<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>331821_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zuidplas</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zuidplas</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-09-08</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hart van Holland</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zuidplas</dcterms:alternative><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2015-07-30</dcterms:issued></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-09-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuw reglement</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>A16.001193 </overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Afdeling</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al> In dit reglement wordt verstaan onder:</al><al> a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al><al> b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                            ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                            opgenomen;</al><al> c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                            naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement,
                            waarop het betrekking heeft;</al><al> d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                            een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al><al> e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                            vergadering;</al><al> f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander
                            voorstel;</al><al> g. interpellatie: het recht van een raadslid om aan het college van
                            burgemeester en wethouders mondelinge of schriftelijke vragen te
                            stellen, ook over een niet geagendeerd onderwerp;</al><al> h. de raad: de raad van de gemeente Zuidplas;</al><al> i. het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                            gemeente Zuidplas.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al> De voorzitter is belast met:</al><al> a. het leiden van de vergadering;</al><al> b. het handhaven van de orde;</al><al> c. het doen naleven van dit reglement;</al><al> d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door
                                een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al> De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het presidium bestaat uit de voorzitter en maximaal vier
                                raadsleden. De griffier is in elke vergadering van het presidium
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De raadsleden in het presidium zijn tevens waarnemende voorzitters
                                van de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het
                                presidium.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Elk lid van het presidium heeft één stem in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het presidium:</al><al> a. heeft de taken als vermeld in de artikelen 9, 12, 17, 20, 23,
                                37, 43, 44 en 45 van dit reglement.</al><al> b. regelt de organisatie van de raad en de door de raad ingestelde
                                vergaderingen.</al><al> c. beveelt de raad aan inzake de organisatie van de werkzaamheden
                                van de raad en van zijn vergaderingen, commissies en
                                werkgroepen.</al><al> d. voorziet in de voorzitterschappen van de door de raad ingestelde
                                commissies en werkgroepen alsmede van de door de raad georganiseerde
                                bijeenkomsten.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Het fractievoorzittersoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Er is een fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het fractievoorzittersoverleg is een informeel overleg, dat in de
                                regel vier maal per jaar bijeenkomt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter van de raad zit het fractievoorzittersoverleg voor.
                                De griffier ondersteunt het fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het
                                fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Bij verhindering van de fractievoorzitter kan de fractievoorzitter
                                een lid van zijn fractie als zijn vervanger aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De griffier stelt van de overleggen een beknopte lijst van
                                gespreksonderwerpen op.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling
                                na de verkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in, bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende
                                stukken van nieuw benoemde leden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in de nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de
                                voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering
                                van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. Voorts dient hij in het bezit te
                                zijn van een verklaring omtrent gedrag. Op de werkwijze van deze
                                commissie is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst is geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden, worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige
                                fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie
                                zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het
                                splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming
                                vereist van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met ingang van de
                                eerstvolgende vergadering van de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vergaderingen van de raad vinden eenmaal in de drie weken
                                    plaats op dinsdag, volgens een door het presidium vast te
                                    stellen vergaderschema. De vergaderingen vangen aan om 20.00 uur
                                    en worden gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Buiten de recesweken is de dinsdag een vaste vergaderdag in de
                                    week.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Buiten de recesweken zijn de woensdagen in de even weken vaste
                                    reservedata.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij het vaststellen van het vergaderschema van de raad kan het
                                    presidium gemotiveerd afwijken van het bepaalde in de leden 1
                                    tot en met 3.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig
                                    oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden
                                    waaruit de raad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen,
                                    daarom verzoekt. Het verzoek vanuit de raad wordt gericht aan de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg in het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De opiniërende en besluitvormende raadsvergadering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De raadsvergadering bestaat uit een opiniërend en een
                                    besluitvormend deel. In het opiniërend deel vindt de politieke
                                    bespreking en het debat tussen de leden van de raad plaats. In
                                    het besluitvormend deel vindt alleen besluitvorming plaats en
                                    geen debat.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ten behoeve van de beraadslagingen in het opiniërende deel van
                                    de raad kunnen leden van de raad uiterlijk vier werkdagen voor
                                    de vergadering verhelderende vragen indienen. Uiterlijk de dag
                                    voor de dag van de vergadering ontvangen de raadsleden de
                                    beantwoording. Tijdens het opiniërende deel van de vergadering
                                    kunnen dergelijke vragen niet meer worden gesteld. De voorzitter
                                    ziet hierop toe.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Stukken die besproken zijn in het opiniërende deel worden voor
                                    besluitvorming geagendeerd in het besluitvormende deel van een
                                    volgende vergadering. Besluitvorming is eveneens mogelijk in het
                                    besluitvormende deel van dezelfde raadsvergadering, wanneer de
                                    raad na beraadslaging in het opiniërende deel unaniem van mening
                                    is, dat daar reden toe is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep en verzending stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor het opiniërend
                                    deel van de vergadering de leden van de raad een schriftelijke
                                    oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de
                                    vergadering. Voor het besluitvormend deel is deze termijn voor
                                    de oproep ten minste zes dagen voor de betreffende
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken voor het
                                    opiniërende deel van de vergadering worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad op elektronische
                                    wijze ter beschikking gesteld. De voorlopige agenda en de
                                    daarbij behorende stukken voor het besluitvormende deel van de
                                    vergadering worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    aan de leden van de raad op elektronische wijze ter beschikking
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In geval de raad conform het bepaalde in artikel 9, vijfde lid,
                                    extra vergadert kan de voorzitter in afwijking van het bepaalde
                                    in het eerste lid een andere termijn van verzending van de
                                    oproep hanteren. Daartoe overlegt de voorzitter met het
                                    presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium de
                                    conceptagenda voor de raad vast, voor zowel het opiniërende als
                                    het besluitvormende deel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het presidium kan raadsvoorstellen en –besluiten rechtstreeks
                                    agenderen voor het besluitvormende deel van de vergadering.
                                    Daarbij gaat het veelal om benoemingen, administratieve of
                                    kleine aanpassingen van verordeningen, formele besluiten die
                                    gevraagd worden, maar die geheel passen in vastgesteld beleid.
                                    Het kan ook gaan om voorstellen van verklaringen van geen
                                    bedenkingen dan wel voorstellen voor het vaststellen van
                                    bestemmingsplannen waarop geen zienswijzen zijn ingediend.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In spoedeisende gevallen kan de voorzitter in overleg met het
                                    presidium na het verzenden van de schriftelijke oproep tot
                                    uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een
                                    aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij
                                    behorende stukken aan de leden van de raad verzonden en ter
                                    inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren. Indien een lid van de raad
                                    tijdens de vergadering onderwerpen wil toevoegen aan de agenda,
                                    zullen deze doorgaans aan de agenda voor de eerstvolgende
                                    vergadering worden toegevoegd. Een lid van de raad kan ook
                                    agendaonderwerpen vooraf aanmelden bij het presidium.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien een lid van de raad gemotiveerd verzoekt, een voor het
                                    besluitvormende deel van de vergadering rechtstreeks geagendeerd
                                    raadsvoorstel en/of conceptraadsbesluit te willen bespreken in
                                    de opiniërende ronde, zal de raad dit verzoek honoreren. In de
                                    regel zal het betreffende stuk voor de eerstvolgende vergadering
                                    worden geagendeerd, tenzij zich daar klemmende redenen tegen
                                    verzetten.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> 7Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging acht te zijn voorbereid, kan hij het onderwerp
                                    opnieuw agenderen voor een volgende vergadering, dan wel
                                    verwijzen naar een programmacommissie of een ander door de raad
                                    ingesteld orgaan, of aan het college nadere inlichtingen of
                                    advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De wethouder</titel></kop><al> In de regel worden de wethouders geacht ter vergadering aanwezig te
                                zijn. Zij kunnen aan de beraadslagingen deelnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk bij
                                    een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of
                                    tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven
                                    deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting
                                    van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad, zo
                                    mogelijk op elektronische wijze, inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vergadering wordt door aankondiging in een gemeentebreed
                                    verspreid huis-aan-huisblad en door plaatsing op de
                                    gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De openbare kennisgeving vermeldt:</al><al> a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                    agenda van de vergadering;</al><al> b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de
                                    vergadering behorende stukken kan inzien.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                    indien elektronisch beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al> Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter getekend en door de griffier medeondertekend en
                                daarmee vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, welke door de voorzitter na overleg in het
                                    presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de
                                    raad wordt aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de
                                    indeling herzien na overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de
                                    wethouders, secretaris en overige personen, die voor de
                                    vergadering zijn uitgenodigd.</al><al></al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door artikel 20, eerste lid van de
                                    Gemeentewet vereiste aantal leden van de raad meer dan de helft
                                    van het aantal zitting hebbende leden blijkens de presentielijst
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door artikel 20, eerste lid van de
                                    Gemeentewet vereiste aantal leden van de raad meer dan de helft
                                    van het aantal zitting hebbende leden blijkens de presentielijst
                                    aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inspreekrecht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers
                                    gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren
                                    over geagendeerde onderwerpen voor het opiniërend deel en voor
                                    door het presidium rechtstreeks geagendeerde onderwerpen voor
                                    het besluitvormend deel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een inspreker kan niet meerdere insprekers per onderwerp voor
                                    zich laten inspreken.Deze regel geldt ook een stichting,
                                    instelling of organisatie.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien een inspreker zich meldt voor een onderwerp dat voor het
                                    besluitvormend deel rechtstreeks is geagendeerd, zal de raad de
                                    inspraakreactie betrekken bij de vaststelling van de
                                    agenda.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het woord kan niet gevoerd worden:</al><al> a. over een besluit van een van de bestuursorganen van de
                                    gemeente waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of
                                    heeft opengestaan of een zienswijzenprocedure als bedoeld in de
                                    Algemene wet bestuursrechtmet uitzondering van voorstellen van
                                    verklaringen van geen bedenkingen dan wel voorstellen voor het
                                    vaststellen van bestemmingsplannen, die niet in de
                                    programmacommissie Ruimtelijke Plannen aan de orde zijn
                                    geweest;</al><al> b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                    personen;</al><al> c. indien een klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene
                                    wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al><al> d. over onderwerpen waarover al eerder is ingesproken en die
                                    tot wijziging geleid hebben van het betreffende onderwerp in de
                                    door de inspreker gewenste richting.</al><al></al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het bepaalde in het vierde lid sub a voor wat betreft de
                                    uitzondering op het inspreekrecht is van toepassing voor de
                                    indieners van zienswijzen gericht tegen een ontwerpverklaring
                                    van geen bedenkingen dan wel tegen een
                                    ontwerpbestemmingsplan.</al><al></al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de spreektijd, zoals bedoeld in eerste lid
                                    evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De
                                    voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale
                                    lengte van de spreektijd, zoals bedoeld in eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter kan de leden van de raad toestaan na het
                                    inspreken aan insprekers een korte, verhelderende vraag te
                                    stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en
                                    leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de
                                    behandeling van de inbreng van de spreker.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij de raad lijst van ingekomen stukken, waaronder
                                    schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, door de
                                    raad ingediende schriftelijke vragen op grond van artikel 40 van
                                    dit reglement, alsmede de beantwoording daarvan en de
                                    besluitenlijsten van de raad, worden op een lijst geplaatst.
                                    Deze lijst wordt voor de leden van de raad ontsloten en – voor
                                    zover privacyregels dat mogelijk maken - op de gemeentelijke
                                    website gepubliceerd.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Conceptreacties op brieven gericht aan de raad worden ter
                                    vaststelling tevens op de lijst van ingekomen stukken
                                    geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de behandeling van de lijst van ingekomen stukken stelt de
                                    raad, op voorstel van de griffier, de wijze van afdoening van de
                                    ingekomen stukken vast.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Tot de dag voorafgaande aan de vergadering kan een raadslid de
                                    voorzitter, door tussenkomst van de griffier, gemotiveerd
                                    verzoeken een stuk van de lijst tijdens het opiniërende deel van
                                    de eerstvolgende vergadering te behandelen. Betreft het een
                                    reactie als bedoeld in het tweede lid, dan zal deze doorgaans
                                    bij de behandeling van de lijst van ingekomen stukken besproken
                                    worden. Op voorstel van de voorzitter kan het onderwerp ook
                                    toegevoegd worden aan de agenda, nadat alle op de agenda
                                    voorkomende onderwerpen van het opiniërende deel van de
                                    vergadering zijn behandeld of toegevoegd worden aan de agenda
                                    van de eerstvolgende vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Besluitenlijst en audioverslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                    presentielijst, voor een audio-opname en een besluitenlijst van
                                    de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich
                                    daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig
                                    mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze. De besluitenlijst wordt tevens opgenomen op
                                    de lijst van ingekomen stukken van de raad. De audio-opname
                                    wordt op de gemeentelijke website gepubliceerd. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering van de
                                    besluitenlijst aan de raad te doen, indien de besluitenlijst
                                    onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten
                                    is. Een voorstel tot verandering dient zo spoedig mogelijk na
                                    het openbaar maken bij de griffier te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De besluitenlijst bevat de door de raad genomen besluiten,
                                    inclusief de eventuele aangenomen amendementen, moties en
                                    burgerinitiatieven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt
                                    tijdens het opiniërende deel van de vergadering in ten hoogste
                                    twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Per onderwerp of voorstel is er één woordvoerder per
                                    fractie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het derde lid is niet van toepassing op het lid van de raad dat
                                    een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft
                                    ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat
                                    voorstel.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Bij de bepaling hoeveel malen een lid van de raad over
                                    hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt
                                    niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de beraadslagingen in het opiniërende deel van de
                                    vergadering geldt een spreektijdverdeling, waarbij elke fractie
                                    evenveel spreektijd heeft.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij het vaststellen van de conceptagenda van de betreffende
                                    vergadering bepaalt het presidium de spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De toegekende spreektijd kan zowel voor de eerste als de tweede
                                    termijn gelden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij de spreektijdverdeling houdt het presidium rekening met een
                                    spreektijd voor het college. De spreektijd van het college
                                    bedraagt in totaal maximaal een kwart van de totale spreektijd
                                    van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Zodra de voor de spreektijd gestelde maximumduur is verstreken,
                                    verzoekt de voorzitter de spreker zijn betoog af te ronden. De
                                    spreker geeft terstond gevolg aan dit verzoek.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Hanhdaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><al> a. de voorzitter van oordeel is hem aan het in acht nemen van
                                    dit reglement te moeten helpen herinneren;</al><al> b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                    spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                    afronden;</al><al> c. een spreker de spreektijd overschrijdt. De voorzitter kan
                                    bepalen dat de spreker zijn betoog afrondt.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen
                                    gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering
                                    waarin zulks plaats vindt over het aanhangige onderwerp het
                                    woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                    voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging in het opiniërende deel van de
                                    raadvergadering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de
                                    raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen, teneinde het college of de
                                    leden van de raad de gelegenheid te geven tot onderling nader
                                    beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                                    schorsingsperiode verstreken is.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de
                                    griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                    wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Afronding opiniërende deel van de raadvergadering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Nadat de beraadslaging is gesloten, wordt het onderwerp of
                                    voorstel in de regel geagendeerd voor het besluitvormende deel
                                    van de eerstvolgende raad.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter formuleert daarbij het voorstel over de te nemen
                                    eindbeslissing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Besluitvorming en stemverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De besluitvorming vindt plaats in het besluitvormende deel van
                                    de raadsvergadering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In het besluitvormende deel van de raadsvergadering vindt eerst
                                    de stemming plaats over eventuele amendementen die op
                                    onderwerpen of voorstellen zijn ingediend, waarna stemming volgt
                                    over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel, tenzij
                                    geen stemming wordt gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Ieder lid van de raad heeft, voordat de raad tot stemming
                                    overgaat, het recht zijn stemgedrag te motiveren.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.3</nr><titel>Procedures bij stemmingen in besluitvormende deel raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de vergadering aanwezige leden van de raad kunnen
                                    aantekening vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd
                                    of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming
                                    hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien door één of meer leden van de raad stemming wordt
                                    gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien over onderwerpen hoofdelijke stemming plaatsvindt in het
                                    besluitvormende deel van de raadsvergadering, deelt de
                                    voorzitter mee, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke
                                    stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer
                                    van de presentielijst aangewezen bij het daar genoemde lid
                                    begint de hoofdelijke stemming.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De voorzitter of de griffier roept de leden van de raad bij
                                    naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid
                                    van de raad dat daarvoor overeenkomstig het voorgaande lid van
                                    de raad is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de
                                    volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    van de raad dat zich niet van deelneming aan de stemming op
                                    grond van artikel 28 van de Gemeentewet moet onthouden,
                                    verplicht zijn stem uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De leden van de raad brengen hun stem uit door het woord 'voor'
                                    of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Heeft een lid van de raad zich bij het uitbrengen van zijn stem
                                    vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen, voordat het
                                    volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid van de raad zijn
                                    vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag
                                    van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat
                                    hij zich heeft vergist, in de uitslag van de stemming brengt dit
                                    echter geen verandering.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Volgorde stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                    eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het
                                    voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het
                                    subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop
                                    dat betrekking heeft.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig
                                    voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en
                                    tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of
                                    subamendement gestemd.</al><al></al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te
                                    wijken.</al><al></al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot
                                    stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van
                                    artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is
                                    verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen
                                    identiek te zijn.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                    stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het
                                    tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer
                                    de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd
                                    zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming
                                    gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje
                                    hebben ingeleverd.</al><al> Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                    verstaan:</al><al> a. een blanco stembriefje;</al><al> b. een ondertekend stembriefje;</al><al> c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij
                                    de stemming verschillende vacatures betreft;</al><al> d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                    voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
                                    voorgedragen;</al><al> e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd
                                    dan die waartoe de stemming is beperkt.</al><al></al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte
                                    meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming
                                    overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Vervolgens neemt de voorzitter één van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden van de raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ieder lid van de raad kan in de regel tot en met het sluiten van de
                                beraadslagingen in het opiniërende deel van de vergadering
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan
                                alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid van de raad is ingediend, een
                                subamendement in te dienen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in
                                behandeling genomen te kunnen worden, digitaal (indien het niet
                                anders kan, schriftelijk) bij de voorzitter worden ingediend, tenzij
                                de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het
                                voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden
                                volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Intrekking, door de indiener, van het amendement of subamendement
                                is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Eenmaal geagendeerd voor besluitvorming in het besluitvormende deel
                                van de vergadering, vinden geen beraadslagingen meer plaats en
                                kunnen geen wijzigingen in de amendementen worden aangebracht.
