<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR331366_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brummen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brummen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.brummen.nl/bekendmakingen-brummense-berichten/">Digitaal gemeenteblad 'Brummense Berichten', 04-06-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2014</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW14.0178</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van B&amp;W heeft besloten om de Beleidsregels maatschappelijke
                        ondersteuning 2014 vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Deze nieuwe beleidsregels vormen met de nieuwe Verordening een
                            trendbreuk met de oude regels, zoals die gehanteerd werden onder de Wet
                            voorzieningen gehandicapten (Wvg) en sinds 2007 onder de Wet
                            maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Was onder de Wvg sprake van een
                            zorgplicht en tamelijk nauwkeurig omschreven voorzieningen, de
                            compensatieplicht van de Wmo vraagt om een andere aanpak. Die andere
                            werkwijze heeft de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) samen met de
                            CG-Raad (Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland) en de CSO
                            (koepel van ouderenorganisaties) ontwikkeld. De gemeente Brummen volgt
                            deze werkwijze. Kernbegrippen zijn nu het leveren van maatwerk, uitgaan
                            van te bereiken resultaten en eigen verantwoordelijkheid. Bij de
                            beoordeling van een aanvraag, of al tijdens het gesprek voorafgaand aan
                            de aanvraag, komt eerst het resultaat dat bereikt moet worden aan de
                            orde, daarna passeren de verschillende oplossingen de revue, en niet
                            alleen de individuele op indicatie. Omdat maatwerk nodig is vindt een
                            uitgebreid gesprek plaats ter verkenning van de mogelijkheden, ook de
                            eigen.</al><al>In de komende paragrafen wordt dit verder uitgewerkt. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Persoonskenmerken en behoeften van de belanghebbende</titel></kop><structuurtekst><al>In de allereerste richtingbepalende uitspraak van 10 december
                            2008<sup/>heeft de Centrale Raad van Beroep helder uiteengezet hoe zij
                            aankijkt tegen de compensatieplicht en wat van de gemeente bij de
                            uitvoering mag worden verwacht. Kenmerkend is daarbij de grote invloed
                            van de persoonskenmerken en behoeften van de belanghebbende op het
                            gemeentelijk onderzoek. </al><al>De latere jurisprudentie laat voortdurend zien dat er door gemeenten te
                            weinig onderzoek wordt gedaan, zodat zij geen of onvoldoende kennis
                            hebben van de persoonskenmerken en behoeften en daar dan ook niet of te
                            weinig rekening mee houden.</al><al>Maar in hoeverre moet er nu rekening worden gehouden met de
                            persoonskenmerken en behoeften van de belanghebbende? </al><al/><al>In de eerste plaats zal het college onderzoeken op welke van de 8
                            resultaatsgebieden er problemen zijn. Vervolgens wordt onderzoek gedaan
                            naar gebruikelijke zorg, voorliggende, algemene en algemeen
                            gebruikelijke voorzieningen en andere, eigen mogelijkheden om het
                            probleem op te lossen (zoals de vraag of de belanghebbende bereid is
                            zelf de voorziening aan te schaffen waarmee het probleem opgelost zou
                            zijn).</al><al>Heeft dit alles niet geleid tot een oplossing van het probleem, dan zal
                            het college compenseren met een voorziening. Er is dan dus een noodzaak
                            tot compenseren vanuit de Wmo vastgesteld. </al><al/><al>Het onderzoek vindt plaats in de vorm van het gesprek.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Het gesprek</titel></kop><structuurtekst><al>Het startpunt van een gesprek met de belanghebbende is niet langer meer
                            een aanvraag voor een specifieke (individuele) voorziening, maar een
                            ‘melding’ van een (probleem)situatie. Door in gesprek te gaan met de
                            belanghebbende kan worden vastgesteld wat zijn behoefte is en welke
                            oplossing het meest passend is in zijn specifieke situatie. Dit hoeft
                            niet altijd een voorziening vanuit de Wmo te zijn. Volgt uit het gesprek
                            dat een Wmo-voorziening het meest compenserend voor de belanghebbende
                            is, dan wordt alsnog een aanvraag ingenomen. </al><al>De belanghebbende of diens vertegenwoordiger neemt mondeling
                            (telefonisch of aan het loket) of schriftelijk (via een brief, e-mail of
                            het contactformulier op de internetsite) contact op met de gemeente en
                            maakt melding van een situatie waarover hij verzoekt in contact te komen
                            met de gemeente.</al><al>Als een belanghebbende mondeling contact opneemt met de gemeente, vindt
                            als de vraag dat toelaat direct een gesprek plaats met een klantmanager.
                            Soms is het beter om een afspraak te maken voor een later moment, of om
                            een huisbezoek af te spreken. Neemt iemand schriftelijk contact op, dan
                            volgt veelal een telefonische reactie vanuit de gemeente.</al><al>Voorheen werd aan de belanghebbende de vraag gesteld wat de gemeente
                            voor de belanghebbende kon betekenen, en voor welke voorziening hij in
                            aanmerking wenste te komen. Nu vindt er een dialoog plaats over het
                            ervaren probleem. Heeft de belanghebbende problemen zijn woning schoon
                            en leefbaar te houden? Of problemen met het halen van de dagelijkse
                            boodschappen? Lukt het niet meer medemensen te ontmoeten? Er kan op
                            allerlei gebieden een probleem zijn. De klantmanager en de
                            belanghebbende brengen samen in kaart wat mogelijke oplossingen zijn.
                            Wat kan de belanghebbende zelf nog wel? De weekboodschappen in één keer
                            halen lukt niet meer, maar in twee keer nog wel? Beddengoed te drogen
                            hangen aan de waslijn lukt niet, maar in de droger nog wel? Staand eten
                            koken of de was vouwen lukt niet, maar lukt het zittend op een krukje is
                            misschien wel mogelijk? En fietsen op een gewone fiets lukt niet, maar
                            op een elektrische fiets nog wel? Zomaar wat voorbeelden van hoe in
                            kaart wordt gebracht wat de belanghebbende nog wel zelf kan. En ook over
                            de zelfredzaamheid wordt gesproken. Wil belanghebbende bijvoorbeeld zelf
                            een hulpmiddel aanschaffen, of de woning praktischer inrichten, maar
                            weet hij niet hoe of waar dit geregeld kan worden? De klantmanager denkt
                            mee, adviseert en brengt samen met de belanghebbende alle mogelijkheden
                            in kaart.</al><al/><al>Figuur 1. Ondersteuning van binnenuit</al><al><plaatje><illustratie id="ia9dff34b-494a-4f7e-b0cb-7d1ce9d070ad" naam="i240639ia9dff34b-494a-4f7e-b0cb-7d1ce9d070ad.jpg" type="foto" breedte="4.4cm" hoogte="4.2cm"/></plaatje></al><al>Is de belanghebbende niet in staat zijn problemen op eigen kracht op te
                            lossen, dan wordt onderzocht met de belanghebbende welke mogelijkheden
                            deze heeft in zijn sociale netwerk. Is er een partner die kan helpen, of
                            zijn er familieleden, vrienden of buren die ondersteuning kunnen bieden?
                            Kan er een beroep worden gedaan op vrijwilligers? Kan de belanghebbende
                            dit zelf, of is daar hulp bij nodig om een ander te benaderen?</al><al>Daarnaast bestaan er al allerlei oplossingen in de maatschappij waar de
                            belanghebbende eveneens een beroep op zou kunnen doen. Te denken valt
                            aan maaltijdvoorzieningen of boodschappendiensten. Maar ook het openbaar
                            vervoer of een rolstoel via de tijdelijke uitleen of scootmobielpool
                            behoren tot de mogelijkheden die besproken en onderzocht kunnen worden.
                            Dit worden algemene voorzieningen genoemd.</al><al>Wanneer uiteindelijk blijkt dat de belanghebbende noch op eigen kracht
                            of met ondersteuning van zijn sociale netwerk of een algemene
                            voorziening in staat is in voldoende mate deel te nemen aan de
                            maatschappij, dan wordt de mogelijkheid van een individuele voorziening
                            besproken.</al><al>Tijdens dit gesprek wordt overigens ook altijd over de kosten van de
                            voorzieningen gesproken en over de eigen bijdrage die voor een
                            individuele voorziening gevraagd wordt. Zo kan de belanghebbende een
                            weloverwogen keuze maken om al dan niet in aanmerking te willen komen
                            voor een individuele voorziening.</al><al/><al>De doelstelling van een uitgebreid gesprek is om voor iedere individuele
                            belanghebbende tot passende oplossingen te komen. Dit vraagt om ruime
                            aandacht voor de specifieke situatie van de belanghebbende en tevens om
                            een bredere blik dan alleen de beschikbare individuele verstrekkingen.
                            Om tot maatwerkoplossingen te kunnen komen is de eerste stap het
                            onderkennen van de grote diversiteit onder belanghebbenden en hun
                            situaties. Vanuit deze gedachte wordt benadrukt dat er eerst gekeken
                            moet worden naar het verhelderen van de vraag van de belanghebbende
                            voordat er over oplossingen gesproken wordt. In de fase van
                            vraagverheldering is het van belang om ruimte te bieden aan alle
                            mogelijke vragen die de belanghebbende kan hebben. Door vooraf in te
                            kaderen blijft mogelijk een deel van de vraag of van de context buiten
                            beeld.</al><al/><al>Het gesprek is een wederzijds proces. Het vraagt iets van de
                            gespreksvoerder,maar ook van de belanghebbende. Het bepalen van de
                            ondersteuningsbehoeftevan de belanghebbende is niet een eenzijdige actie
                            van (of namens) de gemeente, vergelijkbaar met het doorlopen van een
                            beslisboom. Het is een dialoog waarbij in gezamenlijkheid de situatie
                            van de belanghebbende in kaart wordt gebracht om zo vast te stellen voor
                            welk resultaat de belanghebbende eigenlijk compensatie nodig heeft. Dit
                            geldt ook voor de volgende stap in het traject: het zoeken naar passende
                            oplossingen. Ook hier wordt in het gesprek de hele context waarin de
                            belanghebbende zich bevindt meegenomen, en niet alleen de door hem
                            ervaren beperking. Er is geen één op één relatie tussen resultaten en
                            oplossingen. Wat voor de ene belanghebbende een goede ondersteuning is
                            bij bijvoorbeeld het voeren van een huishouden kan voor een ander juist
                            niet handig zijn. Kortom, het gesprek is er primair voor bedoeld om te
                            bepalen wat iemand nodig heeft. Als tot de conclusie wordt gekomen dat
                            een individuele voorziening een passende compensatie is, wordt getoetst
                            of deze kan worden toegewezen of niet. </al><al/><al>In sommige gevallen is het goed om naast de belanghebbende zelf één of
                            meer andere personen bij het gesprek te betrekken. Mensen met een
                            (lichte) verstandelijke beperking zijn bijvoorbeeld niet altijd in staat
                            om volledig zelfstandig hun ondersteuningsbehoefte te formuleren. Deze
                            groep, maar ook ouderen, verwachten soms teveel van zichzelf en schatten
                            daardoor de eigen mogelijkheden hoger in dan werkelijk het geval is. Het
                            is dan goed als er een vertrouwenspersoon (familielid, mantelzorger) of
                            een professionele klantondersteuner vanuit loket Wegwijs aanwezig is die
                            een meer realistische invalshoek kan inbrengen. En bovendien horen twee
                            meer dan één.</al><al/><al>Vanzelfsprekend vindt niet bij ieder contact een uitgebreid gesprek
                            plaats. Op verzoek van de belanghebbende worden ook direct zaken
                            geregeld, zoals een stokhouder op een scootmobiel, of een andere
                            zorgaanbieder voor huishoudelijke verzorging. En soms is de situatie of
                            de persoon er ook niet naar een uitgebreid gesprek te hebben, dan is
                            duidelijk dat gecompenseerd moet worden met een individuele
                            voorziening.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HET BESLUIT</titel></kop><structuurtekst><al>Het contact met de belanghebbende kan leiden tot een doorverwijzing, een
                            afwijzing of een toekenning van een voorziening. Een doorverwijzing
                            vindt veelal mondeling plaats. Op verzoek van de belanghebbende kan een
                            kopie van het gespreksverslag worden toegezonden. In geval niet
                            gecompenseerd wordt, wordt dit in een afwijzingsbeschikking nader
                            gemotiveerd. </al><al>Bij compensatie krijgt de belanghebbende altijd een schriftelijk
                            besluit. Dit kan een toekenningsbeschikking zijn of een andersoortig
                            besluit zoals een kopie van de leveringsopdracht aan de leverancier van
                            hulpmiddelen waarin staat welke voorziening aan de belanghebbende
                            geleverd moet worden. Zo weet de belanghebbende direct wat hij krijgt.
                            Daarnaast ontvangt hij een algemene bijlage met uitgebreide informatie
                            over de voorziening en aanverwante zaken, de vervolgprocedure tot
                            uitlevering van de voorziening en het nadrukkelijke verzoek om contact
                            op te nemen met vragen of opmerkingen of als er problemen zijn. De
                            inhoud van het gesprek en de resultaten hiervan worden vastgelegd in een
                            rapportage. Afhankelijk van de complexiteit van de verstrekking of de
                            wens van de belanghebbende is het ook mogelijk om een kopie van de
                            rapportage te geven.</al><al/><al>Na de uitlevering van een voorziening, kan het belangrijk zijn om
                            contact te hebben of te houden voor het leveren van nazorg. In dat geval
                            wordt er wordt een periode van 6 weken gehanteerd om de belanghebbende
                            te laten wennen aan zijn voorziening. Zijn er gedurende deze periode
                            problemen, dan zal met de belanghebbende overlegd worden of en op welke
                            wijze deze kunnen worden opgelost. Er is binnen de grenzen van de
                            compensatieplicht alle ruimte om zo nodig maatwerk te leveren,
                            indicaties te wijzigen of aanpassingen aan voorzieningen te realiseren.
                            Blijkt het uiteindelijk niet mogelijk het probleem op te lossen, dan
                            heeft de belanghebbende de mogelijkheid in bezwaar te gaan. </al><al>Neemt de belanghebbende na het verstrijken van de periode van 6 weken
                            contact op dan wordt uiteraard opnieuw het gesprek met de belanghebbende
                            gevoerd. Dit wordt echter als een nieuwe vraag gezien waarbij eventuele
                            nieuwe feiten of omstandigheden in kaart worden gebracht. Er kan
                            doorverwijzing volgen of er wordt een aanvraag ingenomen waarop een
                            besluit wordt genomen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>COMPENSATIEPLICHT</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Noodzaak</titel></kop><structuurtekst><al>Hoe moet het college compenseren? Er mogen nog steeds als onder de Wvg
                            primaten (zoals het primaat van het collectief vraagafhankelijk vervoer)
                            worden gehanteerd, maar er moet altijd beoordeeld worden of er
                            aanleiding is af te wijken. Allereerst kan dat het geval zijn als iemand
                            een persoonsgebonden budget vraagt. Dat mag niet categorisch worden
                            afgewezen: daar moet individueel onderzoek naar worden gedaan. Gebeurt
                            dat niet, zo leert de jurisprudentie, dan is de kans heel groot dat de
                            rechter het besluit hierop zal vernietigen.</al><al>Binnen de noodzaak tot compenseren moet dus rekening worden gehouden met
                            persoonskenmerken en behoeften. Er moet dan maatwerk geleverd worden.
