<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR331588_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Drank- en Horecaverordening 2014 gemeente Zederik</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zederik</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vijfheerenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 12 juni 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Drank- en Horecaverordening 2014 gemeente Zederik</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">artikelen 108, tweede lid en 147 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002458">artikelen 4, 25a en 25d van de Drank- en Horecawet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.6087</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Drank- en Horecaverordening 2014 gemeente Zederik</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad der gemeente Zederik;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 april 2014;</al><al>gelet op de artikelen 108, tweede lid en 147 van de Gemeentewet;</al><al>gelet op de artikelen 4, 25a en 25d van de Drank- en Horecawet;</al><al>gehoord de discussie tijdens de plenaire informatiebijeenkomsten voor het
                  maatschappelijk veld op 3 september 2013 en 10 februari 2014,</al><al>gezien het advies van Informatievergadering I van 6 mei 2014;</al><al>overwegende dat:</al><lijst><li nr="•"><al>De Drank- en Horecawet de gemeenten verplicht om met ingang van 1 januari
                        2014 een Drank- en Horecaverordening vast te stellen;</al></li><li nr="•"><al>daarin bepalingen moeten worden opgenomen ter regulering en voorkoming van
                        oneerlijke mededinging (paracommercie);</al></li><li nr="•"><al>daarin bepalingen kunnen worden opgenomen in het kader van
                        alcoholmatiging;</al></li><li nr="•"><al>alcoholmatiging –met name onder jongeren- als speerpunt benoemnd is in de
                        Nota Integrale Veiligheid Zederik 2012;</al></li></lijst><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de navolgende </al><al>DRANK- EN HORECAVERORDENING 2014 GEMEENTE ZEDERIK</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet : Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>terras : het buiten de besloten ruimte gelegen deel van een
                              inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar sta- of
                              zitgelegenheid kan worden geboden en waar bedrijfsmatig of anders dan
                              om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse mogen worden verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>vergunning : de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet;</al></li><li nr="d."><al>bezoeker : een ieder die zich in een inrichting bevindt, met
                              uitzondering van:</al><lijst><li nr="I."><al>leidinggevenden in de zin van de wet;</al></li><li nr="II."><al>personen die dienst doen in de inrichting;</al></li><li nr="III."><al>personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende
                                    redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in
                        deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>BEPALINGEN VOOR HORECABEDRIJVEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.1</nr><titel>BEPALINGEN VOOR DE UITOEFENING VAN HET HORECABEDRIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te
                           oefenen</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een vergunning voor het uitoefenen van het
                        horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen
                        worden gesteld in het kader van de volgende belangen:</al><lijst><li nr="a."><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de openbare orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Prijsacties horeca</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en / of in het belang van de
                        openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                        alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een
                        prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de
                        prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras
                        gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.2</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIËLE RECHTSPERSONEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende
                        drank gedurende de periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigende
                        met twee uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire
                        doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. Deze
                        verstrekkingsbeperking is uitsluitend van toepassing indien dit leidt tot
                        oneerlijke mededinging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Privébijeenkomsten en bijeenkomsten derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende
                           drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard te verstrekken, indien
                           dit leidt tot oneerlijke mededinging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende
                           drank tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                           rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                           betrokken zijn te verstrekken, indien dit leidt tot oneerlijke
                           mededinging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen
                           de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van persoonlijke
                           aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                           rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                           betrokken zijn, als bedoeld in het eerste lid en tweede lid van dit
                           artikel, openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met
                           bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften,
                           internet of via social media kenbaar te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde paracommerciële
                           rechtspersonen</titel></kop><al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te
                        verstrekken in een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon die: </al><lijst><li nr="a."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel
                              uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van
                              onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend
                              of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer jeugdorganisaties of
                              -instellingen dan wel bezocht pleegt te worden door jeugdige
                              personen;</al></li><li nr="c."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend
                              of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisatie of
                              -instellingen</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorschriften slijterijen</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een vergunning voor een slijtersbedrijf voorschriften
                     verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld in het kader van de
                     volgende belangen:</al><lijst><li nr="a."><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de openbare orde.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><label>Overgangsrecht</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor
                        paracommerciële rechtspersonen:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van
                              eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn
                              gesteld;</al></li><li nr="b."><al>de ontheffingen die tot dat tijdstip door het college van
                              burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend;</al></li><li nr="c."><al>de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van
                        deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens
                        de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid
                        bedoelde inrichtingen, blijven van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                        zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de
                        wet, behalve de in het eerste lid, onder b., bedoelde ontheffingen, blijven
                        12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen
                        deze ontheffingen te vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Drank- en Horecaverordening 2014
                        gemeente Zederik'.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                  Zederik, gehouden op 26 mei 2014. </al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>De toelichting op deze Drank- en Horecaverordening (hierna de verordening) bestaat
               uit deel A en deel B. </al><al>Deel A bevat een algemene toelichting op de verordening. Daarbij wordt ingegaan op
               de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Wijziging van de Drank- en Horecawet</al></li><li nr="2."><al>Toezicht op de Drank- en Horecawet</al></li><li nr="3."><al>Hoofdelementen en uitgangspunten van de verordening</al></li><li nr="4."><al>Totstandkoming van deze verordening</al><al/></li></lijst><al>Deel B bevat een artikelsgewijze toelichting op de verordening. </al><al/><tussenkop>A Algemene toelichting</tussenkop><al/><al><vet>1.Wijziging van de Drank- en Horecawet</vet></al><al/><al>De Drank- en Horecawet ordent de distributie van alcoholhoudende drank. De wet
               vloeit voort uit de Drankwetten van 1881 en 1931 en bestaat in de huidige vorm sinds
               1964. Belangrijke wijzigingen vonden plaats in 1996, 2000 en nu in 2013. Kern van de
               wet is dat alcoholgebruik kan leiden tot gezondheidsschade, overlast en ongevallen.