                                Indien een lid van de raad toch de beraadslagingen heropenen, dan
                                dient hij een ordevoorstel in te dienen om het punt op de agenda van
                                het opiniërende deel van de (volgende) vergadering te zetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ieder lid van de raad kan in het opiniërende deel van de
                                vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden digitaal
                                (maar indien het niet anders kan, schriftelijk) bij de voorzitter
                                worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen van het opiniërende deel van de vergadering zijn
                                behandeld. De motie wordt uiterlijk om 12.00 uur op de dag
                                voorafgaande aan de dag van de vergadering aan de voorzitter door
                                tussenkomst van de griffier ter kennis gesteld. Van deze laatste
                                regel kan worden afgeweken, indien de motie een spoedeisend belang
                                betreft, zulks ter beoordeling van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Intrekking, door de indiener(s) van de motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen digitaal in bij de
                                voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van het college.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van
                                een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot
                                het voorstel ter kennis van de raad brengen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een voorstel wordt, nadat het college schriftelijk wensen of
                                bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft
                                gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het
                                tweede lid gestelde termijn is verlopen, op de agenda van de
                                eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de oproep hiervoor
                                reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van
                                de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het verzoek tot het houden van een interpellatie in het opiniërend
                                deel van de raad wordt, behoudens, in naar het oordeel van de
                                voorzitter, spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang
                                van de vergadering digitaal bij de voorzitter door tussenkomst van
                                de griffier ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                                raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het bepaalde in artikel 23 omtrent de spreektijd is eveneens van
                                toepassing op de interpellatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde, worden
                                per omgaande aan de indiener teruggestuurd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg
                                voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
                                leden van de raad en het college of de burgemeester worden
                                gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering in het opiniërend deel, na de behandeling van de op
                                de agenda voorkomende onderwerpen. Indien beantwoording niet binnen
                                deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van
                                het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd
                                in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen
                                beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een
                                antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad digitaal
                                toegezonden en op de lijst van ingekomen stukken vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist. De vragensteller meldt dit ten minste 24 uur voor
                                aanvang van de vergadering bij de voorzitter door tussenkomst van de
                                griffier.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Bij mondelinge beantwoording van schriftelijke vragen of wanneer
                                nadere inlichtingen gevraagd worden naar aanleiding van de
                                beantwoording is het bepaalde in artikel 23 omtrent de spreektijd
                                eveneens van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Vragenkwartier</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na de opening van het opiniërend deel van de vergadering van de
                                raad is er een vragenkwartier over op dat moment actuele onderwerpen
                                tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De duur van
                                het vragenkwartier is maximaal 15 minuten. De voorzitter bepaalt op
                                welk tijdstip het vragenkwartier eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het lid van de raad dat tijdens het vragenkwartier vragen wil
                                stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk om
                                15.00 uur op de dag voorafgaande aan de dag van de vergadering door
                                tussenkomst van de griffier bij de voorzitter. De voorzitter kan
                                weigeren een onderwerp tijdens het vragenkwartier aan de orde te
                                stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
                                aangegeven, indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde
                                dag aan de orde komt of dat het onderwerp niet voldoende politiek
                                actueel is. De griffier brengt de overige leden van de raad in
                                kennis van de gestelde vragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenkwartier aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien nodig verdeelt de voorzitter de onderwerpen over de
                                beschikbare tijd van het vragenkwartier.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen, dan
                                wel een mederaadslid, en een toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Na de beantwoording door het college, de burgemeester of het
                                desbetreffend raadslid krijgt de vragensteller desgewenst het woord
                                om aanvullende vragen te stellen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Tijdens het vragenkwartier kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> Op het vragenkwartier is het bepaalde in artikel 23 omtrent de
                                spreektijd eveneens van toepassing.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van
                                de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad
                                een afschrift van dit verzoek krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven in het
                                opiniërend deel van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Op dit
                                agendapunt is het bepaalde in artikel 23 omtrent de spreektijd
                                eveneens van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting, rekening en raadsplanning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al> Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die het presidium vaststelt.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure jarrekening</titel></kop><al> Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die het presidium
                            vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Raadsplanning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op basis van de programmabegroting biedt het college het presidium
                                ten behove van zijn vergaderngen een raadsplanning aan. Het
                                presidium biedt de raadsplanning aan de gemeenteraad aan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college legt met betrekking tot majeure en complexe(re)
                                onderwerpen een startnotitie met een procesvoorstel voor aan de
                                raad. Het procesvoorstel voorziet tevens in een uitwerking van het
                                model van beeldvorming, meningsvorming en besluitvorming en de
                                betrokkenheid van de raad. Bij de aanbieding van de raadsplanning
                                doet het college een voorstel welke onderwerpen hiervoor in
                                aanmerking kunnen komen. De raad kan daaruit een keuze maken dan wel
                                zelf een onderwerp daarvoor aandragen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In de raadsplanning wordt bepaald wanneer welke onderwerpen worden
                                besproken in de gemeenteraad dan wel kunnen worden besproken in een
                                ander overlegorgaan van de gemeenteraad en wat het globale karakter
                                is van de bespreking.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het presidium kan onderwerpen op de raadsplanning plaatsen of
                                wijzigingen in de planning aan brengen. Het presidium bewaakt de
                                raadsplanning.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De raad kan in aanvulling op het vierde lid, onderwerpen op de
                                raadsplanning plaatsen of wijzigingen in de planning aanbrengen.
                                Naar aanleiding van de raadsplanning kan de raad één of meerdere
                                onderwerpen benoemen voor maatschappelijke oriëntatie door de raad.
                                Het presidium doet vervolgens een procesvoorstel.</al><al></al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een
                                gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of
                                institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van
                                de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van het
                                opiniërend deel van de vergadering verslag te doen over zaken die in
                                het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn.
                                Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter
                                verwijzen naar een ander door de raad ingesteld overlegorgaan. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 40 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                Artikel 42 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Op de uitvoering van dit artikel is het bepaalde in artikel 23
                                omtrent de spreektijd eveneens van toepassing met dien verstande dat
                                de spreektijd van het raadslid dat namens de gemeenteraad in een
                                orgaan als bedoeld in het eerste lid zitting heeft, buiten deze
                                spreektijdverdeling valt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al> Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Beknopt verslag/besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De besluitenlijst, dan wel het beknopt verslag van een besloten
                                vergadering wordt onder geheimhouding verspreid onder de raadsleden
                                en ligt voor de leden bij de griffier ter inzage. De griffier
                                verleent zo mogelijk de leden van de raad op elektronische wijze
                                inzage.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De besluitenlijst, dan wel het beknopt verslag wordt zo spoedig
                                mogelijk via de lijst van ingekomen stukken ter vaststelling
                                aangeboden. Bij de vaststelling van de lijst van ingekomen stukken
                                neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van
                                dit verslag. De vastgestelde besluitenlijst, dan wel het verslag
                                wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al><al> Eventuele beraadslagingen over de besluitenlijst, dan wel het
                                verslag vinden in een besloten vergadering plaats.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad
                                te doen, indien het concept van de besluitenlijst, dan wel van het
                                verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen
                                gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient op de dag
                                voorafgaande aan de dag van de vergadering bij de griffier te worden
                                ingediend en wordt aan de lijst van ingekomen stukken
                                toegevoegd.</al><al></al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De besluitenlijst, dan wel het beknopt verslag bevat ten
                                minste:</al><al> a. de namen van de leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier
                                en de secretaris die ter vergadering aanwezig zijn, dan wel afwezig
                                zijn;</al><al> b. een vermelding van de besproken onderwerpen en ingediende
                                voorstellen, moties en (sub)amendementen;</al><al> c. (bij een beknopt verslag) een zakelijke samenvatting van het
                                besprokene;</al><al> d. het verloop en de uitslag van de stemming, indien over een
                                onderwerp stemming plaatsvindt.</al><al></al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Van de besloten vergadering wordt een audio-opname gemaakt en onder
                                verantwoordelijkheid van de griffie gearchiveerd. Deze audio-opname
                                wordt op geen enkele manier gepubliceerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die
                                bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere
                                wijze kennis heeft van de stukken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al> Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel
                            55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Informatiebijeenkomsten, werkgroepen en fractieadviseurs</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8.1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> In de artikelen 51 tot en met 75 wordt verstaan onder:</al><al> a. lid: een lid van de raad of fractieadviseur;</al><al> b. voorzitter: voorzitter van een informatie- of themabijeenkomst,
                                of werkgroep of diens vervanger;</al><al> c. portefeuillehouders: burgemeester en wethouders als bedoeld in
                                artikel 34, eerstel lid van de Gemeentewet;</al><al> d. fractieadviseur: een adviseur van de fractie niet zijnde een lid
                                van de raad;</al><al> e. secretaris: medewerker van de griffie;</al><al> f. werkgroep: een tijdelijk door de raad ingestelde werkgroep voor
                                de uitwerking van een specifiek onderwerp ten behoeve van het
                                functioneren van de raad dan wel besluitvorming door de raad.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Openbare vergaderingen</titel></kop><al> Hoofdstuk 7 over besloten vergadering van dit reglement is niet van
                                toepassing op het bepaalde in dit hoofdstuk.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8.2</nr><titel>Informatiebijeenkomst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al> De raad kan informatiebijeenkomsten beleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Taak</titel></kop><al> De informatiebijeenkomst is bedoeld voor het verkrijgen van
                                informatie door en het uitwisselen van informatie tussen fracties,
                                burgers, bestuurders, ambtenaren en deskundigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Deelname</titel></kop><al> Alle leden van de raad, fractieadviseurs, burgers en instellingen
                                kunnen deelnemen aan de informatiebijeenkomst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al> Informatiebijeenkomsten vinden plaats op de in artikel 9 aangewezen
                                vaste en reservevergaderdata. Zij vinden doorgaans plaats in het
                                gemeentehuis, maar kunnen ook elders in de gemeente
                                plaatshebben.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Agenda</titel></kop><al> Het presidium stelt de agenda van de informatiebijeenkomst
                                vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel>Oproep van de openbare vergadering en kennisgeving
                                    daarvan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter van de informatiebijeenkomst maakt op de
                                    gebruikelijke wijze de voorlopige agenda, tenminste tien dagen
                                    voor de bijeenkomst bekend. Het wordt ook op het
                                    raadinformatiesysteem van de gemeentelijke website worden
                                    gepubliceerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorlopige agenda vermeldt:</al><al> a. de datum, aanvangstijd en plaats;</al><al> b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                    daarbij behorende stukken kan inzien.</al><al> c. de mogelijkheden tot inspreken en participeren.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel>Participatie burgers en belamgstellenden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Tijdens informatiebijeenkomsten mogen alle aanwezigen actief
                                    deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Deelnemers die een onderwerp aan de raadsleden willen
                                    presenteren, dragen dit onderwerp ter agendering voor de
                                    informatiebijeenkomst voor bij het presidium. Het verzoek met
                                    motivering moet tenminste één week voor de vergadering van het
                                    presidium waarin de agenda voor de betreffende bijeenkomst wordt
                                    vastgesteld, bij de griffier zijn ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Degene die een onderwerp aandraagt, mag dit onderwerp tijdens
                                    de informatiebijeenkomst binnen de op de agenda aangegeven
                                    beschikbare tijd toelichten. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het presidium kan voor een informatiebijeenkomst gericht
                                    burgers, verenigingen, instellingen, organisaties of ondernemers
                                    uitnodigen om een actieve bijdrage aan de discussie te
                                    leveren.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De volgende onderwerpen worden niet beschouwd als een onderwerp
                                    in de zin van het tweede lid van dit artikel:</al><al> a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van één
                                    van de bestuursorganen van de gemeente;</al><al> b. een vraag over het gemeentelijk beleid;</al><al> c. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht;</al><al> d. over een besluit van één van de bestuursorganen van de
                                    gemeente waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of
                                    heeft opengestaan of een zienswijzenprocedure als bedoeld in de
                                    Algemene wet bestuursrecht.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel>Aanwezigheid burgemeester en wethouders</titel></kop><al> De burgemeester en/of één of meer wethouders zijn in de
                                informatiebijeenkomst aanwezig, indien een onderwerp behorende tot
                                hun portefeuille is geagendeerd, tenzij het presidium anders
                                bepaalt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel>Aanwezigheid ambtelijke organisatie</titel></kop><al> In de informatiebijeenkomst kunnen deskundigen vanuit de ambtelijke
                                organisatie aanwezig zijn om informatieve en technische vragen te
                                beantwoorden of anderszins bij te dragen aan de
                                informatie-uitwisseling. Het presidium kan daartoe ook een verzoek
                                richten aan het college.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel>Audioverslag </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De secretaris van de informatiebijeenkomst draagt zorg voor een
                                    audio-opname van de bijeenkomst. Deze audio-opname wordt op de
                                    gemeentelijke website gepubliceerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de informatiebijeenkomst op een andere locatie dan in het
                                    gemeentehuis gehouden wordt, kan van een geluidsopname worden
                                    afgezien.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De secretaris draagt na afloop van de informatiebijeenkomst zorg
                                    voor de (eventuele) actiepunten vanuit de informatiebijeenkomst.
