<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR331364_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Tytsjerksteradiel 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-06-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl, 30-06-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Tytsjerksteradiel 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-10-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Tytsjerksteradiel 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeente Tytsjerksteradiel</al><al>Raadsvergadering d.d. 5 juni 2014, agendapunt 9</al><al>De Raad van de gemeente Tytsjerksteradiel:</al><al>overwegende dat</al><al>·het gewenst is dat de Algemene plaatselijke verordening Tytsjerksteradiel
                        wordt gewijzigd; </al><al>gelezen het voorstel van het College d.d. 6 mei 2014;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>de Algemene plaatselijke verordening Tytsjerksteradiel vast te stellen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn; </al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen; </al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="j."><al>ijsweg op openbaar water: de door de in de gemeente werkzame
                                    ijswegencentrale aangelegde en d.m.v. vegen en verzorgen in
                                    stand gehouden banen op natuurijs op de wateren in de gemeente
                                    die - al dan niet met enige beperking - bevaarbaar zijn;</al></li><li nr="k."><al>innemen ligplaats: het afmeren en vervolgens doen of laten
                                    liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de
                                    oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel
                                    aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan
                                    voor aanleggen;</al></li><li nr="l."><al>aanleggen: het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van
                                    een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of
                                    op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening
                                    of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk
                                    wordt gebruikt voor een recreatief verblijf op of in de omgeving
                                    van het vaartuig;</al></li><li nr="m."><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van
                            toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om vergunning als
                            bedoeld in artikel 2:11, 2:12, 4:11 of artikel 4:15a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
                                    (<cursief>vervallen</cursief>)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen (<cursief>vervallen</cursief>)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Algemene weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de openbare orde en veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het woon- en leefmilieu;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen en
                                    goederen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats dan wel een publiek
                                    toegankelijk gebouw deel te nemen aan een samenscholing, onnodig
                                    op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                    ongeregeldheden, ongeregeldheden te veroorzaken of in
                                    groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te
                                    vechten of op andere wijze de openbare orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    wanordelijkheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424
                                    of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1a</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het
                                    belang van de openbare orde of zedelijkheid is bekendgemaakt,
                                    verboden zich anders dan in een openbaar middel van vervoer te
                                    bevinden op of aan de door de burgemeester aangewezen wegen en
                                    plaatsen, gedurende de uren daarbij genoemd. Dit verbod geldt
                                    gedurende de in de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste
                                    twaalf weken (verblijfsontzegging).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is
                                    verplicht, op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                    , zich te verwijderen van de gebieden als vermeld in de
                                    verblijfsontzegging.</al><al>3.De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde verbod,
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde verbod,
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 2 Betoging </label><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van …beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn <cursief>(vervallen, opgenomen in art
                                        2:3)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens <cursief>(vervallen, opgenomen in art
                                        2:3)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 3 Verspreiding van gedrukte stukken </label><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen (<cursief>vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg</label><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen)</nr></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening (<cursief>vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Staartartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden
                                    binnen de bebouwde kom. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg</label><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:10a</label><titel>Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg
                                    in strijd met de publieke functie van de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
                                    weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning
                                    bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                    doelmatig en veilig gebruik daarvan is in ieder geval sprake
                                    wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1 ½ meter wordt
                                    gelaten op fiets- en voetpaden en van meter op de rijbaan voor
                                    fietsers / gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10b</nr><titel>Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt ook
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. ..Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                    niet voorzover in het daarin …..geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het
                                    …..Provinciaal wegenreglement Fryslân. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder a van het vorige
                                    artikel, geldt niet …..voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    …..Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder b van het vorige
                                    artikel, geldt niet voor …..bouwwerken;</al><al>d.De weigeringsgrond van het tweede lid onder c van het vorige
                                    artikel, geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10c</nr><titel>Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2:10a niet geldt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat,
                                    alsmede alle niet-openbare ontsluitings-wegen van gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement Fryslân. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                    werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                    4<sup>e</sup>, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van
                                    de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen dan wel op heide- of
                                    veengronden of binnen een afstand van meter daarvan gedurende
                                    een door burgemeester en wethouders aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen dan wel op heide- of veengronden of
                                    binnen een afstand van meter daarvan, voorzover het de open
                                    lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten
                                    vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover het bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3d, van het
                                    Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende als tuin
                                    ingerichte erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan ,2 meter
                                    boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen, die op grotere afstand dan ,25 m uit de uiterste
                                    boord van de weg, op van de weg af naar achter gerichte delen
                                    van een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat
                                    artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                    openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                    of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                    1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringswet
                                    Privaatrecht.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23a</nr><titel>Bijt in het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een bijt in het ijs van een voor publiek
                                    toegankelijke ijsbaan of ijsweg maakt, onderscheidenlijk heeft,
                                    is verplicht deze op opvallende wijze af te bakenen door
                                    bijvoorbeeld planken, takken of schotsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder bijt, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan
                                    een smalle opening die rondom een vaartuig in het ijs is
                                    gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23b</nr><titel>Gevaarlijk ijs</titel></kop><al>De rechthebbende op een werk voor de afvoer van water is, wanneer
                                het ijs in of nabij een ijsbaan of ijsweg door uitstorting van dat
                                water onbetrouwbaar is, verplicht de gevaarlijke plaats duidelijk
                                zichtbaar en op opvallende wijze af te bakenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23c</nr><titel>Vrijheid ijsverkeer</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een voor het publiek toegankelijke ijsbaan
                                of ijsweg op enigerlei wijze de vrijheid van het verkeer zonder
                                noodzaak te belemmeren dan wel de veiligheid op die ijsweg of
                                ijsbaan in gevaar te brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23d</nr><titel>Onbetrouwbaarheid van het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich op het ijs van een voor het publiek
                                    toegankelijke ijsbaan of ijsweg te bevinden, indien dit wegens
                                    onbetrouwbaarheid van dat ijs gevaar dreigt op te leveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie in een geval als bedoeld in het eerste lid door
                                    een ambtenaar van politie wordt bevolen zich van het
                                    onbetrouwbare ijs te verwijderen, is verplicht aan dit bevel
                                    onmiddellijk gevolg te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            art. 2:3 van deze verordening, op ..de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest of wedstrijd op of aan de weg.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning weigeren in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li><li nr="e."><al>het karakter van de locatie.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te
                                    wijzen categorieën evenementen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in het tweede
                                    lid, onder d, van artikel 2:24 voorziene gevallen, voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10