               Daarom is een gemeentelijke vergunning vereist voor het verstrekken van
               alcoholhoudende drank (ter plaatse) in de horeca en het verstrekken (elders dan ter
               plaatse) van sterke drank in slijterijen. Voor de detailhandelsverkoop van
               zwak-alcoholhoudende drank is geen vergunning vereist. </al><al>De Drank- en Horecawet stelt voor het verkrijgen van een vergunning enkele eisen:
               leidinggevenden dienen te voldoen aan leeftijdseisen (21 jaar of ouder),
               zedelijkheidseisen (geen antecenten) en eisen ten aanzien van kennis en inzicht in
               verantwoord verstrekken (meestal Verklaring Sociale hygiëne). Ook de inrichting zelf
               moet aan enkele basiseisen voldoen.</al><al>Om het alcoholgebruik onder jongeren zoveel mogelijk te helpen voorkomen, kent de
               Drank- en Horecawet al van oudsher leeftijdsgrenzen. Aan jongeren onder de 18 jaar
               mag geen alcoholhoudende drank worden verstrekt. Alle verstrekkers van alcohol
               (barkeepers, slijters, caissières en dergelijke) dienen de leeftijd van jongeren
               vooraf vast te stellen. Zowel degenen die alcoholhoudende drank aan te jonge personen
               verstrekken als de jongeren onder de 18 jaar die alcoholhoudende drank in hun bezit
               hebben zijn strafbaar.</al><tussenkop>Nieuwe bepalingen</tussenkop><al>Per 1 januari 2013 zijn enige wijzigingen in de Drank- en Horecawet in werking
               getreden. </al><al>De belangrijkste wijziging is dat het toezicht op de naleving van vrijwel alle
               bepalingen van de Drank- en Horecawet overgaat van de Nederlandse Voedsel- en
               Warenautoriteit naar de gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is dat gemeenten het
               toezicht efficiënter in kunnen zetten en vaker toezicht kunnen uitoefenen. De
               burgemeester wordt voortaan bevoegd gezag. Hij wijst ook gemeentelijke
               toezichthouders aan. </al><al>De gemeenteraad krijgt meer mogelijkheden om op lokaal niveau beter invulling te
               geven aan het alcoholbeleid, met name om (overmatig) alcoholgebruik onder jongeren
               tegen te gaan. De bestaande gemeentelijke bevoegdheid om leeftijdsgrenzen voor de
               horeca vast te stellen wordt uitgebreid. Gemeenten kunnen voortaan een minimum
               toelatingsleeftijd tot alle horecalokaliteiten en terrassen vaststellen en deze
               koppelen aan tijdsruimten. Daarnaast krijgen gemeenteraden de mogelijkheid extreme
               prijsacties in supermarkten en de horeca in een verordening te verbieden.
               Gemeenteraden krijgen de plicht om uiterlijk 1 januari 2014 een verordening op te
               stellen waarin de alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen wordt
               gereguleerd. </al><al>In de Drank- en Horecawet is opgenomen dat jongeren onder de 18 jaar strafbaar zijn
               als ze alcohol aanwezig of voor consumptie gereed hebben op voor het publiek
               toegankelijke plaatsen. Deze landelijke strafbepaling heeft een drieledig doel. Ten
               eerste is het een beschermingsmaatregel, waarmee het alcoholgebruik onder jongeren
               onder de 18 jaar wordt tegengegaan. Ten tweede is het een ordemaatregel, waarmee
               overlastgevende drinkende jeugd op straat kan worden aangepakt. Ten derde is de
               bepaling een antwoord op het veel voorkomende fenomeen dat een oudere persoon alcohol
               koopt en deze in de horeca of op straat doorgeeft aan een jongere onder de
               leeftijdsgrens. Het verbod geldt niet voor het aanwezig hebben van alcoholhoudende
               dranken in supermarkten, slijterijen en dergelijke. Daar is er immers geen indirecte
               verstrekking en/of consumptie ter plaatse. Het geldt wel voor het aanwezig hebben (of
               voor consumptie gereed hebben) van alcoholhoudende drank in horeca-inrichtingen,
               inclusief de inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen.</al><al>Het verstrekken en verkopen van alcohol aan jongeren onder de 18 kan als gevolg van
               de wijziging van de Drank- en Horecawet harder worden aangepakt. Supermarkten en
               andere detailhandelaren die binnen één jaar drie keer betrapt worden op het verkopen
               van alcohol aan jongeren onder de leeftijdsgrens kan het tijdelijk worden verboden om
               alcoholhoudende drank te verkopen. De burgemeester kan een alcoholverkoopverbod van
               één tot twaalf weken opleggen.</al><al>De horeca- en slijterijvergunning kan al na één overtreding van de leeftijdsgrenzen
               worden geschorst. </al><al>De administratieve lasten voor horeca- en slijtersbedrijven worden fors verminderd.
               Zo hoeft een ondernemer een nieuwe leidinggevende nog slechts bij de burgemeester te
               melden en hoeft er in zo een geval ook geen nieuwe vergunning meer te worden
               aangevraagd.</al><tussenkop>De Lex silencio positivo in de Drank- en Horecawet</tussenkop><al>In artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet is bepaald dat de lex silencio
               positivo van toepassing is op een aanvraag om een vergunning die onder de Dienstenwet
               valt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. De Lex silencio positivo is
               de regeling waarbij een vergunning automatisch verleend wordt als de overheid niet
               tijdig over de aanvraag van een vergunning heeft beslist. Hiermee wil het kabinet
               tijdige besluitvorming bij vergunningaanvragen bevorderen. </al><al>In de gewijzigde Drank- en Horecawet is in artikel 3, tweede lid, artikel 4, zesde
               lid en artikel 35, vijfde lid bepaald dat de lex silencio positivo (paragraaf 4.1.3.3
               van de Algemene wet bestuursrecht) niet van toepassing is op deze aanvragen. </al><al>Ten aanzien van de aanvragen als bedoeld in artikel 30 en artikel 30a, eerste en
               tweede lid en van de Drank- en Horecawet is niet expliciet bepaald dat de lex
               silencio positivo niet van toepassing is. De aanname is derhalve dat de lex silencio
               van toepassing is op deze aanvragen. Dit betekent dus dat een aanvraag binnen de
               wettelijk gestelde termijn afgewikkeld dient te worden. Indien dit niet gebeurt is de
               vergunning / de ontheffing van rechtswege verleend.</al><tussenkop>2.Toezicht op de Drank- en Horecawet</tussenkop><al>Effectief toezicht heeft over het algemeen een sterk positief effect op de naleving
               van regels. Dit is niet alleen zo bij snelheidsovertredingen, het betalen van
               belasting en het dragen van autogordels, maar ook bij het naleven van de
               leeftijdsgrenzen voor alcoholverkoop en andere bepalingen van de Drank en Horecawet.