                            Dit betekent dat per persoon wordt vastgesteld welke oplossing het meest
                            passend is. Als een belanghebbende ten aanzien van verplaatsingen in en
                            rond de woning een probleem heeft, dan moet dat verplaatsen
                            gecompenseerd worden. De ene persoon krijgt hiervoor een handbewogen
                            rolstoel en een ander is beter geholpen met een scootermobiel. Maatwerk
                            wordt dus geleverd binnen het noodzakelijke stuk van compenseren in
                            relatie tot het resultaatgebied.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wenselijk</titel></kop><structuurtekst><al>De wens van de belanghebbende of zijn behoeften (wat denkt hij nodig te
                            hebben, wat wil hij graag, wat vindt hij belangrijk) kan alleen worden
                            meegewogen binnen de noodzaak tot compenseren in de vorm van individueel
                            maatwerk. Dit is ook feitelijk te onderbouwen en uit te leggen in het
                            kader van rechtsgelijkheid en gelijke behandeling. Bijvoorbeeld: de
                            alleenstaande belanghebbende met een verplaatsingsprobleem wil graag een
                            scootermobiel omdat hij bij een handbewogen rolstoel altijd afhankelijk
                            is van een persoon die hem wil duwen. </al><al/><al>Wordt tegemoet gekomen aan de wens van de belanghebbende zonder dat
                            hiervoor een noodzaak is vastgesteld, dan wordt de compensatieplicht
                            opgerekt en dat is niet de bedoeling. Maatwerk in het wenselijke deel
                            creëert willekeur en rechtsongelijkheid. Volstaat een standaard
                            scootermobiel maar wil de belanghebbende heel graag een extra geveerde
                            scootermobiel terwijl hier geen medische noodzaak voor is, kan niet aan
                            deze wens tegemoet worden gekomen. Gebeurt dit wel dan is noodzaak niet
                            de onderlegger maar normen en waarden. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Zelfredzaamheid en zelfstandigheid</titel></kop><structuurtekst><al>In artikel 4 lid 1 van de Wmo staat dat een persoon die beperkingen
                            ondervindt in zijn <cursief>zelfredzaamheid</cursief> en zijn
                            maatschappelijke participatie gecompenseerd dient te worden, zodat deze
                            persoon in staat is gesteld een huishouden te voeren, zich te
                            verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per
                            vervoermiddel en medemensen kan ontmoeten en op basis daarvan sociale
                            verbanden aan kan gaan. </al><al>Onder zelfredzaamheid wordt verstaan: het vermogen het leven in te
                            richten, zoveel mogelijk zonder hulp van anderen of het zichzelf kunnen
                            redden/kunnen helpen. Is de belanghebbende beperkt in zijn
                            zelfredzaamheid, dan wordt allereerst beoordeeld of alle mogelijkheden
                            om deze beperkingen te verminderen of op te heffen zijn benut. Dit kan
                            door middel van bijvoorbeeld het inzetten van voorliggende voorzieningen
                            maar ook door het vragen van hulp van naasten of derden. In het geval
                            het college vaststelt dat er een noodzaak is voor compensatie, wordt
                            uitgegaan van de goedkoopst compenserende voorziening. Deze oplossing
                            zorgt voor zelfredzaamheid maar leidt niet altijd tot volledige
                            zelfstandigheid of onafhankelijkheid. Zowel van personen met als zonder
                            beperkingen mag worden verwacht dat zij waar mogelijk en reëel hulp
                            vragen en aanvaarden van naasten en derden. Zowel een persoon die klein
                            van postuur is als een persoon die rolstoelgebonden is, zullen in een
                            supermarkt voor het pakken van hooggeplaatste artikelen hulp van anderen
                            moeten vragen. Dit is algemeen aanvaard. Of iemand in het dagelijkse
                            leven een beroep kan doen op familie, buren of vrienden wordt in alle
                            redelijkheid besproken met belanghebbende.</al><al/><al>De zelfredzaamheid gaat uitsluitend over de resultaatsgebieden, niet
                            over de activiteiten die personen dagelijks verrichten of wensen te
                            verrichten.</al><al/><al><vet>Casus 1 ter illustratie</vet></al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Belanghebbende van 48 jaar, volledig rolstoel
                                                gebonden door progressieve spieraandoening. Vraagt
                                                hoog/laagverstelling op haar rolstoel. Heeft
                                                behoefte om zelfstandig te kunnen winkelen en
                                                bibliotheek te kunnen bezoeken en daar zelf
                                                artikelen van hogere schappen te kunnen pakken.
                                                Daarnaast wil ze graag met andere personen op
                                                ooghoogte kunnen praten. Tot slot wil ze zelf
                                                spullen uit bovenste keukenkastjes kunnen pakken en
                                                weer terugleggen.</al><al/></entry></row><row><entry><al><vet>Resultaatgebied</vet></al></entry><entry><al><vet>Compensatie</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>6: verplaatsen in/om de woning</vet></al></entry><entry><al>Elektrische rolstoel</al></entry></row><row><entry><al><vet>7: zich lokaal verplaatsen per
                                                  vervoermiddel</vet></al></entry><entry><al>Collectief vervoer + elektrische rolstoel</al></entry></row><row><entry><al><vet>8: medemensen ontmoeten en sociale verbanden
                                                  aangaan</vet></al></entry><entry><al>Collectief vervoer + elektrische rolstoel</al></entry></row><row><entry><al/><al>Zowel in als buiten de woning is mevrouw
                                                zelfredzaam. Dit valt onder onze compensatieplicht.
                                                Mevrouw kan zich verplaatsen, het vervoer is
                                                geregeld en mevrouw kan participeren.
                                                Hoog/laagverstelling is gemakkelijk (wenselijk) maar
                                                niet noodzakelijk voor de zelfredzaamheid op de
                                                resultaatsgebieden. Mevrouw heeft de wens om
                                                volledig zelfstandig te zijn. Dit denkt ze te kunnen
                                                bereiken door de hoog/laagverstelling. Zowel
                                                gehandicapten als mensen zonder een beperking zullen
                                                zo nu en dan hulp moeten vragen. Dit is normaal en
                                                mag worden verwacht. Dit hoeft niet gecompenseerd te
                                                worden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>Casus 2 ter illustratie</vet></al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Belanghebbende betreft een 58 jarige gehuwde man,
                                                volledig rolstoelgebonden door een progressieve
                                                spieraandoening. Woont samen met echtgenote en
                                                inwonende meerderjarige kinderen in een
                                                eengezinswoning. Vraagt een in hoogte verstelbare
                                                onderrijdbare keuken, zodat hij in zijn rolstoel
                                                gebruik kan maken van de keuken. Wil daar o.a.
                                                koffie kunnen zetten, boodschappen in de bovenkasten
                                                kunnen zetten en maaltijden kunnen bereiden.</al><al/></entry></row><row><entry><al><vet>Resultaatgebied</vet></al></entry><entry><al><vet>Compensatie</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>2: wonen in een geschikte woning </vet></al></entry><entry><al>geen</al></entry></row><row><entry><al><vet>6: verplaatsen in/om de woning</vet></al></entry><entry><al>Elektrische rolstoel</al></entry></row><row><entry><al/><al>Voor de verplaatsingen in en om de woning is al een
                                                elektrische rolstoel verstrekt. De woning is goed
                                                toegankelijk en doorgankelijk met een rolstoel. De
                                                keuken is beperkt bruikbaar.</al><al>Meneer wil zelfstandig gebruik kunnen maken van de
                                                keuken. Dit hoeft niet gecompenseerd te worden. Er
                                                zijn meerdere meerderjarige huisgenoten aanwezig die
                                                producten in en uit de bovenkasten kunnen halen,
                                                maaltijden kunnen bereiden en koffie kunnen zetten
                                                in de keuken.</al><al>Meneer zou de keuken anders kunnen indelen waardoor
                                                koffie zetten bijvoorbeeld nog wel mogelijk is (op
                                                een lager tafeltje), of zijn huisgenoten vragen de
                                                koffie in een thermoskan klaar te zetten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>C</vet><vet>asus 3 ter illustratie</vet></al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Belanghebbende betreft een 58 jarige gehuwde man,
                                                volledig rolstoelgebonden door een progressieve
                                                spieraandoening. Woont samen met echtgenote en
                                                inwonende meerderjarige kinderen in een
                                                eengezinswoning. Vraagt een in hoogte verstelbare
                                                onderrijdbare keuken, zodat hij in zijn rolstoel
                                                gebruik kan maken van de keuken. Wil daar o.a.
                                                koffie kunnen zetten, boodschappen in de bovenkasten
                                                kunnen zetten en maaltijden kunnen bereiden.</al><al/></entry></row><row><entry><al><vet>Resultaatgebied</vet></al></entry><entry><al><vet>Compensatie</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>2: wonen in een geschikte woning </vet></al></entry><entry><al>geen</al></entry></row><row><entry><al><vet>6: verplaatsen in/om de woning</vet></al></entry><entry><al>Elektrische rolstoel</al></entry></row><row><entry><al/><al>Voor de verplaatsingen in en om de woning is al een
                                                elektrische rolstoel verstrekt. De woning is goed
                                                toegankelijk en doorgankelijk met een rolstoel. De
                                                keuken is beperkt bruikbaar.</al><al>Meneer wil zelfstandig gebruik kunnen maken van de
                                                keuken. Dit hoeft niet gecompenseerd te worden. Er
                                                zijn meerdere meerderjarige huisgenoten aanwezig die
                                                producten in en uit de bovenkasten kunnen halen,
                                                maaltijden kunnen bereiden en koffie kunnen zetten
                                                in de keuken.</al><al>Meneer zou de keuken anders kunnen indelen waardoor
                                                koffie zetten bijvoorbeeld nog wel mogelijk is (op
                                                een lager tafeltje), of zijn huisgenoten vragen de
                                                koffie in een thermoskan klaar te zetten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al>Tot slot, de Wmo stelt ook andere eisen aan een besluit dan de Wvg dit
                            deed. De nadruk zal nu veel meer moeten liggen op zorgvuldig onderzoek
                            van het individuele geval. Het is dan ook belangrijk de bevindingen van
                            het onderzoek goed vast te leggen. Ook al is het eindresultaat gelijk
                            aan dat wat het onder de Wvg geweest zou zijn: de onderbouwing en
                            motivering moeten er geheel anders uit zien. En aan die onderbouwing
                            toetst de rechter het besluit.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Eigen verantwoordelijkheid</titel></kop><structuurtekst><al>De Wmo is uitsluitend bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel van
                            voorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem
                            op te lossen. Ook die eigen verantwoordelijkheid komt tijdens het
                            gesprek aan de orde.</al><al/><al>Een oplossing van problemen kan bijvoorbeeld al aanwezig zijn in die zin
                            dat deze feitelijk al jaren behoort tot iemands normale levenspatroon.
                            Bij problemen met het schoonhouden van het huis zijn er talloze mensen
                            die gewend zijn daar iemand voor in te huren, zoals tweeverdieners of
                            mensen met voldoende inkomen. In deze situatie hoeft niets te
                            veranderen, als men op basis van leeftijd of een ongeval beperkingen
                            krijgt. Door voort te zetten wat men had ontstaat er geen probleem dat
                            om een oplossing vraagt. Dat zou anders kunnen zijn als door het
                            ontstaan van de beperking het inkomen daalt. Het kan dan zijn dat iemand
                            de eerder ingehuurde schoonmaakhulp niet meer kan betalen. Dat zou
                            aanleiding kunnen zijn wel te compenseren. Daarvoor zal een zorgvuldig
                            onderzoek verricht moeten worden, vooral naar de eerdere situatie, zowel
                            wat betreft hulp als wat betreft inkomen, en de veranderde
                            situatie.</al><al/><al>Het kan ook zijn dat er (veel) meer hulp in de huishouding nodig is. Dan
                            kan er sprake zijn van meerkosten die men niet kan betalen en dat er
                            daardoor aanleiding kan zijn om te compenseren. </al><al>Eigen verantwoordelijkheid betekent daarnaast bijvoorbeeld ook de
                            aanschaf en het gebruik van strijkvrije kleding om onnodig beroep op een
                            hulp te voorkomen. Ook nieuwe technische mogelijkheden, zoals een
                            robotstofzuiger, kunnen bekeken worden. Dit betekent niet dat een ieder
                            wordt geacht een robotstofzuiger aan te schaffen, maar dat met de
                            belanghebbende over deze mogelijkheid gesproken zou kunnen worden.</al><al/><al>Een ander voorbeeld is het vervoer. Heel veel mensen zijn op dit moment
                            gewend al bijna hun hele leven gebruik te maken van een auto. Als zij
                            een beperking krijgen, door leeftijd of door een ongeval, hoeft er in
                            feite niets te veranderen, als zij met diezelfde auto in staat blijven
                            hun verplaatsingen te maken. Er hoeft dan niet gecompenseerd te worden.
                            Dat zou anders kunnen zijn als zij door hun beperking veel meer
                            verplaatsingen moeten gaan maken, of als de auto voor hun handicap
                            aangepast zou moeten worden. In het eerste geval kan onderzoek verricht
                            worden naar de aard van de extra ritten en de kosten daarvan, in relatie
                            tot het eerdere verplaatsingspatroon en zou compensatie mogelijk zijn
                            als er blijkt dat er sprake is van meerkosten welke de belanghebbende
                            niet kan dragen. In het tweede geval, waarin sprake is van noodzakelijke
                            autoaanpassingen, is er zeker sprake van meerkosten: zonder beperking
                            waren de autoaanpassingen niet nodig geweest. Maar ook dan wordt
                            onderzocht of de belanghebbende in staat en bereid is zelf deze
                            meerkosten te betalen.</al><al/><al>Ook bij woonvoorzieningen speelt de eigen verantwoordelijkheid een grote
                            rol. Er wordt van inwoners van Brummen gevraagd te anticiperen op en te
                            reserveren voor de toekomst. Naar mate men ouder wordt, neemt het beroep
                            op zorg en hulpmiddelen toe. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het
                            beroep op hulpmiddelen rond de leeftijd van 70 jaar explosief stijgt.
                            Het is dan ook voorzienbaar, dat naar mate men ouder wordt, de kans
                            groter wordt dat men een beroep op hulpmiddelen moet doen. Daarnaast is
                            in Nederland het maken van een wooncarrière heel gewoon. Afhankelijk van
                            de persoonlijke omstandigheden vertrekt iemand vanuit het ouderlijke
                            huis naar een studentenkamer of gaat direct op zichzelf wonen. Met het
                            aangaan van een vaste relatie zit vaak een volgende verhuizing naar een
                            grotere woning in de planning (waar men een gezin kan stichten). Wanneer
                            men een gezin heeft en de kinderen zijn uitgevlogen, dan wordt vaak
                            nagedacht over kleinere woonruimte/gelijkvloers wonen of het opnieuw
                            inrichten van de woning (en kamers anders gaan gebruiken).</al><al>Wanneer iemand kan zien aankomen dat een bepaald probleem zich zal
                            aandienen en men is in staat dat zelf op te lossen, bijvoorbeeld door
                            hiervoor geld, dat beschikbaar is, te reserveren, is het niet onlogisch
                            dit dan ook van iemand te verwachten. Immers, als iemand in staat is
                            zijn eigen probleem op te lossen, hoeft er geen compensatie plaats te
                            vinden. Omdat een ieder die ouder wordt zich op enig moment de vraag zal
                            stellen wat te doen wanneer de ouderdomsgerelateerde beperkingen
                            toenemen, wordt gesteld dat verhuis- en herinrichtingskosten voor het
                            verhuizen naar een toekomstbestendige woning algemeen gebruikelijk zijn.
