<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR331499_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Legesverordening Rijnland 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-06-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2013-3859.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dWaterschapsblad%26vrt%3dlegesverordening%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20140606%26epd%3d20140606%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dHoogheemraadschap%2bvan%2bRijnland%26orgt%3dwaterschap%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Waterschapsblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Legesverordening Rijnland 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet artikel 110 en 115</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13.61159</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Legesverordening Rijnland 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Nr. 13.61159</vet></al><al>De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap van Rijnland;</al><al>Gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden d.d. 15 oktober
                            2013, nr. 13.61161;</al><al>Gelet op artikel 110 en 115 van de Waterschapswet;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de <vet>Legesverordening Rijnland 2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam leges worden rechten geheven voor het behandelen van
                            aanvragen door het hoogheemraadschap tot het verlenen van
                            watervergunningen, genoemd in de bij deze verordening behorende
                            Tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is de aanvrager van de watervergunning dan wel degene
                            ten behoeve van wie de watervergunning is aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf en tarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leges worden geheven naar de maatstaf en het tarief, opgenomen in
                                de bij deze verordening behorende Tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van de in de
                                Tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De leges worden geheven door middel van een aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betalingstermijnen</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 9 van de Invorderingswet 1990,
                            is de legesaanslag invorderbaar één maand na dagtekening van het
                            aanslagbiljet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Teruggave</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges wordt verleend, zoals
                                aangegeven in artikel 2 van de bij deze verordening behorende
                                Tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verlenen van gehele of gedeeltelijke teruggaaf als bedoeld
                                in het eerste lid is invorderingsrente verschuldigd op basis van
                                artikel 28, leden 4 en 5 van de Invorderingswet 1990.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur</titel></kop><al>Het college van dijkgraaf en hoogheemraden kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking, inwerkingtreding, overgangsbepaling en
                                citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met ingang van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde
                                    datum vervalt de Legesverordening Rijnland 2011 met dien
                                    verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten
                                    die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2014.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Legesverordening Rijnland
                                    2014".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Leiden, 27 november 2013.</ondertekening><ondertekening>De Verenigde Vergadering,</ondertekening><ondertekening>G.J. Doornbos,</ondertekening><ondertekening>dijkgraaf</ondertekening><ondertekening>ir. A. Haitjema,</ondertekening><ondertekening>secretaris</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Tarieventabel behorende bij de legesverordening</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Behandeling aanvragen tot watervergunning</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="64*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="30*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Legestabel behandeling aanvragen tot
                                                  watervergunning</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Nr</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Het tarief bedraagt ter zake van het in
                                                  behandeling nemen van een aanvraag tot het
                                                  verlenen van een
                                                  watervergunning
                                                voor:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Bedrag</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het onttrekken van grondwater, indien de hoeveelheid
                                                te onttrekken water meer bedraagt dan 150 m³ per uur
