<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR332097_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid De Wolden 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Wolden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.dewolden.nl">De Wolder Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid De Wolden 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/Hoofdstuk3/34/Artikel34/geldigheidsdatum_16-05-2014">Artikel 34 Wet werk bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/Hoofdstuk4/41/Artikel35/geldigheidsdatum_16-05-2014">Artikel 35 Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/Hoofdstuk6/61/Artikel50/geldigheidsdatum_16-05-2014">Artikel 50 Wet werk bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/Hoofdstuk6/61/Artikel51/geldigheidsdatum_16-05-2014">Artikel 51 Wet werk bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk4/Titel43/Artikel481/geldigheidsdatum_23-05-2014">Artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-02-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>A-1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid De Wolden 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Het college van de gemeente De Wolden;</al><al> gelet op de artikelen 34, 35, 50 en 51 van de WWB alsmede artikel 4:81 van
                        de Algemene wet bestuursrecht;</al><al> overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen omtrent
                        de aan het college toekomende bevoegdheid om bijzondere bijstand toe te
                        kennen indien sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende
                        noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het
                        college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de
                        langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer
                        bedraagt dan de bijstandsnorm.</al><al> besluit:</al><al> vast te stellen de volgende ‘Beleidsregels bijzondere bijstand en
                        minimabeleid 2014’</al><al> Inleiding</al><al> De Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid beschrijven op welke
                        wijze het college van burgemeester en wethouders invulling geeft aan haar
                        bevoegdheid om bijzondere bijstand toe te kennen op grond van de Wet werk en
                        bijstand (hierna te noemen WWB). De meest voorkomende kostensoorten waarvoor
                        bijzondere bijstand kan worden aangevraagd worden benoemd in deze
                        beleidsregels. Op grond van artikel 35 WWB kan altijd bijzondere bijstand
                        worden gevraagd voor dergelijke kosten. Voor enkele kostensoorten zijn
                        aparte verordeningen vastgesteld door de gemeenteraad, de uitwerking van die
                        verordeningen zijn ook terug te vinden in deze beleidsregels.</al><al> De beleidsregels zijn zodanig opgesteld dat deze de kaders weergeven
                        waarbinnen het cluster sociale zaken aanvragen dient te behandelen,
                        daarnaast zijn de beleidsregels ook bedoeld als informatiebron voor de
                        (bijzondere) bijstandsgerechtigden.</al><al> De beleidsregels bestaan uit vier delen:</al><al> 1. Algemeen</al><al> Wie behoort tot de doelgroep? Welke inkomens- en vermogensgrenzen zijn er?
                        Hoe wordt de draagkracht berekend? Hoe gaan we om met bewijsstukken? Moet de
                        klant de kosten eerst zelf betalen? Deel 1 geeft antwoorden op deze vragen.
                        Daarnaast zetten we in deel 1 uiteen hoe we de administratieve lasten van
                        bijstandsgerechtigden gaan verlagen, de kwaliteit gaan verbeteren en de
                        doorlooptijden omlaag gaan.</al><al> 2. Bijzondere</al><al> bijstand en de vastgestelde regelingen</al><al> Het college en de raad hebben meerdere regelingen vastgesteld op grond van
                        artikel 35 van de WWB om specifieke groepen in bepaalde kostensoorten
                        tegemoet te komen. In deel 2 en in de inhoudsopgave kunt u terugvinden welke
                        gemeentelijke regelingen zijn vastgesteld.</al><al> 3. WWB - overige</al><al> Naast de in deel 2 genoemde regelingen zijn voor de veel gevraagde
                        kostensoorten ook beleidsregels vastgelegd. Dit bevordert een eenduidige
                        uitvoering en is ook transparant voor de burger.</al><al> 4. Afsluiting</al><al> Beleidsregels dienen vastgesteld te worden door het college. De
                        hardheidsclausule en de bepalingen met betrekking tot de inwerkingtreding
                        ondertekening zijn opgenomen in het afsluitende vierde deel.</al><al> Tenslotte</al><al> In de bijlage “Normen en vergoedingen” is een overzicht opgenomen van de
                        geldende inkomensgrenzen, vermogensgrenzen, vergoedingen en
                        tegemoetkomingen. Hierbij wordt afhankelijk van de persoonlijke situatie
                        uitgegaan van de grenzen van inkomen en vermogen voor wat betreft de normen
                        voor een alleenstaande, voor de alleenstaande ouder en zijn ten laste
                        komende kinderen en voor de gezinsleden tezamen. Dit overzicht wordt
                        jaarlijks geïndexeerd. Op de website
                        (http://www.dewolden.nl/inwoners/normenen- vergoedingen_3649/) vindt u
                        altijd een actueel overzicht van de normen en vergoedingen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Inleiding</vet></al><al> In deze beleidsregels (voorheen het beleidsuitvoeringsplan = BUP)
                            worden de beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid inzichtelijk
                            gemaakt. Raad en college erkennen dat het niet altijd even makkelijk is
                            om rond te komen van een minimuminkomen. Het is echter in ieders belang
                            dat elke burger in onze gemeente mee kan doen aan de samenleving. De
                            maatregelen op het gebied van armoedebestrijding hebben allereerst
                            betrekking op re-integratie en inkomensondersteuning. Mensen aan werk
                            helpen staat voorop: het verdienen van een eigen inkomen is de beste
                            manier om armoede te bestrijden. Het is echter niet in alle gevallen
                            toereikend. Zeker niet voor hen die moeilijk in staat zijn om aan
                            voldoende betaald werk te komen, chronisch ziek of gehandicapt zijn,
                            nauwelijks pensioen hebben of in een schuldenspiraal terecht zijn
                            gekomen. Om sociale uitsluiting van inwoners afhankelijk van een inkomen
                            om en nabij het sociaal minimum te voorkomen, is sociaal beleid
                            ontwikkeld.</al><al> Om in aanmerking te komen voor deze voorzieningen moet eerst
                            vastgesteld worden of voldaan wordt aan de doelgroepeisen, daarom worden
                            deze randvoorwaarden als eerste behandeld.</al><al><cursief>Doelgroep</cursief></al><al> Onder het gemeentelijk minimabeleid vallen inwoners van de gemeente De
                            Wolden (GBA inschrijving is doorslaggevend) van 21 jaar en ouder, die
                            zelfstandig een huishouden voeren en voldoen aan de gestelde inkomens-
                            en vermogenseisen.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>1.1</nr><titel>Inkomenseisen</titel></kop><structuurtekst><al> Het inkomen en/of de uitkering moet op het moment van aanvraag
                                gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende sociaal
                                minimum.</al><al> Voor een overzicht van de geldende normen wordt verwezen naar de
                                bijlage. Dit overzicht wordt periodiek aangepast op de website,
                                zodat de geldende normen altijd zijn terug te vinden.</al><al> Voor gehuwden/samenwonenden worden de inkomsten van beide partners
                                opgeteld. Onder inkomen wordt ook verstaan de (voorlopige)
                                heffingskortingen die worden ontvangen van de
                                belastingdienst.Tegemoetkomingen in de zin van de Algemene wet
                                inkomensafhankelijke regelingen, zoals de huurtoeslag, zorgtoeslag,
                                kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag worden niet tot de
                                inkomsten gerekend.</al><al><onderstreept>Wisselende inkomsten</onderstreept></al><al> Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van het gemiddeld inkomen
                                over de afgelopen drie maanden. Ook kwartaal uitkeringen worden
                                herrekend naar een maandinkomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>1.2</nr><titel>Vermogenseisen</titel></kop><structuurtekst><al> In het kader van het gemeentelijke minimabeleid wordt ook rekening
                                gehouden met vermogen. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de Wet
                                werk en bijstand (WWB). Naast het inkomen mag het spaargeld en/of
                                het andere vermogen niet meer bedragen dan de in de bijlage gestelde
                                vermogensgrenzen. Deze grenzen zijn afhankelijk van de
                                gezinssamenstelling. Het maximaal vrij te laten vermogen is daarmee
                                hetzelfde als dat van de WWB.</al><al> De bestanddelen van het vermogen (kunnen) zijn:</al><al> - Bank- en/of girosaldi c.q. spaargelden, spaarbrieven of andere
                                waardepapieren</al><al> - Aandelen en/of effecten</al><al> - Sieraden, kunst of andere waardevolle bezittingen</al><al> - Voertuigen, caravans, aanhangwagens en dergelijke waarvan de
                                waarde (gezamenlijk) boven de € 7.000,- ligt. De waarde kan worden
                                bepaald aan de hand van bijvoorbeeld de ANWB/BOVAG koerswaarde,
                                internet of de ProMOtor Advieslijn 070 – 314 50 78).</al><al> - Bij de waardebepaling van de eigen woning wordt uitgegaan van de
                                geldende WOZ-waarde minus het saldo van de hypotheek die op de
                                woning rust.</al><al> - Vorderingen.</al><al><vet>Toetsingskader doelgroep:</vet></al><al> 1.Onder het gemeentelijk minimabeleid vallen inwoners van de
                                gemeente De Wolden (GBA inschrijving is doorslaggevend) van 21 jaar
                                en ouder, die zelfstandig een huishouden voeren en voldoen aan de
                                gestelde inkomens- en vermogenseisen.</al><al> 2.Het inkomen en/of uitkering moet op het moment van aanvragen
                                gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende sociaal
                                minimum.</al><al> 3.Het vermogen mag niet hoger zijn dan de van toepassing zijnde
                                vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 WWB.</al><al> 4.Voertuigen, caravans, aanhangwagens etc. worden niet tot het
                                vermogen gerekend indien de (gezamenlijke) waarde hiervan niet meer
                                bedraagt dan € 7.000,00.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>1.3</nr><titel>Draagkracht en vermogen/inkomen</titel></kop><structuurtekst><al> Bij de verlening van bijzondere bijstand dient, op grond van
                                artikel 35 lid 1 WWB en de toelichting hierop, rekening te worden
                                gehouden met de draagkracht van belanghebbende. Daarbij dient geheel
                                of gedeeltelijk in beschouwing te worden genomen:</al><al> - het in aanmerking te nemen vermogen</al><al> - het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de van toepassing
                                zijnde bijstandsnorm</al><al> De duur en de aanvang van de draagkrachtperiode dient vastgesteld
                                te worden door het college. De belanghebbende dient hiervan in de
                                beschikking in kennis te worden gesteld. In de volgende paragrafen
                                zal uiteengezet worden in welke situaties de draagkracht van
                                toepassing is en op welke wijze hiermee rekening wordt gehouden bij
                                aanvragen om bijzondere bijstand</al><al><cursief>Draagkrachtberekening en draagkrachtperiode</cursief></al><al> Bij de bepaling van de hoogte van de te verstrekken bijzondere
                                bijstand is van belang in hoeverre een belanghebbende een inkomen
                                boven bijstandsniveau heeft en over een vermogen beschikt dat groter
                                is dan het vrij te laten vermogen. Indien daar sprake van is, wordt
                                verwacht dat iemand zelf (voor een deel) kan bijdragen in de
                                bijzondere kosten. Om de eigen draagkracht vast te stellen is
                                derhalve een draagkrachtberekening noodzakelijk.</al><al><onderstreept>Iemand die een WWB uitkering ontvangt, heeft geen
                                    inkomen of vermogen boven bijstandsniveau. Er behoeft dan ook
                                    geen draagkracht en draagkrachtperiode te worden
                                    bepaald.</onderstreept></al><al><cursief>Overige minima</cursief></al><al> Voor overige minima wordt bij een aanvraag bijzondere bijstand de
                                draagkracht en de draagkrachtperiode vastgesteld. Na afloop van de
                                draagkrachtperiode wordt het inkomen en vermogen opnieuw opgevraagd
                                en de draagkracht en de draagkrachtperiode opnieuw vastgesteld.</al><al><cursief>Vaststellen draagkrachtperiode</cursief></al><al> Voor aanvragers tot het bereiken van de pensioengerechtigde
                                leeftijd wordt de draagkracht voor de periode van één jaar
                                vastgesteld. Voor mensen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben
                                bereikt wordt de draagkracht voor de periode van vijf jaar
                                vastgesteld, waarbij periodiek het GBA (wijziging woon- en/of
                                gezinssituatie) en Suwinet (wijzigingen m.b.t. de inkomsten) worden
                                gecontroleerd.</al><al> Wanneer er aanleiding voor bestaat kan een kortere
                                draagkrachtperiode worden vastgesteld (bijvoorbeeld indien de hoogte
                                van het pensioen op korte termijn kan wijzigen).</al><al> De reden om voor mensen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben
                                bereikt een andere werkwijze te hanteren is het feit dat hun
                                inkomens- en vermogenssituatie veel stabieler is. Bovendien
                                vermindert dit de regeldruk.</al><al> Om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken wordt voor overige minima
                                bij een eerste aanvraag de draagkracht en de draagkrachtperiode
                                vastgesteld. Bij nieuwe aanvragen bijzondere bijstand of
                                minimaregelingen, die vallen binnen een lopende draagkrachtperiode,
                                kan worden volstaan met een verkorte aanvraag, waarbij niet opnieuw
                                alle gegevens opgevraagd hoeven te worden. Ten behoeve van
                                voortzetting van bijzondere bijstand worden na afloop van de
                                draagkrachtperiode de inkomens- en vermogensgegevens opnieuw
                                beoordeeld.</al><al> Ook voor overige minima geldt de inlichtingenplicht (art. 17 WWB).
