                    inzameling van textiel. Dat betekent overigens niet dat de gemeente deze
                    inzameling zelf ter hand moet nemen. De gemeente kan op grond van artikel 2,
                    tweede lid, van deze afvalstoffenverordening besluiten andere inzamelaars dan de
                    inzameldienst aan te wijzen die met de inzameling van textiel zijn belast.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al><al>Het vastleggen van een omschrijving van de verschillende categorieën
                    huishoudelijke afvalstoffen is van belang om te kunnen ingrijpen bij vervuiling
                    van de fracties vanwege verkeerd aanbiedgedrag. Een te zeer vervuilde fractie
                    kan leiden tot kostentoerekening voor de verwijdering door de be- of verwerker
                    aan de gemeente, en in het uiterste geval tot weigering van de ingezamelde
                    fractie.</al><al>Het verdient in dat verband aanbeveling om in het besluit ook een
                    "welles-nietes"-lijst op te nemen, waarin is aangegeven welke componenten de
                    betreffende afvalcategorie omvat en welke daartoe juist niet behoren (zie
                    bijvoorbeeld de welles-nietes-lijsten in de VNG-handreiking Gescheiden
                    inzameling huishoudelijke afvalstoffen en in het GFT-boekje van het voormalige
                    Afval Overleg Orgaan).</al><al/><al>Artikel 4. Inzamelmiddelen en -voorzieningen</al><al>Eerste lid</al><al>In dit artikel worden de niveaus van inzameling aangegeven. Hiermee wordt recht
                    gedaan aan de vervaging van het onderscheid tussen huis-aan-huisinzameling en
                    inzameling via brengvoorzieningen op verschillende niveaus.</al><al>Eerste lid, onder a: Inzameling bij elk perceel (haalsysteem)</al><al>Op grond van artikel 10.21, eerste lid, Wm is de gemeente verplicht tot het
                    wekelijks inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bij elk binnen haar
                    grondgebied gelegen perceel. Op grond van artikel 10.21, tweede lid, Wm wordt
                    daarbij in ieder geval groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld,
                    tenzij daar in het kader van doelmatig beheer van mag worden afgeweken (zie de
                    toelichting op artikel 3 van deze verordening).</al><al>De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij elke woning via
                    een haalsysteem. De bewoners maken gebruik van individuele inzamelmiddelen,
                    zoals vuilniszakken of minicontainers.</al><al>Eerste lid, onder a: Inzameling bij hoogbouw</al><al>Voor het bewaren en aanbieden van huishoudelijk afval kan van gemeentewege
                    eventueel een bewaar- of inzamelmiddel worden verstrekt. De inzamelmiddelen
                    worden buitengezet op de dag van inzameling. Bij hoogbouw kunnen inpandige
                    inzamelvoorzieningen worden getroffen, zoals stortkokers of containers.
                    Benadrukt moet worden dat een of meer inzamelvoorzieningen bij één flat, moet
                    worden gezien als inzameling bij elk perceel.</al><al>Eerste lid, onder b: Inzameling nabij elk perceel (brengsysteem)</al><al>In afwijking van artikel 10.21 Wm kan de raad op grond van artikel 10.26 eerste
                    lid, onder a, Wm bij verordening besluiten dat - in plaats van bij elk perceel -
                    nabij elk perceel wordt ingezameld. Zoals reeds in § 2.3.1 uiteengezet is, in
                    het kader van het VROM-project "herijking regelgeving" (Kamerstukken II,
                    2003/04, 29 200 XI, nr 7), voorgesteld de Regeling voorwaarden inzamelen
                    huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel in te trekken. Uit het oogpunt van
                    decentralisatie is het dan niet noodzakelijk om te bepalen binnen welke maximale
                    afstand van de perceelgrens de gemeente moet zorgdragen voor de inzameling van
                    huishoudelijk afval, indien het inzameling nabij elk perceel betreft. De
                    gemeente heeft hierin haar eigen beleidsvrijheid. Indien het wetsvoorstel, dat
                    eind 2007 naar de Raad van State is gestuurd, doorgang zal vinden, zal de
                    regeling vervallen en krijgen gemeenten de vrijheid om invulling te geven aan de
                    inzameling nabij elk perceel. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de criteria uit
                    de ministeriele regeling te blijven gebruiken of gezien hun eigen specifieke
                    omstandigheden andere criteria vastleggen. Deze wetswijziging is op 25 november
                    2008 gepubliceerd in het Staatsblad, waardoor deze op 26 november 2008 in
                    werking is getreden.</al><al>De Tweede Kamer heeft op 30 september 2008 met dit wetsvoorstel ingestemd.</al><al>Voor de inzameling nabij elk perceel wordt gebruik gemaakt van collectieve
                    inzamelmiddelen, dit zijn brengsystemen waar een groep huishoudens gezamenlijk
                    gebruik van maakt. Huishoudelijk afval wordt dus niet bij elk perceel - bij elke
                    woning - opgehaald, maar vanaf een centraal punt bij voor meerdere huishoudens
                    gezamenlijk. De huishoudens beschikken over individuele bewaarmiddelen en moeten
                    deze brengen naar de plaats waar het collectieve inzamelmiddel staat
                    opgesteld.</al><al>Inzameling nabij elk perceel: clusterplaatsen en inzamelvoorzieningen</al><al>Inzameling nabij elk perceel plaatsvinden via clusterplaatsen en via
                    inzamelcontainers nabij elk perceel. Een inzamelcontainer kan boven- of
                    ondergronds zijn.</al><al>Een clusterplaats is een plaats waar de burger het inzamelmiddel op de dag van
                    ophalen naar toe brengt. Voorbeelden van clusterplaatsen zijn: een parkje, een
                    pleintje, een parkeerplaats waar op de dag van inzameling niet mag worden
                    geparkeerd of een centrale plaats op de stoep.</al><al>Voor beide vormen van collectieve inzameling geldt dat de inzameling
                    laagdrempelig moet zijn. Voor de clusterplaats geldt dat dit het geval is als de
                    afstand tussen perceel en clusterplaats niet meer is dan 75 meter, waarbij de
                    raad in bijzondere gevallen maximaal 125 meter kan toestaan.</al><al>Voor de inzamelvoorzieningen geldt hetzelfde, echter aangevuld met een aantal
                    extra eisen. Deze eisen zijn: de inzamelvoorziening is voor een ieder goed
                    bereikbaar en toegankelijk, de afvalstoffen kunnen eenvoudig worden
                    achtergelaten en er wordt tussen clusterplaatsen en overige inzamelwijzen nabij
                    elk perceel (de zogenaamde inzamelvoorzieningen) gelegenheid gegeven om ten
                    minste 12 aaneengesloten uren per week huishoudelijke afvalstoffen aan te
                    bieden.</al><al>Handreiking inzamelen bij/nabij elk perceel</al><al>Naar aanleiding van deze regeling heeft de VNG de "Handreiking inzamelen
                    bij/nabij elk perceel" opgesteld, die in 1999 verschenen is (ISBN 90 322 7344
                    2). Deze handreiking gaat in op de keuze tussen bij en nabij elk perceel
                    inzamelen en beoogt het bieden van een afwegingskader van alle lokale belangen.
                    Uitgegaan wordt van een gelijkwaardigheid van beide inzamelwijzen.</al><al>Eerste lid, onder c: Inzamelvoorziening op wijkniveau</al><al>Bij inzamelvoorzieningen op wijkniveau kan in de eerste plaats worden gedacht
                    aan glasbakken, textielbakken, en dergelijke. Dit zijn permanent aanwezige
                    voorzieningen. De voorzieningen op wijkniveau kunnen ook mobiel of niet
                    permanent aanwezig zijn. Voorbeelden van dergelijke mobiele voorzieningen zijn
                    de chemokar en "afvaleilanden" die gedurende een bepaalde periode in de wijk
                    aanwezig zijn. Het gebruik van de wijkvoorzieningen is niet beperkt tot de
                    gebruikers van een bepaalde groep percelen. In het belang van de doelmatige
                    verwijdering van kca, glas, oud papier en karton en textiel kan de gemeente
                    bepalen dat dit afval dient te worden gebracht naar een door de gemeente
                    aangewezen plaats.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit voor iedere gebruiker van een perceel per
                    categorie huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of
                    -voorziening wordt ingezameld. De inzamelmiddelen kunnen van gemeentewege worden
                    verstrekt of geplaatst, of moeten door de burger zelf worden aangeschaft.</al><al>Bij dit uitvoeringsbesluit kan worden gedacht aan een overzicht van de gemeente,
                    waarop is aangegeven waar ingezameld wordt via inzamelmiddelen voor de gebruiker
                    van een perceel, dan wel via inzamelvoorzieningen voor een groep gebruikers van
                    percelen. Wat betreft de inzamelvoorzieningen op wijkniveau (zoals glasbakken)
                    en de brengdepots kan eventueel worden volstaan met het aanwijzen van de
                    categorie van huishoudelijk afval waarvoor de voorziening is bestemd (dit kan
                    bijvoorbeeld door het aanbrengen van een pictogram op de container). Het
                    opstellen van een dergelijk overzicht is bewerkelijker naarmate de variatie in
                    inzamelmiddelen en -voorzieningen tussen gebruikers groter is.</al><al>Specifieke aanwijzing van de groep gebruikers van percelen die hun afvalstoffen
                    via een bepaalde inzamelvoorziening mogen (of moeten) aanbieden, kan van belang
                    zijn om tegen te gaan dat ook inwoners uit andere delen van de gemeente gebruik
                    maken van de inzamelvoorziening, met als gevolg bijvoorbeeld een (vroegtijdig)
                    overvolle container.</al><al>Het aanwijzen van een groep gebruikers is noodzakelijk indien de
                    afvalstoffenheffing binnen de gemeente wordt gedifferentieerd naar het aanbod
                    van afval.</al><al>Eisen aan het inzamelmiddel</al><al>Wanneer het inzamelmiddel niet door de gemeente wordt verstrekt, kan worden
                    vereist dat het inzamelmiddel aan bepaalde normen voldoet. Ook kan via deze
                    bepaling worden geregeld dat alleen huisvuilzakken met een gepatenteerde
                    gemeentelijke opdruk mogen worden gebruikt indien wordt gewerkt met een systeem
                    van dure zakken als vorm van tariefdifferentiatie. Voor bepaalde categorieën
                    huishoudelijke afvalstoffen (bijvoorbeeld asbest) kunnen specifieke eisen aan
                    het inzamelmiddel worden gesteld.</al><al/><al>Artikel 5. Frequentie van inzamelen</al><al>Wekelijkse inzamelfrequentie</al><al>De gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval en
                    groente-, fruit- en tuinafval bij elk perceel is op grond van artikel 10.21,
                    eerste lid, respectievelijk tweede lid, Wm gesteld op ten minste eenmaal per
                    week. Artikel 10.21, eerste lid, Wm bepaalt dat de gemeente, al dan niet in
                    samenwerking met andere gemeenten, er voor zorg draagt dat ten minste eenmaal
                    per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar
                    grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan.