               Bij een pilot in politiedistrict Rivierenland steeg de naleving van de
               leeftijdsgrenzen voor alcoholverkoop na een jaar intensief decentraal toezicht door
               twee speciaal daartoe aangestelde gemeentelijke toezichthouders van 20% naar
               80%.</al><al>Aangezien met de gewijzigde wet belangrijke bevoegdheden om alcoholverstrekking te
               reguleren worden gedecentraliseerd naar gemeenten, is het logisch dat het toezicht
               daarop ook bij gemeenten (in casu de burgemeesters) wordt gelegd. Veelal is er immers
               een directe relatie met overlast en openbare orde, waarvoor de burgemeester al
               verantwoordelijk is. Door de decentralisatie van het toezicht worden gemeenten in
               staat gesteld om beter in te spelen op de lokale situatie. Verder kunnen gemeenten de
               toezichtstaak efficiënter en effectiever uitvoeren, waardoor de frequentie van het
               toezicht naar verwachting wordt verhoogd in vergelijking met de frequentie van het
               huidige toezicht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Daarnaast komt het
               toezicht op de brandveiligheid, omgevingsregelgeving, lokale verordeningen en de
               Drank- en Horecawet in één hand te liggen, wat ook bijdraagt aan een efficiëntere
               handhaving. Tot slot kunnen de gemeentelijke toezichtstaken een grote bijdrage
               leveren aan het opzetten van een integraal lokaal of regionaal alcoholbeleid.</al><al>Effectief alcoholbeleid levert zowel gezondheidswinst als economische winst op. Het
               kenmerkt zich door een samenhangend geheel van maatregelen en interventies op het
               terrein van volksgezondheid en veiligheid. Een strategisch alcoholbeleid is gebouwd
               op interventies die gedurende een langere tijd worden uitgevoerd. Lokaal
               alcoholbeleid beoogt primair de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik te voorkomen,
               die niet alleen de gezondheid van een individu betreffen maar ook de veiligheid en de
               openbare orde binnen een gemeente. Het gaat bij alcoholbeleid om een combinatie van
               veiligheids- en gezondheidsdoelstellingen. Daarom is een integrale benadering vanuit
               verschillende beleidsdisciplines binnen de gemeente essentieel voor het voeren van
               effectief alcoholbeleid. Veelbelovende alcoholprojecten in Nederland geven inmiddels
               invulling aan een combinatie van beide beleidsterreinen. </al><tussenkop>3 Hoofdelementen en uitgangspunten van de verordening </tussenkop><al>Per 1 januari 2013 hebben gemeenteraden de bevoegdheid bij verordening het volgende
               te reguleren:</al><lijst><li nr="1."><al>Alcoholverstrekking in paracommerciële inrichtingen, zoals kantines van sport-
                     en andere verenigingen (artikel 4).</al><lijst><li nr="a."><al>Vaststellen van schenktijden, rekening houdend met de aard van de
                           paracommerciële</al><al> rechtspersoon.</al></li><li nr="b."><al>Verbod / beperken alcoholverstrekking privébijeenkomsten en
                           bijeenkomsten derden,</al><al> rekening houdend met de aard van de paracommerciële rechtspersoon.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De verstrekking van alcoholhoudende drank in horeca/slijterij (artikel
                     25a)</al><lijst><li nr="a."><al>Verstrekkingsverbod of beperkingen aan verstrekking van alcoholhoudende
                           drank (bijvoorbeeld</al><al> alleen zwak-alcoholhoudende drank):</al><lijst><li nr="-"><al>voor alle horeca / slijterij of voor horeca / slijterij van
                                 bepaalde aard;</al></li><li nr="-"><al>in de gehele gemeente of in een bepaald deel van de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>permanent of gedurende bepaalde tijdstippen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Voorschriften door de burgemeester aan vergunning horeca /
                           slijterij.</al></li><li nr="c."><al>Burgemeester kan de vergunning horeca / slijterij beperken tot
                           zwak-alcoholhoudende drank.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Verhoging van de toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten/terrassen (tot
                     maximaal 21 jaar) (artikel 25b):</al><lijst><li nr="a."><al>Voor alle horeca of horeca van bepaalde aard.</al></li><li nr="b."><al>In de gehele gemeente of in een bepaald deel van de gemeente.</al></li><li nr="c."><al>Permanent of gedurende bepaalde tijdstippen.</al></li><li nr="d."><al>Verplichte ID-check bij de toelatingscontrole.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Tijdelijk verstrekkingsverbod of tijdelijke beperkingen aan de verstrekking
                     van zwak-alcoholhoudende drank in detailhandel zonder vergunning, zoals
                     supermarkten, snackbars, bierkoeriers, etcetera (artikel 25c):</al><lijst><li nr="a."><al>In hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Verbod extreme prijsacties in de horeca (bijvoorbeeld happy hours) en in de
                     detailhandel (bijvoorbeeld stuntprijzen) (artikel 25d)</al><lijst><li nr="a."><al>Eventueel beperkt tot acties van bepaalde aard.</al></li><li nr="b."><al>In de gehele gemeente of in een bepaald deel van de gemeente.</al></li></lijst></li></lijst><al>De eerst genoemde bevoegdheid (vaststellen van een verordening paracommercie) is
               verplicht.</al><al>In deze verordening is een aantal van de genoemde uitgangspunten gehanteerd.</al><al>Zo is ervoor gekozen om een deel van de verordenende bevoegdheden die de Drank- en
               Horecawet aan de gemeenteraad toebedeelt, uit te werken. Het is lokaal maatwerk of
               bepaalde mogelijkheden haalbaar of wenselijk zijn. Ook gaat deze verordening ervan
               uit dat alleen een integrale lokale aanpak uiteindelijke effectief zal zijn. Kern