                                Deze inlichtingenplicht wordt opgenomen in de
                                toekenningsbeschikking.</al><al><vet>Artikel 31 WWB</vet></al><al> Sommige inkomens- en vermogensbestanddelen worden niet meegeteld
                                bij de draagkrachtvaststelling. De inkomsten worden netto, exclusief
                                vakantietoeslag, in de berekening betrokken.</al><al> Bepaalde kosten die de belanghebbende maakt, worden van zijn
                                inkomen afgetrokken bij de draagkrachtberekening. Dit zijn de
                                zogenaamde buitengewone uitgaven.</al><al> Hieronder vallen:</al><al> - noodzakelijke extra uitgaven i.v.m. de uitoefening van eigen
                                bedrijf of zelfstandig beroep;</al><al> - alimentatie voor niet in het gezin levende kinderen of
                                ex-echtgeno(o)t(e).</al><al> De draagkracht wordt in principe voor een heel jaar vastgesteld. De
                                draagkrachtperiode begint te lopen op de eerste dag van de maand
                                waarin de bijzondere bijstand wordt aangevraagd. Een nieuwe
                                draagkrachtperiode hoeft dus niet aan te sluiten op een vorige
                                draagkrachtperiode.</al><al> Wanneer de omstandigheden dat vragen kan ook een andere
                                aanvangsdatum worden gekozen als startpunt van de
                                draagkrachtperiode. Dit kan het geval zijn als de kosten eerder
                                gemaakt zijn dan de aanvraag is ingediend en de draagkracht in deze
                                periode aanmerkelijk hoger ligt dan ten tijde van de
                                aanvraagdatum.</al><al> Wanneer de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd
                                betrekking hebben op een kortere of een langere periode dan een
                                jaar, dan wordt de draagkracht over die kortere of langere periode
                                in aanmerking genomen.</al><al> Niet de gehele draagkrachtruimte behoeft als draagkracht te worden
                                aangewend om voor bijstand in aanmerking te komen.</al><al> De draagkracht bestaat uit de volgende componenten:</al><al> - 100% van het meervermogen, zoals bedoeld in artikel 34 WWB</al><al> - 35% van het inkomen boven 110% van de van toepassing zijnde
                                bijstandsnorm</al><al> Deze percentages gelden in principe voor alle bijzondere kosten van
                                het bestaan, tenzij in het gemeentelijk beleid ten aanzien van
                                specifiek genoemde bijzondere kosten nadrukkelijk anders is
                                vastgesteld. Dit is bijv. het geval bij de woonkostentoeslag. Als de
                                vastgestelde draagkracht lager is dan € 25,00 per jaar dan wordt
                                deze niet toegepast.</al><al><cursief>Draagkracht en WSNP</cursief></al><al> De Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) maakt het
                                mogelijk dat schuldeisers verplicht kunnen worden mee te werken aan
                                een schuldsanering. Voor de schuldenaar betekent dit dat het inkomen
                                boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, aangewend wordt ten
                                behoeve van de aflossing van de schuldeisers. Hierdoor komt het
                                netto besteedbaar inkomen van de schuldenaar op (of beneden)
                                bijstandsniveau. Bij aanvragen om bijzondere bijstand moet bij
                                berekening van de draagkracht van het werkelijk netto besteedbaar
                                inkomen worden uitgegaan en niet van het inkomen voor aftrek van de
                                door de bewindvoerder opgelegde bijdrage in de sanering.</al><al> Verder is het uiteraard van belang dat wordt nagegaan in hoeverre
                                de bijzondere kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit
                                bijzondere omstandigheden.</al><al> Van bijzondere omstandigheden kan worden gesproken als iemand een
                                schuldsaneringtraject volgt in het kader van de WSNP. Deze trajecten
                                duren 3 of 5 jaar, waarbij moet worden aangetekend dat voorafgaand
                                aan de schuldsanering in het kader van de WSNP er vaak al enkele
                                jaren zijn verstreken waarin het netto besteedbaar inkomen op of
                                rond de 90% (bescherming beslagvrije voet) van het minimum heeft
                                gelegen. Hieruit vloeit direct voort dat van reservering geen enkele
                                sprake is geweest en dat de aflossingscapaciteit volledig is
                                opgesoupeerd door de aflossing van schulden. Door bijstand te
                                verlenen in schuldsituaties wordt indirect bijstand voor schulden
                                gegeven, hetgeen ingevolge artikel 13 lid 1 sub g WWB in principe
                                niet mogelijk is. In het WSNP-traject is het echter niet toegestaan
                                om nieuwe schulden te maken, hetgeen voor een belanghebbende
                                betekent dat hij én op de armoedegrens leeft én aangewezen kan zijn
                                op bijzondere bijstand indien er zich uit bijzondere omstandigheden
                                voortvloeiende kosten voordoen. Deze situatie is niet wenselijk,
                                ongeacht de oorzaken van de schulden, waardoor een belanghebbende in
                                de WSNP terecht is gekomen. De gemeente kan onder toepassing van
                                artikel 49 sub b WWB een dringende reden aannemen, en uit praktisch
                                en sociaal oogpunt uitgaan van het netto besteedbaar inkomen.</al><al><cursief>Draagkracht en minnelijk traject</cursief></al><al> Voorafgaand aan een WSNP-traject, zoals onder het vorige kopje
                                beschreven, wordt een minnelijk traject doorlopen door de
                                belanghebbende. In dit minnelijke traject wordt met de schuldeisers
                                getracht tot overeenstemming te komen over de aflossing en
                                terugbetaling van schulden. Belanghebbenden worden in deze fase vaak
                                geconfronteerd met deurwaarders en beslagleggingen op loon of
                                uitkering. Met hulp van de GKB kan een verzoek worden gedaan tot een
                                minnelijke schuldregeling, waarbij getracht wordt overeenstemming te
                                krijgen met de schuldeisers over een algehele aflossing van (een
                                deel van) de schulden. Indien het minnelijke traject is mislukt,
                                wegens ontbreken van medewerking van alle schuldeisers, dan wel van
                                de schuldenaar, kan eventueel het WSNP-traject worden opgestart. Het
                                is alleszins redelijk om in de fase van het minnelijke traject ten
                                aanzien van draagkrachtbepalingen uit te gaan van het werkelijk
                                netto besteedbaar inkomen, conform de werkwijze zoals in de situatie
                                van een bewindvoering in het kader van de WSNP.</al><al><vet>Toetsingskader doelgroep:</vet></al><al> 1. Voor aanvragers tot de pensioengerechtigde leeftijd wordt de
                                draagkracht voor de periode van één jaar vastgesteld. Voor mensen
                                die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereiekt wordt de
                                draagkracht voor de periode van vijf jaar vastgesteld.</al><al> 2. De draagkrachtperiode begint te lopen op de eerste dag van de
                                maand waarin de bijzondere bijstand wordt aangevraagd.</al><al> 3. De draagkracht bestaat uit de volgende componenten:</al><al> a. 100% van het meervermogen, zoals bedoeld in artikel 34 WWB</al><al> b. 35% van het inkomen boven 110% van de van toepassing zijnde
                                bijstandsnorm</al><al> 4. Als de vastgestelde draagkracht lager is dan € 25,00 per jaar
                                dan wordt deze niet toegepast.</al><al> 5. In een WSNP-traject, en in het minnelijke traject daaraan
                                voorafgaand, neemt het college onder toepassing van artikel 49 sub b
                                WWB een dringende reden aan, en gaat uit een praktisch en sociaal
                                oogpunt uit van het netto</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>1.4</nr><titel>Procedureel</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>De aanvraag</cursief></al><al> Om voor vergoedingen in het kader van het gemeentelijke
                                minimabeleid in aanmerking te komen, moet in ieder geval één keer
                                een schriftelijke aanvraag worden ingediend. De gemeente De Wolden
                                heeft voor de diverse regelingen (verkorte) aanvraagformulieren
                                gemaakt.</al><al> De doelgroep wordt onderverdeeld in twee groepen:</al><al> I huishoudens met een WWB/IOAZ/IOAW/BBZ-uitkering die automatisch
                                voldoen aan de geldende inkomens- en vermogensgrenzen.</al><al> II overige minima; huishoudens met een inkomen en vermogen dat
                                beneden de voor hen geldende normen ligt.</al><al> Doelgroep I hoeft maar één maal een aanvraag in te dienen. Zolang
                                men tot de doelgroep behoort bestaat er immers recht op eerder
                                verstrekte regelingen (inkomen en vermogen liggen namelijk beneden
                                de geldende grenzen), en worden deze ambtshalve verstrekt op basis
                                van de eerste aanvraag.</al><al> Huishoudens, die tot doelgroep II behoren hoeven in principe ook
                                maar één keer een aanvraag in te dienen. Vervolgens wordt periodiek
                                (jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, jaarlijks en die de
                                pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, een keer per vijf jaar)
                                een heronderzoek gehouden. Wanneer uit dit heronderzoek blijkt dat
                                nog aan de geldende voorwaarden wordt voldaan, dan kunnen de
                                bijdragen behorende bij de eerder toegekende regelingen weer
                                uitbetaald worden.</al><al><cursief>Bewijsstukken</cursief></al><al> Het aanvraagformulier moet volledig worden ingevuld en ondertekend.
                                Tevens is het noodzakelijk dat bij het aanvraagformulier de
                                gevraagde bewijsstukken worden gevoegd. Personen die een
                                bijstandsuitkering ontvangen of personen waarvan de
                                draagkrachtperiode nog loopt hoeven de bewijsstukken die betrekking
                                hebben op inkomen en vermogen niet in te leveren.</al><al> Wanneer de verplichting geldt dat er bewijsstukken moeten worden
                                verstrekt met betrekking tot het inkomen en vermogen, dan hoeft voor
                                wat betreft de bankrekening(en) in principe alleen het afschrift van
                                de laatste maand te worden verstrekt. In geval van
                                kwartaalinkomsten/eenmalige afkoop pensioenen of iets dergelijks kan
                                het nodig zijn om hiervan de relevante bewijsstukken op te
                                vragen.</al><al><cursief>Beslistermijnen</cursief></al><al> Voor aanvragen voor vergoedingen in het kader van het gemeentelijk
                                minimabeleid geldt overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht een
                                beslistermijn van 8 weken. De processen zijn echter zodanig
                                aangepast dat op bijna alle aanvragen in principe binnen één
                                werkweek een besluit wordt genomen. Voorwaarde is dat de formulieren
                                volledig zijn ingevuld en zijn voorzien van de gevraagde
                                bewijsstukken.</al><al><cursief>Uitbetaling bijstand</cursief></al><al> De bijzondere bijstand wordt (indien mogelijk) direct betaalbaar
                                gesteld aan de klant waarbij de klant pas in een later stadium de
                                verstrekte bijstand moet verantwoorden. Voorbeeld: In geval een
                                wasmachine kapot is gegaan en moet worden vervangen, wordt na de
                                aanvraag direct de geldende norm voor een wasmachine aan de klant
                                betaalbaar gesteld. Hierdoor kan hij/zij direct tot aanschaf over
                                gaan en hoeft niet eerst met offertes en dergelijke te komen. Door
                                in een later stadium de nota en/of het betaalbewijs te overleggen is
                                de rechtmatigheid aangetoond. Verstrekt de klant geen bewijsstukken
                                achteraf, dan kan worden besloten bij toekomstige aanvragen pas
                                bijstand betaalbaar te stellen wanneer de nota en/of het
                                betaalbewijs is verstrekt aan de gemeente of over te gaan tot
                                terugvordering van het verstrekte bedrag (niet besteed voor het doel
                                waar het voor verstrekt is).Terugvordering is hierbij het
                                uitgangspunt.</al><al><cursief>Het opsparen van diverse geringe kosten</cursief></al><al> Een aanvraag om bijstand moet in beginsel vooraf worden ingediend,
                                vóórdat de kosten zijn gemaakt. Een uitzondering geldt voor
                                zogenoemde kleine kosten.</al><al> Met de inkomensconsulent moet hierover vooraf contact zijn geweest
                                voor toestemming (om te voorkomen dat de gemeente achteraf wordt
                                geconfronteerd met aanvragen die al door de cliënt zijn voldaan en
                                waarvan de noodzaak niet meer is vast te stellen). Deze kosten
                                kunnen achteraf met bewijsstukken worden ingediend tot één jaar
                                nadat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt (om elk misverstand te
                                voorkomen: derhalve geldt hier niet het betalingstijdstip, doch het
                                tijdstip dat de kosten betaald hadden moeten worden). De totale
                                opgespaarde kosten mogen een bedrag van €500,00 per kalenderjaar
                                niet te boven gaan.</al><al><vet>Toetsingskader aanvraag procedureel:</vet></al><al> 1. Een aanvraag op grond van het minimabeleid hoeft in principe
                                slechts eenmaal ingediend te worden.</al><al> 2. De niet-uitkeringsgerechtigden krijgen ieder jaar een
                                heronderzoek indien ze de pensioengerechtigde leeftijd nog niet
                                hebben bereikt. Heeft de uitkeringsgerechtigde de
                                pensioengerechtigde leeftijd bereikt dan wordt dat heronderzoek eens
                                in de 5 jaar uitgevoerd.</al><al> 3. Het aanvraagformulier dient ondertekend en voorzien van de
                                nodige bewijsstukken te worden ingediend, indien dit niet het geval
                                is dan wordt conform de Algemene wet bestuursrecht gehandeld.</al><al> 4. De bijzondere bijstand wordt (indien mogelijk) direct betaalbaar
                                gesteld aan de klant waarbij de klant pas in een later stadium de
                                verstrekte bijstand moet verantwoorden.</al><al> 5. Verstrekt de klant geen bewijsstukken achteraf, dan kan worden
                                besloten bij toekomstige aanvragen pas bijstand betaalbaar te
                                stellen wanneer de nota en/of het betaalbewijs is verstrekt aan de
                                gemeente of over te gaan tot terugvordering van het verstrekte
                                bedrag.</al><al> 6. Een aanvraag om bijstand moet in beginsel vooraf worden
                                ingediend, vóórdat de kosten zijn gemaakt. Een uitzondering geldt
                                voor zogenoemde kleine kosten, mits hierover vooraf contact is
                                geweest met de inkomensconsulent. De totale opgespaarde kosten mogen
                                een bedrag van €500,- per kalenderjaar niet te boven gaan.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>2</nr><titel>Bijzondere bijstand en de vastgestelde regelingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Inleiding</vet></al><al> Bijzondere bijstand is een voorziening voor inwoners van gemeente De
                            Wolden met een inkomen dat beneden de vastgestelde inkomens- en
                            vermogensgrenzen ligt. Wanneer deze mensen in bijzondere omstandigheden,
                            noodzakelijke kosten moeten maken die zij zelf niet kunnen betalen, kan
                            de gemeente bijzondere bijstand verlenen. Elke gemeente stelt zelf haar
                            regels vast omtrent toekenning van bijzondere bijstand en dit kan dan
                            ook per gemeente verschillen.</al><al> Gemeente De Wolden biedt een regeling aan op de volgende gebieden:</al><al> - Studiekosten (= participatie schoolgaande kinderen);</al><al> - Aanschaf van een computer en de kosten van het gebruik ervan (=
                            participatie schoolgaande kinderen);</al><al> - Chronisch zieken, ouderen en gehandicapten;</al><al> - Langdurigheidstoeslag;</al><al> - Een aantal duurzame gebruiksgoederen;</al><al> - Sociaal participatiefonds;</al><al> - Kinderen doen mee, en</al><al> - Collectieve ziektekostenverzekering.</al><al> Tegemoetkomingen in het kader van bijzondere bijstand en minimabeleid
                            zijn onbelast en hebben geen gevolgen voor de hoogte van toeslagen zoals
                            huurtoeslag.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>2.1</nr><titel>Verordening participatie schoolgaande kinderen: Studiekosten
                                regeling 2014/2015</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Aanleiding</cursief></al><al> Met de Verordening participatie schoolgaande kinderen 2012 hebben
                                burgemeester en wethouders een regeling vastgesteld voor inwoners
                                met een laag inkomen, die kosten hebben in verband met het naar
                                school gaan van hun kinderen. Hierdoor zien ouders/verzorgers zich
                                vaak gesteld voor extra uitgaven, zoals schoolreisjes en
                                schoolbenodigdheden. Omdat het niet wenselijk is dat kinderen de
                                negatieve gevolgen van beperkte financiële middelen ondervinden, is
                                deze regeling ingesteld om ouders/verzorgers extra te
                                ondersteunen.</al><al><cursief>Doelgroep</cursief></al><al> Gezinnen die;</al><al> - ten laste komende kinderen hebben in de leeftijd van 12 tot 18
                                jaar, die het voortgezet of beroepsonderwijs bezoeken.</al><al> Bij het vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming wordt
                                onderscheid gemaakt tussen kinderen, die voor het eerst het
                                voortgezet onderwijs bezoeken, kinderen die het voortgezet onderwijs
                                al langer bezoeken en kinderen die naar het middelbaar of hoger
                                onderwijs gaan.</al><al><cursief>Bijzonderheden</cursief></al><al> De tegemoetkoming kan niet met terugwerkende kracht worden
                                aangevraagd. Het schooljaar waarin de tegemoetkoming wordt gevraagd
                                is leidend. Wanneer in de ‘grote vakantie’ (zomervakantie) de
                                tegemoetkoming wordt gevraagd, geldt deze voor het komende
                                schooljaar.</al><al> Voor het schooljaar 2014/2015 kan een financiële tegemoetkoming
                                voor de studiekosten op grond van de Verordening participatie
                                schoolgaande kinderen 2012 worden aangevraagd.</al><al><vet>Toetsingskader studiekosten:</vet></al><al> 1. Het inkomen en/of uitkering van de ouders moet op het moment van
                                aanvragen gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende sociaal
                                minimum</al><al> 2. De doelgroep is beperkt tot gezinnen die ten laste komende
                                kinderen hebben in de leeftijd van 12 tot 18 jaar die het voortgezet
                                of middelbaar/hoger onderwijs bezoeken.</al><al> 3. De tegemoetkoming kan niet met terugwerkende kracht worden
                                aangevraagd. Het schooljaar waarin de aanvraag wordt gedaan is
                                leidend.</al><al> 4. De tegemoetkoming bedraagt per jaar:</al><al> - € 381,00 indien het kind voor het eerst naar het voortgezet
                                onderwijs gaat</al><al> - € 156,00 indien het kind naar het voortgezet onderwijs gaat</al><al> - € 314,00 indien het kind naar het middelbaar/hoger onderwijs
                                gaat.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>2.2</nr><titel>Verordening participatie schoolgaande kinderen: Kosten computer
                                en het gebruik ervan</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Aanleiding</cursief></al><al> De verordening participatie schoolgaande kinderen dient ter
                                ondervanging van toenemende kosten, als gevolg van het hebben van
                                naar school gaande kinderen. Hiermee wordt getracht te voorkomen dat
                                kinderen de negatieve gevolgen van de beperkte financiële middelen
                                van hun ouders/verzorgers ervaren. De praktijk leert ons dat
                                kinderen vanaf ongeveer 8 jaar les krijgen waarbij het gebruik van
                                een computer aan de orde komt. Daarom is de leeftijd voor het
                                aanvragen van een vergoeding voor de kosten van de computer en het
                                gebruik ervan verlaagd van 12 jaar (voortgezet onderwijs) naar 8
                                jaar.</al><al><cursief>Doelgroep</cursief></al><al> Gezinnen die:</al><al> - ten laste komende kinderen hebben in de leeftijd van 8 tot 18
                                jaar die naar school gaan.</al><al><cursief>Bijzonderheden</cursief></al><al> Met het begrip ‘computer’ worden de synoniemen ‘laptop’, ‘notebook’
                                en een ‘PC’ verstaan inclusief toetsenbord, muis en beeldscherm.