                                    De secretaris deelt deze actiepunten met college, raad en
                                    ambtelijke organisatie.</al><al></al><al></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8.3</nr><titel>Werkgroepen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel>Instellen werkgroepen</titel></kop><al> De raad kan werkgroepen instellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr><titel>Taak</titel></kop><al> Een werkgroep wordt tijdelijk door de raad ingesteld voor de
                                uitwerking van een specifiek onderwerp ten behoeve van het
                                functioneren van de raad, dan wel ter voorbereiding van
                                besluitvorming door de raad. Er vinden alleen technische discussies
                                plaats.</al><al></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al> Elke fractie kan een lid van de raad of een fractieadviseur voor de
                                werkgroep voordragen. De voorgedragen leden van de raad of
                                fractieadviseurs vormen de werkgroep. Per werkgroep is er een vaste
                                samenstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al> Werkgroepen komen bijeen op de in artikel 9 aangewezen vaste en
                                reservevergaderdata. De werkgroep bepaalt zelf de
                                vergaderfrequentie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>67</nr><titel>Aanwezigheid burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De burgemeester en één of meer wethouders kunnen op uitnodiging
                                    van de werkgroep er in de werkgroep aanwezig zijn, indien een
                                    onderwerp behorende tot hun portefeuille is geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter kan namens de werkgroep de burgemeester, één of
                                    meer wethouders en de gemeentesecretaris uitnodigen om de
                                    werkgroep over een onderwerp te informeren, één en ander toe te
                                    lichten, vragen te beantwoorden of aan de werkgroep deel te
                                    nemen.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>68</nr><titel>Aanwezigheid ambtelijke organisatie</titel></kop><al> In de werkgroep kunnen deskundigen vanuit de ambtelijke organisatie
                                op uitnodiging van de voorzitter aanwezig zijn, om informatieve en
                                technische vragen te beantwoorden of anderszins bij te dragen aan de
                                werkzaamheden van de werkgroep.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>69</nr><titel>Agenda</titel></kop><al> De voorzitter stelt de voorlopige agenda van de werkgroep vast. De
                                werkgroep stelt deze vast bij aanvang van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>70</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><al> De werkgroep bepaalt haar eigen werkwijze.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>71</nr><titel>Openbare vergadering</titel></kop><al> De werkgroep vergadert in openbaarheid. De werkgroep kan om haar
                                moverende redenen besluiten om in beslotenheid te vergaderen.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>72</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De zittingsperiode van een lid van de werkgroep eindigt op het
                                    moment dat de werkgroep wordt opgeheven en in ieder geval aan
                                    het einde van de zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een lid van de werkgroep houdt op lid te zijn van een
                                    werkgroep, indien hij geen raadslid dan wel fractieadviseur meer
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De raad kan een lid van de werkgroep ontslaan op voorstel van
                                    de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Een lid van de werkgroep kan te allen tijde ontslag nemen. Hij
                                    doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag
                                    gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel
                                    eerder als de opvolger is benoemd. </al><al></al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat,
                                    beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                    voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de
                                    raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van
                                    die fractie lid is van de werkgroep.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8.4</nr><titel>Fractieadviseurs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>73</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al> De raad kan fractieadviseurs benoemen.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>74</nr><titel>Fractieadviseurs en onderzoek geloofsbrieven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Elke in de raad aanwezige fractie kan maximaal vier
                                    fractieadviseurs voordragen. Zij kunnen, namens die fractie, in
                                    de informatiebijeenkomsten, programmacommissies als bedoeld in
                                    Regeling programmacommissies van de gemeente Zuidplas en
                                    werkgroepen optreden en aan de beraadslagingen deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor benoeming tot fractieadviseur komen in aanmerking:</al><al> a. personen die voorkomen op een geldig verklaarde lijst van
                                    kandidaten voor de laatst gehouden raadsverkiezingen;</al><al> b. personen die in een gezamenlijk schrijven van het
                                    afdelingsbestuur en de fractievoorzitter van de desbetreffende
                                    partij aan de raad ter aanwijzing als fractieadviseur worden
                                    voorgedragen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De artikelen 10, 11, 12 en 13van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing op een fractieadviseur.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij benoeming van fractieadviseurs stelt de raad een commissie
                                    in, bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                    onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende
                                    stukken van de nieuw te benoemen fractieadviseurs.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                    verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een
                                    besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                    minderheidsstandpunt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8.5</nr><titel>Griffie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>75</nr><titel>Ondersteuning door griffie</titel></kop><al> Een secretaris ondersteunt iedere informatiebijeenkomst en
                                werkgroep.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>76</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                                de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>77</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al> 8Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>78</nr><titel>Gebruik mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen</titel></kop><al> In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen toegestaan, mits deze geen inbreuk maken op de orde
                            van de vergadering. De voorzitter kan met het oog op de vergaderorde
                            regels stellen omtrent het gebruik van deze communicatiemiddelen.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>79</nr><titel>Uitleg regelement</titel></kop><al> In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel
                            omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van
                            de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>80</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                                werkzaamheden van de raad van de gemeente, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 4 januari 2010, wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2013.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Nota-toelichting</titel></kop><al>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><al>Onder 'aanhangig' wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnde. De
                    omschrijving van de termen amendement en initiatiefvoorstel luiden hetzelfde als
                    in de artikelen 147a en 147b van de Gemeentewet.</al><al> Artikel 2. De voorzitter</al><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de
                    Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel
                    77, eerste lid Gemeentewet is bepaald dat het langstzittende raadslid het
                    raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de
                    burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudst in jaren
                    degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de
                    mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. Dat is door de
                    gemeenteraad ook gebeurd door een waarnemend voorzitter te benoemen. De
                    burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de
                    vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder
                    andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.</al><al> Artikel 3. De griffier</al><al>De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 Gemeentewet). De
                    griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad.
                    Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist
                    dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In
                    het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22
                    Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met
                    betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.</al><al> Artikel 4. De secretaris</al><al>De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college
                    en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan
                    het tevens wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van
                    de raad. De secretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het college. Dit
                    houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te
                    zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris
                    opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te
                    nemen. Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en
                    informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen
                    aan een discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie.</al><al> Artikel 5. Het presidium</al><al>Het presidium heeft in dit reglement voornamelijk een procedurele rol
                    (vaststellen voorlopige agenda, uitnodigen externen, wijzigen vergadermomenten
                    e.d.). Het presidium bestaat uit de raadsvoorzitter en maximaal vier raadsleden
                    die de raad benoemt. Deze vier raadsleden kunnen tevens de raadsvoorzitter
                    waarnemen tijdens de raadsvergaderingen. Het presidium voorziet ook in de
                    voorzitterschappen van andere overlegorganen die door de gemeenteraad zijn
                    ingesteld.</al><al>Uit praktisch oogpunt is ervoor gekozen om de regie van enkele
                    intern/organisatorische kwesties bij het presidium neer te leggen. In artikel 5
                    is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de
                    raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad, zijn commissies,
                    werkgroepen en andere overlegorganen die door de gemeenteraad zijn ingesteld.
                    Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het reglement
                    van orde en het doen van aanbevelingen aan de raad ter bevordering van het
                    dualiseringsproces.</al><al>Omdat het bij een informatiebijeenkomst niet gaat om een commissie ex artikel 82
                    of 84 van de Gemeentewet, kan de voorzitter van de raad ook een
                    informatiebijeenkomst voorzitten. Het presidium bepaalt per vergadering en
                    bijeenkomst wie de voorzittershamer hanteert.</al><al>De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig, omdat de
                    griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda
                    eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de
                    secretaris kan gewenst zijn, om bijvoorbeeld een toelichting te kunnen geven op
                    bepaalde onderwerpen.</al><al> Artikel 6. Het fractievoorzittersoverleg</al><al>Dit artikel is aan het reglement toegevoegd om het fractievoorzittersoverleg een
                    formele grondslag te geven. In dit overleg kunnen technische zaken en
                    cultuuraspecten worden besproken.</al><al>In artikel 8 is omschreven wat onder een fractie wordt verstaan.</al><al> Hoofdstuk 2. Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties Artikel
                    7. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</al><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de
                    benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit
                    benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De
                    benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2
                    Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt, worden aan
                    de raad stukken overgelegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen
                    om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een
                    ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een
                    uittreksel uit de GBA met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien
                    niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van
                    artikel 10, lid 2 Gemeentewet (artikel V3 Kieswet). Het onderzoek van de
                    geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal
                    ook de gedragscode (artikel 15, derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze
                    code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane
                    nevenfuncties. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt, brengt verslag
                    uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.</al><al>De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter
                    een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht,
                    nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het
                    onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing
                    of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen in de laatste samenkomst van
                    de raad in oude samenstelling na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van
                    de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten
                    en van de lijstverbindingen.</al><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn
                    leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een
                    nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een
                    raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in
                    nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal
                    hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of
                    verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de
                    toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of
                    verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het
                    raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet
                    vastgelegd.</al><al>De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot
                    toelating als lid van de raad is vervallen door inwerkingtreding van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur in 2002.</al><al>Het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt. Na de gemeenteraadsverkiezingen
                    heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij
                    adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige
                    wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist
                    vastgesteld?). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal
                    stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het
                    verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag.</al><al>De raad heeft dus de bevoegdheid om te besluiten tot het hertellen van de
                    stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide
                    eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het
                    proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of
                    herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een
                    dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3)
                    stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen, is geen valide motivering
                    om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers
                    bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na
                    sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn.</al><al>Het zesde tot en met het negende lid geven invulling aan een leemte in de
                    Gemeentewet. Het modelreglement van de VNG kent alleen de bepaling dat een
                    commissie onderzoek geloofsbrieven ook voor de wethouders wordt ingesteld. De
                    gemeenteraad heeft in januari 2010 de uitgebreidere regeling overgenomen van één
                    van de voormalige gemeenteraden, zoals deze verwoord is in lid zes tot en met
                    negen. Om welke leemte gaat het dan in de Gemeentewet? Uit de Kieswet vloeit het
                    geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen
                    gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De
                    Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder,
                    maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het
                    wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het
                    raadslidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de Gemeentewet). Het ligt
                    voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het
                    onderzoek van de geloofsbrieven in te stellen. Vandaar dat lid zes tot en met
                    negen aan dit artikel zijn toegevoegd. Dit artikel is overigens ook van
                    toepassing als er geen wethouder van buiten, maar uit de raad wordt benoemd. De
                    incomptabiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te
                    worden.</al><al>Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder, mag raadslid blijven, totdat de
                    geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van
                    de Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van
                    één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een
                    nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico.
                    Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of
                    dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd.</al><al> Artikel 8. Fractie</al><al>In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder
                    een fractie moet worden verstaan. De Kieswet en de Gemeentewet kennen een
                    dergelijk begrip niet. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel
                    uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht
                    op fractieondersteuning). In veel gemeenten bestaan regelingen ten aanzien van
                    vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties, fractieassistentie, etc.
                    In deze nadere regelingen kan worden aangesloten bij het in dit reglement
                    opgenomen fractiebegrip.</al><al>Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen,
                    worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd.
                    De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de
                    kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de
                    raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan
                    echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft
                    staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de
                    aanduiding mee.</al><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten.
                    Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben.
                    Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben,
                    te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen
                    denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling
                    van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de
                    voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet
                    opzegt, maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan
                    of zich aansluiten bij een bestaande fractie.</al><al>Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke
                    titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het
                    stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet,
                    waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De
                    volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet
                    gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens
                    bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de
                    individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen.
                    De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van
                    fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.</al><al>Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook
                    niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die
                    daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of
                    zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te
                    veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen
                    heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en
                    splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit
                    over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad
                    is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling
                    is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.</al><al>Dit betekent ook dat:</al><al>- kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die
                    lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken,
                    bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van
                    het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig
                    zijn, vanwege strijd met de Gemeentewet en de Kieswet;</al><al>- personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet
                    verliezen;</al><al>- als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende
                    partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren.</al><al>In de praktijk levert een nieuwe naamvoering van een fractie soms problemen op,
                    bijvoorbeeld doordat een naam wordt gekozen die sterk lijkt op de naam van een
                    al bestaande fractie. Daarom is bepaald, dat de naam getoetst dient te worden
                    aan de afwijzingsgronden uit artikel G3 van de Kieswet. Dit is een logische
                    voorwaarde. Indien de nieuwe fractie wil meedoen aan de eerstvolgende
                    raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren. Bij registratie als politieke groepering
                    wordt getoetst aan hoofdstuk G van de Kieswet, waarin staat aangegeven in welke
                    gevallen deze registratie geweigerd wordt.</al><al>Fractieafplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kunnen diverse
                    praktische gevolgen hebben, te denken valt aan: fractievergoedingen en
                    –faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het
                    presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in commissies,
                    werkgroepen en andere door de raad in het leven geroepen overlegorganen.</al><al>Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft
                    afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk
                    was gekozen (artikel P19 Kieswet).</al><al> Hoofdstuk 3. Vergaderingen <cursief>Paragraaf 3.1 Tijd van vergaderen;
                        voorbereidingen</cursief> Artikel 9. Vergaderfrequentie</al><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe
                    heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten
                    minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van
                    redenen daarom vraagt. Het vijfde lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter
                    in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur overleg pleegt in het
                    presidium. Op deze wijze houdt het presidium ook bij vergaderingen, die niet op
                    het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de
                    plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van
                    gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het
                    raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie.</al><al>De bepaling van vaste vergaderdagen en reservedagen is vastgelegd in de leden 1
                    en 2. Voor iedereen, zowel politici, bestuurders als burgers, is duidelijk dat
                    de dinsdag de politieke avond is. In de even weken is de woensdag de vaste
                    reservedatum. Ook wordt uitgegaan van een raadsvergadering eenmaal in de drie
                    weken. Evaluatie kan uitwijzen dat de vergaderfrequentie gewijzigd moet worden
                    naar eenmaal in de twee weken. Bij de recesweken kan gedacht worden aan de
                    schoolvakanties voor het basis- en middelbaar onderwijs.</al><al>Dins- en woensdagen kunnen op feestdagen of andere bijzondere dagen vallen. Het
                    presidium kan daarom bij het vaststellen van het vergaderschema van de vaste
                    dagen van de maandag en woensdag afwijken. Denk aan feestdagen,
                    verkiezingsavonden en andere dagen met een bijzonder karakter.</al><al>De Gemeentewet bepaalt in artikel 17 dat de raad in extra vergadering bijeen kan
                    komen, indien een vijfde deel van de raadsleden daarom gemotiveerd verzoekt. De
                    Gemeentewet gaat boven het Reglement van orde. Het verdient echter aanbeveling
                    de regeling een plaats te geven in het Reglement (vijfde lid), mede met het oog
                    om duidelijkheid te verschaffen over de termijnen waarbinnen de raad vergadert,
                    wanneer een dergelijk verzoek wordt gedaan.</al><al></al><al><vet>Artikel 10. De opiniërende en besluitvormende raadsvergadering</vet></al><al>De raadsvergadering bestaat uit een opiniërend en een besluitvormend deel.</al><al>In het opiniërend deel vindt politieke bespreking plaats van raadsdocumenten of
                    onderwerpen. De raadsleden stellen in dit deel van de vergadering geen
                    verhelderende (technische) vragen meer. Deze vragen moeten de raadsleden vier
                    werkdagen voor de vergadering indienen. Deze vragen worden uiterlijk de dag voor
                    de raadsvergadering door het college beantwoord. De voorzitter heeft de rol om
                    erop toe te zien dat alleen een politiek debat plaatsvindt. Dan gaat het om de
                    politieke keuzevraagstukken die om een debat en een besluit vragen.</al><al>In het besluitvormende deel van de vergadering vindt geen debat meer plaats,
                    maar alleen de besluitvorming over de amendementen, voorstellen, moties,
                    e.d.</al><al>In het derde lid is de bepaling opgenomen dat de onderwerpen van het opiniërend
                    deel van de vergadering in de regel op de agenda komen van het besluitvormend
                    deel van de volgende vergadering en niet op de agenda van het besluitvormend
                    deel van dezelfde vergadering. Dit is opgenomen, om de fracties gelegenheid te
                    geven nader overleg te voeren om hun standpunt te heroverwegen of juist nader te
                    onderbouwen. Bovendien kunnen belanghebbenden ook nog reageren op eventueel in
                    de raadsvergadering voorgestelde wijzigingen van voorgelegde voorstellen. Van
                    deze regel kan alleen bij unanimiteit afgeweken worden.</al><al> Artikel 11. Oproep en verzending stukken</al><al>In artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de
                    leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Omdat deze
                    bepaling zo in de Gemeentewet staat, is dit ook in het reglement van orde
                    overgenomen. Het modelreglement van de VNG geeft aan, dat het mogelijk is,
                    indien de raad dit wenst, de stukken en oproep niet per post maar per e-mail te
                    versturen. Dit laatste is inmiddels in Zuidplas usance.</al><al>Het eerste lid maakt een onderscheid in de schriftelijke oproep voor het
                    opiniërende en voor het besluitvormende deel van de vergadering. De Gemeentewet
                    schrijft namelijk voor dat met de oproep de agenda en de daarbij behorende
                    voorstellen <onderstreept>tegelijkertijd</onderstreept> met de oproeping
                    verzonden moeten worden. Daarom is in het eerste en tweede lid van dit artikel
                    een aparte regeling opgenomen voor de verzending van de agenda en de
                    daarbijbehorende stukken voor het opiniërende en het besluitvormende deel. Voor
                    het opiniërende deel van de vergadering is bepaald dat de voorzitter ten minste
                    tien dagen vóór een vergadering de leden een brief (de schriftelijke oproep)
                    stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. De brief, die digitaal
                    verzonden wordt, vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Voor
                    het besluitvormende deel is de termijn uiterlijk zes dagen voor de vergadering.