               daarvan is dat oneerlijke mededinging en het alcoholgebruik onder jongeren zoveel
               mogelijk worden voorkomen (zie ook paragraaf 3).</al><al>Een belangrijk uitgangspunt van deze verordening is verder om de gemeenteraad
               maximaal te ondersteunen met een beleidsrijk model, waar bij elke beleidsoptie een
               onderbouwde ‘basiskeuze’ is gemaakt. Dat laat vanzelfsprekend onverlet dat de raad
               deze basiskeuze kan wijzigen als daar lokale argumenten voor zijn. In Zederik is dat
               gebeurd onder raadpleging van de doelgroep (commerciële horeca en paracommerciële
               instellingen).</al><al>Deze verordening is opgezet als een aparte verordening. De bevoegdheden die
               gemeenten per verordening willen regelen, kunnen ook als aparte afdeling in de APV
               opgenomen worden. Een klein voordeel daarvan is dat alle bepalingen die de horeca
               betreffen (horeca-exploitatievergunning, sluitingstijden en dergelijke) dan in één
               verordening staan. Een aparte verordening ligt echter meer voor de hand omdat hier de
               Drank- en Horecawet de grondslag vormt en niet de Gemeentewet. De bevoegdheden op
               basis van de Drank- en Horecawet betreffen medebewindbepalingen, gericht op
               bescherming van de volksgezondheid en verantwoorde alcoholverstrekking. Ook het
               toezicht en het sanctieregime is geregeld in de Drank- en Horecawet en daarmee anders
               dan andere APV bepalingen.</al><al>Een vierde belangrijk uitgangspunt van dit model is een indeling naar domeinen
               (horeca, slijterijen, paracommerciële rechtspersonen, et cetera) en niet een indeling
               die de artikelen van de Drank- en Horecawet volgt. Dit sluit beter aan bij de
               praktijk, waar zaken zich afspelen bij een bepaalde verstrekker in een bepaalde
               setting. Zo staan alle bepalingen voor een specifieke verstrekker bij elkaar.</al><al>Een laatste uitgangspunt is de handhaafbaarheid, vooral ten aanzien van het
               verplichte onderdeel gericht op paracommerciële inrichtingen. Zo is gekozen voor een
               insteek die uitgaat van één basisbeleid voor alle paracommerciële inrichtingen, met
               een mogelijkheid daarop uitzonderingen te maken.</al><tussenkop>4.Totstandkoming van deze verordening</tussenkop><al>Deze verordening is tot stand gekomen in samenwerking tussen de 17 gemeenten van de
               regio Zuid-Holland-Zuid. Vertegenwoordigers van de subregio’s
               Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, Papendrecht / Alblasserdam / Sliedrecht (PAS), de
               Hoeksche Waard en Dordrecht / Zwijndrecht / Hendrik-Ido-Ambacht hebben in
               (sub-)werkgroep verband deze verordening tot stand gebracht. Hierbij is aansluiting
               gezocht bij het standaardmodel van de STAP.</al><al>Hierdoor word geborgd dat er in alle regiogemeenten de verplichte bepalingen
               opgenomen worden en dat er ten aanzien van de keuzebepalingen -zo veel als mogelijk
               is- uniformiteit ontstaat. Dit komt de naleving en het toezicht ten goede. Voor wat
               betreft de keuzebepalingen is iedere gemeente autonoom om te bepalen wat er in de
               uiteindelijke lokale verordening opgenomen wordt. </al><al>De wijzigingswet Drank- en Horecawet bepaalt ten aanzien van de verordening dat de
               burgemeester als bevoegd gezag de doelgroepen dient te betrekken bij de
               totstandkoming van de verordening. In Zederik is daarom gekozen voor een
               participerende bijeenkomst voor het maatschappelijk veld. De KHN werkgroep Horeca, de
               afzonderlijke horecaondernemers, de besturen van paracommerciële instellingen en ook
               de raadsleden van Zederik zijn uitgenodigd om informatie te krijgen en te
               discussiëren over de invulling van deze verordening tijdens twee plenaire
               bijeenkomsten. Op grond van de uitkomsten van die besprekingen is deze verordening in
               de huidige vorm en inhoud en strekking tot stand gekomen.</al><tussenkop>B Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 BEGRIPSBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In artikel 1 van deze verordening is een aantal begripsbepalingen opgenomen.</al><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>Door de begripsbepaling ‘de wet’ kan op diverse plaatsen in deze verordening op
               eenvoudige wijze verwezen worden naar de Drank- en Horecawet.</al><al>Voorgesteld wordt ook een begripsbepaling voor ‘terras’ op te nemen. Uit de
               omschrijving blijkt dat het terras onderdeel uitmaakt van de inrichting waarin het
               horecabedrijf wordt uitgeoefend, maar dat het terras niet gelegen is in het besloten
               deel van de inrichting. In de begripsbepaling ontbreekt dat een terras in de open
               lucht moet zijn gelegen, daar er immers ook sprake kan zijn van een terras in een
               overdekte winkelstraat. Een terras kan sta- of zitgelegenheid bieden en het moet zijn
               toegestaan dat daar spijzen en dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse. </al><al>De hier gebruikte begripsbepaling sluit naadloos aan bij de andere begripsbepalingen
               van de Drank- en Horecawet. </al><al>Een gemeente kan er evenwel voor kiezen een begripsomschrijving van terras te nemen
               die aansluit bij de APV (terras: hetgeen de APV daaronder verstaat) of bij de Drank-
               en Horecawetvergunning (terras: dat deel van de inrichting dat in de Drank- en
               Horecawetvergunning aangeduid wordt als terras). Hoe dan ook dient het begrip
               eensluidend te worden gedefinieerd in de verordening, vergunning en APV. Dit is een
               maatwerkkeuze voor de afzonderlijke gemeenten.</al><al>De begripsbepaling ‘vergunning’ verwijst naar artikel 3 van de Drank- en Horecawet.