                    Op grond van artikel 10.21, tweede lid, Wm wordt daarbij in ieder geval
                    groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld.</al><al>De wekelijkse inzamelplicht bij elk perceel geldt uitdrukkelijk niet voor grove
                    huishoudelijke afvalstoffen (zie ook artikel 10.21, eerste lid, Wm). Wel geldt
                    voor deze categorie huishoudelijke afvalstoffen op grond van artikel 10.22,
                    eerste lid, onder a en b, Wm een zorgplicht.</al><al>Eerste lid</al><al>Het eerste lid is een uitwerking van artikel 10.26, eerste lid, onder b, Wm, dat
                    de mogelijkheid biedt om af te wijken van de wekelijkse inzamelfrequentie van
                    huishoudelijk afval en groente-, fruit- en tuinafval. Huishoudelijke
                    afvalstoffen mogen - in het belang van een doelmatig beheer - worden ingezameld
                    met een bij de verordening aangegeven regelmaat.</al><al>In dit lid is vastgelegd met welke frequentie de huishoudelijke afvalstoffen bij
                    elk perceel worden ingezameld.</al><al>Indien de raad besluit tot afwijking van de wekelijkse inzamelfrequentie, is de
                    raad verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel 10.26,
                    tweede lid, Wm).</al><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid is een uitwerking van artikel 10.26, eerste lid, onder a, Wm, dat
                    de mogelijkheid biedt om - in het belang van een doelmatig beheer -
                    huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel in te zamelen. Zie voor een
                    uitgebreide toelichting voor de inzameling nabij elk perceel de toelichting
                    onder artikel 4.</al><al>Op grond van het tweede lid wordt de frequentie van inzameling van
                    huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel geregeld. Dit is vooral van belang
                    voor de zogenaamde clusterplaatsen.</al><al>Derde lid</al><al>Het derde lid kan worden gebruikt om een afwijking van de inzamelfrequentie in
                    een deel van de gemeente vast te leggen.</al><al>Vierde lid</al><al>Het vierde lid regelt het niet bij elk perceel inzamelen van huishoudelijke
                    afvalstoffen in een deel van de gemeente. De basis hiervoor wordt gevonden in
                    artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm. De raad kan namelijk, in afwijking van
                    10.21 Wm, bepalen dat - in het belang van een doelmatig beheer - in een gedeelte
                    van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke afvalstoffen worden
                    ingezameld. Bij "een deel van de gemeente" kan gedacht worden aan het aanwijzen
                    van bepaalde wijken, maar ook aan bepaalde bebouwingstypen.</al><al>Indien de raad besluit tot het niet bij elk perceel inzamelen is zij verplicht
                    om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel 10.26, tweede lid,
                    Wm).</al><al>Vijfde tot en met achtste lid</al><al>Het vijfde tot en met het achtste lid regelt hetzelfde als het eerste tot en met
                    het vierde lid, maar dan voor groente-, fruit- en tuinafval. Indien wordt
                    besloten GFT-afval in een deel van de gemeente niet gescheiden in te zamelen,
                    dient dit het uitvoeringsbesluit behorende bij het achtste lid geregeld te
                    worden.</al><al>Negende lid</al><al>Het college kan op basis van het negende lid de frequentie van inzameling bij
                    elk perceel bepalen van andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen dan
                    huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval. Dit artikel heeft
                    alleen betrekking op de categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk
                    bij elk perceel worden ingezameld en is beperkt tot het regelen van de
                    frequentie van inzamelen. De dagen en tijden waarop huishoudelijke afvalstoffen
                    ter inzameling kunnen worden aangeboden, kunnen worden geregeld op basis van
                    artikel 11 van deze verordening.</al><al>Verplichting gemeente bij afwijking van de inzamelfrequentie genoemd in artikel
                    10.21 Wm</al><al>Indien de gemeente op grond van artikel 10.26 onder a, b en c, Wm bij
                    verordening afwijkt van de inzamelfrequentie genoemd in artikel 10.21 Wm, is zij
                    op grond van artikel 10.27 Wm verplicht om op ten minste één daartoe ter
                    beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee
                    wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid te bieden om huishoudelijke
                    afvalstoffen achter te laten.</al><al/><al>Artikel 6. Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing</al><al>De inzameling</al><al>Gemeenten zijn belast met de zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om te bepalen dat het verboden is
                    aan andere dan de door het college aangewezen inzameldienst en instanties om
                    huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al><al>Tweede lid</al><al>In dit kader is de brede omschrijving die in artikel 1 is gegeven van het begrip
                    inzamelen van belang. Ook het innemen van huishoudelijke afvalstoffen in de
                    winkel valt hieronder. Wanneer de gemeente deze serviceverlening op prijs stelt,
                    kunnen de betreffende winkels op grond van artikel 2, tweede lid, door het
                    college worden aangewezen als inzamelende persoon of instantie.</al><al>Derde lid</al><al>Het derde lid is nodig omdat het inzamelverbod behoudens aanwijzing niet mag
                    gelden voor personen of instanties die bij AMvB of ministeriële regeling in het
                    kader van producentenverantwoordelijkheid een inzamelplicht hebben
                    gekregen.</al><al/><al>PARAGRAAF 3. TER INZAMELING AANBIEDEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</al><al>Artikel 7. Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen aan anderen</al><al>Burgers mogen hun afvalstoffen alleen aanbieden aan de krachtens in het eerste
                    lid van artikel 2 aangewezen inzameldienst, andere inzamelaars die zijn
                    aangewezen krachtens het tweede lid van artikel 2 en personen of instanties die
                    in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij AMvB of ministeriële
                    regeling een inzamelplicht hebben (zie de toelichting bij artikel 2 en artikel
                    6). In dit geval mag de burger zijn huishoudelijke afvalstoffen, zoals
                    elektrische en elektronische apparatuur, ook aan deze personen of instanties
                    aanbieden.</al><al/><al>Artikel 8. Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</al><al>Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente
                    afvalstoffenheffing betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen aanbieden.
                    Achtergrond van dit artikel is de toename in het illegaal aanbieden van
                    afvalstoffen door inwoners van andere gemeenten (afvaltoerisme) of door
                    bedrijven van binnen en buiten de eigen gemeente, die op deze manier de kosten
                    van de verwijdering van hun afvalstoffen willen ontlopen.</al><al>Een aantal gemeenten heeft een apart artikel in hun afvalstoffenverordening
                    opgenomen om afvaltoerisme tegen te gaan. Deze zou als volgt kunnen luiden: "Het
                    is aan personen, die geen woon- of verblijfplaats in de gemeente ... hebben,
                    verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden of achter te
                    laten."</al><al>De keuze voor de formulering "anderen dan de gebruikers van ..." is gekoppeld
                    aan de Verordening reinigingsrechten. Overigens is het natuurlijk niet de
                    bedoeling om te verbieden dat degene die de heffing betaalt zijn afvalstoffen
                    door iemand anders laat aanbieden namens hem.</al><al>Recreatiewoningen</al><al>Geldt er een zorgplicht voor de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen bij recreatiewoningen? Er zijn twee situaties mogelijk. In de
                    eerste plaats kan een recreatiewoning deel uitmaken van een inrichting in de zin
                    van de Wet milieubeheer. Er is sprake van een inrichting zodra er een
                    technische, organisatorische of functionele samenhang is. Dit is bijvoorbeeld zo
                    wanneer het gaat om een recreatiepark of als er voor de recreatiewoningen veel
                    gezamenlijk is geregeld. Bij recreatiewoningen die vaak worden verhuurd is gauw
                    sprake van een organisatorische samenhang. Indien er gezamenlijke technische
                    voorzieningen zijn (bijvoorbeeld gastanks of warmwatervoorzieningen) is er ook
                    al gauw sprake van een inrichting. Vrijkomend afval moet dan worden gezien als
                    bedrijfsafval. De verantwoordelijkheid voor de verwijdering van bedrijfsafval
                    ligt in dat geval bij de houder van de inrichting. De regels die hiervoor
                    gelden, staan in het Activiteitenbesluit.</al><al>Maken de recreatiewoningen geen onderdeel uit van een inrichting in de zin van
                    de Wet milieubeheer, dan is het vrijkomende afval huishoudelijk afval. Van
                    belang is vervolgens de vraag of er op het perceel geregeld huishoudelijke
                    afvalstoffen vrijkomen. Artikel 10.21, eerste lid, Wm verklaart de zorgplicht
                    van de gemeente namelijk van toepassing indien er op een perceel geregeld
                    huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Daartegenover staat dat de gemeente
                    in dat geval ook een afvalstoffenheffing kan heffen. Omgekeerd geldt ook
                    hetzelfde. Ontstaan er op een perceel niet geregeld huishoudelijke afvalstoffen,
                    dan geldt de zorgplicht van de gemeente niet en kan eveneens geen
                    afvalstoffenheffing worden geheven.</al><al>In sommige gevallen kan de inzameling van huishoudelijk afval niet doelmatig
                    zijn, bijvoorbeeld wanneer de recreatiewoningen vrijwel onbereikbaar zijn. In
                    dat geval kan de raad op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder b en c, Wm
                    beslissen dat op een deel van het grondgebied niet of met een andere regelmaat
                    wordt ingezameld (zie ook artikel 10.26, tweede en derde lid, Wm en artikel
                    10.27 Wm).</al><al/><al>Artikel 9. Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>GFT-afval</al><al>Afwijking van de wettelijke inzamelplicht van groente-, fruit- en tuinafval is
                    mogelijk in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen,
                    bijvoorbeeld om redenen van de GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne.
