<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR331792_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Horecanota Aalburg, Werkendam en Woudrichem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Werkendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-05-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Altena</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Altena Nieuws, 08-05-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Horecanota Aalburg, Werkendam en Woudrichem 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Drank- en horecawet; Algemene Plaatselijke Verordening Wet op de Kansspelen Algemene Wet Bestuursrecht, art.3:42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-05-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>33981</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>archief</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Horecanota Aalburg, Werkendam en Woudrichem</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>1. INLEIDING</vet></al><al/><al>De horeca vervult binnen de gemeente een belangrijke maatschappelijke en
                        economische functie. Veel mensen beleven dagelijks veel plezier aan de
                        horeca. Echter, soms kan het woon- en leefklimaat worden aangetast door
                        horeca-activiteiten, bijvoorbeeld door geluids-, stank-, en parkeeroverlast
                        of door verstoring van de openbare orde. Om te voorkomen dat enige vorm van
                        overlast de overhand krijgt boven het plezier dat mensen aan de horeca
                        kunnen beleven, moeten horecaondernemers voldoen aan talloze wettelijke
                        voorschriften.</al><al/><al>Het economische belang van de horecasector in de gemeenten is groot. Horeca
                        is een factor van betekenis voor de aantrekkelijkheid van de kernen. De
                        horeca is een grote werkgever en bepaalt in bepaalde mate het imago van de
                        gemeenten. De gemeenten zien de horeca als een belangrijke pijler voor het
                        toerisme. Voor alle gemeenten geldt dat de horeca de 'huiskamer van de
                        streek' is en op die manier een belangrijke rol vervult bij het bereiken van
                        een leefbaar en veilig uitgaansklimaat.</al><al/><al>In de praktijk is gebleken dat er behoefte bestaat aan beleid voor de
                        horeca. Er is behoefte aan duidelijkheid naar de horecaondernemers over wat
                        de geldende regels zijn en de beleidslijnen die de gemeente Aalburg,
                        Werkendam en Woudrichem hanteren. De regels met betrekking tot de horeca
                        zijn voornamelijk vastgelegd in de Drank- en Horecawet die landelijk geldt
                        en in de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna APV) die door de
                        gemeenteraad is vastgesteld. Op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht
                        (hierna Awb) bestaat er voor de gemeenten met betrekking tot bepaalde
                        artikelen in de APV vrijheid om beleidsregels vast te stellen, bijvoorbeeld
                        op het gebied van de exploitatievergunning. Hoe hiermee omgegaan wordt
                        binnen de gemeenten wordt verwoord in deze nota. </al><al/><al>In deze nota staan, als handreiking naar en naslagwerk voor de
                        horecaondernemers en de interne organisatie van de gemeenten, de
                        belangrijkste landelijke en gemeentelijke regels die gelden voor
                        horecagelegenheden en paracommerciële bedrijven, beschreven. De burgemeester
                        en het college geven aan op welke wijze zij invulling geven aan de
                        uitvoering van de wettelijke bepalingen uit onder andere de APV en de Drank-
                        en Horecawet. Vanzelfsprekend wordt ook aandacht besteed aan de wijziging
                        van de Drank- en Horecawet en de Wet op de kansspelen.</al><al/><al>Bij de voorbereiding van de horecanota in 2011 is in een vroegtijdig stadium
                        contact geweest met Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Altena–Biesbosch
                        (hierna KHN), om de plaatselijke horeca te betrekken bij de totstandkoming
                        van de nota. De nota is voorgelegd aan diverse externe partners, waaronder
                        de politie. De nota heeft zes weken ter inzage gelegen. In die periode
                        hebben belanghebbenden de gelegenheid gehad tot het indienen van
                        zienswijzen. Op deze manier is draagvlak gecreëerd op de verschillende
                        terreinen. Het is van belang dat structureel overleg tussen de partijen
                        blijft plaatsvinden. Hierdoor kunnen aandachts- en verbeterpunten tijdig
                        gesignaleerd worden, zodat eventuele aanpassing van deze nota plaats kan
                        vinden. Door als gemeenten samen op te trekken is er meer daadkracht en
                        slagkracht en is er inzicht in de geldende regels, waardoor voor de
                        gemeenten en andere handhavende instanties, bijvoorbeeld de politie, de
                        handhaving beheersbaar blijft. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>1.1 Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>In artikel 1 van de Drank- en Horecawet worden de begripsbepalingen van
                            een horecabedrijf als volgt weergegeven:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>horecabedrijf: de activiteit in ieder geval bestaande uit het
                                bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende
                                drank voor gebruik ter plaatse;</al></li><li nr="2."><al>slijtersbedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of
                                anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank
                                voor gebruik elders dan ter plaatse, al dan niet gepaard gaande met
                                het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren
                                verstrekken van zwak-alcoholhoudende en alcoholvrije drank voor
                                gebruik elders dan ter plaatse of met het bedrijfsmatig verrichten
                                van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere
                                handelingen;</al></li><li nr="3."><al>lokaliteit: een besloten ruimte, onderdeel uitmakend van een
                                inrichting;</al></li><li nr="4."><al>horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene
                                lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het
                                horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het
                                verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse;</al></li><li nr="5."><al>slijtlokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene
                                lokaliteit, onderdeel uitmakend van of samenvallend met een
                                inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, in ieder
                                geval bestemd voor het verstrekken van sterke drank voor gebruik
                                elders dan ter plaatse;</al></li><li nr="6."><al>inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het
                                horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen
                                voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het
                                verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse,
                                welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere
                                besloten ruimte;</al></li><li nr="7."><al>leidinggevende:</al></li></lijst><al/><al>1°. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun
                        gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf of het
                        slijtersbedrijf wordt uitgeoefend;</al><al>2°. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming,
                        waarin het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend in een of
                        meer inrichtingen;</al><al>3°. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de
                        uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting;</al><al/><al>In artikel 2:27 van de APV worden de begripsbepalingen van een horecabedrijf
                        weergegeven. </al><lijst><li nr="1."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of
                                spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder
                                een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een
                                bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li><li nr="2."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel
                                van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden
                                en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst><al/><al><vet>1</vet>.<vet>2 Aantal horecabe</vet><vet>drijven </vet></al><al/><al>De horeca in de gemeenten kenmerkt zich door veel diversiteit: cafés,
                        cafetaria’s, dorpshuizen en (culinaire) restaurants. Om een beeld te geven
                        van het aantal en het soort horecabedrijven wordt hier per gemeente een
                        omschrijving van gegeven. De KHN gebruikt als bron de cijfers van het
                        Bedrijfschap Horeca en Catering, deze cijfers zijn naast de cijfers van de
                        gemeente gelegd en zijn hieronder weergegeven. </al><al/><al>De Nederlandse horeca kan in een aantal sectoren worden onderverdeeld:
                        drankensector, fastservicesector, restaurantsector en de hotelsector,
                        daarnaast wordt de partycatering als een afzonderlijke groep tot de horeca
                        gerekend. Elke sector bestaat uit een aantal deelsectoren. Hieronder wordt
                        toegelicht welke soort bedrijven onder welke sector vallen. </al><al/><al><cursief>Drankensector</cursief>:</al><al>• Café/bar • Discotheek • Kiosk • Horeca bij recreatiebedrijf • Horeca bij
                        sportaccommodatie • Strandbedrijf • Ontmoetingscentrum • Zalen-/partycentrum
                        • Coffeeshop.</al><al>Fastservicesector:</al><al>• IJssalon • Snackbar • Fastfoodrestaurant • Shoarmazaak • Lunchroom •
                        Crêperie (hieronder vallen ook de pannenkoekenhuizen en poffertjeszaken) •
                        Restauratie • Spijsverstrekker n.e.g. (Hieronder vallen met name
                        afhaalbedrijven die (beperkt) zijn ingericht voor verbruik ter plaatse. Denk
                        hierbij aan toko's en afhaalchinezen.)</al><al>Restaurantsector:</al><al>• Bistro • Restaurant • Café-restaurant • Wegrestaurant.</al><al>Hotelsector:</al><al>• Hotel-garni • Hotel-café • Hotel-restaurant • Hotel-café-restaurant •
                        Pension.</al><al/><al><cursief>Schema: Aantal horecabedrijven naar sector, 2013</cursief></al><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="7"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><colspec colname="colF"/><colspec colname="colG"/><tbody><row><entry><al><vet><cursief>2013</cursief></vet></al></entry><entry><al><vet>Aalburg</vet></al><al>Bron: </al><al>Bedrijfsschap Horeca &amp; Catering</al><al/></entry><entry><al><vet>Aalburg</vet></al><al>Bron: Gemeente</al></entry><entry><al><vet>Woudrichem</vet></al><al>Bron: Bedrijfsschap Horeca &amp; Catering</al><al/></entry><entry><al><vet>Woudrichem</vet></al><al>Bron: Gemeente</al></entry><entry><al><vet>Werkendam </vet>Bron: </al><al>Bedrijfschap Horeca &amp; Catering</al></entry><entry><al><vet>Werkendam</vet></al><al>Bron: Gemeente</al></entry></row><row><entry><al>Drankensector</al><al/></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>5 </al></entry><entry><al>20</al></entry><entry><al>22</al></entry><entry><al>24</al></entry><entry><al>27</al></entry></row><row><entry><al>Fastservicesector</al><al/></entry><entry><al>4</al></entry><entry><al>4</al></entry><entry><al>4</al></entry><entry><al>4</al></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>7</al></entry></row><row><entry><al>Restaurantsector</al><al/></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>9</al></entry><entry><al>11</al></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>14</al></entry></row><row><entry><al>Hotelsector</al><al/></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>2</al></entry><entry><al>2</al></entry></row><row><entry><al>Partycatering</al><al/></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>3</al></entry><entry><al>0</al></entry></row><row><entry><al><vet>TOTAAL</vet></al></entry><entry><al><vet>14</vet></al></entry><entry><al><vet>9</vet></al></entry><entry><al><vet>35</vet></al></entry><entry><al><vet>37</vet></al></entry><entry><al><vet>49</vet></al></entry><entry><al><vet>50</vet></al></entry></row><row><entry><al>Slijterij</al><al/></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>2</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>4</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>4</al></entry></row><row><entry><al>Paracommercie</al><al/></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>13</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>17</al></entry></row><row><entry><al>Bed en breakfast</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>3</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>2</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>8</al></entry></row><row><entry><al><vet>TOTAAL</vet></al></entry><entry><al><vet>14</vet></al></entry><entry><al><vet>24</vet></al></entry><entry><al><vet>35</vet></al><al/></entry><entry><al><vet>55</vet></al></entry><entry><al><vet>49</vet></al></entry><entry><al><vet>79</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al/><al>Toelichting op bovenstaand schema:</al><al/><al><cursief>Aalburg</cursief></al><al>De gegevens van de gemeente Aalburg zijn gebaseerd op het dossier van de
                        verleende vergunningen op grond van de Drank- en Horecawet. Het verschil met
                        de cijfers van Bedrijfschap Horeca moet nog worden onderzocht. Om
                        aansluiting te krijgen tussen beide aantallen zouden de beide bestanden
                        eigenlijk met elkaar vergeleken moeten worden. Vanwege privacyoverwegingen
                        kan het bedrijfschap Horeca daar geen medewerking aan verlenen. Het aantal
                        bed en breakfastvoorzieningen is overgenomen uit de nota Bed &amp; Breakfast
                        van de gemeente Aalburg. </al><al/><al><cursief>Werkendam</cursief></al><al>Op basis van de gegevens van de gemeente bestaat er een klein verschil en
                        een aanvulling ten opzichte van de gegevens van het Bedrijfschap Horeca en
                        Catering. Daar waar combinaties uit verschillende sectoren samenkomen in een
                        horecabedrijf is bij het indelen in sectoren een keuze gemaakt voor één van
                        de relevante sectoren. De drankensector bestaat uit 27 bedrijven, de
                        fastservicesector uit 7 bedrijven, de restaurantsector uit 14 bedrijven en 2
                        hotels. Binnen de partycatering zijn geen Drank- en horecavergunningen
                        verleend. Aangevuld met 4 slijterijen, 17 paracommerciële horecabedrijven en
                        8 bed en breakfast voorzieningen, maakt het totaal op basis van de cijfers
                        van de gemeente op 79 horecabedrijven. </al><al/><al><cursief>Woudrichem </cursief></al><al>Op basis van de gegevens van de gemeente bestaat er een klein verschil en
                        een aanvulling. De drankensector bestaat uit 22 bedrijven (waarvan 3
                        bedrijven gedeeltelijk onder de fastservicesector vallen in verband met de
                        combinatie café en cafetaria), de fastservicesector uit 4 bedrijven, de
                        restaurantsector uit 10 bedrijven en 1 hotel (= 37). Aangevuld met 4
                        slijterijen en 12 paracommerciële horecabedrijven. Maakt het totaal op basis
                        van de cijfers van de gemeente op 55 horecabedrijven. Tevens heeft de
                        gemeente 2 bed en breakfast voorzieningen. </al><al/><al> 2. VERGUNNINGEN EN DE BELEIDSREGELS</al><al><cursief>2.1 Inleiding</cursief></al><al>In dit hoofdstuk zijn de horeca gerelateerde vergunningen, vrijstellingen,
                        ontheffingen en meldingen opgenomen. Daar waar dat van toepassing is zijn
                        tevens de bestaande beleidsregels opgenomen of genoemd. Met beleidsregels
                        wordt gedoeld op het toetsingskader, dat wordt gehanteerd bij de beoordeling
                        van vergunning- of ontheffingsaanvragen. Het bestuursorgaan, dat bevoegd is
                        hierover te beslissen, kan in beleidsregels vooraf kenbaar maken hoe
                        wettelijke voorschriften worden uitgelegd en welke uitgangspunten en
                        omstandigheden van belang zijn bij de beoordeling van een vergunning- of
                        ontheffingsaanvraag. In het beleid wordt het toetsingskader gegeven voor de
                        manier waarop belangen worden afgewogen, feiten worden vastgesteld en/of
                        wettelijke voorschriften worden uitgelegd. </al><al/><al>Bij het bepalen van de beleidsregels blijft het bestuursorgaan binnen de
                        wettelijke criteria met betrekking tot de vergunning- of
                        ontheffingsverlening. Binnen de ene wetgeving is meer vrije
                        beoordelingsruimte mogelijk dan bij andere wetgeving. Bijvoorbeeld: het
                        college heeft een behoorlijke vrijheid bij het bepalen van de inhoud van de
                        exploitatievergunningen, daarentegen is er weinig vrijheid bij de
                        beoordeling van een aanvraag voor een drank- en horecavergunning. In de
                        Drank- en Horecawet zijn immers diverse toetsingscriteria opgenomen, die
                        dwingend voorschrijven wanneer een vergunning verleend of geweigerd moet
                        worden.</al><al/><al>Bij het verlenen van een vergunning of ontheffing is maatwerk nodig, omdat
                        de inhoud bepaald wordt op basis van de concrete situatie. Bij het leveren
                        van dit maatwerk wordt niet afgeweken van de beleidsuitgangspunten, maar
                        worden deze indien nodig nader ingevuld in de vergunning of ontheffing. Het
                        beleid kan immers niet alles tot in detail regelen.</al><al/><al>Niet alles is voorzienbaar, daarom heeft het bevoegde bestuursorgaan bij
                        hoge uitzondering de mogelijkheid af te wijken van de beleidsuitgangspunten,
                        indien deze voor één of meerdere belanghebbenden gevolgen zouden hebben die
                        wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met
                        de beleidsregel te dienen doelen (de zogenaamde inherente
                        afwijkingsbevoegdheid, als bedoeld in art. 4:84 Awb). Als het bestuursorgaan
                        afwijkt van het beleid, zal deze dit altijd gemotiveerd aangeven. Hiermee
                        wordt voorkomen dat het bestuursorgaan naar willekeur afwijkt.</al><al/><al><cursief>2.2 Horecagerelateerde vergunningen, ontheffingen en
                            meldingen</cursief></al><al/><al>Deze paragraaf bevat een nadere uitwerking van de horecavergunningen,
                        ontheffingen en meldingen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening
                        en de Drank- en Horecawet. Voorts zijn de overige horecagerelateerde
                        vergunningen opgenomen.</al><al>2.2.1 Algemene Plaatselijke Verordening <cursief>2.2.1.1
                            Exploitatievergunning</cursief></al><al/><al>Uitgangspunt voor horeca-activiteiten is dat deze op een veilige manier
                        plaatsvinden en dat de hinder in en rondom horecabedrijven beperkt blijft
                        tot een aanvaardbaar niveau, waarbij (geluids)hinder voor omwonenden beperkt
                        blijft en de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf
                        leefbaar blijft en er geen verstoring van de openbare orde plaatsvindt. Ter
                        bescherming van de openbare orde en de woon- en leefomgeving nabij een
                        horecabedrijf, is in artikel 2.28 van de APV bepaald dat ieder horecabedrijf
                        moet beschikken over een exploitatievergunning. Het scheppen van bepaalde
                        randvoorwaarden moet voorkomen dat zich problemen voordoen op het gebied van
                        de openbare orde en veiligheid. De burgemeester neemt deze randvoorwaarden
                        in de exploitatievergunning op in de vorm van voorschriften. Deze
                        voorschriften bewaken de leefbaarheid in de (woon)omgeving.</al><al/><al><vet>Juridisch kader</vet></al><al>In de APV wordt de exploitatievergunningplicht van een horecabedrijf
                        geregeld. </al><al/><al><cursief>Artikel 2:28 APV Aalburg</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning
                                van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8, kan de burgemeester de vergunning
                                geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                                worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van
                                het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig
                                wordt beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
                                houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de
                                wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de
                                aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu
                                ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                exploitatie.</al></li><li nr="5."><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als