               Het gaat derhalve niet alleen om door het bevoegd gezag verleende vergunningen om het
               horecabedrijf uit te oefenen, maar ook om vergunningen voor de uitoefening van het
               slijtersbedrijf.</al><al>De begripsbepaling ‘bezoeker’ heeft betrekking op eenieder die zich in een
               inrichting bevindt waarin het horeca- of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, met
               uitzondering van de leidinggevenden (exploitant, bedrijfsleider, beheerder) en
               dienstdoende personen, zoals barpersoneel, keukenhulpen, schoonmakers en portiers.
               Verder zijn uitgezonderd personen van wie de aanwezigheid in de inrichting wegens
               dringende redenen noodzakelijk is. Het betreft hier bijvoorbeeld ambulancepersoneel
               dat te hulp is geroepen of een politieagent of toezichthouder die bezig is met
               wetshandhaving.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Voor de niet in het eerste lid genoemde begrippen die in deze verordening worden
               gebruikt wordt verwezen naar de begripsbepalingen opgenomen in artikel 1 van de
               Drank- en Horecawet. </al><al>De vigerende wettekst is te vinden op www.overheid.nl.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 BEPALINGEN VOOR HORECABEDRIJVEN</tussenkop><tussenkop>§ 2.1 BEPALINGEN VOOR DE UITOEFENING VAN HET HORECABEDRIJF </tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te
               oefenen</tussenkop><al>In artikel 2 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd is
               voorschriften te verbinden aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen.
               Bepaald wordt wel dat de voorschriften die de burgemeester stelt aan de vergunning
               voor het uitoefenen van het horecabedrijf zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="-"><al>in het belang van de openbare orde.</al></li></lijst><al>Voor de goede orde: Hieronder valt ook de naleving van artikel 20 van de Drank- en
               Horecawet (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de verstrekking van
               alcoholhoudende dranken). </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Artikel 25a van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de mogelijkheid in een
               verordening op te nemen dat de burgemeester, volgens bij die verordening te stellen
               regels, vooraf - dat wil zeggen bij de afgifte van de vergunning- voorschriften aan
               een vergunning kan verbinden of de vergunning kan beperken tot het verstrekken van
               zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden bepaald voor horecavergunningen en voor
               slijterijvergunningen. Deze gemeentelijke bevoegdheid was voorheen opgenomen in
               artikel 23 van de Drank- en Horecawet, zij het dat toen aan het college van
               burgemeester en wethouders die bevoegdheid gegeven kon worden.</al><al>In deze verordening wordt de burgemeester voor wat betreft de horecabedrijven
               uitsluitend de bevoegdheid gegeven de alcoholverstrekking aan voorschriften te
               verbinden. Hij krijgt niet de bevoegdheid de verstrekking te beperken tot
               zwak-alcoholhoudende drank. Dit omdat in deze verordening de gemeenteraad al in
               artikel 7 categorieën inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen aanwijst waar
               geen sterke drank mag worden verstrekt. Zoals hiervoor reeds vermeld beperkt de
               gemeenteraad verder de bevoegdheid van de burgemeester door te bepalen dat hij
               slechts voorschriften kan verbinden vanwege twee specifiek genoemde redenen
               (bescherming volksgezondheid, openbare orde belang.</al><al>Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning
               voor een horecabedrijf zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Ter bescherming van de volksgezondheid:</al><al> Een gevarieerde drankenkaart verplicht stellen. </al><al> Dit houdt in dat er naast alcoholhoudende dranken, voldoende betaalbare
                     niet-alcoholhoudende alternatieven moeten worden aangeboden (fris, water, thee,
                     koffie).</al></li><li nr="-"><al>In het belang van de openbare orde:</al><al> Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal bezoekers. </al><al> Voor de veiligheid kan het aantal bezoekers dat tegelijkertijd in de
                     inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3 Prijsacties horeca</tussenkop><al>Dit artikel is mede op advies en wens van Koninklijk Horeca Nederland
               (belangenvereniging horecaberoepsgroep) opgenomen in de verordening. KHN geeft
               daarmee aan verantwoordelijkheid te willen nemen inzake alcoholmatiging door af te
               zien van activiteiten zoals happy hours, meters bier en dergelijke. </al><al>Artikel 25d, eerste lid, aanhef en onder a. van de Drank- en Horecawet biedt
               gemeenteraden de mogelijkheid prijsacties, zoals happy hours, gedeeltelijk te
               beperken. Happy hours zijn doorgaans afgebakende tijden (enkele uren, één dag in de
               week) waarop alcohol tegen een gereduceerd tarief wordt aangeboden. In veel gemeenten
               zijn er uitgaansgelegenheden waar happy hours worden georganiseerd. De maatregel kan,
               zo bepaalt de Drank- en Horecawet, alleen betrekking hebben op het bedrijfsmatig of
               anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse
               tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de
               prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk
               wordt gevraagd. </al><al>Met dit artikel kan de gemeenteraad bijvoorbeeld ook prijsacties als ‘2 drankjes
               voor de prijs van 1’ verbieden. Ook kan men er bepaalde arrangementen mee tegengaan,
               zoals één avond onbeperkt drinken voor </al><al>€ 15,00, althans als het onbeperkt drinken gedurende één avond normaal gesproken
               voor meer dan € 25,00 wordt aangeboden en er in het kader van een actie tijdelijk een
               prijs van € 15,00 wordt gevraagd. </al><al>Het in artikel 3 van deze verordening opgenomen verbod heeft uitsluitend betrekking
               op prijsacties in horecalokaliteiten en op terrassen en geldt dus niet voor goedkoop
               verstrekken op andere plaatsen, bijvoorbeeld met een artikel 35-ontheffing tijdens
               bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (veelal evenementen). Het gaat bij
               dit verbod ook uitdrukkelijk om de korting op de prijs die normaal in die
               horecalokaliteit of op dat terras wordt gevraagd. Dat is in de horeca na te gaan door
               de actieprijs te vergelijken met de prijs die wordt vermeld op de (op grond van het
               Besluit prijsaanduiding producten) verplichte prijslijst. </al><al>De Drank- en Horecawet staat toe dat de gemeenteraad het verbod op extreme
               prijsacties beperkt tot prijsacties van een bepaalde aard. Bijvoorbeeld alleen een
               verbod op happy hours, ladies nights e.d. (artikel 25d, tweede lid, van de Drank- en
               Horecawet). In deze verordening is niet voor deze mogelijkheid gekozen.</al><al>Gemeenteraden kunnen deze bepaling alleen inzetten ter bescherming van de
               volksgezondheid of in het belang van de openbare orde. </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Met de nieuwe verordenende bevoegdheid krijgen gemeenteraden voor het eerst de
               mogelijkheid om invloed uit te oefenen op prijsacties in de horeca. Prijs en
               betaalbaarheid zijn belangrijke factoren voor alcoholconsumptie (Meijer, e.a., 2008).