                    Op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm kan bij verordening worden
                    bepaald dat in een deel van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen
                    worden ingezameld. In dit geval is de inspraakverordening van toepassing en
                    stelt het college de inspecteur op de hoogte van het voornemen. Zie ook de
                    toelichting op artikel 3.</al><al>Afstemming met artikel 3: Afzonderlijke inzameling</al><al>In artikel 3 is een opsomming opgenomen van de categorieën huishoudelijke
                    afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld. Artikel 9 houdt een verbod in
                    voor de burger.</al><al>Ongeadresseerd reclamedrukwerk</al><al>Om het afzonderlijk ter inzameling aanbieden van oud papier te bevorderen,
                    hebben een aantal gemeenten hierover een artikel in hun afvalstoffenverordening
                    opgenomen. Een voorbeeld hiervan:</al><al>"Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen of te laten bezorgen
                    bij een woning, bedrijf of woonschip, indien de bewoner ervan of gebruiker ervan
                    duidelijk kenbaar heeft gemaakt (op een door het college vastgestelde wijze)
                    geen prijs te stellen op het ontvangen van ongeadresseerd reclamedrukwerk."</al><al>Vierde lid</al><al>Het vierde lid is nodig, omdat het verbod op het aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst of andere inzamelaars niet mag
                    gelden voor het aanbieden van afval aan personen of instanties die bij AMvB of
                    ministeriële regeling in het kader van producentenverantwoordelijkheid een
                    inzamelplicht hebben gekregen.</al><al/><al>Artikel 10. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Wettelijke plicht brengdepots</al><al>Op grond van artikel 10.27 Wm is een gemeente in een aantal gevallen verplicht
                    om op tenminste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente
                    (of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt) een brengdepot te
                    realiseren.</al><al>Het gaat om de gevallen waarin de raad op grond van artikel 10.26, eerste lid,
                    onder a, b en c, Wm afwijkt van artikel 10.21 Wm: inzameling nabij elk perceel,
                    inzameling met een bij verordening aangegeven regelmaat en uitsluiting van
                    inzameling op een deel van het grondgebied van de gemeente.</al><al>Eerste lid</al><al>Het eerste lid betreft het verbod om huishoudelijke afvalstoffen anders aan te
                    bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de inzamelvoorziening.</al><al>Bij inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel kan worden gedacht aan
                    vaste inzamelmiddelen, zoals minicontainers, afvalemmers, kratjes, kca-boxen en
                    dergelijke, maar ook aan huisvuilzakken of plastic folie waarin asbesthoudend
                    afval moet worden verpakt. De inzamelmiddelen kunnen al dan niet van
                    gemeentewege worden verstrekt.</al><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid betreft het verbod om categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                    anders aan te bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de aangewezen
                    inzamelvoorziening.</al><al>Vijfde lid</al><al>De mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen aanbieden zonder
                    inzamelmiddel of -voorziening (bij het perceel of op een ander inzamelniveau) is
                    vooral van belang voor grof huisvuil of grof tuinafval.</al><al/><al>Uitvoeringsbesluiten</al><al/><al>Artikel 10 biedt de basis tot het stellen van diverse regels die relevant zijn
                    voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Deze regels kunnen bijv. betrekking
                    hebben op:</al><lijst><li nr="1."><al>- maximale gewicht </al></li><li nr="2."><al>- maximaal aantal aan te bieden inzamelmiddelen </al></li><li nr="3."><al>- voorwaarden voor gebruik van inzamelmiddelen </al></li><li nr="4."><al>- eisen aan inzamelmiddel </al></li><li nr="5."><al>- regels voor het gebruik van inzamelvoorzieningen op wijkniveau </al></li><li nr="6."><al>- regels ten aanzien van het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                            bij het brengdepot op lokaal of regionaal niveau </al></li></lijst><al>In het onderstaande wordt (niet uitputtend) aangegeven welke regels door het
                    college kunnen worden gesteld.</al><al>Uitvoeringsbesluiten</al><al>Derde lid: Voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt</al><al>Op grond van dit lid kan het college regels stellen over voorwaarden waaronder
                    het inzamelmiddel wordt verstrekt. Gedacht kan worden aan de juridische basis
                    van de verstrekking (bijvoorbeeld bruikleenovereenkomst), regels in geval van
                    verhuizing van een gebruiker van een perceel, aansprakelijkheid voor de schade
                    of verdwijning van het verstrekte inzamelmiddel.</al><al>Derde lid: Gebruik en reiniging van het verstrekte inzamelmiddel</al><al>Met betrekking tot het gebruik van vaste inzamelmiddelen kunnen bijvoorbeeld
                    regels worden gesteld rond het aanbrengen van veranderingen aan de container.
                    Dit kan in het bijzonder relevant zijn wanneer de gemeente ook met
                    herkenningssystemen voor individuele containers werkt. Daarnaast kan
                    bijvoorbeeld worden gedacht aan een verbod op het deponeren van hete
                    vloeistoffen in de container. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel in het
                    belang van de doelmatige verwijdering (voorkomen dat afval in de container
                    blijft plakken) regelmatig wordt gereinigd. De burger kan dit eventueel
                    uitbesteden, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de naleving van de regels
                    gesteld krachtens de verordening</al><al>Vierde lid: Plaats van aanbieden</al><al>Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel op de krachtens artikel 11 vastgestelde
                    inzameldag langs de inzamelroute op de weg kan worden geplaatst, eventueel uit
                    te breiden met nadere aanwijzingen voor een specifiek verzamelpunt voor het
                    plaatsen van de inzamelmiddelen. Dit kan gebeuren vanuit oogpunt van
                    verkeersveiligheid, maar bijvoorbeeld ook om redenen van doelmatige inzameling
                    en arbeidsbelasting. In artikel 10.26 Wm is hiervoor uitdrukkelijk de
                    bevoegdheid gecreëerd.</al><al>Voorgeschreven kan worden dat bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                    (met name klein chemisch afval) niet op de weg mogen worden geplaatst, maar
                    persoonlijk moeten worden aangeboden aan de inzamelaar. Verder kan worden
                    bepaald dat het inzamelmiddel zodanig op de weg moet worden geplaatst dat het
                    voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt
                    belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen.</al><al>Vierde lid: Wijze van aanbieden.</al><al>Gedacht kan worden aan de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>- het inzamelmiddel dient goed gesloten te zijn; </al></li><li nr="2."><al>- er mag geen sprake zijn van uitsteeksels, die kunnen leiden tot
                            verwondingen of het scheuren van de huisvuilzak. </al></li></lijst><al>Vierde lid: Maximaal gewicht en maximaal aantal inzamelmiddelen per keer.</al><al>Het maximaal toelaatbare gewicht zal onder meer samenhangen met de wijze van
                    inzameling, de toelaatbare arbeidsbelasting van de huisvuilbeladers, het
                    gebruikte inzamelvoertuig. Behalve een beperking aan het gewicht per
                    inzamelmiddel kan ook een beperking worden opgelegd naar aantal inzamelmiddelen
                    dat per keer mag worden aangeboden. Er kan op dit punt een koppeling worden
                    gelegd met de tarieven in de belastingverordening. Overigens moet daarbij wel
                    worden gelet op de handhaafbaarheid van de bepaling.</al><al>Vierde lid: Regels ten aanzien van het gebruik van inzamelvoorzieningen</al><al>Regels die door het college kunnen worden gesteld ten aanzien van
                    inzamelvoorzieningen omtrent de wijze van aanbieding zijn bijvoorbeeld:</al><lijst><li nr="1."><al>- de afvalstoffen dienen in een goed gesloten zak in de
                            verzamelcontainer te worden gedeponeerd; </al></li><li nr="2."><al>- de inzamelvoorziening dient na gebruik goed te worden gesloten; </al></li><li nr="3."><al>- het is verboden afvalstoffen naast de verzamelcontainer te plaatsen
                        </al></li><li nr="4."><al>- het al dan niet mogen gebruiken van zakken voor groente-, fruit- en
                            tuinafval. </al></li></lijst><al>Vierde lid: Brengdepot</al><al>Met de term "brengdepots" wordt gedoeld op bemande voorzieningen op lokaal of
                    regionaal niveau waar meerdere afvalcomponenten heen kunnen worden gebracht.