                                    juncto artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25a</nr><titel>Meldingsplicht voor kleine evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                    evenementen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het een evenement in de open lucht betreft, en;</al></li><li nr="b."><al>het aantal bezoekers of deelnemers op enig moment niet
                                            meer bedraagt dan 100 personen, en;</al></li><li nr="c."><al>indien het een barbecue of straatfeest betreft niet meer
                                            dan 2 straten omvat, en;</al></li><li nr="d."><al>niet langer dan tot 23.00 uur versterkte en of live
                                            muziek ten gehore wordt gebracht, en;</al></li><li nr="e."><al>het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en
                                            de hulpdiensten, en;</al></li><li nr="f."><al>slechts objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                            van minder dan 10m² per object en niet meer dan 2
                                            objecten per straat, en;</al></li><li nr="g."><al>er een aanwijsbare organisator is, en;</al></li><li nr="h."><al>het evenement niet op zondag plaatsvindt, en;</al></li><li nr="i."><al>de organisator de burgemeester tenminste 3 weken
                                            voorafgaand aan het evenement in kennis stelt met een
                                            door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier,
                                            en;</al></li><li nr="j."><al>binnen 10 werkdagen na ontvangst van het
                                            meldingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht
                                            is verzonden (dan kan het evenement plaatsvinden).</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien straten afgesloten moeten worden voor verkeer, dient de
                                    organisator dit te realiseren door middel van schrikhekken met
                                    daarop borden C1 RVV (gesloten verklaring). Hiervoor dient de
                                    organisator zelf zorg te dragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een feest,
                                    muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voorzover in
                                    het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148
                                    van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij een evenement onnodig op te dringen of door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, te
                                    veroorzaken of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen
                                    lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te
                                    verstoren.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of
                                    andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een
                                    zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid
                                    in gevaar komt of kan komen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die
                                    behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en
                                    munitie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                    ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare
                                    orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                        worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                        consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare
                                        inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                        buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt
                                        tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en
                                        andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester
                                    de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare
                                    inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan c.q.
                                    indien het verzoek tot medewerking aan een afwijking of
                                    wijziging van het bestemmingsplan onherroepelijk is
                                    afgewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de aanvraag om vergunning in behandeling
                                    te nemen indien de aanvrager geen Verklaring Omtrent het Gedrag
                                    met betrekking tot de leidinggevende(n) overlegt bij de
                                    vergunningaanvraag, die is afgegeven maximaal drie maanden voor
                                    de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is
                                    gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting
                                    en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                    blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van
                                    de openbare inrichting. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder
                                    de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteits beoordelingen door het openbaar bestuur (Wet
                                    BIBOB). </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>a. De burgemeester weigert de vergunning voor een horecabedrijf
                                    als bedoeld in het eerste lid, waar bedrijfsmatig alcoholvrije
                                    dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt indien niet
                                    wordt voldaan aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="1."><al>leidinggevenden als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de
                                            Drank- en Horecawet dienen te voldoen aan de eisen die
                                            bij of krachtens artikel 8, lid 1 en 2 van de Drank- en
                                            Horecawet zijn gesteld;</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>de openbare inrichting dient te voldoen aan de eisen die
                                            bij of krachtens artikel 10 van de Drank- en Horecawet
                                            zijn gesteld.</al></li></lijst><al>b. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                    inrichtingseisen bedoeld onder a, sub 2. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in:</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                            openbare inrichting als dienstverlening kan worden
                                            gezien voor het winkelend publiek;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum;</al></li><li nr="d."><al>een school;</al></li><li nr="e."><al>een bedrijfskantine of -restaurant.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Indien de vergunningsaanvraag mede betrekking heeft op één of
                                    meer bij de openbare inrichting horende terrassen op de weg,
                                    beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die weg ten
                                    behoeve van het terras. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Onverminderd het gestelde in het zevende en achtste lid,
                                            kan de burgemeester de ingebruikneming van die weg ten
                                            behoeve van een of meer bij een openbare inrichting
                                            behorende terrassen weigeren:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
                                            dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                            of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                            doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt niet voorzover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal Wegenreglement
                                    Fryslân. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27, eerste
                                    lid, is het de houder van:</al><lijst><li nr="a."><al>een café, discotheek, restaurant of daaraan verwant
                                            bedrijf waar alcohol mag worden geschonken verboden dit
                                            voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe
                                            te laten of te laten verblijven op zondag tot en met
                                            donderdag tussen 01.00 en 06.00 uur, en op vrijdag en
                                            zaterdag tussen 02.00 en 06.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>een cafetaria, snackbar, lunchroom of daaraan verwant
                                            bedrijf waar geen alcohol mag worden geschonken verboden
                                            dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers
                                            toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met
                                            zaterdag tussen 24.00 en 06.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor openbare inrichtingen die zich richten op activiteiten van
                                    recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve,
                                    levensbeschouwelijke of godsdienstige aard als een dorphuis,
                                    verenigingsgebouw, sportkantine of daaraan verwante instelling
                                    als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet, is het de
                                    houder daarvan verboden deze voor bezoekers geopend te hebben en
                                    aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag
                                    tot en met zaterdag tussen 24.00 en 06.00 uur, met dien
                                    verstande dat voor dorpshuizen een afwijkend tijdstip geldt op
                                    vrijdag en zaterdag van 01.00 tot 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is de houder van een terras als bedoeld in artikel 2:27,
                                    tweede lid, verboden dit voor bezoekers geopend te houden op
                                    zondag tot en met zaterdag tussen 22.00 en 06.00 uur, behoudens
                                    ontheffing van dit tijdstip tussen uiterlijk 24.00 en 06.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde
                                    sluitingstijden als voor de winkel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een voorschrift andere
                                    sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare
                                    inrichting of een daartoe behorend terras, dan wel ontheffing
                                    van de sluitingstijden verlenen voor een afzonderlijke openbare
                                    inrichting of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffing is zaaksgebonden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het in het eerste, tweede en vierde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op
                                    de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30 </nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing in die
                                    situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, 1<sup>e</sup> lid;</al></li><li nr="b."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                        op het terras.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31a</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in een openbare inrichting onnodig op te dringen
                                    of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                    ongeregeldheden, te veroorzaken of in groepsverband dan wel
                                    afzonderlijk anderen lastig te vallen, te vechten of op andere
                                    wijze de orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in een openbare inrichting messen, knuppels,