                                bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een
                                nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;</al></li><li nr="6."><al>Voor het horecabedrijf als bedoeld in het vijfde lid gelden dezelfde
                                sluitingstijden als voor de winkel.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar
                                of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp
                                verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.</al></li><li nr="2."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 2.28 APV Werkendam</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning
                                van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8* kan de burgemeester de vergunning
                                geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                                worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van
                                het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig
                                wordt beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
                                houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de
                                wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de
                                aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu
                                ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                exploitatie.</al></li><li nr="5."><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als
                                bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een
                                nevenactiviteit is van de winkelactiviteit.</al></li><li nr="6."><al>Voor het horecabedrijf als bedoeld in het vijfde lid gelden dezelfde
                                sluitingstijden als voor de winkel.</al></li><li nr="7."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar
                                of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp
                                verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al></li><li nr="8."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al></li></lijst><al>een horeca-inrichting in bedrijfskantines</al><lijst><li nr="1."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>een horecabedrijf in musea;</al></li><li nr="3."><al>een horeca-inrichting in scholen;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>een horecabedrijf in musea;</al></li><li nr="3."><al>een horeca-inrichting in scholen;</al></li><li nr="4."><al>een horeca-inrichting in bedrijfskantines.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Op het exploiteren van een bestaand horecabedrijf is het gestelde in
                                lid 1 niet van toepassing:</al></li><li nr="2."><lijst><li nr="1."><al>tot en met 30 juni 2010;</al></li><li nr="2."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                        exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning
                                        als bedoeld in lid 1 heeft ingediend, totdat op die aanvraag
                                        door het bevoegd bestuursorgaan een besluit is genomen.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 2:28 APV Woudrichem</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning
                                van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8* weigert de burgemeester de
                                vergunning geheel of gedeeltelijk indien de vestiging of exploitatie
                                van het horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8* kan de burgemeester de
                                vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel
                                moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving
                                van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
                                houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de
                                wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de
                                aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu
                                ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                exploitatie.</al></li><li nr="5."><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als
                                bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een
                                nevenactiviteit is van de winkelactiviteit.</al></li><li nr="6."><al>Voor het horecabedrijf als bedoeld in het vijfde lid gelden dezelfde
                                sluitingstijden als voor de winkel.</al></li><li nr="7."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al><lijst><li nr="1."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>een horecabedrijf in musea;</al></li><li nr="3."><al>een horecabedrijf in clubhuizen.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Indien de vergunningaanvraag mede betrekking heeft op één of meer
                                bij het horecabedrijf behorende terrassen op een openbare plaats,
                                beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die openbare
                                plaats ten behoeve van het terras.</al></li><li nr="9."><al>De burgemeester kan de ingebruikneming van die openbare plaats als
                                bedoeld in het achtste lid weigeren:</al><lijst><li nr="1."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare
                                        plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                        openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                        daarvan;</al></li><li nr="2."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                        doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats.</al></li></lijst></li><li nr="10."><al>Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt niet voor zover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of het Provinciale Wegenverordening
                                Noord-Brabant 2006.</al></li></lijst><al/><al>* Artikel 1:8 van de APV regelt de (algemene) weigeringsgronden, te weten: </al><al>De vergunning kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het
                        belang van:</al><al>a. de openbare orde;</al><al>b. de openbare veiligheid;</al><al>c. de volksgezondheid;</al><al>d. de bescherming van het milieu.</al><al/><al/><al><vet>Exploitatievergunning </vet></al><al>De burgemeesters hebben tot voor kort niet of in beperkte mate
                        exploitatievergunningen verleend. In Aalburg is opgenomen dat bestaande
                        horecabedrijven op een bepaalde datum zouden moeten beschikken over een
                        exploitatievergunning. Aan dit artikel is nog geen uitvoering gegeven.
                        Inmiddels is wel gestart met een inhaalslag. In Werkendam is inmiddels
                        besloten het exploitatievergunningstelsel in te voeren en ook in Woudrichem
                        is gestart met een inhaalslag. </al><al/><al><cursief><onderstreept>Exploitatievergunningen in
                            Aalburg</onderstreept></cursief></al><al>In Aalburg geldt op grond van artikel 2:28 van de APV een vergunningsplicht
                        voor alle horecabedrijven. Op grond van lid 9 van dit artikel zouden alle
                        bestaande horecabedrijven voor 1 juli 2010 moeten beschikken over een
                        exploitatievergunning. Gemeente Aalburg is sinds 2013 bezig met een
                        inhaalslag om er voor te zorgen dat elk horecabedrijf over een
                        exploitatievergunning beschikt. </al><al/><al><cursief><onderstreept>Exploitatievergunningen in
                            Werkendam</onderstreept></cursief></al><al>In Werkendam geldt op grond van artikel 2:28 van de APV een vergunningplicht
                        voor alle horecabedrijven. Het college is voornemens de raad voor te stellen
                        om voornoemd artikel te wijzigen in die zin voor bestaande bedrijven die ten
                        tijde van de inwerkingtreding van deze nota in het bezit zijn van een
                        vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor de
                        huidige inrichting de vergunningplicht wordt opgeschort, zolang er geen
                        nieuwe Drank- en Horecavergunning behoeft te worden aangevraagd en/of er
                        zich geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                        drugsgebruik en -handel voordoen in of bij de inrichting. Constateringen,
                        mutaties en advies van de politie (er is dan sprake van aantoonbare
                        overlast) zal hierin leidend zijn en zal leiden tot een schriftelijke
                        kennisgeving aan de exploitant, dat daardoor de opschorting wordt beëindigd
                        en zal alsnog een exploitatievergunning moeten worden aangevraagd.</al><al/><al>Voor alle horecabedrijven die na inwerkingtreding van deze nota een (nieuwe)
                        Drank- en Horecavergunning aanvragen geldt de mogelijkheid tot het
                        verkrijgen van opschorting van de vergunningplicht niet.</al><al/><al>De invoering van de exploitatievergunning zal op de volgende wijze worden
                        ingevoerd:</al><lijst><li nr="1."><al>Bestaande paracommerciële horecabedrijven die thans in het bezit
                                zijn van een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en
                                Horecawet wordt eenmalig kosteloos een
                                standaardexploitatievergunning verstrekt;</al></li><li nr="2."><al>Nieuwe of gewijzigde horecabedrijven krijgen op aanvraag een op maat
                                gesneden exploitatievergunning, waarvoor leges verschuldigd
                                zijn.</al></li></lijst><al/><al>Met betrekking tot probleemloze bedrijven wordt alleen een aantal
                        basisvoorschriften opgenomen in de vergunning. Afhankelijk van het soort
                        horecabedrijf zullen aanvullende, op maat gesneden, voorschriften in de
                        vergunning worden opgenomen als dat voor de bescherming van de omgeving
                        nodig is. </al><al/><al><cursief><onderstreept>Exploitatievergunningen in
                            Woudrichem</onderstreept></cursief></al><al>In Woudrichem geldt op grond van artikel 2:28 van de APV een
                        vergunningplicht voor alle horecabedrijven. Het vergunningstelsel zoals
                        hierboven genoemd geldt reeds lange tijd voor alle horecabedrijven. Er is
                        gestart met een inhaalslag. Bij de aanvraag van een nieuwe of gewijzigde
                        Drank- en Horecavergunning moet een exploitatievergunning worden
                        aangevraagd. </al><al/><al>De exploitatievergunning geldt niet voor horecabedrijven in
                        zorginstellingen, musea en clubhuizen en voor winkels (als bedoeld in
                        artikel 1 van de Winkeltijdenwet) voor zover de horeca een nevenactiviteit
                        is van de winkelactiviteit. Voor die laatste gelden dezelfde sluitingstijden
                        als voor de winkel.</al><al><vet>In de exploitatievergunning wordt, indien van toepassing, het terras
                            opgenomen en de eventuele gebruikmaking van het éénrichtingsverkeer (zie
                            voor nadere informatie </vet><vet>2.2.1.2 Sluitingstijden). In de
                            vergunning worden voorwaarden hieromtrent gesteld. </vet></al><al/><al>In deze nota worden de toetsingscriteria en uitgangspunten weergegeven, die
                        worden gevolgd bij de vergunningverlening.</al><al/><al><vet>Toetsingscriteria APV</vet></al><al>In de APV zijn de criteria vastgelegd, waaraan een aanvraag om een
                        exploitatievergunning getoetst moet worden:</al><lijst><li nr="1."><al>Een exploitatievergunning <onderstreept>moet</onderstreept> worden
                                geweigerd, als de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf
                                in strijd is met een geldend bestemmingsplan;</al></li><li nr="2."><al>Een exploitatievergunning <onderstreept>kan</onderstreept> geheel of
                                gedeeltelijk worden geweigerd, als naar het oordeel van de
                                burgemeester moet worden aangenomen dat door de aanwezigheid van het
                                horecabedrijf de woon- en leefsituatie in de omgeving van het
                                horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig
                                wordt beïnvloed.</al></li></lijst><al>Bij de toepassing van de 2<sup>e</sup> weigeringsgrond houdt de burgemeester
                        rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf
                        is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de
                        spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot komt
                        te staan door de exploitatie van het horecabedrijf.</al><al/><al><onderstreept>In strijd met bestemmingsplan </onderstreept></al><al>Bij de toets aan de eerste weigeringsgrond bestaat - gelet op het dwingende
                        karakter daarvan - geen beleidsvrijheid voor de burgemeester. Voor zover de
                        vestiging van het bedrijf of de ontplooiing van de activiteiten in strijd
                        zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, moet de
                        exploitatievergunning worden geweigerd. De burgemeester dient bij de
                        beoordeling van de aanvraag te blijven binnen de gegeven planologische
                        kaders. Het college c.q. de raad heeft de mogelijkheid om de planologische
                        randvoorwaarden voor de vestiging of wijziging van een horecabedrijf te
                        creëren, als geoordeeld wordt dat de vestiging of de ontwikkeling van een
                        bepaalde horecafunctie ter plaatse gewenst is gelet op de ruimtelijke
                        visie.</al><al/><al><onderstreept>Woon- en leefomgeving en openbare orde (leefbaarheid)
                        </onderstreept></al><al>Staat een bestemmingsplan de vestiging van een horecabedrijf toe, dan moet
                        worden afgewogen of de in de tweede weigeringsgrond genoemde belangen zich
                        niet verzetten tegen de komst van het horecabedrijf. Daarbij is van belang
                        in welke mate van het bedrijf zelf overlast is te verwachten, maar ook in
                        welke mate de komst van het bedrijf de leefbaarheid en het karakter van de
                        buurt zullen aantasten.</al><al>Meestal kunnen de eventueel nadelige gevolgen voor de omgeving worden
                        voorkomen of beperkt door het opnemen van voorschriften in een
                        exploitatievergunning. Welke randvoorwaarden worden gesteld, is afhankelijk
                        van het type bedrijf dat zich wil vestigen, maar ook van de wijze van
                        exploitatie door de ondernemer. </al><al/><al><vet>Beleidsuitgangspunten</vet></al><al>Bij de beoordeling van een aanvraag om een exploitatievergunning worden de
                        hierna weergegeven uitgangspunten in acht genomen.</al><al/><al><onderstreept>Geen maximumstelsel </onderstreept></al><al>De APV kent de mogelijkheid via beleid vooraf het aantal horecabedrijven in
                        enige wijk of straat aan een maximum te binden, als verwacht wordt dat door
                        het overschrijden van een bepaald aantal horecabedrijven de openbare orde in
                        gevaar wordt gebracht. Binnen de gemeenten zijn er geen gebieden, waar dit
                        momenteel noodzakelijk is. Er wordt dus vooralsnog geen maximumstelsel
                        gehanteerd. </al><al/><al>Met dit uitgangspunt wordt echter geenszins de in enig bestemmingsplan
                        vastgelegde horecabestemmingen opzij gezet. Feitelijk biedt het
                        exploitatievergunningenstelstel een <cursief>extra</cursief> mogelijkheid om
                        bij grote vrees voor aanzienlijke overlast of openbare orde verstoringen de
                        exploitatie van een (bepaald soort) horecabedrijf te voorkomen, ook al zou
                        een bestemmingsplan de vestiging of uitbreiding van dat horecabedrijf wel
                        mogelijk maken, onder voorwaarde dat wordt aangetoond of aannemelijk wordt
                        gemaakt dat van zo’n gevaar in concreto sprake is. </al><al/><al><onderstreept>Persoons- en inrichtingsgebonden </onderstreept></al><al>Een exploitatievergunning bevat elementen, die zowel een persoons- als
                        inrichtingsgebonden karakter hebben. Wat dit betreft is deze vergunning
                        vergelijkbaar met een drank- en horecavergunning. Voor het principe van
                        inrichtings- én persoonsgebondenheid van de exploitatievergunning is in de
                            APV<extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftn1">[1]</extref> gekozen, omdat naast het type horecabedrijf ook de wijze
                        van exploitatie door de ondernemer van belang is bij het voorkomen van
                        overlast en verstoringen van de openbare orde. </al><al>Vanwege het persoonsgebonden karakter van de vergunning wordt in iedere
                        exploitatievergunning het voorschrift opgenomen dat de vergunning niet
                        overdraagbaar is. </al><al/><al>De aard van het bedrijf bepaalt voor een groot deel de invloed op de
                        omgeving. Het maakt immers verschil of zich op een bepaalde locatie een
                        broodjeszaak vestigt, die alleen overdag open is of dat er sprake is van een
                        café. In iedere exploitatievergunning wordt daarom expliciet vermeld wat de
                        aard van de horeca-activiteiten is. Dit is niet alleen van belang voor het
                        bepalen van de inhoud van de vergunningvoorschriften, maar ook voor de vraag
                        wanneer een nieuwe exploitatievergunning nodig is. In een
                        exploitatievergunning wordt het voorschrift opgenomen dat een nieuwe
                        vergunning moet worden aangevraagd, als de aard van het bedrijf of van de
                        activiteiten wijzigt.</al><al/><al><onderstreept>Uitgesloten van
                        exploitatievergunningplicht</onderstreept></al><al>Voor een aantal categorieën van kleinschalige horecabedrijven waar geen
                        alcohol wordt geschonken, en waar de openbare orde evident niet in het
                        geding is, is geen exploitatievergunning nodig. De vergunningplicht geldt
                        niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                        Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de
                        winkelactiviteit. Te denken valt aan een ontbijthoekje bij de bakker. Voor
                        een dergelijk horecabedrijf gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                        winkel. </al><al>De vergunningplicht geldt op grond van artikel 2.28, lid 7 van de APV in
                        Woudrichem tevens niet voor: zorginstellingen waar een voor het publiek
                        toegankelijke eettafel is en restaurants in musea en in clubhuizen
                        (paracommerciële inrichtingen). In Aalburg en Werkendam geldt de
                        vergunningplicht op grond van artikel 2.28 lid 8 van de APV niet voor een
                        horecabedrijf in zorginstellingen, voor een horecabedrijf in musea, voor een
                        horeca-inrichting in scholen en voor een horeca-inrichting in
                        bedrijfskantines. Indien alcoholische dranken worden geschonken, moet wel
                        een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet worden aangevraagd en
                        zijn verleend.</al><al/><al><onderstreept>Duur van de vergunning</onderstreept></al><al>De geldigheidsduur van de exploitatievergunning is in beginsel onbeperkt
                        (komt overeen met de geldigheidsduur van de drank- en horecavergunning),
                        tenzij er naar het oordeel van de burgemeester redenen aanwezig zijn hiervan
                        af te wijken. De administratieve lasten voor zowel de horecaondernemer als
                        de gemeente worden hierdoor zo veel mogelijk beperkt. Dit betekent overigens
                        niet dat de vergunning niet meer kan worden ingetrokken of gewijzigd. Als
                        bijvoorbeeld de aard of de omvang van een horecabedrijf of als de ondernemer
                        wijzigt, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. Hierdoor wordt
                        voorkomen dat in de loop van de tijd de impact op de omgeving wijzigt zonder
                        dat nadere voorschriften worden opgenomen of – in het uiterste geval - een
                        exploitatievergunning kan worden geweigerd </al><al><extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftnref1">[1]</extref> Het persoonsgebonden karakter van de exploitatievergunning
                        volgt uit artikel 1.5 van de APV</al><al/><al><onderstreept>BIBOB</onderstreept></al><al>Om te voorkomen dat de gemeente ongewild en/of onbewust criminele
                        activiteiten faciliteert, is besloten dat aan iedere nieuwe horecaondernemer
                        een vragenlijst op basis van de Wet Bevordering Integriteitbeoordeling
                        Openbaar Bestuur (BIBOB) wordt voorgelegd. De ingevulde vragenlijst dient
                        aangemerkt te worden als verplicht onderdeel van de aanvraag voor een
                        exploitatievergunning en dient dan ook gelijktijdig met de aanvraag voor een
                        exploitatievergunning te worden ingediend, waarna het risico op criminele
                        activiteiten kan worden onderzocht. Onder 2.2.3.2 van deze nota wordt hier
                        nader op ingegaan.</al><al/><al><onderstreept>Sluitingstijden</onderstreept></al><al>In de exploitatievergunning wordt in beginsel geen sluitingstijd opgenomen.