                    De verklaring voor deze verschillende termijn is, dat na behandeling in het
                    opiniërend deel van de raad een raadsvoorstel en –besluit mogelijk nog moet
                    worden aangepast. </al><al>Ook de geheime stukken worden naar de gemeenteraad verzonden. Uiteraard worden
                    de geheime stukken niet gepubliceerd.</al><al>Wanneer de voorzitter dan wel een vijfde deel van de raad van mening is dat de
                    raad extra moet vergaderen, is er meestal van een bepaald spoedeisend belang
                    sprake. De bepaling van een termijn van tien dagen staat dan het spoedig
                    vergaderen in de weg. De toevoeging van een vierde lid maakt het mogelijk dat de
                    voorzitter van de termijn van tien dagen kan afwijken. De voorzitter overlegt
                    daartoe wel met het presidium. Het presidium heeft het verzoek om een extra
                    vergadering echter wel te respecteren. De Gemeentewet bepaalt dat namelijk in
                    artikel 17, tweede lid. De Gemeentewet gaat boven het bepaalde in een reglement
                    van orde.</al><al>Het stellen van technische vragen (conform artikel 10, tweede lid) zal niet
                    altijd mogelijk zijn.</al><al> Artikel 12. Agenda</al><al>Het presidium bepaalt hoe de agenda eruit komt te zien. </al><al>Het tweede lid bepaalt onder meer dat (ruimtelijke) voorstellen die reeds eerder
                    in de raad zijn behandeld en/of waarop geen zienswijzen zijn ingediend, eveneens
                    door het presidium rechtstreeks voor het besluitvormende deel van de
                    gemeenteraad geagendeerd kunnen worden.</al><al>Het versturen van de agenda en stukken is geregeld in artikel 11. Dit is echter
                    een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet
                    altijd mogelijk zijn om een week voor de vergadering een agenda op te stellen,
                    die ook zicht heeft op de 'waan' van de dag. In een dergelijke situatie kan de
                    voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende
                    agenda en stukken rondsturen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment,
                    maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de vergadering. De voorzitter
                    doet dit wel in overleg met het presidium. Dit overleg kan bijvoorbeeld ook per
                    mail. Het vierde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de
                    opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen onderwerpen voor de
                    agenda voordragen. Daartoe kunnen zij bij aanvang van de raadsvergadering een
                    voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te
                    voeren. Doorgaans worden deze onderwerpen voor de volgende raadsvergadering
                    geagendeerd. Raadsleden kunnen ook onderwerpen voor de raadsagenda vooraf
                    aanmelden bij het presidium. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval
                    op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda.</al><al>Het zesde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van
                    voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van
                    de inhoud en strekking van een onderwerp, is het niet gewenst dat de raad zich
                    over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de
                    mogelijkheid, het onderwerp naar een volgende vergadering (opiniërend deel) of
                    naar een programmacommissie te verwijzen dan wel aan het college nadere
                    inlichtingen of advies te vragen. Het laatste lid regelt dat de raad op verzoek
                    van een lid of op voorstel van de voorzitter de volgorde van behandeling van de
                    agendapunten kan wijzigen.</al><al>Voorstellen aan de raad kunnen van diverse actoren afkomstig zijn. In de eerste
                    plaats zijn dit het college en de burgemeester. Daarnaast kunnen raadsleden
                    initiatiefvoorstellen indienen. Het presidium kan voorstellen doen die te maken
                    hebben met de organisatie en de werkzaamheden van de raad (zie artikel 5 van dit
                    reglement van orde).</al><al> Artikel 13. De wethouder</al><al>Op 16 april 2009 is artikel 21 van de Gemeentewet gewijzigd. Voor deze datum
                    bestond voor de raad de mogelijkheid om een wethouder uit te nodigen voor de
                    vergaderingen van de raad. De raad had ook de mogelijkheid om de wethouder
                    buiten de beraadslagingen te houden, bijvoorbeeld indien hij van gedachten wilde
                    wisselen over het eigen functioneren of bij de voorbereiding van een besluit tot
                    een onderzoek naar het door het college gevoerde bestuur. Aanwezigheid
                    geschiedde op uitnodiging, niet-uitgenodigde wethouders konden slechts op de
                    publieke tribune plaatsnemen en hadden niet het recht aan de beraadslagingen
                    deel te nemen. De bepaling in het reglement van orde regelde dat op verzoek van
                    de wethouder of op wens van het presidium een wethouder werd uitgenodigd om aan
                    de beraadslagingen deel te nemen.</al><al>Door de wijziging en aanvulling van artikel 21 van de Gemeentewet heeft de
                    wethouder toegang tot de raadsvergadering en kan hij aan de beraadslaging
                    deelnemen. Bij de wijziging van de Gemeentewet is een derde lid aan artikel 21
                    toegevoegd: Een wethouder kan door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering
                    aanwezig te zijn. </al><al>De gewijzigde bepaling in het reglement van orde geeft een nadere uitwerking van
                    deze bepaling. Het derde lid bij artikel 21 van de Gemeentewet is toegevoegd,
                    omdat het niet noodzakelijk is dat een wethouder elke raadsvergadering bijwoont.
                    Het gebruik van het werkwoord ‘uitnodigen’ geeft aan dat een wethouder kan
                    weigeren te verschijnen in de raad. In de praktijk zal dat echter niet
                    waarschijnlijk zijn, omdat een dergelijke weigering door de raad kan worden
                    uitgelegd als een weigering inlichtingen te verschaffen of verantwoording af te
                    leggen; met alle mogelijke onaangename politieke gevolgen van dien voor de
                    betrokken wethouder.</al><al>Het is overigens nog steeds de raad zelf die de eigen agenda vaststelt. Met
                    andere woorden: het recht van de wethouder om de raadsvergadering bij te wonen
                    en aan de beraadslagingen deel te nemen, houdt uitdrukkelijk niet het recht in
                    om de agenda mede te bepalen. De wethouder kan wel inspelen op onderwerpen die
                    worden behandeld, maar hij speelt geen rol bij de onderwerpen die op de agenda
                    worden geplaatst. De aanpassing in de Gemeentewet heeft vooral betrekking op het
                    samenspel tussen raad en college; de geforceerde scheiding tussen raad en
                    college, die onder andere tot uitdrukking kwam in de spelregels omtrent de
                    aanwezigheid van de wethouder in de raadsvergadering, vindt de wetgever
                    ongewenst.</al><al>Met artikel 13 van dit reglement van orde is een uitwerking gegeven van artikel
                    21 van de Gemeentewet.</al><al> Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken</al><al>Onder de ‘stukken ter inzage’ wordt voor leden van de raad verstaan: geheime
                    stukken en de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen
                    melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, en dergelijke).
                    Voor derden worden geen geheime stukken ter inzage gelegd.</al><al>Een agendapunt kan betrekking hebben op een grote hoeveelheid verschillende
                    stukken, die bijvoorbeeld betrekking hebben op een groot bouwproject. Omdat
                    raadsleden zich bezighouden met een groot aantal verschillende onderwerpen en
                    voorstellen, is het niet wenselijk dat raadsleden alle onderliggende stukken
                    krijgen toegezonden. Uiteraard dienen alle raadsleden en andere geïnteresseerden
                    wel de mogelijkheid te hebben om alle stukken desgewenst in te zien. Hiervoor
                    hebben ze voldoende tijd nodig. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het
                    verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden.</al><al>Naast de fysieke terinzagelegging op het raadhuis, worden alle relevante stukken
                    behorende bij de agenda op het digitale raadsinformatiesysteem geplaatst en
                    daarmee voor elk raadslid elektronisch ter inzage aangeboden. Ook worden stukken
                    op een andere, elektronisch toegankelijke, wijze aan raadsleden ter beschikking
                    gesteld. Aan leden van de raad is een tablet ter beschikking gesteld, waarop de
                    stukken kunnen worden ingezien.</al><al>Een stuk is een document in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Een
                    document houdt in: alle informatie neergelegd in documenten en andere
                    gegevensdragers, waaronder elektronisch opgeslagen informatie die bij een
                    bestuursorgaan berusten en betrekking hebben op een bestuurlijke aangelegenheid.
                    Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke documenten, waarop voorlopige
                    geheimhouding is opgelegd dient dit duidelijk op het document te zijn
                    aangegeven. Er is overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het
                    gevaar bestaat dat vaak gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen. De
                    raad heeft echter besloten dat deze geheime documenten schriftelijk op naam naar
                    de leden van de raad worden verzonden, zolang de geheime documenten niet op
                    andere voldoende veilige wijze aan de raad ter beschikking kunnen worden
                    gesteld.</al><al>De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Het ligt
                    dan ook in de rede dat stukken, die betrekking hebben op de agenda en de
                    voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter
                    inzage worden gelegd. Op verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage
                    aan hen verlenen. Indien een voldoende beveiliging van geheime stukken mogelijk
                    is, kunnen geheime documenten digitaal aan raadsleden worden aangeboden. Daarop
                    ziet in het derde lid van het artikel de zinsnede “zo mogelijk op elektronische
                    wijze”.</al><al> Artikel 15. Openbare kennisgeving</al><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is
                    aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Bij de
                    herziening van het reglement is tevens de verplichting opgenomen de agenda en
                    stukken ook op het internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de
                    burger is dit gewenst. </al><al><cursief>Paragraaf 3.2 Orde der vergadering</cursief> Artikel 16.
                    Presentielijst</al><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel
                    20 van de Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De
                    handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat
                    het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast
                    te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.</al><al>De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom
                    stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en ondertekent deze.
                    Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum
                    aanwezig was.</al><al> Artikel 17. Zitplaatsen</al><al>De griffier is overeenkomstig artikel 3 in elke vergadering aanwezig en heeft
                    daarom een eigen zitplaats. De voorzitter kan, na overleg in het presidium, de
                    indeling herzien, indien daartoe aanleiding bestaat. Op grond van artikel 13
                    zijn wethouders in de regel in de vergadering aanwezig. Ook andere personen
                    kunnen uitgenodigd worden om ter vergadering aanwezig te zijn. De voorzitter is
                    dan de aangewezen persoon om voor een zitplaats voor hen te zorgen.</al><al> Artikel 18. Opening vergadering; quorum</al><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting
                    hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20
                    van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering, indien
                    het vereiste aantal leden niet op komt dagen.</al><al></al><al><vet>Artikel 19. Inspreekrecht</vet></al><al>Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid
                    van de burgers bij het lokaal bestuur, één van de doelstellingen van de
                    vernieuwing van het lokaal bestuur. Daarom is in dit reglement een artikel over
                    het spreekrecht van burgers opgenomen. Het artikel voorziet erin, dat tijdens
                    het opiniërend deel van de vergadering wordt ingesproken; besluitvorming over
                    het onderwerp waarop wordt ingesproken, zal niet tijdens diezelfde vergadering
                    plaatsvinden. Met andere woorden: het opiniërend deel van de raadsvergadering is
                    niet het sluitstuk van het besluitvormingsproces. Verder is ook de bedoeling
                    opgenomen, dat op rechtstreeks geagendeerde onderwerpen voor het besluitvormend
                    deel van de vergadering ingesproken kan worden. Op een deel van de onderwerpen
                    die voor het besluitvormende deel van de vergadering zijn geagendeerd, geldt de
                    restrictie van het vierde lid van het artikel. Betreft het bijvoorbeeld een
                    kleine wijziging van een verordening (zie artikel 12, tweede lid, van dit
                    reglement), dan zou een burger of instelling beperkt worden in zijn/haar recht
                    in te spreken. Vandaar dat het inspreken op die onderwerpen die niet vallen
                    onder de restrictie van het vierde lid, mogelijk is. Al naar gelang de strekking
                    van de inspraakreactie kan de raad bij de vaststelling van de agenda beslissen
                    of het betreffende onderwerp naar het opiniërende deel van de volgende
                    vergadering gaat. Een inspraakreactie kan bijvoorbeeld ook ondersteunend zijn,
                    dan zou het onderwerp gewoon geagendeerd kunnen blijven voor het besluitvormende
                    deel van de vergadering. Verschuift het onderwerp toch naar een volgende
                    vergadering, dan kan de raad op grond van artikel 12, vijfde lid, van dit
                    reglement beslissen het onderwerp tijdens diezelfde vergadering ook op de agenda
                    voor het besluitvormende deel van de vergadering te plaatsen.</al><al>In het artikel is (in het eerste lid) een maximale totale spreektijd opgenomen.
                    Tevens is daarin aangegeven dat alleen over geagendeerde onderwerpen ingesproken
                    kan worden. Dit betekent concreet dat er niet ingesproken kan worden op één van
                    de ingekomen stukken die op de lijst van ingekomen stukken staat. Bij het
                    agendapunt lijst van ingekomen stukken gaat het om vooral een procedurele
                    kwestie: wijze van afdoening van ingekomen stukken.</al><al>Het tweede lid beoogt te voorkomen dat een inspreker meerdere insprekers voor
                    zich laat inspreken, om zo een maximale inspreektijd te organiseren. Het
                    artikellid ziet er dus <vet><cursief>niet</cursief></vet> op, dat er op één
                    onderwerp niet meerdere insprekers kunnen zijn. De regel geldt niet alleen de
                    insprekers. De spelregel dat een inspreker niet meerdere insprekers voor zich
                    laat inspreken heeft ook betrekking op een stichting, instelling of organisatie.