                            Als iemand dan voor zichzelf de keuze maakt te gaan verhuizen zodra die
                            beperkingen zich gaan voordoen, mag van die persoon ook verwacht worden
                            dat deze voor de kosten van verhuizing en herinrichting heeft
                            gereserveerd.</al><al>Andersom geldt het ook dat wanneer iemand heeft besloten in de huidige
                            woning te blijven wonen en de beperkingen nemen steeds verder toe, dat
                            dan verwacht mag worden dat deze persoon daar rekening mee heeft
                            gehouden (ook financieel) in die zin dat hij zijn woning zodanig kan
                            aanpassen dat hij in de bestaande woning kan blijven wonen. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Eigen financiele mogelijkheden</titel></kop><structuurtekst><al>In art 4 lid 2 van de Wmo is bepaald dat gemeenten rekening houden met
                            de mogelijkheden die iemand heeft om zelf in financiële zin kosten van
                            een voorziening geheel of gedeeltelijk voor eigen rekening te nemen. Dat
                            is wat anders dan de eigen bijdrage regeling. Die speelt een rol nadat
                            een voorziening is verstrekt. </al><al/><al>Er wordt altijd met de belanghebbende gesproken over de eigen
                            (financiële) mogelijkheden (vermogen en inkomen) om zelf in een
                            oplossing te voorzien. Met belanghebbende wordt tijdens het gesprek
                            besproken over het opleggen van een eigen bijdrage of eigen aandeel. De
                            belanghebbende kan zo een zorgvuldige afweging maken of hij zelf de
                            problemen wil compenseren of dat hij een beroep wenst te doen op een
                            individuele voorziening. Is de belanghebbende bereid zelf in de kosten
                            te voorzien, dan beperkt de rol van het college zich tot informatie en
                            advies. Wanneer de belanghebbende aangeeft toch de individuele
                            voorziening via de gemeente te willen ontvangen kan de voorziening
                            worden verstrekt als hiertoe een noodzaak bestaat. </al><al/><al>Er wordt een toenemend beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid en
                            zelfredzaamheid van mensen. Klanten worden vaker geacht zelf in een
                            oplossing te voorzien of om hieraan financieel bij te dragen
                            bijvoorbeeld door zelf een algemene voorziening als een wasservice in te
                            schakelen. Om te voorkomen dat de belanghebbenden met een laag inkomen
                            door de bodem zakken, wordt op dit vlak afstemming gezocht met de
                            bijzondere bijstand. Uit jurisprudentie blijkt dat de belanghebbende
                            door een cumulatie van noodzakelijke uitgaven als gevolg van zijn
                            beperking niet onder de bijstandsnorm mag zakken.</al><al>Veel voorzieningen zijn algemeen gebruikelijk verklaard, wat tot gevolg
                            heeft dat deze niet meer voor compensatie in aanmerking komen. Als
                            blijkt dat de belanghebbende toch (om welke reden dan ook) niet in staat
                            is zelf in de kosten te voorzien, kan een lening via de Stadsbank
                            uitkomst bieden</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Mantelzorgers en vrijwilligers</titel></kop><structuurtekst><al>Een bijzondere groep onder de Wmo vormen de mantelzorgers en
                            vrijwilligers. Zij vallen onder de werking van prestatieveld 6
                            (individuele voorzieningen). De vraag is of dat leidt tot ‘eigen’
                            aanspraken van mantelzorgers in het kader van dit prestatieveld, of dat
                            het gaat om afgeleide aanspraken, omdat er een persoon is waarvoor de
                            mantelzorger zorgt en ook de mantelzorger op naam van deze persoon
                            aanspraak kan maken op individuele voorzieningen. Nadrukkelijk moet een
                            gemeente namelijk rekening houden met de belangen van de mantelzorger en
                            diens dreigende overbelasting. Bij de verschillende onderdelen komt dit
                            aan de orde. Het gaat hierbij overigens om een principieel verschil van
                            inzicht, waarover de jurisprudentie tot op heden nog geen uitsluitsel
                            heeft gegeven<noot id="d70464e660"><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Bij
                                    uitspraak van 22 september 2010 heeft de Centrale Raad, omdat de
                                    aanvraag was gedaan door de persoon met een handicap en niet
                                    door de mantelzorgers, geen oordeel gegeven over de mogelijkheid
                                    een huis van ouders aan te passen (bezoekbaar te maken) terwijl
                                    hun dochter het hoofdverblijf in een andere plaats heeft. Dit
                                    zou een rechtstreeks recht op individuele voorzieningen voor
                                    mantelzorgers zijn geweest. (LJN BO0285)</noot.al></noot>. Tot dat gebeurt wordt er door de VNG voor gekozen, vooral
                            uit uitvoeringstechnisch oogpunt, uit te gaan van een afgeleid recht op
                            voorzieningen. Beschikkingen zullen dan ook op naam staan en gericht
                            zijn tot degene die de mantelzorg ontvangt.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Resultaat 1: een schone en leefbare woning</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Tot een schone en leefbare woning behoort het zwaar en licht
                            huishoudelijk werk. Het gaat daarbij concreet om het afstoffen, het
                            stofzuigen, het soppen van badkamer, keuken, toilet, het dweilen van
                            vloeren en het overigens schoonhouden van de ruimten die onder de
                            compensatieplicht vallen. Deze ruimten zijn die ruimten die - op het
                            niveau sociale woningbouw - voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn.
                            Niveau sociale woningbouw betekent dat dit niveau als uitgangspunt wordt
                            genomen. Daarbij kunnen persoonskenmerken en behoeften het noodzakelijk
                            maken hiervan af te wijken. Het college gaat ervan uit dat het merendeel
                            van degenen die zelfstandig wonen in principe in staat is op te ruimen.
                            Door de extramuralisering blijven of gaan steeds meer personen
                            zelfstandig wonen in plaats van in een instelling. Daarom is het wel
                            noodzaak goed uit te vragen bij de belanghebbende of hij werkelijk in
                            staat is zelf op te ruimen. Bestaat er in bepaalde situaties toch een
                            noodzaak om het opruimen over te nemen, dan kan het college
                            compenseren.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afwegingskader</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al> Het gaat om alle activiteiten met als doel de ruimten die
                                    dagelijks worden gebruikt, exclusief de tuin, balkon en berging,
                                    schoon en leefbaar te houden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Gebruikelijke zorg</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Allereerst beoordeelt het college of er sprake is van
                                    gebruikelijke zorg. </al><al/><al><cursief>Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een
                                        huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het
                                        huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt
                                        verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een
                                        familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze - één
                                        huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt.
                                        Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar
                                        </cursief><cursief>ook i</cursief><cursief>nwonende ouders.
                                        </cursief><cursief>Of sprake</cursief><cursief> is
                                        </cursief><cursief>van inwonendheid wordt naar de concrete
                                        feitelijke situatie beoordeeld. </cursief><cursief>Daarbij
                                        staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen
                                        en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals
                                        huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door
                                        elkaar lopen. Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden
                                        met de leeftijd van de huisgenoot. Van kinderen tot 5 jaar
                                        wordt niet verwacht dat zij een bijdrage leveren in het
                                        huishou</cursief><cursief>den. In de leeftijd van 5 tot
                                        12</cursief><cursief> jaar wordt verwacht dat zij naar hun
                                        eigen mogelijkheden een bijdrage leveren
                                        </cursief><cursief>bij lichte huishoudelijke werkzaamheden
                                        als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen,
                                        boodschap doen, kleding in de wasmand gooien.
                                        </cursief><cursief>In de leeftijd van 12 tot 18 jaar wordt
                                        verwacht dat zij, naast hiervoor genoemde taken, hun eigen
                                        kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen,
                                        bed verschonen. </cursief><cursief>Er kan voor activiteiten
                                        die kinderen van 12 tot 18 jaar uitvoeren tijd in mindering
                                        worden gebracht op de uiteindelijke indicatie. Er wordt wel
                                        onderzoek gedaan naar de belastbaarheid van het kind: mag
                                        gezien de leeftijd worden verwacht dat het kind deze taak
                                        doet of gaat doen waarbij rekening wordt gehouden met
                                        school, stage, hobby’s, een bijbaantje etc.
                                    </cursief></al><al><cursief>Van huisgenoten van 18 tot 23 jaar wordt verwacht dat
                                        zij de huishoudelijke taken en het bijbehorende aantal uren
                                        dat gesteld is voor een eenpersoons huishouden kunnen
                                        overnemen. </cursief><cursief>Veel jongeren in deze
                                        leeftijdscategorie (</cursief><cursief>denk aan studenten)
                                        wonen </cursief><cursief>namelijk</cursief><cursief>
                                        zelfstandig en moeten dan ook hun eigen huishouden doen.
                                        </cursief><cursief>Van een huisgenoot van 23 jaar of ouder
                                        wordt meer verwacht. Deze zal de taken en het bijbehorende
                                        aantal uren dat gesteld is voor een meerpersoons huishouden
                                        moeten kunnen overnemen. </cursief></al><al><cursief>Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de
                                        mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te
                                        kunnen voeren. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de
                                        huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de
                                        niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het
                                        zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om
                                        uitstelbare taken. </cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Eigen mogelijkheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Vervolgens beoordeelt het college of er andere eigen
                                    mogelijkheden zijn.</al><al/><al><cursief>Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin men
                                        al jaren op eigen kosten iemand voor de huishoudelijke
                                        werkzaamheden inhuurt. Als tegelijk met het optreden van de
                                        beperking geen inkomenswijziging heeft plaatsgevonden en er
                                        geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de handicap,
                                        wordt met de belanghebbende besproken of de particuliere
                                        hulp kan worden voortgezet. Bij verslechtering van de
                                        medische situatie kan mogelijk aanvullende hulp vanuit de
                                        Wmo worden ingezet.</cursief></al><al><cursief>Is de particuliere hulp niet langer in staat
                                        haar diensten aan te bieden, wordt met de belanghebbende
                                        besproken of hij wederom een particuliere hulp kan en wil
                                        inhuren. Mogelijk wil hij wel weer een particuliere hulp
                                        maar overziet hij niet hoe hij een geschikte hulp kan
                                        werven. In dat geval kan worden meegedacht of een derde
                                        worden gevraagd de belanghebbende te ondersteunen bij het
                                        vinden van een passende hulp. </cursief></al><al><cursief>Is sprake van een latrelatie, dan zal het college
                                        nagaan of en in hoeverre de partner bij kan dragen aan het
                                        huishouden.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke
                            voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al>Daarna beoordeelt het college of alle voorliggende, algemene en
                                    algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. </al><al/><al><cursief>Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het gebruik van
                                        de glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de
                                        buitenkant of het gebruik van een plumeau voor het afstoffen
                                        boven op kasten waardoor men niet op een trap hoeft te
                                        staan.</cursief></al><al/></li><li nr="·"><al>Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van
                                    het probleem, zal het college compenseren met een individuele
                                    voorziening. Bij dit compenseren wordt de systematiek
                                    aangehouden die bestaat uit normen uitgedrukt in uren waarbij de
                                    kleinste mogelijke eenheid die ingezet kan worden 30 minuten per
                                    week is.</al><al><cursief>Dit normensysteem is afgeleid van de systematiek zoals
                                        die tot 2007 ook onder de AWBZ werd gehanteerd. Deze normen
                                        zijn vastgelegd in de handleiding indicering huishoudelijke
                                        verzorging en worden gehanteerd tenzij de feitelijke
                                        situatie tot een andere norm leidt.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met een
                                    schoon huis. Dit is een afgeleid recht van de verzorgde, zodat
                                    geen zelfstandig recht ontstaat. </al><al/><al><cursief>Dit kan in twee situaties het geval zijn. Bij de eerste
                                        situatie wonen de mantelzorger en de verzorgde in dezelfde
                                        woning en komt de mantelzorger aantoonbaar niet toe aan een
                                        bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de verzorgde.
                                        Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende)
                                        </cursief><cursief>overbelasting.</cursief><cursief>In
                                        de tweede situa</cursief><cursief>tie woont de mantelzorger
                                        ergens anders</cursief><cursief> en komt hij niet toe aan
                                        het schoonmaken van het eigen huis. </cursief><cursief>De
                                        verzorgde kan mogelijk een beroep doen op de
                                        Vergoedingsregeling persoonlijke zorg (VPZ) en/of er kan op
                                        naam van de verzorgde hulp bij het huishouden worden
                                        ingezet. Heeft de verzorgde een Zorgzwaartepakket (ZZP), dan
                                        kan hij mogelijk de zorg in natura door het Zorgkantoor
                                        laten wijzigen in een </cursief><cursief>pgb
                                        </cursief><cursief>en</cursief><cursief> dat budget
                                        gebruiken om de mantelzorger te betalen, die op zijn beurt
                                        met dat geld hulp in eigen huis kan
                                    bekostigen.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Resultaat 2: wonen in een geschikte woning</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In de Wmo is in artikel 4 lid 1 geen duidelijk onderscheid gemaakt
                            tussen resultaten die bereikt moeten worden op het huishoudelijke vlak
                            en resultaten voor wat betreft een voor de persoon en zijn kenmerken
                            geschikte woning. De term ‘voeren van een huishouden’ geeft daar geen
                            duidelijkheid over. Daarbij is er één belangrijke voorwaarde voordat er
                            gecompenseerd kan worden: er moet een woning zijn. Als er geen woning
                            is, is het niet de taak van het college om voor een woning te zorgen.
                            Iedere Nederlandse burger moet zelf voor een woning zorgen. Een eigen
                            woning kan overigens zowel een gekochte woning zijn als een huurwoning,
                            en ook een woonwagen met vaste standplaats wordt gezien als een woning.
                            Woningen die niet geschikt en bedoeld zijn om het gehele jaar te bewonen
                            (zoals vakantiewoningen zonder gedoogvergunning, hotels en pensions) en
                            AWBZ-erkende instellingen of instellingen die gericht zijn op het
                            verstrekken van zorg vallen niet onder het begrip ‘eigen woning’.</al><al/><al>Dit resultaatgebied gaat over noodzakelijke aanpassingen aan een woning. </al><al>Men moet normaal gebruik kunnen maken van de woning waarover men
                            beschikt. Dit geldt ten aanzien van woonkamer, slaapvertrek(ken),
                            keuken, sanitaire ruimten, berging, terras of balkon. Afhankelijk van de
                            woonfunctie en het daadwerkelijke gebruik (frequentie) kunnen er
                            individuele voorzieningen worden getroffen ten aanzien van de
                            bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.</al><al/><al>Is het college van mening dat de belanghebbende gecompenseerd moet
                            worden, dan wordt er wel een afweging gemaakt tussen verhuizen en het
                            aanpassen van de woning. Dat hangt in eerste instantie af van de kosten
                            van de benodigde aanpassing. Zijn de kosten lager dan de vergoeding die
                            staat voor verhuizen en herinrichting, dan blijft deze afweging
                            achterwege. Liggen de kosten hoger, dan wordt beoordeeld of verhuizen
                            mogelijk is.</al><al/><al>Als er individuele voorzieningen worden getroffen wordt uitgegaan van
                            het niveau van sociale woningbouw. In de sociale woningbouw wordt een
                            keukenblok standaard voorzien van 3 onderkasten en twee bovenkasten. Dit
                            kan dan ook voor een aangepaste keuken voldoende compenserend zijn. Een
                            ander voorbeeld kan zijn de oppervlakte van ruimten; als het
                            noodzakelijk is een slaapkamer en natte cel op de begane grond te
                            creëren, wordt beoordeeld of het mogelijk is dit te realiseren binnen de
                            bestaande oppervlakte, bijvoorbeeld door een ruime woonkamer op te delen
                            in meerdere ruimten. Dit wordt inbouwen genoemd.</al><al>De financiële tegemoetkoming wordt hierop afgestemd. Het staat de
                            belanghebbende vrij voor een hoger afwerkingsniveau te kiezen dan
                            sociale woningbouw. De meerkosten komen voor eigen rekening.</al><al/><al>Betreft de vraag een extra grote woning of een mantelzorgunit op het erf
                            om mantelzorgtaken op zich te kunnen nemen, dan moet men hier zelf voor
                            te zorgen. </al><al>Het college kan wel ondersteuning bieden bij het verkrijgen van de
                            benodigde vergunningen. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afwegingskader</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Eigen mogelijkheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Het college zal allereerst bespreken of er eigen mogelijkheden
                                    zijn die benut kunnen worden. </al><al/><al><cursief>Als</cursief><cursief> de huidige woning vanwege acute
                                        beperkingen onverwachts ongeschikt is om in te wonen, wordt
                                        ook aan de belanghebbende gevraagd wat de eigen
                                        mogelijkheden en eigen kracht zijn om de belemmeringen op te
                                        heffen. In hoeverre is de belanghebbende zelf in staat om,
                                        eventueel met behulp van zijn sociale netwerk, zelf zijn
                                        problemen op te lossen?</cursief></al><al><cursief>Belanghebbenden wordt altijd gevraagd of hij de
                                        voorziening uit eigen middelen zou willen bekostigen. Het is
                                        echter nooit een grond om compensatie af te
                                        wijzen!</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorliggende voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Te denken valt aan AWBZ
                                </cursief><cursief>hulpmiddelen.</cursief></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Algemeen gebruikelijke voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al>Bij het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding houdt het
                                    college rekening met de mate waarin de verhuizing te verwachten
                                    of te voorspellen was. Bij een te verwachten of voorspelbare
                                    verhuizing wordt in principe geen verhuiskostenvergoeding
                                    toegekend.</al><al/></li><li nr="·"><al>Ook worden geen algemeen gebruikelijke aanpassingen aan woningen
                                    verstrekt als de belemmeringen te verwachten of te voorspellen
                                    zouden zijn.</al><al/><al><cursief>De burger wordt in alle redelijkheid aangesproken op de
                                        eigen kracht (en die van zijn netwerk), maar ook op eigen
                                        verantwoordelijkheid. Veel voorzieningen komen niet meer
                                        voor vergoeding in aanmerking, omdat deze voorzieningen als
                                        algemeen gebruikelijk worden geacht. </cursief></al><al/><al><cursief>Hieronder een niet limitatieve
                                        opsomming:</cursief></al><al><cursief>- Verhoogd toilet</cursief></al><al><cursief>- Doucheglijstang</cursief></al><al><cursief>- Thermostaatkraan</cursief></al><al><cursief>- Eenhendelmengkraan</cursief></al><al><cursief>- Kookplaat (alle varianten)</cursief></al><al><cursief>- Verrijdbare airco</cursief></al><al><cursief>- Luchtbevochtiger</cursief></al><al><cursief>- Zonwering</cursief></al><al><cursief>- Wasdroger</cursief></al><al><cursief>- Korfladen</cursief></al><al>- <cursief>Verwijderen van lavet en vervangen door een
                                        douche</cursief></al><al><cursief>- Centrale verwarming</cursief></al><al><cursief>- Vervanging van vl</cursief><cursief>oerbedekking en
                                        gordijnen</cursief><cursief> ouder dan 8 jaar</cursief></al><al><cursief>- Vervanging van
                                        </cursief><cursief>al</cursief><cursief> afgeschreven
                                        zaken</cursief></al><al><cursief>- Renovatie badkamer na 20 jaar</cursief></al><al><cursief>- Renovatie keuken na 20 jaar</cursief></al><al><cursief>- Elektrische garagedeuropener</cursief></al><al><cursief>- Oplaadpunt ten behoeve van opladen elektrisch
                                        vervoermiddel</cursief></al><al>- <cursief>Tweede toilet (tenzij eerste toilet niet toegankelijk
                                        is vanwege beperkingen.</cursief></al><al/><al><cursief>Bovenstaande producten zijn in iedere sanitair handel
                                        of bouwmarkt verkrijgbaar tegen een redelijke prijs en zijn
                                        niet specifiek bedoeld voor mensen met een beperking. Deze
                                        voorzieningen worden veelal aangeschaft vanwege
                                        gemak/comfort. Toch vindt geen vergoeding plaats wanneer
                                        iemand de voorziening aan moet schaffen vanwege
                                        beperkingen.</cursief></al><al/><al><cursief>Daarnaast zal bijvoorbeeld van senioren of personen met
                                        een chronisch of zelfs progressief ziektebeeld verwacht
                                        worden dat zij anticiperen op de toekomst. Bij de keus van
                                        een nieuw te betrekken woning mag uiteraard verwacht worden
                                        dat men rekening houdt met de eigen situatie. Dat betekent
                                        ook dat er met bestaande of bekende komende beperkingen
                                        rekening wordt gehouden. Kosten komen voor eigen
                                        rekening.</cursief></al><al><cursief>Blijft men wonen in de huidige woning, dan wordt van de
                                        burger gevraagd te anticiperen op, en te reserveren voor de
                                        toekomst. Niet alles wordt opgelost door de overheid. Er
                                        zijn voorzieningen waarvan voorzienbaar is dat deze ooit
                                        nodig zullen zij</cursief><cursief>n, en waarvoor men zelf
                                        moet</cursief><cursief> zorgen. Dit zijn ook algemeen
                                        gebruikelijke voorzieningen. </cursief></al><al><cursief>- Eenvoudige douchestoelen/ -
                                    krukken</cursief></al><al><cursief>- badplank</cursief></al><al><cursief>- Wandbeugels</cursief></al><al>- 2<cursief><sup>e</sup></cursief><cursief>
                                        trapleuning</cursief></al><al><cursief>- Dorpels in de woning verwijderen</cursief></al><al><cursief>- Opheffen van niveauverschillen bij de
                                        voorde</cursief><cursief>ur en achterdeur m.b.v. een
                                        </cursief><cursief>schegstuk, oprijplaat of ophogen
                                        straatwerk</cursief></al><al><cursief>- Verwijderen bad of douchecabine en realiseren douche
                                        zonder instap</cursief></al><al><cursief>- Eenvoudige toiletstoel</cursief></al><al><cursief>- Verhuis en herinrichtingskosten</cursief></al><al/><al>Een traplift wordt niet gezien als een algemeen
                                    gebruikelijke voorziening, maar is wel een alternatief voor
                                    verhuizen. Verhuizen wordt algemeen gebruikelijk geacht voor
                                    senioren of personen met een chronisch progressief ziektebeeld.