                                    slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden
                                    gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare
                                    orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die
                                    behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en
                                    munitie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ieder is verplicht in een openbare inrichting alle
                                    aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het
                                    belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te
                                    volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel> Overige bepalingen</titel></kop><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 vervalt, indien de
                                betreffende openbare inrichting wordt beëindigd, van overheidswege
                                wordt gesloten, indien gedurende een periode van zes maanden geen
                                gebruik wordt gemaakt van de vergunning of indien de aard en omvang
                                van de openbare inrichting wordt gewijzigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf</label><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie
                                    (<cursief>vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden</label><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen of het hoogdrempelige deel van
                                    een samengestelde inrichting zijn 2 kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen of het laagdrempelige deel van
                                    een samengestelde inrichting zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</label><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een roerende of
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                    bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van het college
                                    en van de rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een
                                    roerende of onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken of te laten aanplakken of op
                                            andere wijze aan te brengen of te laten aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                            afbeelding, letter of cijfer of teken aan te brengen of
                                            te laten aanbrengen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden en aanplakzuilen aanwijzen voor
                                    het aanbrengen van meningsuitingen, bekendmakingen en
                                    handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen, bekendmakingen en handelsreclame op de
                                    aanplakborden en aanplakzuilen die geen betrekking mogen hebben
                                    op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of openbaar
                                    water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Verboden gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank
                                    te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank-
                                    en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>door het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen;</al></li><li nr="c."><al>zich zonder redelijk doel op te houden op het terrein
                                            van een school, bedrijf of instelling buiten de
                                            schooltijd of werktijden van het bedrijf of de
                                            instelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Verboden gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen
                                    e.d.<cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Afsluiten voertuigen (<cursief>vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen (<cursief>vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg of in parken en
                                            plantsoenen zonder dat die hond aangelijnd is, tenzij
                                            anders is aangegeven;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom zonder toezicht of geleide;</al></li><li nr="c."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats; </al></li><li nr="d."><al>in op enigerlei wijze als zodanig aangegeven
                                            natuurgebieden en de particuliere terreinen die
                                            daarbinnen liggen, tenzij anders is aangegeven, zonder
                                            dat die hond aangelijnd is;</al></li><li nr="e."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden, paarden en pony's</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor
                                            te zorgen dat de uitwerpselen van de hond in de openbare
                                            ruimte meteen worden opgeruimd.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd bepaalde
                                    plaatsen aan te wijzen waar de in lid 1 gestelde verplichting
                                    niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar, houder of berijder van een paard of pony is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat in de openbare ruimte, voor zover
                                    gelegen binnen de bebouwde kommen van de gemeente
                                    Tytsjerksteradiel, de uitwerpselen van het paard of de pony
                                    worden opgeruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste ,50 meter. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder e,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee en pluimvee</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op vee of pluimvee dat zich bevindt in een aan
                                    een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is
                                    afgescheiden door een deugdelijke (pluim)veekering, is verplicht
                                    ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat
                                    dit vee die weg niet kan bereiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden vee zonder voldoende toezicht op of aan een weg
                                    te hebben of te doen verblijven of zonder voldoende begeleiding
                                    over de weg te vervoeren of te verweiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>(Pluim)vee, dat onbeheerd wordt aangetroffen kan worden
                                    overgebracht naar een door het college te bepalen plaats en
                                    aldaar worden bewaard op kosten van de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien in bewaring gesteld (pluim)vee, als bedoeld in het derde
                                    lid, niet binnen een termijn van een week, gerekend vanaf de dag
                                    van inbewaringstelling, door de eigenaar is opgevorderd, brengt
                                    het college deze bewaring door publicatie in een of meer
                                    plaatselijk verschijnende nieuwsbladen ter openbare kennis.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de eigenaar het (pluim)vee niet binnen een week na de in
                                    het vierde lid bedoelde publicatie heeft gevorderd, wordt dit in
                                    het openbaar verkocht. Na aftrek van de kosten van bewaring en
                                    publicatie wordt de opbrengst gedurende de wettelijke termijn
                                    van verjaring ter beschikking van de eigenaar gehouden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde en vijfde lid zijn
                                    burgemeester en wethouders na het verstrijken van de termijn,
                                    als bedoeld in het vierde lid, eveneens gerechtigd over te gaan
                                    tot openbare verkoop van het (pluim)vee als redelijkerwijs kan
                                    worden aangenomen dat de waarde van het vee ontoereikend is om
                                    hieruit de kosten van bewaring en publicatie te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op duiven verboden deze te laten uitvliegen,
                                indien het college hem schriftelijk heeft meegedeeld, dat zij dit in
                                verband met de plaats waar de duiven worden gehouden hinderlijk voor
                                de omgeving achten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover het
                                    Provinciaal wegenreglement Fryslân van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepalingen <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al>Dit artikel is veplaatst naar Afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder vuurwerk: vuurwerk waarop het
                                Vuurwerkbesluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met
                                betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk, van
                                toepassing is.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Afleveren van vuurwerk <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van vuurwerk <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Gebruik van carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een melkbus of
                                    soortgelijke constructie qua aard en omvang, op explosieve wijze
                                    verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                    calciumacetylide (carbid) en water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester carbid te
                                    schieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan van het verbod ontheffing verlenen
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of
                                            gelijksoortige voorwerpen met een maximale inhoud van 50
                                            liter, met gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van
                                            een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of
                                            gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen, en</al></li><li nr="b."><al>het carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen
                                            10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende
                                            jaar, en</al></li><li nr="c."><al>hiervan tenminste 14 dagen voorafgaand aan de datum van
                                            gebruik ontheffing is gevraagd aan de burgemeester, en
                                        </al></li><li nr="d."><al>de aanvraag is vergezeld van een schriftelijke
                                            toestemming van de eigenaar van het terrein van waaraf
                                            geschoten wordt, en </al></li><li nr="e."><al>de aanvraag tevens is voorzien van een kaart waarop de
                                            betreffende locatie is ingetekend en waarop de
                                            schootsrichting is aangegeven, en </al></li><li nr="f."><al>de plaats vanwaar geschoten wordt, op een afstand van
                                            tenminste 75 meter van woonbebouwing en op een afstand
                                            van tenminste 300 meter van onderkomens van dieren
                                            gelegen is, en</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>er geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan
                                            degene die het carbidschieten verricht weet of
                                            redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daar gevaren
                                            kunnen optreden voor mens, dier en milieu.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet
                                    Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve
                                van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere door de gemeenteraad aan te
                                    wijzen openbare plaatsen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                            e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen
                                        tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                        tegen vergoeding;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al><cursief>prostituee:</cursief> degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al><cursief>seksinrichting:</cursief> de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al><cursief>privéhuis: </cursief>een seksinrichting die alleen
                                        op afspraak te bezoeken is;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al><cursief>escortbedrijf:</cursief> de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al><cursief>sekswinkel: </cursief>de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al><cursief>exploitant:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                        seksinrichting of escortbedrijf exploiteert en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al><cursief>beheerder:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent
                                        in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al><cursief>bezoeker:</cursief> degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van:</al><al>1. de exploitant;</al><al>2. de beheerder;</al><al>3. de prostituee;</al><al>4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al><al>5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2;</al><al>6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere
                                regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen en escortbedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in door het
                                    college aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>het aantal werkzame prostitué(e)s;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting
                                            door middel van een situatietekening met een schaal van
                                            tenminste 1:1000;</al></li><li nr="f."><al>de plattegrond van de inrichting door middel van een
                                            tekening met een schaal van tenminste 1:100;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                            tot het gebruik van de ruimte waarin hij voornemens is
                                            de inrichting te exploiteren.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                    vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke
                                    perso(o)n(en) - en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant –
                                    indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die
                                    rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en) - en de
                                    beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al> met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                            Strafvordering is toegelaten;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot
                                            een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste
                                            lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan
                                            wel mede wegens overtreding van:</al><al>1. bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen;</al><al>2. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot
                                            en met 249, 252, 250a (oud), 250, 273a, 300 tot en met
                                            303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het
                                            Wetboek van Strafrecht;</al><al>3. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994;</al><al>4. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b
                                            van de Wet op de kansspelen;</al><al>5. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                            weerkorpsen;</al><al>6. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                            munitie.</al><al/></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al> bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                            vanaf de datum van de intrekking van deze
                                            vergunning.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                    vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke
                                    perso(o)n(en) - of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 03.00 en 10.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al> geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet b.epaalde</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straat- en raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of langs wegen dan wel vanuit een pand,
                                    zichtbaar vanaf de openbare weg, door handelingen, houding,
                                    woord, gebaar of op andere wijze, te trachten als prostitué(e)
                                    passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan
                                    te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13 tweede lid genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen als bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan de burgemeester personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het tweede of derde lid, bij
                                    besluit verbieden zich gedurende bij dat besluit bepaalde
                                    termijn en aangegeven tijden, anders dan in een openbaar middel
                                    van vervoer, te bevinden op of aan de wegen als bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sexwinkels <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen en erotisch-
                                    pornografische goederen, afbeeldingen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al> indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde. regels</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn, weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste 12
                                    weken verdagen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12a</nr><titel>Geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 heeft een
                                    geldigheidsduur van drie jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk 8 weken voor het verstrijken van de hierboven genoemde
                                    termijn dient de vergunninghouder een nieuwe aanvraag als
                                    bedoeld in artikel 3:4 ingediend te hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>als de aangevraagde locatie niet voldoet aan overige
                                            door het college van burgemeester en wethouders
                                            ingevolge artikel 3:3 gestelde nadere regels.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1 onder h, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer; </al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per jaar aan
                                    te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                    wijzen dagen of dagdelen. Het jaar loopt van 1 april tot en met
                                    31 maart.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beperking met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening op sportterreinen, artikel 4.110 lid 1 van het
                                    Besluit, geldt niet voor door het college per jaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid,
                                    kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één
                                    of meer van de 17 dorpen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing voor het begin van een nieuw
                                    jaar bekend. Als de precieze datum van een collectieve
                                    festiviteit nog niet bepaald is, wordt de festiviteit zonder
                                    datum bekend gemaakt. De datum wordt zo spoedig mogelijk bekend
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, festiviteiten terstond als
                                    collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de collectieve dagen geldt de mogelijkheid om meer mechanisch
                                    of akoestisch muziekgeluid te mogen produceren alleen voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor het
                                    terras.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten ramen en
                                    deuren gesloten worden gehouden, behoudens voor het onmiddellijk
                                    doorlaten van personen en/of goederen.</al><al/></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van muziek een half uur vóór de vastgestelde
                                    beëindigingstijd van de muziek te worden teruggebracht naar de
                                    grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per jaar te houden waarbij de geluidsnormen als
                                    bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet
                                    van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste
                                    10 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per jaar de verlichting langer aan te
                                    houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.110
                                    lid 1 van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van
                                    de inrichting tenminste 10 werkdagen voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er is een (digitaal) standaardformulier voor het doen van de
                                    kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en naar
                                    waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat
                                    formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de individuele dagen geldt de mogelijkheid om meer mechanisch
                                    of akoestisch muziekgeluid te mogen produceren alleen voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor het
                                    terras.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten ramen en
                                    deuren gesloten worden gehouden, behoudens voor het onmiddellijk
                                    doorlaten van personen en/of goederen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van muziek een half uur vóór de vastgestelde
                                    beëindigingstijd van de muziek te worden teruggebracht naar de
                                    grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het ongebruikt laten van een collectieve dag betekent niet dat
                                    het aantal individuele dagen evenredig toeneemt. Uitwisselen
                                    tussen collectieve dag en individuele dagen is niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele fesitiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 4:3 is gedaan; </al></li><li nr="b."><al>gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de
                                        kennisgeving als bedoeld in artikel 4:3 zijn verstrekt;
                                    </al></li><li nr="c."><al>de houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten
                                        hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige
                                        hinder te voorkomen; </al></li><li nr="d."><al>de burgemeester het organiseren van een incidentele
                                        festiviteit verboden heeft, wanneer naar zijn oordeel de
                                        woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of
                                        de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden
                                        beïnvloed.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onvesterkte muziek <cursief>(niet
                                    opgenomen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerk-besluit
                                    of de Provinciale milieuverordening Friesland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat
                                    dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge
                                    pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden
                                    van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester
                                    in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare
                                    plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige
                                    overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt
                                    op de plaats waar deze is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste
                                    3 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een
                                    periode van ten hoogste 3 maanden verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>Gebruik geluidsapparaat in de openlucht</titel></kop><al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college aan, op
                                of boven de weg of openbaar water door middel van een
                                geluidsapparaat een toespraak, gezang of muziek voor het publiek ten
                                gehore te brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6c</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6d</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                                gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                            dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op
                                            1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                            meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                                            stam;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal,
                                            een grotere (lint)- begroeiing van heesters en struiken,
                                            een beplanting van bosplantsoenen;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: een of meer bomen of boomvormers die na te zijn
                                            geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan
                                            van de houtopstand, hieronder wordt ook verstaan het
                                            periodiek vellen van hakhout;</al></li><li nr="e."><al>knotten of kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
                                            verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
                                            gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek
                                            noodzakelijk onderhoud;</al></li><li nr="f."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet;</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag een
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al> laagstam-vruchtbomen en windschermen om
                                            boomgaarden;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te
                                            dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                            bijzonder bestemde terreinen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> kweekgoed;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                            geveld; hiervoor geldt wel een meldingsplicht;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al> houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                            Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen
                                            is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                            zelfstandige eenheid vormt die: </al></li></lijst><lijst><li nr="°"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></li><li nr="°"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20
                                            bomen, gerekend over het totale aantal rijen;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al> houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van het bevoegde gezag, zulks onverminderd het bepaalde
                                            in artikel 4:11e;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>houtopstand ten aanzien waarvan bij een geldend
                                            bestemmingsplan of bij een geldend
                                            voorberei­dings­besluit is bepaald dat het verboden is
                                            deze te vellen zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                            (omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 b
                                            van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht);</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al> houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument in
                                            de zin van de natuurbeschermingswet;</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al> het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                            reguliere onderhoud (hierbij geldt wel een
                                            meldingsplicht);</al></li></lijst><lijst><li nr="j."><al> het periodiek beknotten of kandelaberen als
                                            cultuurmaatregel;</al></li></lijst><lijst><li nr="k."><al> bomen met een stamomtrek van minder dan 75 cm, te meten
                                            op 1.30 meter hoogte, uitgezonderd houtopstanden die
                                            onder de meldingsplicht vallen;</al></li></lijst><lijst><li nr="l."><al> bomen die behoren tot de cypresachtigen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegde gezag kan, in afwijking van het eerste lid,
                                    toestemming geven tot direct vellen indien er sprake is van
                                    grote gevaarzetting of een vergelijkbaar spoedeisend
                                    belang.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is zaaksgebonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a </nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het bevoegde gezag in het kader van de Boswet aan het
                                    college een afschrift heeft toegezonden van de
                                    ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                    beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning in elk
                                geval worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                        dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c</nr><titel>Bijzondere voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegde gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                                    aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand
                                    voorkomende flora en fauna.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11d</nr><titel>Meldingsplicht voor dunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het voornemen tot dunning van een houtopstand moeten bij het
                                    college of de door hem aangewezen ambtenaar een schriftelijke en
                                    ondertekende kennisgeving worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft binnen een maand na het ontvangen van de
                                    kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, een verklaring van
                                    ontvangst af.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in het vierde lid, is het verboden met
                                    het dunnen van een houtopstand te beginnen voordat de verklaring
                                    van ontvangst, bedoeld in het tweede lid, is afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te
                                    worden gedaan indien de houtopstand moet worden gedund ingevolge
                                    een verplichting van het college, bedoeld in artikel 4:11e,
                                    derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ter bescherming van houtopstand in de in het
                                    tweede lid bedoelde verklaring van ontvangst aanwijzingen geven,
                                    welke bij het dunnen van de houtopstand in acht moeten worden
                                    genomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De verklaring van ontvangst, bedoeld in lid twee, vervalt als
                                    niet binnen 6 maanden na de dagtekening daarvan met het dunnen
                                    van de houtopstand is begonnen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college geeft de verklaring van ontvangst als bedoeld in het
                                    tweede lid niet af als de kennisgeving van voorgenomen dunning
                                    geacht moet worden betrekking te hebben op het vellen van een
                                    houtopstand, waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning
                                    is vereist.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In het geval bedoeld in het zevende lid, wordt de kennisgeving
                                    van voorgenomen dunning aangemerkt als een verzoek om vergunning
                                    als bedoeld in artikel 4:11a. Het college stelt in dat geval
                                    degene die de kennisgeving van voorgenomen dunning heeft gedaan,
                                    binnen de in het tweede lid genoemde termijn schriftelijk van
                                    hun beslissing in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11e</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegde gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan,
                                    kan het bevoegde gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                    waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit
                                    anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen
                                    te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegde gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en
                                    met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11f</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                toepassing van artikel 4:11, artikel 4:11c, artikel 4:11d of artikel
                                4:11e, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet
                                geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding
                                niet anderszins is verzekerd, kent het bevoegde gezag hem op zijn
                                verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11g</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al> iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                            Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                            (Buism.) C. Moreau);</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> iepenspintkever: het insect, in elk
                                            ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus
                                            scolytus (F.), Scolytus multistratus (Marsch) en
                                            Scolytus p.ygmaeus</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding
                                    van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers,
                                    is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                                    aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te
                                    stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te
                                            vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen
                                            of zondanig te behandelen dat verspreiding van de
                                            iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan
                                            voorhanden of in voorraad tehebben of te vervoeren.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast
                                            iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan
                                            4 centimeter. </al></li><li nr="c."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het onder sub a.