                                Voor het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt
                                verwezen naar de Prijzengids van het Nibud waarbij uitgegaan wordt
                                van de goedkoopste voorziening. Een computer wordt maximaal eenmaal
                                in de vijf jaar toegekend (afschrijftermijn conform Nibud).</al><al> Een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een computer
                                wordt toegekend voor de duur dat betrokkene aan de gestelde
                                voorwaarden voldoet. Wanneer het jongste kind de leeftijd van 18
                                jaar bereikt wordt de tegemoetkoming beëindigd. Onder gebruikskosten
                                vallen: internetverbinding, inktcartridge, papier. Wanneer men
                                beschikt over een internetabonnement is dit voldoende ‘bewijslast’
                                om de bijstand voor de bovengenoemde periode ‘rechtmatig’ te
                                betalen.</al><al> In principe wordt per huishouden voor maximaal 1 computer en
                                printer bijzondere bijstand verstrekt.</al><al><vet>Toetsingskader kosten computer en gebruik ervan:</vet></al><al> 1. Het inkomen en/of uitkering van de ouders moet op het moment van
                                aanvragen gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende sociaal
                                minimum</al><al> 2. De doelgroep is beperkt tot gezinnen die ten laste komende
                                kinderen hebben in de leeftijd van 8 tot 18 jaar die naar school
                                gaan.</al><al> 3. De tegemoetkoming voor een computer (laptop is goedkoopst
                                adequate voorziening) bedraagt maximaal € 450,00</al><al> 4. De tegemoetkoming voor een printer bedraagt maximaal €
                                70,00</al><al> 5. De tegemoetkoming voor de gebruikskosten bedragen maximaal €
                                24,00 per maand</al><al> 6. Er wordt per huishouden maximaal voor 1 computer en printer
                                bijzondere bijstand verstrekt</al><al> 7. Een computer wordt in principe maximaal eenmaal in de vijf jaar
                                toegekend </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>2.3</nr><titel>Regeling Chronisch zieken, ouderen en gehandicapten</titel></kop><structuurtekst><al> Burgemeester en wethouders stelden op grond van artikel 35 lid 4
                                WWB deze regeling vast voor inwoners met een laag inkomen, die
                                kosten hebben in verband met ziekte, handicap of ouderdom. De
                                regeling is vastgesteld omdat door de stijging van bijvoorbeeld de
                                ziektekostenpremie en de eigen bijdrage voor thuiszorg vooral mensen
                                met een laag inkomen er in hun inkomen sterk op achteruit zijn
                                gegaan. De regering vindt dat deze mensen hiervoor moeten worden
                                gecompenseerd. Daarom zijn er vanaf 2004 extra middelen aan
                                gemeenten beschikbaar gesteld.</al><al><vet>Toetsingskader regeling chronisch zieken, ouderen en
                                    gehandicapten:</vet></al><al> 1. Het inkomen en/of uitkering van de aanvrager moet op het moment
                                van aanvragen gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende
                                sociaal minimum</al><al> 2. De doelgroep is beperkt tot:</al><al> - inwoners die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt</al><al> - inwoners met een WMO-voorziening (huishoudelijke hulp tenminste
                                12 maanden)</al><al> - inwoners met een WAO-, WIA-, of Wajong-uitkering naar
                                80-100%</al><al> 3. Uitzondering geldt voor ouders met een laag inkomen die een kind
                                hebben jonger dan 18 jaar die:</al><al> - een WMO-voorziening heeft</al><al> - gebruik maakt van, of een indicatie heeft voor een medische
                                kinderdagverblijf</al><al> - woont in, of een indicatie heeft voor een intramurale
                                AWBZ-instelling</al><al> 4. De tegemoetkoming bedraagt € 239,00 per persoon per jaar.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>2.4</nr><titel>Verordening langdurigheidstoeslag</titel></kop><structuurtekst><al> Tot 1 januari 2009 vond de langdurigheidstoeslag zijn grondslag in
                                artikel 36 van de Wet werk en bijstand zoals die tot 1 januari 2009
                                luidde. Daarin was nauw omschreven in welke gevallen en onder welke
                                voorwaarden mensen met een laag inkomen in aanmerking kwamen voor de
                                toeslag. De gedachte achter de toeslag is dat mensen die langdurig
                                een inkomen op het sociaal minimum hebben en geen financiële ruimte
                                om te reserveren voor onverwachte uitgaven, extra ondersteuning
                                nodig hebben.</al><al> Met ingang van januari 2009 is de uitvoering van de
                                langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Hierdoor kreeg de gemeente
                                meer beleidsvrijheid. Artikel 36 van de WWB blijft de wettelijke
                                grondslag, zij het dat daarnaast aan artikel 8 is toegevoegd dat
                                gemeenten in een verordening de voorwaarden voor de
                                langdurigheidstoeslag moeten vastleggen. Met de decentralisatie
                                hebben gemeenten de vrijheid gekregen om zelf vast te stellen wat
                                men verstaat onder “langdurig” en “laag inkomen”. Ook hebben
                                gemeenten nu de vrijheid om de hoogte van de langdurigheidstoeslag
                                zelf vast te stellen. De essentie van de langdurigheidstoeslag luidt
                                als volgt:</al><al> De langdurigheidstoeslag is een jaarlijkse toeslag die mensen
                                kunnen ontvangen als er sprake is van langdurig een laag inkomen en
                                geen zicht op inkomensverbetering. In de Verzamelwet SZW 2013 die op
                                1 juli 2013 in werking is getreden is de mogelijkheid om de
                                langdurigheidstoeslag met terugwerkende kracht aan te vragen komen
                                te vervallen. De langdurigheidstoeslag wordt voortaan toegekend
                                vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan voorzover deze dag niet
                                ligt vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om aan
                                te vragen.</al><al><vet>Toetsingskader langdurigheidstoeslag:</vet></al><al> 1. De doelgroep is beperkt tot inwoners van 21 tot de
                                pensioengerechtigde leeftijd die drie jaar of langer leven van een
                                inkomen ter hoogte van 110% van de toepasselijke bijstandsnorm en
                                geen in aanmerking te nemen vermogen hebben zoals bedoeld in artikel
                                34 WWB</al><al> 2. Niet tot de doelgroep behoren:</al><al> - inwoners die op de peildatum een opleiding volgen als bedoeld in
                                de Wet tegemoetkoming Studiefinanciering, dan wel een studie volgen
                                als genoemd in de Wet Studiefinanciering 2000. Zij hebben uitzicht
                                op inkomensverbetering en komen dus niet in aanmerking.</al><al> - inwoners die een inkomen hebben hoger dan bijstandsniveau,
                                waarbij men drie jaar op bijstandsniveau leeft wegens aantoonbare
                                minnelijke schuldregeling of WSNP-traject. Na 3 jaar aflossing
                                hebben zij weer zicht op inkomensverbetering en vallen dan niet meer
                                onder de doelgroep.</al><al> - inwoners waarvan onomstotelijk kan worden vastgesteld dat er
                                uitzicht is op inkomensverbetering.</al><al> 3. Behoort de inwoner tot de doelgroep zoals genoemd onder 1. dan
                                wordt aangenomen dat er geen zicht is op inkomensverbetering.</al><al> 4. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van de gezinssituatie en
                                terug te vinden in de bijlage.</al><al> 5. De langdurigheidstoeslag wordt toegekend vanaf de dag waarop dit
                                recht is ontstaan voorzover deze dag niet ligt vóór de dag waarop de
                                belanghebbende zich heeft gemeld om aan te vragen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>2.5</nr><titel>Richtlijn duurzame gebruiksgoederen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Aanleiding</cursief></al><al> Wanneer een huishouden moet rondkomen van een minimum inkomen is
                                het (noodzakelijk) vervangen van duurzame gebruiksgoederen zoals
                                bijvoorbeeld een wasmachine of een koelkast een financiële
                                tegenvaller. Om te voorkomen dat dergelijke huishoudens in de
                                financiële problemen terecht komen heeft het college de Richtlijn
                                duurzame gebruiksgoederen vastgesteld. Deze richtlijn is een
                                uitwerking van de artikelen 35, lid 1 en 51 van de WWB.</al><al> Het hebben van een inkomen en een vermogen dat beneden de
                                vastgestelde grenzen ligt is voldoende. Dit beperkt het
                                administratieve onderzoek en de uitvraag van veel bewijsstukken bij
                                de klant. Hierdoor kan sneller worden gehandeld hetgeen de
                                dienstverlening ten goede komt.</al><al><cursief>Doelgroep</cursief></al><al> De regeling is bedoeld voor inwoners van gemeente De Wolden van 21
                                jaar of ouder met een inkomen tot en met 110% van de voor hen
                                geldende bijstandsnorm waarbij het vermogen beneden de voor hen
                                geldende vermogensgrens ligt.</al><al> Uitzondering: Wanneer men voor de eerste keer zelfstandig gaat
                                wonen en/of verhuist na echtscheiding moet men gebruik maken van de
                                Gemeentelijke kredietbank (GKB). In deze situaties heeft men kunnen
                                reserveren voor deze aanschaf (als inwonende) of heeft men al
                                duurzame gebruiksgoederen vanuit de vorige woonsituatie mee kunnen
                                nemen (boedelverdeling).</al><al><cursief>Normbedragen en hoogte bijzondere bijstand</cursief></al><al> Ten behoeve van de kosten van aanschaf van, en vervanging van
                                duurzame gebruiksgoederen worden de normbedragen gehanteerd zoals
                                deze zijn opgenomen in de Prijzengids van het Nibud. Het gaat om de
                                meest recente Prijzengids. Deze is ook terug te vinden op
                                www.nibud.nl.</al><al> Deze bijzondere bijstand wordt ‘om niet’ verstrekt.</al><al><cursief>Bijzonderheden</cursief></al><al> Het moet gaan om de aanschaf of vervanging van duurzame
                                gebruiksgoederen die als ‘noodzakelijk’ worden beschouwd. Daarom is
                                de regeling gelimiteerd tot 4 gebruiksgoederen. Door (achteraf)
                                nota’s te overleggen moet de cliënt aantonen dat de kosten
                                daadwerkelijk worden gemaakt. Zie ook 1.4.</al><al> Bij vervanging van duurzame gebruiksgoederen wordt rekening
                                gehouden met de afschrijftermijnen zoals deze gehanteerd worden
                                volgens het Nibud.</al><al> Als noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen (met daarachter de
                                gebruikelijke minimale levensduur volgens Nibud) kunnen in deze
                                regeling worden aangemerkt;</al><al> - wasmachine 10 jaar</al><al> - koelkast 10 jaar</al><al> - televisie 10 jaar</al><al> - gastoestel 10 jaar</al><al> De overige inboedel/duurzame gebruiksgoederen vallen onder
                                herinrichtingskosten. Zie hiervoor punt 3.1.</al><al><vet>Toetsingskader duurzame gebruiksgoederen:</vet></al><al> 1. Het inkomen en/of uitkering van de aanvrager moet op het moment
                                van aanvragen gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende
                                sociaal minimum en het vermogen moet beneden de toepasselijke
                                vermogensgrens liggen (tenzij eerste keer zelfstandig wonen of
                                verhuizen na echtscheiding)</al><al> 2. Het moet gaan om de aanschaf of vervanging van noodzakelijke,
                                duurzame gebruiksgoederen. Hiertoe worden gerekend:</al><al> - wasmachine,</al><al> - koelkast,</al><al> - televisie en</al><al> - gastoestel</al><al> 3. Bij vervanging wordt uitgegaan van de afschrijftermijnen die het
                                Nibud hanteert</al><al> 4. De bijzondere bijstand wordt ‘om niet’ verstrekt en</al><al> 5. Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt aansluiting
                                gezocht bij normbedragen zoals opgenomen in de Prijzengids van het
                                Nibud.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>2.6</nr><titel>Collectieve ziektekostenverzekering</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Aanleiding</cursief></al><al> Huishoudens met een laag inkomen kunnen via de gemeente De Wolden
                                een collectieve ziektekostenverzekering afsluiten. De gemeente heeft
                                hiervoor een overeenkomst afgesloten met ZilverenKruis|Achmea. Door
                                het collectief afsluiten van deze verzekering kan een lagere premie
                                bedongen worden en betere voorwaarden voor wat betreft de
                                aanvullende verzekering. Deze voordelen komen direct ten goede aan
                                de minima in de vorm van betere zorg, betere toegang tot zorg en een
                                reductie van de premie.</al><al> De Verzamelwet SZW 2013 is op 1 juli 2013 inwerking getreden. In
                                deze verzamelwet is</al><al> artikel 35 lid 6 WWB als volgt gewijzigd:</al><al> “In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan
                                een persoon worden verleend in de vorm van een collectieve
                                aanvullende zorgverzekering of in de vorm van een tegemoetkoming in
                                de kosten van de premie van een dergelijke verzekering zonder dat
                                wordt nagegaan of ten aanzien van die persoon de kosten van die
                                verzekering of die premie ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of
                                gemaakt zijn.”</al><al> Hiermee is de premiebijdrage weer een vorm van categoriale
                                bijzondere bijstand. Let wel: de inkomensbeperking tot en met 110%
                                van de toepasselijke bijstandsnorm blijft voor categoriale
                                bijzondere bijstand (voorlopig) gewoon bestaan.</al><al> Door deze wetswijziging zijn de jarenlange praktijk op dit punt en
                                de juridische basis ervoor weer met elkaar in overeenstemming
                                gebracht.</al><al><cursief>Doelgroep</cursief></al><al> De regeling is bedoeld voor inwoners van gemeente De Wolden van 21
                                jaar of ouder met een inkomen tot en met 110% van de voor hen
                                geldende bijstandsnorm waarbij het vermogen beneden de voor hen
                                geldende vermogensgrens ligt.</al><al> Om deel te kunnen nemen kunnen cliënten vanaf 1 januari 2014 kiezen
                                uit drie zorgverzekeringen bij ZilverenKruis|Achmea. Bestaande uit
                                de Beter Af Polis, de Beter Af Plus Polis 3 sterren en een Beter Af
                                Tandarts Polis 2 sterren. Voor mensen met een volledige boven- en
                                onderprothese geldt de verplichting voor de Beter Af Tandarts Polis
                                2 sterren niet.</al><al> Uitgesloten voor deelname aan de collectieve ziektekostenregeling
                                zijn:</al><al> - Studenten met een uitkering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000. Dit geldt ook voor degenen die zelfstandig
                                een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van de Wet
                                tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS)
                                ontvangen.</al><al> - Zelfstandigen met een Bbz-uitkering levensonderhoud, niet zijnde
                                een lening.</al><al> - Vreemdelingen (inwoners die niet voldoen aan het gestelde in
                                artikel 11, lid 2 en 3 van de Wet werk en bijstand, samengevat
                                vreemdelingen die niet onder de werking van de Wet werk en bijstand
                                vallen)</al><al><cursief>Aanvragen deelname aan de collectieve
                                    ziektekostenregeling.</cursief></al><al> Er zijn 2 mogelijkheden. Of u bent al verzekerd bij
                                ZilverenKruis|Achmea, of u bent verzekerd bij een andere
                                zorgverzekeraar. Beide situaties worden hieronder beschreven.</al><al><cursief>1. Belanghebbende is al verzekerd bij ZilverenKruis|Achmea
                                    en wil gebruik maken van de collectieve
                                verzekering.</cursief></al><al> Wanneer betrokkene tot de doelgroep behoort wordt de huidige
                                verzekering bij ZilverenKruis|Achmea omgezet in een collectieve
                                verzekering. Aanvrager machtigt ZilverenKruis|Achmea voor
                                automatische incasso van de premie van zijn/haar bank- of
                                girorekening. Wanneer iemand geen Beter Af Plus Polis 3 sterren en
                                Beter Af Tandarts Polis 2 sterren heeft, wordt deze automatisch
                                verzekerd voor deze pakketten. Zoals al eerder vermeld is de Beter
                                Af Tandarts Polis 2 sterren niet verplicht als iemand in het bezit
                                is van een volledige onder- en bovenprothese. Uitkeringsgerechtigden
                                van de gemeente De Wolden krijgen automatisch bij de aanvraag om een
                                uitkering een aanvraagformulier collectieve ziektekostenregeling
                                toegestuurd.</al><al><cursief>2. Belanghebbende is nog niet verzekerd bij
                                    ZilverenKruis|Achmea en wil gebruik maken van de collectieve
                                    verzekering.</cursief></al><al> Om deel te kunnen nemen aan de collectieve verzekering moet
                                belanghebbende van zorgverzekeraar wisselen. Indien belanghebbende
                                besluit om over te stappen naar een andere ziektekostenverzekeraar
                                dan kan dat elk jaar per 1 januari. Het is van belang dat
                                belanghebbende de aanvraag tijdig indient bij de gemeente, wanneer
                                hij per 1 januari deel wil nemen aan de collectieve
                                ziektekostenverzekering.</al><al> De aanvraag moet voor een bepaalde datum in een lopend jaar zijn
                                ontvangen (meestal is dat begin december). Anders kan er niet per 1
                                januari van het komende jaar worden overgestapt. Als belanghebbende
                                aan de voorwaarden voldoet, stuurt de gemeente vervolgens de
                                aanvraagformulieren door naar ZilverenKruis|Achmea.</al><al> Collectieve ziektekostenverzekering en bijzondere bijstand</al><al><vet>Uitgangspunt</vet></al><al> De kostenvergoeding op basis van de collectieve
                                ziektekostenvoorziening gemeente</al><al> extra pakket is de voorliggende voorziening voor bijzondere
                                bijstand.</al><al> Indien de ziektekostenverzekering niet alle kosten vergoedt dan kán
                                bijzondere bijstand</al><al> toegekend worden voor de meerkosten/eigen bijdrage. Eén van de
                                voorwaarden is dat</al><al> de medische noodzaak van het aantal behandelingen duidelijk moeten
                                zijn. Hiervoor is</al><al> een brief van de verwijzend, behandelend of Zenit-arts (afhankelijk
                                van de situatie) met</al><al> motivering nodig.</al><al> Wanneer de zorgverzekering heeft besloten tot vergoeding over te
                                gaan, dan staat daarmee in de regel de medische noodzaak vast. Eigen
                                bijdragen bij ziektekosten impliceert de noodzakelijkheid
                                bijvoorbeeld bij orthodontie, alternatieve geneeswijzen enz.