                                    Als men er voor kiest niet te verhuizen, dan komen de kosten die
                                    voortvloeien uit die keuze ook voor eigen rekening. Een traplift
                                    wordt daarom niet toegekend als verhuizen de goedkoopst
                                    compenserende oplossing is en dit algemeen gebruikelijk wordt
                                    geacht.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Als het ten gevolge van een calamiteit noodzakelijk is
                                    vroegtijdig (binnen 8 jaar) vloerbedekking, gordijnen of een
                                    bankstel te vervangen, kunnen onvoorziene meerkosten
                                    gecompenseerd worden in de vorm van een financiële
                                    tegemoetkoming. De tegemoetkoming wordt gebaseerd op de ouderdom
                                    van het te vervangen materiaal. </al><al/><al><cursief>Er kan compensatie worden gegeven voor de meerkosten
                                        van het vroegtijdig vervangen van vloerbedekking, gordijnen
                                        en stoffen bank. Dit kan bijvoorbeeld wanneer er sprake is
                                        van een huisstofmijtallergie of </cursief><cursief>aan de
                                        andere kant</cursief><cursief> COPD-klachten die verergeren
                                        door het gebruikte materiaal. Of wanneer er sprake is van
                                        acuut rolstoelgebruik.</cursief></al><al><cursief>Naarmate de goederen ouder zijn ontvangt men
                                        een lagere tegemoetkoming; de goederen zijn immers al voor
                                        een deel afgeschreven. Voor vloerbedekking, gordijnen of
                                        bankstel ouder dan 8 jaar wordt geen tegemoetkoming
                                        verstrekt.</cursief></al><al><cursief>In het Besluit is een staffel opgenomen om de
                                        tegemoetkoming in de kosten te kunnen bepalen. Voor het
                                        gedeelte dat </cursief><cursief>al</cursief><cursief> is
                                        afgeschreven wordt geen tegemoetkoming verstrekt, want het
                                        wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd dat hiervoor
                                        gereserveerd is.</cursief></al><al/><al><cursief>De tegemoetkoming voor vloerbedekking wordt
                                        gebaseerd op de kosten van vinyl. Per situatie zal
                                        beoordeeld worden of er ook een tegemoetkoming moet worden
                                        verstrekt voor het egaliseren van de
                                    ondervloer.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Als de belanghebbende gecompenseerd wordt met een
                                    vervoersvoorziening die gestald moet worden in een wind- en
                                    waterdichte stalling, dan wordt onderzocht of de belanghebbende
                                    zelf mogelijkheden heeft om hier zorg voor te dragen. Als het
                                    niet mogelijk is adequate stallingruimte voor de
                                    vervoersvoorziening te creëren, dan zal het college compenseren.
                                    </al><al/><al><cursief>Een vervoersvoorziening als een scootmobiel moet
                                        gestald worden in een wind- en waterdichte ruimte. Dit komt
                                        de levensduur van de voorziening ten goede. Vaak is er een
                                        berging bij de woning aanwezig. Deze is niet altijd goed
                                        toegankelijk. Het toegankelijk maken van de berging (drempel
                                        nivelleren of straatwerk ophogen) wordt algemeen
                                        gebruikelijk geacht en komt voor rekening van de
                                        belanghebbende, evenals het aanleggen van een oplaadpunt
                                        voor de accu. </cursief></al><al/><al><cursief>Als</cursief><cursief> een berging dan alsnog niet goed
                                        geschikt is om te dienen als stallingruimte, wordt
                                        onderzocht of er andere mogelijkheden zijn de voorziening
                                        wind- en waterdicht te stallen. Hierbij kan gedacht worden
                                        aan het stallen in de hal van de woning. Uitsluitend wanneer
                                        er geen alternatieven zijn, kan het college compenseren door
                                        de stallingruimte aan te passen. Een aanpassing kan dan zijn
                                        de deur te verbreden.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Collectieve voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Als aan de hand van de inventarisatie blijkt dat een roerende
                                    woonvoorziening noodzakelijk is, en er een pool van deze
                                    voorziening in de nabije omgeving van de belanghebbende is, dan
                                    wordt gebruik van deze voorziening als voorliggend beschouwd op
                                    een individuele voorziening.</al><al/><al><cursief>Hierbij kan worden gedacht </cursief><cursief>aan
                                        </cursief><cursief>een verrijdbare tillift die binnen een
                                        wooncomplex voor ouderen wordt opgenomen in een pool zodat
                                        deze voor meerdere bewoners beschikbaar is.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="·"><al>Om gebruik te mogen maken van een pool is toestemming van het
                                    college vereist.</al><al/></li><li nr="·"><al>Het college streeft ernaar zoveel mogelijk algemene
                                    voorzieningen op te zetten. Als in de nabijheid van de
                                    belanghebbende nog geen algemene voorziening beschikbaar is,
                                    wordt onderzocht of deze gecreëerd kan worden.</al><al/></li><li nr="·"><al>Als het opzetten van een algemene voorziening binnen redelijke
                                    termijn gerealiseerd kan worden, en deze voorziening is passend
                                    voor de belanghebbende, wordt geen individuele voorziening
                                    verstrekt.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Individuele voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al> Als er noodzaak bestaat voor een voorziening, dan zal door het
                                    college een programma van eisen worden opgesteld. Het college
                                    kan hiervoor een ergonomisch of medisch advies inwinnen bij een
                                    daartoe gecontracteerd adviesbureau.</al><al/><al><cursief>De klantmanager</cursief><cursief> die de aanvraag in
                                        behandeling heeft zal beoordelen of er een
                                        ex</cursief><cursief>tern advies ingewonnen moet worden.
                                        Als</cursief><cursief> hij dit niet noodzakelijk acht zal
                                        het college zelf een programma van eisen
                                        opstellen.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Het college beoordeelt allereerst of het resultaat: wonen in een
                                    geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing.
                                    </al><al/><al><cursief>Als de kosten voor aanpassen boven het bedrag uitkomen
                                        dat het college beschikbaar stelt voor verhuis- en
                                        herinrichtingskosten, wordt onderzocht of er zwaarwegende
                                        redenen bestaan tegen een verhuizing. Er kan op grond van
                                        deze redenen een contra-indicatie tegen verhuizen
                                        bestaan.</cursief><cursief>Een zeer zorgvuldige afweging van
                                        alle argumenten zal aan het besluit ten grondslag worden
                                        gelegd.</cursief></al><al/></li></lijst><al><cursief><onderstreept>Wegingsmodel</onderstreept></cursief></al><al/><lijst><li nr="."><al>Medische redenen</al><al/><al><cursief>Mochten medische redenen een verhuizing in de weg
                                        staan, dan zijn de andere afwegingen voor het college niet
                                        meer van belang.</cursief></al><al><cursief>Het is daarbij wel goed om te realiseren dat het gehele
                                        cliëntsyste</cursief><cursief>em in deze beoordeling moet
                                        </cursief><cursief>worden meegewogen. De belanghebbende zou
                                        samen met zijn huisgenoten na een zorgvuldige afweging tot
                                        de conclusie kunnen komen dat thuis wonen te veel vraagt van
                                        de mantelzorgers.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen
                                    beschikbare woonruimte</al><al/><al><cursief>Als</cursief><cursief> verhuizing naar een voor de
                                        belanghebbende geschikte, betaalbare en beschikbare woning
                                        niet binnen een redelijke termijn te realiseren is, kan dit
                                        een reden zijn om ook de woning aan te passen al komen de
                                        kosten van de aanpassing boven de norm uit. Uitgangspunt van
                                        een redelijke termijn is een half
                                    jaar.</cursief></al><al/><al><cursief>Woonruimte die niet als betaalbaar en dus als niet
                                        geschikt wordt beschouwd is een woning waarvan de huur boven
                                        de grens voor huurtoeslag lig terwijl de belanghebbende
                                        gelet op zijn inkomen, wel voor
                                        huurt</cursief><cursief>oeslag in aanmerking komt
                                        als</cursief><cursief> de huur onder deze grens zou
                                        liggen.</cursief></al><al/><al><cursief>Het college heeft de verplichting te
                                        compenseren, maar in dat kader kunnen woningen in andere
                                        wijken of met minder kamers dan gewenst ook als geschikt
                                        worden aangemerkt.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Sociale participatie en maatschappelijke activering</al><al/><al><cursief>Verhuizen zou kunnen leiden tot een onherstelbare
                                        aantasting van het sociale netwerk van de belanghebbende dat
                                        noodzakelijk is voor het overwinnen van beperkingen in het
                                        normale gebruik van een woning. Dit is aan de orde als
                                        verhuizen zou leiden tot het wegvallen van bepaalde vormen
                                        van mantelzorg en buurtgebonden vrijwilligerswerk. Het gaat
                                        daarbij om niet verplaatsbare mantelzorg die in belangrijke
                                        mate de activiteiten dagelijks leven (ADL) ondersteunt en
                                        daarmee een besparing oplevert ten opzichte van
                                        professionele zorg.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Vermogensverlies</al><al/><al><cursief>Vermogensverlies kan zich voordoen wanneer de
                                        belanghebbende eigenaar is van de woning, en de verkoopprijs
                                        van de woning aanzienlijk lager zal zijn dan de
                                        aankoopprijs. Als richtlijn voor ernstig vermogensverlies
                                        wordt aangehouden dat er sprake moet zijn van 5% of meer
                                        verlies ten opzichte van de
                                            </cursief><cursief><onderstreept>aankoopprijs</onderstreept></cursief><cursief>.
                                        Bij woningen die al langer in eigendom zijn van de bewoner,
                                        zal er doorgaans geen sprak</cursief><cursief>e zijn van
                                        vermogensverlies, eer</cursief><cursief>der een overwaarde.
                                    </cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Bedrijf aan huis</al><al/><al><cursief>Een bedrijf aan huis kan een reden zijn om de woning
                                        toch aan te passen. Doorslaggevend hierbij is of het bedrijf
                                        al dan niet verplaatsbaar is naar een andere locatie en de
                                        kosten die daarmee gemoeid zijn. </cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Integrale afweging van verstrekkingen
                                    Wmo-voorzieningen</al><al/><al><cursief>Afstemming met andere Wmo-voorzieningen is van belang
                                        voor het maken van een keuze. </cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Woonlasten en draagkracht</al><al/><al><cursief>Als</cursief><cursief> bij verhuizing de
                                        woonlastenstijging de draagkracht van cliënt te boven gaat,
                                        kan de woning toch aangepast worden. Hierbij moet bedacht
                                        worden dat voor veel gehandicapten een hogere huur
                                        opgevangen wordt door een hogere huurtoeslag.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Als voor het bereiken van het resultaat noodzakelijk is dat er
                                    uitbreiding komt van de woonoppervlakte op de begane grond, dan
                                    zal het college een afweging maken tussen een herbruikbare losse
                                    woonunit en een aanbouw. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Als een inpandige aanpassing mogelijk is, bijvoorbeeld in de
                                    situatie van een ruime benedenverdieping, zal het college
                                    allereerst die situatie beoordelen, voordat uitbreiding van de
                                    woning aan de orde komt. </al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Als het toegangspad naar de voordeur, achterdeur of stalling
                                    niet verhard is, kan maximaal 20 m2 verhard worden.</al><al/><al><cursief>Als</cursief><cursief> er sprake is van achterstallig
                                        onderhoud waardoor het pad niet goed
                                        be</cursief><cursief>rijdbaar of beloopbaar is,
                                        moet</cursief><cursief> bela</cursief><cursief>nghebbende er
                                        zelf zorg voor </cursief><cursief>dragen dat dit goed
                                        begaanbaar wordt.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Als het terras bij de woning niet is voorzien van bestrating,
                                    kan maximaal 10 m2 bestaat worden </al><al/><al><cursief>Als</cursief><cursief> er sprake is van achterstallig
                                        onderhoud waardoor het terras niet goed
                                        be</cursief><cursief>rijdbaar of beloopbaar is,
                                        moet</cursief><cursief> bela</cursief><cursief>nghebbende er
                                        zelf zorg voor </cursief><cursief>dragen dat dit goed
                                        begaanbaar wordt.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Mantelzorg</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat het
                                    college ook daarbij uit van de eigen verantwoordelijkheid voor
                                    het hebben van een woning. </al><al/><al><cursief>Dit kan door zelf een woning te bouwen of een unit te
                                        huren die op het terrein nabij de woning van de
                                        mantelzorgers kan worden geplaatst. Daarbij is uitgangspunt
                                        dat de uitgaven die de verzorgde(n) had(den) voor de
                                        situatie van de mantelzorg in de mantelzorgwoning, aan het
                                        wonen in deze woning besteed kunnen worden. Daarbij kan
                                        gedacht worden aan huur, kosten nutsvoorzieningen,
                                        verzekeringen enz. Met die middelen zou een mantelzorgwoning
                                        gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed
                                        kunnen worden aan een lening of hypotheek om een
                                        mantelzorgwoning (deels) te betalen.