                    Wanneer het een brengdepot op regionaal niveau betreft, zal de vaststelling van
                    de wijze waarop afvalstoffen bij het depot kunnen worden aangeboden, vaak
                    overgedragen zijn aan het bestuur van de regio. De bepalingen in het
                    uitvoeringsbesluit zullen daarop moeten worden aangepast.</al><al>Vijfde Lid: Inzamelen zonder inzamelmiddel</al><al>Ten aanzien van die componenten kan bepaald worden dat deze bijvoorbeeld
                    gebundeld dienen te worden aangeboden. Ook kan worden gedacht aan de inzameling
                    van oud papier en karton, gebundeld of in kartonnen dozen.</al><al/><al>Artikel 11. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste lid</al><al>Bij het vaststellen van de dagen en tijden kan in het besluit van het college
                    een onderscheid worden gemaakt naar de verschillende niveaus van inzameling en
                    de daarbij gehanteerde inzamelmiddelen en -voorzieningen. Voor de inzameling via
                    een inzamelroute bij de percelen kan worden gedacht aan de volgende regels:</al><al>- plaatsing op de weg mag niet geschieden vóór … uur op de vastgestelde
                    inzameldag of de dag voorafgaande aan de vastgestelde inzameldag;</al><al>- het van gemeentewege verstrekte inzamelmiddel dient zo spoedig mogelijk na
                    lediging, doch uiterlijk voor ... uur op de vastgestelde inzameldag, van de weg
                    te zijn verwijderd;</al><al>Bepaald kan ook worden dat inzameling bij het perceel op afroep plaatsvindt.
                    Afvalstoffen kunnen dan worden aangeboden op de dag die, na de melding van de
                    burger dat hij bepaalde afvalstoffen ter inzameling wil aanbieden, wordt
                    aangewezen (niet voor ... uur op de vastgestelde inzameldag).</al><al>Met betrekking tot inzamelvoorzieningen op buurt- of wijkniveau kan worden
                    bepaald dat de burger zijn afvalstoffen niet mag aanbieden tussen ... en ...
                    uur.</al><al>Ten slotte kunnen op basis van dit artikel de openingstijden van brengdepots
                    worden vastgelegd. Wanneer dit een regionaal depot betreft en de vaststelling
                    van de openingstijden is overgedragen aan het bestuur van de regio, dient dat in
                    dit artikel tot uitdrukking te komen.</al><al/><al>Artikel 12. Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                    huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Dit artikel biedt de grondslag voor een door het college vast te stellen
                    calamiteitenregeling. Een dergelijke (eventueel tijdelijke) regeling zou
                    bijvoorbeeld nodig kunnen zijn in geval van stakingen, etc.</al><al>Ook kan worden gedacht aan een regeling voor het aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen bij wegopbrekingen.</al><al>PARAGRAAF 4. INZAMELING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN</al><al/><al>Artikel 13. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</al><al>De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen bijvoorbeeld ook
                    bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van bedrijfsafvalstoffen)
                    inzamelen. Gedacht kan worden aan afval uit de kantoren/winkels/dienstensector
                    of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk
                    afval).De gemeente heeft met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen geen zorgplicht
                    en kan niet bepalen wie er binnen de gemeente al dan niet mogen inzamelen zoals
                    dat bij huishoudelijke afvalstoffen het geval is.</al><al/><al>Artikel 14. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                    inzameldienst</al><al>Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen
                    mogen, voor zover artikel 13 daartoe de mogelijkheid biedt, hun
                    bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. Het college kan, net als
                    bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de
                    afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.</al><al>In haar uitspraak van 1 november 2006 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van
                    de Raad van State (LJN: AZ1257, 200603719/1) nadere invulling aan het begrip
                    "bedrijfsafval". Dit wordt in de verordening gedefinieerd als "afvalstoffen,
                    niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen". Punt van
                    discussie vormen een aantal poststukken met naam en adresgegevens van appelante,
                    die aan de inzameldienst zijn aangeboden. De Afdeling bepaalt dat ondanks de
                    aard van het afval (papier), de geringe hoeveelheid en de omstandigheid dat er
                    sprake is van een kantoor aan huis, de brieven, die gelet op de adressering
                    afkomstig zijn van een bedrijf, dienen te worden aangemerkt als
                    bedrijfsafval.</al><al/><al>Artikel 15. Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander
                    dan de inzameldienst</al><al>Inzameling bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst</al><al>De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen
                    kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, Wm. De memorie van toelichting
                    zegt hierover: "Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of
                    gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het
                    milieu regels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen
                    vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 Wm voorbehouden aan
                    de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten
                    ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders
                    op de markt."</al><al>Eerste lid</al><al>De Wet milieubeheer geeft de gemeente uitdrukkelijk de bevoegdheid om regels te
                    stellen over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in het belang van de
                    bescherming van het milieu. Dit artikel is de uitwerking hiervan. Het college
                    kan in het belang van de bescherming van het milieu regels stellen omtrent
                    bijvoorbeeld de dagen, tijden, wijze en plaatsen waarop bedrijfsafvalstoffen ter
                    inzameling moeten worden aangeboden.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al><al>Op grond van het tweede lid kan het college in het belang van de bescherming van
                    het milieu regels stellen over bijvoorbeeld dagen, tijden, wijze en plaatsen
                    waarop de bedrijfsafvalstoffen worden aangeboden.</al><al>Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen
                    aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter
                    beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten
                    zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de
                    inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard
                    gelden deze regels voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen
                    ophalen.</al><al>Afbakening met artikel 13 en artikel 14</al><al>Op grond van de artikel 13 en artikel 14 kunnen regels worden gesteld over de
                    inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst. Artikel 15 betreft
                    het stellen van regels over het ter inzameling aanbieden van
                    bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.</al><al>Publicatie</al><al>Het is niet nodig om in het uitvoeringsbesluit een bepaling op te nemen over de
                    publicatie van de dagen en tijden waarop afval wordt ingezameld (of andere
                    uitvoeringsbesluiten). De bekendmaking van besluiten is geregeld in afdeling 3.6
                    van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al/><al>PARAGRAAF 5. ZWERFAFVAL</al><al>Inleiding zwerfafval</al><al>Zwerfafval staat hoog op de politieke agenda. In het kader van het
                    Impulsprogramma Zwerfafval hebben VNG, het ministerie van VROM en VNO-NCW
                    (bedrijfsleven) afgesproken om de hoeveelheid zwerfafval terug te dringen. In
                    het Impulsprogramma is de volgende ambitie geformuleerd.</al><al>"De ambitie van het programma, en daarmee van de samenwerkende partijen is om de
                    preventie van zwerfafval, de handhaving en het opruimen zodanig ter hand te
                    nemen dat de openbare ruimte eenduidig zichtbaar en meetbaar schoner is."</al><al>De ergernis van de burger over zwerfafval is groot. Gemeenten spelen daarom een
                    belangrijke rol bij het voorkomen en bestrijding van zwerfafval en daarmee het
                    verbeteren van de directe leefomgeving van de burger. Gedacht kan worden aan het
                    creëren van voldoende voorzieningen voor inzameling en verwijdering,
                    communicatie met de burger en de controle van (on)gewenst aanbied- en
                    wegwerpgedrag.</al><al>Op grond van artikel 10.25, onder a en b, Wm kunnen gemeenten in hun
                    afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van
                    facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen
                    wettelijke plicht.</al><al>In deze paragraaf van de afvalstoffenverordening zijn een aantal artikelen over
                    het voorkomen en beperken van zwerfafval opgenomen.</al><al>Het regelen van het voorkomen en bestrijden van zwerfafval in de
                    afvalstoffenverordening en de handhaving hiervan is het sluitstuk van een goede
                    aanpak van het zwerfafval. Een goede aanpak van zwerfafval vereist in de eerste
                    plaats een goede analyse van het daadwerkelijke probleem. Wie zijn de
                    veroorzakers (bijvoorbeeld scholieren, recreanten)? Op welke plekken ontstaat
                    zwerfafval (invalswegen, snoeproutes, winkelcentra, recreatiegebieden,
                    evenementen)? Ook het ontwikkelen van gemeentelijk beleid voor de aanpak van
                    zwerfafval is zeer wenselijk. Daarnaast zullen er ook een aantal fysieke
                    maatregelen genomen moeten worden, zoals voldoende afvalbakken, blikvangers en
                    dergelijke. Voor een goede aanpak in de gemeente is het ook wenselijk om een
                    coördinator te benoemen, omdat er vaak meerdere afdelingen binnen een gemeente
                    betrokken zijn. Ten slotte is communicatie naar de burger een zeer belangrijk
                    element in de aanpak van zwerfafval. Gedacht kan worden aan lokale
                    reclamespotjes, folders, persberichten, lespakketten voor basis en middelbaar
                    onderwijs of zogenaamde speciaal schoonmaakacties.</al><al>SenterNovem heeft een Quickscan zwerfafval ontwikkeld voor gemeenten. Zie voor
                    meer informatie over deze quickscan www.uitvoeringafvalbeheer.nl. Voor meer
                    informatie over zwerfafval, wordt verwezen naar de website van het
                    Impulsprogramma: www.samenwerkenaaneenschonernederland.nl.</al><al>Artikel 16. Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al><al>Dit artikel heeft een primair een milieubeschermende functie en beoogt de
                    gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen
                    hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval
                    tegen te gaan. Zie voor illegale dumpingen ook de toelichting op artikel 1.</al><al>Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem
                    zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming of het
                    Bouwstoffenbesluit van toepassing is.</al><al>Met opzet worden in het eerste lid ook de termen "stof" en "voorwerp" gebruikt
                    en niet alleen de term "afvalstof", omdat niet altijd duidelijk is of de
                    desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn.</al><al>Wettelijke grondslag</al><al>In artikel 10.25, onder a, Wm wordt de basis gelegd voor het opnemen van een
                    dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Zie hiervoor ook de Memorie van
                    Toelichting, die hierover zegt: "De onderdelen a en b hebben betrekking op
                    zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval.
