<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33195_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Peperbus, 30-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffing 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0008588&amp;artikel=216">artikel 216 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 1-2009.153</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregel voor het aanwijzen voor een belastingplichtige in een keuzesituatie</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening beschrijft de verplichting tot inzamelen van het huishoudelijk afval en wat de gemeente doet met het afval</al><al>Deze verordening vervangt de verordening van 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING
            EN REINIGINGSRECHTEN 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>: Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Inleidende bepaling</titel>
            </kop>
            <al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li>
              <li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II:</nr>
            <titel>Afvalstoffenheffing</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Aard van de belasting</titel>
            </kop>
            <al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer ( Stb. 1992, 551
                            ).</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                                gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel
                                10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
                                inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet
                                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                        recht van een perceel feitelijk gebruik maakt;</al></li>
                <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is
                                        afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                                        afgestaan.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel>
            </kop>
            <al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel
                            op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht
                            aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de
                            belastingplicht, wordt gebruikt door:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>één persoon € 204,02</al></li>
              <li nr="2."><al>meer dan één persoon € 255,03</al></li>
            </lijst>
            <al>Voor de vaststelling van de gebruikssituatie is beslissend hetgeen
                            terzake, aan het begin van het belastingjaar of indien de
                            belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang
                            van de belastingplicht, in de gemeentelijke basisadministratie
                            persoonsgegevens is geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie
                            anders is.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Belastingjaar</titel>
            </kop>
            <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt, bij een gelijkblijvende
                                gebruikssituatie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Belastingaanslagen van minder dan € 9,08 worden niet opgelegd. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere
                                heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Termijnen van betaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                met een totaalbedrag kleiner dan of gelijk aan € 50,00 worden
                                betaald in één termijn welke vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                met een totaalbedrag groter dan € 4.500,00 worden betaald in één
                                termijn welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                met een bedrag groter dan € 50,00 en kleiner dan of gelijk aan €
                                4.500,00 worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                                volgende termijnen telkens twee maanden later.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                en in afwijking van artikel 8, derde lid van deze verordening moeten
                                de aanslagen worden betaald in acht gelijke termijnen indien het
                                bedrag van de aanslag, dan wel het totaalbedrag van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen, groter is dan € 50,00 en kleiner
                                dan of gelijk is aan € 4.500,00 zolang de verschuldigde bedragen
                                door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige worden afgeschreven. De eerste termijn
                                vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                                termijnen telkens een maand later.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III:</nr>
            <titel>Reinigingsrechten</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Belastbaar feit</titel>
            </kop>
            <al>Onder de naam "reinigingsrechten" wordt een recht geheven voor het genot
                            van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het eenmaal per week verwijderen van bedrijfsafval van beperkte
                                    omvang, aangeboden in minicontainers, danwel;</al></li>
              <li nr="b."><al>het maximaal 13 maal per maand ontsluiten van een
                                    verzamelsysteem door middel van een milieupas of toegangspas
                                    voor het aanbieden van bedrijfsafval van beperkte omvang. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Belastingplicht</titel>
            </kop>
            <al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel>
            </kop>
            <al>Het recht voor het eenmaal per week verrichten van de in artikel 9 onder
                            a bedoelde diensten bedraagt € 255,03 per minicontainer, per
                            belastingjaar.</al>
            <al>Het recht voor het 13 maal per maand ontsluiten van het verzamelsysteem
                            bedraagt € 255,03 per belastingjaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
            </kop>
            <al>De in de artikelen 6 en 8 vermelde bepalingen zijn onverminderd van
                            toepassing op het recht als bedoeld in artikel 11.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Belastingaanslagen van minder dan € 9,08 worden niet opgelegd. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen reinigingsrechten of andere
                                heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Vrijstelling</titel>
            </kop>
            <al>Het recht wordt niet geheven voor de eerste container terzake van een
                            perceel, in - of aanpandig van een perceel, terzake waarvan de
                            belastingplichtige eveneens in de heffing bedoeld in artikel 3 is
                            betrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Kwijtschelding</titel>
            </kop>
            <al>Het bepaalde in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 inzake de
                            verlening van kwijtschelding vindt geen toepassing op de invordering van
                            de reinigingsrechten.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV:</nr>
            <titel>Overige bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
            </kop>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De "Verordening Reinigingsheffingen 2009” van 15-12-2008, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare
                                feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na
                                die van de bekendmaking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening
                                Reinigingsheffingen 2010".</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>