                        Het vermelden van een voorschrift over sluitingstijden in een
                        exploitatievergunning is niet nodig omdat de sluitingstijden voor
                        horecabedrijven (en paracommerciële inrichtingen) rechtstreeks uit de APV
                        (artikel 2:29) volgen. Onder 2.2.1.2 van deze nota wordt nader op dit
                        onderwerp ingegaan. </al><al>Voor terrassen gelden andere voorschriften, zie 2.2.1.5.</al><al/><al><onderstreept>Paracommerciële inrichtingen </onderstreept></al><al>De exploitatievergunningplicht geldt in Aalburg en Werkendam ook voor
                        paracommerciële inrichtingen, zoals bijvoorbeeld sportkantines en
                        buurthuizen. Vanuit het oogpunt van voorkoming van overlast of openbare orde
                        problemen bestaan er in algemene zin geen redenen om voor deze inrichtingen
                        specifieke voorschriften in de exploitatievergunning op te nemen. Voor
                        paracommerciële inrichtingen gelden er voorts in de drie gemeenten op basis
                        van artikel 2:34A van de APV beperkingen, waaronder beperktere
                        schenkingstijden. Hierin wordt onder 2.2.2.2 van deze nota verder op
                        ingegaan.</al><al/><al><onderstreept>Geluid </onderstreept></al><al>In de exploitatievergunning worden geen geluidsvoorschriften opgenomen,
                        bijvoorbeeld over muziekgeluid vanuit de inrichting, omdat de
                        milieuvoorschriften als middel beter zijn toegerust om dit te regelen. Onder
                        2.2.3.3 van deze nota wordt hier nader op ingegaan. </al><al/><al><onderstreept>Veiligheidsplan </onderstreept></al><al>Met betrekking tot horecabedrijven, die – naar het oordeel van de
                        burgemeester op advies van de politie - door hun aard of door hun ligging
                        overlast kunnen veroorzaken of waar veelvuldige verstoringen van de openbare
                        orde kunnen plaatsvinden, wordt in de exploitatievergunning de verplichting
                        opgenomen om te beschikken over een veiligheidsplan.</al><al/><al>In zo'n veiligheidsplan dient minimaal het volgende geregeld/opgenomen te
                        zijn: </al><lijst><li nr="1."><al>een instructie voor het personeel over het omgaan met calamiteiten,
                                ontruimingen, het weigeren van toegang aan personen, het verwijderen
                                van bezoekers, de omgang met bezoekers (in het bijzonder bij
                                overlast, geweld en criminaliteit)<extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftn1">[1]</extref>;</al></li><li nr="2."><al>op welke wijze personeel in de gelegenheid wordt gesteld om
                                vaardigheden te ontwikkelen in verband met het genoemde onder
                                1;</al></li><li nr="3."><al>vergunninghouder dient er op toe te zien dat het personeel zich
                                houdt aan het genoemde onder 1;</al></li><li nr="4."><al>welke maatregelen zijn of worden getroffen ter voorkoming van
                                criminele activiteiten in en buiten het horecabedrijf, zoals handel
                                in drugs, geweldpleging, discriminatie, vernieling etc.;</al></li><li nr="5."><al>de wijze waarop aangifte en melding wordt gedaan van strafbare
                                feiten;</al></li><li nr="6."><al>het instellen van een lokaalverbod;</al></li><li nr="7."><al>het opstellen van huisregels, waaraan bezoekers zich moeten houden
                                alsmede het zichtbaar presenteren van de huisregels. Deze moeten
                                zichtbaar zijn aangebracht voor bezoekers/gasten. Bezoekers worden,
                                indien nodig, hierop geattendeerd.</al></li></lijst><al>Deze huisregels moet in ieder geval het volgende bevatten:</al><al>- het is verboden alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon die
                        in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van drugs
                        verkeert; en</al><al>- het is verboden alcoholhoudende drank te schenken aan jongeren onder de 18
                        jaar en het is verboden om sterke drank te schenken aan jongeren onder de 18
                        jaar. </al><lijst><li nr="1."><al>de aanwezigheid van beveiligingsmedewerkers tijdens bepaalde uren
                                tijdens openingstijden van het horecabedrijf (uitsluitend op
                                concreet advies/verzoek van de politie).</al></li></lijst><al><extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftnref1">[1]</extref> Op grond van de Wet op de Particuliere
                        Beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wet PBOR) is dit verplicht
                        voor beveiligingsmedewerkers.</al><al/><al><onderstreept>Beveiligingsmedewerkers </onderstreept></al><al>Op basis van het veiligheidsplan kan een verplichting worden opgenomen dat
                        de horecaondernemer er voor zorgt dat er op bepaalde tijden gecertificeerde
                        beveiligingsmedewerkers (portiers) aanwezig zijn. De beveiligingsmedewerkers
                        moeten voldoen aan de eisen van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties
                        en recherchebureaus (Wet PBOR). De beveiligingsmedewerkers moeten toezicht
                        houden in het bedrijf en in de directe omgeving van het bedrijf en als
                        zodanig herkenbaar zijn. Zij kunnen bij de constatering van strafbare feiten
                        verdachten op heterdaad aanhouden en (direct) overdragen aan de plaatselijke
                        politie. Kortom: van beveiligingmedewerkers wordt verwacht dat zij handelen
                        binnen hun wettelijke bevoegdheden. </al><al/><al>Het aantal beveiligingsmedewerkers wordt bepaald, afhankelijk van het soort
                        bedrijf, het aantal bezoekers en de (verwachte) mate van overlast (voor de
                        omgeving). Als er beveiligingsmedewerkers aanwezig moeten zijn, wordt
                        eveneens in de vergunning bepaald op welke uren zij aanwezig moeten zijn. </al><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>In Aalburg geldt de exploitatievergunningplicht
                                                  voor alle horecabedrijven. Er is gestart met een
                                                  inhaalslag, deze zal verder worden voortgezet. </al><al/><al>In Werkendam worden horecabedrijven die ten
                                                  tijde van de inwerkingtreding van deze nota in het
                                                  bezit waren van een artikel 3 drank- en
                                                  horecavergunning vrijgesteld van de
                                                  vergunningplicht zolang er zich geen incidenten
                                                  gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                                  drugsgebruik en -handel voordoen in of bij de
                                                  inrichting, en zolang er geen nieuwe drank- en
                                                  horecavergunning behoeft te worden
                                                  aangevraagd.</al><al>Horecabedrijven die een (nieuwe) vergunning
                                                  behoeven dienen een exploitatievergunning aan te
                                                  vragen;</al><al>Aan paracommerciële inrichtingen wordt eenmalig
                                                  kosteloos een exploitatievergunning verstrekt. </al><al/><al>In Woudrichem geldt de
                                                  exploitatievergunningplicht voor alle
                                                  horecabedrijven. Er is gestart met een inhaalslag,
                                                  deze zal verder worden voortgezet. </al><al/><al>De gemeenten hanteren bij het verlenen van
                                                  exploitatievergunningen de volgende
                                                  uitgangspunten:</al><al>Er wordt geen maximumstelsel met betrekking tot
                                                  de vestiging van horecabedrijven gehanteerd;Een
                                                  exploitatievergunning is persoons- en
                                                  inrichtingsgebonden en daarom niet overdraagbaar;
                                                  Een exploitatievergunning wordt verleend voor
                                                  onbepaalde tijd;Iedere nieuwe horecaondernemer is
                                                  verplicht een volledig een Bibob-vragenformulier
                                                  in te vullen;Een exploitatievergunning bevat geen
                                                  voorschriften over sluitingstijden (m.u.v.
                                                  terrassen); Een exploitatievergunning bevat geen
                                                  specifieke voorschriften voor paracommerciële
                                                  inrichtingen;In een exploitatievergunning worden
                                                  geen geluidsnormen opgenomen;In de
                                                  exploitatievergunning van bedrijven, die naar het
                                                  oordeel van de burgemeester op advies van de
                                                  plaatselijke politie door hun aard of ligging
                                                  overlast kunnen veroorzaken of waar veelvuldige
                                                  verstoringen van de openbare orde door bezoekers
                                                  (kunnen) plaatsvinden, worden aanvullende
                                                  voorschriften opgenomen over het beschikken over
                                                  een veiligheidsplan, waarin onder andere de
                                                  aanwezigheid van gecertificeerd
                                                  beveiligingpersoneel en huisregels zijn
                                                  geregeld.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al/><al><cursief>2.2.1.2 Sluitingstijden</cursief></al><al/><al>De sluitingstijden zijn bepaald in de APV. Voor de gemeenten geldt een
                        sluitingstijd van maandag tot en met zondag tussen 02.00 uur en 05.00 uur.
                        Het is de exploitant verboden het horecabedrijf op genoemde tijden voor
                        bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten
                        verblijven. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                        andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf</al><al>of een daartoe behorend terras. </al><al/><al>Aalburg en Werkendam</al><al>Over de uitoefening van de bevoegdheid tot het vaststellen van andere
                        sluitingstijden hebben de burgemeesters van Aalburg en Werkendam geen nadere
                        regels vastgesteld. Volledigheidshalve wordt de notitie sluitingstijden
                        horecabedrijven van de voormalige gemeente Dussen gedateerd 8 december 1994
                        ingetrokken. </al><al>De burgemeesters van Aalburg en Werkendam hanteren als regel dat per geval
                        beoordeeld wordt of al dan niet ontheffing wordt verleend, waarbij moet
                        worden opgemerkt dat als uitgangspunt geldt dat slechts ontheffing zal
                        worden verleend aan discotheken en/of poppodia, voor zover mogelijk en onder
                        daartoe te stellen voorwaarden.</al><al/><al>Woudrichem </al><al>De burgemeester van Woudrichem heeft twee beleidsregels sluitingstijden
                        vastgesteld: </al><lijst><li nr="1."><al>Vaststellen andere Sluitingstijd voor horecabedrijven in de Gemeente
                                Woudrichem;</al></li><li nr="2."><al>Eénrichtingsverkeer voor horecabedrijven in de Gemeente
                                Woudrichem.</al></li></lijst><al><cursief>1. ‘Vaststellen andere Sluitingstijd voor horecabedrijven in de
                            Gemeente Woudrichem’</cursief> Uitgangspunt van deze beleidsregel is dat
                        er geen andere sluitingstijd wordt vastgesteld. Slechts wanneer de aanvraag
                        een bijzondere omstandigheid betreft welke breed gedragen wordt door de
                        lokale bevolking, zal de burgemeester een verzoek om het incidenteel
                        vaststellen van een andere sluitingstijd in overweging nemen. Hieronder
                        vallen onder meer de jaarwisseling, carnaval, kermis, een groot evenement in
                        een bepaalde kern of in de gemeente, Koningsdag en Bevrijdingsdag. Hieronder
                        wordt zeker niet verstaan, een optreden of feestavond in een bepaald
                        horecabedrijf. </al><al><cursief>2. ‘ Eénrichtingsverkeer’ voor horecabedrijven in de Gemeente
                            Woudrichem’ </cursief> Op schriftelijk verzoek van de horecaondernemer
                        kan de burgemeester uitsluitend in de nachten van vrijdag op zaterdag en
                        zaterdag op zondag toestemming verlenen om tot uiterlijk 03.00 uur geopend
                        te mogen zijn. Centraal staat het éénrichtingsverkeer: in het horecabedrijf
                        mogen na 02.00 uur geen bezoekers meer toegelaten mogen worden. Daarnaast
                        wordt aan het vaststellen van een andere sluitingstijd in ieder geval de
                        volgende voorwaarden verbonden: 1. uiterlijk om 03.00 uur mogen er in het
                        gehele horecabedrijf geen bezoekers meer aanwezig zijn; 2. na 02.00 uur moet
                        het geluidsniveau van de muziek omlaag zijn gebracht; 3. de
                        horeca-exploitant moet ervoor zorg dragen dat de bezoekers het horecabedrijf
                        geleidelijk en in alle rust verlaten. Alle horecaondernemers in de Gemeente
                        Woudrichem kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om een vergunning of
                        toestemming te vragen om het horecabedrijf tot 03.00 uur geopend te mogen
                        hebben, met inachtneming van genoemde voorwaarden. De beleidsregels zijn als
                        bijlage 1 en bijlage 2 bijgevoegd.</al><al/><al>Horecabedrijven mogen dagelijks geopend zijn vanaf 05.00 uur tot 02.00
                        uur.</al><al>Woudrichem heeft op grond van artikel 2:29 van de APV beleid rondom
                        sluitingstijden vastgesteld. </al><al/><al><vet>2.2.1.3 Festiviteiten (Activiteitenbesluit) </vet></al><al/><al>Met festiviteiten wordt in deze paragraaf uitsluitend bedoeld de
                        dagen/dagdelen waarop de horecaondernemer de geluidsnormen op basis van het
                        Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit)
                        mag overschrijden. Een festiviteit in een horecabedrijf kan daarom niet
                        gelijkgesteld worden met een evenement. Voor alle horecabedrijven (met
                        uitzondering van Bed &amp; Breakfast voorzieningen) in de gemeenten is het
                        Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van toepassing. Dit
                        besluit bevat onder andere geluidsvoorschriften, waaraan de horecabedrijven
                        moeten voldoen. De APV kent de mogelijkheid dat dagen of dagdelen worden
                        aangewezen waarop bepaalde geluidsvoorschriften niet gelden. Het kan gaan om
                        de aanwijzing van collectieve dagen, die op meer of zelfs alle
                        horecabedrijven van toepassing zijn of om incidentele festiviteiten. </al><al>Omdat de geluidsvoorschriften tijdens deze festiviteiten niet gelden wil dit
                        niet zeggen dat het (horeca)bedrijf ongelimiteerd geluid mag produceren. In
                        de APV van Aalburg en Werkendam zal worden opgenomen dat tijdens deze dagen
                        maximaal 70 dB(A) gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een
                        hoogte van 1,5 meter, geproduceerd mag worden tot 24.00 uur. In de APV van
                        Woudrichem staat dat het normaal geldende geluidsniveau (de artikelen 2.17,
                        2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit) met maximaal 20 dB(A) overschreden
                        mag worden, wat eveneens neerkomt op maximaal 70 dB(A) gemeten op de gevel
                        van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter, mits de houder van
                        de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het
                        college daarvan in kennis heeft gesteld. Het ten gehore brengen van extra
                        muziekgeluid - hoger dan de geluidsnorm – moet uiterlijk om 24.00 uur
                        beëindigd zijn. De geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege
                        muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing
                        gelaten. De geluidsnorm geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting
                        en niet voor de buitenruimte. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid
                        blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten
                        van personen of goederen. Ondanks diverse maatregelen levert dit een niet te
                        onderschatten hinder op voor de woonomgeving, zodat bij overtreding
                        handhaving vereist is.</al><al><vet>Collectieve festiviteiten</vet></al><al>De raden van de gemeenten hebben in artikel 4:2 van de APV bepaald dat het
                        college jaarlijks collectieve festiviteiten kan aanwijzen. Het is dan
                        gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen, toegestaan de
                        geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                        Activiteitenbesluit te overschrijden. Tot op heden zijn er nog geen dagen of
                        dagdelen aangewezen. </al><al/><al><vet>Incidentele festiviteiten</vet></al><al>De raad in Werkendam heeft in artikel 4:3 van de APV bepaald dat het college
                        per horecabedrijf maximaal 4 incidentele festiviteiten mag toestaan. In
                        Aalburg en Woudrichem hebben de raden in artikel 4:3 van de APV bepaald dat
                        het in een inrichting toegestaan is maximaal 12 incidentele festiviteiten
                        per kalenderjaar te houden. In alle gemeenten geldt dat de houder van de
                        inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                        college daarvan in kennis moet stellen. In principe wordt ieder verzoek
                        gehonoreerd, mits het maximale aantal niet overschreden wordt en de
                        inrichting voor het overige voldoet aan de gestelde eisen van het
                        Activiteitenbesluit. </al><al/><al>De termijn voor het indienen van een kennisgeving geeft gelegenheid te
                        beoordelen op welke wijze de houder van een horecabedrijf de (geluids)hinder
                        zoveel mogelijk kan voorkomen. Hiervoor kunnen aanvullende gegevens worden
                        gevraagd over onder meer:</al><lijst><li nr="1."><al>Voorzieningen die binnen de inrichting worden aangebracht;</al></li><li nr="2."><al>Gedragsregels die binnen de inrichting in acht worden genomen;</al></li><li nr="3."><al>De periode van openstelling van de gehele inrichting, het terras,
                                het parkeerterrein of een ander gedeelte van de inrichting.</al></li></lijst><al/><al>Bij de bevestiging van de kennisname van de melding wordt de houder van het
                        horecabedrijf er in ieder geval op gewezen dat hij omwonenden van de
                        festiviteit in kennis moet stellen.</al><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>De APV kent de mogelijkheid dat het college
                                                  collectief dagen en/of dagdelen aanwijst waarop
                                                  voor bepaalde horecabedrijven en/of gebieden de
                                                  gebruikelijke geluidsvoorschriften niet
                                                  gelden.</al><al/><al>Het maximaal aantal incidentele festiviteiten
                                                  per jaar in Werkendam bedraagt 4 en in Aalburg en
                                                  Woudrichem 12. De houder van een horecabedrijf is
                                                  verplicht 10 werkdagen voor aanvang van de
                                                  festiviteit hiervan een kennisgeving te doen aan
                                                  het college.</al><al/><al>Tijdens deze festiviteiten mag na aanpassing van
                                                  de APV tot 24.00 uur in Werkendam niet meer dan 70