                                            van dit lid gestelde verbod.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving
                                    biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                    noodzakelijke werkzaamheden voor risico en voor rekening van
                                    aangeschrevenen, door of namens de gemeente kunnen worden
                                    verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11h</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om bomen en houtopstanden die openbaar eigendom
                                    zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door daartoe
                                            bevoegde deskundige boomverzorgers ter uitoefening van
                                            de hun opgedragen boomverzorgende ta.ak</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een openbare
                                    houtopstand of boom aan te brengen of anderszins te bevestigen,
                                    behoudens vergunning van het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden onder kroonprojectie van bomen, die openbaar
                                    eigendom zijn, materiaal of materieel op te slaan, behoudens
                                    vergunning van het college.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3a</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij
                                de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of
                                bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een
                                bloem- of heesterperk dan wel aldaar bloemen te plukken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
                                </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden één of meer van de volgende voorwerpen of
                                    stoffen in de open lucht op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
                                    hebben, indien deze opslag, plaatsing of aanwezigheid naar het
                                    oordeel van het college het uiterlijk van de gemeente op
                                    ontoelaatbare wijze schaadt of ontoelaatbare overlast
                                    veroorzaakt of zal veroorzaken die hetzij moet worden opgeheven
                                    hetzij moet worden voorkomen of schade aan de openbare
                                    gezondheid zal kunnen veroorzaken die moet worden
                                    voorkomen.</al><al>Het gaat om de volgende voorwerpen of stoffen:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer‑ of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                            dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                            gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen;</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is zaaksgebonden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
                                    Ordening of de Provinciale Verordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als
                                bedoeld in art. 4:15a, tweede lid, de veiligheid van het verkeer in
                                gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te
                                veroorzaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15a</nr><titel>Vergunningplicht handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de
                                    hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van het
                                    bevoegde gezag deze zaak of een daarop aanwezige zaak te
                                    gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van
                                    handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of
                                    afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een
                                    andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet ten aanzien van: </al><lijst><li nr="a."><al> opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het
                                            inwendig gedeelte van een onroerende zaak;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren
                                            of andere constructies, aangewezen door de
                                            overheid;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> opschriften en aankondigingen betrekking hebbend
                                            op:</al></li></lijst><al>- openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of
                                    verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij feitelijke
                                    betekenis hebben;</al><al>- het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de
                                    onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
                                    bestemd, zomede op naamborden;</al><al>mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere
                                    oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle een grotere
                                    afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en mits deze
                                    opschriften en aankondigingen zijn aangebracht op of aan een
                                    onroerende zaak;</al><lijst><li nr="d."><al> opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van
                                            in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van
                                            degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het
                                            bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                                            aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde
                                            bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang
                                            zij feitelijke betekenis hebben;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al> opschriften en aankondigingen aan gebouwen en
                                            inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn
                                            aangebracht ten dienste van dat vervoer;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al> opschriften, aankondigingen en afbeeldingen binnen
                                            sportinrichtingen, mits deze zijn aangebracht beneden de
                                            hoogte van 1.20 meter boven de grond rond het speelveld
                                            of bassin.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning als
                                    bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al> indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, geldt niet voor
                                    bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning is zaaksgebonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame <cursief>(niet
                                        opgenomen)</cursief></titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterrein</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik op eigen terrein en voor de door recreatieschap
                                    “De Marrekrite” als zodanig aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    eerste lid; </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een dorpsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18 vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Regels voor het hobbymatig houden van grote huisdieren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Woning: een gebouw of een deel van een gebouw dat voor
                                        bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd.</al></li><li nr="b."><al>Stankgevoelige objecten: objecten als genoemd in de
                                        Richtlijn Veehouderij en stankhinder 1996.</al></li><li nr="c."><al>Brandbare vloeistoffen: stof in vloeibare toestand die een
                                        vlampunt heeft die hoger ligt dan 55° C.</al></li><li nr="d."><al>Emballage: glazen flessen tot 5 l, kunststof flessen of
                                        vaten tot 60 l, metalen bussen tot 25 l, stalen vaten of
                                        fiberdrums tot 300 l, papieren of kunststof zakken,
                                        laadketels.</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>PGS-30: vloeibare aardolieproducten: buitenopslag in kleine
                                        installaties.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Opslag van mest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opslag van mest moet zodanig geschieden dat geen mest(vocht)
                                    in of op de bodem of het oppervlaktewater terecht kan
                                    komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dunne mest moet worden opgeslagen in een doelmatige mestdichte
                                    opslagruimte (kelder).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vaste mest moet worden opgeslagen op een mestdichte betonnen
                                    ondergrond voorzien van opstaande randen en een mestdichte
                                    afvoer naar een mestdichte opslagruimte (kelder), of een
                                    gelijkwaardige voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van lid 3 mag worden afgeweken indien de opslag van vaste mest
                                    plaatsvindt:</al><lijst><li nr="a."><al>boven een absorberende laag en een dikte van ten minste
                                            0,15 meter en een organische stofgehalte van ten minste
                                            25 % (bijvoorbeeld stro of zaagsel) en</al></li><li nr="b."><al>onder een permanente bovenafdekking, zodanig dat contact
                                            met hemelwater wordt voorkomen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De opslag van vaste mest mag niet onder het maaiveld zijn
                                    gelegen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een opslag overeenkomstig lid 4 moet de absorberende laag
                                    tezamen met de mest worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Er mag niet meer dan 50m3 vaste mest worden opgeslagen. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vaste mest moet tenminste 1 maal per jaar worden verwijderd.