                                    </cursief></al><al/><al><cursief>De gemeente kan adviseren en ondersteunen als het gaat
                                        om de nodige vergunningen op het gebied van de ruimtelijke
                                        ordening.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen
                                    houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers,
                                    zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door
                                    mantelzorgers bediend moeten worden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bezoekbaar maken van een woning</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Als belanghebbende bewoner is van een AWBZ-instelling kan een
                                    woning bezoekbaar worden gemaakt voor de
                                    belanghebbende.</al><al/><al><cursief>Voor een belanghebbende die zijn hoofdverblijf heeft in
                                        een AWBZ-instelling kan een woning bezoekbaar worden
                                        gemaakt, wat betekent dat de woonkamer en het toilet
                                        bereikbaar en bruikbaar gemaakt kunnen
                                    worden.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>In geval van co-ouderschap kan het noodzakelijk zijn dat de
                                    huizen van beide ouders geschikt gemaakt worden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Resultaat 3: goederen voor primaire levensbehoeften</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse activiteiten
                            nodig. De compensatieplicht is beperkt tot de levensmiddelen,
                            toiletartikelen en schoonmaakmiddelen, producten die dagelijks/wekelijks
                            gebruikt worden in elk huishouden. Niet hieronder vallen de grotere
                            inkopen zoals kleding en duurzame goederen, zoals apparaten.</al><al>Het is heel normaal dat mensen deze boodschappen geclusterd doen door
                            één maal per week de grote voorraad in huis te halen. Daar sluit de Wmo
                            bij aan door uit te gaan van één maal per week boodschappen. Er kan
                            gebruik worden gemaakt van aanwezige boodschappendiensten. Een
                            boodschappendienst wordt volgens de jurisprudentie aanvaardbaar geacht
                            als er niet al te hoge kosten aan verbonden zijn.</al><al/><al>Ook het bereiden van brood- en warme maaltijden valt onder dit
                            resultaat. In sommige situaties kan van een maaltijdservice gebruik
                            worden gemaakt. Ook zijn er kant- en klaar maaltijden te koop in de
                            supermarkt die soms (tijdelijk) een oplossing kunnen bieden. Deze kunnen
                            door een hulp worden opgewarmd als dit problemen oplevert, denk aan
                            initiatiefverlies of het niet kunnen bedienen van een magnetron. Het
                            aanreiken valt eveneens onder de compensatieplicht terwijl het helpen
                            met of toezicht houden op het eten hier geen deel van uit maakt.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afwegingskader</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al> Onder dit resultaat worden gerekend het één maal per week halen
                                    van de boodschappen betreffende levens- en schoonmaakmiddelen
                                    die dagelijks nodig zijn en zo nodig de bereiding van
                                    broodmaaltijden en het bereiden of opwarmen van de warme
                                    maaltijden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Gebruikelijke zorg</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Allereerst beoordeelt het college of er sprake is van
                                    gebruikelijke zorg.</al><al><cursief>Van geb</cursief><cursief>ruikelijke zorg is sprake
                                        als</cursief><cursief> er een huisgenoot aanwezig is die in
                                        staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te
                                        nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die -
                                        ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een
                                        bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die
                                        beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is een inwonend kind,
                                        maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake
                                        </cursief><cursief>is </cursief><cursief>van inwonendheid
                                        zal naar de concrete feiten beoordeeld moeten worden.
                                        Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig
                                        eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken
                                        zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d.
                                        door elkaar lopen. Daarbij wordt rekening gehouden met de
                                        leeftijd van de huisgenoot. Van kinderen tot 5 jaar wordt
                                        niet verwacht dat zij een bijdrage leveren in het
                                        huishouden. </cursief><cursief>In de leeftijd van 5 tot 18
                                        jaar wordt verwacht dat zij naar hun
                                        e</cursief><cursief>igen mogelijkheden een
                                        bijdrage</cursief><cursief> leveren bijvoorbeeld door hun
                                        </cursief><cursief>eigen speelgoed op te ruimen, hun
                                        </cursief><cursief>eigen kamer schoon te houden, het bed te
                                        verschonen en/of door hand- en spandiensten te verrichten,
                                        zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de
                                        afwas, enz. </cursief><cursief>Voor de activiteiten die
                                        kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar doen, kan tijd in
                                        mindering worden gebracht op de uiteindelijke indicatie. Er
                                        wordt wel onderzoek gedaan naar de belastbaarheid van het
                                        kind: mag gezien de leeftijd worden verwacht dat het kind
                                        deze taak doet of gaat doen waarbij rekening wordt gehouden
                                        met school, stage, hobby’s, een bijbaantje etc. Van
                                        huisgenoten van 18 tot 23 jaar wordt verwacht dat zij de
                                        huishoudelijke taken en het bijbehorende aantal uren dat
                                        gesteld is voor een eenpersoons huishouden kunnen overnemen.
                                        </cursief><cursief>Veel jongeren in deze leeftijdscategorie
                                        (</cursief><cursief>denk aan studenten) wonen
                                        </cursief><cursief>namelijk</cursief><cursief>
                                        zelfstandig/op kamers en moeten dan ook hun eigen huishouden
                                        doen. </cursief><cursief>Van een huisgenoot van 23 jaar of
                                        ouder wordt meer verwacht. Deze zal de taken en het
                                        bijbehorende aantal uren dat gesteld is voor een
                                        meerpersoons huishouden moeten kunnen overnemen.
                                    </cursief></al><al><cursief>Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de
                                        mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te
                                        runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de
                                        huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de
                                        niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het
                                        zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om
                                        uitstelbare taken. Het doen van boodschappen is uitstelbare
                                        hulp, het bereiden of opwarmen van maaltijden is
                                        niet-uitstelbare hulp. Hier kan wel voor geïndiceerd
                                        worden.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Eigen mogelijkheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen
                                    mogelijkheden zijn.</al><al/><al><cursief>Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat in de
                                        omgeving wonende bekenden en/of kinderen gewend of bereid
                                        zijn deze boodschappen te doen of de maaltijden te
                                        bereiden.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke
                            voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Daarna beoordeelt het college of alle voorliggende, algemene en
                                    algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. </al><al/><al><cursief>Hierbij valt te denken aan het gebruik van een
                                        boodschappenservice, zowel die beschikbaar gesteld zijn door
                                        supermarkten, als die zijn opgezet door de gemeente of door
                                        vrijwilligersorganisaties. Bij het afwegen van deze
                                        mogelijkheden moet ook worden getoetst of deze voorzieningen
                                        voor de belanghebbende bruikbaar, betaalbaar en beschikbaar
                                        zijn.</cursief></al><al><cursief>Als het gaat om het bereiden van maaltijden kan bekeken
                                        worden of vormen van maaltijdvoorziening of het gebruik
                                        maken van kant en klare maaltijden mogelijk, bruikbaar en
                                        betaalbaar zijn.</cursief></al><al><cursief>Nazorg is soms geboden als naar deze voorliggende
                                        voorzieningen is verwezen. Is het inderdaad een passende
                                        oplossing gebleken?</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Bij boodschappen is het uitgangspunt dat een
                                    boodschappenservice voorliggend is voor het één maal in de week
                                    boodschappen doen. Een uitzondering kan door het college alleen
                                    gemaakt als volstrekt helder is dat dit niet in één maal per
                                    week mogelijk is en uit onderzoek blijkt dat andere eigen
                                    mogelijkheden of voorliggende en algemeen gebruikelijke
                                    voorzieningen niet leiden tot een oplossing van het
                                    probleem.</al><al/><al><cursief>In het geval eigen mogelijkheden, voorliggende of
                                        algemeen gebruikelijke voorzieningen geen oplossing bieden,
                                        zal onderzocht moeten worden hoe vaak per week de
                                        boodschappen gedaan moeten worden en hoeveel tijd hiervoor
                                        nodig is. Het gaat hier dus om maatwerk waarvoor geen
                                        normtijden gehanteerd kunnen worden.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een
                                    oplossing van het probleem bij het bereiden van brood- en/of
                                    warme maaltijden, zal het college compenseren met een
                                    individuele voorziening. Bij dit compenseren wordt de
                                    systematiek aangehouden die bestaat uit normen uitgedrukt in
                                    uren waarbij de kleinste mogelijke eenheid die ingezet kan
                                    worden 30 minuten per week is.</al><al/><al><cursief>Dit normensysteem is afgeleid van de systematiek zoals
                                        die tot 2007 ook onder de AWBZ werd gehanteerd. Deze normen
                                        zijn vastgelegd in de handleiding indicering huishoudelijke
                                        verzorging en worden gehanteerd tenzij de feitelijke
                                        situatie tot een andere norm leidt.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Het college houdt rekening met de belangen van mantelzorgers. Zo
                                    kan in geval van dreigende overbelasting een individuele
                                    voorziening aan de verzorgde worden toegekend. Deze voorziening
                                    kan dan niet -als het een pgb betreft - door de mantelzorger
                                    worden ingevuld: het gaat immers om diens (dreigende)
                                    overbelasting Ook hier gaat het om een afgeleid recht. Het
                                    college kan ook op voorhand rekening houden met periodes van
                                    afwezigheid van de mantelzorger voor vakantie of
                                    anderszins.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Resultaat 4: beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                            kleding</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De dagelijkse kleding en linnengoed moeten met enige regelmaat worden
                            gereinigd. Dit betekent het wassen, drogen, in bepaalde situaties
                            strijken, opvouwen en opruimen. We spreken hier uitsluitend over normale
                            kleding voor alledag en over (keuken) handdoeken en beddengoed zoals
                            dekbedhoezen of lakens. Daarbij is het uitgangspunt dat er niet
                            gestreken hoeft te worden. Met het kopen van kleding kan hier rekening
                            mee worden gehouden. Bestaat er in bepaalde situaties toch een noodzaak
                            om kleding te strijken, dan kan gebruik worden gemaakt van een
                            strijkservice. Een strijkservice wordt volgens de jurisprudentie
                            aanvaardbaar geacht als er niet al te hoge kosten aan verbonden zijn.
                            Bij het wassen en drogen van kleding en linnengoed is het normaal
                            gebruik te maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke - moderne
                            hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afwegingskader</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Gebruikelijke zorg</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot
                                aanwezig is die in staat kan worden geacht het huishoudelijke werk
                                over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die -
                                ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste
                                keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen
                                ondervindt. Een huisgenoot is een inwonend kind, maar zijn ook
                                inwonende ouders. Of er sprake is van inwonendheid zal naar de
                                concrete feiten beoordeeld moeten worden. Daarbij staat inwonend
                                tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige
                                huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten
                                nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Daarbij wordt
                                rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Van kinderen
                                tot 5 jaar wordt niet verwacht dat zij een bijdrage leveren in het
                                huishouden. </cursief><cursief>In de leeftijd van 5 tot 18 jaar
                                wordt verwacht dat zij naar hun e</cursief><cursief>igen
                                mogelijkheden een bijdrage</cursief><cursief> leveren bijvoorbeeld
                                door hun eigen kamer schoon te houden, het beddengoed verschonen, de
                                vuile was in de wasmand te doen en/of door hand- en spandiensten te
                                verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij
                                de afwas, enz. </cursief><cursief>Voor de activiteiten die kinderen
                                in de leeftijd van 12 tot 18 jaar doen, kan tijd in mindering worden
                                gebracht op de uiteindelijke indicatie. Er wordt wel onderzoek
                                gedaan naar de belastbaarheid van het kind: mag gezien de leeftijd
                                worden verwacht dat het kind deze taak doet of gaat doen waarbij
                                rekening wordt gehouden met school, stage, hobby’s, een bijbaantje
                                etc. Van huisgenoten van 18 tot 23 jaar wordt verwacht dat zij de
                                huishoudelijke taken en het bijbehorende aantal uren dat gesteld is
                                voor een eenpersoons huishouden kunnen overnemen.
                                </cursief><cursief>Veel jongeren in deze leeftijdscategorie (denk
                                aan studenten) wonen immers zelfstandig en moeten dan ook hun eigen
                                huishouden doen. </cursief><cursief>Van een huisgenoot van 23 jaar
                                of ouder wordt meer verwacht. Deze zal de taken en het bijbehorende
                                aantal uren dat gesteld is voor een meerpersoons huishouden moeten
                                kunnen overnemen. </cursief></al><al><cursief> Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de
                                mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen
                                runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot
                                gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare
                                taken overgenomen kunnen worden. Bij beschikken over schone,
                                draagbare en doelmatige kleding zal het over het algemeen gaan om
                                uitstelbare taken. </cursief></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Eigen mogelijkheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen
                                    mogelijkheden zijn die benut kunnen worden. </al><al/><al><cursief>Hierbij kan gedacht worden aan de hulp van familie of
                                        buren.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke
                            voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr=".&#x9f;"><al>Daarna beoordeelt het college of alle voorliggende, algemene en
                                    algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. </al><al/><al><cursief> Hierbij valt te denken aan het gebruik van een
                                        wasservice als dat in de lijn ligt of het naast de
                                        wasmachine aanschaffen en gebruiken van een
                                        droger.</cursief></al><al/></li><li nr=".&#x9f;"><al>Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van
                                    het probleem, zal het college compenseren met een individuele
                                    voorziening. Bij dit compenseren wordt de systematiek
                                    aangehouden die bestaat uit normen uitgedrukt in uren waarbij de
                                    kleinste mogelijke eenheid die ingezet kan worden 30 minuten per
                                    week is.</al><al/><al><cursief>Dit normensysteem is afgeleid van de systematiek zoals
                                        die tot 2007 ook onder de AWBZ werd gehanteerd. Deze normen
                                        zijn vastgelegd in de handleiding indicering huishoudelijke
                                        verzorging en worden gehanteerd tenzij de feitelijke
                                        situatie tot een andere norm leidt</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>&#x9f;De inhoud van het resultaat schone en doelmatige kleding
                                    bestaat uit het wassen en drogen daarvan. Licht verstelwerk,
                                    zoals het vastzetten van een naadje of het aanzetten van een
                                    knoop wordt niet gedaan<cursief>.</cursief></al><al/><al><cursief>Voor licht verstelwerk zijn voldoende andere
                                        mogelijkheden of voorliggende voorzieningen zoals hulp van
                                        een familielid of buren, een naaiatelier of
                                        kledingreparateur. </cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Wat betreft de kleding wordt uitgegaan van een eigen
                                    verantwoordelijkheid ten aanzien van de keuze van kleding, die
                                    in principe niet hoeft te worden gestreken. Bestaat de noodzaak
                                    of wens om bepaalde kleding toch te laten strijken, dan kan
                                    verwezen worden naar een strijkservice. In het geval er een
                                    noodzaak is vastgesteld, wordt een strijkservice volgens de
                                    jurisprudentie aanvaardbaar geacht als er niet al te hoge kosten
                                    aan verbonden zijn. Wat betreft het strijken van kleding worden
                                    er geen lakens, theedoeken, zakdoeken en ondergoed etc. gestreken
                                    </al></li></lijst><al><noot id="d70464e1525"><noot.nr> 2 </noot.nr><noot.al>Het college heeft een taak in het voorlichten van de
                                            burgers op deze onderdelen. Men moet
                                            kunnen weten wat verwacht wordt als men ooit een beroep op dit
                                            resultaat binnen de Wmo wil gaan doen.</noot.al></noot></al><lijst><li nr="."><al> Er zal met de mantelzorger rekening worden gehouden met het oog
                                    op dreigende overbelasting. Als er een indicatie wordt gesteld,
                                    gebeurd dat als afgeleide van de verzorgde op zijn of haar naam.
                                    Deze voorziening kan dan niet -als het een pgb betreft - door de
                                    mantelzorger worden ingevuld: het gaat immers om diens
                                    (dreigende) overbelasting Ook hier gaat het om een afgeleid
                                    recht. Het college kan ook op voorhand rekening houden met
                                    periodes van afwezigheid van de mantelzorger voor vakantie of
                                    anderszins.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Resultaat 5: het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin
                            behoren</titel></kop><structuurtekst><al>De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is in eerste
                            instantie een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er zorg voor
                            dragen dat er op tijden dat zij beide werken opvang voor de kinderen is.
                            Dat kan op de manier waarop zij dat willen (oppas-oma, kinderopvang),
                            maar het is een eigen verantwoordelijkheid. Dat is niet anders in de
                            situatie dat beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun
                            kinderen op te vangen. In die situatie zal men een permanente oplossing
                            moeten zoeken.</al><al>De Wmo heeft vooral een taak om tijdelijk in te springen zodat de ruimte
                            ontstaat om een al dan niet tijdelijke oplossing te zoeken. Dat wil
                            zeggen: de acute problemen worden opgelost zodat er gezocht kan worden
                            naar een permanente oplossing.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afwegingskader</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Eigen mogelijkheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Allereerst zal het college beoordelen of er andere eigen
                                    mogelijkheden zijn die benut kunnen worden.</al><al/><al><cursief>Hierbij kan gedacht worden aan tijdelijke hulp van
                                        familie, vrienden en kennissen.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorliggende voorzieningen </titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al>Daarna beoordeelt het college of alle voorliggende en algemeen
                                    gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn.</al><al/><al><cursief>Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld voorschoolse,
                                        tussenschoolse en naschoolse opvang, kinderopvang
                                        enz.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Ook beoordeelt het college de mogelijkheden van calamiteiten-,
                                    zorg- en/of ouderschapsverlof.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al> Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van
                                    het probleem zal het college compenseren met een individuele
                                    voorziening.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Bij tijdelijke opvang gaat het om die tijden dat de partner
                                    vanwege werkzaamheden niet thuis is of om tijden dat de thuis
                                    aanwezige ouder de zorgtaken niet kan uitvoeren.</al><al/><al><cursief> Dat kan dus gaan om maximaal 40 uur opvang, bij een
                                        40-urige werkweek, plus de noodzakelijke reistijden. De hulp
                                        is maximaal 40 uur aanwezig voor opvang en verzorging van de
                                        kinderen. Is de aanwezige ouder wel in staat de kinderen op
                                        te vangen maar niet te verzorgen, dan kunnen zorgmomenten
                                        worden geïndiceerd. De hulp komt dan alleen voor de
                                        niet-uitstelbare taken zoals het bereiden van de brood- of
                                        warme maaltijd of het helpen bij het aankleden.