                                                of 12.000 m³ per jaar, ten behoeve van bouwputten,
                                                sleufbemalingen en industriële doeleinden</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.250</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Grote uitbreidingsplannen waarvan het
                                                waterhuishoudkundig opnieuw in te richten gebied
                                                groter is dan 2 hectare. Bij de berekening wordt het
                                                aantal hectares naar beneden afgerond op hele
                                                hectares. </al></entry><entry colname="col3"><al>(0 tot 2 hectare €0) </al><al> 2 tot 5 hectare € 750</al><al> 5 tot 10 hectare € 1250</al><al>10 tot 15 hectare € 2500</al><al>15 tot 20 hectare € 3750</al><al>20 tot 25 hectare € 5000</al><al>25 tot 30 hectare € 6250</al><al>30 tot 35 hectare € 7500</al><al>35 tot 40 hectare € 8750</al><al>45 tot 50 hectare € 10.000</al><al>50 tot 55 hectare € 11.250 </al><al>55 en meer hectare € 12.500</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Profiel- en aswijziging waterkering, waarbij een
                                                reconstructie van de waterkering plaatsvindt.</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.250</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Grote infrastructurele werken (wegen, spoorlijnen,
                                                tunnels, hoofdtransportleidingen voor gas,
                                                vloeistoffen of elektriciteit die door de kern- en
                                                beschermingszones van waterkeringen lopen, e.d.) en
                                                bouwprojecten (deels) binnen de kern- en
                                                beschermingszone van waterkeringen. </al><al>Op basis van de oppervlakte van het werk of de
                                                bebouwing, voor zover gelegen binnen de kern- en/of
                                                beschermingszone, naar beneden afgerond op hele
                                                honderdtallen.</al></entry><entry colname="col3"><al>Tot 500 m² € 0</al><al>Vanaf 500 m² € 1000</al><al>plus voor elke 100 m² extra een bedrag van € 500,
                                                tot een maximum van € 30.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>Toeslag voor de complexiteit van een werk voor zover
                                                voor dat werk een contra-expertise vereist is</al></entry><entry colname="col3"><al>Volgens raming</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Niet berekenen van leges</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 1, niet-ontvankelijk wordt
                                verklaard, buiten behandeling gesteld of de aanvraag door de
                                aanvrager wordt ingetrokken voor de besluitdatum, worden geen leges
                                in rekening gebracht.</al></li><li nr="2."><al> Indien de aangevraagde watervergunning in beroep wordt vernietigd,
                                wordt het hele bedrag van de geheven leges gerestitueerd.</al></li></lijst></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Legesverordening Rijnland</titel></kop><al>De bevoegdheid van waterschappen om leges te heffen vloeit voort uit artikel
                    115, eerste lid, onderdeel c, van de Waterschapswet. </al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Aard van de heffing en belastbaar feit</tussenkop><al>Het legesplichtig feit is het in behandeling nemen van de aanvraag voor een
                    watervergunning en niet de verlening daarvan. Leges worden dan ook geheven voor
                    het in behandeling nemen van een aanvraag en niet voor het honoreren van een
                    aanvraag. De reden is dat ook bij een niet gehonoreerde aanvraag aanmerkelijke
                    kosten kunnen zijn gemaakt voor de behandeling van de aanvraag. De tarieventabel
                    bepaalt echter dat in bepaalde gevallen gedeeltelijke teruggave van leges
                    mogelijk is als een dienst niet wordt verleend, maar een aanvraag wel in
                    behandeling is genomen. Voor een melding kunnen geen leges worden geheven.
                    Algemeen geldt dat een dienst moet zijn aangevraagd. Bij ongevraagde diensten,
                    zoals ambtshalve verlening van watervergunningen, worden geen leges
                    geheven.</al><tussenkop>Artikel 2 Belastingplicht</tussenkop><al>Belastingplichtig is de aanvrager van de watervergunning, ook als de aanvrager
                    van de watervergunning een ander is dan degene voor wie de watervergunning wordt
                    aangevraagd. Door het gebruik van de woorden "dan wel" is bedoeld te voorkomen
                    dat voor dezelfde dienst van twee belastingplichtigen, de aanvrager en degene
                    ten behoeve van wie de aanvraag wordt gedaan, leges zullen worden geheven. In
                    eerste instantie zal de indiener van de aanvraag in de heffing worden betrokken.