                                </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Verwijdering van de mest moet zodanig geschieden dat hierdoor
                                    geen hinder voor de omgeving dan wel verontreiniging van de
                                    bodem of oppervlaktewater ontstaat. Eventueel gemorste mest moet
                                    direct worden verwijderd.</al><al/></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De opslag van vaste mest moet geschieden op een afstand van ten
                                    minste:</al><lijst><li nr="a."><al>50 meter van een woning van derden of ander gevoelig
                                            object <onderstreept>binnen</onderstreept> de bebouwde
                                            kom;</al></li><li nr="b."><al>25 meter van een woning van derden of ander gevoelig
                                            object <onderstreept>buiten</onderstreept> de bebouwde
                                            kom;</al></li><li nr="c."><al>5 meter van de erfgrens;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>5 meter van de insteek van een oppervlaktewater.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Opslag van vloeistoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de opslag van brandbare stoffen (waaronder gasolie of
                                    dieselolie) is artikel 2.1.8. van het “Besluit van 26 juli 2008
                                    houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot het
                                    gebruik van bouwwerken uit het oogpunt van brandveiligheid
                                    (Besluit brandveilig gebruik bouwwerken)”, van toepassing.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Opslag van brandbare vloeistoffen in emballage moet geschieden
                                    in doelmatige verpakking en boven een vloeistofdichte lekbak die
                                    een inhoudscapaciteit heeft die ten minste gelijk is aan de
                                    totale in deze lekbak opgeslagen vloeistof.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een tank voor de opslag van brandbare vloeistoffen mag niet een
                                    grotere inhoud hebben dan 1100 liter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Er mag niet meer dan 25 liter brandbare vloeistoffen in
                                    emballage worden opgeslagen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Opslag van brandbare vloeistoffen in emballage moet op een
                                    afstand van ten minste 25 meter van woningen van derden
                                    plaatsvinden. </al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het eerste
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet miliebeheer. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a. </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                    magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk
                                    voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of
                                    mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd langer
                                    dan op 5 achtereenvolgende dagen te laten staan op een door het
                                    college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig
                                    is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                    schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een voertuig als genoemd in lid 1 wordt
                                    geacht op dezelfde plaats te zijn gebleven indien het voertuig
                                    binnen een straal van meter - hemelsbreed gemeten - gerekend
                                    vanaf de in lid 1 bedoelde plaats wordt aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een voertuig als genoemd in lid 1
                                    verboden het voertuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst,
                                    opnieuw neer te zetten op de in lid 1 bedoelde plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen of vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig of een vaartuig dat is voorzien van
                                    een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren of te
                                    plaatsen met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te
                                    maken. Onder handelsreclame wordt mede verstaan het te koop of
                                    te huur aanbieden van een voertuig of een vaartuig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan 5 achtereen-volgende dagen op de
                                    weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door
                                    dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen
                                    of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                            uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                            overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn
                                            bestemd.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, in door het college van burgemeester en wethouders
                                    aangewezen gebieden op de weg te laten staan buiten de daarvoor
                                    bestemde ruimten of vakken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op de weg te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het
                                    beheer van de openbare ruimte, langer dan vier weken
                                    onafgebroken in door het college van burgemeester en wethouders
                                    aangewezen openbare (brom -) fietsstallingsgebieden te
                                    stallen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen
                                    instellingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 2:24 lid 2; </al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Venten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten zonder vergunning van het college.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor niet-commercieel
                                    venten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tien werkdagen voorafgaand aan het niet-commerciële venten, moet
                                    hiervan melding worden gedaan aan het college. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer binnen vijf werkdagen na ontvangst van het
                                    meldingsformulier door het college geen tegenbericht is
                                    verzonden, kan het niet-commerciële venten zoals vermeld plaats
                                    vinden. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met
                                    zaterdag tussen 22 en 9 uur. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het ventverbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                    een vaste plaats op of aan de weg of op een ander voor het
                                    publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop
                                    aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins
                                    aanbieden van goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend
                                    van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een
                                    tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in artikel
                                    160 eerste lid onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                            standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                            geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                            vergunning worden geweigerd: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al><lijst><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
                                            wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                            niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterwerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement Fryslân.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet
                                    zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                    van Strafrecht, de Scheepvaartverkeers-wet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24a</nr><titel>Aanleggen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan te
                                    leggen in of aan een rietkraag of aan of op een krachtens
                                    artikel 5:27d als zodanig aangewezen oever.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1, is het de
                                            rechthebbende op een vaartuig verboden, daarmee langer
                                            dan gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende dagen
                                            of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te
                                            leggen.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee
                                            gedurende drie achtereenvolgende dagen of gedeelten
                                            daarvan op dezelfde plaats te hebben gelegen, indien dat
                                            vaartuig op die plaats door een met de uitvoering van de
                                            verordening belaste ambtenaar als bedoeld in artikel 6:2
                                            wordt aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van
                                            drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag na die
                                            drie dagen.</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op
                                            dezelfde plaats te zijn gebleven indien het vaartuig
                                            binnen een straal van meter - hemelsbreed gemeten -
                                            gerekend vanaf de in sub a bedoelde aanlegplaats wordt
                                            aangetroffen.</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met
                                            enig vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst
                                            op de in lid 2, sub a, bedoelde plaats opnieuw aan te
                                            leggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in lid 1 gestelde verbod ontheffing
                                    verlenen voorzover het betreft een krachtens artikel 5:27d als
                                    zodanig aangewezen oever.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Fryslân of de Provinciale