                                    </cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al> Bij de toekenning stelt het college schriftelijk vast om welke
                                    tijdelijke periode het gaat en op welke wijze gezocht moet
                                    worden naar een definitieve oplossing.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al> Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening
                                    worden gehouden met hun belangen als het gaat om het thuis
                                    zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Resultaat 6: verplaatsen in en om de woning</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer iemand beperkt is in de mobiliteit kunnen voorzieningen voor het
                            verplaatsen in en om de woning gebruikt worden. Richtlijn is dat de
                            belanghebbende in staat gesteld moet worden om zich binnenshuis en
                            buitenshuis in een straal van100 meter om de woning zelfstandig moet
                            kunnen voortbewegen. </al><al>Niet uitsluitend voor verplaatsingen in en om de woning kan compensatie
                            worden aangeboden. Ook wanneer iemand zich dagelijks over langere
                            afstanden moet verplaatsen en hiertoe niet in staat is, kan een
                            voorziening noodzakelijk zijn. Wanneer iemand niet in staat is al dan
                            niet met andere hulpmiddelen een afstand van zo’n 1000 meter binnen een
                            half uur af te kunnen leggen. </al><al/><al>Ter compensatie van de beperkingen kan gedacht worden aan rolstoelen
                            voor dagelijks zittend verplaatsen, zowel door lichaamskracht als
                            elektrisch voort te bewegen. Ook een buggy voor kinderen valt onder dit
                            resultaatgebied.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afwegingskader</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al> Het gaat om het zich verplaatsen in en om de woning. Dat
                                    betekent dat het om verplaatsingen gaat die direct vanuit de
                                    woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om belanghebbenden
                                    die voor het dagelijks zittend verplaatsen zijn aangewezen op
                                    een rolstoel of vergelijkbare voorziening.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Om voor een individuele voorziening in aanmerking te komen zal
                                    het college eerst nagaan of in het gesprek mogelijke
                                    alternatieven al zijn beoordeeld.</al><al/><al><cursief>Voor loophulpmiddelen is een voorliggende regeling via
                                        de zorgverzekeraar</cursief><cursief>.</cursief></al><al><cursief>Rolstoelen voor incidenteel gebruik zijn niet bedoeld
                                        voor dagelijks zittend verplaatsen. Deze voorzieningen
                                        vallen daarom onder resultaatgebied
                                    8.</cursief></al><al/><al><cursief>Voorzieningen voor het verplaatsen in en om de woning
                                        worden verstrekt aan belanghebbenden met een zelfstandige
                                        woonruimte. Tevens worden voorzieningen verstrekt aan
                                        </cursief><cursief>bewoners van AWBZ-instellingen
                                        -</cursief><cursief> met uitzondering van verpleeghuizen-,
                                        tenzij het onomstotelijk vaststaat dat de AWBZ hier
                                        zorgplichtig is.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen
                                    mogelijkheden zijn die benut kunnen worden. </al><al/><al><cursief>Belanghebbenden wordt gevraagd of zij de voorziening
                                        uit eigen middelen willen bekostigen.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Als er noodzaak bestaat voor een voorziening voor dagelijks
                                    gebruik, dan zal door het college een programma van eisen worden
                                    opgesteld. Het college kan hiervoor een ergonomisch of medisch
                                    advies inwinnen bij een daartoe gecontracteerde
                                    adviesinstantie.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Mantelzorgers</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening
                                    worden gehouden met hun belangen. </al><al/><al><cursief>Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat als de mantelzorger
                                        niet in staat is de rolstoel te duwen, er duwondersteuning
                                        op de </cursief><cursief>rolstoel
                                        geplaatst</cursief><cursief> kan worden. In eerste instantie
                                        is echter de zelfredzaamheid van de belanghebbende het
                                        uitgangspunt. Pas wanneer deze ondersteuning nodig heeft van
                                        een mantelzorger worden de (on)mogelijkheden van
                                        de</cursief><cursief> vaste mantelzorger
                                        onderzocht.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Resultaat 7: lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Het lokaal verplaatsen per vervoermiddel is de mogelijkheid om in de
                            eigen woon- en leefomgeving te gaan en staan waar men wil. Er wordt
                            gesproken over lokaal verplaatsen in de directe woon en leefomgeving,
                            waarbij volgens Wvg-jurisprudentie uitgegaan moet worden van
                            verplaatsingen in een straal van 15 tot 20 kilometer rond de woning. Het
                            gaat over verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving en in het
                            leven van alledag. Deze verplaatsingen vinden veelal plaats met algemene
                            voorzieningen als het openbaar vervoer of algemeen gebruikelijke
                            voorzieningen als de eigen auto, en al dan niet aanvullend op het
                            gebruik van de (elektrische) fiets of brommer. Binnen de grenzen van de
                            gemeente Brummen zijn voldoende opstapmogelijkheden van openbaar vervoer
                            aanwezig. De regiobussen zijn lage instapbussen. Hiermee zijn de bussen
                            goed toegankelijk en voor veel mensen bereikbaar. Daarnaast rijdt in de
                            gemeente Brummen de Buurtbus en in aanvulling op het reguliere openbaar
                            vervoer het collectief vraagafhankelijk vervoer, dat voor iedereen vrij
                            toegankelijk is.</al><al/><al>In welke mate iemand zich lokaal verplaatst is per individu
                            verschillend. Het college gaat uit van maximaal 2000 km over zowel korte
                            als lange afstanden.<noot id="d70464e1697"><noot.nr> 3 </noot.nr><noot.al>In zijn
                                    uitspraak van 12 maart 2002 (LJN: AE1865), heeft de Raad
                                    overwogen dat een vervoersvoorziening of een combinatie van vervoersvoorzieningen
                                    die neerkomt op een aflegbare afstand
                                    in de bandbreedte van ongeveer 1500 tot 2000 kilometer per jaar,
                                    in beginsel voldoet aan de in de
                                    jurisprudentie van de Raad tot uitdrukking gebrachte
                                    ondergrens.</noot.al></noot></al><al>Wanneer iemand beperkt is geraakt, dan volstaan algemeen (gebruikelijke)
                            voorzieningen niet altijd meer. Het kan dan nodig zijn een andere
                            voorziening zoals een scootmobiel te gebruiken, of een gebruikelijke
                            voorziening in aangepaste uitvoering, zoals een driewielfiets. </al><al/><al>Wanneer de belanghebbende zelf geen mogelijkheden heeft een oplossing te
                            vinden voor zijn probleem, kan het college compenseren. Er wordt dan
                            onderzocht of compensatie aangeboden wordt in de vorm van een
                            naturavoorziening, een persoonsgebonden budget of met een financiële
                            tegemoetkoming voor de meerkosten. </al><al/><al>Er moet wel duidelijk sprake zijn van meerkosten die niet gedragen
                            kunnen worden door de belanghebbende. Van iedere inwoner van Nederland
                            wordt het normaal geacht dat deze kosten maakt voor vervoer. </al><al>Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere
                            situatie op vervoersgebied dan daarvoor (bijvoorbeeld: men heeft al 40
                            jaar een auto en is gewend daar alles mee te doen, en blijft dat ook
                            doen) zal er geen noodzaak zijn te compenseren omdat er geen probleem is
                            of omdat men het zelf kan oplossen. Dat kan anders zijn als door het
                            optreden van de beperkingen ook het inkomen daalt of wanneer er
                            aangepast vervoer noodzakelijk is. De kosten van autoaanpassingen worden
                            overigens altijd als meerkosten gezien. </al><al/><al>Onderzoek naar de mogelijkheden is dan ook meer dan uitsluitend de
                            beperkingen en behoeften in kaart brengen. </al><al/><al>Moet er gecompenseerd worden, dan kunnen collectieve voorzieningen als
                            het collectief vraagafhankelijk vervoer of een scootmobielpool de
                            prioriteit hebben op een individuele voorziening. Er moet dan wel
                            rekening gehouden worden met de persoonskenmerken en behoeften van de
                            belanghebbende. De belanghebbende moet met de collectieve voorzieningen
                            wel in staat gesteld worden de voor hem wezenlijke vervoersbehoeften te
                            kunnen bereiken. </al><al>Er wordt overigens geen onbeperkte kosteloze vervoermogelijkheid
                            aangeboden. Net als dat voor personen zonder beperkingen geldt, moet er
                            voor vervoer betaald worden in de vorm van een ritbijdrage of eventueel
                            eigen bijdrage.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bovenlokale verplaatsingen</titel></kop><structuurtekst><al>Het onderzoek naar de vervoersmogelijkheden en –beperkingen vindt in
                            eerste instantie alleen plaats naar het lokale vervoer. Slechts wanneer
                            er sprake is van dreigende vereenzaming<noot id="d70464e1728"><noot.nr> 4 </noot.nr><noot.al>Hiervan
                                    is sprake indien wezenlijke contacten – uitsluitend door
                                    persoonlijk contact te handhaven- , noodzakelijk zijn, en dat
                                    alleen de belanghebbende deze contacten kan onderhouden
                                    (tegenbezoek niet mogelijk), er geen andere vormen van
                                    communicatie mogelijk zijn en bij het wegvallen van deze
                                    contacten vereenzaming of decompensatie dreigt. </noot.al></noot> kan het college ook bovenlokale verplaatsingen compenseren. Dit
                            zou onder resultaatgebied 8 (medemensen te ontmoeten en op basis daarvan
                            sociale verbanden aan te gaan) uitgewerkt kunnen worden, maar omdat het
                            eveneens gaat om het verplaatsen is er voor gekozen dit tevens onder
                            resultaatgebied 7 uit te werken. Voor bovenlokale verplaatsingen kan
                            gebruik worden gemaakt van het openbare vervoer of, als het reguliere
                            openbaar vervoer om medische redenen niet mogelijk is, de mogelijkheden
                            van Valys (beschikbaar vanaf 5 zones vanaf het woonadres). Met Valys kan
                            een reis van deur tot deur geboekt worden, waar het gebruik van taxi
                            mogelijk gecombineerd kan worden met openbaar vervoer of aanvullend
                            openbaar vervoer. Voor het gebruik van Valys kan eventueel een
                            zogenaamde solo-indicatie worden aangevraagd. Dit betekent dat
                            belanghebbende alleen vervoerd moet worden en dat combivervoer met
                            andere personen niet mogelijk is.</al><al>Met een Valyspas krijgt belanghebbende een standaard kilometerbudget.
                            Dit standaardbudget kan op aanvraag en indicatie opgehoogd worden.</al><al>Bovenlokaal vervoer met de eigen auto (voor zover beschikbaar) is ook
                            heel gebruikelijk. Er wordt dan ook beoordeeld of iemand in staat is om
                            gebruik te maken van deze mogelijkheden. In het bevestigende geval,
                            wordt dit als een passende voorliggende vervoersvoorziening voor het
                            onderhouden van contacten gezien.</al><al/><al>Als Valys niet mogelijk is, en men niet de beschikking heeft over een
                            eigen auto, en bovenlokaal vervoer gecompenseerd moet worden, kan
                            gedacht worden aan een financiële tegemoetkoming in de kosten van
                            vervoer. Met het collectief vraagafhankelijk vervoer is het ook mogelijk
                            buiten de gemeentegrenzen te reizen, weliswaar tegen commercieel tarief.
                            Als een belanghebbende deze kosten niet kan dragen, kan het college dit
                            compenseren.</al><al/><al>Niet alle bovenlokale verplaatsingen komen voor vergoeding in
                            aanmerking. De CRvB heeft bepaald dat 26 maal per jaar een goed
                            uitgangspunt is. Het is gebruikelijk dat iemand zowel op bezoek gaat als
                            bezoek ontvangt, en dat de kosten door beide partijen worden gedeeld (de
                            50/50 regeling). Bij een wekelijks contact is dit maximaal 26 keer per
                            jaar.</al><al>Kosten voor bovenlokale reizen naar recreatieve bestemmingen komen voor
                            rekening van de belanghebbende zelf. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afwegingskader</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Om voor een individuele voorziening in aanmerking te komen
                                    zullen eerst alle mogelijke alternatieven beoordeeld worden.
                                    </al><al/><al><cursief>Dit betekent dat eerst voorliggende voorzieningen,
                                        algemeen gebruikelijke voorzieningen en algemene
                                        voorzieningen beoordeeld
                                        worden.</cursief><cursief>Om dit te kunnen
                                        beoordelen zal</cursief><cursief>allereerst gekeken worden
                                        waar de vervoersbehoefte van de belanghebbende uit
                                        bestaat.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorliggende voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Vervolgens zal het college beoordelen of er sprake is van voorliggende
                            voorzieningen.</al><al/><lijst><li nr="."><al>V<cursief>oor</cursief><cursief>vervoer
                                        naar het ziekenhuis kan een beroep gedaan worden op de
                                        Regeling zittend ziekenvervoer. Uitsluitend een beperkte
                                        doelgroep kan gebruik maken van deze regeling,
                                        namelijk:</cursief></al><al/><al><cursief>. mensen die een nierdialyse moeten
                                        ondergaan;</cursief></al><al><cursief>. mensen die een radiotherapie of
                                        </cursief><cursief>chemotherapie ondergaan;</cursief></al><al><cursief>. </cursief><cursief>mensen d</cursief><cursief>ie
                                        slechtziend of blind zijn en </cursief><cursief>niet met het
                                        reguliere openbaar vervoer kunnen reizen;
                                    </cursief></al><al><cursief>. mensen die </cursief><cursief>rolstoelafhankelijk
                                        zijn.</cursief></al><al/><al><cursief>Voor mensen die niet tot deze categorieën behoren,
                                        bestaat een zogeheten hardheidsclausule. De individuele
                                        zorgverzekeraars hanteren - om hiervoor in aanmerking te
                                        komen - hiervoor een aantal criteria, die niet in de
                                        R</cursief><cursief>egeling vastliggen, en waar aan
                                        </cursief><cursief>voldaan moet zijn:</cursief></al><al><cursief>- langer dan vijf aaneensluitende maanden gebruik
                                        moeten </cursief>- <cursief>maken van het ziekenvervoer,
                                        en</cursief></al><al>- <cursief>noodzaak van minimaal twee keer per week bezoek aan
                                        het </cursief><cursief>ziekenhuis voor behandeling,
                                        en</cursief></al><al><cursief>- </cursief><cursief>reisafstand van minimaal 25 km of
                                        een uur autorijden (maximaal 200 km enkele afstand)
                                    </cursief></al><al><cursief>- </cursief><cursief>bredere uitleg van begrip
                                        rolstoel; ook bijvoorbee</cursief><cursief>ld scootmobiel
                                        valt hier onder.</cursief></al><al/><al><cursief>Daarnaast zijn er mogelijkheden voor
                                        vergoedingen voor ziekenvervoer via de aanvullende
                                        zorgv</cursief><cursief>erzekering. Belanghebbende
                                        moet</cursief><cursief> voor vervoer naar het ziekenhuis
                                        daarom altijd eerst de mogelijk</cursief><cursief>heden via
                                        de zorgverzekeraar
                                    </cursief><cursief>onderzoeken.</cursief></al><al><cursief>Wordt het ziekenvervoer niet vergoedt via de
                                        zorgverzekeraar dan kan onderzocht worden of dit
                                        vi</cursief><cursief>a de Wmo gecompenseerd moet
                                        </cursief><cursief>worden. </cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>&#x9f;<cursief>Voor vervoer naar dagopvang of dagbesteding in het
                                        kader van de AWBZ kan de belanghebbende door het
                                        CIZ-geïndiceerd zijn voor ‘begeleiding inclusief vervoer’.
                                        De instelling die de opvang of begeleiding biedt, krijgt dan
                                        een geldbedrag om het vervoer te organiseren.