                                Vergoeding van de eigen bijdragen is in die situaties mogelijk.</al><al> Vergoedt de zorgverzekering in het geheel niet, dan worden de
                                kosten niet noodzakelijk geacht.</al><al> Onderstaand wordt ten aanzien van een aantal veel voorkomende
                                kostensoorten aangegeven hoe daar mee om wordt gegaan.</al><al> Kosten medicijnen</al><al> De kosten van medicijnen behoren tot de bijzondere noodzakelijke
                                kosten van het bestaan. Hiervoor is de zorgverzekering de
                                voorliggende voorziening. Bijstand voor de eigen bijdrage is niet
                                mogelijk. Over het algemeen kan gekozen worden voor een alternatief
                                geneesmiddel welke voor 100% wordt vergoed.</al><al> Bij bijzondere omstandigheden, op basis van een medisch advies, en
                                indien er geen redelijk alternatief in het individuele geval
                                voorhanden is, kan bijzondere bijstand worden verstrekt (geen
                                ontwikkelingsgeneeskunde).</al><al> Medicijnen die voor de huisapotheek worden aangeschaft en zonder
                                recept verkrijgbaar zijn, worden niet door de zorgverzekeraar en
                                niet door bijzondere bijstand vergoed.</al><al> Budgettaire redenen</al><al> Daar waar de wetgever om inhoudelijke redenen heeft besloten om
                                niet tot vergoeding via de zorgverzekering over te gaan, is er ook
                                geen noodzaak om tot bijstandsverlening over te gaan. Denk daarbij
                                aan de aantallen vergoede afspraken voor fysiotherapie of
                                psychologie. Heeft de wetgever om budgettaire redenen besloten om
                                een eigen bijdrage te vragen, dan komt deze eigen bijdrage wel voor
                                vergoeding van bijzondere bijstand in aanmerking.</al><al> Brillen</al><al> Vergoeding conform het maximum van het gemeente extra pakket.</al><al> Reiskosten</al><al> Vergoeding is mogelijk, uitgaande van het dichtstbijzijnde
                                ziekenhuis. Slechts in zeer bijzondere gevallen is een
                                reiskostenvergoeding naar andere ziekenhuizen mogelijk. Dit geldt
                                uiteraard alleen voor consulten en niet voor ziekenbezoek.</al><al> Om de reiskosten aan te kunnen tonen moeten bewijsstukken worden
                                overlegd. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn afsprakenkaart, nota’s
                                enz.</al><al> Vergoeding vindt plaats conform het openbaar vervoer tarief of bij
                                eigen auto het vrijgestelde bedrag door de belastingdienst, thans €
                                0,19 per kilometer.</al><al> Tandartskosten</al><al> Tandartskosten worden vergoed tot de maximale vergoeding van het
                                gemeente extra pakket. Dit betekent voor verzekerden op basis van de
                                collectieve polis, dat toekenning van bijzondere bijstand niet
                                mogelijk is. Indien men in enig kalenderjaar de maximale vergoeding
                                heeft opgebruikt, of dreigt te overschrijden, dan gaan we er van uit
                                dat men bepaalde behandelingen kan uitstellen tot een volgend
                                kalenderjaar.</al><al> Let op: Saneringskosten worden nimmer vergoed door bijzondere
                                bijstand.</al><al> Hulp bij het huishouden</al><al> Hulp bij het huishouden kan worden verleend aan personen na
                                indicatie door een indicatiearts (bijvoorbeeld Zenit) of een
                                wmo-consulent. Hulp bij het huishouden kan in verschillende vormen
                                worden verleend en wordt uitgevoerd door verschillende
                                zorgleveranciers.</al><al> Voor deze ondersteuning is een eigen bijdrage verschuldigd die
                                wordt vastgesteld door het Centraal Administratie Kantoor (het CAK).
                                De eigen bijdrage wordt vastgesteld op basis van de samenstelling
                                van het huishouden (leefeenheid), leeftijd en de hoogte van het
                                belastbaar inkomen van 2 jaar terug. De vastgestelde eigen bijdrage
                                komt voor bijzondere bijstand in aanmerking. De noodzaak van de te
                                verlenen bijstand kan worden geacht te zijn vastgesteld door de
                                gestelde indicatie. Op basis van het gemeente extra pakket is
                                vergoeding van de eigen bijdrage Hulp bij Huishouden mogelijk.</al><al> Geen collectieve ziektekostenverzekering en bijzondere
                                bijstand</al><al> - Is sprake van onvoldoende of geen verzekering, dan is er meestal
                                sprake van "tekortschietend besef van verantwoordelijkheid", en zal
                                hiermee rekening moeten worden gehouden.</al><al> - Van ZilverenKruis|Achmea verzekerden verwachten wij dat ze
                                deelnemen aan de collectieve ziektekostenverzekering</al><al> - Bij elders verzekerden zal steeds op individuele basis de
                                afweging moeten worden gemaakt of iemand zich voldoende heeft
                                verzekerd. Als een cliënt geen aanvullende verzekering heeft
                                afgesloten of een verzekering met een lage dekking zal steeds de
                                afweging moeten worden gemaakt in hoeverre er sprake is van een
                                tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Uitgangspunt daarbij
                                is, als iemand een bewuste keuze maakt voor een goedkopere
                                verzekering met minder voorzieningen, maar ook met een lagere
                                premie, dan kan het daaruit voortvloeiende risico niet worden
                                afgewenteld op de gemeente.</al><al> - Indien iemand kiest voor een eigen risico (hoger dan het
                                wettelijk vastgestelde eigen risico), mag verwacht worden dat die
                                persoon reserveert voor de kosten die daaruit voortvloeien. Op het
                                moment dat iemand bijzondere bijstand vraagt voor noodzakelijke
                                medische kosten in verband met een eigen risico, dan moet hiermee
                                bij bijstandsverlening rekening worden gehouden.</al><al><cursief>Voorliggende voorziening</cursief></al><al> De collectieve ziektekostenverzekering kan niet zonder meer als
                                voorliggende voorziening ten opzichte van de bijstand worden
                                beschouwd. Om van een voorliggende voorziening te kunnen spreken is
                                vereist dat de belanghebbende er daadwerkelijk een beroep op moet
                                kunnen doen. De collectieve ziektekostenverzekering is geen
                                voorliggende voorziening indien de belanghebbende daar niet bij is
                                aangesloten of er niet bij aangesloten kan worden. Van
                                ZilverenKruis|Achmea-verzekerden wordt verwacht dat zij deelnemen
                                aan de (gratis) collectieve ziektekostenverzekering.</al><al><cursief>Andere verzekeringen dan ZilverenKruis|Achmea -gemeente
                                    extra-pakket</cursief>:</al><al> Er wordt door de inkomensconsulenten beoordeeld of de cliënt is
                                verzekerd conform het niveau van de collectieve verzekering Het
                                ZilverenKruis|Achmea en of er al dan niet bijzondere bijstand
                                mogelijk is.</al><al><cursief>Ziektekosten – eigen risico</cursief></al><al> Voor de kosten van het wettelijk vastgestelde eigen risico (voor
                                2014 € 360,-- per jaar per persoon) wordt geen bijzondere bijstand
                                verstrekt.</al><al><vet>Toetsingskader collectieve ziektekostenverzekering:</vet></al><al> 1. Het inkomen en/of uitkering van de aanvrager moet gelijk zijn
                                aan of lager dan 110% van het geldende sociaal minimum en het
                                vermogen moet beneden de toepasselijke vermogensgrens liggen.</al><al> 2. Vergoedt de collectieve ziektekostenverzekering de gedeclareerde
                                kosten dan worden de kosten geacht noodzakelijk te zijn en kan de
                                eigen bijdrage vergoed worden middels bijzondere bijstand.</al><al> 3. Vergoedt de collectieve ziektekostenverzekering de gedeclareerde
                                kosten niet, dan worden de kosten geacht niet noodzakelijk te zijn
                                en wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.</al><al> 4. Heeft de klant geen collectieve ziektekostenverzekering
                                afgesloten dan wordt beoordeeld of er sprake is van verzekering
                                conform het niveau van onze collectieve ziektekostenverzekering en
                                wordt bezien of bijzondere bijstand toegekend kan worden.</al><al> 5. Is de klant niet of onvoldoende verzekerd voor ziektekosten dan
                                is sprake van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Bij de
                                beoordeling van de aanvraag bijzondere bijstand wordt daar rekening
                                mee gehouden.</al><al> 6. Heeft de klant een hoger eigen risico dan het wettelijk
                                vastgestelde eigen risico dan wordt verwacht dat de klant daar ook
                                voor reserveert. Bijzondere bijstand voor eigen risico wordt niet
                                toegekend.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>3</nr><titel>Wwb-overige</titel></kop><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>3.1</nr><titel>Verhuizing, herinrichting en woninginrichting</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Hoofdregel</cursief></al><al> Bijzondere bijstand is op grond van artikel 35 lid 1 WWB slechts
                                mogelijk voor de uit<cursief> bijzondere</cursief> omstandigheden
                                voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan. De kosten, die
                                verband houden met een verhuizing of (her)inrichting behoren tot
                                    de<cursief> incidenteel</cursief> voorkomende
                                    <cursief>algemeen</cursief> noodzakelijke kosten van het
                                bestaan. Dergelijke kosten moeten worden voldaan uit de
                                bijstandsuitkering of het daarmee in hoogte vergelijkbare inkomen,
                                hetzij door middel van reservering, hetzij door gespreide betaling
                                achteraf. Hieruit volgt dat er in beginsel geen bijzondere bijstand
                                verstrekt wordt voor de kosten van verhuizing , herinrichting en
                                woninginrichting.</al><al> In paragraaf <vet>2.5 Duurzame Gebruiksgoederen </vet>staan enkele
                                goederen vermeld welke ‘om niet’ onder voorwaarden worden verstrekt,
                                deze verstrekking vindt plaats onder toepassing van de richtlijn
                                duurzame gebruiksgoederen.</al><al> Bij de beoordeling van een aanvraag voor vergoeding van de kosten
                                van verhuizing, herinrichting en woninginrichting wordt de
                                onderstaande volgorde voor toekenning aangehouden:</al><al> 1. Welke mogelijkheden heeft cliënt zelf om te voorzien in deze
                                kosten? (bescheiden vermogen hoger dan € 2.000,--)</al><al> 2. Lening GKB</al><al> 3. Borgstelling GKB</al><al> 4. Bijstand in de vorm van een lening (leenbijstand)</al><al> 5. Bijstand om niet</al><al><cursief>Bijzonderheden</cursief></al><al> Als de behandelingsduur van een aanvraag om een voorliggende
                                voorziening zodanig veel tijd vergt dat daardoor de verhuizing op
                                losse schroeven komt te staan, kan bijstand worden verleend voor een
                                noodzakelijke verhuizing. De cliënt moet dan overigens aan de
                                voorwaarden tot bijstandsverlening voldoen. Als voorwaarde dient
                                gesteld te worden, dat cliënt een beroep doet op de betreffende
                                voorliggende voorziening en de eventueel toe te kennen uitkering aan
                                het college van B&amp;W cedeert.</al><al><cursief>Statushouders</cursief></al><al> Bij vestiging van statushouders in de gemeente De Wolden wordt de
                                woning, in samenwerking met Vluchtelingenwerk Noord Nederland en de
                                statushouders, ingericht. Voor de inrichtingskosten, die op grond
                                van de Prijzengids van het Nibud wordt vastgesteld, wordt via de
                                gemeente een lening verstrekt.</al><al><vet>Verhuizing en begripsbepaling</vet></al><al><cursief>Kosten woninginrichting</cursief></al><al> Deze kunnen worden onderscheiden in:</al><al> 1. Aanschaf huisraad en andere duurzame gebruiksgoederen (geen
                                vervanging);</al><al> 2. de mogelijkheid van overname van goederen van de vorige
                                bewoner;</al><al> 3. het bedrag dat cliënt(e) ontvangt uit de goederen die kunnen
                                worden overgedaan aan de nieuwe bewoner van de woning die voorheen
                                werd bewoond;</al><al> 4. stoffering die kan worden overgenomen.</al><al><cursief>Belangrijk</cursief></al><al> Bij het behandelen van een aanvraag wordt ondermeer rekening
                                gehouden met:</al><al> - <cursief>eerste woninginrichting</cursief>:</al><al> Voor een eerste woninginrichting kan in het kader van de WWB nooit
                                bijstand worden verstrekt. Dus ook geen borgstelling. In deze
                                situatie wordt men geacht door reservering c.q. gespreide betaling
                                achteraf, hierin te voorzien;</al><al> - <cursief>vermogen</cursief>:</al><al> Bij de beoordeling van een aanvraag om bijstand voor verhuis- en/of
                                herinrichtingskosten dient het zgn. bescheiden vermogen tot €
                                2.000,-- te worden vrijgelaten;</al><al> - <cursief>verhuizing naar andere gemeente</cursief>:</al><al> Bij verhuizing naar een andere gemeente beslist de gemeente waar
                                men zich gaat vestigen op de bijstandsaanvraag voor de kosten van
                                (her)inrichting en de indirecte verhuiskosten (waarborgsom,
                                aansluitkosten e.d.).</al><al> Als bijstand wordt gevraagd door een weggelopen minderjarige wordt
                                nagegaan of de ouders bereid en in staat geacht kunnen worden de
                                kosten voor hun rekening te nemen. Wanneer sprake is van
                                echtscheiding c.q. een procedure tot echtscheiding wordt
                                aangedrongen op de totstandkoming van een boedelscheiding waarmee
                                rekening kan worden gehouden bij de vaststelling van de
                                noodzakelijke kosten.</al><al><vet>Verhuizing en vaststelling noodzaak van verhuizing</vet></al><al><cursief>Uitgangspunten</cursief></al><al> - Als de noodzaak ontbreekt dan wordt de aanvraag direct afgewezen.