                    De laatste volzin van het tweede lid ziet daarop.</al><al>In het vierde lid zijn vier onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Tegen besluiten van de raad, de burgemeester of het college die
                    vatbaar zijn voor bezwaar en beroep bestaat niet de mogelijkheid in te spreken
                    omdat tegen dergelijke besluiten een andere formele procedures aanhangig kan
                    zijn. Het inspreekrecht zou een bezwaarschriftprocedure of een aanhangig gemaakt
                    (hoger) beroep kunnen doorkruisen. Wat ongewenst is. Dit geldt overigens ook
                    voor besluiten waartegen een zienswijze als bedoeld in de Algemene wet
                    bestuursrecht kan worden ingediend. Het zou immers kunnen voorkomen dat na
                    afloop de zienswijzentermijn burgers alsnog willen inspreken. Wordt inspreken
                    dan toegestaan en dan wordt ten onrechte de zienswijzenprocedure omzeild. Met
                    andere woorden inspreken is niet toegestaan met betrekking tot
                    (ontwerp)besluiten waar een officiële procedure aanhangig gemaakt kan worden. </al><al>Het bepaalde in het vierde lid, sub a, betekent voor het inspreken op
                    bestemmingsplannen en op verklaringen van geen bedenkingen het volgende. Voor
                    bestemmingsplannen en verklaringen van geen bedenkingen die niet in de
                    programmacommissie Ruimtelijke Plannen worden behandeld, zou de basisregel
                    betekenen dat er geen inspraak meer mogelijk is door mensen die een zienswijze
                    hebben ingediend. Terwijl dit wel kan bij bestemmingsplannen en verklaringen van
                    geen bedenkingen die wel in de programmacommissie Ruimtelijke Plannen worden
                    behandeld alvorens ze worden vastgesteld. Dit leidt tot rechtsongelijkheid en
                    het is wenselijk deze op te heffen. Daarin voorziet het bepaalde in het vierde
                    lid, sub a (wat staat na ‘Algemene wet bestuursrecht’): iemand die een
                    zienswijze heeft ingediend, kan inspreken bij de Raad indien dit niet mogelijk
                    is geweest in de programmacommissie Ruimtelijke Plannen. Juridisch gezien zijn
                    daar geen bezwaren tegen. De gemeenteraad moet, voordat hij tot besluitvorming
                    komt, alle (achtergronden van) zienswijzen mee kunnen wegen. De inwoners moeten
                    daarom de gelegenheid krijgen zich uit te spreken richting de gemeenteraad. De
                    voorgestelde regeling in het vijfde lid voorziet daarin, zij het met de bepaling
                    dat het inspreken wel beperkt blijft tot de belanghebbenden die een zienswijze
                    hebben ingediend. Het kan niet zo zijn, dat via de inspraak alsnog een
                    zienswijze wordt ingediend, terwijl de formele termijnen al verstreken
                    zijn.</al><al>Als de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Dit zijn formele procedures
                    die zien op de rechtsbescherming van de burger. </al><al>Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen
                    uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van -
                    kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden,
                    kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen burgers zich
                    ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene
                    wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat vóór het
                    spreekrecht van burgers.</al><al>Is door een burger of door burgers op een onderwerp ingesproken en heeft dat
                    geleid tot een wijziging van het betreffende onderwerp/raadsstuk in de door de
                    inspreker(s) gewenste richting, dan kan evenmin meer ingesproken worden.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een redelijke termijn
                    voor de vergadering melden bij de griffier (zesde lid). De voorgestelde termijn
                    van 12.00 uur op de dag van de vergadering is alleszins een redelijke
                    termijn.</al><al>Burgers kunnen éénmaal (in één termijn) het woord voeren; bovendien is een
                    discussie tussen burgers en raadsleden niet toegestaan (zie lid 7 en 9).</al><al>De inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Echter op voorstel van de
                    voorzitter, die voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en
                    dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd
                    gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken (zie achtste lid).</al><al>Er hoeft geen verslag meer te worden toegezonden naar de insprekers, omdat de
                    audioverslagen op de website gepubliceerd worden.</al><al></al><al><vet>Artikel 20. Ingekomen stukken; mededelingen</vet></al><al>Omtrent de aan de raad gerichte ingekomen stukken worden alleen voorstellen
                    gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld ter kennisneming,
                    steunen, afwijzen, in behandeling nemen, doorsturen naar een programmacommissie,
                    doorsturen naar het college etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de
                    voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot
                    inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te
                    worden voorbereid. Daarom is de regeling in het derde lid van het artikel
                    opgenomen.</al><al>De schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, zoals
                    informatienota’s komen in principe ook bij de raad binnen. De mededelingen zijn
                    dan ook een ingekomen stuk. Daarnaast maken de schriftelijke vragen op grond van
                    artikel 40 van dit reglement alsmede de antwoorden van het college daarop,
                    eveneens deel uit van de ingekomen stukken. De besluitenlijsten van de raad
                    hebben ook een plaats op de lijst.</al><al>Tot voor kort werden alle brieven van inwoners, organisaties, en dergelijke die
                    aan de raad waren gericht, gepubliceerd op internet. Dit blijkt wettelijk niet
                    toegestaan. In de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) wordt gesproken over
                    het verwerken van</al><al>persoonsgegevens. Het op de website van de gemeente publiceren van
                    persoonsgegevens, zoals gebeurt op de lijst van ingekomen stukken van de raad,
                    valt onder het verwerken van persoonsgegevens in de zin van de Wbp. Daarom
                    worden de brieven van inwoners niet meer gepubliceerd op internet. Deze zijn
                    echter wel beschikbaar voor leden van de raad. (Zie ook: B 223 ‘Publicatie van
                    persoonsgegevens op internet’; Z12.000926.)</al><al>De raad stelt op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de
                    ingekomen stukken vast. De lijst van ingekomen stukken komt niet aan de orde
                    tijdens het opiniërend deel en wordt afgedaan, voordat het opiniërend deel
                    begint. De afdoening van de lijst van ingekomen stukken vindt dus plaats bij de
                    behandeling van het betreffende agendapunt.</al><al>Vindt een lid van de raad dat een ingekomen stuk inhoudelijk besproken moet
                    worden in het opiniërend deel van een vergadering, dan richt het lid van de raad
                    daartoe gemotiveerd en met reden omkleed een verzoek in aan het presidium.
                    Mogelijk dat een vast format raadsleden ondersteunt om het verzoek op een
                    eenvoudige wijze in te dienen bij de griffie.</al><al> Artikel 21. Besluitenlijst en audioverslag</al><al>Dit artikel regelt de besluitenlijst door de griffier en diens zorg voor het
                    audioverslag. Het maken van een (schriftelijk) verslag is niet verplicht. In
                    artikel 23, vijfde lid van de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de
                    verplichting een besluitenlijst openbaar te maken. De besluitenlijst wordt zo
                    spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt (publicatie in een
                    gemeentelijk huis-aan-huisblad) en wordt tevens geplaatst op de lijst van
                    ingekomen stukken voor de volgende raadsvergadering. Aangezien wethouders
                    (artikel 13 van dit Reglement), de burgemeester, de griffier en de secretaris
                    aanwezig zijn in een vergadering, kunnen zij een voorstel tot verandering van de
                    besluitenlijst doen, indien deze onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft
                    wat er besloten is. Een voorstel tot verandering dient zo spoedig mogelijk na
                    het openbaar maken bij de griffier te worden ingediend. De griffier verleent de
                    ambtelijke ondersteuning van de raad. Dat is de reden dat de griffier aangewezen
                    is om voorstellen tot wijzigingen van de besluitenlijst in ontvangst te nemen,
                    de besluitenlijst op te stellen en het audioverslag op de gemeentelijke website
                    te publiceren.</al><al>Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling
                    geaccepteerd wordt. De besluitenlijst wordt immers ter kennisneming op de lijst
                    van ingekomen stukken opgenomen.</al><al>Op de besluitenlijst worden niet alleen de genomen raadsbesluiten verwoord, maar
                    ook de amendementen, moties en burgerinitiatieven.</al><al>Met de inwerkingtreding van de Aanpassingswet dualisering gemeentebestuur is de
                    openbaarmaking van een besluitenlijst van de raadsvergadering verplicht gesteld
                    vanaf 19 februari 2003. Al eerder was in artikel 60 van de Gemeentewet de
                    verplichting voor het college opgenomen. Door een ingediend amendement is dit nu
                    ook voor de raad geregeld in artikel 23, vijfde lid van de Gemeentewet. Tijdens
                    de behandeling van dit amendement in de Tweede Kamer is aangegeven dat de
                    besluitenlijst op zo kort mogelijke termijn moet worden gepubliceerd. Dit kan,
                    aangezien de besluitenlijst 'slechts' een overzicht geeft van (alle) door de
                    raad genomen beslissingen. Dus niet alleen besluiten in de zin van de Algemene
                    wet bestuursrecht maar ook bijvoorbeeld een afspraak om een werkbezoek af te
                    leggen.</al><al> Artikel 22. Aantal spreektermijnen</al><al>Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging
                    nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat
                    de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn.</al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte
                    reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.</al><al>De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen,
                    maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde
                    onderwerp, tenzij het een motie vreemd aan de orde betreft.</al><al> Artikel 23. Spreektijd</al><al>Het artikel voorziet in de regeling van een spreektijd, waarbij per fractie een
                    totaal aantal spreekminuten per vergadering wordt vastgesteld. Elke fractie
                    krijgt evenveel spreektijd. De spreektijd kan niet gespaard worden voor een
                    volgende vergadering. Voor elke vergadering stelt het presidium de spreektijd
                    opnieuw vast. Aanvankelijk betrof de spreektijd zowel de eerste als de tweede
                    termijn.</al><al>Naar aanleiding van het experiment van de raad om de spreektijd in de tweede
                    termijn los te laten ter bevordering van de onderlinge discussie in de raad, is
                    16 september 2015 besloten deze mogelijkheid ook vast te leggen in het
                    reglement. Het eerste lid bepaalt dat er een spreektijdverdeling is; het derde
                    lid geeft de mogelijkheid deze spreektijdverdeling hetzij toe te passen op beide
                    termijnen, hetzij te beperken tot één termijn.</al><al>De spreektijdverdeling komt terug in de artikelen 39 (vierde lid), 40 (zesde
                    lid), 41 (negende lid), 42 (vierde lid) en 46 (vierde lid). Deze bepalingen
                    geven aan dat de spreektijdbepaling in artikel 23 van toepassing is. De bepaling
                    van artikel 23 houdt in dat 1. er een spreektijdverdeling is en 2. deze
                    verdeling alleen de eerste termijn of beide termijnen kan betreffen. De
                    wijziging van artikel 23 zal voor de spreektijdverdeling in de artikelen 39 t/m
                    42 en 46 niet ingrijpend zijn, omdat in deze artikelen het accent op de eerste
                    termijn ligt.</al><al>Met deze regeling van de spreektijd kunnen de fracties zelf bepalen waaraan de
                    kostbare spreektijd besteed wordt. Aan een onderwerp dat voor een fractie
                    politiek interessant is, kan een fractie verhoudingsgewijs meer aandacht te
                    besteden. De keerzijde is ook, dat een lid van de raad, wanneer hij weet dat hij
                    minder tijd heeft voor zijn agendapunt, zijn betoog puntiger zal toesnijden op
                    het debat.</al><al>Natuurlijk moet ook het college een bepaalde spreektijd krijgen toegemeten. Het
                    college is eveneens aan de spreektijd gehouden, zij het dat de voorzitter bij
                    het handhaven daarvan rekening moet houden met het feit dat het college wel alle
                    antwoorden moet geven op de door de raad gestelde vragen. Daartegenover staat
                    dat het debat met name tussen raadsleden moet plaatsvinden.</al><al>De voorzitter heeft een grote rol bij het handhaven van de spreektijd. Het
                    uitgangspunt is: “op =op”. (Zie ook artikel 24, eerste lid, sub c.) Is de
                    spreektijd van een fractie verbruikt en verzoekt de voorzitter het raadslid zijn
                    betoog af te ronden, dan volgt het raadslid dit verzoek terstond op. Zo nodig
                    kan de voorzitter hem het woord ontnemen (zie artikel 24, tweede lid, van dit
                    reglement).</al><al> Artikel 24. Handhaving orde; schorsing</al><al>Het eerste lid verzekert dat raadsleden vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn
                    interrupties toegestaan, voor zover de voorzitter bij een overvloed aan
                    interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen niet
                    bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om te
                    bevorderen dat leden van de raad zich niet belemmerd voelen om hun mening te
                    uiten, is in artikel 22 van de Gemeentewet bepaald dat zij niet in rechte
                    vervolgd kunnen worden, aan te spreken zijn of verplicht zijn getuigenis af te
                    leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Het
                    tweede lid heeft naast de leden die het woord voeren, ook betrekking op de
                    wethouders, de secretaris, de griffier of andere personen, die het woord voeren.
                    De voorzitter kan hen tot de orde roepen. Indien zij hieraan geen gehoor geven,
                    kan hen het woord worden ontzegd.</al><al>In dit kader kan worden verwezen naar de casus waarbij een raadslid in een
                    commissievergadering openlijk citeerde uit documenten, waarop geheimhouding
                    rustte. Het raadslid was zich bewust van de schending van de
                    geheimhoudingsplicht, maar constateerde dat hij vrijelijk kon citeren uit de
                    bewuste documenten, omdat hij bescherming genoot conform het bepaalde in artikel
                    22 van de Gemeentewet.</al><al>De VNG vindt dit een ongewenste situatie. De geheimhoudingsplicht is
                    formeel-wettelijk vastgelegd en het is daarom ongewenst dat commissieleden deze
                    met een beroep op de onschendbaarheid omzeilen. </al><al>De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een
                    spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan
                    de mogelijkheid die artikel 26, derde lid van de Gemeentewet biedt om aan dat
                    lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang
                    tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter
                    blijft echter onverlet. Het artikel is slechts een aanvulling op de Gemeentewet.
                    Een besluit van de voorzitter om iemand het woord te ontnemen is een op
                    feitelijk handelen gerichte beslissing met een intern karakter. Dit is geen
                    besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. (JB 9,138 2002).</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 76 van dit reglement.</al><al> Artikel 25. Beraadslaging in het opiniërende deel van de raad</al><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat
                    in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd.