                                    </cursief></al><al><cursief>Het kabinet is van plan om de extramurale begeleiding
                                        inclusief vervoer te decentraliseren naar
                                        gemeenten.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>&#x9f;<cursief>Voor vervoer naar werk of school kan een beroep gedaan
                                        worden op voorzieningen die vanuit de Wet werk en inkomen
                                        naar arbeidsvermogen (WIA) verst</cursief><cursief>rekt
                                        worden door het </cursief><cursief>UWV of op de regeling
                                        Leerlingenvervoer</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Algemeen gebruikelijke voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al>Wanneer de belanghebbende in het bezit is van een eigen auto
                                    wordt hiermee ook rekening gehouden in de afweging of
                                    gecompenseerd dient te worden. </al><al/></li><li nr="·"><al>Een (elektrische) fiets, (elektrische) bakfiets, brommer of
                                    scooter zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen. Wanneer
                                    gebruik van deze voorzieningen mogelijk is, hoeft het college
                                    niet te compenseren. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Algemene voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al>Als aan de hand van de inventarisatie van de vervoersbehoefte
                                    blijkt dat de vervoersbehoefte minimaal is, en er een
                                    scootermobielpool in de nabije omgeving van de belanghebbende
                                    is, dan wordt gebruik van deze voorziening als voorliggend
                                    beschouwd op een individuele voorziening.</al><al/></li><li nr="·"><al>Om gebruik te mogen maken van een scootermobielpool is
                                    toestemming van het college vereist.</al><al/></li><li nr="·"><al>Het college streeft ernaar zoveel mogelijk algemene
                                    voorzieningen op te zetten. Als in de nabijheid van de
                                    belanghebbende nog geen algemene voorziening beschikbaar is,
                                    wordt onderzocht of deze gecreëerd kan worden.</al><al/></li><li nr="·"><al>Als het opzetten van een algemene voorziening binnen redelijke
                                    termijn gerealiseerd kan worden, en deze voorziening is passend
                                    voor de belanghebbende, wordt geen individuele voorziening
                                    verstrekt.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Eigen mogelijkheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen
                                    mogelijkheden zijn die benut kunnen worden. </al><al/><al><cursief>De belanghebbenden wordt gevraagd of zij de voorziening
                                        uit eigen middelen willen bekostigen.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Collectief vraagafhankelijk vervoer</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr=".&#x9f;"><al>Aan de hand van de vervoersbehoefte zal het college beoordelen
                                    of deze ingevuld kan worden met het collectief vraagafhankelijk
                                    vervoer. Hierbij houdt het college rekening met de
                                    persoonskenmerken en behoeften van de belanghebbende.</al><al/></li><li nr="·"><al>Als de belanghebbende de beschikking heeft over een eigen auto,
                                    hoeft deze niet voor het collectief vraagafhankelijk vervoer in
                                    aanmerking te worden gebracht. Uitgangspunt is dat de
                                    belanghebbende dan grotendeels in de vervoersbehoefte kan
                                    voorzien met eigen middelen. </al><al/></li><li nr="·"><al>Collectief vraagafhankelijk vervoer heeft de prioriteit op een
                                    individuele voorziening.</al><al/></li><li nr="·"><al>Met het collectief vraagafhankelijk vervoer kan voor maximaal 5
                                    zones gereisd worden tegen gereduceerd tarief. Boven deze zones
                                    is reizen uitsluitend mogelijk tegen een commercieel
                                    tarief.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Individueel vervoer</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Als collectief vraagafhankelijk vervoer niet mogelijk is, kan
                                    het college een individuele voorziening in de vorm van een
                                    taxi-kilometerbudget of rolstoel-taxikilometerbudget
                                    verstrekken.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Het (rolstoel)taxi-kilometerbudget bestaat uit maximaal 2000 km
                                    per jaar. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Auto(aanpassingen)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al> Bij het verstrekken van voorzieningen die af te leiden zijn van
                                    de auto, beoordeelt het college of er sprake is van meerkosten
                                    ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden.
                                    Alleen wanneer er sprake is van meerkosten kan de belanghebbende
                                    in aanmerking komen voor een individuele voorziening.</al><al/></li><li nr="."><al>Een autoaanpassing kan de goedkoopst compenserende oplossing
                                    zijn voor een vervoersprobleem.</al><al/></li><li nr="."><al>Wanneer de belanghebbende over korte afstanden een probleem
                                    heeft bij de verplaatsingen zal het college beoordelen of
                                    hiervoor een voorziening verstrekt moet worden, anders dan het
                                    collectief vraagafhankelijk vervoer of het
                                    (rolstoel)taxi-kilometerbudget. </al><al/></li><li nr="."><al>Als daartoe aanleiding bestaat kan het college
                                    haalbaarheidsonderzoek doen naar de bruikbaarheid van een
                                    voorziening. Dit onderzoek wordt verricht door een klantmanager
                                    of door een daartoe aangewezen adviesinstantie.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Overige vervoersvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Aan de hand van de vervoersbehoefte zal het college beoordelen
                                    of deze ingevuld kan worden met een voorziening. Hierbij houdt
                                    het college rekening met de persoonskenmerken en behoeften van
                                    de belanghebbende.</al><al/><al><cursief>Een scoot</cursief><cursief>er</cursief><cursief>mobiel
                                        is in diverse maximum snelheden leverbaar. De
                                        verplaatsingsbehoefte van de belanghebbende is uitgangspunt.
                                        Als een voorziening ter vervanging van een fiets of brommer
                                        wordt verstrekt, wordt een snelheid van 12 km/uur in
                                        beginsel als toereikend beschouwd. Wanneer een
                                        scoot</cursief><cursief>er</cursief><cursief>mobiel
                                        v</cursief><cursief>an 10</cursief><cursief> km/uur ook
                                        volstaat om in de verplaatsingsbehoefte te voorzien, dan is
                                        dit de goedkoopst compenserende voorziening. </cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Mantelzorg bij het lokale verplaatsen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>&#x9f;Met de positie van mantelzorgers kan rekening worden gehouden
                                    bij het bepalen van de vervoersvoorziening.</al><al/><al><cursief>Als </cursief><cursief>het noodzakelijk is dat de
                                        belanghebbende een mantelzorger met zich mee laat reizen
                                        (vanwege de noodzaak tijdens het vervoer in te grijpen), dan
                                        is het vervoe</cursief><cursief>r van deze mantelzorger
                                        gratis.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Resultaat 8: Medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale
                            verbanden aan te gaan </titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Het laatste op grond van het in artikel 4, eerste lid van de Wmo
                            genoemde resultaat is een heel algemeen geformuleerd resultaat. Het gaat
                            daarbij om de mogelijkheid om medemensen te ontmoeten en op basis
                            daarvan sociale verbanden aan te kunnen gaan, dat wil zeggen lokaal en
                            in het leven van alledag.</al><al>Een belangrijke voorwaarde hiervoor zit in een ander te bereiken
                            resultaat: het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. </al><al/><al><cursief>Een vervoermiddel is veelal nodig om andere locaties waar
                                activiteiten plaatsvinden te bereiken. Hierover is meer geschreven
                                onder resultaatgebied 7. </cursief></al><al><cursief>Onder dit resultaatgebied worden uitgewerkt de rolstoel voor
                                inci</cursief><cursief>denteel gebruik, de
                                sportvoorziening</cursief><cursief> en het bezoekbaar maken van een
                                woning.</cursief></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afwegingskader</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al> Het college beoordeelt altijd eerst of, algemeen gebruikelijke,
                                    voorliggende en andere gemakkelijk zelf te realiseren
                                    voorzieningen mogelijk zijn.</al><al/><al><cursief>Wanneer het in iemands eigen vermogen ligt het probleem
                                        op te lossen, hoeft het college niet te compenseren. De
                                        capaciteit van de belanghebbende om zelf in oplossingen te
                                        voorzien wordt dan ook besproken tijdens het gesprek.
                                    </cursief></al><al/><al><cursief>Wanneer iemand aangeeft bereid te zijn zelf
                                        maatregelen te treffen dan wel een voorziening aan te
                                        schaffen, dan zal hier tijdens het gesprek op
                                        do</cursief><cursief>orgesproken worden. De
                                        klantmanager</cursief><cursief> kan de belanghebbende dan
                                        nog bijstaan door informatie en advies te
                                    geven.</cursief></al><al/><al><cursief>Als</cursief><cursief> de belanghebbende niet in staat
                                        of niet bereid is zelf een oplossing te vinden voor zijn
                                        probleem, dan beoordeelt het college of er algemene
                                        voorzieningen beschikbaar zijn, waarmee de belanghebbende
                                        geholpen kan zijn.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Als het gaat om een vervoerprobleem zal het college eerst
                                    beoordelen of dit via resultaatgebied 7 opgelost kan
                                    worden.</al><al/><al><cursief>Om medemensen te ontmoeten kan het nodig zijn zich te
                                        verplaatsen. Daarom wordt dit beoordeeld onder
                                        resultaatgebied 7.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Collectieve voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Gebruik van een voorziening via de uitleen of via een pool kan
                                    als voorliggend worden beschouwd op een individuele
                                    voorziening.</al><al/><al><cursief>Een rolstoel die slechts incidenteel wordt gebruikt kan
                                        geleend worden via de AWBZ-uitleen. Hier kunnen
                                        voorzieningen kosteloos 26 weken geleend worden, en daarna
                                        gehuurd worden tegen betaling.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="·"><al>Het college streeft ernaar zoveel mogelijk algemene
                                    voorzieningen op te zetten. Als in de nabijheid van de
                                    belanghebbende nog geen algemene voorziening beschikbaar is,
                                    wordt onderzocht of deze gecreëerd kan worden.</al><al/></li><li nr="·"><al>Als het opzetten van een algemene voorziening binnen redelijke
                                    termijn gerealiseerd kan worden, en deze voorziening is passend
                                    voor de belanghebbende, wordt geen individuele voorziening
                                    verstrekt.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Rolstoel voor incidenteel gebruik</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Als een belanghebbende voor incidenteel gebruik een voorziening
                                    nodig om medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale
                                    verbanden aan te gaan wordt onderzocht in hoeverre deze gebruik
                                    kan maken van voorziening via de uitleen of een pool.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Sportvoorziening</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Een financiële tegemoetkoming voor de aanschaf van een
                                    sportvoorziening kan worden toegekend als de belanghebbende een
                                    sport op recreatief niveau zelfstandig wenst te beoefenen, en
                                    dit om medische redenen niet zonder sportvoorziening kan
                                    doen.</al><al/><al><cursief>Het college biedt belanghebbenden die rolstoelgebonden
                                        zijn de mogelijkheid een sport te beoefenen. Er wordt
                                        uitsluitend een financiële tegemoetkoming verstrekt in de
                                        aanschaf en ins</cursief><cursief>tandhoudingkosten van
                                        sportvoorzieningen</cursief><cursief>. </cursief></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Verstrekkingsvormen (natura, persoonsgebonden budget en financiele
                            tegemoetkoming)</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Inleiding</vet></al><al>De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als
                            persoonsgebonden budget of als financiële tegemoetkoming worden
                            verstrekt.</al><al/><al>Enkele voorzieningen worden uitsluitend in de vorm van een financiële
                            tegemoetkoming verstrekt.</al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>Natura</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Met een voorziening in natura wordt bedoeld dat door het
                                            college aan de belanghebbende ter compensatie een
                                            voorziening in de vorm van een product of dienst wordt
                                            verstrekt. </al><al/></li><li nr="·"><al>Een voorziening in natura wordt zoveel mogelijk
                                            verstrekt via de door het college gecontracteerde
                                            leverancier(s).</al><al/></li><li nr="·"><al>De volgende voorzieningen kunnen in natura worden
                                            verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>huishoudelijke verzorging</al></li><li nr="b."><al>een vervoersvoorziening</al></li><li nr="c."><al>een rolstoel of een andere
                                                  verplaatsingsvoorziening</al></li><li nr="d."><al>een bouwkundige of woontechnische
                                                  woonvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>een niet bouwkundige of niet woontechnische
                                                  woonvoorziening;</al><al/></li></lijst></li></lijst></li><li nr=""><al>Uitsluitend Huishoudelijke verzorging in natura wordt hier onder
                                    nader uitgewerkt.</al><al/><lijst><li nr="."><al>De huishoudelijke verzorging wordt geleverd door een
                                            door het college gecontracteerde
                                            thuiszorgaanbieder.</al><al/></li><li nr="."><al>De omvang van de toe te kennen huishoudelijke verzorging
                                            wordt uitgedrukt in uren en minuten. </al><al/></li><li nr="."><al>De geïndiceerde huishoudelijke verzorging heeft een
                                            geldigheidsduur van vijf jaar, tenzij dit op bepaalde
                                            tijd is gesteld.</al></li></lijst><al/></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet>Persoonsgebonden budget</vet></al><lijst><li nr="."><al>Een persoonsgebonden budget is een geldbedrag bedoeld om
                                            zelf een product of dienst mee aan te schaffen of te
                                            betalen.</al><al/></li><li nr="."><al>De door het college bepaalde omvang van het
                                            persoonsgebonden budget is de tegenwaarde, of een
                                            percentage van de in de betreffende situatie goedkoopste
                                            en meest compenserende te verstrekken voorziening in
                                            natura, voor zover nodig aangevuld met een vergoeding
                                            voor instandhoudingkosten (onderhoud, reparatie en
                                            verzekeringskosten). </al><al/></li><li nr="."><al>De berekening van het persoonsgebonden budget is
                                            uitgewerkt in het Besluit. Het berekende bedrag moet
                                            voldoende zijn om de voorziening aan te schaffen en dus
                                            de bestaande problemen voldoende te compenseren.</al><al/></li><li nr="."><al>De belanghebbende heeft de vrije keuze te kiezen voor
                                            een persoonsgebonden budget. Er zijn uitzonderingen
                                            mogelijk op de keuzevrijheid. In de Verordening is
                                            vastgelegd in welke situaties de belanghebbende in ieder
                                            geval niet de mogelijkheid heeft om te kiezen voor een
                                            persoonsgebonden budget. </al><al/></li><li nr="."><al>De volgende voorzieningen kunnen bestaan uit een
                                            verstrekking in de vorm van een persoongebonden
                                            budget:</al><lijst><li nr="a."><al>huishoudelijke verzorging</al></li><li nr="b."><al>een vervoersvoorziening</al></li><li nr="c."><al>een rolstoel of een andere
                                                  verplaatsingsvoorziening</al></li><li nr="d."><al>een bouwkundige of woontechnische
                                                  woonvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>een niet bouwkundige of niet woontechnische
                                                  woonvoorziening;</al><al/></li></lijst></li><li nr="."><al>Het college maakt zijn besluit over de uitbetaling van
                                            het persoonsgebonden budget schriftelijk aan de
                                            belanghebbende bekend waarbij wordt vermeldt:</al><al/><lijst><li nr="."><al>het programma van eisen waaraan de voorziening
                                                  moet voldoen (dit kan zowel functioneel als
                                                  technische zijn);</al></li><li nr="."><al>de hoogte van het persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="."><al>de onderbouwing hoe het persoonsgebonden budget
                                                  tot stand is gekomen;</al></li><li nr="."><al>voor welke periode de voorziening is
                                                  toegekend;</al></li><li nr="."><al>wat de belanghebbende moet doen met kosten voor
                                                  verzekering, onderhoud en reparatie;</al></li><li nr="."><al>de termijn waarbinnen de besteding van het
                                                  budget verantwoord moet worden;</al></li><li nr="."><al> terugvordering van niet verantwoord (deel-)
                                                  budget;</al></li><li nr="."><al>melding van de eigen bijdrage als deze is
                                                  opgelegd.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Hierdoor kan voorkomen worden dat door
                                                onduidelijkheid
                                                </cursief><cursief>over</cursief><cursief> de eisen
                                                die aan de voorziening gesteld moeten worden een
                                                verkeerde voorziening wordt aangeschaft. Dat wil
                                                zeggen een voorziening waarmee het beoogde resultaat
                                                niet bereikt kan worden. Dat zou tot inadequate
                                                voorzieningen kunnen leiden, waardoor het te
                                                bereiken resultaat, het compenseren van problemen,
                                                niet bereikt wordt, wat op zich weer tot nieuwe
                                                aanvragen aanleiding zou kunnen zijn. Dit is
                                                uitsluitend te voorkomen door een programma van
                                                eisen op te stellen. Wordt dan toch een voorziening
                                                aangeschaft die niet aan dat program van eisen
                                                voldoet, dan is gehandeld in strijd met de
                                                voorwaarden en de
                                            toekenningscriteria.</cursief></al><al/></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Zodra het college de belanghebbende schriftelijk heeft
                                    geïnformeerd over de toekenning van het persoonsgebonden budget,
                                    wordt het persoonsgebonden budget beschikbaar gesteld. </al><al>Dat kan in één keer, als daar aanleiding voor is (een aan te
                                    schaffen voorziening zal ook in één keer betaald moeten worden),
                                    maar zou ook in termijnen kunnen, bijvoorbeeld bij een
                                    persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden. </al><al>In het Besluit is de beschikbaarstelling nader geregeld.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="3."><al><vet>Financiële tegemoetkoming</vet></al></li><li nr="·"><al>Een financiële tegemoetkoming is een bedrag bedoeld om een
                                    individuele voorziening mee te realiseren. Het begrip financiële
                                    tegemoetkoming wordt in de wet gebruikt in artikel 7 lid 2 waar
                                    gesproken wordt over een financiële tegemoetkoming voor een
                                    bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte.