                                    landschapsverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24b</nr><titel>Aanleg- exces</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 5:24 lid 1 en lid 2, is het
                                    de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmede op een plaats
                                    aan te leggen, indien burgemeester en wethouders hem
                                    schriftelijk hebben medegedeeld, dat zij het, met het oog op de
                                    verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen, onaanvaardbaar
                                    achten dat genoemde rechthebbende aldaar nog langer
                                    aanlegt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in de
                                    daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen <cursief>(niet
                                        opgenomen)</cursief></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats/aanlegmogelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:24a
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats of aanlegmogelijkheid in het belang
                                    van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de
                                    milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Innemen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee
                                    ligplaats in te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                    innemen van ligplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>met een vaartuig aan een krachtens artikel 5:27c of bij
                                            een geldend bestemmingsplan als zodanig aangewezen
                                            ligoever dan wel in een bij geldend bestemmingsplan
                                            aangewezen haven of andere bij bestemmingsplan
                                            aangewezen gelegenheid die bestemd is om een vaartuig
                                            onder te brengen;</al></li><li nr="b."><al>met een vaartuig, behorende tot een categorie
                                            vaartuigen, waarvoor het verbod door het college op
                                            grond van het gestelde in lid 3, buiten toepassing is
                                            verklaard.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan (categorieën van) vaartuigen aanwijzen waarop
                                    het in lid 1 gestelde verbod niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig , waarop het in
                                    lid 1 gestelde verbod krachtens het bepaalde in lid 2 onder a en
                                    b, lid 3 en lid 4 niet van toepassing is:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in lid 1 gestelde verbod ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27a</nr><titel>Ankeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te
                                    ankeren in een rietkraag of op een afstand van minder dan meter
                                    vanuit een rietkraag, in een krachtens artikel 5:27d als zodanig
                                    aangewezen water of op een afstand van minder dan meter vanuit
                                    een krachtens artikel 5:27d als zodanig aangewezen oever.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op
                                    een vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de
                                    tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent
                                    recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 en lid 2
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen voorzover het betreft een
                                    krachtens artikel 5:27d aangewezen water of oever.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27b</nr><titel>Varen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of
                                    in een rietkraag te varen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op
                                    een vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel
                                    5:27d als zodanig aangewezen water.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in lid 2 gestelde verbod ontheffing
                                    verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27c</nr><titel>Procedure met betrekking tot de aanwijzing van
                                    ligoevers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd ligoevers aan te wijzen als bedoeld in
                                    artikel 5:27, lid 2 sub a.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts gedurende
                                    een bepaalde periode van kracht is en/of slechts voor één of
                                    meer categorieën vaartuigen zal gelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college wint, alvorens tot ter inzage legging als bedoeld in
                                    lid 4 over te gaan, het advies in van, zoveel mogelijk, de
                                    publiekrechtelijke beheerder(s) van de betrokken oever(s) en het
                                    (de) betrokken water(en).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste
                                    lid is de in afdeling 3.4 van de Awb geregelde procedure van
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de aanwijzing zelf wordt het tijdstip bepaald waarop zij in
                                    werking treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27d</nr><titel>Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers en/of de wateren
                                    waar het verboden is aan te leggen, te ankeren, of te
                                    varen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd oevers en/of wateren aan te wijzen als
                                    bedoeld in artikel 5:24a, artikel 5:27a en 5:27b, waar het
                                    verboden is aan te leggen, te ankeren of te varen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van het gebruik van de in lid 1 bedoelde bevoegdheid
                                    zijn de leden 2 t/m 5 van artikel 5:27c van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27e</nr><titel>Ligplaats aan laad- of losplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud
                                    zijnde laad- en losplaats met een vaartuig ligplaats in te nemen
                                    anders dan ter onmiddellijke lading of lossing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    vervatte verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27f</nr><titel>Laad- en losplaats</titel></kop><al>Het is verboden op een gemeentelijke laad- en losplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>andere goederen aanwezig te hebben dan die, welke bestemd
                                        zijn ter lading in een vaartuig of welke aldaar uit een
                                        vaartuig gelost zijn;</al></li><li nr="b."><al>levende dieren langer dan een uur en goederen en stoffen
                                        langer dan 24 uur te doen verblijven;</al></li><li nr="c."><al>goederen zodanig aanwezig te hebben, dat deze het laden of
                                        lossen van andere goederen belemmeren;</al></li><li nr="d."><al>goederen, die niet voor onmiddellijke lading bestemd zijn,
                                        op te slaan binnen een afstand van twee meter uit de
                                        walkant;</al></li><li nr="e."><al>agressieve stoffen te laden of te lossen:</al></li><li nr="f."><al>langer dan 2 x 24 uur aaneengesloten te laden of te
                                        lossen.</al></li></lijst><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid
                                vervatte verbod. </al><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27g</nr><titel>Hinder of gevaar door laden of lossen</titel></kop><al>De schipper van een vaartuig is verplicht het laden en lossen van
                                dat vaartuig te stoppen indien hem door of namens het college
                                mededeling is gedaan, dat naar het oordeel van het college of naar
                                het oordeel van een door het college aangewezen toezichthouder,
                                hierdoor gevaar of verontreiniging voor de omgeving wordt
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>·motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder
                                z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>·bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                                    paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels
                                    stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het
                                    belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen van overlast; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers
                                    of berijders van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens het Reglement
                                            verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister
                                            van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de door het college aangewezen
                                            plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van
                                            percelen gelegen binnen de door het college aangewezen
                                            plaatsen;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                            ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als ‘toestel’.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, artikel 429,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale Milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De in het tweede lid genoemde uitzonderingen gelden niet in op
                                    enigerlei wijze als zodanig aangegeven natuurgebieden en de
                                    particuliere terreinen die daarbinnen liggen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>de gemeentelijke begraafplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, met
                            uitzondering van het bepaalde in de artikelen 2:11, 2:12, 4:11, 4:11c,
                            4:11e en 4:15a, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente
                                Tytsjerksteradiel, versie “raadsbesluit 27 september ” wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Tytsjerksteradiel 2014.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de
                        Tytsjerksteradiel van 5 juni 2014.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra E. J. ter Keurs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>