               De conclusie uit verschillende onderzoeken naar het effect van prijs op consumptie is
               helder: hoe lager de prijs hoe hoger de consumptie. Happy hours zijn een bekend
               voorbeeld van een tijdelijke prijsverlaging van alcoholhoudende drank. Tijdens happy
               hours wordt de consumptie van drank direct en actief gestimuleerd. Uit veldonderzoek
               is gebleken dat prijsacties voorkomen in 26% van de Nederlandse cafés (STAP, 2009). </al><al>Het grote voordeel van de inzet van dit artikel is dat gemeenten een effectieve
               alcoholpreventie-maatregel in handen krijgen. De Wereldgezondheidsorganisatie geeft
               al jaren aan dat het beïnvloeden van de prijs het meest effectief is in het
               terugdringen van (schadelijk) alcoholgebruik. Consequentie van het toepassen van dit
               artikel is dat het ook gehandhaafd dient te worden. De gemeente zal met de
               toezichthouders / handhavers een werkwijze daarvoor moeten ontwikkelen. </al><tussenkop>§ 2.2 AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIËLE RECHTSPERSONEN</tussenkop><al>Een paracommerciële rechtspersoon is een rechtspersoon - geen NV of BV zijnde - die
               zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve,
               levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer
               van een horecabedrijf. Hieronder vallen onder meer: sportkantines, dorps- en
               buurthuizen, kerkelijke centra, studentenverenigingen, et cetera. Wanneer een
               stichting/vereniging ervoor kiest de exploitatie van de kantine te verpachten of in
               een BV (of NV) onder te brengen is geen sprake van het uitoefenen van het
               horecabedrijf door een paracommerciële rechtspersoon. </al><al>In deze paragraaf wordt uitvoering gegeven aan artikel 4 van de Drank- en Horecawet
               waarin aan gemeenten wordt opgelegd in een verordening regels vast te stellen voor
               paracommerciële rechtspersonen. De regels hebben als doel het voorkomen van
               oneerlijke mededinging en gelden bij het verstrekken van alcoholhoudende drank. </al><al>De volgende onderwerpen moeten volgens de wet in elk geval geregeld worden:</al><lijst><li nr="-"><al>de schenktijden voor alcoholhoudende drank;</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van
                     persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van alcoholhoudende dranken tijdens bijeenkomsten gericht op
                     personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende
                     rechtspersoon betrokken zijn.</al></li></lijst><al>Volgens de memorie van toelichting bij de wijziging van de Drank- en Horecawet mogen
               de lokale regels rond paracommercialisme naar de aard van de paracommerciële
               rechtspersoon verschillend zijn. Dit betekent dat aan studentenverenigingen andere
               regels kunnen worden opgelegd, dan aan sportverenigingen of buurthuizen. Wel is
               uitdrukkelijk opgenomen dat het niet is toegestaan onderscheid te maken tussen
               stichtingen en verenigingen uit Nederland en die uit andere lidstaten, evenals
               rechtspersonen uit de Europese Economische Ruimte en Zwitserland. De regering
               verwacht dat de nieuwe wettelijke eis dat elke gemeente een paracommerciële
               verordening moet vaststellen, zal leiden tot een maatschappelijke discussie op
               gemeentelijk niveau. </al><al>De gemeente kan daarbij recht doen aan de verschillen tussen bijvoorbeeld
               sportverenigingen en overige paracommerciële rechtspersonen. De regering gaat er
               vanuit dat gemeenten bij deze afweging de belangrijke maatschappelijke functie van de
               verschillende paracommerciële rechtspersonen in acht neemt en geen onnodige
               beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen
               sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren. </al><tussenkop>Artikel 4 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen </tussenkop><al>Artikel 4 is gebaseerd op artikel 4 (derde lid, aanhef en onder a.) van de Drank- en
               Horecawet. Dit artikel behandelt de schenktijden voor paracommerciële rechtspersonen.