                                    Ook bij toekenning van andere voorzieningen is het mogelijk een
                                    financiële tegemoetkoming te verstrekken.</al><al/></li><li nr="·"><al>De volgende voorzieningen kunnen bestaan uit een financiële
                                    tegemoetkoming in de kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al>verhuizing en inrichting</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening</al></li><li nr="c."><al>een niet bouwkundige of niet woontechnische
                                            woonvoorziening</al></li><li nr="d."><al>een uitraasruimte</al></li><li nr="e."><al>onderhoud, keuring en reparatie</al></li><li nr="f."><al>tijdelijke huisvesting</al></li><li nr="g."><al>huurderving</al></li><li nr="h."><al>verwijderen van voorzieningen</al></li><li nr="i."><al>sportvoorziening</al></li><li nr="j."><al>gebruik eigen auto of vervoer door derden</al></li><li nr="k."><al>autoaanpassing</al></li><li nr="l."><al>bezoekbaar maken wonin</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Deze opsomming wordt niet geacht volledig te zijn.</al><al/><al>Hieronder wordt uitsluitend een toelichting gegeven op sub b,
                                    een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening.</al><al/><lijst><li nr="."><al>een financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of
                                            woontechnische ingreep in of aan een woonruimte wordt
                                            verleend aan de eigenaar van de woonruimte. </al><al/></li><li nr="."><al>in het geval de belanghebbende niet de eigenaar is,
                                            wordt de belanghebbende een eigen aandeel opgelegd.</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Het college maakt zijn besluit over de uitbetaling van de
                                    financiële tegemoetkoming schriftelijk aan de belanghebbende
                                    bekend met vermelding van de omvang van de financiële
                                    tegemoetkoming. Om volstrekt duidelijk te laten zijn wat met de
                                    financiële tegemoetkoming moet worden aangeschaft en meer
                                    precies: aan welke vereisten de aan te schaffen voorziening moet
                                    voldoen, wordt een zo nauwkeurig mogelijk omschreven programma
                                    van eisen verstrekt.</al><al/><al><cursief>Hierdoor kan voorkomen worden dat door onduidelijkheid
                                        </cursief><cursief>over</cursief><cursief> de eisen die aan
                                        de voorziening gesteld moeten worden een verkeerde
                                        voorziening wordt aangeschaft. Dat wil zeggen een
                                        voorziening waarmee het beoogde resultaat niet bereikt kan
                                        worden. Dat zou tot inadequate voorzieningen kunnen leiden,
                                        waardoor het te bereiken resultaat, het compenseren van
                                        problemen, niet bereikt wordt, wat op zich weer tot nieuwe
                                        aanvragen aanleiding zou kunnen zijn. Dit is uitsluitend te
                                        voorkomen door een programma van eisen onderdeel op te
                                        stellen. Wordt dan toch een voorziening aangeschaft die niet
                                        aan dat program van eisen voldoet, dan is gehandeld in
                                        strijd met de voorwaarden en toekenningscriteria.
                                    </cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Zodra het college de belanghebbende schriftelijk heeft
                                    geïnformeerd over de toekenning van de financiële
                                    tegemoetkoming, wordt de financiële tegemoetkoming beschikbaar
                                    gesteld. </al><al>Dat kan in één keer, als daar aanleiding voor is (een aan te
                                    schaffen voorziening zal ook in één keer betaald moeten worden),
                                    maar zou ook in termijnen kunnen, bijvoorbeeld bij een
                                    financiële tegemoetkoming voor een grote verbouwing die in delen
                                    wordt gerealiseerd. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Onderscheid tussen financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden
                            budget</titel></kop><structuurtekst><al>Het onderscheid tussen de begrippen financiële tegemoetkoming en
                            persoonsgebonden budget is niet altijd even duidelijk. Dat wordt nog
                            ingewikkelder gemaakt, doordat soms een financiële tegemoetkoming als
                            forfaitaire financiële tegemoetkoming verstrekt wordt. De verschillen
                            tussen de begrippen zijn het beste als volgt aan te geven.</al><al/><al>Een forfaitaire financiële tegemoetkoming is een bedrag dat los van de
                            werkelijke kosten en meestal los van het inkomen wordt vastgesteld. Het
                            is dus geen kostendekkend bedrag en zal meestal niet op het inkomen van
                            de belanghebbende worden afgestemd. Te denken valt aan een
                            verhuiskostenvergoeding of een autokostenvergoeding.</al><al/><al>Wanneer een bouwkundige of woontechnische aanpassing aan een woning
                            wordt verstrekt, heet dit een financiële tegemoetkoming in geval de
                            belanghebbende geen woningeigenaar (maar bijvoorbeeld een huurder) is.
                            Bij een financiële tegemoetkoming kan een eigen aandeel worden opgelegd.
                            Is belanghebbende woningeigenaar, dan kan een persoonsgebonden budget
                            worden verstrekt en een eigen bijdrage worden opgelegd.</al><al>De reden van dit onderscheid is dat het college verplicht is een
                            financiële tegemoetkoming uit te betalen aan de eigenaar van de woning.
                            Een dergelijke financiële tegemoetkoming kan alleen al om die reden geen
                            persoonsgebonden budget zijn. Een persoonsgebonden budget gaat immers
                            rechtstreeks naar de belanghebbende, dat is in de wet geregeld. Daarom
                            kan alleen een persoonsgebonden budget worden verstrekt voor een
                            woningaanpassing, als de eigenaar tevens de belanghebbende is.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al><vet>Voorziening in natura en de eigen bijdrage</vet></al></li></lijst><al/><al>Bij een voorziening in natura mag een eigen bijdrage worden gevraagd. In
                            de Verordening en besluit zijn nadere regels opgenomen bij welke
                            voorzieningen een eigen bijdrage gevraagd wordt en over de hoogte van
                            deze eigen bijdrage. Het college kondigt schriftelijk aan dat een eigen
                            bijdrage opgelegd wordt. Berekening en inning zal plaats vinden door het
                            CAK.</al><al/><lijst><li nr="2."><al><vet>Persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage</vet></al></li></lijst><al/><al>Bij het toekennen van een voorziening in de vorm van een
                            persoonsgebonden budget mag een eigen bijdrage worden gevraagd. In de
                            Verordening is geregeld wanneer een eigen bijdrage verschuldigd is en in
                            het besluit wat de hoogte van deze eigen bijdrage kan zijn. Het college
                            kondigt schriftelijk aan dat er een eigen bijdrage in de kosten
                            verschuldigd is. Via het CAK wordt de eigen bijdrage vastgesteld en
                            geïnd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies, besluitvorming,
                            intrekking en terugvordering</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Bij toekenning van voorzieningen op grond van de Wvg of bij
                            indicatiestelling ten behoeve van de functie Huishoudelijke Verzorging
                            AWBZ was het begrip ‘medische noodzaak’ doorslaggevend. Uit de
                            jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep op beide terreinen blijkt
                            dat die medische noodzaak in de ogen van de Raad aanwezig moet zijn om
                            voorzieningen te verstrekken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Criteria</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al>Artikel 9.1 van de Verordening biedt de basis voor een
                                    zorgvuldig onderzoek om te bepalen of er al dan niet sprake is
                                    van medische noodzaak. </al><al><cursief> Uit de juri</cursief><cursief>sprudentie blijkt dat
                                        als</cursief><cursief> een belanghebbende geen medewerking
                                        verleent de aanvraag afgewezen mag worden op grond van de
                                        onmogelijkheid voldoende onderzoek te doen, mits het
                                        inderdaad zo is dat zonder dit onderzoek de medische
                                        noodzaak niet vast te stellen is. Er zal dus altijd
                                        beoordeeld moeten worden of op een andere wijze de medische
                                        noodzaak vastgesteld kan worden.</cursief></al><al/></li><li nr="."><al>In lid 2 van artikel 9.1 van de Verordening wordt genoemd dat
                                    het college de door haar aangewezen adviesinstantie om advies
                                    kan vragen als het college dat gewenst vindt.</al><al/><al><cursief>Er wordt in ieder geval een medisch advies gevraagd als
                                        te verwachten is dat een aanvraag om medische reden zal
                                        worden afgewezen. Zonder een medisch advies is in deze
                                        situatie het besluit onvoldoende gemotiveerd. De rechter kan
                                        een dergelijk besluit vernietigen als onvoldoende
                                        gemotiveerd. Het college kan altijd aanleiding zien om
                                        medisch advies te vragen. Dat kan bijvoorbeeld plaatsvinden
                                        bij een progressief ziektebeeld, maar zeker ook bij medisch
                                        moeilijk te objectiveren aandoeningen. Per situatie zal dit
                                        beoordeeld worden. Bij twijfel wordt altijd een medisch
                                        advies gevraagd.</cursief></al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al> Op grond van artikel 9.2 van de Verordening moet de
                                    belanghebbende de gegevens die noodzakelijk zijn voor het
                                    beoordelen van de aanvraag aan het college verschaffen.</al><al/><al><cursief> Hierbij kan gedacht worden aan medische, maar ook aan
                                        financiële gegevens of aan medische indicatiegegevens op
                                        grond van de AWBZ. Bij medische gegevens komt het frequent
                                        voor dat informatie van de behandelende
                                        se</cursief><cursief>ctor noodzakelijk is. Dit kan
                                        -</cursief><cursief>zeker als dit schriftelijk moet -
                                        geruime tijd in beslag nemen. Dat werkt vertragend op de
                                        doorlooptermijn van de aanvraag. Ook in dit soort situaties
                                        kan met inschakeling van de belanghebbende vaak sneller over
                                        de benodigde gegevens </cursief><cursief>beschikt worden,
                                        </cursief><cursief>vooral</cursief><cursief>
                                        als</cursief><cursief> de belanghebbende aangeeft welk
                                        (grote) belang hij heeft bij het verstrekken van de
                                        gevraagde informatie aan de medische adviseur. Overigens mag
                                        het opvragen van medische gegevens bij de behandelende
                                        sector uitsluitend plaatsvinden met toestemming van
                                        </cursief><cursief>de belanghebbende.
                                        </cursief><cursief>Daarbij moet in de verklaring opgenomen
                                        </cursief><cursief>worden welke adviserende arts de gegevens
                                        opvraagt, bij welke behandelaren de gegevens opgevraagd
                                        worden, om welke gegevens het gaat en met welk
                                        doel.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Het college beoordeelt het advies en besluit tot (gedeeltelijke)
                                    toekenning of afwijzing van de aangevraagde
                                    compensatie/voorziening.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Termijnen van afhandeling</titel></kop><structuurtekst><al>Tijdens of uiterlijk binnen 7 werkdagen na aanmelding zal een afspraak
                            voor een gesprek worden gemaakt. Deze afspraak kan aan de belanghebbende
                            schriftelijk worden bevestigd.</al><al/><al>De Algemene wet bestuursrecht regelt dat als bij wettelijk voorschrift
                            niet anders is bepaald, een besluit genomen moet worden binnen een
                            redelijke termijn. Die redelijke termijn is 8 weken. De Wet
                            maatschappelijke ondersteuning bepaalt niets over beslistermijnen. </al><al>Door de gemeente wordt bij het nemen van besluiten de termijn van 8
                            weken gehanteerd. Alleen in die situaties waarbij extern advies nodig is
                            dan wel offertes moet worden opgevraagd geldt een termijn van 13
                            weken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Alternatieven voor bezwaar</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="."><al> Iedere belanghebbende heeft het recht als hij het met een
                                    beschikking niet eens is, in bezwaar te gaan. </al><al/></li></lijst><lijst><li nr="."><al> Het college streeft ernaar, voordat een negatief of afwijkend
                                    besluit valt, betrokkene in de gelegenheid te stellen hierop te
                                    reageren, zodat door het college gemaakte eventuele fouten
                                    hersteld kunnen worden. Bij het in bezwaar gaan wordt het
                                    bezwaarschrift door het college beoordeeld en als deze direct
                                    aanleiding geeft het besluit te wijzigingen, zal op grond van de
                                    Algemene wet bestuursrecht een gewijzigd besluit plaatsvinden.
                                    Ook bestaat de mogelijkheid door middel van een informeel
                                    gesprek nog eens naar het probleem te kijken en, daar waar
                                    nodig, de gelegenheid tot een second opinion te geven. Eventueel
                                    kan daarbij mediation worden ingezet.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de B&amp;W-vergadering van 27 mei 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>gemeentesecretaris, E.V. Schmitz</ondertekening><ondertekening>wnd. burgemeester, A.J. van Hedel</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label><label/></kop><al>Hoofdstuk 1. inleiding </al><al>Persoonskenmerken en behoeften van de belanghebbende </al><al>Het gesprek </al><al>HET BESLUIT </al><al>COMPENSATIEPLICHT </al><al>- Noodzaak </al><al>- Wenselijk </al><al>Zelfredzaamheid en zelfstandigheid </al><al> Eigen verantwoordelijkheid </al><al>Eigen verantwoordelijkheid </al><al>Eigen financiele mogelijkheden </al><al>Mantelzorgers en vrijwilligers </al><al/><al>Hoofdstuk 2. Beoordeling van de te bereiken resultaten </al><al>Resultaat 1: een schone en leefbare woning </al><al>- Inleiding </al><al>- Afwegingskader </al><al>- Gebruikelijke zorg </al><al>- Eigen mogelijkheden </al><al>- Voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen </al><al>Resultaat 2: wonen in een geschikte woning </al><al>- Inleiding </al><al>- Afwegingskader </al><al>- Eigen mogelijkheden </al><al>- Voorliggende voorzieningen </al><al>- Algemeen gebruikelijke voorzieningen </al><al>- Collectieve voorzieningen </al><al>- Individuele voorzieningen </al><al>- Mantelzorg </al><al>- Bezoekbaar maken van een woning </al><al>Resultaat 3: goederen voor primaire levensbehoeften </al><al>- Inleiding </al><al>- Afwegingskader </al><al>- Gebruikelijke zorg </al><al>- Eigen mogelijkheden </al><al>- Voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen </al><al>Resultaat 4: beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding
                    </al><al>- Inleiding </al><al>- Afwegingskader </al><al>- Gebruikelijke zorg </al><al>- Eigen mogelijkheden </al><al>- Voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen </al><al>Resultaat 5: het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren
                    </al><al>- Afwegingskader </al><al>- Eigen mogelijkheden </al><al>- Voorliggende voorzieningen </al><al>Resultaat 6: verplaatsen in en om de woning </al><al>- Inleiding </al><al>- Afwegingskader </al><al>- Mantelzorgers </al><al>Resultaat 7: lokaal verplaatsen per vervoermiddel </al><al>- Inleiding </al><al>- Bovenlokale verplaatsingen </al><al>- Afwegingskader </al><al>- Voorliggende voorzieningen </al><al>- Algemeen gebruikelijke voorzieningen </al><al>- Algemene voorzieningen </al><al>- Eigen mogelijkheden </al><al>- Collectief vraagafhankelijk vervoer </al><al>- Individueel vervoer </al><al>- Auto(aanpassingen) </al><al>- Overige vervoersvoorzieningen </al><al>- Mantelzorg bij het lokale verplaatsen </al><al>Resultaat 8: Medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale
                        verbanden aan te gaan </al><al>- Inleiding </al><al>- Afwegingskader </al><al>- Collectieve voorzieningen </al><al>- Rolstoel voor incidenteel gebruik </al><al>- Sportvoorziening </al><al/><al>Hoofdstuk 3. Verstrekkingsvormen (natura, persoonsgebonden budget en
                        financiele tegemoetkoming) </al><al>1. Natura</al><al>2. Persoonsgebonden budget</al><al>3. Financiële tegemoetkoming</al><al>Onderscheid tussen financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget
                    </al><al/><al>hoofdstuk 4. Eigen bijdrage en eigen aandeel </al><al>1. Voorziening in natura en de eigen bijdrage</al><al>2. Persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage</al><al/><al>Hoofdstuk 5. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies,
                        besluitvorming, intrekking en terugvordering </al><al>- Inleiding </al><al>- Criteria </al><al>- Termijnen van afhandeling </al><al>- Alternatieven voor bezwaar </al></bijlage></regeling></body></cvdr>