                                In dit verband wordt behalve de noodzaak van verhuizing ook de
                                voorzienbaarheid en uitstelbaarheid van verhuizing onderzocht en in
                                de rapportage vastgelegd.</al><al> - Ook als een verhuizing/herinrichting noodzakelijk is, kan in het
                                algemeen geen bijstand worden verleend in verhuis- en
                                herinrichtingskosten, omdat deze kosten behoren tot de algemeen
                                noodzakelijke kosten van het bestaan, die uit het ter beschikking
                                staande inkomen dienen te worden bestreden.</al><al> Zie het rijtje van beoordelingsvolgorde op pagina 20.</al><al><cursief>Bijzonderheden</cursief></al><al> - Alleen bij bijzondere, zich onverwacht voordoende omstandigheden
                                (waarbij de Wmo ook geen vergoeding kan bieden) kan er aanleiding
                                zijn bijstand te verlenen wanneer geen of onvoldoende
                                reserveringscapaciteit aanwezig is. Voor het bepalen van de
                                voorzienbaarheid van de verhuizing is onder andere de
                                inschrijvingsdatum als woningzoekende van belang.</al><al> - In zeer bijzondere situaties (acute noodsituaties) kan er een
                                urgentieverklaring bij de Woningbouwvereniging aanwezig zijn en
                                hierbij een rol spelen. Als met name medische factoren in het geding
                                zijn kan een medische indicatie bij een indicatiestellend orgaan
                                (bijv. Zenit) worden aangevraagd.Hierbij dient er rekening mee te
                                worden gehouden dat de aanwezigheid van een sociale of medische
                                indicatie op zich geen reden kan vormen om bijstand te verlenen (ook
                                dan behandelingsvolgorde van pagina 20 toepassen).</al><al> - Bijstandsverlening voor een verhuizing enkel op grond van een
                                sociale of medische indicatie is in het algemeen niet mogelijk.</al><al> - In de rapportage dienen alle feiten en omstandigheden die tot de
                                verhuizing hebben geleid (zowel medisch als sociale) te worden
                                vermeld, teneinde de noodzaak van de verhuizing te kunnen
                                vaststellen.</al><al><cursief>Voorbeeld</cursief></al><al> Een jeugdig echtpaar dat bijvoorbeeld in verband met de komst van
                                een kind naar een eengezinswoning wenst te verhuizen óf een wat
                                ouder echtpaar dat een kleinere woning wenst te betrekken zal in
                                verband met de voorzienbaarheid van de verhuizing zelf in de
                                verhuis- en herinrichtingskosten dienen te voorzien. Bijvoorbeeld
                                door middel van het aangaan van een lening bij de geëigende
                                kredietverlenende instelling, respectievelijk de verhuizing moeten
                                uitstellen totdat voldoende is gereserveerd.</al><al> N.B.:</al><al> Als het gebruikelijke onderzoek (naar de voorzienbaarheid en
                                uitstelbaarheid) niet kan plaatsvinden omdat cliënt direct een
                                beslissing op zijn aanvraag wenst, respectievelijk nodig heeft, dan
                                wordt daar in het algemeen niet op ingegaan (evenmin voor de
                                betaling van de waarborgsom). Dit geldt temeer als betrokkene al
                                over zelfstandige huisvesting beschikt. Het college van B&amp;W
                                heeft een redelijke termijn nodig voor het afhandelen van de
                                aanvraag.</al><al><cursief>Verhuizing en berekening noodzakelijk geachte
                                    bedrag</cursief></al><al> - Uitsluitend uit gaan van noodzakelijk aan te schaffen goederen
                                i.v.m. de verhuizing.</al><al> - Beoordeling aan de hand van een door cliënt op te stellen
                                lijst.</al><al> - In het algemeen geen pro-forma nota's vragen.</al><al> - In zeer bijzondere situaties pro-forma-nota's vragen als
                                enigerlei vorm van begeleiding bij de inrichting noodzakelijk
                                is;</al><al> In die gevallen bij toekenning van bijstand bij voorkeur overgaan
                                tot rechtstreekse betaling aan de leverancier (machtiging cliënt
                                innemen).</al><al> - Bij algehele inrichting wordt in principe het geldende
                                totaalbedrag aangehouden.</al><al> - Bij deelinrichting in het rapport een specificatie met
                                richtprijzen opnemen.</al><al> - Bij het vaststellen van het benodigd bedrag ervan uitgaan dat van
                                cliënt in redelijkheid mag worden verwacht dat hij/zij bij het
                                inkopen van de benodigde goederen prijsbewust te werk gaat.</al><al> - Bij verhuis- en herinrichtingskosten rekening houden met enige
                                zelfwerkzaamheid.</al><al> - Er behoeft niet enkel en alleen uit te worden gegaan van de
                                aanschafprijs van nieuwe goederen, ook kringloopwinkel en internet
                                bieden goede gebruiksgoederen aan, hetgeen kan leiden tot een lagere
                                vergoeding cq lagere lening.</al><al> Let wel, bij algehele inrichting gaat het om een maximumbedrag. Dit
                                bedrag dient evenredig verlaagd te worden als reeds een aantal
                                goederen op de een of andere wijze zijn verkregen, bijvoorbeeld ook
                                door overname van goederen en/of bijvoorbeeld door boedelscheiding,
                                kringloopwinkel of internet. Verhoudingsgewijs zal dan het
                                maximumbedrag verlaagd moeten worden om het besteedbare bedrag
                                zoveel mogelijk gelijk te houden. Dit kan niet afhangen van het
                                toevallige voordeel van overname. Bovendien geldt bij een lagere
                                prijs voor de inrichting ook een lagere lening voor de cliënt. Voor
                                de afzonderlijke gebruiksgoederen zijn er richtprijzen zoals
                                opgenomen in de Prijzengids van het Nibud.</al><al> N.B.:</al><al> Volgens jurisprudentie dienen ook inwonende verdienende kinderen
                                mee te dragen in de voorzieningen, die hun eveneens ten goede komen.
                                Bij de aanvraag wordt niet alleen rekening gehouden met de inkomsten
                                van aanvrager en partner, maar met de inkomsten en vermogens van
                                alle gezinsleden.</al><al><cursief>Berekening reserveringscapaciteit, verhuizing of
                                    (her)inrichting</cursief></al><al> Als regel zal het bij een verhuizing om voorzienbare kosten gaan.
                                Vanaf het moment, dat men op de hoogte is van de noodzaak tot
                                verhuizen, wordt men geacht om hiervoor van zijn inkomen, ook van
                                een bijstandsuitkering te reserveren.</al><al> Het moment, waarop men geacht wordt een aanvang te maken met
                                reserveren kan, gelet op voorgaande, gelegen zijn vóór de datum van
                                inschrijving als woningzoekende. Men dient echter tenminste vanaf de
                                datum van inschrijving te reserveren. Daarom dient aan deze
                                inschrijvingsdatum geen doorslaggevende betekenis te worden gehecht
                                bij de bepaling van de reserveringscapaciteit.</al><al> Voorbeelden:</al><al> - Iemand woont reeds vele jaren op een bepaald adres. Sedert
                                geruime tijd zijn er problemen met de verhuurder wegens
                                achterstallig onderhoud. Men heeft last van ongedierte in de woning.
                                Cliënt besluit uiteindelijk zich te laten inschrijven als
                                woningzoekende, waarna op zeer korte termijn een woningtoewijzing
                                volgt. In casu is sprake van een voorzienbare verhuizing vanaf een
                                moment ruimschoots gelegen voor de inschrijvingsdatum bij de
                                Woningbouwvereniging. Vanaf dat moment wordt cliënt geacht te
                                reserveren.</al><al> - Voor een inwonend gezin geldt in zijn algemeenheid, dat men vanaf
                                de datum van inwoning al bezig is met de verkrijging van andere,
                                zelfstandige woonruimte. Als basis voor het te reserveren bedrag kan
                                in ieder geval worden aangehouden de aflossingsbedragen bij een
                                lening (bij verblijf in een pension zal dit gewoonlijk niet haalbaar
                                zijn). Bij inwoning ligt het reserveringsbedrag in zijn algemeenheid
                                hoger. Potentiële cliënten voor verhuis- en/of
                                (her)inrichtingskosten zullen in bepaalde gevallen bij deze afdeling
                                bekend kunnen zijn. Reeds in het beginstadium moeten deze cliënten
                                ook met betrekking tot eventuele herinrichtingskosten worden gewezen
                                op de werkwijze in deze en op de spelregels die hiervoor
                                gelden.</al><al> Niet betaalde woonkosten in verband met inwoning kunnen als extra
                                reserve voor verhuizing en (her)inrichting worden aangemerkt.</al><al><cursief>Verhuizing of (her)inrichting en eigen
                                    verantwoordelijkheid</cursief></al><al> De manier waarop de huishouding is gevoerd en/of bijvoorbeeld de
                                hoogte van het kostgeld dat men heeft betaald, kan van belang zijn
                                om de reserveringsmogelijkheid in redelijkheid te kunnen bepalen. De
                                rapportage zal hierop het antwoord moeten geven. Als er niet is
                                gereserveerd terwijl hiertoe wel de mogelijkheid was, kan gelet op
                                voorgaande geen bijstand worden verleend. Slechts in uitzonderlijke
                                schrijnende situaties kan hierop een uitzondering worden gemaakt.
                                Wegens een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid dient dan
                                een verlaging van de te verlenen bijstand tot een absoluut minimum
                                en/of een verlenging van de aflossingsduur te worden overwogen.</al><al><cursief>Verhuizing of (her)inrichting en vermogen c.q.
                                    reservering</cursief></al><al> Als cliënt eigen vermogen heeft c.q. heeft gereserveerd komt de
                                vraag op waarvoor het vermogen c.q. de reservering moet worden
                                gebruikt. Omdat de WWB een aanvullend karakter draagt en volstaan
                                dient te worden met een passende goedkope voorziening dient de te
                                verlenen bijstand zoveel mogelijk in de vorm van een geldlening te
                                worden verstrekt. Hierbij moet rekening worden gehouden met de
                                draagkrachtregels zoals deze gelden voor duurzame gebruiksgoederen
                                (zie draagkracht en vermogen/ inkomen).</al><al><cursief>Verhuizing en wijze van aflossing</cursief></al><al> Voor verstrekking van leenbijstand dient er een concrete, reële,
                                direct ingaande aflossingsregeling te zijn getroffen, die in het
                                algemeen gebaseerd dient te zijn op de geldende aflossingsbedragen.
                                Door de GKB kan normaliter een lening verstrekt worden ter hoogte
                                van de aflossingsbedragen over een termijn van 3 jaar. Bij een hoger
                                inkomen dan bijstand zal dit bedrag hoger zijn. Voorzover de
                                noodzakelijke kosten hoger zijn dan dat bedrag, zal aanvullend
                                bijstand "om niet" verstrekt kunnen worden.</al><al><cursief>Verhuizing en borgstelling</cursief></al><al> De GKB kan soms wel bereid zijn een lening te verstrekken, maar
                                alleen onder borgstelling van de gemeente. Het verlenen van
                                borgstelling is een vorm van bijstandsverlening, die aan dezelfde
                                wettelijke regels is gebonden als andere vormen van bijzondere
                                bijstand.</al><al><cursief>Verhuizing en leenbijstand</cursief></al><al> Als kredietverlening door de GKB niet kan plaatsvinden (ook niet
                                onder borgstelling), kan in de aanschaf van duurzame
                                gebruiksgoederen leenbijstand worden verstrekt, eventueel met
                                aanvullende bijstand ‘om niet’, zie hierna.</al><al><vet>Verhuizing en waarborgsom</vet></al><al> Voor de waarborgsom kan geen bijstand worden verleend. Een
                                waarborgsom behoort niet tot de bijzondere kosten, maar tot de
                                incidenteel voorkomende algemene kosten van het bestaan. Men wordt
                                geacht hier zelf voor te reserveren.</al><al><cursief>Bijzondere omstandigheden/maatwerk</cursief></al><al> - Mochten er op grond van bijzondere omstandigheden toch redenen
                                zijn om hiervoor bijstand te verstrekken dan dient dit in de vorm
                                van een geldlening te geschieden.</al><al> - Uitgangspunt is dat de bijstand direct wordt terugbetaald. Mocht
                                er echter bijvoorbeeld naast de waarborgsom ook bijstand zijn
                                verleend voor inrichtingskosten (eventueel onder borgstelling) dan
                                dient die aflossing aansluitend plaats te vinden.</al><al> - Het enkele feit dat de cliënt reeds 3 jaar moet aflossen voor de
                                terugbetaling van duurzame goederen is nadrukkelijk geen reden de
                                waarborgsom ‘om niet’ te verstrekken.</al><al> Verhuizing en mogelijkheden bijstand ‘om niet’ De directe kosten
                                van de verhuizing, zoals de (dubbele) huur, kosten
                                verhuisbusje/boedelbak tot maximaal € 100,00 (staat niet in Nibud) ,
                                verf en behang kunnen ’om niet‘ verstrekt worden. In (echt)
                                bijzondere situaties kan ook in de kosten van (her)inrichting
                                bijstand ’om niet‘ worden verleend. Hierbij valt te denken aan een
                                gedwongen verhuizing op medische gronden binnen een periode van 5
                                jaar. Het zou niet verantwoord zijn betrokkene dan nogmaals met een
                                lening te belasten.</al><al><cursief>Richtprijzen verhuiskosten en
                                    herinrichtingskosten</cursief></al><al> Voor de richtprijzen voor verhuiskosten en herinrichting wordt
                                verwezen naar de Prijzengids van het Nibud. Van deze richtprijzen
                                kunnen goederen van een redelijke kwaliteit en uitvoering worden
                                aangeschaft. Hierbij wordt uitdrukkelijk gesteld, dat deze prijzen
                                in zijn algemeenheid als maximum prijzen dienen te worden
                                gehanteerd. Is cliënt in staat om de noodzakelijke goederen voor een
                                lager bedrag aan te schaffen, bv via internet of een
                                kringloopwinkel, dan wordt de hoogte van de bijstand hierop
                                afgestemd. Hierbij geldt dat een lager bedrag bij een lening ook in
                                het belang van de cliënt is. Verantwoordelijkheid ligt hiervoor bij
                                cliënt.</al><al> De Prijzengids van het Nibud dient als hulpmiddel bij de
                                vaststelling van een eventuele maximale bijstand. Vooraf dient te
                                worden vastgesteld, welke verstrekkingen als noodzakelijk in de zin
                                van de WWB dienen te worden aangemerkt. Als bij een totaalinrichting
                                bepaalde goederen reeds aanwezig zijn, kan de Prijzengids een
                                indicatie geven met welke bedragen het totaalbedrag dient te worden
                                verminderd.</al><al><vet>Toetsingskader bijzondere bijstand voor verhuizing, her- en
                                    woninginrichting</vet></al><al> 1. Het inkomen en/of uitkering van de aanvrager moet gelijk zijn
                                aan of lager dan 110% van het geldende sociaal minimum en het
                                vermogen moet beneden de toepasselijke vermogensgrens liggen.</al><al> 2. De kosten, die verband houden met een verhuizing of
                                (her)inrichting behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen
                                noodzakelijke kosten van het bestaan.</al><al> Dergelijke kosten moeten in beginsel worden voldaan uit de
                                bijstandsuitkering of het daarmee in hoogte vergelijkbare inkomen,
                                hetzij door middel van reservering vooraf, hetzij door gespreide
                                betaling achteraf.</al><al> 3. Ontbreekt de noodzaak voor de verhuizing, is de verhuizing
                                voorzienbaar of uitstelbaar dan wordt de aanvraag afgewezen. Slechts
                                in zeer bijzondere situaties kan er aanleiding zijn bijzondere
                                bijstand toe te kennen.</al><al> 4. Bij de berekening van het vast te stellen bedrag wordt slechts
                                rekening gehouden met noodzakelijk aan te schaffen goederen.</al><al> 5. Voor de richtpijzen van verhuizing en herinrichting wordt
                                aansluiting gezocht bij de Prijzengids van het Nibud, dit zijn
                                maximale richtprijzen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>3.2</nr><titel>Aflossing leningen en bijzondere bijstand</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al> Ten aanzien van het verstrekken van leningen hanteert de gemeente
                                een voorliggende voorziening. In principe is de Gemeentelijke
                                Kredietbank (GKB) de aangewezen instantie om leningen te verstrekken
                                aan bijstandsgerechtigden. Dit speelt met name bij leningen voor
                                inrichtingskosten. Door de GKB wordt getoetst of een lening
                                realiseerbaar is. Veelal zal een verzoek aan de gemeente volgen om
                                de aflossingsruimte in de bijstand aan te wenden en zal worden
                                verzocht om het vastgestelde aflossingsbedrag in te houden op de
                                WWB-uitkering.</al><al><cursief>Bijzondere bijstand</cursief></al><al> De gemeente hanteert voor inhouding voor aflossingen op leningen
                                het volgende beleid: Maximaal 6% van de van toepassing zijnde
                                WWB-norm inclusief vakantietoeslag wordt aangewend voor de
                                maandelijkse aflossing van een lening afgesloten via de GKB of via
                                de gemeente. De 6%-norm wordt aangehouden vanwege een veronderstelde
                                reserveringscapaciteit voor duurzame gebruiksgoederen in de
                                norm.</al><al> Indien de gewenste aflossingsbedragen door de GKB uitstijgen boven
                                de 6%-norm, dan wordt voor het meerdere bijzondere bijstand ‘om
                                niet’ verleend (voor zover het gaat om bijzondere noodzakelijke
                                kosten van het bestaan ). Centrale gedachte hierbij is dat een
                                gerechtigde op een WWB-uitkering niet in staat moet worden geacht om
                                langdurig een deel van een toch al minimaal inkomen te moeten
                                besteden aan de aflossing van schulden of een lening. De aanpassing
                                van de normen per (half) jaar en de daaruit voortvloeiende wijziging
                                van de aflossing en de bijzondere bijstand geschiedt door de
                                administratie.</al><al> NB: Wanneer men niet heeft afgelost conform bovenstaand beleid en
                                er moet worden teruggevorderd, dan geldt het op dat moment geldende
                                gemeentelijke terugvorderingsbeleid.</al><al><cursief>Beslaglegging</cursief></al><al> Indien er beslag wordt gelegd op de uitkering, dan zal, afhankelijk
                                van de preferentie van de beslaglegging, de aflossing tijdelijk
                                moeten worden beëindigd, omdat de gerechtigde op een WWB-uitkering
                                immers de bescherming heeft van de beslagvrije voet. Daardoor
                                ontvangt hij altijd minimaal een bedrag van 90% van de voor hem
                                geldende norm. In De Wolden is de aflossingsruimte vastgesteld op
                                6%. Hierdoor blijft er ruimte over voor beslaglegging en wordt de
                                aflossing niet beëindigd bij beslaglegging.</al><al> Als reeds beslag is gelegd op de uitkering op het moment van
                                toekenning van leenbijstand, dan wordt de beslaglegging voortgezet
                                en vindt aflossing van de lening pas plaats als het beslag is
                                opgeheven. Dit geldt echter niet als er sprake is van terugvordering
                                van bijstand. Terugvordering is een bevoorrechte vordering en zal
                                tot gevolg hebben dat de meeste beslagleggingen door derden moeten
                                worden opgeschort.</al><al><cursief>Maatregel of boete</cursief></al><al> Indien aan een belanghebbende een maatregel op grond van de
                                Maatregelenverordening Wet werk en bijstand of IOAW en IOAZ De
                                Wolden is opgelegd, of een boete op grond van de Beleidsregels boete
                                WWB, IOAW en IOAZ De Wolden, de Verordening verrekening bestuurlijke
                                boete bij recidive of de Verordening boete Wet inburgering
                                nieuwkomers is opgelegd, dient de aflossing te worden stopgezet en
                                achtereenvolgens eerst de boete en daarna de maatregel te worden
                                verrekend. Dit gebeurt in principe in overleg met de belanghebbende,
                                doch zijn/ haar medewerking is niet vereist. De aflossing van de
                                schulden wordt hervat nadat de boete en/ of de maatregel zijn
                                voldaan. De bijzondere bijstand wordt dan eveneens weer
                                voortgezet.</al><al><vet>Toetsingskader aflossing leningen en bijzondere
                                bijstand</vet></al><al> 1. Maximaal 6% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief
                                vakantietoeslag wordt aangewend voor de aflossing van een lening bij
                                de GKB of de gemeente.</al><al> 2. Bedraagt het aflossingsbedrag meer dan de 6%-norm zoals onder 1.