                                                  dB(A) geproduceerd worden. In Aalburg is dat
                                                  80db(A) en in Woudrichem is een overschrijding van
                                                  max. 20 dB(A) op basis van de geluidsnormen van
                                                  het Activiteitenbesluit toegestaan. </al><al/><al>De houder van het horecabedrijf is verplicht de
                                                  omwonenden van de festiviteit in kennis te
                                                  stellen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al/><al><vet>2.2.1.4 Speelautomaten </vet></al><al><vet>Juridisch kader</vet></al><al>In artikel 30 van de Wet op de Kansspelen en de daarop berustende bepalingen
                        wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een
                                spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld
                                mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat
                                kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen
                                of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te
                                spelen;</al></li><li nr="2."><al>behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het spelresultaat
                                uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op
                                gratis spellen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld,
                                door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel
                                van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe
                                geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur verlengd of
                                het recht op gratis spelen verkregen wordt;</al></li><li nr="3."><al>kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat
                                is;</al></li><li nr="4."><al>hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/geldigheidsdatum_15-09-2010#1_Artikel1">artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet</extref>,
                                waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid
                                wordt uitgeoefend:</al></li></lijst><al>1°. waar het café en het restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen
                        andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een zelfstandige betekenis kan
                        worden toegekend en</al><al>2°. waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van
                        18 jaar en ouder.</al><lijst><li nr="1."><al>laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/geldigheidsdatum_15-09-2010#1_Artikel1">artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet</extref>,
                                waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid
                                wordt uitgeoefend, die geen hoogdrempelige inrichting is, of een
                                inrichting waarin horeca-activiteiten worden verricht en waarvan de
                                ondernemer inschrijfplichtig is en ingeschreven is bij het
                                Bedrijfschap Horeca.</al></li></lijst><al/><al>In artikel 30b eerste lid van de Wet op de Kansspelen is het volgende
                        bepaald:</al><al>Het is verboden, behoudens het in deze Titel bepaalde, zonder vergunning van
                        de burgemeester een of meer kansspelautomaten aanwezig te hebben</al><al>a. op of aan de openbare weg;</al><al>b. op voor het publiek toegankelijke plaatsen;</al><al>c. in niet voor het publiek toegankelijke inrichtingen, waarvoor ingevolge
                        artikel 3 van de Drank- en Horecawet een vergunning voor de uitoefening van
                        het horecabedrijf is vereist of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is
                        bij het Bedrijfschap Horeca.</al><al/><al>In artikel 2.40 van de APV is geregeld dat in hoogdrempelige inrichtingen
                        maximaal twee kansspelautomaten zijn toegestaan. In laagdrempelige
                        inrichtingen zijn geen kansspelautomaten toegestaan.</al><al/><al><vet>Voorwaarden en voorschriften</vet></al><al>Aan de vereiste aanwezigheidsvergunning worden in ieder geval de volgende
                        voorschriften verbonden: </al><lijst><li nr="1."><al>het is verboden personen onder de achttien jaar op een
                                kansspelautomaat te laten spelen;</al></li><li nr="2."><al>het is verboden personen die onder invloed van drank of drugs
                                verkeren, of zich op hinderlijke wijze gedragen op een speelautomaat
                                te laten spelen;</al></li><li nr="3."><al>er mogen alleen speelautomaten worden opgesteld, welke in eigendom
                                toebehoren aan personen, die in het bezit zijn van een
                                exploitatievergunning (te verlenen door de Minister van
                                Justitie);</al></li><li nr="4."><al>de opgestelde speelautoma(a)t(en) moeten zijn voorzien van een
                                merkteken waaruit toelating doorde Minister van
                                Economische Zaken blijkt;</al></li><li nr="5."><al>zodra een speelautomaat enige storing vertoont, waardoor deze niet
                                meer volledig aan het gestelde doel beantwoordt, dient de
                                vergunninghouder het apparaat buiten gebruik te stellen, totdat de
                                storing is opgeheven;</al></li><li nr="6."><al>een speelautomaat welke zodanig defect is dat hiermee niet meer kan
                                worden gespeeld, wordt geacht niet aanwezig te zijn zolang het
                                buiten gebruik is gesteld;</al></li><li nr="7."><al>de verleende vergunning moet in de inrichting aanwezig zijn en moet
                                op verzoek van iedere bevoegde ambtenaar onmiddellijk ter inzage
                                worden gegeven.</al></li></lijst><al>De aanwezigheidsvergunning kan onder omstandigheden worden geweigerd of
                        ingetrokken.</al><al/><al><vet>Vergunningsduur</vet></al><al>Tot op heden werden de aanwezigheidsvergunningen voor speelautomaten
                        jaarlijks opnieuw verleend. Over het algemeen gaat het om dezelfde
                        vergunning die jaarlijks verleend wordt. De wetgever laat niet veel ruimte
                        als het gaat om de aantallen en het soort speelautomaten. </al><al>Om onnodige administratieve handelingen en kosten te voorkomen voor zowel de
                        aanvrager/horecaondernemer als de gemeenten wordt de aanwezigheidsvergunning
                        met ingang van inwerkingtreding van deze nota verleend voor <vet>onbepaalde
                            tijd</vet>. Als zich wijzigingen voordoen met betrekking tot de
                        onderneming (bijvoorbeeld wijziging van eigenaar) dan dient een nieuwe
                        vergunning aangevraagd te worden.</al><al/><al/><al><vet>Behendigheidsautomaten</vet></al><al>Behendigheidsautomaten zijn, in tegenstelling tot kansspelautomaten,
                        toegestaan in laagdrempelige inrichtingen. Voorheen was een vergunning
                        vereist voor behendigheidsautomaten, per 1 juli 2010 is de
                        aanwezigheidsvergunning voor behendigheidsautomaten afgeschaft. Gebleken is
                        dat de aanwezigheidsvergunning voor behendigheidsautomaten niet noodzakelijk
                        is ter voorkoming van kansspelverslaving. Om deze reden is de vergunning
                        afgeschaft in de 'Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enkele
                        andere wetten in verband met lastenverlichting voor burgers en
                        bedrijfsleven', welke per 1 juli 2010 in werking is getreden. De
                        behendigheidsautomaat moet wel voorzien zijn van het merkteken, dat aangeeft
                        dat het om een toegelaten model behendigheidsautomaat gaat, en een
                        firmasticker, waaruit blijkt door welke exploitant deze speelautomaat wordt
                        geëxploiteerd. </al><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>In een hoogdrempelige inrichting zijn maximaal
                                                  twee kansspelautomaten toegestaan. Een
                                                  aanwezigheidsvergunning voor
                                                  kansspelautoma(a)t(en) wordt voor onbepaalde tijd
                                                  verleend, aan deze vergunning worden voorschriften
                                                  verbonden. </al><al/><al>De aanwezigheidsvergunning voor
                                                  behendigheidsautomaten is afgeschaft. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al/><al><vet>2.2.1.5 Terrassen</vet></al><al>Terrassen hebben over het algemeen een sfeerbevorderende uitstraling. Ze
                        dragen bij aan de bevordering van het toerisme in de gemeenten. </al><al/><al><vet>Juridisch kader Aalburg</vet></al><al>In de APV van Aalburg zijn in artikel 2:28a algemene regels opgenomen met
                        betrekking tot het exploiteren van terrassen. Als het terras aan deze regels
                        voldoet, dan hoeft er geen exploitatievergunning te worden aangevraagd voor
                        het betreffende terras. </al><al/><al><vet>Artikel 2:28a Exploiteren van terrassen</vet></al><al>1. Het is verboden een terras te exploiteren, indien:</al><al> a. de exploitant met betrekking tot de ligging en het onderhoud aan het
                        terras niet de nodige zorgvuldigheid betracht;</al><al> b. het terras ontsierend is voor het straatbeeld;</al><al> c. het terras gevaar of hinder oplevert voor de omgeving;</al><al> d. op wegen of weggedeelten, bestaande uit een rijbaan en een
                        trottoir:</al><al> - het terras op de rijbaan wordt geplaatst; of</al><al> - op het trottoir tussen het terras en de rijbaan, of geplaatste objecten,
                        geen vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 1,5 meter aanwezig is;</al><al> e. het elders dan bij het pand wordt aangelegd waar het bedrijf
                        geëxploiteerd wordt;</al><al> f. op wegen of weggedeelten, enkel bestaand uit een trottoir, geen vrije en
                        onbelemmerde doorgang van minimaal 3,5 meter aanwezig is en blijft.</al><al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste
                        lid.</al><al/><al><vet>Juridisch kader Werkendam</vet></al><al>In Werkendam valt op grond van de definitie van een horecabedrijf, op grond
                        van het bepaalde in artikel 2:27 onder a ook een bij het bedrijf behorend
                        terras.</al><al>Aan de raad zal worden voorgesteld om artikel 2:28 van de APV
                        (exploitatievergunning) als volgt uit te breiden: </al><lijst><li nr="1."><al>Indien de vergunningaanvraag mede betrekking heeft op één of meer
                                bij het horecabedrijf behorende terrassen op een openbare plaats,
                                beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die openbare
                                plaats ten behoeve van het terras.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de ingebruikneming van die openbare plaats als
                                bedoeld in het achtste lid weigeren:</al><lijst><li nr="1."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare
                                        plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                        openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                        daarvan;</al></li><li nr="2."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                        doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>Juridisch kader Woudrichem</vet></al><al>In Woudrichem is in artikel 2:28 van de APV de exploitatievergunningplicht
                        voor een horecabedrijf geregeld, in lid 8 en 9 wordt specifiek ingegaan op
                        het terras als onderdeel van de exploitatievergunning. </al><al>8. Indien de vergunningaanvraag mede betrekking heeft op één of meer bij het </al><al> horecabedrijf behorende terrassen op een openbare plaats, beslist de
                        burgemeester </al><al> over de ingebruikneming van die openbare plaats ten behoeve van het
                        terras.</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan de ingebruikneming van die openbare plaats als
                                bedoeld in het achtste lid weigeren:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats
                                dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats
                                of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="2."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig
                                beheer en onderhoud van de openbare plaats.</al></li></lijst><al/><al><vet>Toelichting Woudrichem </vet>Een terras is alleen toegestaan bij een
                        gevestigde horecazaak. Het gebruik van een terras mag in geen geval schade
                        toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor weggebruikers of een
                        belemmering vormen voor beheer en onderhoud van de weg.</al><al/><al>Mede in het belang van vereenvoudiging van vergunningen en deregulering
                        overweegt Woudrichem om nadere regels vast te stellen. In dat geval zal de
                        APV aangepast moeten worden. Het overgangsrecht met betrekking tot terrassen
                        zal dan moeten worden bezien.</al><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>In Aalburg is het toegestaan zonder vergunning
                                                  een terras te exploiteren, zolang aan de
                                                  bepalingen van artikel 2:28a APV wordt voldaan. </al><al>In Werkendam en Woudrichem is een
                                                  exploitatievergunning vereist voor het plaatsen en
                                                  exploiteren van een terras.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al><vet><cursief>2.2.2 Drank- en Horecawet</cursief></vet></al><al/><al><vet><cursief>2.2.2.1. Artikel 3 Drank- en Horecawet</cursief></vet></al><al/><al>De gemeente heeft bij de behandeling van deze vergunning weinig
                        beleidsvrijheid, het betreft hier een zogenaamde gebonden beschikking. De
                        wet schrijft ten aanzien van deze vergunning en de behandeling daarvan
                        dwingendrechtelijk voor (een wet bevat dwingend recht indien het <extref doc="http://nl.wikipedia.org/wiki/Rechtsregels">rechtsregels</extref>
                        stelt waarvan niet door betrokkenen mag worden afgeweken). Als aan alle
                        voorwaarden is voldaan moet de gemeente de vergunning verstrekken.</al><al/><al><vet>Juridisch kader</vet></al><al>In artikel 3 van de Drank- en Horecawet wordt de vergunningplicht van een
                        horecabedrijf geregeld. Het is verboden zonder daartoe strekkende vergunning
                        van burgemeester en wethouders het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te
                        oefenen.</al><al/><al><vet>Voorwaarden/toetsingscriteria </vet></al><al>De Horeca-inrichting moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel. De
                        inrichting moet voldoen aan de gestelde inrichtingseisen van de Drank- en
                        Horecawet. Bij openingstijden van meer dan 60 uur dient de horeca-inrichting
                        te beschikken over minimaal twee leidinggevenden. Bij minder dan 60 uur
                        volstaat één leidinggevende. Een leidinggevende moet tijdens openingstijden
                        altijd aanwezig zijn. Bij afwezigheid van de leidinggevende (bijvoorbeeld
                        door ziekte of vakantie) mag er geen alcoholhoudende drank worden
                        geschonken. Voor het verkrijgen van een drank- en horecavergunning dienen
                        alle ondernemers en leidinggevenden in het bezit te zijn van het diploma
                        Verklaring Sociale Hygiëne, ze moeten minimaal 21 jaar zijn en voldoen aan
                        de in de Drank- en Horecawet gestelde eisen van zedelijk gedrag. Alle
                        ondernemers binnen de V.O.F en ook alle bestuurders van de B.V., N.V., of
                        hun gevolmachtigden moeten aan deze eisen voldoen. Een drank- en
                        horecavergunning moet schriftelijk worden aangevraagd, middels het landelijk
                        vastgestelde aanvraagformulier (model A) De behandeling van de
                        vergunningaanvraag neemt ongeveer drie maanden in beslag.</al><al/><al><vet>Geldigheidsduur</vet></al><al>De drank- en horecavergunning kent geen vaste termijn waarvoor de vergunning
                        geldt. De vergunning blijft geldig tot het moment dat er een nieuwe of
                        gewijzigde vergunning wordt verstrekt, de vergunning vervalt of wordt
                        ingetrokken. Bij wijziging leidinggevende is een melding om bij te schrijven
                        nodig. Het is de verantwoordelijkheid van de horecaondernemer ervoor zorg te
                        dragen dat de vergunning actueel blijft. De gemeenten streven er naar iedere
                        vergunning eens in de vier jaar te controleren op diens actualiteit.</al><al/><al><vet>Wijziging ex. artikel 30 Drank- en Horecawet </vet></al><al>Indien een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer
                        in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de
                        vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de
                        burgemeester te melden. Het betreft hier dan wijzigingen in de situering en
                        de oppervlakten van de horeca- en slijtlokaliteiten en terrassen.</al><al>De burgemeester verstrekt, indien nog aan de ten aanzien van de inrichting
                        gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de vereiste
                        omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.</al><al/><al><vet>Nieuwe vergunning ex. artikel 33 Drank- en Horecawet</vet></al><al>Er kunnen zich ook wijzigingen voordoen van een of meerdere van de op de
                        vergunning vermelde gegevens. In een dergelijke situatie moet een geheel
                        nieuwe vergunning worden aangevraagd. Zodra de nieuwe vergunning van kracht
                        is geworden vervalt de oude vergunning.</al><al>Een vergunning vervalt blijkens artikel 33 Drank- en Horecawet,
                        wanneer:</al><al>a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn
                        verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de
                        vergunning;</al><al>b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn
                        verricht met gebruikmaking van de vergunning;</al><al>c. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van
                        eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.</al><al/><al>Er is een dwingendrechtelijk stelsel ten aanzien van de vergunningen die
                        verleend worden op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet. </al><al/><al><vet><cursief>2.2.2.2 Artikel 4 Drank- en Horecawet;
                            Paracommercie</cursief></vet></al><al>Paracommercie is een vorm van ongewenste mededinging of oneerlijke
                        concurrentie door (al dan niet gesubsidieerde) instellingen en verenigingen,
                        die buiten hun hoofddoelstellingen horecadiensten verlenen aan het publiek. </al><al>De wijziging van de Drank- en Horecawet per 1 januari 2013 legt gemeenten de
                        plicht op om in een verordening de schenktijden van de paracommerciële
                        inrichtingen te reguleren. Met het reguleren van de schenktijden van de
                        paracommerciële horeca kan worden bewerkstelligd dat het verstrekken van
                        alcoholhoudende drank een nevenactiviteit van de vereniging blijft naast de
                        primaire activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele,
                        educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. De gemeenten hebben
                        deze verordening gerealiseerd door aanpassing van de APV, hierin zijn de
                        schenktijden opgenomen. </al><al/><al><vet><cursief>Juridisch kader</cursief></vet></al><al>In artikel 4 eerste lid van de Drank- en Horecawet is opgenomen dat bij
                        gemeentelijke verordening regels moeten worden gesteld ter voorkoming van
                        oneerlijke mededinging, waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te
                        houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank.</al><al/><al>Met de toevoeging van de artikelen 2:34a, 2:34b en 2:34c in Afdeling 8A aan
                        hoofdstuk 2 van de APV is door de gemeenten voldaan aan deze verplichting.