               In deze verordening is onder andere ervoor gekozen om voor deze rechtspersonen
               schenktijden op te nemen, waarin bepaald is dat paracommerciële rechtspersonen
               uitsluitend alcoholhoudende drank mogen verstrekken gedurende de periode beginnende
               met één uur voor aanvang en eindigende met twee uur na beëindiging van activiteiten
               die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende
               paracommerciële rechtspersoon. </al><tussenkop>Achtergrond </tussenkop><al>De gewijzigde Drank- en Horecawet legt gemeenteraden de plicht op om in een
               verordening de schenktijden van de paracommerciële rechtspersonen te reguleren. Door
               invoering van deze maatregel vervalt de in november 2000 in de Drank- en Horecawet
               opgenomen eis dat paracommerciële rechtspersonen in een bestuursreglement
               (huisreglement) schenktijden opnemen. Ook vervalt de eis dat dagen en tijdstippen
               waarop geschonken wordt duidelijk zichtbaar zijn. </al><al>Met het reguleren van de schenktijden van de paracommerciële rechtspersonen kan
               worden bewerkstelligd dat het verstrekken van alcoholhoudende drank een
               nevenactiviteit van de vereniging blijft naast de primaire activiteiten van
               recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of
               godsdienstige aard. Deze maatregel past binnen het uitgangspunt van de wijziging van
               de Drank- en Horecawet om de verantwoordelijkheid voor het lokale alcoholbeleid, en
               dus ook de schenktijden van paracommerciële rechtspersonen, meer een zaak van de
               gemeenteraad te laten worden dan tot op heden het geval was. Het waren tot nu toe in
               de praktijk toch veelal de paracommerciële rechtspersonen zelf die hun schenktijden
               bepaalden (en vastlegden in het bestuursreglement). Het gevolg was dat veel
               inrichtingen een enorm ruime schenktijd hanteerden die regelmatig overeenkwam met de
               commerciële horeca. </al><al>Het bestuursreglement blijft overigens wel verplicht. In het reglement dient in elk
               geval vastgelegd te worden welke normen het bestuur stelt aan de
               voorlichtingsinstructie die de barvrijwilligers krijgen. Ook moet in het
               bestuursreglement opgenomen worden hoe wordt toegezien op de naleving van het
               reglement. </al><al>Vanwege het feit dat de horecafunctie een ondersteunende rol vervult aan de
               hoofdactiviteit van de paracommerciële rechtspersoon, kan men schenktijden kunnen
               vaststellen op één uur voor, tijdens en drie uur na deze hoofdactiviteit, indien de
               verstrekking binnen statutaire doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon
               past. Dat is tot nu toe een veel voorkomende bepaling. Deze is om deze reden dan ook
               in deze verordening opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 5 Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden</tussenkop><al>Artikel 5 gaat over bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten van/voor
               derden. </al><al>Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op: bijeenkomsten, waarbij
               meestal alcoholhoudende drank wordt verstrekt en genuttigd, die geen direct verband
               houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële instelling, zoals
               bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten,
               koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke. Voor zover die bijeenkomsten
               ook een zakelijk karakter hebben dat direct verband houdt met de activiteiten van de
               rechtspersoon, zoals het afscheid van de voorzitter van een vereniging, vallen deze
               niet onder het bereik van deze bepaling.</al><al>Bij bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
               activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn kan worden gedacht
               aan: activiteiten die niet verenigingsgebonden zijn. Dit doet zich voor als een
               paracommerciële rechtspersoon zijn kantine of een andere ruimte verhuurt aan derden
               om bijvoorbeeld een feest te geven (voor niet-leden van de vereniging of
               niet-betrokkenen bij de stichting). Als daarbij alcohol wordt verstrekt kán er
               oneerlijke mededinging ontstaan met de reguliere horeca. Of dat het geval is hangt
               sterk af van de plaatselijke situatie; als de lokale horeca daarvoor geen passende
               faciliteiten te bieden heeft, zal er niet snel / geen sprake zijn van oneerlijke
               mededinging en is er dus geen reden om beperkingen op te leggen. </al><al>In aanvulling op hetgeen hierboven is beschreven, is in het derde lid van dit
               artikel bepaald dat het verboden is om de mogelijkheid tot het houden (waaronder
               inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van persoonlijke
               aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij
               de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, als bedoeld in
               het eerste lid van artikel 6, openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen
               met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften,
               internet of via social media kenbaar te maken. De opname van deze bepaling zorgt
               ervoor dat de verbodsbepalingen, zoals zijn opgenomen in het eerste en tweede lid,
               worden versterkt. Met deze formulering wordt het openlijk aanprijzen of onder
               aandacht brengen van de in het eerste en het tweede opgenomen verboden, zonder dat
               sprake is van de daadwerkelijke verstrekking van alcohol, verboden. </al><al>Zoals eerder vermeld is er alleen aanleiding om beperkingen op te leggen aan deze
               soorten bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen ter voorkoming van
               oneerlijke mededinging. Derhalve is gekozen voor de formulering in artikel 5 van deze
               verordening.</al><al>Door deze formulering zijn alle bijeenkomsten die leiden tot oneerlijke mededinging
               verboden. Wanneer er géén sprake is of kan zijn van oneerlijke mededinging, is de
               bijeenkomst dus toegestaan. Dit komt er op neer dat bruiloften, feesten en dergelijke
               bij sportverenigingen, dorpshuizen, musea en dergelijke in beginsel zijn toegestaan
               wanneer er geen reguliere horeca in de omgeving aanwezig is die een reëel alternatief
               biedt. </al><al>De burgemeester kan desgewenst/indien nodig door middel van beleidsregels aangeven
               welke activiteiten van paracommerciële rechtspersonen in ieder geval niet tot
               oneerlijke mededinging leiden. Ook kan er in een beleidsregel aangegeven worden
               wanneer en hoe vaak er ontheffing verleend wordt van onder andere deze bepaling. </al><tussenkop>Artikel 6 Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde paracommerciele