                    In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.</al><al>Door de toevoeging 'of een lid van de raad' wordt ook raadsleden het recht
                    toegekend om voor te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Dit brengt
                    tot uitdrukking dat de raad zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht is aan ieder
                    individueel lid van de raad toegekend. Dit past in het streven naar dualisering,
                    aangezien dualisering versterking van de vertegenwoordigende en daarmee
                    agenderende rol van de raad veronderstelt. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 22).</al><al>In het tweede lid wordt onder meer gesproken over het college dat de
                    mogelijkheid krijgt tot nader beraad. Dit is uiteraard alleen het geval indien
                    het college bij de bespreking van het betreffende onderwerp vertegenwoordigd
                    is.</al><al> Artikel 26. Deelname aan de beraadslaging door anderen</al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de
                    Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de
                    raad bepaalt, dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de
                    beraadslaging mag deelnemen.</al><al>De raad kan op grond van artikel 3, 4 respectievelijk 13 bepalen dat de
                    griffier, de secretaris en de wethouder(s) deelnemen aan de beraadslagingen. De
                    burgemeester heeft het recht het woord te voeren en deel te nemen aan de
                    beraadslagingen op grond van artikel 21, eerste lid van de Gemeentewet. De
                    strekking van artikel 26 blijft alleen onveranderd, wanneer aan het eerste lid
                    de griffier, de wethouder en de secretaris worden toegevoegd. Daarmee blijft het
                    artikel uitdrukken, dat de raad kan beslissen dat anderen kunnen deelnemen aan
                    de beraadslagingen.</al><al>In het tweede lid wordt het begrip 'beslissing' gebruikt. Het gaat hier namelijk
                    niet om het besluitbegrip in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al></al><al><vet>Artikel 27. Afronding opiniërende deel van de raad</vet></al><al>In het opiniërende deel van de raadsvergadering vindt het debat plaats. Na de
                    beraadslagingen concludeert de voorzitter af of het onderwerp voor de volgende
                    vergadering voor het besluitvormende deel geagendeerd kan worden of dat het
                    opnieuw voor het opiniërend deel van de volgende vergadering moet worden
                    geagendeerd.</al><al> Artikel 28. Besluitvorming en stemverklaring</al><al>De besluitvorming vindt plaats in het besluitvormende deel van de raad. De
                    voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is besproken en bediscussieerd, tenzij de raad anders beslist. De
                    voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming
                    wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid
                    van de Gemeentewet. In het besluitvormend deel vindt geen debat meer plaats. Er
                    is alleen gelegenheid om een stemverklaring af te leggen.</al><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van
                    een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen
                    worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden, dat de stemming
                    begint.</al><al><cursief>Paragraaf 3.3 Procedures bij stemmingen in besluitvormende deel
                        raad</cursief> Artikel 29. Algemene bepalingen over stemming</al><al>Indien een lid van de raad te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen,
                    moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze
                    bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand
                    stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten
                    overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid van de
                    Gemeentewet, welke een hoofdelijke stemming verplicht.</al><al>De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien
                    de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden
                    tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van
                    artikel 28 van de Gemeentewet. In alle andere gevallen is een lid van de raad
                    verplicht stelling in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn openbaar. Een
                    volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn rol. Door de openbaarheid
                    is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. Bij
                    wie de stemming begint, is geregeld in het vierde lid van dit artikel.</al><al>In de Winsumuitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
                    State (7 augustus 2002 LJN: AE6228) bepaald dat het bestreden besluit in strijd
                    met artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht is genomen, omdat de schijn
                    van belangenverstrengeling onvoldoende was vermeden. Hierbij is ook bepaald dat
                    artikel 2:4 Awb voorrang heeft boven hetgeen in artikel 28 van de Gemeentewet is
                    bepaald.</al><al> Naar aanleiding van deze uitspraak zijn er vragen gerezen over de mogelijke
                    gevolgen voor stemprocedures en de verantwoordelijkheden in gemeenteraden.</al><al>Over de mogelijke gevolgen van de uitspraak heeft de minister geadviseerd in een
                    beschouwing van 19 mei 2003:</al><al>"de beslissing over stemonthouding dient voorbehouden te blijven aan het
                    individuele raadslid; bij stemming heeft de raad geen optie dan te waarschuwen
                    dat het te nemen besluit wel eens aanvechtbaar zou kunnen zijn in een
                    bezwaarschriftprocedure of bij de bestuursrechter of in het kader van een
                    spontane vernietiging door de Kroon (artikel 268 Gemeentewet); de raad kan in
                    dergelijke gevallen een belangrijke rol spelen door in algemene zin te
                    bespreken, individuele raadsleden door hun handelen de schijn van
                    belangenverstrengeling kunnen wekken en hoe dat voorkomen kan worden (en dit
                    bijv. opnemen in de gedragscode); uiteraard is de gedragscode in juridische zin
                    niet bindend, dit is tevens niet wenselijk."</al><al>Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te
                    zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het
                    besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken,
                    wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al><al>In gemeenten kan een elektronisch stemsysteem gebruikt worden, waarbij de
                    openbaarheid gewaarborgd wordt doordat de naam van het raadslid gekoppeld wordt
                    aan het ‘voor’ of ‘tegen’. Dit is te lezen op een scherm, de afdruk ervan wordt
                    meegenomen in de besluitenlijst. Deze manier van stemmen is mogelijk op grond
                    van de Gemeentewet. Een elektronisch stemsysteem kan wel problemen opleveren bij
                    de geheime stemming over personen (artikel 31 Gemeentewet). Indien het een vrije
                    ronde betreft waar elk raadslid eigen kandidaten kan voordragen, is dit met de
                    huidige systemen vaak niet mogelijk. Elektronische stemsystemen hebben een
                    aantal beveiligingsmechanismen. Hierdoor zal doorgaans maar één persoon
                    gemachtigd zijn om gegevens in te voeren. Bij vrije stemrondes over personen
                    dient ieder raadslid de mogelijkheid te hebben kandidaten voor te dragen.</al><al> Artikel 30. Stemming over amendementen en moties</al><al>Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening en
                    dergelijke. wordt verwezen naar de artikelen 1, 34 en 35 van dit reglement. Voor
                    alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een
                    motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de
                    stemming over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging
                    van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen,
                    nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie
                    over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid
                    niet van toepassing.</al><al> Artikel 31. Stemming over personen</al><al>Eind 2005 is de Gemeentewet gewijzigd wat betreft het stemmen over personen.
                    Voorheen was in artikel 31, eerste lid bepaald dat, indien er wordt gestemd over
                    de benoeming, voordracht of aanbeveling van personen, dit schriftelijk dient te
                    geschieden door middel van gesloten en ongetekende stembriefjes. Op deze wijze
                    zou de geheimhouding zijn gewaarborgd. De verplichting om dit bij stembriefjes
                    te doen, is nu vervallen. Gemeenten kunnen dus ook door middel van een
                    elektronisch systeem stemmen over personen, mits de geheimhouding gewaarborgd
                    is.</al><al>Artikel 31, eerste lid, van de Gemeentewet geeft aan dat de stemming over
                    personen geheim dient te zijn. Sinds 1 februari 2016 is artikel 31 ook van
                    toepassing op de stemming over de benoeming van een wethouder (artikel 35,
                    eerste lid, van de Gemeentewet). Datzelfde geldt voor de stemming over het
                    ontslag van een wethouder in het geval een motie van wantrouwen niet tot
                    onmiddellijk aftreden leidt (artikel 49 van de Gemeentewet). Ook dat gebeurt
                    schriftelijk en is daarmee geheim.</al><al>Het reglement van orde gaat vooralsnog uit van een stemming door middel van
                    behoorlijk ingevulde stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt
                    als een behoorlijk ingevuld stembriefje (MvT, 19 403, nr. 3 p. 86). In geval van
                    een schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco
                    stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de
                    bepaling van het quorum. De raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is
                    ingevuld. </al><al>In het vijfde lid is opgenomen wat onder een niet behoorlijk ingevuld
                    stembriefje wordt verstaan. Overigens heeft de raad altijd het laatste woord in
                    het geval van twijfel over een behoorlijk stembriefje.</al><al>Bij een <onderstreept>benoeming</onderstreept> stelt de raad een specifiek
                    persoon aan in een bepaald ambt (raadslid, wethouder). Op het stembiljet wordt
                    de naam van de te benoemen persoon (of personen in geval van meerdere vacatures)
                    met daarachter de opties 'voor' en 'tegen' vermeld. Het gaat hier overigens niet
                    over de benoeming tot raadslid, dit is een heel ander soort benoeming dat in
                    artikel 7 van dit reglement wordt toegelicht. Onder
                        <onderstreept>voordracht</onderstreept> wordt verstaan het als kandidaat
                    voorstellen van een persoon voor een bepaald ambt. Een voordracht is voor de
                    raad bindend. Op de stembiljetten dienen de namen van de voorgedragen
                    perso(o)n(en) te worden vermeld met daarachter de opties 'voor' en 'tegen'. Bij
                    een <onderstreept>aanbeveling</onderstreept> wordt voorgesteld om bepaalde
                    personen voor een bepaald ambt voor te dragen, de raad mag van de aanbevelingen
                    afwijken. Het betreft hier een zogenaamde vrije stemming (zie ook toelichting
                    bij artikel 29). Op de stembiljetten kunnen de namen van de aanbevolen personen
                    worden vermeld met daarachter de opties 'voor' en 'tegen' én een vrije ruimte
                    waar een kandidaat van eigen keuze kan worden ingevuld.</al><al>Af en toe blijkt er in gemeenten verwarring te bestaan over het meestemmen in de
                    raad van kandidaat-wethouders over hun eigen benoeming (artikel 28 van de
                    Gemeentewet).</al><al>In de eerste plaats is er, indien raadsleden genomineerd worden voor de functie
                    van wethouder, sprake van een vrije stemming. Er is geen sprake van een
                    voordracht. De beoogd wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming.
                    Een voorstel tot benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot de
                    personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt"
                    (artikel 28, eerste lid, onder a, derde lid van de Gemeentewet). Dat is echter
                    in casu niet aan de orde omdat er ook op een ander persoon kan worden gestemd.
                    De aard van de stemming is derhalve van belang.</al><al>Dit heeft tot gevolg dat raadsleden de mogelijkheid hebben op het stembriefje de
                    naam van de kandidaat die hun voorkeur heeft in te vullen (die van de
                    voorgestelde perso(o)n(en), of die van een ander). Er is in dit geval geen
                    sprake van een voordracht of een anderszins beperkte keuze en aan de stemming
                    mag derhalve ook worden deelgenomen door raadsleden die ter benoeming zijn
                    voorgesteld: zij kunnen immers op het stembriefje een andere naam dan hun eigen
                    naam invullen.</al><al>De stemming in de raad over een wethoudersbenoeming is dus een vrije stemming
                    waar de beoogde wethouder gewoon over zijn eigen benoeming kan meestemmen. De
                    wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de raad te
                    beïnvloeden door middel van een verbod op het meestemmen van de
                    kandidaat-wethouder. Los van de formeel-juridische context pleiten de volgende
                    argumenten nog voor bovenstaande zienswijze:</al><al> een democratisch gekozen vertegenwoordiger mag niet te snel het recht op
                    stemming worden ontnomen. Stel: partij X beveelt meneer Janse en meneer Pieterse
                    aan als wethouders. Als deze personen in de raad zitting hebben en niet mee
                    mogen stemmen houdt dit in, dat de partij ineens twee stemmen in de raad minder
                    heeft. Dat is onaanvaardbaar in het licht van de politieke verhoudingen;</al><al> een aanbeveling is geen voordracht. Het spraakgebruik heeft het vaak over
                    voordracht, maar een persoon nomineren als wethouder staat niet gelijk aan een
                    voordracht;</al><al>Tenslotte is het denkbaar dat een kandidaat-wethouder die voor benoeming wordt
                    aanbevolen, uit moreel-politieke overwegingen en om iedere schijn van
                    belangenverstrengeling te vermijden op eigen initiatief afziet van het
                    meestemmen over de benoeming. Alhoewel het uitgangspunt is dat zeer terughoudend
                    moet worden omgegaan met het inperken van het stemrecht van gekozen
                    volksvertegenwoordigers, laat de wet de betrokkenen de ruimte daarin een eigen
                    afweging te maken. De verwarring komt mede door de veelheid aan opvattingen die
                    de afgelopen periode ten aanzien van de interpretatie van artikel 28 van de
                    Gemeentewet is verschenen.</al><al> Artikel 32. Herstemming over personen</al><al>De formulering van het tweede lid strekt ertoe verwarring over de term
                    'herstemming' in artikel 31, tweede lid van de Gemeentewet te voorkomen.</al><al> Artikel 33. Beslissing door het lot</al><al>In dit artikel wordt een nadere uitwerking gegeven van hetgeen in artikel 31,
                    derde lid van de Gemeentewet is voorgeschreven.</al><al> Hoofdstuk 4. Rechten van leden Artikel 34. Amendementen</al><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit
                    artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in
                    het tweede tot en met het vijfde lid. Op basis van artikel 147b van de
                    Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen.</al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een
                    effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele
                    raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft (geen
                    drempelsteun). Door het recht van amendement kan de regelgevende taak van de
                    raad reëel inhoud krijgen en mede ten dienste staan van de inkadering en de
                    controle door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo
                    in staat gesteld actief deel te nemen aan de effectuering van de controlerende,
                    vertegenwoordigende en budgettaire functie van de raad.</al><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college
                    of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een
                    amendement is ingediend, kan dit voor een ander lid van de raad aanleiding zijn,
                    op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een
                    (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit dat aanhangig
                    is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee
                    termijnen. Indien, in uitzonderlijke situaties een ingediend amendement verdere
                    beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad op grond van artikel 22, van dit
                    Reglement besluiten tot een derde termijn.</al><al>Amendementen en moties proberen een conceptbesluit te wijzigen (amendement) of
                    over een onderwerp een politieke uitspraak van de raad te ontlokken (motie).
                    Deze instrumenten beogen dus juist debat en horen daarom thuis in het opiniërend
                    deel van de vergadering.</al><al>Amendementen en moties die (tijdig) digitaal zijn ingediend (vandaar het
                    bepaalde in het eerste lid van dit artikel), kunnen ten behoeve van de
                    belangstellenden op de publieke tribune geprojecteerd worden op het
                    projectiescherm in de raadzaal. Tevens kunnen de amendementen en moties
                    gemakkelijker worden verspreid onder de raadsleden, voorzitter en
                    wethouders.</al><al>Willen de raadsleden ná het opiniërend deel van de vergadering toch nog een
                    amendement op een voorstel indienen, dat al voor de besluitvormende ronde
                    geagendeerd is, dan zal het voorstel òf van de betreffende agenda worden gehaald
                    en voor de volgende vergadering (opiniërend deel) worden geagendeerd òf –indien
                    de agenda dat toelaat- naar het opiniërend deel van dezelfde vergadering worden
                    geagendeerd.</al><al>Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 30
                    van dit Reglement. Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan,
                    indien aangenomen, meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een
                    ander niet wordt aanvaard.</al><al> Artikel 35. Moties</al><al>In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie
                    gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan
                    om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard),
                    het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of
                    om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat
                    op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke
                    betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie
                    gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen
                    van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en
                    college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat
                    betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over
                    een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie
                    over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke
                    termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de
                    motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda
                    opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke
                    moties benaderen de in artikel 37 geregelde initiatiefvoorstellen. Dualisering
                    veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie
                    van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties
                    te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een
                    effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook het individuele
                    raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. De
                    mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen staat dan ook ten
                    dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de
                    raad.</al><al>In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt. Dit betreft de motie
                    van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te
                    hebben verloren. </al><al>Bij de wijziging van de Gemeentewet van april 2009 is dit artikel 49 gewijzigd.
                    Voortaan is het een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van
                    wantrouwen aan te blijven. Indien hij dit zelf niet doet, dient de raad actie te
                    ondernemen.</al><al>Hoewel ieder lid van de raad tijdens het opiniërend deel van de vergadering een
                    motie kan indienen (zie het eerste lid), is voor de motie vreemd aan de orde een
                    aanvullende bepaling opgenomen in het vierde lid. Raadsleden kunnen moties
                    vreemd aan de orde tot 12.00 uur op de dag voorafgaande aan de dag van de
                    vergadering via de griffie ter kennis brengen aan de voorzitter. Het onderwerp
                    of de motie zelf –als deze al beschikbaar is- wordt tevens aan de agenda op de
                    website toegevoegd, tenzij de indienende fractie(s) kenbaar maakt (maken) dat
                    dit niet gewenst is. Dat deze motie vooraf wordt aangekondigd en gepubliceerd,
                    houdt verband met de voorbereiding van de vergadering (zowel inhoudelijk door
                    het college als agendatechnisch). Zo kunnen de fracties de moties ook betrekken
                    bij de interne spreektijdverdeling in de fracties. Overigens kan de indiening
                    van moties vreemd aan de orde van de vergadering wel consequenties hebben voor
                    de beschikbare spreektijd. Als spreektijd is toegekend, zal de toegekende
                    spreektijd niet groter worden.</al><al>Het vierde lid laat ook nog ruimte om van de termijn tot 12.00 uur af te wijken.