                        Hierin zijn onder meer de volgende onderwerpen opgenomen:</al><al>a. de tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende
                        drank mag worden verstrekt;</al><al>b. in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals
                        bruiloften en partijen;</al><al>c. in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die
                        niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende
                        rechtspersoon betrokken zijn;</al><al>d. het verbod op happy hours (uitgezonderd Woudrichem).</al><al/><al>Ter voorkoming van oneerlijke mededinging zijn in de APV bepalingen
                        opgenomen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij
                        de verstrekking van alcoholhoudende drank.</al><al/><al><vet><cursief>2.2.2.3 Ontheffing artikel 35 op grond van de Drank- en
                                Horecawet</cursief></vet></al><al>Bij evenementen of andere activiteiten die tijdelijk plaatsvinden kan op
                        locaties buiten een horecabedrijf zwak-alcoholische dranken worden
                        verstrekt. </al><al/><al><vet><cursief>Juridisch kader </cursief></vet></al><al>Voor het verstrekken van zwak-alcoholische dranken is een ontheffing van de
                        burgemeester op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet nodig. Deze
                        ontheffing maakt het mogelijk om bij een bijzondere gelegenheid van zeer
                        tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van maximaal 12 dagen
                        zwak-alcoholische dranken te schenken. Gelegenheden die in aanmerking komen
                        voor deze ontheffing zijn bijvoorbeeld feesten, jaarmarkten,
                        Koningsdagfestiviteiten en dergelijk evenementen, die éénmalig, danwel in de
                        regel niet meer dan tweemaal per jaar plaatsvinden. Deze ontheffing kan
                        verleend worden aan horecaondernemers, maar ook aan andere personen, mits de
                        verstrekking geschiedt onder onmiddellijke leiding van een persoon die de
                        leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt en niet in enig opzicht van
                        slecht levensgedrag is. De naam van deze persoon staat op de ontheffing
                        vermeld. Jaarlijkse evenementen die gebruik maken van de ontheffing DHW
                        (artikel 35 DHW) kunnen een ontheffing aanvragen die meerdere jaren geldig
                        is. Het evenement dient aan een aantal voorwaarden te voldoen, zoals:
                        identieke activiteiten, alcoholverstrekking onder dezelfde leidinggevende,
                        dezelfde aanvragende organisatie, et cetera.</al><al/><al/><al><vet>Voorschriften</vet></al><al>Aan de ontheffing kunnen door de burgemeester voorschriften worden
                        verbonden, waaronder in ieder geval de hiernavolgende voorschriften
                        verbonden worden:</al><lijst><li nr="1."><al>de ontheffing is tijdens de verstrekking aanwezig;</al></li><li nr="2."><al>de persoon die de onmiddellijke leiding heeft, beschikt over het
                                diploma Sociale Hygiëne;</al></li><li nr="3."><al>u geeft op duidelijk leesbare en zichtbare wijze kennis aan het
                                publiek dat aan personen beneden de leeftijd van 18 jaar geen
                                alcoholhoudende dranken worden verstrekt;</al></li><li nr="4."><al>het is verboden alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon
                                van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft
                                bereikt;</al></li><li nr="5."><al>het is verboden alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon
                                die deze drank doorgeeft aan een persoon beneden de leeftijd van 18
                                jaar;</al></li><li nr="6."><al>u stelt geen personen beneden de leeftijd van 18 jaar aan het werk
                                voor de verstrekking van alcoholhoudende dranken;</al></li><li nr="7."><al>u maakt gebruik van een door de gemeente goedgekeurd systeem in het
                                kader van de leeftijdsgrenzencontrole (bijv. polsbandjes);</al></li><li nr="8."><al>u weert personen die kennelijk onder invloed van alcoholische drank
                                verkeren of die door hun gedrag aanstoot geven;</al></li><li nr="9."><al>het is verboden alcoholhoudende dranken te verstrekken aan een
                                persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder
                                invloed van drugs verkeert;</al></li><li nr="10."><al>voor het publiek zijn alcoholvrije dranken aanwezig;</al></li><li nr="11."><al>ter plaatse van de verstrekking is geen sterke drank aanwezig;</al></li><li nr="12."><al>u verlicht en ventileert de ruimte zo lang er publiek aanwezig is
                                behoorlijk en zorgt dat deze van alle kanten goed te overzien
                                is;</al></li><li nr="13."><al>indien de aard van het evenement daartoe aanleiding geeft
                                (risico-evenement) kan de verplichting opgelegd worden drank in
                                plastic bekers te verstrekken (het gebruik van glas is dan niet
                                toegestaan);</al></li><li nr="14."><al>indien de aard van het evenement daartoe aanleiding geeft
                                (risicoanalyse) kan de verplichting opgelegd worden dat er zogenaamd
                                evenementenbier verstrekt moet worden (bier met een laag
                                alcoholpercentage). </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Uitgangspunten bij het verlenen van ontheffing
                                                  op grond van artikel 35 Drank- en Horecawet:</al><al>Leidinggevende(n) moet(en) voldoen aan de eisen
                                                  die de wet stelt; Ontheffingverlening mag niet
                                                  leiden tot strijdigheid met de openbare orde. </al><al/><al>Aan de ontheffing worden voorwaarden
                                                  verbonden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al/><al/><al><vet> 2.2.3 Overige 2.2.3.1 Gebruiksvergunning</vet></al><al>(Brand)veiligheid in horecagelegenheden is van groot belang, omdat hier
                        regelmatig veel mensen tegelijk aanwezig zijn. De brandveiligheidseisen zijn
                        terug te vinden in het Bouwbesluit 2003 met betrekking tot brandveilig
                        bouwen en het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit) voor
                        wat het brandveilig gebruik inclusief brandbeveiligingsinstallaties betreft. </al><al/><al>In horecabedrijven waar meer dan vijftig personen tegelijkertijd verblijven,
                        moet een gebruiksmelding op grond van het Gebruiksbesluit worden gedaan. Als
                        er meer dan aan tien personen in een gebouw bedrijfsmatig nachtverblijf
                        wordt verschaft, dan moet hiervoor een gebruiksvergunning conform het
                        Gebruiksbesluit worden aangevraagd. De brandweer beoordeelt de veiligheid
                        van het gebouw in relatie tot het gebruik en geeft zo nodig aan waar
                        aanpassingen noodzakelijk zijn. Indien er minder dan vijftig personen
                        tegelijkertijd in het gebouw aanwezig zijn, gelden de algemene
                        brandveiligheidsvoorschriften uit het Gebruiksbesluit.</al><al/><al>De gebruiksvergunning, gebruiksmelding en de gebouwen voor algemeen gebruik
                        (melding en vergunningvrij; moeten voldoen aan algemene voorwaarden uit het
                        Gebruiksbesluit) worden periodiek gecontroleerd volgens het
                        uitvoeringsprogramma van de brandweer. Daarnaast worden in het
                        brandweerjaarplan jaarlijks aandachtspunten/bedrijven benoemd, bijvoorbeeld
                        voetbalkantines tijdens de WK, kerst- en carnavalscontroles of campings. </al><al/><al>Bepaalde horecabedrijven hebben een gebruiksvergunning nodig, waarin de
                        voorschriften met betrekking tot brandveiligheid worden opgenomen. Daarnaast
                        zijn er horecabedrijven die een melding moeten doen. Indien geen
                        vergunning/melding noodzakelijk is, gelden alleen de
                        brandveiligheidsvoorschriften uit het Gebruiksbesluit. </al><al>2.2.3.2 BIBOB </al><al/><al>Op 1 juni 2003 is de Wet Bevordering Integriteits Beoordelingen Openbaar
                        Bestuur (BIBOB) in werking getreden. Per 1 juli 2013 is de
                        Evaluatie&amp;Uitbreidingswet BIBOB 2013 (E&amp;U-wet) en de daaraan
                        gekoppelde Ministeriele regeling van kracht geworden. Deze wet maakt het
                        mogelijk om ongewilde facilitering door de overheid van criminele
                        organisaties tegen te gaan. De uitgangspunten van de wet zijn integriteit,
                        bestuurlijke handhaving en criminaliteitspreventie. </al><al>Op basis van deze wet kan het bestuursorgaan bepaalde vergunningen weigeren
                        of intrekken als er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning wordt
                        gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of het witwassen van geld. </al><al>De Bibob-toets vangt aan nadat de aanvrager het uitgebreide vragenformulier
                        daartoe heeft ingevuld en bij de gemeente persoonlijk heeft overhandigd. De
                        vragen hebben onder andere betrekking op de financiële structuur van de
                        onderneming, bedrijfsplan, de (zakelijke) verhouding tot het pand waaruit de
                        horeca-activiteiten plaatsvinden, etc. Als een aanvrager weigert om vragen
                        te beantwoorden kan het college de vergunning buiten behandeling
                        stellen.</al><al>Op basis van de Evaluatie&amp;Uitbreidingswet BIBOB 2013 dienen mogelijk de
                        bestaande Bibobbeleidlijnen binnen de 3 gemeenten te worden aangepast.</al><al/><al><cursief>Aalburg</cursief></al><al>Aalburg heeft op 15 maart 2004 de Bibobbeleidslijn voor vergunningen voor
                        horecabedrijven en seksinrichtingen vastgesteld. Op grond van deze
                        beleidslijn moet sinds de inwerkingtreding van de beleidslijn (1 juni 2004)
                        een Bibobvragenlijst ingevuld worden bij de aanvraag van een vergunning voor
                        horeca- en seksinrichtingen.</al><al/><al>De beleidslijn is van toepassing op</al><al>I De vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor het
                        uitoefenen van het horecabedrijf of het slijtersbedrijf;</al><al>II De exploitatievergunning voor een horecabedrijf;</al><al>III De exploitatievergunning voor seksinrichting en/of escortbedrijf. </al><al/><al><cursief>Werkendam</cursief></al><al>Werkendam heeft hiervoor een beleidslijn ontwikkeld, die op 27 september
                        2004 is vastgesteld. De beleidslijn is per 1 oktober 2004 na bekendmaking in
                        werking getreden. Deze beleidslijn is van toepassing op
                        exploitatievergunningen, vergunningen voor prostitutiebedrijven en
                        seksinrichtingen en voor vergunningen op grond van artikel 3 van de Drank-
                        en Horecawet. Ook bij het actualiseren van bestaande vergunningen zal een
                        Bibob-toets plaatsvinden. </al><al>De beleidslijn is bij besluit van 15 november 2011 aangepast, in die zin dat
                        bij verenigingen of stichtingen (paracommerciële horecabedrijven) die een
                        vergunning aanvragen (artikel 4 Drank- en Horecawet) in beginsel van het
                        toepassen van de Bibob-beleidslijn wordt afgezien. De beleidslijn kan ad hoc
                        wel worden toegepast, bijvoorbeeld indien beschikbaar gekomen informatie
                        daartoe aanleiding geeft.</al><al/><al><cursief>Woudrichem </cursief></al><al>Woudrichem heeft een beleidslijn Bibob ontwikkeld, die op 28 september 2004
                        is vastgesteld. Deze beleidslijn is van toepassing op vergunningen voor
                        horecabedrijven, seksinrichtingen, coffeeshops en speelautomatenhallen. In
                        juni 2005 is deze beleidslijn gewijzigd, vanaf deze datum worden alleen
                        nieuwe ondernemers in de gemeente en aanvragers die voor de eerste maal een
                        dergelijke vergunning bij de gemeente aanvragen aan de Bibob-toets
                        onderworpen. Indien daartoe aanleiding is kan bij bestaande
                        horecaondernemers Bibob worden toegepast. Bij verenigingen of stichtingen
                        (paracommerciële horecabedrijven) die een vergunning aanvragen (artikel 4
                        Drank- en Horecawet) wordt in beginsel van het toepassen van deze
                        beleidslijn afgezien. De beleidslijn kan ad hoc wel worden toegepast,
                        bijvoorbeeld indien beschikbaar gekomen informatie daartoe aanleiding
                        geeft.</al><al/><al>De beleidslijnen van de drie gemeenten zijn als bijlage 3, 4 en 5
                        bijgevoegd. </al><al/><al>De Bibob-beleidslijn wordt toegepast op de aanvragen van horecabedrijven. </al><al>In Aalburg, Werkendam en Woudrichem zijn Drank- en Horecawet aanvragen voor
                        paracommerciële horecabedrijven in beginsel van de Bibob-toets uitgezonderd.