               rechtspersonen </tussenkop><al>Dit artikel verbiedt het verstrekken van sterke drank in inrichtingen van
               paracommerciële rechtspersonen. Het verbod om sterke drank te verstrekken geldt voor
               de volgende categorieën inrichtingen van paracommerciele rechtspersonen:</al><lijst><li nr="a."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel
                     uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in
                     hoofdzaak in gebruik is bij één of meer jeugdorganisaties of –instellingen dan
                     wel bezocht pleegt te worden door jeugdige personen;</al></li><li nr="c."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in
                     hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisatie of –instellingen.</al></li></lijst><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Dit artikel verbiedt het verstrekken van sterke drank in inrichtingen van bepaalde
               paracommerciële rechtspersonen. In deze verordening is daarvoor als basisbepaling
               gekozen, omdat inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen veel door jongeren
               worden bezocht. Bovendien is het wenselijk een duidelijk onderscheid te maken tussen
               paracommerciële rechtspersonen en commerciële horeca, waaraan zwaardere eisen worden
               gesteld, die geen gebruik kunnen maken van barvrijwilligers, geen subsidies ontvangen
               en geen fiscale voordelen genieten. Deze bevoegdheid is gebaseerd op artikel 25a van
               de Drank- en Horecawet. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3 BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL </tussenkop><tussenkop>Artikel 7 Voorschriften slijterijen</tussenkop><al>In artikel 9 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd wordt bij
               het verlenen van vergunningen voor de uitoefening van het slijtersbedrijf
               voorschriften aan de vergunning te verbinden. Bepaald wordt wel dat de voorschriften
               die de burgemeester stelt in het kader van de volgende belangen zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="-"><al>in het belang van de openbare orde;</al></li></lijst><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 2 van deze verordening werd al aangegeven dat artikel
               25a van de Drank- en Horecawet gemeenteraden de mogelijkheid biedt bij verordening te
               bepalen dat de burgemeester vooraf, dat wil zeggen bij de afgifte van de vergunning,
               voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de vergunning kan beperken tot het
               verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden bepaald voor
               horeca-vergunningen en voor slijterij-vergunningen. In artikel 9 van deze verordening
               wordt de burgemeester bevoegd voorschriften aan slijterijvergunningen te verbinden.
               Hij krijgt niet de mogelijkheid de slijterijvergunning te beperken tot
               zwak-alcoholhoudende drank. Net als in artikel 2, waarin een vergelijkbare
               bevoegdheid aan de burgemeester wordt gegeven t.a.v. horecavergunningen, beperkt de
               raad deze mogelijkheid echter door te bepalen dat e.e.a. alleen kan om twee specifiek
               genoemde redenen (bescherming volksgezondheid én openbare orde belang).</al><al>Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning
               voor een slijtersbedrijf zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Ter bescherming van de volksgezondheid:</al><al> Eisen stellen ten aanzien van reclame buiten de inrichting. </al><al> Bijvoorbeeld het verbieden van losse reclameborden en andere staande
                     reclame-uitingen buiten de inrichting als die slijterij ligt binnen een straal
                     van 200 meter van een school met veel leerlingen onder de 18 jaar.</al></li><li nr="-"><al>In het belang van de openbare orde:</al><al> Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal klanten.</al><al> Voor de veiligheid kan het aantal klanten dat tegelijkertijd in de inrichting
                     aanwezig mag zijn worden gemaximeerd.</al></li><li nr="-"><al>Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                     Horecawet:</al><al> Eisen dat er toegangscontrole is op bepaalde tijdstippen.</al><al> Bijvoorbeeld zaterdag aan het einde van de middag moet bij de deur op
                     leeftijd worden gecontroleerd.</al><al> Eisen dat effectieve leeftijdscontrole wordt toegepast.</al><al> Bijvoorbeeld verlangen dat controlesystemen worden ingezet die bewezen
                     vrijwel sluitend zijn, zoals het systeem met leeftijdscontrole op afstand.</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Overgangsrecht</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>In het eerste lid van artikel 10 is opgenomen dat alle oude voorschriften en
               beperkingen op grond van gemeentelijke verordeningen komen te vervallen op het moment
               van inwerkingtreding van de nieuwe plaatselijke verordening rond de paracommercie.
               Deze bepaling voor paracommerciële rechtspersonen is in lijn met het overgangsrecht
               zoals dat is opgenomen in art III van de wet die de Drank- en Horecawet wijzigt.
               Daarin is bepaald dat op het moment van inwerkingtreding van de plaatselijke
               verordening rond paracommercie de oude voorschriften en beperkingen met betrekking
               tot oneerlijke mededinging komen te vervallen. Voor paracommerciële rechtspersonen
               gelden nieuwe gemeentelijke bepalingen. Zo nodig zendt de burgemeester een
               paracommerciële rechtspersoon een gewijzigde vergunning met daarin de aangepaste
               voorschriften en beperkingen. </al><tussenkop>Tweede en derde lid</tussenkop><al>In het tweede en derde lid is overgangsrecht opgenomen voor alle andere
               verstrekkers. De kern is dat voorschriften en beperkingen die aan horecabedrijven en
               slijterijen zijn gesteld op grond van oude gemeentelijke Drank- en
               Horecaverordeningen van kracht blijven en dat alle ontheffingen op grond van deze
               oude verordeningen één jaar na inwerkingtreding van de nieuwe gemeentelijke
               verordening komen te vervallen. Vanzelfsprekend kan op verzoek van betrokkene de
               ontheffing ook eerder komen te vervallen. </al><al><vet>Literatuur:</vet></al><al>Babor,T. et al. (2010). Alcohol: no ordinary commodity. Research and public policy.
               Second edition. Oxford: University Press. </al><al>Meier , P. et al. (2008). The independent review of the effects of alcohol pricing
               and promotion. Summary of Evidence to Accompany Report on Phase 1: Systematic
               Reviews. School of Health and Related Research, University of Sheffield, UK.</al><al>STAP (2009). Happy hours en andere prijsacties in de Nederlandse horeca in 2009.
               Utrecht: STAP</al><al>Universiteit Twente(2007). Happy hours en andere prijsacties in de Nederlandse
               horeca. Utrecht: STAP.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>