                    Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld."</al><al/><al>Artikel 17. Achterlaten van straatafval</al><al>Straatafval</al><al>In artikel 1 van deze verordening wordt een definitie gegeven van straatafval.
                    Bij het begrip straatafval gaat het in feite om afval "dat onderweg ontstaat",
                    buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen
                    terecht dient te komen en waarvoor je de burger (in dit geval ook toeristen) de
                    mogelijkheid wilt bieden om zich ter plekke ervan te ontdoen (voor zover van
                    zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk
                    uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe
                    opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd.</al><al>In de definitie van straatafval wordt uitdrukkelijk gesproken over "buiten een
                    perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het
                    perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 3 "Ter
                    inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen (regels voor de burger over
                    de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen)".</al><al/><al>Artikel 18. Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                    afvalstoffen</al><al>Wettelijke grondslag</al><al>In hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer wordt in artikel 10.25, onder a, Wm de
                    basis gelegd voor het opnemen van een dergelijk artikel in de
                    afvalstoffenverordening. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die
                    hierover zegt: "De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel
                    a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent
                    kunnen op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels worden gesteld
                    omtrent het direct veroorzaken van dit soort verontreiniging. Ook een verbod om
                    ter inzameling gereed gezet afval te doorzoeken ("morgensterrenverbod") kan op
                    onderdeel a worden gebaseerd".</al><al>Eerste lid: Morgensterren</al><al>Het eerste lid heeft betrekking op wat wel de "morgenster"-problematiek wordt
                    genoemd. Het beoogt paal en perk te stellen aan het doorzoeken en verwijderen
                    van ter inzameling aangeboden afvalstoffen voordat de medewerkers van de
                    inzameldienst ter plaatse zijn. Vaak immers heeft dit doorzoeken tot gevolg dat
                    het huisvuil over de hele straat verspreid ligt en de inzameldienst zijn werk
                    niet meer kan verrichten. Het aldus ontstane zwerfafval veroorzaakt een zware
                    belasting van de gemeentelijke veegdienst.</al><al>Eerste lid: Inzameldiensten, andere inzamelaars en toezichthouders</al><al>Het kan in plaatselijke situaties wenselijk en doelmatig zijn, op beperkte
                    schaal "morgensterren" te dulden en het moet vanzelfsprekend ook mogelijk zijn
                    dat toezichthouders en handhavers in de gelegenheid zijn om zo nodig de inhoud
                    van aangebroken zakken, emmers en (mini)containers te onderzoeken. In dit geval
                    zou een alternatief voor het eerste lid kunnen zijn: "Voor anderen dan de
                    inzameldienst of andere inzamelaars is het verboden afvalstoffen die ter
                    inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden."</al><al>Eerste lid: Mogelijkheid tot verwijdering van grof huishoudelijk afval</al><al>Er zou kunnen worden gekozen voor toevoeging van een extra lid: "Het verwijderen
                    van grof huishoudelijke afvalstoffen is toegestaan, mits dit niet gepaard gaat
                    met het veroorzaken van verontreiniging van de omgeving."</al><al>Tweede lid: Voorkomen van zwerfafval</al><al>In artikel 10.25, onder a, Wm wordt de basis gelegd voor het opnemen van het
                    tweede lid. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover zegt: "De
                    onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft het
                    voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse
                    wijze worden gesteld." Met het tweede lid wordt beoogd om zwerfafval bij ter
                    inzameling gereed staande afvalstoffen te voorkomen.</al><al/><al>Artikel 19. Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                    drinkwaren</al><al>Wettelijke grondslag</al><al>In artikel 10.25, onder a, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van een
                    dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Zie hiervoor ook de Memorie van
                    Toelichting, die over dit artikel zegt: "De onderdelen a en b hebben betrekking
                    op zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval.
                    Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels
                    worden gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort verontreiniging.
                    Veelal zal het daarbij gaan om een verbod, bijvoorbeeld om afval op straat of in
                    het water te werpen. De regels kunnen ook de aanwezigheid van bepaalde
                    voorzieningen (bijvoorbeeld een afvalbak bij een snackbar) of het gebruik
                    daarvan voorschrijven."</al><al>Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn bijvoorbeeld een
                    winkel, hal of kraam. Het afval dat hierbij kan vrijkomen zijn bijvoorbeeld
                    papier, etensresten, verpakkingsmateriaal of ander afval.</al><al>Wet milieubeheer</al><al>Opgemerkt wordt dat een inrichting zoals bedoeld in dit artikel,
                    vergunningplichtig kan zijn op grond van de Wet milieubeheer, dan wel
                    meldingsplichtig op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                    milieubeheer, ook wel het Activiteitenbesluit genoemd. Met de inwerkingtreding
                    van het Activiteitenbesluit op 1 januari 2008 is het voormalig Besluit Horeca-,
                    sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer komen te vervallen.</al><al>De verplichting zoals opgenomen onder c van deze bepaling kan in deze gevallen
                    als voorschrift aan een dergelijke milieuvergunning worden verbonden, dan wel
                    rechtstreeks voortvloeien uit het Activiteitenbesluit.</al><al>In de nabijheid van de inrichting</al><al>Artikel 213 van het Activiteitenbesluit bepaalt het volgende: "Degene die de
                    inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport-
                    of spelmaterialen, of andere materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of
                    voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van 25 meter van de
                    inrichting." Hieruit volgt dat het criterium "in de nabijheid van de inrichting"
                    kan worden uitgelegd als binnen een straal van 25 meter van de inrichting.</al><al/><al>Artikel 20. Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</al><al>Wettelijke grondslag</al><al>In artikel 10.25, onder b, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van een
                    dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Zie hiervoor ook de Memorie van
                    Toelichting, die over artikel 10.25 Wm zegt: "De onderdelen a en b hebben
                    betrekking op zwerfafval. …….. Onderdeel b betreft het opruimen van
                    zwerfafval."</al><al>Dit artikel is dus een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de vorm van
                    een verplichting tot opruimen of laten opruimen van reclamebiljetten of ander
                    promotiemateriaal.</al><al>Een bepaling als vervat in dit artikel, werd door de Hoge Raad verenigbaar
                    geacht met artikel 7 grondwet (oud artikel 7, eerste lid, van de herziene
                    Grondwet). Zie HR 27 februari 1951, 472 (Eindhoven).</al><al>Promotiemateriaal</al><al>Niet alleen reclamebiljetten worden aan het publiek uitgereikt. Ook ander
                    promotiemateriaal wordt vaak uitgereikt. Gedacht kan worden aan de zogenaamde
                    samplings, monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie een product in een
                    kleine hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit artikel kan degene die
                    dergelijk promotiemateriaal uitreikt, worden verplicht het promotiemateriaal, de
                    verpakking of de inhoud daarvan op te ruimen of te laten opruimen.</al><al>Relatie met APV</al><al>Dit artikel stond vroeger in de APV. Het is niet verstandig om, om redenen van
                    eenduidigheid, om dit artikel in beide verordeningen op te nemen.</al><al/><al>Artikel 21. Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                    werkzaamheden</al><al>Eerste lid</al><al>De grondslag voor het eerste lid is opgenomen in artikel 10.25, onder a, Wm. Zie
                    hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over artikel 10.25 Wm zegt: "De
                    onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft het
                    voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse
                    wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels worden gesteld omtrent het direct
                    veroorzaken van dit soort verontreiniging."</al><al>Het eerste lid beoogt het ontstaan van zwerfafval bij het laden of lossen of
                    vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te voorkomen.</al><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid vloeit voort uit artikel 10.25, onder b, Wm. De memorie van
                    toelichting zegt hierover: "De onderdelen a en b hebben betrekking op
                    zwerfafval. …….. Onderdeel b betreft het opruimen van zwerfafval." Dit artikel
                    is dus een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de vorm van een
                    verplichting tot het reinigen of laten reinigen van de weg bij het ontstaan van
                    zwerfafval. De opname van het tweede lid heeft vooral betekenis in verband met
                    het op kosten van de overtreder laten reinigen van de weg (bestuursdwang).</al><al/><al>PARAGRAAF 6. OVERIGE ONDERWERPEN DIE DE VERORDENING AANGAAN</al><al>Artikel 22. Verbod opslag van afvalstoffen</al><al>In artikel 10.25, onder c, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van een
                    dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Bij de afvalstoffenverordening
                    kunnen voortaan in ieder geval regels worden gesteld omtrent het op een voor het
                    publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen.</al><al>Artikel 10.25, onder c, Wm geldt voor de opslag van alle afvalstoffen (zie ook
                    de toelichting bij artikel 1 en artikel 23 van deze verordening). Net als bij de
                    bepalingen over zwerfafval, die zijn gebaseerd op artikel 10.25, onder a en b,
                    Wm is ook hier sprake van facultatief medebewind.</al><al>APV</al><al>In de model-APV is een soortgelijke bepaling opgenomen. Op grond van het tweede
                    lid kan het college ontheffingen verlenen op het verbod om onder andere
                    afvalstoffen en autowrakken op te slaan voor buiten de weg gelegen plaatsen.