                        Voor Woudrichem geldt daarnaast dat in beginsel alleen nieuwe
                        horecaondernemers getoetst worden. </al><al><cursief>Activiteitenbesluit</cursief></al><al/><al>In het activiteitenbesluit zijn de regels neergelegd waaraan horecabedrijven
                        zich moeten houden ter bescherming van het milieu. Het betreffen regels op
                        het gebied van geluidhinder (ook van terrassen), geurhinder, indirecte
                        hinder, afvalwater en afvalstoffen. Ook kunnen maatwerkvoorschriften
                        opgelegd worden. </al><al/><al>Voor het oprichten of veranderen van inrichtingen is geen milieuvergunning
                        nodig en kan worden volstaan met het indienen van een melding. Bedrijven
                        moeten wel voldoen aan de voorschriften die in het Activiteitenbesluit zijn
                        opgenomen. Een melding moet ten minste vier weken voor de oprichting of
                        verandering worden ingediend. </al><al/><al>In afdeling 2.8 van dit besluit zijn de geluidsnormen opgenomen waaraan
                        horecabedrijven moeten voldoen. Gemotiveerd en onderbouwd kunnen technische
                        voorschriften gesteld worden aan een inrichting om aan de geldende
                        geluidsnorm te voldoen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om hogere of
                        lagere geluidsnormen op te leggen voor de gehele inrichting of voor een
                        specifieke activiteit. Hierbij kunnen aanvullende eisen gesteld worden,
                        zoals de duur van de activiteit, het treffen van maatregelen of het tijdstip
                        van de activiteit. Een individuele benadering is mogelijk, maar uitgangspunt
                        is dat voor gelijksoortige horecabedrijven in gelijke omstandigheden
                        dezelfde normen gelden. </al><al/><al>Het is mogelijk om ontheffing te krijgen van de geluidsnormen, zoals eerder
                        al werd beschreven onder 2.2.1.3 (festiviteiten). De ontheffing heeft alleen
                        betrekking op het geluid vanuit inrichtingen, die onder de reikwijdte van
                        het Activiteitenbesluit vallen en niet op evenementen in de openbare ruimte. </al><al/><al>Via het door VROM ontwikkelde systeem kunnen bedrijven aan de hand van een
                        aantal vragen aangeven welke activiteiten ze verrichten, het zogenaamde
                        activiteitenbesluit internet module (AIM). Aan de hand hiervan kan direct
                        een melding bij de gemeente worden ingediend. Deze module is te raadplegen
                        via <extref doc="https://omgevingsloket.nl/">https://omgevingsloket.nl</extref>.</al><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>In beginsel dient iedere (horeca-)inrichting
                                                  tenminste vier weken voor de oprichting of
                                                  verandering een melding op grond van het Besluit
                                                  algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
                                                  (Activiteitenbesluit) in te dienen. Dit kan door
                                                  middel van gebruikmaking van de AIM-module. </al><al>In afdeling 2.8 zijn geluidsnormen voor
                                                  horecabedrijven opgenomen. Ontheffing is mogelijk
                                                  op basis van de festiviteitenregeling. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al><vet>2.2.3.4. </vet><vet>Wabo </vet></al><al>Op 1 oktober 2010 is de nieuwe Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
                        ingevoerd. Kern van de Wabo is de omgevingsvergunning, die in plaats komt
                        van de bouwvergunning, de milieuvergunning, de gebruiksvergunning en nog 22
                        andere vergunningen voor ruimtelijke projecten. De vergunningen op basis van
                        de Drank- en Horecawet maken (vooralsnog) geen onderdeel uit van de
                        omgevingsvergunning. Voor de horeca blijven de gevolgen van de
                        inwerkingtreding van de WABO beperkt tot de genoemde bouwvergunning, melding
                        in het kader van het Activiteitenbesluit en de gebruiksvergunning.</al><al/><al>De Wabo is niet van toepassing op de Drank- en Horecawet. Horecaondernemers
                        krijgen te maken met de Wabo bij (ver)bouwen, bij het doen van een melding
                        in het kader van het Activiteitenbesluit en /of gebruiksvergunning. </al><al>2.3. Algemene bepalingen </al><al/><al><vet><cursief>2.3.1 Procedure aanvraag artikel 2:28 APV-vergunning
                                (exploitatie) </cursief></vet></al><al/><al><vet>Aanvraag</vet></al><al>De aanvraag van deze vergunning wordt ingediend via een vooraf opgesteld
                        aanvraagformulier ‘Aanvraag ter verkrijging van een vergunning voor het
                        exploiteren van een horecabedrijf, inclusief de eventuele bijbehorende
                        terrassen’. De gemeenten hebben gezamenlijk een aanvraagformulier opgesteld
                        welke gebruikt wordt bij het aanvragen van een exploitatievergunning. Het
                        aanvraagformulier is als bijlage 6 bijgevoegd.</al><al>Naast het indienen van de aanvraag om een exploitatievergunning dient ook
                        het BIBOB-vragenformulier volledig ingediend te worden (bij
                        horecaondernemers waarbij dit van toepassing is).</al><al/><al><vet>Behandeltermijn </vet></al><al>De beslistermijn begint op grond van artikel 4:13 van de Awb na ontvangst
                        van de aanvraag. Gedurende de periode dat de aanvraag nog niet volledig is
                        en conform artikel 4:5 Awb om aanvulling is verzocht, wordt de termijn op
                        grond van artikel 4:15 van de Awb opgeschort. Op grond van artikel 1:2 van
                        de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) beslist het bevoegde
                        bestuursorgaan op een aanvraag voor een vergunning binnen acht weken na de
                        dag waarop de aanvraag ontvangen is. Het bestuursorgaan kan de termijn voor
                        ten hoogste acht weken verlengen. Het verstrijken van de termijn leidt niet
                        tot een vergunning van rechtswege.</al><al/><al/><al><vet>Behandelprocedure</vet></al><al>De aanvraag om een exploitatievergunning wordt over het algemeen in een
                        persoonlijk gesprek ingediend. Ambtenaar en horecaondernemer kunnen direct
                        kennismaken en de ambtenaar kan constateren of de aanvraag volledig is.
                        Volledig betekent dat alle benodigde gegevens ingevuld zijn en inclusief
                        alle bij de aanvraag behorende bijlagen en het vragenformulier Bibob. De
                        aanvraag wordt door de betrokken afdeling/unit in behandeling genomen. Dit
                        houdt in dat de eisen die in de APV staan getoetst worden.</al><al/><al><vet>Zienswijze</vet></al><al>Na vaststelling van deze nota zal de aanvraag om een exploitatievergunning
                        te verlenen op de gemeentelijke infopagina in het Altena Nieuws voor
                        Werkendam en Woudrichem en in Het Kontakt voor Aalburg gepubliceerd worden.
                        Daarbij wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om gedurende twee weken na
                        de publicatie een zienswijze naar voren te brengen. Deze zienswijze zal bij
                        de besluitvorming worden betrokken. Op deze wijze wordt getracht de omgeving
                        van het horecabedrijf in een zo vroeg mogelijk stadium van de
                        vergunningverlening te betrekken, zonder dat dit vertragend werkt voor de
                        horeca-ondernemer.</al><al/><al><vet>Vergunningsvoorschriften</vet></al><al>In artikel 1:4 van de APV staat dat aan een vergunning voorschriften en
                        beperkingen kunnen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                        strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband
                        waarmee de vergunning is vereist. </al><al/><al><vet>Bekendmaking</vet></al><al>Het besluit, de exploitatievergunning, zal aan de aanvrager worden
                        toegezonden en middels publicatie op de gemeentelijke infopagina van het
                        Altena Nieuws voor Werkendam en Woudrichem en Het Kontakt voor Aalburg en op
                        de website van de betreffende gemeente bekend worden gemaakt. Tegen het
                        besluit staat voor belanghebbenden gedurende zes weken na toezending aan de
                        aanvrager, de mogelijkheid voor het indienen van bezwaar open. </al><al/><al><vet><cursief>2.3.2 Procedure aanvraag artikel 3 Drank- en Horecavergunning
                                (regulier)</cursief></vet></al><al/><al><vet>Aanvraag</vet></al><al>De aanvraag van deze vergunning gebeurt via de in de (landelijke) Regeling
                        aanvraaggegevens en formulieren Drank- en Horecawet vastgestelde formulieren
                        (deze formulieren zijn op het gemeentehuis of via de website van de gemeente
                        verkrijgbaar). Naast de indiening van de aanvraag om een drank- en
                        horecavergunning dient ook het BIBOB-vragenformulier volledig ingediend te
                        worden.</al><al><vet>Behandeltermijn </vet></al><al>De beslistermijn begint te lopen, op grond van artikel 4:13 van de Awb, na
                        ontvangst van de aanvraag. Gedurende de periode dat de aanvraag niet
                        volledig is en conform artikel 4:5 Awb om aanvulling is verzocht, wordt de
                        termijn op grond van artikel 4:15 van de Awb opgeschort. Op de aanvraag voor
                        een vergunning moet binnen acht weken worden beslist. Het verstrijken van de
                        termijn leidt niet tot een vergunning van rechtswege.</al><al/><al><vet>Behandelprocedure</vet></al><al>De aanvraag om drank- en horecavergunning wordt over het algemeen in een
                        persoonlijk gesprek ingediend. De medewerker van de gemeente en de
                        horecaondernemer kunnen direct kennismaken en de ambtenaar kan constateren
                        of de aanvraag volledig is. Volledig betekent dat alle benodigde gegevens
                        ingevuld zijn en inclusief alle bij de aanvraag behorende bijlagen,
                        waaronder het tonen van de originele verklaringen SVH van de
                        leidinggevende(n). Daarnaast dient het vragenformulier BIBOB ook volledig
                        ingediend te worden. De aanvraag wordt door de betrokken afdeling/unit in
                        behandeling genomen. Dit houdt in dat de eisen die in de Drank- en Horecawet
                        staan getoetst worden, bijvoorbeeld of een leidinggevende niet bij justitie
                        bekend is en de inrichting voldoet aan de eisen. Als aan alle eisen wordt
                        voldaan zal de vergunning verleend worden. </al><al/><al><vet>Vergunningsvoorschriften</vet></al><al>Artikel 29 van de Drank- en Horecawet geeft aan welke gegevens in de
                        vergunning moeten worden vermeld:</al><lijst><li nr="1."><al>de vergunninghouder;</al></li><li nr="3."><al>tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;</al></li><li nr="4."><al>de plaats waar de inrichting zich bevindt;</al></li><li nr="5."><al>de situering en de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten
                                en terrassen;</al></li><li nr="6."><al>de voorschriften of beperkingen welke aan de vergunning zijn
                                verbonden.</al></li></lijst><al>In lid 2 is bepaald dat de burgemeester in een aanhangsel van de vergunning
                        de leidinggevenden vermeldt.</al><al>Daarnaast is in lid 3 bepaald dat de vergunning en het daarbij behorende
                        aanhangsel of afschriften daarvan in de inrichting aanwezig moeten zijn en
                        is in lid 4 bepaald dat de vergunning en het aanhangsel opgesteld worden op
                        een formulier, waarvan het model door Onze Minister is vastgesteld.</al><al/><al><vet>Weigeren vergunning</vet></al><al>Een vergunning kan worden geweigerd, bijvoorbeeld in de gevallen als genoemd
                        in artikel 27 van de Drank- en Horecawet, maar ook op grond van artikel 3
                        Wet Bibob. De aanvrager wordt in kennis gesteld van het voornemen om tot
                        weigering over te gaan. Op grond van artikel 4:7 Awb wordt de aanvrager
                        gedurende twee weken na verzending van het voornemen in de gelegenheid
                        gesteld om zijn zienswijze hiertegen kenbaar te maken. De zienswijze zal
                        worden betrokken bij de besluitvorming over het al dan niet weigeren of
                        verlenen van de vergunning.</al><al/><al><vet>Bekendmaking</vet></al><al>Het besluit, de drank- en horecavergunning te weigeren of verlenen, zal aan
                        de aanvrager worden toegezonden. Van vergunningverlening wordt tevens
                        melding gemaakt middels publicatie op de gemeentelijke infopagina van het
                        Altena Nieuws voor Werkendam en Woudrichem en van Het Kontakt voor Aalburg
                        en op de website van de betreffende gemeente bekend worden gemaakt. Tegen
                        het besluit staat voor belanghebbenden gedurende zes weken na toezending aan
                        de aanvrager, de mogelijkheid voor het indienen van bezwaar open.</al><al/><al><vet><cursief>2.3.3 Procedure aanvraag artikel 4 Drank- en Horecavergunning
                                (paracommercieel)</cursief></vet></al><al/><al>De procedure om te komen tot een drank- en horecavergunning voor een
                        paracommerciële instelling wijkt enigszins af van de hiervoor genoemde
                        vergunningverlening aan commerciële bedrijven. In artikel 6 van de Drank- en
                        Horecawet staat vermeld dat op de voorbereiding afdeling 3.4 van de Algemene
                        wet bestuursrecht van toepassing is. Daar waar de procedure identiek is aan
                        de procedure voor een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en
                        Horecawet, zoals ten aanzien van de aanvraag, behandeltermijn en de
                        behandelprocedure, wordt naar de vorige paragraaf verwezen.</al><al/><al>In beginsel hoeven paracommerciële horecabedrijven geen Bibob-vragenfomulier
                        in te dienen. Dit is geregeld in het Bibob-beleid:
                        <cursief>‘</cursief>Indien een vereniging of stichting een vergunning op
                        grond van de Drank- en Horecawet of exploitatievergunning ingevolge de APV
                        aanvraagt, wordt in beginsel van het toepassen van deze beleidslijn
                        afgezien. De beleidslijn kan ad hoc wel worden toegepast t.a.v.