                                vermeld dan wordt voor het meerdere bijzondere bijstand ‘om niet’
                                verleend.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>3.3</nr><titel>Overbruggingstoeslag voormalig alleenstaande ouders</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al> Zodra het jongste thuisinwonende kind 18 jaar wordt, wijzigt de
                                norm van alleenstaande ouder naar alleenstaande. Het college kent in
                                deze situatie een gemeentelijke overbruggingstoeslag toe aan
                                voormalig éénoudergezinnen. Voorwaarde is dat het kind tot het
                                huishouden blijft behoren. Deze toeslag is bedoeld om de terugval in
                                het inkomen op te vangen.</al><al> Dat is buitenwettelijk begunstigend beleid, want het enkele feit
                                dat de norm wijzigt, betekent niet dat er bijzondere bijstand
                                verstrekt moet worden (LJN BV1250).</al><al> Voor wie is dit?</al><al> * Alleenstaande ouders</al><al> * Jongste kind is tussen 18 en 21 jaar en woont nog thuis</al><al> Hoe hoog is de toeslag?</al><al> * Als het jongste kind studiefinanciering (WSF), loon of een
                                uitkering ontvangt gelden de volgende bedragen:</al><al> - Leeftijd kind 18 jaar, toeslag € 100 per maand</al><al> - Leeftijd kind 19 jaar, toeslag € 50 per maand</al><al> - Leeftijd kind 20 jaar, toeslag € 25 per maand</al><al> * Ontvangt het kind een tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten (WTOS), dan gelden de volgende bedragen:</al><al> - Leeftijd kind 18 jaar, toeslag € 200 per maand</al><al> - Leeftijd kind 19 jaar, toeslag € 100 per maand</al><al> - Leeftijd kind 20 jaar, toeslag € 50 per maand</al><al> * De toeslag stopt als het kind uit huis gaat of 21 jaar
                                wordt.</al><al> * De toeslag kan maximaal 3 jaar verstrekt worden.</al><al><vet>Toetsingskader overbruggingstoeslag voormalig alleenstaande
                                    ouder:</vet></al><al> 1. Er wordt een overbruggingstoeslag toegekend zodra het jongste
                                inwonende kind 18 jaar wordt en de bijstandsnorm wijzigt van
                                alleenstaande ouder in alleenstaande.</al><al> 2. De overbruggingstoeslag stopt als het kind 21 jaar wordt, of uit
                                huis gaat. De toeslag kan maximaal 3 jaar verstrekt worden.</al><al> 3. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van de inkomsten van het
                                inwonende kind en worden hierboven weergegeven.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>3.4</nr><titel>Inkomsten zelfstandige korten</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al> Indien sprake is van een zelfstandige in de zin van het
                                Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004 dan is de wijze van inkomsten
                                korten zoals vroeger bedoeld in artikel 45 lid 2 ABW sub b en
                                artikel 6 lid 2 huidig Bbz van toepassing. De zogenaamde loonheffing
                                bij zelfstandigen wijzigt per (belasting)jaar. Voor 2013 bedraagt de
                                loonheffing 23%, en voor 2014 bedraagt deze 21%.</al><al> Door deze forfaitaire vaststelling zijn voor zelfstandigen
                                eventuele toekomstige belasting- en premieteruggaven of –naheffingen
                                niet van belang en blijven buiten beschouwing als inkomen.</al><al><cursief>Uitzondering – inkomsten uit marginale zelfstandige
                                    activiteiten</cursief></al><al> Inkomsten uit marginale zelfstandige activiteiten kunnen door alle
                                in de bijstand te onderscheiden categorieën van
                                bijstandsgerechtigden worden verworven.</al><al> Hierbij moet worden gedacht aan productieve activiteiten van
                                geringe omvang, die bescheiden inkomsten opleveren en die voor eigen
                                rekening en risico worden uitgevoerd door uitkeringsgerechtigden met
                                een grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege oorzaken als
                                sociaal-culturele achtergronden, het ontbreken van opleiding, het
                                gebrek aan ervaring met werken in loondienst, of de lange
                                werkloosheidsduur.</al><al> Kenmerkend voor deze activiteiten is dat deze naar verwachting ook
                                op termijn, niet zullen leiden tot voldoende inkomsten om
                                zelfstandig in de kosten van het levensonderhoud te voorzien.</al><al> De casemanagers bepalen of de bedrijfs- of beroepsmatige
                                activiteiten van bescheiden omvang zijn of niet. Als richtlijn geldt
                                dat de tijd die aan deze activiteiten wordt besteed, zich beperkt
                                tot maximaal 20 uur per week.Wanneer de activiteiten van meer dan
                                bescheiden omvang zijn, kan de belanghebbende voor de keus worden
                                gesteld om:</al><al> - of de activiteiten terug te brengen tot een bescheiden omvang
                                (marginale inkomsten)</al><al> - of de activiteiten uit te bouwen tot een volwaardig bedrijf of
                                beroep, eventueel met behulp van het Bbz 2004.</al><al> Indien de zelfstandige niet voldoet aan de eisen die het
                                Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004 stelt, dan is de wijze van
                                korten volgens forfaitaire vaststelling niet aan de orde. In de
                                situatie dat er sprake is van marginale werkzaamheden als
                                zelfstandige, wordt de bijstand achteraf op jaarbasis berekend.</al><al> De bijstand wordt per maand voorlopig berekend onder aftrek van de
                                opgegeven inkomsten (aan de hand van het ingeleverde Wufje). Na
                                afloop van een kalenderjaar vindt de definitieve berekening van de
                                bijstand plaats op basis van de jaarstukken. Overigens dient
                                opgemerkt dat er in een dergelijke situatie slechts bijstand kan
                                worden verleend met als uitgangspunt dat de belanghebbende arbeid in
                                dienstbetrekking gaat zoeken.</al><al><cursief>Korten inkomsten</cursief></al><al> De inkomsten van de zelfstandige die</al><al> - algemene bijstand ontvangt en;</al><al> - inkomsten uit (zelfstandige) arbeid geniet,</al><al> - dienen bruto gekort te worden.</al><al> De inkomsten worden in beginsel voor 100% in mindering gebracht op
                                de van toepassing zijnde bijstandsnorm. De vrijlatingsbepalingen van
                                artikel 31, tweede lid WWB , zijn – voor zover aan de overige
                                voorwaarden is voldaan – onverkort van toepassing. Dit geldt ook
                                voor de vrijlating van inkomsten WWB, Ioaw en Ioaz.</al><al><cursief>Bijstand voor belasting(aanslag)</cursief></al><al> Indien een belanghebbende achteraf na korting van de inkomsten op
                                grond van de WWB een belastingaanslag ontvangt, dan kan algemene
                                bijstand verstrekt worden voor de kosten die deze belastingaanslag
                                met zich mee brengt en die betrekking hebben op de marginale
                                werkzaamheden als zelfstandige.</al><al><vet>Toetsingskader korten inkomsten zelfstandige:</vet></al><al> 1. Indien sprake is van een zelfstandige in de zin van het
                                Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004 dan wordt voor de
                                inkomstenkorting uiteraard aansluiting gezocht bij de toepasselijke
                                wetgeving.</al><al> 2. Inkomsten uit marginale zelfstandige activiteiten zijn
                                toegestaan, mits:</al><al> - productieve activiteiten van bescheiden omvang (maximaal 20
                                uur/week),</al><al> - die bescheiden inkomsten opleveren en</al><al> - die voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd door,</al><al> - uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de
                                arbeidsmarkt</al><al> - kenmerkend voor deze activiteiten is dat deze naar verwachting
                                ook op termijn, niet zullen leiden tot voldoende inkomsten om
                                zelfstandig in de kosten van het levensonderhoud te voorzien,</al><al> - bovendien blijft de sollicitatieplicht bestaan.</al><al> 3. De inkomsten uit marginale zelfstandige activiteiten worden
                                maandelijks voor 100% (bruto) in mindering gebracht op de uitkering,
                                na afloop van een kalenderjaar. Betrokkene moet zich uitschrijven
                                bij de Kamer van Koophandel en de aangifte is niet als zelfstandige
                                maar als overige werkzaamheden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>3.5</nr><titel>Woonkostentoeslag</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Hoofdregel</cursief></al><al> In de WWB-norm zit een bedrag begrepen voor woonkosten. Bij hogere
                                woonkosten dan het bedrag dat in de norm is begrepen, kan
                                huurtoeslag worden aangevraagd. Slechts in die situaties waarin nog
                                geen aanspraak op huurtoeslag bestaat of er wel aanspraak bestaat,
                                maar de huurtoeslag ontoereikend is, kan een woonkostentoeslag
                                worden verstrekt.</al><al><cursief>Periode van toekenning</cursief></al><al> De woonkostentoeslag wordt toegekend voor maximaal 1 jaar en de
                                verhuisplicht wordt expliciet opgelegd in de
                                toekenningsbeschikking.</al><al> Verlenging van de woonkostentoeslag (nadat een nieuwe aanvraag is
                                ingediend door belanghebbende) is mogelijk indien belanghebbende aan
                                kan tonen dat hij in redelijkheid zijn eigen woning niet heeft
                                kunnen verkopen en geen goedkopere woonruimte heeft kunnen
                                verkrijgen. Ingeval van een nieuwe aanvraag dient belanghebbende aan
                                te geven waarom de woning nog niet is verkocht en welke acties door
                                belanghebbende en zijn makelaar zijn ondernomen om de woning te
                                verkopen en/of waarom het nog niet is gelukt om goedkopere
                                woonruimte te vinden. Denk hierbij aan:</al><al> - hoeveel bezichtigingen er zijn geweest,</al><al> - is er geadverteerd met de woning en hoe vaak,</al><al> - hoeveel biedingen zijn gedaan en waarom zijn deze afgewezen,</al><al> - hoe vaak is gereageerd op passende huurwoningen,</al><al> - hoe vaak is een bod uitgebracht op een goedkopere
                                koopwoning,</al><al> - is de verkoopprijs gedaald tijdens verkooppogingen,</al><al> - is er sprake van NHG, dan mogelijkheden bezien of de woning
                                verkocht kan</al><al> worden.</al><al> Als tijdens de nieuwe aanvraag blijkt dat belanghebbende geen of in
                                onvoldoende mate tracht zijn woning te verkopen en andere goedkopere
                                huisvesting te verkrijgen wordt de nieuwe aanvraag afgewezen.</al><al><cursief>Verhuisplicht</cursief></al><al> De invulling van de verhuisplicht is als volgt:</al><al> Binnen 10 dagen na verzending van het toekenningsbesluit</al><al> - woning te koop aanbieden via een erkende makelaar tegen een reële
                                prijs</al><al> - reële prijs is niet hoger dan de WOZ-waarde van de woning</al><al> - inschrijving bij tenminste 2 woningcorporaties (Actium en
                                Woonconcept)</al><al> - bij zoektocht naar goedkopere woonruimte niet beperken tot de
                                gemeente De Wolden</al><al><cursief>Uitzonderingen verhuisplicht</cursief></al><al> De verhuisplicht wordt niet opgelegd indien er sprake is van een
                                aangepaste woning en verhuizing op problemen stuit. Dit zou ook het
                                geval kunnen zijn indien de bewoners van de woning een zodanig hoge
                                leeftijd hebben bereikt dat verhuizing niet meer verwacht kan
                                worden, denk hierbij aan het wegvallen van sociale contacten,
                                mantelzorg etc. Afweging hiervan is aan de consulent op individuele
                                gronden.</al><al> Deze beleidsregels dienen zowel op koop- als op huurwoningen
                                hetzelfde effect te hebben.</al><al><cursief>Woonkostentoeslag bij recreatiewoningen</cursief></al><al> Dit geldt echter niet voor recreatiewoningen. Onder de tot 1
                                januari 2006 geldende Huursubsidiewet moest er sprake zijn van
                                woningen bestemd voor permanente bewoning. Een recreatiewoning is
                                niet bestemd voor permanente bewoning en viel daarmee niet onder de
                                huursubsidiewet. Hoewel er ten aanzien van de huurtoeslag niets is
                                geregeld over recreatiewoningen moet er vanuit worden gegaan dat de
                                wetgever niet de bedoeling heeft gehad hierin iets te veranderen.