                    Door het opnemen van deze bepaling in de model-afvalstoffenverordening is het
                    artikel uit de model-APV - alleen - voor wat betreft het aanwijzen van plaatsen
                    voor afvalstoffen en autowrakken komen te vervallen.</al><al>Artikel 22 beoogt het belang van het milieu te beschermen. Ten aanzien van
                    autowrakken die op de weg zijn geplaatst heeft het artikel in de APV een
                    aanvullend motief op grond van de verkeersveiligheid.</al><al/><al>Artikel 23. Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al><al>Wettelijk regime autowrakken</al><al>De regelgeving voor autowrakken is in 2002 drastisch gewijzigd. Op 8 mei 2002 is
                    de wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen, Staatsblad
                    2001, 346) gedeeltelijk in werking getreden. Op 2 juli 2002 is het Besluit
                    beheer autowrakken (Staatsblad 2002, 259) in werking getreden. Het nieuwe
                    Besluit Beheer Autowrakken (hierna te noemen BBA) verplicht autofabrikanten om
                    een hoogwaardig inname- en verwerkingssysteem voor autowrakken op te
                    zetten.</al><al>Definitie autowrak</al><al>Het begrip autowrak wordt in artikel 1, onder b, BBA als volgt gedefinieerd:
                    "voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1 lid 1 van de Wm".</al><al>De Wet milieubeheer definieert het begrip afvalstof als:</al><al>"alle stoffen, preparaten of andere producten …… waarvan de houder zich ontdoet,
                    voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen".</al><al>Door deze definities wordt een autowrak altijd aangemerkt als afvalstof en valt
                    hiermee dus onder de werking van deze bepaling.</al><al>In de Nota van toelichting van het BBA wordt nader ingegaan op het begrip
                    autowrak.</al><al>"De houder van een voertuig zal zich doorgaans zich daarvan ontdoen, voornemens
                    zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen, wanneer het
                    voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat verkeert en het niet meer op
                    rendabele wijze in een rijtechnisch voldoende staat is te brengen. Een
                    motorrijtuig verkeert in een rijtechnisch onvoldoende staat wanneer het niet
                    voldoet aan de wettelijke inrichtingseisen, genoemd in de wegenverkeerswetgeving
                    of aan de apk-eisen of andere ernstige technische gebreken kent, bijvoorbeeld of
                    essentiële onderdelen zijn gedemonteerd. Voor het beantwoorden van de vraag of
                    een voertuig op rendabele wijze weer in rijtechnisch voldoende staat te brengen
                    is, kan worden uitgegaan van de richtprijzen voor gebruikte voertuigen en van de
                    door garages en schadeherstelbedrijven gehanteerde tarieven voor
                    reparatiewerkzaamheden. ….. De vraag of sprake is van een autowrak zal van geval
                    tot geval door een persoon belast met de handhaving bepaald moeten worden op
                    grond van de wet- en regelgeving en de jurisprudentie terzake."</al><al>Er is dus sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op economisch
                    rendabele wijze in rijtechnisch voldoende staat is te brengen.</al><al>Opslag van autowrakken in inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer</al><al>De provincie is bevoegd gezag voor Wm-inrichtingen die vijf of meer autowrakken
                    opslaan. Het college van de gemeente is bevoegd gezag voor inrichtingen die
                    onder de werking van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer
                    vallen. In dergelijke inrichtingen is de opslag van maximaal vier autowrakken
                    toegestaan.</al><al>Zich ontdoen van een autowrak door huishoudens</al><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 6 BBA. Hierin is de afgifte van
                    autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA moeten
                    gemeenten in hun afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een
                    huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan
                    autodemontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon
                    die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte
                    voorwaarden).</al><al>Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens
                    uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling
                    van huishoudelijk afval.</al><al/><al>PARAGRAAF 7. SLOTBEPALINGEN</al><al>Artikel 24. Strafbepaling</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.1 model-APV:
                    Strafbepaling.</al><al>Aanduiding strafbare feiten</al><al>In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit worden
                    aangeduid om strafrechtelijk te kunnen worden gehandhaafd. De strafbaarstelling
                    van artikel 10.23 Wm over de gemeentelijke afvalstoffenverordening is geregeld
                    in de Wet op de economische delicten (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de
                    afvalstoffenverordening zich voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de
                    strafbaarstelling geclausuleerd.</al><al>Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt: "Economische delicten zijn eveneens:
                    overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: …. de Wet
                    milieubeheer, 10.23 – voor zover aangeduid als strafbare feiten - en ……." In de
                    afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke overtredingen (lees:
                    de overtreding van welke artikelen) een strafbaar feit opleveren. Uitsluitend
                    indien dat het geval is, vormt de overtreding een economisch delict in de zin
                    van artikel 1a, onder 3º Wed.</al><al>In dit kader is tevens van belang dat de afvalstoffenverordening tijdig wordt
                    aangepast aan een eventuele wijziging van hogere wetgeving. Zo werd in een
                    uitspraak van de rechtbank Zwolle (d.d. 14 december 2004, LJN:AR7488,
                    07.750227-03) overwogen, dat de APV ten tijde van het bewezen verklaarde feit
                    nog niet was aangepast aan de wijziging van de Wet milieubeheer, zodat het
                    gedrag in strijd met de verordening niet uitdrukkelijk is aangeduid als
                    strafbaar feit. De rechtbank bepaalde dat niet was voldaan aan het vereiste van
                    de Wed en dat alleen sprake was van een economisch delict, indien de betreffende
                    gedraging is aangeduid als strafbaar feit en besluit tot ontslag van alle
                    rechtsvervolging.</al><al>Als strafbaar feit aangeduide bepalingen uit de
                    model-Afvalstoffenverordening</al><al>Gedragingen in strijd met de volgende artikelen van de
                    model-Afvalstoffenverordening kunnen worden aangeduid als een strafbaar feit in
                    de zin van artikel 1a, onder 3º Wed:</al><al>Strafbepaling</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al> Artikel 6</al></entry><entry><al>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                        aanwijzing</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 7</al></entry><entry><al>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen aan anderen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 8</al></entry><entry><al>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van
                                        percelen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 9</al></entry><entry><al>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 10</al></entry><entry><al>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 11</al></entry><entry><al>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 14</al></entry><entry><al>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                        inzameldienst</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 15</al></entry><entry><al>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan
                                        een ander dan de inzameldienst</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 16</al></entry><entry><al>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 17</al></entry><entry><al>Achterlaten van straatafval</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 18</al></entry><entry><al>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                        afvalstoffen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 19</al></entry><entry><al>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                        drinkwaren</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 20</al></entry><entry><al>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                        promotiemateriaal</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 21</al></entry><entry><al>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                        werkzaamheden</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 22</al></entry><entry><al>Verbod opslag van afvalstoffen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 23</al></entry><entry><al>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Strafmaat </al><al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
                    verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval van de
                    afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete
                    van de vierde categorie. Artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht
                    stelt de hoogte van een boete van de vierde categorie vast op maximaal 11.250
                    euro. Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht geeft de officier van justitie
                    de mogelijkheid om met een boete strafvervolging te voorkomen.</al><al>Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. De boete voor
                    het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval of voor zwerfafval is op dit
                    moment (voorjaar 2008) gesteld op een standaardbedrag van 50 euro.</al><al/><al>Artikel 25. Toezichthouders</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.2 model-APV:
                    Toezichthouders.</al><al>Aanwijzing van de toezichthouder in de afvalstoffenverordening is noodzakelijk,
                    indien een toezichthouder tevens opsporingsbevoegdheden dient te krijgen. Alleen
                    voor de aanwijzing van toezichthouders is een bepaling opgenomen in de
                    afvalstoffenverordening. Opsporingsambtenaren worden namelijk aangewezen in de
                    artikelen 141 en 142 Wetboek van Strafvordering.</al><al/><al>Artikel 26. Inwerkingtreding</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.4 model-APV:
                    Inwerkingtreding.</al><al>Tweede lid: Intrekking Afvalstoffenverordening of artikelen APV</al><al>Als de gemeente al beschikt over een Afvalstoffenverordening dan moet die met
                    het vaststellen van de nieuwe Afvalstoffenverordening worden ingetrokken.</al><al>Indien de afvalstoffenverordening nog was opgenomen in de APV en nu gekozen
                    wordt voor het onderbrengen in een aparte afvalstoffenverordening heeft tot
                    gevolg dat in ieder geval de volgende artikelen van de model-APV moeten worden
                    ingetrokken en/of aangepast.</al><al>- afdeling 4.2 Afvalstoffen in het geheel</al><al>- artikel 4.4.1 Verontreiniging van de weg en van terreinen</al><al>- artikel 4.4.2 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</al><al>- artikel 4.4.3 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                    drinkwaren</al><al>- artikel 4.4.4 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</al><al>- artikel 4.4.7 Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande
                    afvalstoffen</al><al>- artikel 4.1.7, eerste lid, onder e en f: Opslag bromfietsen, motorvoertuigen,
                    caravans, afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouwproducten e.d.</al><al/><al>Artikel 27. Overgangsbepaling</al><al>tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.5 model-APV: Overgangsbepaling.