                        laatstgenoemde aanvragen, bijvoorbeeld indien beschikbaar gekomen informatie
                        daartoe aanleiding geeft’.</al><al>Als bijlage 7 bij deze nota is de Checklist Paracommercie opgenomen. Deze
                        checklist is opgesteld om aan de verschillende instanties inzicht te geven
                        bij welke activiteiten de paracommerciële instellingen alcoholhoudende
                        dranken mogen verstrekken</al><al/><al><vet>Bestuursreglement</vet></al><al>Op basis van artikel 9 DHW is het verplicht dat het bestuur voor het
                        verkrijgen van een vergunning een reglement vaststelt dat waarborgt dat de
                        verstrekking van alcoholhoudende drank in de inrichting vanuit het oogpunt
                        van sociale hygiëne op verantwoorde wijze geschiedt. De kwalificatienormen
                        hiervoor worden eveneens in dit reglement vastgesteld. Het reglement geeft
                        in ieder geval aan welke kwalificatienormen worden gesteld aan de
                        voorlichtingsinstructie op het gebied van sociale hygiëne die
                        barvrijwilligers krijgen om te kunnen voldoen aan de eis gesteld in artikel
                        24, tweede lid onder c. Het reglement voorziet voorts in de wijze waarop
                        wordt toegezien op de naleving. Bij of krachtens algemene maatregel van
                        bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van
                        het reglement.</al><al/><al><vet>Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht</vet></al><al/><al>Zodra beoordeeld is of de vergunning al dan niet verleend kan worden, wordt
                        de aanvraag, met het ontwerpbesluit en alle daarop betrekking hebbende
                        stukken voor een periode van ten minste zes weken ter inzage gelegd. Hiervan
                        wordt melding gemaakt op de gemeentelijke infopagina in het Altena Nieuws of
                        Het Kontakt en via de website van de betreffende gemeente. Aan
                        belanghebbenden wordt voorafgaand aan de terinzagelegging een afschrift
                        gestuurd.</al><al/><al>Na afloop van de zesweken termijn kan, na beoordeling c.q. afhandeling van
                        de eventueel ingediende zienswijzen, de vergunningsprocedure worden
                        vervolgd. Van het besluit om de vergunning al dan niet te verlenen wordt de
                        aanvrager in kennis gesteld. Tevens wordt aan de indieners van de
                        zienswijzen een afschrift van het besluit toegezonden. Op de gemeentelijke
                        infopagina in het Altena Nieuws of Het Kontakt en op de website van de
                        betreffende gemeente zal het besluit eveneens gepubliceerd worden. Hiertegen
                        staat voor belanghebbenden gedurende zes weken na toezending aan de
                        aanvrager, de mogelijkheid voor het indienen van beroep bij de rechtbank
                        Breda open.</al><al/><al>2.4. Gedoogbeleid </al><al/><al><vet>Tijdelijk gedogen horecabedrijf zonder aanwezige
                        vergunningen</vet></al><al/><al>Het kan zijn dat de ondernemer een aanvraag heeft ingediend, maar dat met de
                        behandeling van de aanvraag de nodige tijd gemoeid is. Dit is bijvoorbeeld
                        het geval als bepaalde organisaties de vereiste documenten die de aanvrager
                        op grond van de Wet BIBOB moet overleggen, niet tijdig verstrekken.</al><al/><al>Daarnaast wordt het gemeentebestuur nogal eens geconfronteerd met
                        bedrijfsovernames in de horeca waarbij een vergunning niet tijdig of in het
                        geheel niet wordt aangevraagd. Bij constatering van een illegale situatie
                        kan dat uitmonden in bestuursrechtelijk optreden en/of strafrechtelijk
                        optreden.</al><al/><al>Als de wens bestaat om bestuursrechtelijk op te treden, moet aan een aantal
                        voorwaarden voldaan worden. Volgens vaste jurisprudentie moet in eerste
                        instantie worden bekeken of legalisering mogelijk is. Daarnaast zal er een
                        belangenafweging moeten plaatsvinden, waaruit kan blijken dat er toch
                        situaties zijn waarbij het wenselijk is om niet op te treden, ondanks het
                        feit, dat nog niet aan de eisen wordt voldaan. Er is dan sprake van
                        gedogen.</al><al/><al>In het integraal handhavingsbeleidsplan van de gemeenten Aalburg, Werkendam
                        en Woudrichem staat dat het uitgangspunt van de drie gemeenten bij gedogen
                        is dat alleen in bijzondere situaties waarbij aan specifieke voorwaarden is
                        voldaan kan worden gedoogd. Om te gedogen moet aan alle volgende voorwaarden
                        worden voldaan:</al><lijst><li nr="1."><al>In het kader van een zorgvuldige afweging is sprake van dusdanige
                                specifieke omstandigheden dat in dat concrete geval, of categorie
                                van gevallen, handhaving zou leiden tot een onevenredige en daardoor
                                onrechtmatige schending van één of meer betrokken belangen;</al></li><li nr="2."><al>Gedogen vindt uitsluitend actief (dus schriftelijk en onder
                                voorwaarden) plaats. Dit betekent dat passief/stilzwijgend gedogen
                                niet aanvaardbaar is. Bij actief gedogen is er sprake van een
                                formele gedoogbeschikking conform de eisen die aan besluiten worden
                                gesteld volgens de Awb. Dit betekent onder meer dat aan de
                                gedoogbeschikking een goede motivering ten grondslag ligt en dat er
                                een zorgvuldige belangenafweging in op wordt genomen;</al></li><li nr="3."><al>In de gedoogbeschikking worden altijd voorwaarden opgenomen waaraan
                                dient te worden voldaan, wil de overtreder aanspraak blijven maken
                                op de beschikking. Welke voorwaarden dit zijn is afhankelijk van de
                                specifieke situatie in het betreffende geval. In de
                                gedoogbeschikking wordt daarbij een termijn genoemd waarbinnen de
                                gedoogbeschikking geldt;</al></li><li nr="4."><al>Er wordt uitsluitend gedoogd zolang de gedoogvoorschriften zelf niet
                                overtreden worden. Dit betekent dat (persisteren) in het overtreden
                                van deze voorschriften moet leiden tot het intrekken van de
                                gedoogbeschikking en het handhaven van het oorspronkelijke
                                voorschrift. </al></li></lijst><al/><al>Tegen een gedoogbeschikking kan bezwaar en beroep worden ingesteld.</al><al/><al>Het gemeentebestuur gedoogt uitsluitend in de volgende situaties:</al><al><onderstreept>1. Bedrijfsovernames</onderstreept></al><al>De Drank- en Horecawet geeft aan dat het verboden is zonder een vergunning
                        een horecabedrijf uit te oefenen. Dit houdt in dat bij een bedrijfsovername
                        het bedrijf pas open mag op het moment dat aan de nieuwe ondernemer een
                        horecavergunning is verleend. Volgens de wetgever mag de behandeling van de
                        vergunning maximaal acht weken in beslag nemen en moet het gemeentebestuur
                        daarna een besluit nemen.</al><al>Daarnaast kan op grond van de APV een exploitatievergunning vereist zijn. De
                        behandeling van deze vergunning mag volgens de APV 8 weken in beslag nemen,
                        waarbij tevens de mogelijkheid bestaat tot verlenging.</al><al>Niet alleen uit zakelijk oogpunt (‘de loop kan er uit gaan’), maar ook voor
                        de gemeente is het ongewenst om een in bedrijf zijnde horecaonderneming
                        tijdelijk te sluiten als er geen indicaties zijn om de aangevraagde
                        vergunning te weigeren. Op die grond kan de voortduring van de exploitatie
                        in dit soort gevallen expliciet gedoogd worden, ondanks het feit dat de
                        ondernemer uiteraard zelf verantwoordelijk blijft om in een zo vroeg
                        mogelijk stadium, <vet>in ieder geval voorafgaand aan de overname, </vet>een
                        aanvraag in te dienen. In geval van overname van een horecaonderneming welke
                        niet meer in bedrijf is wordt geen gedoogbeschikking afgegeven.</al><al><onderstreept>2. Nieuwe aanvraag van dezelfde ondernemer</onderstreept></al><al>Het kan voorkomen dat een bepaald gegeven in de vergunning wijzigt, maar de
                        ondernemer dezelfde blijft. Dit is o.a. het geval als de inrichting wordt
                        verbouwd of als er een andere bedrijfsleider/beheerder in de inrichting komt
                        werken. Ook in de dat geval is het niet wenselijk dat de inrichting gesloten
                        wordt. De vergunning dient in dat geval slechts aangepast te worden aan de
                        feitelijke situaties. Tijdens de behandeling van de vergunningsaanvraag kan
                        deze situatie tijdelijk gedoogd worden</al><al/><al><vet>Gedoogkaders</vet></al><al>De burgemeester gedoogt dat in afwachting van de beslissing op de ingediende
                        aanvraag, in de hierboven gestelde situaties de ondernemer alvast begint of
                        door gaat met de exploitatie.</al><al/><al>De ondernemer moet dan echter wel aan een aantal voorwaarden voldoen.</al><al/><al>In de eerste plaats mag er geen strijd zijn met de eisen uit de milieu- en
                        ruimtelijke ordeningsregelgeving. Daarnaast mag de (nieuwe) eigenaar ook
                        geen strafblad hebben. Voorts wordt niet gedoogd als de inrichting op andere
                        punten niet voldoet aan eisen, waardoor de veiligheid van de bezoekers in
                        gevaar kan worden gebracht.</al><al>Pas als duidelijk is dat aan deze voorwaarden wordt voldaan, komt men toe
                        aan de toetsing van een aantal andere voorwaarden, die hieronder vermeld
                        zijn.</al><al/><al>Aanvullende gedoogvoorwaarden bij aanvragen voor een exploitatievergunning
                        als bedoeld in de APV:</al><lijst><li nr="1."><al>Er moet een aanvraag zijn ingediend volgens het gemeentelijk model
                                inclusief de BIBOB-formulieren;</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag inclusief de BIBOB-formulieren moeten volledig zijn
                                ingevuld en worden getekend door de aanvrager;</al></li><li nr="3."><al>Indien de BIBOB bijlage van de Belastingdienst niet overlegd kan
                                worden, moet dit niet te wijten zijn aan de aanvrager;</al></li><li nr="4."><al>Er moet aannemelijk worden gemaakt dat de aanvrager is ingeschreven
                                bij de Kamer van Koophandel en de vorige exploitant is
                                uitgeschreven;</al></li><li nr="5."><al>Er mogen op voorhand geen twijfels bestaan t.a.v. de vraag of de
                                woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of
                                openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloedt;</al></li><li nr="6."><al>Er mogen op voorhand geen twijfels bestaan t.a.v. de vraag of de
                                exploitant kan voldoen aan de bij de wet gestelde moraliteitseisen
                                (strafbladgegevens e.d.).</al></li></lijst><al/><al>Aanvullende gedoogvoorwaarden bij aanvragen voor een drank- en
                        horecavergunning ex. Artikel 3 Drank- en Horecawet:</al><lijst><li nr="1."><al>Er moet een aanvraag zijn ingediend volgens het wettelijk model
                                inclusief de BIBOB-formulieren;</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag inclusief de BIBOB-formulieren moeten volledig zijn
                                ingevuld en worden getekend door de aanvrager;</al></li><li nr="3."><al>Indien de BIBOB bijlage van de Belastingdienst niet overlegd kan
                                worden, moet dit niet te wijten zijn aan de aanvrager;</al></li><li nr="4."><al>Er moet aannemelijk worden gemaakt dat de aanvrager is ingeschreven
                                bij de Kamer van Koophandel en de vorige exploitant is
                                uitgeschreven;</al></li><li nr="5."><al>Alle aanvragers en leidinggevenden en barvrijwilligers van het
                                horecabedrijf moeten voldoen aan de ingevolge artikel 4, vierde lid
                                van de Drank- en Horecawet gestelde eisen inzake de sociale
                                hygiëne;</al></li><li nr="6."><al>Er mogen op voorhand geen twijfels bestaan t.a.v. de vraag of de
                                aanvragers en leidinggevenden en barvrijwilligers kunnen voldoen aan
                                de bij de wet gestelde moraliteitseisen (strafbladgegevens
                                e.d.);</al></li><li nr="7."><al>De aanvragers en leidinggevenden en barvrijwilligersmoeten tenminste
                                21 jaar zijn;</al></li><li nr="8."><al>Daarnaast mogen er geen twijfels bestaan dat de inrichting voldoet
                                aan de inrichtingseisen van de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst><al/><al>Overigens mogen voorafgaand aan deze toetsing geen twijfels bestaan of de
                        aanvrager anderszins aan de gestelde eisen voor een exploitatie- en/of
                        Drank- en Horecavergunning kan voldoen. Zijn alle voorafgaande
                        beoordelingscriteria positief dan wordt een schriftelijke gedoogverklaring
                        afgegeven, in afwachting van de resultaten van de verdere behandeling van de
                        vergunningaanvraag. Het risico blijft uiteraard aanwezig dat nader onderzoek
                        van de vergunningaanvraag kan leiden tot weigering van de vergunning en tot
                        sluiting van het horecabedrijf. In dat geval wordt dus niet langer gedoogd.
                        Gedogen mag immers nooit worden opgevat als een voorlopige vergunning. De
                        ondernemer die dus volledige zekerheid wil hebben, moet de uitslag van de
                        behandeling van de aanvraag afwachten.</al><al/><al><vet>Gedoogvoorschriften</vet></al><al>Aan de gedoogverklaring voor de exploitatievergunning worden in beginsel de
                        volgende voorschriften verbonden:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De houder is te allen tijde verplicht zorg te dragen voor de orde in
                                zijn horecabedrijf en de veiligheid van zijn
                                bezoekers/medewerkers;</al></li><li nr="2."><al>De houder is te allen tijde verplicht er zorg voor te dragen dat
                                zijn bezoekers in de (directe) omgeving van het horecabedrijf zowel
                                voor, tijdens als na sluitingstijd geen hinder of overlast
                                veroorzaken;</al></li><li nr="3."><al>De houder draagt er zorg voor dat bezoekers van zijn horecabedrijf
                                zich niet onnodig ophouden op de openbare weg in de directe omgeving
                                van zijn horecabedrijf;</al></li><li nr="4."><al>Een terras op openbaar terrein wordt op de eerste aanzegging
                                ontruimd indien dit naar het oordeel van de burgemeester in het
                                belang van de openbare orde en veiligheid of naar het oordeel van
                                het college vereist is voor de uitvoering van werken van openbaar
                                nut of bij bijzondere activiteiten of evenementen. In voornoemde
                                gevallen acht de gemeente zich niet aansprakelijk voor hieruit
                                voortvloeiende schade. Voor terrassen behorende bij het
                                horecabedrijf gelden de openingstijden en verdere voorschriften
                                genoemd in de betreffende, verleende vergunning, gebaseerd op de
                                Horecanota, dan wel gebaseerd op daarvoor in de plaats tredende
                                beleidsregels; </al></li><li nr="5."><al>De houder dient er zorg voor te dragen dat bezoekers zonder glas het
                                horecabedrijf, inclusief het daarbij behorende terras verlaten;</al></li><li nr="6."><al>De houder dient er zorg voor te dragen dat het publiek het
                                horecabedrijf tijdig heeft verlaten en dat het horecabedrijf op het
                                geldende sluitingstijdstip, zoals bepaald in de APV, voor het
                                publiek gesloten is en dat er tevens geen publiek meer in aanwezig
                                is;</al></li><li nr="7."><al>Personen die beveiligingswerkzaamheden verrichten (horecaportiers)
                                moeten voldoen aan de eisen gesteld bij of krachtens de Wet
                                particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus; </al></li><li nr="8."><al>In het geval er sprake is van evenementen, festiviteiten of andere
                                bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard, kan de burgemeester
                                de aanwezigheid van één of meer beveiligers in, dan wel in de
                                directe omgeving van het horecabedrijf verplichten, indien hij dit
                                naar zijn oordeel nodig acht ter voorkoming van hinder of overlast
                                van bezoekers vóór, tijdens of na sluitingstijd. De beveiligers
                                moeten voldoen aan de eisen die gesteld zijn bij of krachtens de Wet
                                particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;</al></li><li nr="9."><al>De houder is verplicht ervoor te zorgen dat ambtenaren van de
                                gemeente belast met toezichthoudende taken, politie en/of brandweer
                                vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot het
                                horecabedrijf: </al><lijst><li nr="1."><al>Gedurende de tijd dat het horecabedrijf voor bezoekers is
                                        geopend; dan wel</al></li><li nr="2."><al>Gedurende de tijd dat het horecabedrijf gesloten dient te
                                        zijn en wanneer die ambtenaren van politie vermoeden dat
                                        daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn;</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>Deze gedoogverklaring dient op verzoek van een controlerende
                                ambtenaar onmiddellijk aan hem te worden getoond;</al></li><li nr="11."><al>Bevelen, door politieambtenaren en andere met toezicht op de
                                naleving van wettelijke bepalingen belaste ambtenaren in het kader
                                van de uitvoering van hun taak en bevoegdheden, gegeven in het
                                belang van de openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, dienen
                                strikt te worden opgevolgd;</al></li><li nr="12."><al>Schade aan personen en/of eigendommen van de gemeente en/of derden,
                                welke het gevolg is van het gebruik van deze vergunning, komt voor
                                rekening van de houder. De houder vrijwaart de gemeente voor
                                aanspraken uit dezen hoofde;</al></li><li nr="13."><al>Deze gedoogverklaring blijft slechts van kracht, indien en zolang de
                                exploitatie niet wordt gewijzigd;</al></li><li nr="14."><al>De gedoogverklaring wordt direct ingetrokken als de houder van de
                                gedoogverklaring zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden en
                                voorschriften;</al></li><li nr="15."><al>De burgemeester houdt zich te zijner beoordeling het recht voor
                                nadere voorschriften op te leggen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gedoogtermijn </vet></al><al>Gedogen mag niet langer dan strikt noodzakelijk. Het is dus van belang aan
                        een gedoogverklaring een termijn te stellen. Deze is afhankelijk van de
                        verdere voortgang van het onderzoek (maximaal drie maanden) en eventueel
                        extra onderzoek door het landelijk bureau BIBOB. Daarnaast is in de
                        gedoogverklaring opgenomen dat deze direct wordt ingetrokken, als degene aan
                        wie de gedoogverklaring is verstrekt zich niet houdt aan de gestelde
                        voorwaarden. Dit houdt in dat de ondernemer de horeca-inrichting direct moet
                        sluiten. Als hij hier niet aan voldoet vindt handhaving plaats via
                        bestuursdwang (= sluiting). </al><al/><al>De burgemeester gedoogt dat in afwachting van de beslissing op de ingediende
                        vergunningaanvraag, in de hierboven gestelde situaties de ondernemer alvast
                        begint of door gaat met de exploitatie onder de daarvoor gestelde
                        voorwaarden. </al><al/><al/><al><vet>3. TOEZICHT EN HANDHAVING </vet></al><al/><al>Het stellen van kaders en het maken van beleidsregels heeft alleen zin als
                        er ook op wordt toegezien en zonodig gehandhaafd wordt bij overtreding
                        ervan. Partijen moeten niet alleen aangesproken kunnen worden bij het
                        overtreden van de regels, maar ook kunnen de afzonderlijke partijen de
                        overheid aanspreken als er niet gehandhaafd wordt. In beide gevallen worden
                        de regels immers geschonden.</al><al/><al>Het is de bedoeling dat de regels nageleefd worden en dat met name de
                        stelselmatige overtreders aangepakt worden. </al><al/><al>Bij handhaving is er een onderscheid te maken tussen strafrechtelijke
                        handhaving en bestuursrechtelijke handhaving. Deze twee vormen van
                        handhaving staan los van elkaar in die zin dat strafrechtelijke handhaving
                        bedoeld is om te straffen voor de overtreding (leedtoevoeging), terwijl
                        bestuursrechtelijke handhaving er op is gericht om de gevolgen van een
                        begane overtreding ongedaan te maken of herhaling of voortduring ervan te
                        voorkomen (herstellend). Het is dus mogelijk dat voor dezelfde overtreding
                        zowel een strafrechtelijke als een bestuursrechtelijke sanctie wordt
                        opgelegd. Wel geldt dat bij de bestuursrechtelijke overtreding gekozen moet
                        worden voor de minst bezwarende wijze om aan de overtreding een eind te
                        maken en de opgelegde sanctie in verhouding moet staan tot de geschonden
                        norm.</al><al>Bestuursrechtelijke handhaving kan onder meer plaatsvinden via bestuursdwang
                        (bijvoorbeeld het sluiten van een inrichting), last onder dwangsom
                        (bijvoorbeeld een verbeuring van een bedrag per overtreding) of het
                        intrekken van een vergunning of ontheffing.</al><al/><al>Karakteristieke handhavingaandachtspunten liggen voor de horeca bij de
                        thema’s vergunning en ontheffing Drank- en Horecawet, exploitatievergunning,
                        aanwezigheidsvergunning, brandveiligheid, milieuvergunningen,
                        sluitingstijden en het tegengaan van oneerlijke concurrentie
                        (paracommerciële activiteiten).</al><al>Gelet op het feit dat door de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem
                        wordt gewerkt aan een integraal handhavingsbeleidsplan voor de drie
                        gemeenten, waarin horeca ook wordt opgenomen, wordt hierbij volstaan met een
                        korte weergave van handhaving, zoals deze thans plaatsvindt. Na vaststellen
                        van voornoemd handhavingsbeleidsplan zal dat voorrang genieten, boven dit
                        hoofdstuk.</al><al/><al>Als bijlage 8 is het prioriteitenschema van handhavingsthema’s- en taken
                        opgenomen. Hieruit blijkt dat het verkopen/schenken van alcohol aan jongeren
                        een hoge prioriteit heeft. Het toezicht op horecabedrijven (vergunning,
                        sluitingstijden) en het gebruik van de inrichting zonder of in afwijking van
                        de vergunning heeft een gemiddelde prioriteit. Het toezicht op het actueel
                        houden van de inrichtingseisen, de terrassen en de speelautomaten heeft een
                        lage prioriteit. </al><al><vet>3.1 Toezicht </vet></al><al/><al>De burgemeester is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en
                        veiligheid in zijn/haar gemeente. Artikel 174 van de Gemeentewet bepaalt dat
                        de burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en
                        vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en
                        daarbij behorende erven. De burgemeester is bevoegd bij de uitoefening van
                        het toezicht, bedoeld in het eerste lid, de bevelen te geven die met het oog
                        op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn. De burgemeester
                        is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking
                        hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht met de uitvoering van
                        verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het toezicht op de voor
                        het publiek openstaande gebouwen. Horecabedrijven vallen onder voor het
                        publiek openstaande gebouwen. </al><al>Door of namens de burgemeester worden exploitatie- en andere
                        horecavergunningen verleend. Sinds de invoering van de nieuwe Drank en
                        Horecawet zijn de bevoegdheden van het college opgelegd aan de burgemeester.