                                Bij twijfel of een woning een recreatiewoning is, kan dit worden
                                gecheckt bij de afdeling VROM, cluster Ruimtelijke Ontwikkeling. Zij
                                kunnen in het bestemmingsplan nakijken of een adres een
                                recreatiewoning of een woning voor permanente bewoning betreft.</al><al> De huurtoeslag moet worden gezien als een passende en toereikende
                                voorliggende voorziening, die gezien aard en doel toereikend moet
                                worden geacht (art. 15 WWB). Slechts als er sprake is van zeer
                                dringende redenen, kan worden afgeweken van de regel dat geen
                                bijstand wordt verstrekt als er een passende en toereikende
                                voorliggende voorziening aanwezig is (art. 16, lid 1 WWB).</al><al><cursief>Zeer dringende redenen</cursief></al><al> Wat moet nu onder zeer dringende redenen worden volstaan? Volgens
                                de jurisprudentie moet het dan gaan om (levensbedreigende)
                                noodsituaties. Het gaat dan om zeer extreme situaties.</al><al> Slechts als aan die voorwaarde is voldaan kan worden gesproken van
                                een noodsituatie. In een dergelijke situatie kan bijzondere
                                bijstand, zoals een woonkostentoeslag, worden verstrekt.</al><al><cursief>Noodsituatie</cursief></al><al> Als er sprake is van een noodsituatie kan de woonkostentoeslag
                                beperkt worden tot toekenning voor maximaal een halfjaar. Na dit
                                halfjaar wordt in principe de bijstand beëindigd. Als er nog steeds
                                sprake is van een levensbedreigende situatie, dan moet opnieuw een
                                aanvraag worden ingediend.</al><al><vet>Kamerbewoners en woonkostentoeslag</vet></al><al> Aan kamerbewoners kan in het algemeen geen woonkostentoeslag worden
                                verleend.</al><al><vet>Eigen woning/nog geen recht op huurtoeslag</vet></al><al> In bepaalde gevallen kan echter een woonkostentoeslag, als
                                bijzondere bijstand, worden verleend, te weten:</al><al> 1. er bestaat (nog) geen (volledig) recht op huurtoeslag</al><al> 2. woonkosten eigen woning boven minimale normhuur</al><al> Ook in gevallen waarin men geen bijstand ontvangt en waarbij het
                                inkomen van de aanvrager en diens partner (iets) hoger is dan het
                                bijstandsniveau, kan een woonkostentoeslag worden verstrekt. Dit
                                geldt zowel voor huur- als eigendomswoningen. De ruimte in het
                                inkomen boven het bijstandsniveau dient dan helemaal te worden
                                besteed aan de woonkosten. Het meerdere van de woonkosten kan
                                opgevangen worden met een woonkostenvergoeding.</al><al><vet>Woonkostentoeslag en huurwoning.</vet></al><al> Voor situaties, waarin (nog) geen huurtoeslag wordt ontvangen, dan
                                wel deze uit een oogpunt van bijstandsverlening ontoereikend moet
                                worden geacht, kan een (tijdelijke) woonkostentoeslag toegekend
                                worden.</al><al> Alleen in de hierna weergegeven situaties kan een woonkostentoeslag
                                worden toegekend.</al><al> Als een beroep op bijstand moet worden gedaan, kunnen zich de
                                volgende situaties voordoen:</al><al> - <cursief>Er bestaat voor betrokkene nog geen aanspraak op
                                    huurtoeslag</cursief></al><al> In dat geval kan tijdelijk een woonkostentoeslag worden toegekend
                                ter vervanging van en overbrugging naar huurtoeslag.</al><al> - <cursief>Er bestaat wel aanspraak, maar de huurtoeslag is
                                    ontoereikend</cursief></al><al> In sommige situaties biedt de huurtoeslag niet een voldoende
                                oplossing. Dit kan het geval zijn wanneer na toekenning van de
                                huurtoeslag het inkomen sterk zou dalen. De daling van het inkomen
                                moet worden doorgeven aan de belastingdienst.</al><al> De belastingdienst maakt dan een herberekening, waardoor recht op
                                een hogere huurtoeslag zou kunnen ontstaan. Ondanks een hogere
                                huurtoeslag kan in zo’n situatie mogelijk recht op een aanvullende
                                woonkostentoeslag bestaan.</al><al> Bij verandering in de persoonlijke situatie moet de wijziging
                                worden doorgegeven. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat het inkomen
                                verandert of omdat de huurkosten veranderen. Na elke wijziging die
                                van invloed is op de hoogte van de toeslag wordt een bericht
                                ontvangen met het nieuwe toeslagbedrag.</al><al> Als recht bestaat op een huurtoeslag bestaat er over het algemeen
                                ook recht op een zorgtoeslag.</al><al><vet>Woonkosten boven de maximaal subsidiabele huur</vet></al><al> Bij de verstrekking van een vergoeding voor woonkosten, die meer
                                bedragen dan de maximaal subsidiabele huur, dient in ieder geval
                                rekening te worden gehouden met eventuele draagkracht.</al><al> De woonkostentoeslag wordt gedurende één jaar verleend, waarbij
                                zonodig een verhuisplicht wordt opgelegd. De termijn kan telkens met
                                hoogstens één jaar worden verlengd, wanneer cliënt al het mogelijke
                                heeft gedaan en er desondanks niet in is geslaagd te beschikken over
                                goedkopere huisvesting (er is dan sprake van een uitzonderlijke
                                situatie).</al><al> In het algemeen is een bedrag aan woonkosten boven de maximale
                                huurtoeslag-grens niet aanvaardbaar; daarom wordt aan de
                                bijstandsverlening steeds de voorwaarde verbonden dat betrokkene
                                dient om te zien naar goedkopere huisvesting. Als tijdens het
                                heronderzoek blijkt dat cliënt geen of in onvoldoende mate tracht
                                andere huisvesting te verkrijgen, zal betrokkene schriftelijk op de
                                consequenties worden gewezen. Bij verder in gebreke blijven, zal in
                                het algemeen de woonkostentoeslag worden beëindigd.</al><al> De woonkostentoeslag fixeren op de maximum huurtoeslag grens om
                                aldus de hiervoor genoemde voorwaarde te omzeilen is niet
                                toegestaan. Dit geldt ook als cliënt bereid zou zijn het meerdere
                                boven de maximale huursubsidiegrens voor zijn rekening te nemen.
                                Kosten boven de maximale huurgrens worden 100% vergoed.</al><al><cursief>Belangrijk:</cursief></al><al> Op de woonkosten dienen de kosten in mindering te worden gebracht
                                in verband met:</al><al> - een tot de woning of wooneenheid behorende garage, parkeer- of
                                bedrijfsruimte;</al><al> - het gebruik van meubelen of stoffering en de levering van water
                                en gas, elektriciteit en andere energie;</al><al> - een centrale antenne-installatie;</al><al> - de levering van warmte.</al><al><vet>Tijdelijke woonkostentoeslag en eigen woning.</vet></al><al> Door voor de eigenaar-bewoners aan te sluiten bij de bedragen en
                                grenzen van de huurtoeslag, wordt bereikt dat de ontvangers van een
                                WWB-uitkering met een eigen huis dezelfde bedragen voor woonkosten
                                uit hun uitkering moeten voldoen als huurders.</al><al><cursief>Berekening van de woonkosten bij eigen woning
                                    (maandbedragen aanhouden)</cursief></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al> a.</al></entry><entry><al> rente hypothecaire geldlening (zie hieronder NB
                                                  1)</al></entry><entry><al> €</al></entry></row><row><entry><al> b.</al></entry><entry><al> waterschapslasten</al></entry><entry><al> €</al></entry></row><row><entry><al> c.</al></entry><entry><al/></entry><entry><al> €</al></entry></row><row><entry><al> d.</al></entry><entry><al> brands/opstalverzekering (geen
                                                  inboedelverzekering)</al></entry><entry><al> €</al></entry></row><row><entry><al> e.</al></entry><entry><al> erfpachtkanon</al></entry><entry><al> €</al></entry></row><row><entry><al> f.</al></entry><entry><al/></entry><entry><al> €</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al> totale lasten:</al></entry><entry><al> €</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al> af: rijkssubsidie woningbouw</al></entry><entry><al> € ........... -</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al> woonlasten = rekenhuur</al></entry><entry><al> €</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Belangrijk:</vet></al><al><vet>Voorlopige teruggaaf in verband met aftrekposten eigen
                                    woning.</vet></al><al> Vanaf 1 januari 1999 kan iedereen met een eigen woning die
                                hypotheekrente betaalt een voorlopige teruggaaf verkrijgen, die
                                maandelijks door de belastingdienst aan betrokkene wordt betaald.
                                Ook personen met een uitkering op grond van de WWB kunnen hiervoor
                                in aanmerking komen. Deze regeling wordt beschouwd als voorwaarde
                                voor de woonkostentoeslag. Dit betekent dat de woonkostentoeslag nog
                                slechts een aanvullend karakter kan hebben op deze voorlopige
                                teruggaaf. Uiteraard zal bijstelling plaats kunnen vinden, wanneer
                                bij de definitieve teruggaaf bijbetaald moet worden vanwege een te
                                hoog bedrag aan voorlopige teruggaaf. Bij teruggave ingeval van
                                verleende bijstand kan tot terugvordering besloten worden.</al><al><vet>N.B. 1:</vet></al><al><vet>Aftrek hypotheeklasten</vet></al><al> Geen rekening wordt gehouden met de aflossingen en met de premie
                                levensverzekering, die vaak gekoppeld is aan een hypothecaire
                                geldlening.</al><al> Het is van belang -vooral bij aanwezigheid van een tweede
                                hypotheek- na te gaan voor welke doeleinden een hypotheek is
                                bestemd.</al><al> Blijkt de hypothecaire lening te zijn afgesloten voor andere
                                doeleinden dan de aankoop van een huis, bijv. voor financiering van
                                een auto, caravan, woninginrichting of verbouwing, dan dient op
                                basis van individualisering te worden beoordeeld of in de volledige
                                hypotheeklasten een woonkostentoeslag kan worden toegekend. De
                                hypotheek is dan voor een deel te vergelijken met een consumptief
                                krediet.</al><al><vet>N.B. 2:</vet></al><al><vet>Nationale hypotheekgarantie uitzoeken</vet></al><al> In sommige situaties is er een nationale hypotheekgarantie
                                afgegeven voor de hypothecaire lening. Deze garantie houdt in, dat
                                het ontbrekende bedrag aangevuld wordt ten behoeve van de
                                hypotheeknemer (= de bank) als uit de opbrengst van de gedwongen
                                verkoop van de woning de hypothecaire schuld niet afgelost kan
                                worden.</al><al> Toekenning c.q. verlenging van een woonkostentoeslag of
                                andersoortige bijstand kan er niet toe leiden een gedwongen verkoop
                                te voorkomen c.q. uit te stellen als toekenning c.q. verlenging van
                                die bijstand volgens het hiervoor beschreven bijstandsbeleid niet
                                mogelijk is.</al><al> In die gevallen waarin door het gedurende korte tijd verlenen van
                                woonkostentoeslag een gedwongen woningverkoop kan worden voorkomen,
                                dient een beleidsbeslissing te worden getroffen.</al><al><vet>N.B. 3:</vet></al><al><vet>Hoge woonkosten</vet></al><al> Verstrekking van bijstand voor woonkosten komt overeen met
                                huurtoeslag bij huurwoningen. Ook bij hoge huur krijgt men niet alle
                                kosten via de huurtoeslag vergoed.</al><al><vet>Berekeningswijze van de woonkostentoeslag</vet></al><al> De woonkostentoeslag wordt gelijk aan de huurtoeslag
                                uitgevoerd.</al><al><vet>Toetsingskader woonkostentoeslag:</vet></al><al> 1. In de WWB-norm zit een bedrag begrepen voor woonkosten. Bij
                                hogere woonkosten dan het bedrag dat in de norm is begrepen, kan
                                huurtoeslag worden aangevraagd. Slechts in die situaties waarin nog
                                geen aanspraak op huurtoeslag bestaat of er wel aanspraak bestaat,
                                maar de huurtoeslag ontoereikend is, kan een woonkostentoeslag
                                worden verstrekt.</al><al> 2. De hoofdregel zoals vermeld onder 1. geldt niet voor
                                recreatiewoningen. Slechts in zeer dringende gevallen (=
                                levensbedreigend) kan voor de duur van een half jaar
                                woonkostentoeslag worden toegekend.</al><al> 3. De hoofdregel zoals vermeld onder 1. geldt ook niet voor
                                kamerbewoners.</al><al> 4. Huurwoning:</al><al> - woonkostentoeslag mogelijk ter vervanging van en ter overbrugging
                                naar huurtoeslag;</al><al> - woonkostentoeslag mogelijk indien huurtoeslag ontoereikend
                                is;</al><al> - tijdelijk (= max. 1 jaar) woonkostentoeslag mogelijk indien
                                sprake is van huur boven de maximaal subsidiabele huur, onder de
                                voorwaarde dat wordt omgezien naar goedkopere woonruimte.</al><al> 5. Eigen woning:</al><al> - voor woonkostentoeslag wordt aangesloten bij de bedragen en
                                grenzen van de huurtoeslag;</al><al> - de woonkostentoeslag heeft een aanvullend karakter op de
                                maandelijkse voorlopige teruggaaf in verband met aftrekposten van
                                een eigen woning;</al><al> - bij de berekening van de woonkostentoeslag wordt geen rekening
                                gehouden met aflossingen en premie levensverzekeringen, noch met
                                hypothecaire leningen ten behoeve van de aanschaf van bijv.
                                auto/caravan/verbouwing.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Titeldeel</label><nr>3.6</nr><titel>Krediethypotheek</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al> Indien een belanghebbende een eigen woning heeft, dient bij de
                                beoordeling van het recht op bijstand bekeken te worden of er een
                                krediethypotheek gevestigd kan worden. Voor de beoordeling of er een
                                krediethypotheek gevestigd kan worden wordt verwezen naar de
                                artikelen 34 en 50 van de WWB.</al><al> (NB: Uiteraard moet er ook gekeken worden op welk moment de cliënt
                                eigenaar is geworden van de eigen woning. Er kan namelijk sprake
                                zijn van een tekortschietend besef in de verantwoordelijkheid van
                                het bestaan. Wel een woning kopen, maar geld niet gebruiken voor
                                bestaansvoorziening)</al><al><cursief>Besluit vestiging krediethypotheek bijstand</cursief></al><al> Bij de beoordeling of een belanghebbende aanspraak kan maken op een
                                bijstandsuitkering moet de vraag gesteld worden of belanghebbende in
                                zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken, dat hij niet
                                over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het
                                bestaan te voorzien. Ook bij een zelfbewoonde eigen woning/woonschip
                                kunnen dergelijke omstandigheden zich voordoen. Een eigen woning
                                vertegenwoordigt echter, na aftrek van de daarop rustende schulden,
                                een bepaald vermogen. De belanghebbende beschikt dan over middelen
                                die in aanmerking moeten worden genomen. Eigenlijk is er geen
                                aanleiding om bijstand te verlenen. De belanghebbende heeft immers
                                de mogelijkheid om óf zijn huis verder te bezwaren óf zijn huis te
                                verkopen.</al><al> Het eerste is niet altijd realiseerbaar omdat de bank ook naar het
                                inkomen kijkt en bij het verkopen van het huis dient vervangende
                                woonruimte aanwezig te zijn. Bovendien is het in een aantal gevallen
                                niet redelijk dat de zelfbewoonde woning wordt verkocht of verder te
                                gelde wordt gemaakt.</al><al> Voor deze situatie is de mogelijkheid ingevoerd om, als verkoop of
                                (verdere) bezwaring niet in redelijkheid kan worden verlangd, de
                                bijstandsuitkering in de vorm van een geldlening onder verband van
                                hypotheek te verstrekken. Ook wel krediethypotheek genoemd.</al><al><cursief>Opnieuw bijstand na krediethypotheek</cursief></al><al> Als binnen 2 jaar na beëindiging van de bijstand onder verband van
                                krediethypotheek</al><al> opnieuw recht bestaat op bijstand wordt deze verstrekt met
                                toepassing van de "oude"</al><al> krediethypotheek. De 2 jaar termijn waarbinnen wordt afgezien van
                                het opnieuw taxeren</al><al> van een woning geldt dus niet wanneer, vanwege de geringe
                                overwaarde, in de vorige</al><al> uitkeringsperiode geen krediethypotheek is gevestigd.</al><al><cursief>Vaststelling van de krediethypotheek</cursief></al><al> Als de eigenaar/bewoner een aanvraag om bijstand indient, moet
                                bekeken worden of er een krediethypotheek gevestigd moet worden. Een
                                aantal criteria is van belang:</al><al> - de belanghebbende moet eigenaar én bewoner van de woning of het
                                woonschip zijn;</al><al> - van de belanghebbende kan niet in redelijkheid worden verlangd
                                dat hij de woning verkoopt of (verder) te gelde maakt;</al><al> - de algemene bijstand moet op jaarbasis naar verwachting meer
                                bedragen dan het netto-minimumloon per maand, bedoeld in artikel 37
                                eerste lid WWB. De kosten van een eventuele taxatie etc. worden ook
                                begrepen in de algemene bijstand, behalve als er uitsluitend
                                bijzondere bijstand wordt aangevraagd;</al><al> - en het vermogen in de woning moet meer bedragen dan het vrij te
                                laten vermogen, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder d,
                                WWB.</al><al> - alvorens tot toekenning over te gaan, dient de belanghebbende een
                                bereidverklaring tot vestiging krediethypotheek te
                                ondertekenen.</al><al> Is er geen ander oververmogen, dan komt de vraag aan de orde of de
                                krediethypotheek kan worden gevestigd en tot welk maximum
                                bedrag.</al><al> Uitgangspunt van de berekening is de taxatiewaarde van de woning
                                bij vrije oplevering. Hierbij wordt uitgegaan van de taxatiewaarde
                                zoals vastgesteld in het kader van de Wet Onroerende Zaakbelasting.