                    Indien deze motie een spoedeisend karakter heeft ter beoordeling aan de
                    voorzitter van de raad; kunnen deze voor het opiniërend deel van de
                    raadsvergadering geagendeerd worden. Anders agendeert het presidium deze de
                    vergadering erna. In de toelichting bij artikel 34 Amendementen is al aangegeven
                    dat moties in het opiniërend deel van de raadsvergaderingen behoren te worden
                    ingediend en behandeld.</al><al> Artikel 36. Voorstellen van orde</al><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van
                    een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel
                    niet aangenomen, artikel 32, vierde lid van de Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing. Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel,
                    dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel
                    37).</al><al> Artikel 37. Initiatiefvoorstel</al><al>Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Een
                    lid van de raad kan ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of
                    ontwerpbeslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht
                    van initiatief toegekend.</al><al>In artikel 147a, eerste lid van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Het tweede lid
                    van dit artikel bepaalt dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel
                    voor een verordening wordt ingediend en behandeld. Het eerste tot en met het
                    derde lid van artikel 37 voorzien hierin. Artikel 147a, derde lid, van de
                    Gemeentewet bepaalt in tegenstelling tot artikel 147a, tweede lid van de
                    Gemeentewet dat voor andere initiatiefvoorstellen geen verplichte behandeling
                    voorgeschreven is. Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan
                    stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel. Het
                    vierde lid geeft hiervoor - in aanvulling op de eerste drie leden
                    voorschriften.</al><al>Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de
                    vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt. Hiervoor
                    dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate
                    instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk
                    dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik
                    daarvan heeft. Het ontbreken van drempelsteun bij het recht van initiatief staat
                    ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de
                    raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld
                    actief deel te nemen aan de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire
                    functie.</al><al>Het tweede lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig
                    mogelijk op de agenda plaatst, maar de voorzitter plaatst het voorstel echter
                    niet meer op de agenda, nadat de conceptagenda van de betreffende vergadering
                    door het presidium is vastgesteld. Aangezien het voor de hand ligt om de raad
                    tevens de mogelijkheid te geven om een initiatiefvoorstel tezamen met een ander
                    geagendeerd voorstel of onderwerp te behandelen, is dit in het derde lid
                    opgenomen. Een initiatiefvoorstel hoeft formeel niet langs het college, maar in
                    geval het voorstel personele (en financiële) consequenties heeft, kan het
                    raadzaam zijn het initiatiefvoorstel ook aan het college voor te leggen voor
                    advies. De positie van de raad, in zijn kaderstellende rol, is echter het
                    uitgangspunt. De tendens, dat het college meer betrokken moet worden bij de
                    beleidsvoorbereiding, is evident. Toch dienen gemeenten ervoor te waken dat het
                    college de kaderstellende rol van de raad niet gaat overnemen. De VNG heeft
                    duidelijk aangegeven dat samenspel tussen beide organen een oplossing is voor
                    eventuele fricties.</al><al>Als de raad andere voorwaarden voor het indienen van een initiatiefvoorstel,
                    niet zijnde een verordening, wenselijk acht, kunnen deze op basis van het vierde
                    lid worden vastgesteld. Hierbij kan gedacht worden aan strijd met het algemeen
                    belang, het belang van de gemeente of het gemeentelijk beleid. De raad bepaalt
                    of een voorstel in strijd is met de wet (bijvoorbeeld de Wet op de ruimtelijke
                    ordening), het algemeen belang (bijvoorbeeld de volksgezondheid), het belang van
                    de gemeente (bijvoorbeeld het terugtrekken uit een publiek-private samenwerking
                    die gericht is op het renoveren van achtergestelde woonwijken) of het
                    gemeentelijk beleid (het bouwen van een parkeergarage in het centrum als enkele
                    maanden geleden de binnenstad autoluw is gemaakt).</al><al>In antwoord op vragen vanuit de Tweede Kamer heeft de minister van BZK vragen
                    gesteld over het initiatiefrecht. De minister heeft aangegeven: "Het recht op
                    initiatief houdt niet in dat individuele raadsleden en raadsminderheden het
                    recht moeten hebben om onderwerpen op de agenda van de raad te plaatsen maar het
                    houdt in dat zij in beginsel invloed moeten kunnen hebben op de agenda. Het is
                    immers aan de raad om, aan het begin van de raadsvergadering, met meerderheid
                    van stemmen, de agenda vast te stellen. Het is dan ook de raad die beslist welke
                    onderwerpen worden behandeld. Zou elk individueel raadslid het recht toekomen om
                    agendapunten voor de vergadering aan te dragen dan zou het effectief
                    functioneren van de raad in gevaar kunnen komen. Een raadsminderheid die bij
                    herhaling onderwerpen op de agenda plaatst, waarover de raadsmeerderheid niet
                    wenst te beraadslagen, kan de besluitvorming van de raad ernstig
                    belemmeren".</al><al> Artikel 38. Collegevoorstel</al><al>Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de
                    enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel kan agenderen,
                    dat het college heeft voorbereid. Als het college het voorstel heeft voorbereid,
                    betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan
                    intrekken, indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het
                    voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven.</al><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander
                    voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een
                    verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor
                    advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken
                    het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De
                    raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel,
                    dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raad kan
                    dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan het
                    presidium overlaten.</al><al> Artikel 39. Interpellatie</al><al>Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                    interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het
                    gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over
                    een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester
                    te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig.</al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een
                    effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele
                    raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Wel is hier
                    gekozen voor een ondersteuning door de raad bij gewone meerderheid. Minister
                    Pechtold heeft in een brief van 16 december 2005 aan de Groen-Links fractie in
                    Schoonhoven aangegeven, dat de raad de ruimte heeft eigen beleid te ontwikkelen,
                    waardoor de raad dus de vrijheid heeft om te bepalen dat een raadsmeerderheid
                    nodig is om een interpellatiedebat te houden. De minister juicht dit echter niet
                    toe. Voor de democratie lijkt het hem goed om de regels van de Tweede Kamer te
                    volgen. Dit houdt in dat de toestemming ven een betekenende minderheid
                    (ondersteuning door 30 van de 150 leden) volstaat. In een gedualiseerd systeem
                    zijn wethouders geen lid meer van de raad. Toch is het van belang dat zij bij
                    een instrument als de interpellatie ook op de hoogte worden gesteld van de
                    inhoud van het verzoek. Door de toevoeging in het tweede lid wordt hiervoor
                    gezorgd. Op het recht van interpellatie is de spreektijdregeling van artikel 23
                    van toepassing.</al><al> Artikel 40. Schriftelijke vragen</al><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen
                    over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester
                    behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op
                    grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het
                    college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. De
                    verantwoordelijke portefeuillehouder dient de vragensteller gemotiveerd in
                    kennis te stellen, indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan
                    plaatsvinden. Niet de voorzitter, maar het verantwoordelijk collegelid of de
                    burgemeester geeft daarom het antwoord. De raad kan oordelen dat het
                    bijvoorbeeld wenselijk is dat een collegelid of de burgemeester direct kan
                    antwoorden op een vraag. Om die reden is in het vijfde lid ingevoegd dat de raad
                    anders kan beslissen.</al><al>In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld
                    nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord
                    heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van
                    de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van
                    initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel
                    op de agenda van de raad te krijgen.</al><al>Overigens zijn op het nader aan de orde stellen van de beantwoording of op het
                    mondeling beantwoorden van vragen van raadsleden ook de spreektijdregels van
                    artikel 23 en de spelregels van het nieuwe vergaderen behandeling in het
                    opiniërend deel van de vergadering van toepassing.</al><al> Artikel 41. Vragenkwartier</al><al>Deze bepaling vormt een invulling op het voorgesteld artikel 155, eerste lid van
                    de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is een facultatieve
                    bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van een
                    vragenkwartier, en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het
                    reglement van orde, wenselijk is. Wel kan het vragenkwartier bijdragen aan een
                    vergroting van de betrokkenheid van burgers bij het bestuur (één van de
                    doelstellingen van dualisering).</al><al>Bewust is er gekozen voor een algemene regeling van het vragenkwartier. In een
                    dualistisch stelsel is het echter niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake
                    kundige wethouder aanwezig is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van
                    de controlerende taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte
                    gelegenheid gecreëerd worden. De drempel om vragen te stellen, wordt verlaagd en
                    de media-aandacht voor de lokale politiek kan worden vergroot. In het
                    vragenkwartier krijgt de raad de mogelijkheid over vooraf ingebrachte
                    onderwerpen (leden van) het college aan de tand te voelen.</al><al>Het karakter van het vragenkwartier verschilt dan ook van het recht van
                    interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder
                    politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen
                    over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde
                    onderwerpen aan de orde komt.</al><al>Leden van de raad vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden
                    voor het door hen gevoerde bestuur. </al><al>In het tweede lid is een aanmeldingstermijn voor vragen opgenomen, zodat
                    portefeuillehouders de gelegenheid hebben antwoord te kunnen geven op de vragen
                    van raadsleden. Vanwege het minder zware karakter van het vragenkwartier
                    vergeleken met de interpellatie is gekozen voor een aanmeldingstermijn die om
                    15.00 uur sluit op de dag voorafgaand aan de dag van de vergadering.</al><al>Op het vragenkwartier zijn ook de spreektijdregels van artikel 23 van dit
                    Reglement en de spelregels van het nieuwe vergaderen, behandeling in het
                    opiniërend deel van de vergadering van toepassing. De bepaling van het vierde
                    lid geeft de voorzitter de mogelijkheid om vragen die door verschillende
                    fracties gesteld zijn, gelijkmatig over het vragenkwartier te verdelen. De
                    gebruikte spreektijd per fractie gaat af van de voor de betreffende vergadering
                    toegekende spreektijd (zie lid 9).</al><al> Artikel 42. Inlichtingen</al><al>In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de
                    inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de
                    raad.</al><al>Overigens zijn op het vragenkwartier ook de spreektijdregels van artikel 23 en
                    de spelregels van het nieuwe vergaderen (behandeling in het opiniërend deel van
                    de vergadering) van toepassing.</al><al> Hoofdstuk 5. Begroting, rekening en raadsplanning Artikel 43. Procedure
                    begroting en artikel 44. Procedure jaarrekening</al><al>In deze artikelen wordt de procedure voor de begroting en jaarrekening
                    vastgelegd. De desbetreffende procedure kan jaarlijks of in zijn algemeenheid
                    voor een langere periode worden bepaald. In de Handreiking voor de financiële
                    verordeningen en controleverordeningen (artikel 212, 213, 213a Gemeentewet) is
                    de inhoudelijke kant uitgewerkt.</al><al></al><al><vet>Artikel 45. Raadsplanning</vet></al><al>Als sturingsinstrument voor de behandeling van de raadsdocumenten is de
                    raadsplanning van groot belang. Daarom is artikel 46 over de raadsplanning in
                    dit reglement opgenomen. </al><al>De raadsplanning wordt voor iedere vergadering van het presidium geagendeerd en
                    besproken. Vandaar dat een wijziging voor het eerste lid wordt voorgesteld.</al><al>De raadsplanning is tevens instrument om (meer) majeure en complexe onderwerpen
                    meer planmatig te behandelen. Bij (meer) majeure en complexe onderwerpen gaat
                    het bijvoorbeeld om onderwerpen die een grote impact op inwoners, verenigingen,
                    organisaties e.d. kunnen hebben. Het kan ook gaan om onderwerpen die een
                    complexer karakter hebben. Denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als de wijzigingen
                    van het subsidiebeleid, wijzigingen in de Wmo, AWBZ of Jeugdzorg. Het tweede lid
                    voorziet erin dat het college dergelijke onderwerpen bij de raad introduceert
                    met een procesvoorstel. In dat procesvoorstel kunnen informatiebijeenkomsten,
                    activiteiten van ‘de raad op straat’, betrokkenheid van andere participanten et
                    cetera een plaats krijgen (kortom, een mogelijke uitwerking van maatschappelijke
                    oriëntatie door de gemeenteraad). De raad kan dergelijke procesvoorstellen
                    amenderen. Voordat het proces begint, bestaat daardoor bij de raad een beeld hoe
                    het proces van beeldvorming – opinievorming – besluitvorming gestalte
                    krijgt.</al><al>Niet alleen het presidium kan onderwerpen toevoegen aan de raadsplanning of
                    wijzigingen daarin aanbrengen, maar ook de raad heeft deze gelegenheid.</al><al>Zie voor een nadere toelichting op dit onderwerp ook de discussienotitie
                    ‘Voorstel werkgroep Vernieuwend vergaderen’, die in de raad van 16 december 2014
                    besproken is (Z15.002627).</al><al> Hoofdstuk 6. Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 46. Verslag en
                    verantwoording</al><al>Leden van de raad de burgemeester, een wethouder of de gemeentesecretaris, die
                    lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling,
                    verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als
                    vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in
                    het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij
                    verantwoording verschuldigd aan de raad die hen heeft aangewezen. Ook de
                    gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de
                    informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.</al><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge
                    verslaglegging, uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen in het
                    opiniërend deel van de raadsvergadering. Het ligt voor de hand dit punt onder te
                    brengen bij het agendapunt ‘Mededelingen (waaronder uit gemeenschappelijke
                    regelingen)’ op de raadsagenda van het opiniërend deel.</al><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen
                    aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel 40 van dit
                    Reglement.</al><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                    aansluit bij de regels voor inlichtingen.</al><al>Net als bij andere artikelen is ook op dit artikel de spreektijdregeling van
                    artikel 23 van dit reglement van toepassing (vierde lid) met uitzondering van de
                    inbreng van de raadsleden die namens de raad zitting hebben in een algemeen
                    bestuur van een gemeenschappelijke regeling of in een ander overlegorgaan. Het
                    zou niet redelijk zijn dat de spreektijd die gemoeid is met het verslag dat het
                    betreffend raadslid doet, afgaat van de spreektijd die zijn fractie heeft
                    toegemeten gekregen.</al><al> Hoofdstuk 7. Besloten vergadering Artikel 47. Algemeen</al><al>Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
                    toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan
                    onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van
                    stukken, het recht van amendement en het recht van motie.</al><al>De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het
                    toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de
                    vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties
                    openbaar gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben
                    op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of
                    geheimhouding, als bedoeld in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet,
                    wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al>In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het
                    sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering
                    wordt.</al><al> Artikel 48. Beknopt verslag / besluitenlijst</al><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid van de
                    Gemeentewet. In overeenstemming met artikel 19 is de griffier verantwoordelijk
                    voor het beknopt verslag dan wel besluitenlijst van het besloten deel van de
                    raadsvergadering. Dit beknopt verslag dan wel de besluitenlijst wordt onder
                    geheimhouding en op naam verspreid onder de raadsleden. Het document ligt ook
                    ter inzage bij de griffier. Maar omdat geheime documenten met de raad digitaal
                    gewisseld worden, is deze mogelijkheid ook toegevoegd aan het eerste lid.</al><al>De wijzigingen in de leden twee en drie regelen de aanbieding aan en de
                    behandeling door de raad van de besluitenlijst, dan wel het verslag. De
                    besluitenlijst of het verslag worden via de lijst van ingekomen stukken
                    aangeboden. Mocht de raad over die besluitenlijst of het verslag willen
                    beraadslagen, dan zal dat pas kunnen gebeuren, wanneer de deuren gesloten
                    zijn.</al><al> Artikel 49. Geheimhouding</al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 25 jo. artikel 55 van de Gemeentewet noodzakelijk.</al><al>Indien de procedure volgens artikel 25 j<sup>o</sup> artikel 55 van de
                    Gemeentewet wordt toegepast, geldt de geheimhouding ook voor vragen en
                    antwoorden die worden gesteld naar aanleiding van het stuk waarover de
                    geheimhoudingsplicht is opgelegd dan wel de geheimhouding is bekrachtigd.</al><al> Artikel 50. Opheffing geheimhouding</al><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                    geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven
                    te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid, van de
                    Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft
                    opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan een raadscommissie heeft
                    overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op
                    te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). In het onderhavige
                    artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt
                    gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.</al><al>Op grond van artikel 25, derde en vierde lid van de Gemeentewet kan
                    geheimhouding worden opgelegd door het college, de burgemeester en een
                    commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de raad of aan leden van de
                    raad overleggen. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad
                    overgelegde stukken vervalt, indien de raad de oplegging niet in zijn
                    eerstvolgende vergadering die volgens de presentielijst door meer dan de helft
                    van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.</al><al>Als de raad niet van plan is de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, kan het
                    orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met de raad
                    overleg voeren. Deze besloten vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de
                    raad de geheimhouding wil opheffen.</al><al></al><al><vet>Hoofdstuk 8.</vet><vet> INFORMATIEBIJEENKOMSTEN, WERKGROEPEN EN
                        FRACTIEADVISEURS</vet></al><al></al><al><cursief>Paragraaf 8.1 Algemene bepalingen</cursief></al><al></al><al><vet>Artikel 51. Begripsomschrijving</vet></al><al>Behoeft geen nadere toelichting</al><al></al><al><vet>Artikel 52. Besloten vergadering</vet></al><al>Gezien het karakter van de informatiebijeenkomsten en de werkgroepen zullen deze
                    in principe openbaar zijn. </al><al></al><al><cursief>Paragraaf 8.2 Informatiebijeenkomsten</cursief></al><al></al><al><vet>Artikel 53. Algemeen</vet></al><al>De raad kan informatiebijeenkomsten beleggen waarbij raadsleden èn burgers
                    welkom zijn. Deze laagdrempelige bijeenkomsten passen in de beeldvormende fase.