                        Deze verleent nu ook de drank- en horecavergunning. Door decentralisatie van
                        het toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet door ondernemers en
                        paracommerciële rechtspersonen is de toezicht de verantwoordelijkheid van de
                        gemeente geworden. </al><al> Als gevolg van de bepalingen in de nieuwe Drank- en Horecawet is in de
                        gemeente Aalburg in het Uitvoeringsprogramma handhaving 2014 toezicht en
                        handhavingsbepalingen opgenomen met betrekking tot de Horeca. Verder
                        beschikt de burgemeester over een scala aan bestuurlijke middelen om de
                        openbare orde en veiligheid te beschermen. In bepaalde situaties kan de
                        burgemeester de vergunning intrekken of de inrichting sluiten. </al><al>Binnen de keten houden verschillende gemeentelijke diensten en instanties
                        zich bezig met handhaving. De betrokken unit/afdeling ondersteunen de
                        burgemeester in diens verantwoordelijkheid voor openbare orde en veiligheid,
                        de uitvoering van de bestuurlijke handhaving en streven daarbij naar
                        consistente en consequente handhaving. Vanuit het
                        Servicecentrum/Front-Office/afdeling Staf &amp; Samenleving worden de
                        horecagerelateerde vergunningen behandeld. </al><al>De politie is als 24-uursfrontlineorganisatie belast met advisering,
                        toezicht en handhaving (wijkpolitie) ten aanzien van openbare inrichtingen.
                        Het werkterrein kent soms overlappingen met andere (politiële)
                        aandachtsvelden zoals zeden, vuurwa­pens, milieu en geweld. Naast de
                        gemeente kan de politie, evenals Verispect B.V., optreden als er sprake is
                        van het overtreden van bepalingen van de Drank- en Horecawet en de Wet op de
                        kansspelen. De korpschef verleent toestemmingen en legitimatiebewijzen in
                        het kader van Wet op de particu­liere beveiligingsorganisaties en
                        recherchebureaus.</al><al>De feitelijke constatering van een incident dan wel overtreding van een
                        vergunning­voorschrift vindt in de regel plaats door de politie. In veel
                        gevallen wordt hiervan proces-verbaal opgemaakt. Een proces-verbaal is een
                        ambtshalve opgemaakt woordelijk verslag van een handeling of bevinding of
                        proces. Wanneer er niet wordt geverbaliseerd maar de politie wel optreedt
                        (bijvoorbeeld beëindigen overtreding) wordt dit optreden gemuteerd. </al><al/><al>Op grond van artikel 3 Politiewet heeft de politie tot taak het in
                        ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de
                        geldende rechtsregels zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de
                        rechtsorde en hulp te verlenen aan hen die deze behoeven. Dit betekent dat
                        de politie bevoegd is om zelfstandig -zonder tussenkomst van het bevoegd
                        bestuursorgaan- het strafbare feit te beëindi­gen en een horeca-inrichting
                        daartoe, met of zonder toestemming van de exploitant, te ontruimen en te
                        sluiten.</al><al>De brandweer ziet toe op het Gebruiksbesluit, op basis van dit besluit
                        verleent de brandweer de gebruiksvergunningen en -meldingen en ziet toe op
                        naleving van het besluit. In de vergunning c.q. melding worden voorschriften
                        gesteld die de veilig­heid van de bezoekers in het horecabedrijf regelen.
                        Met name brandvoorschriften spelen hierbij een grote rol. </al><al>De unit V&amp;H (Werkendam), werkeenheid Milieu (Woudrichem) richt zich
                        onder meer op geluid(soverlast) veroorzaakt door horeca. In dat kader ziet
                        (de werkeenheid) milieu, in overleg met de politie, de AOV-er en de
                        gemeentelijk handhavingsdeskundige, toe op naleving van de geformuleerde
                        voorwaarden. </al><al>Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd.
                        Daarvoor wordt samengewerkt met de politie en andere opsporingsdiensten. De
                        officier van justitie leidt het opsporingsonderzoek. Het OM houdt ook
                        toezicht op de goede uitvoering van het vonnis van rechters; boetes moeten
                        worden betaald, gevangenis­straffen uitgezeten, taakstraffen goed
                            uitgevoerd<cursief>.</cursief></al><al>Het houden van toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet is een
                        belangrijke taak van de gemeente en de politie. </al><al/><al>Het vorenstaande laat zich als volgt samenvatten:</al><al><vet>Bepaling</vet></al><al><vet>Toezichthouder</vet></al><al>Exploitatievergunning</al><al>Gemeente en politie</al><al>Art. 3 Drank- en Horecawet</al><al>Gemeente en politie </al><al>Art. 4 Drank- en Horecawet</al><al>Gemeente en politie </al><al>Sluitingstijden</al><al>Gemeente en politie</al><al>Speelautomaten</al><al>Gemeente, politie, Justitie en Verispect</al><al>Gebruiksbesluit </al><al>Brandweer</al><al>Activiteitenbesluit</al><al>Gemeente</al><al>Openbare Orde</al><al>Gemeente en politie</al><al/><al><vet>3.2 Handhaving middels bestuursdwang / last onder dwangsom</vet></al><al>Bij het ontbreken van een vergunning of ontheffing of bij het overtreden van
                        één of meerdere voorschriften die aan de vergunning en/of ontheffing zijn
                        verbonden geniet een bestuursrechtelijke aanpak de voorkeur.</al><al/><al>Ingevolge artikel 125 van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot
                        toepassing van bestuursdwang. In artikel 5:21 van de Awb wordt onder
                        bestuursdwang verstaan: het door feitelijk handelen door of vanwege een
                        bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig
                        wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden
                        of nagelaten. Ingevolge artikel 5:32, eerste lid, van de Awb kan een
                        bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan
                        aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. In het tweede lid van
                        dat artikel wordt bepaald, dat een last onder dwangsom ertoe strekt de
                        overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van
                        de overtreding te voorkomen. In het vierde lid wordt onder meer bepaald dat
                        het bestuursorgaan de dwangsom vaststelt hetzij op een bedrag ineens, hetzij
                        op een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, dan wel
                        per overtreding van de last. Het bestuursorgaan stelt tevens een bedrag vast
                        waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd. Gelet op het algemeen belang
                        dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een
                        wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang
                        of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid
                        gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het
                        bestuursorgaan weigeren dit te doen. Dat kan zich voordoen indien concreet
                        uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig
                        onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van
                        optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.</al><al/><al>In Werkendam is in de Nota Toezicht en Handhaving (vastgesteld door de raad
                        op 28 september 2004) het beëindigen van overtredingen een belangrijke
                        doelstelling. Derhalve zal bij overtreding van de regels, de gemeente
                        besluiten daartegen handhavend op te treden middels toepassing van
                        bestuursdwang c.q. het opleggen van een last onder dwangsom, waarbij zij het
                        vorenstaande ten aanzien van de bijzondere omstandigheden in aanmerking zal
                        nemen. Alvorens wordt besloten tot het toepassen van bestuursdwang c.q. het
                        opleggen van een last onder dwangsom wordt de overtreder in kennis gesteld
                        van dit voornemen. Daarbij zal de overtreder ingevolge artikel 4.8 van de
                        Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid worden gesteld diens zienswijze
                        aan de gemeente kenbaar te maken met betrekking tot het voornemen om
                        handhavend optreden. Een ingediende zienswijze zal worden betrokken bij de
                        uiteindelijke besluitvorming inzake het toepassen van bestuursdwang. Tenzij
                        de zienswijze daartoe geen aanleiding geeft, volgt op de vooraankondiging de
                        beschikking tot bestuursdwang c.q. het opleggen van een last onder dwangsom. </al><al/><al><vet>3.3 Handhaving middels intrekking van een
                                vergunnin</vet><vet><cursief>g</cursief></vet></al><al>Hiervoor is beschreven hoe gehandeld wordt bij het ontbreken van een
                        vergunning of ontheffing of bij het overtreden van de voorschriften. De
                        Drank- en Horecawet en de Wet op de Kansspelen kennen daarnaast specifieke
                        bepalingen over het intrekken van de vergunning. In sommige gevallen geeft
                        de wet aan dat het bestuursorgaan in <vet>moet </vet>trekken in andere
                        gevallen <vet>kan</vet> het bestuursorgaan de vergunning intrekken.</al><al/><al>Artikel 31, lid 1 Drank- en Horecawet en artikel 30f, lid 1 Wet op de
                        Kansspelen geven de gronden wanneer een vergunning <vet>moet</vet> worden
                        ingetrokken. Artikel 31, lid 2 en 3 Drank- en Horecawet en artikel 30f, lid
                        2 Wet op de Kansspelen geven de gronden wanneer een vergunning <vet>kan
                            worden</vet> ingetrokken. </al><al/><al>De exploitatievergunning kan op grond van artikel 1:6 van de APV worden
                        ingetrokken of gewijzigd:</al><al>a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                        verstrekt;</al><al>b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                        opgetreden na het verlenen van de vergunning, intrekking of wijziging
                        noodzakelijk is vanwege het belang van de woon- en leefsituatie in de
                        omgeving van het horecabedrijf of in het belang van openbare orde is
                        vereist;</al><al>c. indien de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet
                        zijn of worden nagekomen;</al><al>d. indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                        gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen
                        een redelijke termijn.</al><al/><al>Van het voornemen tot het intrekken van de vergunning wordt op grond van het
                        bepaalde in artikel 4:8 Awb de overtreder in beginsel in kennis gesteld,
                        alvorens daartoe wordt besloten, tenzij een situatie als bedoeld in artikel
                        4:11 Awb zich voordoet. In beginsel wordt de overtreder derhalve in de
                        gelegenheid gesteld diens zienswijze aan de gemeente kenbaar te maken met
                        betrekking tot het voornemen om tot intrekking van de vergunning over te
                        gaan. Een ingediende zienswijze zal worden betrokken bij de uiteindelijke
                        besluitvorming inzake het al dan niet intrekken van de vergunning. Tenzij de
                        zienswijze daartoe geen aanleiding geeft, volgt op de vooraankondig het
                        besluit tot intrekking van de vergunning.</al><al>Op grond van het bepaalde in artikel 2:30 van de APV kan de burgemeester in
                        het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of
                        in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                        tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden
                        vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. Aanleiding voor tijdelijke
                        afwijking of sluiting, moet zijn gelegen in het belang van de openbare orde,
                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in bijzondere omstandigheden
                        (zoals, al dan niet lokale, feestdagen). Het betreft een algemene
                        bevoegdheid die zich niet alleen kan uitstrekken tot een maar ook tot meer
                        of zelfs tot alle in de gemeente aanwezige horecabedrijven. Wel beperkt de
                        bevoegdheid zich tot het tijdelijk vaststellen van afwijkende
                        sluitingstijden of tot tijdelijke sluiting. </al><al/><al><vet>3.4 Overige handhavingsaspecten </vet></al><al/><al>Voor alle handhavingsonderdelen gelden de volgende uitgangspunten.</al><al>3.4.1 Afwijking van de handhavingsmaatregelen </al><al>Ingeval het college en/of de burgemeester het gezien de omstandigheden
                        noodzakelijk achten, kan besloten worden af te wijken van bovenstaande
                        handhavingsmaatregelen en gemotiveerd andere, verdergaande, maatregelen
                        treffen. Deze maatregelen kunnen zijn: het toepassen van (spoed)
                        bestuursdwang of het bevelen van onmiddellijke sluiting van het
                        horecabedrijf.</al><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid of om
                        andere zwaarwichtige redenen gemotiveerd afwijken van de bepalingen van dit
                        sanctiebeleid.</al><al>3.4.2 Strafbare feiten </al><al>Indien strafbare feiten worden gepleegd door werknemers (of ondernemers) of
                        door anderen, in of rondom de horeca-inrichting en deze strafbare feiten
                        leiden naar het oordeel van de burgemeester tot een bedreiging van de
                        openbare orde, dan zal in beginsel worden opgetreden volgens de systematiek
                        van het handhavingsbeleid van de gemeente als deze strafbare feiten verband
                        houden met de wijze van exploitatie van de inrichting.</al><al>3.4.3 Geweldsdelicten </al><al>Uitgaansgeweld in of rondom een horeca-inrichting wordt door de burgemeester
                        beschouwd als een ernstige aantasting van de openbare orde. Wanneer er nu
                        sprake is van een geweldsdelict van enige betekenis (er is bijvoorbeeld
                        sprake van aantoonbaar letsel), waarbij een relatie kan worden gelegd tussen
                        het geweld en de wijze van exploiteren van een horeca-inrichting, dan wordt
                        in beginsel opgetreden volgens de systematiek van het handhavingsbeleid van
                        de gemeente. In geval van een zeer ernstig geweldsdelict kan ook hier
                        uiteraard nog van worden afgeweken, op grond van de hiervoor beschreven
                        bevoegdheid van de burgemeester. Bij lichte vorm van geweld daarentegen kan
                        de burgemeester ook besluiten met een waarschuwing te volstaan.</al><al/><al/><al/><al><vet>Deel</vet></al></tekst></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>