                                Deze gegevens zijn bij de gemeente bekend en worden jaarlijks
                                geactualiseerd.</al><al> Op de waarde van het huis moeten in mindering worden gebracht de
                                hypotheekschuld en/of de overige reële schulden die verband houden
                                met het huis en eventueel de contante waarde van de zakelijke
                                rechten, zoals het recht van gebruik en bewoning. Bij een leven- of
                                spaarhypotheek dient op de hypotheekschuld de contante waarde van
                                deze verzekering in mindering te worden gebracht. Deze contante
                                waarde kan worden opgevraagd bij de betreffende bank of
                                verzekeringsmaatschappij.</al><al> Vervolgens wordt de extra vrijlating afgetrokken (= vast bedrag
                                volgens artikel 34 lid 2, sub d WWB). Het vermogen in de woning moet
                                los worden gezien van het overige vermogen. Beide onderdelen moeten
                                dus apart worden berekend.</al><al> De eventuele bijstand of inkomensvoorziening moet worden verstrekt
                                in de vorm van een geldlening. Vestiging van een krediethypotheek is
                                niet meer verplicht. Bij bedragen boven de € 10.000,00 geldt in De
                                Wolden het beleid dat een krediethypotheek via de notaris wordt
                                gevestigd. Onderstaand een tweetal voorbeelden ter
                                verduidelijking:</al><al><vet>Voorbeeld I:</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al> Vermogen in de woning</al></entry><entry><al> € 50.000,00</al></entry></row><row><entry><al> Af: vast vrij te laten bedrag art.34 lid 2 sub
                                                  d</al></entry><entry><al> -/- € 49.400,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al> =</al></entry></row><row><entry><al> Restvermogen</al></entry><entry><al> + € 600,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Er kan een lening ten bedrage van € 600,00 worden
                                    gevestigd.</cursief></al><al><vet>Voorbeeld II:</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al> Waarde woning</al></entry><entry><al> € 150.000,00</al></entry></row><row><entry><al> Hypotheek</al></entry><entry><al> -/- € 50.000,00</al></entry></row><row><entry><al> Vermogen in de woning</al></entry><entry><al> € 100.000,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al> Af: vrijlating art. 34 lid 2 sub d</al></entry><entry><al> -/- € 49400,00</al></entry></row><row><entry><al> Restvermogen</al></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Nu er vermogen overblijft hoger dan € 10.000,00 dient er
                                    een krediethypotheek te worden gevestigd (bedragen gebaseerd op
                                    1-1-2014).</cursief></al><al> Dit laatste betekent niet dat geen rekening wordt gehouden met dit
                                vermogen indien het</al><al> huis (op een later tijdstip dan bij aanvang van de bijstand) wordt
                                verkocht.</al><al> Ook kan een hertaxatie plaatsvinden indien de belanghebbende langer
                                dan 2 jaar geen recht op bijstand heeft gehad, er geldt dan immers
                                een nieuwe vermogensvaststelling en geen “herleving” van oud
                                recht.</al><al> In de situatie dat een krediethypotheek gevestigd is en de
                                bijstandsuitkering onafgebroken wordt voortgezet, vindt tussentijds
                                geen hertaxatie plaats, ook niet in de situatie dat er sprake is van
                                een tussentijdse aanzienlijke waardevermeerdering. Een aanzienlijke
                                waardestijging van de woning als gevolg van normale
                                marktontwikkelingen is op zichzelf niet voldoende om tot verhoging
                                van het bijstandskredietplafond over te gaan. Ook met een
                                waardedaling van de woning wordt immers geen rekening gehouden.</al><al><cursief>Taxatie woonschepen</cursief></al><al> Voor de taxatie van woonschepen wordt gebruik gemaakt van de
                                daartoe aangewezen taxateur. Bij woonschepen wordt uitgegaan van een
                                taxatie op zicht. Wanneer de hoogte van de taxatie wordt bestreden
                                dan kan na instemming van de belanghebbende worden overgegaan tot
                                een verdere taxatie incl. drooglegging van het woonschip. De kosten
                                van de tweede taxatie worden bij een te vestigen krediethypotheek
                                opgeteld, tenzij de belanghebbende in het gelijk wordt gesteld. Dan
                                worden de kosten van de tweede taxatie om niet verstrekt.</al><al> Intussen kan voorlopig bijstand worden toegekend, indien daaraan de
                                verplichting (artikel 55 WWB) wordt verbonden tot medewerking aan de
                                vestiging van een krediethypotheek. Laat de belanghebbende al bij de
                                aanvraag weten geen medewerking te willen verlenen aan het vestigen
                                van een krediethypotheek, dan is bijstand niet mogelijk. Wordt
                                hieraan in een later stadium geen medewerking verleend, dan is de
                                verleende bijstand terstond opeisbaar, wegens het niet nakomen van
                                de bovengenoemde verplichting.</al><al><cursief>Intering ander vermogen</cursief></al><al> Is er sprake van oververmogen, dan dient eerst te worden bekeken of
                                er kan worden ingeteerd op ander vermogen (vermogen niet in de
                                woning minus niet op het huis drukkende schulden) dat hoger is dan
                                het bescheiden vermogen.</al><al><cursief>Kosten vestiging krediethypotheek</cursief></al><al> De kosten van eventuele taxatie, de hypotheekakte, de inschrijving
                                van de hypotheek en de bijkomende kosten komen ten laste van de
                                belanghebbende. Voor deze kosten kan bijstand worden verstrekt, als
                                onderdeel van de in totaal te verstrekken geldlening. Deze kosten
                                worden als algemene bijstand aangemerkt, behalve als de verstrekte
                                bijstand uitsluitend bijzondere bijstand betreft.</al><al> Als na de taxatie blijkt, dat er niet voldoende overwaarde is om
                                een krediethypotheek te vestigen, wordt voor de gemaakte
                                taxatiekosten algemene bijstand ‘om niet’ verleend.</al><al><cursief>Aflossing, looptijd en beëindiging
                                    krediethypotheek</cursief></al><al> De aflossing van de geldlening vindt over maximaal tien jaar
                                plaats. Na beëindiging van de bijstandsuitkering moet de geldlening
                                maandelijks worden terugbetaald. Het maandbedrag van de aflossing
                                wordt telkens voor de periode van een jaar vastgesteld. Als het
                                inkomen de van toepassing zijnde bijstandsnorm niet overschrijdt,
                                hoeft er niet te worden afgelost. Als de omstandigheden daartoe
                                aanleiding geven stelt de gemeente, zo nodig tussentijds, de
                                aflossing hoger/lager vast. Hierbij wordt onder andere rekening
                                gehouden met de eventuele bijzondere kosten van de
                                belanghebbende.</al><al> Als de belanghebbende gedurende de periode van aflossing nalatig is
                                in het maandelijks betalen van de aflossing, wordt het nog niet
                                afgeloste deel van de lening direct opeisbaar en is daarover ook de
                                wettelijke rente verschuldigd. De geldlening is niet rentedragend
                                over de periode waarin bijstand werd genoten. Als na afloop van de
                                tienjarige aflossingsperiode een deel van de geldlening nog niet is
                                afgelost, moet wel de wettelijke rente minus 3% worden betaald over
                                het nog niet afgeloste deel van de geldlening.</al><al> Als belanghebbende de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen,
                                maar niet kan aflossen, wordt dit bedrag tot ten hoogste de
                                verschuldigde maandrente, aangemerkt als aflossing. De rente die
                                daardoor niet betaald wordt, wordt bijgeschreven bij het nog niet
                                afgeloste deel van de geldlening. Over dit bijgeschreven gedeelte
                                van de rente hoeft geen rente te worden betaald.</al><al><cursief>Verkoop van de woning</cursief></al><al> Bij verkoop of vererving van de woning wordt het nog niet afgeloste
                                gedeelte van de geldlening en de bijgeschreven rente direct
                                afgelost.</al><al> Het is in beginsel niet toegestaan om -met overschrijving van de
                                krediethypotheek– een andere woning te kopen! Het vrijgekomen
                                vermogen moet dan (zonder extra vrijlatingen) worden ingeteerd.</al><al> Dit geldt ook in die gevallen dat geen krediethypotheek is
                                gevestigd wegens het ontbreken van oververmogen. Indien de
                                belanghebbende het huis verkoopt, moet de opbrengst volledig worden
                                ingeteerd. De speciale regeling voor vermogen in de door de
                                belanghebbende zelf bewoonde eigen woning is alleen bedoeld om te
                                voorkomen dat men de bij aanvang van de bijstand bewoonde woning
                                moet verkopen en ‘opeten’.</al><al><cursief>Krediethypotheek bijstand en aankoop andere
                                    woning</cursief></al><al> Wegens bijzondere omstandigheden van sociale of medische aard of
                                werkaanvaarding elders, kan de gemeente toestemming geven om een
                                andere woning te kopen, waarbij een nieuwe lening onder verband van
                                krediethypotheek wordt verleend tot ten hoogste het bedrag van de
                                afgeloste krediethypotheek. Een en ander wel onder voorwaarde dat
                                het vrijgekomen vermogen geheel wordt ingezet voor de aankoop van de
                                andere woning (zo niet, dan moet het meerdere worden ingeteerd). Een
                                voorbeeld van een sociale reden kan zijn onteigening door de
                                gemeente van de eigen woning die de belanghebbende bij aanvang van
                                de bijstand bewoont.</al><al> Als de woning wordt verkocht tegen een prijs die normaal is in het
                                economisch verkeer en de opbrengst lager is dan het restant bedrag
                                van de geldlening en rentevordering, wordt het verschil
                                kwijtgescholden.</al><al><cursief>Eigendom woning is in handen van belanghebbende én
                                    niet-belanghebbende</cursief></al><al> Het komt soms voor dat de belanghebbende een woning in eigendom
                                heeft en deze eigendom deelt met een persoon die géén belanghebbende
                                is in de zin van de WWB. Een krediethypotheek kan alleen dan worden
                                gevestigd indien de niet-belanghebbende mee wil werken aan de
                                vestiging ervan. De krediethypotheek dient dan gevestigd te worden
                                voor het vermogensaandeel van de belanghebbende.</al><al> Indien de niet-belanghebbende niet wil meewerken aan de vestiging
                                van een krediethypotheek dan wordt bijstand ‘om niet’ verstrekt en
                                dienen B. en W., op het moment dat belanghebbende over dit vermogen
                                kan beschikken, een terugvorderingbesluit te nemen.</al><al> Het is raadzaam om in de toekenningsbeschikking mede op te nemen
                                dat er sprake is van:</al><al> - middelen waarover nog niet kan worden beschikt en dat daarom
                                bijstand wordt verleend;</al><al> - de verplichting dat belanghebbende de gemeente op de hoogte houdt
                                van het tijdstip waarop de betreffende middelen beschikbaar
                                komen;</al><al> - terugvordering zodra de middelen ter beschikking (kunnen) komen
                                (deze laatste opmerking is een mededeling en dus geen besluit in de
                                zin van de Algemene wet bestuursrecht).</al><al><cursief>Afhandelingstermijn</cursief></al><al> De gemeente dient de aanvraag binnen acht weken af te
                                handelen.</al><al><cursief>Opgave stand krediethypotheek aan
                                belanghebbende</cursief></al><al> Na afloop van een kalenderjaar wordt jaarlijks aan belanghebbende
                                opgave gedaan van de stand van de geldlening en de rentevordering.
                                Ook bij de beëindiging van de bijstand wordt een dergelijke opgave
                                verstrekt.</al><al><vet>Toetsingskader krediethypotheek:</vet></al><al> 1. Indien een belanghebbende een eigen woning heeft, dient bij de
                                beoordeling van het recht op bijstand bekeken te worden of er een
                                krediethypotheek gevestigd kan worden. Voor de beoordeling of er een
                                krediethypotheek gevestigd kan worden wordt verwezen naar de
                                artikelen 34 en 50 van de WWB.</al><al> 2. Criteria vaststelling krediethypotheek:</al><al> 3. Bij de berekening van het bedrag van de krediethypotheek wordt
                                voor de waarde van de woning aansluiting gezocht bij de
                                WOZ-waarde.</al><al> 4. Indien het vermogen in de woning (na aftrek van het vrij te
                                laten vermogen) meer bedraagt dan € 10.000,00 wordt een
                                krediethypotheek gevestigd. Bedraagt het vermogen in de woning €
                                10.000,00 of minder dan wordt er een lening gevestigd voor dat
                                bedrag.</al><al> 5. Gedurende de looptijd van de krediethypotheek vindt geen
                                hertaxatie van de waarde plaats (niet bij waardevermeerdering en ook
                                niet bij waardevermindering).</al><al> 6. Na beëindiging van de bijstandsuitkering moet de geldlening
                                maandelijks worden terugbetaald. Het maandbedrag van de aflossing
                                wordt telkens voor de periode van een jaar vastgesteld. Als het
                                inkomen de van toepassing zijnde bijstandsnorm niet overschrijdt,
                                hoeft er niet te worden afgelost. De aflossing van de geldlening
                                vindt over maximaal tien jaar plaats.</al><al> 7. De kosten van vestiging van de krediethypotheek komen voor
                                rekening van belanghebbende.</al><al> 8. Bij verkoop of vererving van de woning wordt het nog niet
                                afgeloste gedeelte van de geldlening en de bijgeschreven rente
                                direct afgelost. Het is in het algemeen niet toegestaan om - met
                                overschrijving van de krediethypotheek – een andere woning te
                                kopen!</al><al> 9. Is de woning in eigendom van een belanghebbende en een
                                nietbelanghebbende, dan dient de niet-belanghebbende in te stemmen
                                met de vestiging van de krediethypotheek. De krediethypotheek kan
                                slechts gevestigd worden voor het waardeaandeel van de
                                belanghebbende. Stemt de niet-belanghebbende niet in, dan wordt
                                bijstand ‘om niet’ toegekend en volgt terugvordering van de bijstand
                                zodra belanghebbende over het vermogen kan beschikken.</al><al> 10. Na afloop van ieder kalenderjaar en bij einde van de bijstand
                                volgt een opgave van de stand van de krediethypotheek (aflossing en
                                rente).</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>