                    Omdat echter de oude verordening een vergunningstelsel kende en de nieuwe
                    verordening dit niet kent zijn de bepalingen iets aangepast.</al><al>Het bepaalde in het tweede lid moet geregeld worden in het uitvoeringsbesluit
                    dat hoort bij deze nieuwe verordening door het intrekken van het oude
                    uitvoeringsbesluit.</al><al/><al>Artikel 28. Citeerbepaling</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.6 model-APV:
                    Citeerbepaling.</al><al>HOOFDSTUK 5. MOGELIJKE UITVOERINGSBESLUITEN</al><al>§ 5.1 OVERZICHT UITVOERINGSBESLUITEN</al><al>In onderstaand schema is per artikel uit de verordening aangegeven of en zo ja,
                    welk uitvoeringsbesluit op grond van dit artikel door het college kan, dan wel
                    moet worden genomen. Ook is aangegeven of er op grond van het artikel een
                    ontheffing kan worden verleend.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>NR</vet></al></entry><entry><al><vet>ONDERWERP</vet></al></entry><entry><al><vet>MOGELIJKE UITVOERINGSBESLUITEN</vet></al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 1 Algemene bepalingen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1</al></entry><entry><al>Begripsomschrijvingen</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 2: Vaststellen
                                        omschrijving van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                        als bedoeld in lid 1.</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 2 Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>2</al></entry><entry><al>Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 1: Aanwijzing
                                        inzameldienst. Uitvoeringsbesluit op grond van lid 2:
                                        Aanwijzing andere inzamelaars voor de inzameling van
                                        afzonderlijke categorieën huishoudelijke afvalstoffen.
                                        Uitvoeringsbesluit op grond van lid 3 - (is namelijk al
                                        opgenomen in afvalstoffenverordening of elders in het
                                        uitvoeringsbesluit)</al></entry></row><row><entry><al>3</al></entry><entry><al>Afzonderlijke inzameling</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 2: Vaststellen
                                        omschrijving van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                        als bedoeld in lid 1.</al></entry></row><row><entry><al>4</al></entry><entry><al>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 2: Aanwijzing
                                        inzamelmiddel of -voorziening van een bepaalde categorie
                                        huishoudelijke afvalstof ten behoeve van een gebruiker van
                                        een perceel.</al></entry></row><row><entry><al>5</al></entry><entry><al>Frequentie van inzamelen</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 9: Vaststelling
                                        frequentie van inzameling van overige categorieën
                                        huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen
                                        delen van de gemeente bij elk perceel worden
                                        ingezameld.</al></entry></row><row><entry><al>6</al></entry><entry><al>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                        aanwijzing</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>7</al></entry><entry><al>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen aan anderen</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>8</al></entry><entry><al>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van
                                        percelen</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>9</al></entry><entry><al>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 3. Aanwijzen van
                                        categorieën personen waarvoor de gescheiden inzameling niet
                                        van toepassing is omdat zij daarvan uitgezonderd zijn. Deze
                                        aanwijzing moet overeenstemmen met de aanwijzing op grond
                                        van artikel 5 waarin gebieden kunnen worden aangewezen waar
                                        bepaalde afvalstoffen niet gescheiden worden
                                        ingezameld.</al></entry></row><row><entry><al>10</al></entry><entry><al>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 3: Vaststellen regels
                                        omtrent het gebruik van een van gemeentewege verstekt
                                        inzamelmiddel. Uitvoeringsbesluit op grond van lid 4:
                                        Vaststellen regels over de plaats en wijze waarop
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden
                                        aangeboden. Uitvoeringsbesluit op grond van lid 5: Aanwijzen
                                        van categorieën huishoudelijke afvalstoffen die zonder
                                        inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden.</al></entry></row><row><entry><al>11</al></entry><entry><al>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 1: Vaststellen dagen en
                                        tijden waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling
                                        kunnen worden aangeboden.</al></entry></row><row><entry><al>12</al></entry><entry><al>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                        huishoudelijke afvalstoffen</al></entry><entry><al>Vaststellen regels over het in bijzondere gevallen ter
                                        inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen.</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 4 Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>13</al></entry><entry><al>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</al></entry><entry><al>Aanwijzing bedrijfsafvalstoffen als categorie die worden
                                        ingezameld door de inzameldienst.</al></entry></row><row><entry><al>14</al></entry><entry><al>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                        inzameldienst</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 3: Vaststellen regels
                                        over dagen, tijden, wijze en plaatsen waarop
                                        bedrijfsafvalstoffen kunnen worden aangeboden aan de
                                        inzameldienst.</al></entry></row><row><entry><al>15</al></entry><entry><al>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan
                                        een ander dan de inzameldienst</al></entry><entry><al>Uitvoeringsbesluit op grond van lid 1: Vaststellen regels
                                        over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen aan een
                                        ander.</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 5 Zwerfafval</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>16</al></entry><entry><al>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al></entry><entry><al>Ontheffingstelsel voor de opslag van afvalstoffen</al></entry></row><row><entry><al>17</al></entry><entry><al>Achterlaten van straatafval</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>18</al></entry><entry><al>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                        afvalstoffen</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>19</al></entry><entry><al>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                        drinkwaren</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>20</al></entry><entry><al>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                        promotiemateriaal</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>21</al></entry><entry><al>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                        werkzaamheden</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 6 Overige onderwerpen die de verordening
                                        aangaan</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>22</al></entry><entry><al>Verbod opslag van afvalstoffen</al></entry><entry><al>Ontheffingstelsel voor de opslag van afvalstoffen op een
                                        voor het publiek zichtbare plaats.</al></entry></row><row><entry><al>23</al></entry><entry><al>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Paragraaf 7 Slotbepalingen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>24</al></entry><entry><al>Strafbepaling</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>25</al></entry><entry><al>Toezichthouders</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>26</al></entry><entry><al>Inwerkingtreding</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>27</al></entry><entry><al>Overgangsbepaling</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>28</al></entry><entry><al>Citeerbepaling</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>§ 5.2 VERORDENING OF UITVOERINGSBESLUITEN?</al><al>In deze model-Afvalstoffenverordening is ervoor gekozen om meer gedetailleerde
                    regels, die aan veranderingen onderhevig kunnen zijn, in uitvoeringsbesluiten
                    van het college op te nemen. Er is immers sprake van een model dat in vele
                    gemeenten toepasbaar moet kunnen zijn.</al><al>Er zijn echter gemeenten die er uitdrukkelijk voor kiezen om dergelijke regels
                    ook uitdrukkelijk bij verordening te regelen. Hierin zijn gemeenten volledig
                    vrij. Beide varianten hebben hun voor- en nadelen. Zo zal een "basale"
                    verordening bij wijziging niet iedere keer te hoeven worden vastgesteld door de
                    raad. Aan de andere kant kan het regelen van deze onderwerpen in de verordening
                    zelf duidelijker zijn en de handhaafbaarheid vergroten.</al><al>Indien de gemeente kiest voor een basale verordening en met daarop gebaseerde
                    uitvoeringsbesluiten, zou een optie kunnen zijn om de diverse
                    uitvoeringsbesluiten in één verzamelbesluit op te nemen. Met het doorvoeren van
                    de wijzigingen van de onderhavige modelverordening heeft de VNG tevens een model
                    opgesteld voor een dergelijk verzamelbesluit.</al><al>Tegen het uitvoeringsbesluit zoals dat genomen wordt door het college kan
                    bezwaar en beroep worden aangetekend overeenkomstig de Awb.</al><al/><al>HOOFDSTUK 6. HANDHAVING IN DE PRAKTIJK</al><al>§ 6.1 STRAFRECHTELIJKE HANDHAVING</al><al>Indien in de afvalstoffenverordening de artikelen zijn aangeduid als een
                    strafbaar feit, kan het strafrechtelijk worden gehandhaafd. De gemeente
                    Amsterdam heeft uitdrukkelijk gekozen voor dit spoor. Een goede relatie met het