                    Als dat niet mogelijk is dan kan degene ten behoeve van wie de aanvraag is
                    gedaan als legesplichtige worden aangemerkt. </al><tussenkop>Artikel 3 Maatstaf en tarief</tussenkop><al>De bij de verordening behorende tabel geeft aan naar welke maatstaf de leges
                    worden geheven en volgens welk tarief. De Waterschapswet bepaalt dat de geraamde
                    baten niet mogen uitgaan boven de voor de watervergunning gemaakte kosten. Er
                    hoeft niet in ieder individueel geval een rechtstreeks verband te zijn tussen de
                    hoogte van de leges en de omvang van de verleende dienst, maar wel moet in het
                    algemeen enig verband bestaan tussen de hoogte van de leges en de kosten van
                    dienstverlening. De tariefstructuur mag niet leiden tot onredelijke en
                    onwillekeurige inning van leges.</al><tussenkop>Artikel 4 Wijze van heffing</tussenkop><al>Bij de heffing door middel van een aanslag is het volgende van belang. Het
                    belastbare feit voor de leges is het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                    het verlenen van een watervergunning. Op het moment van het in behandeling nemen
                    van deze aanvraag, zal de volle omvang van de werken in sommige gevallen nog
                    niet definitief vaststaan. Als de ambtenaar belast met de heffing van de leges
                    op dat moment de aanslag reeds vaststelt, is het niet ondenkbaar dat dit tot een
                    te laag bedrag gebeurt. De ambtenaar kan deze aanslag echter niet zondermeer
                    laten volgen door een of meer nadere aanslagen. Dit laatste kan alleen indien
                    sprake zou zijn van een feit, waarmee de ambtenaar belast met de heffing bij het
                    opleggen van de eerste aanslag niet bekend was en redelijkerwijs ook niet bekend
                    had kunnen zijn (de eis van het zogenaamde nieuw feit), behoudens in het geval
                    waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw zou
                    zijn.</al><tussenkop>Artikel 5 Betalingstermijnen</tussenkop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 9 van de Invorderingswet 1990, geldt
                    bij de heffing van de leges de volgende betalingstermijn:</al><al>a.de leges dienen te worden betaald binnen een maand na dagtekening van het
                    aanslagbiljet. Artikel 139 lid 1 van de Waterwet biedt hiertoe de
                    mogelijkheid.</al><tussenkop>Artikel 6 Teruggave</tussenkop><al>De tarieventabel bepaalt in artikel 2 in welke gevallen teruggave van leges
                    mogelijk is en wanneer geen leges in rekening worden gebracht.</al><tussenkop>Toelichting op de tarieventabel</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 nummer 1 (grondwater): </tussenkop><al>In tegenstelling tot de vorige legesverordening worden voor de behandeling van
                    aanvragen tot watervergunning voor brandputten geen leges opgelegd. Het betreft
                    hier relatief kleinschalige werken. </al><tussenkop>Artikel 1 nummer 2 (grote bouwplannen): </tussenkop><al>Het aantal hectare vanaf waar leges moeten worden betaald is verlaagd. Vanaf 2
                    hectare zijn bouwplannen in de praktijk al relatief ingrijpend. Tevens worden
                    voor grote bouwplannen nog al eens per realisatiefase een aanvraag voor
                    vergunning gedaan. Alle legesdrempels zijn uitgeschreven voor de eenvoud.</al><tussenkop>Artikel 1 nummer 4 (grote infrastructurele werken en
                    bouwprojecten)</tussenkop><al>:</al><al>Als de omvang van het infrastructurele werk of het bouwproject de 500 m²
                    overschrijdt worden leges in rekening gebracht. Voor elke 100 m² extra wordt een
                    bedrag van €500 gerekend. Als het project dus een oppervlakte heeft van 1100 m²,
                    dan bedragen de leges € 4000 (basisbedrag van € 1000 plus een bedrag van 6 keer
                    € 500 voor de 600 m² extra). </al><tussenkop>Artikel 1 nummer 5 (toeslag voor de complexiteit van het
                    werk)</tussenkop><al>Indien sprake is van een aanvraag van een watervergunning voor een werk waarvoor
                    een contra-expertise vereist is, wordt een toeslag berekend op de leges. </al><al>Er komen situaties voor waar bij de aanvraag wordt geconstateerd dat een
                    contra-expertise nodig is om te kunnen besluiten. In een dergelijk geval worden
                    op basis van offertes de kosten voor de contra-expertise geraamd. Deze raming
                    wordt voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag, bekend gemaakt aan de
                    aanvrager en diens opdrachtgever.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>