                    De fracties nemen nog geen standpunten in, maar nemen informatie op en wisselen
                    die uit. Zo bereiden de gemeenteraadsleden raadsvergaderingen voor. Op deze
                    bijeenkomsten kunnen presentaties verzorgd worden door het college, de raad,
                    externen (deskundigen bijvoorbeeld) of burgers. </al><al>Aan de hand van de raadsplanning kunnen het presidium en de raad een keuze maken
                    of en zo ja, wanneer, zij het instrument van een informatiebijeenkomst willen
                    inzetten. Het college kan daarin ook een advies geven.</al><al></al><al><vet>Artikel 54. Taak</vet></al><al>Een informatiebijeenkomst draagt bij aan de beeldvorming bij raads- en
                    commissieleden. In deze beeldvormende fase kan een informatiebijeenkomst
                    raadsleden in positie brengen in een opiniërende ronde. </al><al></al><al><vet>Artikel 55. Deelname</vet></al><al>De informatie is voor een breed publiek toegankelijk. De bijeenkomsten zijn
                    openbaar; burgers kunnen ook direct geïnformeerd worden over gemeentelijke
                    ontwikkelingen. De ‘politiek’ is op deze wijze laagdrempelig voor iedere
                    inwoner. </al><al></al><al><vet>Artikel 56. Vergaderfrequentie</vet></al><al>De gemeenteraad vergadert doorgaans om de drie weken op dinsdag. De overige
                    dinsdagavonden buiten de recesweken om, zijn beschikbaar voor de
                    informatiebijeenkomsten, programmacommissies en werkgroepen. Daarbij kan
                    eventueel uitgeweken worden naar een reservedatum. De woensdagen in de even
                    weken zijn (buiten de recesweken) aangewezen als reservedata.</al><al>Informatiebijeenkomsten zijn niet aan één vergaderlocatie (het gemeentehuis)
                    gebonden. Ook elders kunnen de vergaderingen belegd worden.</al><al></al><al><vet>Artikel 57. Agenda</vet></al><al>Gezien het karakter van deze bijeenkomsten stelt het presidium de agenda voor de
                    informatiebijeenkomsten vast. Willen raadsleden, het college, dan wel burgers
                    iets agenderen, dan melden zij dat aan het presidium. Zie daarvoor ook het
                    bepaalde in artikel 9. Het presidium maakt vervolgens de afweging waarom
                    onderwerpen niet geagendeerd worden. Daarvan maakt het presidium melding in het
                    verslag van zijn vergaderingen</al><al></al><al><vet>Artikel 58. Oproeping van de openbare vergadering en kennisgeving
                        daarvan</vet></al><al>De oproeping zal niet schriftelijk gebeuren, maar geheel digitaal. De agenda en
                    bijbehorende stukken zullen tien dagen vóór de betreffende vergadering ter
                    beschikking worden gesteld en op de website worden gepubliceerd. Uiteraard zijn
                    de agenda en stukken waarop geheimhouding rust van deze bepaling
                    uitgesloten.</al><al></al><al><vet>Artikel 59. Participatie burgers en belangstellenden</vet></al><al>Raadsleden en burgers kunnen door de informele opstelling tijdens een
                    informatiebijeenkomst gemakkelijker in contact met elkaar komen. Zij kunnen aan
                    het college, aan de ambtelijke ondersteuning en aan elkaar vragen stellen.
                    College en ambtelijke ondersteuning kunnen hun presentaties of toelichting op
                    voorstellen verzorgen. Via de voorzitter kunnen zowel raadsleden als andere
                    bezoekers hun (technische) vragen stellen aan het college, de ambtelijke
                    ondersteuning of aan een raadslid.</al><al>Het tweede lid voorziet in de mogelijkheid dat burgers, bedrijven of
                    instellingen ook onderwerpen kunnen presenteren aan raads- en collegeleden. Deze
                    mogelijkheid komt in de plaats van De Dialoog. </al><al>Voor bepaalde informatiebijeenkomsten kan het presidium gericht inwoners,
                    verenigingen, instellingen, organisaties en ondernemers uitnodigen om een
                    actieve bijdrage aan een discussie te leveren en op die manier aan de
                    beeldvorming van de gemeenteraad bij te dragen. Als het college aan de raad een
                    startnotitie aanbiedt over een majeur onderwerp, kan het hiervoor ook een
                    voorzet geven. Het presidium kan hierover uiteraard ook advies inwinnen van het
                    college.</al><al>Overigens moet voor degenen die actief worden uitgenodigd ook vooraf helder zijn
                    wat hun rol en hun bijdrage is.</al><al>In het vierde lid wordt een aantal uitzonderingsgronden genoemd voor het
                    indienen van onderwerpen.</al><al>Er is een aantal aandachtspunten, waarbij de voorzitter een belangrijke rol
                    heeft. Onderwerpafhankelijk kunnen individuele belangen bijvoorbeeld onderwerp
                    van gesprek worden. Het kan hierbij om onderwerpen gaan, waarbij individuele
                    belangen een grote rol kunnen spelen. Denk hierbij aan bestemmingsplannen.
                    Individuele belangen kunnen dan een informatiebijeenkomst domineren. Daarom
                    moeten belanghebbenden voor een informatiebijeenkomst al goed zijn geïnformeerd
                    en de mogelijkheid hebben gehad hun eerste reactie daarop te geven. Het moment
                    van het organiseren van een informatiebijeenkomst vraagt dus om een goede
                    planning en interne afstemming.</al><al>Het kan evenmin de bedoeling zijn dat informatiebijeenkomsten een platform
                    worden voor ressentimenten vanuit de samenleving. Bij politiek en
                    maatschappelijk gevoelige onderwerpen zouden burgers, organisaties of
                    instellingen de informatiebijeenkomsten kunnen benutten om hun ongenoegen of
                    anderszins te uiten. Dat is niet de bedoeling. De voorzitter kan dan op grond
                    van de verordening de vergaderorde handhaven.</al><al></al><al><vet>Artikel 60. Aanwezigheid burgemeester en wethouders </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al></al><al><vet>Artikel 61. Aanwezigheid ambtelijke organisatie</vet></al><al>De bijdrage van ambtelijke medewerkers kan een grote meerwaarde geven aan de
                    gedachtewisseling tijdens de informatiebijeenkomsten. Wanneer op de agenda van
                    de informatiebijeenkomst een onderwerp staat, dat door het college is
                    aangedragen, zal over het algemeen ambtelijke ondersteuning aanwezig zijn. Het
                    kan echter ook zijn, dat er onderwerpen, door anderen aangedragen, op de agenda
                    staan, waarbij het nuttig is wanneer ambtelijke deskundigheid aanwezig is. Het
                    presidium kan daarvoor dan een verzoek richten aan het college.</al><al></al><al><vet>Artikel 62. Audioverslag</vet></al><al>Dit artikel maakt het mogelijk dat op een locatie vergaderd kan worden, zonder
                    dat een geluidsopname gemaakt wordt.</al><al>Bij de informatiebijeenkomsten is geen sprake meer van een adviezen- of
                    besluitenlijst. Er zijn mogelijk wel actiepunten die moeten worden afgedaan.
                    Deze worden op dit moment via de lange termijn agenda geregistreerd,
                    gecommuniceerd en afgehandeld.</al><al></al><al><cursief>Paragraaf 8.3 Werkgroepen</cursief></al><al></al><al><vet>Artikel 63 Instellen van werkgroepen</vet></al><al>Soms zijn er onderwerpen of thema’s die wat uitgewerkt of verdiept moeten
                    worden. Het kan dan gaan om thema’s die specifiek het functioneren van de raad
                    raken of daarop betrekking hebben. Het betreft dan veelal een
                        <cursief>tijdelijke</cursief> bezigheid. Hiervoor heeft de werkgroep
                    Raadshorizon de vorm van een werkgroep voorgesteld. Een voorbeeld hiervan is
                    trouwens de werkgroep Raadshorizon zelf.</al><al>Voor een werkgroep hoeft niet specifiek een formeel raadsbesluit te worden
                    vastgesteld, tenzij het belang van het onderwerp een goed omschreven kader voor
                    de werkgroep vraagt. Een werkgroep kan ook het gevolg zijn van een politieke
                    uitspraak (motie).</al><al></al><al><vet>Artikel 64. Taak </vet></al><al>De raad roept de werkgroep in het leven voor de uitwerking van een bepaald
                    onderwerp. Dat kan betrekking hebben op het functioneren van de gemeenteraad.
                    Het kan ook zijn dat een werkgroep voorbereidend werk verricht bij de uitwerking
                    van een thema dat voor de raad van belang is. Een voorzichtig voorbeeld hiervan
                    was de werkgroep Participatie. Bij de rol van de werkgroep kan de raad ook
                    denken aan de voorbereiding van een bestuursopdracht aan het college wanneer de
                    raad heel intensief betrokken is bij een thema/onderwerp.</al><al>Wel moet bij de instelling van de werkgroep helder zijn waarvoor de werkgroep
                    wordt ingesteld en wat het resultaat is dat de raad van de werkgroep
                    verwacht.</al><al>De werkgroep kan geen (politieke) besluiten nemen. Is (politieke) besluitvorming
                    nodig, dan bereidt de werkgroep een raadsdocument voor.</al><al></al><al><vet>Artikel 65. Samenstelling</vet></al><al>Er hoeft niet per se een raadslid per fractie vertegenwoordigd te zijn. Er kan
                    ook een fractieadviseur namens een fractie deelnemen aan de werkgroep. De
                    formulering van dit artikel is ook zodanig, dat een fractie zelf de afweging kan
                    maken om in de werkgroep zitting te nemen. Deelname is op vrijwillige
                    basis.</al><al></al><al><vet>Artikel 66. Vergaderfrequentie</vet></al><al>De werkgroep bepaalt haar eigen werkwijze (zie artikel 70). Daaronder valt ook
                    de vergaderfrequentie. Wel is de afspraak dat de werkgroep de vergaderdata die
                    door het presidium zijn vastgesteld op grond van het bepaalde in het reglement
                    van orde, daarvoor gebruikt. Dit betekent dat concreet op de dinsdag waarop de
                    gemeenteraad niet vergadert of de woensdag in de even weken kan worden
                    vergaderd.</al><al></al><al><vet>Artikel 67. Aanwezigheid burgemeester en wethouders </vet></al><al>Het is niet standaard, dat het college van burgemeester of wethouders of leden
                    daarvan aanwezig zijn in vergaderingen van de werkgroep. Het artikel voorziet
                    erin, dat het college of een portefeuillehouder wordt uitgenodigd, wanneer een
                    onderwerp dat hun portefeuille regardeert, op de agenda staat. Eveneens kan de
                    gemeentesecretaris voor een toelichting of anderszins uitgenodigd worden of ook
                    gewoon om aan het werk van de werkgroep deel te nemen.</al><al></al><al><vet>Artikel 68. Aanwezigheid ambtelijke organisatie</vet></al><al>De werkgroep kan zich laten ondersteunen door medewerkers van de organisatie.
                    Het is mogelijk dat zij in de werkgroep de aanwezige portefeuillehouders
                    ondersteunen. Het is eveneens mogelijk dat zij op verzoek van de werkgroep hun
                    deskundigheid inbrengen. Daartoe zal, voorafgaande aan de uitnodiging, ook
                    overleg met de gemeentesecretaris gevoerd worden.</al><al></al><al><vet>Artikel 69. Agenda</vet></al><al>De voorzitter stelt de voorlopige agenda op en niet het presidium. Dit
                    onderstreept het aparte karakter en de eigen werkwijze van de werkgroep.</al><al></al><al><vet>Artikel 70. Werkwijze</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al></al><al>Artikel 71. Openbare vergadering</al><al>Hoewel een werkgroep op de achtergrond werkt, mag haar werk best gezien en
                    gehoord worden. Daarom heeft de vergadering van een werkgroep een openbaar
                    karakter, tenzij de werkgroep anders besluit. </al><al></al><al><vet>Artikel 72. Zittingsduur en vacatures </vet></al><al>Een lid van de werkgroep houdt op lid van die werkgroep te zijn, wanneer hij of
                    zij raadslid of fractieadviseur af is.</al><al></al><al><cursief>Paragraaf 8.4 Fractieadviseurs</cursief></al><al></al><al><vet>Artikel 73. Benoeming fractieadviseurs en artikel 74 fractieadviseurs en
                        onderzoek geloofsbrieven</vet></al><al>Met name kleine(re) fracties staan voor een grote opgave om zich actief met alle
                    onderwerpen en thema’s bezig te houden en om op iedere bijeenkomst en
                    vergadering aanwezig te zijn. Er zullen op grond van deze verordening door de
                    raad programmacommissies worden ingesteld, maar hierbij geldt wel het
                    uitgangspunt dat deze commissies een min of meer tijdelijk karakter hebben. Om
                    kleine(re) fracties de mogelijkheid van ondersteuning te geven, zijn de
                    fractieadviseurs in de plaats gekomen van de commissieleden niet-raadsleden.
                    Naast de praktische ondersteuning kunnen fractieadviseurs ook ervaring opdoen
                    met het politieke handwerk.</al><al>Bij raadsbesluit van 25 september 2012 is tevens aangegeven, dat het
                    uitgangspunt om voor benoeming van fractieadviseur in aanmerking te komen is ,
                    een plaats op de kandidatenlijst van de betreffende fractie. Het kan echter
                    voorkomen, dat een fractie op niemand van de kandidatenlijst een beroep kan
                    doen. Daarom is in artikel 74, tweede lid, sub b, de mogelijkheid opgenomen een
                    fractieadviseur die niet op de kandidatenlijst staat, voor benoeming voor te
                    dragen. Het afdelingsbestuur en de fractievoorzitter moeten daartoe dan de
                    voordracht doen.</al><al>Fractieadviseurs kunnen deelnemen aan informatiebijeenkomsten,
                    programmacommissies èn werkgroepen.</al><al></al><al><cursief>Paragraaf 8.5 Griffie</cursief></al><al></al><al><vet>Artikel 75. Ondersteuning door griffie</vet></al><al>Dit artikel regelt de ambtelijke ondersteuning door de griffie. Een aparte
                    benoeming hoeft hierdoor niet plaats te vinden.</al><al> Hoofdstuk 9. Toehoorders en pers Artikel 76. Toehoorders en pers</al><al>De hier aangegeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26,
                    eerste en tweede lid van de Gemeentewet gegeven bevoegdheid aan de voorzitter
                    van de raad om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen.</al><al> Artikel 77. Geluid- en beeldregistraties</al><al>Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar zijn, kunnen
                    radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet
                    het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al> Artikel 78. Gebruik mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen</al><al>Dit artikel 51 heeft betrekking op onder meer het mobiele telefoonverkeer. Het
                    mobiele telefoonverkeer kan verstorend werken tijdens de vergadering. Dit
                    artikel maakt het mogelijk dat de voorzitter met de raad afspraken kan maken
                    over het gebruik van telefoons en andere communicatiemiddelen.</al><al> Hoofdstuk 10. Slotbepalingen Artikel 79. Uitleg reglement</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al> Artikel 80. Inwerkingtreding</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>