                    Openbare Ministerie is een belangrijke randvoorwaarde en er dienen goede
                    afspraken te worden gemaakt. Dit ter voorkoming van het uitblijven van
                    strafvervolging, indien er andere prioriteiten worden gesteld.</al><al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
                    verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval van de
                    afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete
                    van de vierde categorie. Artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht
                    stelt de hoogte van een boete van de vierde categorie vast op maximaal 11.250
                    euro. Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht geeft de officier van justitie
                    de mogelijkheid om met een boete strafvervolging te voorkomen.</al><al>Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. De boete voor
                    het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval of voor zwerfafval is op dit
                    moment gesteld op een standaardbedrag van 46 euro.</al><al>§ 6.2 BESTUURSRECHTELIJKE SPOOR: SPOEDEISENDE BESTUURSDWANG</al><al>De gemeenten Utrecht, Rotterdam en Leiden hebben gekozen voor het toepassen van
                    spoedeisende bestuursdwang door middel van het direct opruimen van verkeerd
                    aangeboden afvalstoffen. Hiervan worden de kosten in rekening worden gebracht
                    bij de overtreder. Uit vaste jurisprudentie volgt dat degene die het te
                    handhaven voorschrift daadwerkelijk schendt, als overtreder kan worden
                    aangemerkt. Daarbij mag in de regel worden aangenomen dat de persoon tot wie de
                    aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. (Zie
                    onder andere ABRS 1 juni 2005, LJN: AT6562, 200500913/1 en ABRS 17 oktober 2007,
                    200702596/1)</al><al>In Rotterdam worden de bewoners van wijken waar de spoedeisende bestuursdwang
                    wordt ingevoerd vooraf geïnformeerd door bewonersbrieven en publicaties in
                    lokale bladen. Daarbij worden de spelregels bekend gemaakt voor het aanbieden
                    van huisvuil en de "sanctie" die staat op het verkeerd aanbieden van
                    huisvuil.</al><al>Handhavingsteams verwijderen het verkeerd aangeboden huisvuil na dit doorzocht
                    te hebben op poststukken. Hiervan wordt proces-verbaal op gemaakt, dat
                    vervolgens wordt omgezet in een bestuursdwangbesluit met een rekening van €
                    45,-.</al><al>De spoedeisendheid is gelegen in het feit dat de gemeente Rotterdam zwaar heeft
                    ingezet op een beleid dat is gericht op het schoon, heel en veilig maken van
                    wijken in Rotterdam. Verkeerd aangeboden huisvuil trekt niet alleen huisvuil
                    aan, maar ook ongedierte. Bovendien is het een bron van zwerfafval en leidt in
                    zijn algemeenheid tot een verloederd beeld van de wijk.</al><al>Utrecht is medio 2003 begonnen met bestuursrechtelijke handhaving. Hiervoor is
                    een uitgebreide mediacampagne aan vooraf gegaan. Na een periode van voorlichting
                    volgde een periode van waarschuwing (gele kaarten) en tot slot de daadwerkelijke
                    start van de handhaving. De gemeentelijke reinigingspolitie maakt hierbij
                    gebruik van het instrument spoedeisende bestuursdwang.</al><al>In tegenstelling tot het strafrecht, waarbij men zich richt op het straffen van
                    de overtreder, richt de toepassing van bestuursdwang zich in eerste aanleg op
                    het ongedaan maken van de overtreding. Dit neemt niet weg dat de
                    reinigingspolitie in voorkomende gevallen (denk aan een heterdaad-situatie of
                    een bekennende verdachte) ook strafrechtelijk kan en zal optreden. Alle
                    medewerkers zijn immers beëdigde buitengewoon opsporingsambtenaar.</al><al>In geval van spoedeisende bestuursdwang doorzoekt de reinigingspolitie de
                    vuilniszak op aanwezige adreswikkels. Men maakt een rapport op van de
                    geconstateerde overtreding, welke als basis dient voor het bestuursdwangbesluit.
                    Dit besluit wordt binnen enkele dagen na constatering van de overtreding
                    verzonden vergezeld van een acceptgiro. Afhankelijk van de overtreding wordt €
                    46, € 92 of € 138 in rekening gebracht. De overtreder dient immers (een deel)
                    van de gemaakte kosten te betalen. Wanneer de overtreder het met de
                    bestuursdwangaanschrijving oneens is, kan hij hiertegen een bezwaarschrift
                    indienen. Na het constateren van de overtreding zorgt de reinigingspolitie
                    ervoor dat de overtreding direct ongedaan wordt gemaakt. Men beschikt niet voor
                    niets over een voertuig waarin men zelf afval kan afvoeren.</al><al>De spoedeisendheid van de bestuursdwang laat zich verklaren door het feit dat
                    het laten liggen van het afval leidt tot een (verdergaande) vervuiling van de
                    openbare ruimte, het aantrekken van meer afval, het ontstaan van zwerfafval en
                    een gevoel van onveiligheid bij de burgers (zie ook Rotterdam). Dit vindt steun
                    in de uitspraak van de Raad van State van 29 juni 2006, LJN: AT8444,
                    200501053/1, waarin het spoedeisendheid belang van de handhavingactie centraal
                    stond. De Afdeling heeft geoordeeld dat het college zich in redelijkheid op het
                    standpunt heeft kunnen stellen, dat bij de handhaving van wettelijke
                    voorschriften met betrekking tot de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen
                    in de regel een spoedeisend belang aanwezig is, gezien de mogelijke overlast en
                    vervuiling door de verspreiding van op straat geplaatste afvalstoffen als
                    zwerfvuil. Derhalve acht de Afdeling de beleidsregel, waarin de toepassing van
                    spoedeisende bestuursdwang is vastgelegd, niet in strijd met artikel 5:24,
                    vierde en vijfde lid van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>§ 6.3 PRIVAATRECHTELIJKE WEG: ONRECHTMATIGE DAAD</al><al>De gemeenten Den Haag en Maastricht hanteren, in afwachting van de bestuurlijke
                    boete, de civielrechtelijke weg bij het verkeerd aanbieden van huishoudelijk
                    afval. Bij deze aanpak worden, indien huisvuil illegaal wordt aangeboden, de
                    kosten van verwijdering en de daarmee verbonden administratieve handelingen in
                    rekening gebracht. De kosten bedragen op dit moment € 166 in Den Haag en
                    minimaal € 108 in Maastricht.</al><al>§ 6.4 BESTUURSRECHTELIJKE HANDHAVING: BESTUURLIJKE BOETE?</al><al>De VNG heeft jaren gepleit voor intensivering van de bestuurlijke handhaving en
                    daarom ingezet op een snelle en brede invoering van de bestuurlijke boete. Dit
                    om daadkrachtig te kunnen optreden tegen verloedering van het publieke
                    domein.</al><al>In februari 2003 heeft de VNG de publicatie "Bestuurlijke handhaving versterkt!
                    VNG-pleidooi voor de invoering van een bestuurlijke boete" uitgegeven (VNG
                    Uitgeverij, ISBN: 90 322 7946 7). In de bijlage is een lijst opgenomen, met een
                    opsomming van feiten waarvoor de handhaving door een bestuurlijke boete zeer
                    gewenst is. In deze feitenlijst zijn bijvoorbeeld ook artikelen opgenomen over
                    het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval. De bestuurlijke boete kan ook
                    worden toegepast voor de aanpak van zwerfafval.</al><al>De Eerste Kamer heeft in december 2007 ingestemd met het wetsvoorstel
                    Bestuurlijke Boete Overlast in de openbare ruimte. Over de invoering van de
                    bestuurlijke boete en de algemene maatregel van bestuur waarin de beboetbare
                    onderwerpen worden vastgelegd vindt overleg plaats tussen VNG (sector BJZ) en
                    het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), het
                    ministerie van Justitie en het Openbaar Ministerie. Ook onderwerpen uit de
                    afvalstoffenverordening komen onder dit wetsvoorstel te vallen. Begin 2008 was
                    nog niet bekend wanneer de bestuurlijke boete daadwerkelijk wordt
                    ingevoerd.</al><al> [1] Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december
                    2006 betreffende diensten op de interne markt, PB L376/36, 27 december
                    2006.</al><al>[2] Niet-dossierstuk II 2003/04, vrom040763.</al><al>[3] Niet-dossierstuk II 2004/05, vrom040958.</al><al>[4] Landelijk afvalbeheersplan (verder: LAP), sectorplan 9, paragraaf 4.1.2,
                    kamerstukken 2002/2003, 28 600 XI, nr. 93.</al><al>[5] "Afscheid van de verplichte afvalscheiding? Een onderzoek naar de
                    communiceerbaarheid van de mogelijke beleidswijziging GFT-inzameling", te
                    downloaden via <extref doc="http://www.vrom.nl/pagina.html?id=2706&amp;sp=2&amp;dn=w011">http://www.vrom.nl/pagina.html?id=2706&amp;sp=2&amp;dn=w011</extref>).</al><al>[6] Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december
                    2006 betreffende diensten op de interne markt, PB L376/36, 27 december
                    2006.</al><al>[7] Artikel 10.24 Wet milieubeheer </al><al>[8] Een schone leefomgeving, een goede volksgezondheid en een zo min mogelijke
                    belasting van het milieu.</al><al>[9] Dwingende redenen van algemeen belang zijn redenen die als zodanig zijn
                    erkend in de rechtspraak van het Hof van Justitie; waaronder de volgende
                    gronden: openbare orde, openbare veiligheid, staatsveiligheid, volksgezondheid,
                    handhaving van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel,
                    bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers, eerlijkheid
                    van handelstransacties, fraudebestrijding, bescherming van het milieu en het
                    stedelijk milieu, diergezondheid, intellectuele eigendom, behoud van het
                    nationaal historisch en artistiek erfgoed en doelstellingen van het sociaal
                    beleid en het cultuurbeleid.</al><al>[10] Tegen het uitvoeringsbesluit zoals dat genomen wordt door het college kan
                    bezwaar en beroep worden aangetekend overeenkomstig de Awb.</al><al>[11] Richtlijn 2004/18/EG.</al><al>[12] Richtlijn 2004/17/EG.</al><al>[13] Zie ondermeer HvJ EG 18 november 1999, C-107/98 (Teckal-arrest), HvJ EG 11
                    januari 2005, zaak C-26/03 (Stadt Halle), HvJ EG 13 oktober 2005, C-458/03
                    (Parking Brixen).</al><al/><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>