<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3309_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Woonwagencentrum Wijk bij Duurstede 1984</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wijkse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Woonwagencentrum Wijk bij Duurstede 1984</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Woonwagenwet, 2.de Gemeentewet en 3.de Gemeenschappelijke Regeling inzake de stichting en exploitatie van een Regionaal woonwagenkamp te Utrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1984-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1985-03-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-10-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>woonwagencentrum</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Woonwagencentrum Wijk bij Duurstede 1984</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede; </al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 oktober 1984,
                        nr.161; gelet op de Woonwagenwet, de Gemeentewet en de Gemeenschappelijke
                        Regeling inzake de stichting en exploitatie van een Regionaal woonwagenkamp
                        te Utrecht; </al><al>besluit: </al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al><vet>“VERORDENING WOONWAGENCENTRUM WIJK BIJ DUURSTEDE” </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>1. In deze verordening wordt verstaan onder.: </al><al>a. centrum : de binnen het gebied van de gemeente Wijk bij Duurstede als
                        zodanig aangewezen openbare verblijf— plaats voor woonwagens; </al><al>b. woonwagen : een wagen, die voortdurend of nagenoeg voortdurend als woning
                        wordt gebruikt of daartoe is bestemd; </al><al>c. standplaats een van de op het centrum gemarkeerde terreingedeelten,
                        uitsluitend bestemd voor het plaatsen van een onder b bedoelde woonwagen; </al><al>d. vergunning : een overeenkomstig de artikelen 14 tot en met 31 van de
                        Woonwagenwet verleende vergunning tot bewoning van een woonwagen; </al><al>e. vergunninghouder : de ingevolge artikel 15 van de Woonwagenwet in de</al><al> vergunning aangewezen hoofdbewoner c.q. de in artikel 21 van deze wet
                        bedoelde hoofdbewoner; </al><al>f. bewoner : de in sub e bedoelde vergunninghouder, die met een woonwagen
                        binnen het centrum verblijft en de overige op de vergunning vermelde
                        personen, alsmede hun na het verlenen van de vergunning geboren kinderen,
                        voor zover deze in de woonwagen wonen of nachtver— blijf hebben; </al><al>g. beheerder : de door burgemeester en wethouders aangestelde ambtenaar c.q.
                        diens plaatsvervanger, belast niet het toezicht op het centrum; </al><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in deze verordening zijn de bepalingen van
                                de Algemene Politieverordening Wijk bij Duurstede binnen het centrum
                                van toepassing. </al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter uitvoering van de
                                bepalingen van deze verordening nadere voorschriften vast te
                                stellen. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toelating woonwagens</titel></kop><al>1. Indien het door de gemeenteraad voor het centrum bepaalde maximum aantal
                        woonwagens is bereikt, is het een ieder verboden een woonwagen boven dit
                        aantal binnen het centrum te brengen, te doen brengen of’ te houden. </al><al>2. a. Voor’ het innemen van een standplaats is schriftelijke toestemming
                        nodig van burgemeester en wethouders. </al><al>b. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. In elk geval
                        zal aan betrokkene de eis worden gesteld, dat deze in het bezit is van een
                        vergunning. </al><al>3. Het is een ieder verboden binnen het centrum met een woonwagen buiten een
                        standplaats te verblijven. </al><al>4. Ieder die handelt in strijd met het bepaalde in het eerste, tweede of’
                        derde lid van dit artikel, is op eerste aanzegging van burgemeester en
                        wethouders of de door hen aangewezen beheerder verplicht de woonwagen
                        onmiddellijk van het centrum te verwijderen of te doen verwijderen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Innemen en verlaten van een standplaats </titel></kop><al>1. a. Het plaatsen van een woonwagen op een standplaats dient te geschieden
                        overeenkomstig de aanwijzingen van burgemeester en wethouders of de door hen
                        aangewezen beheerder. </al><al>b. De vergunninghouder is verplicht onmiddellijk bij aankomst op het
                        centrum, alvorens een standplaats in te nemen, zich in verbinding te stellen
                        met de beheerder, de vergunning aan de beheerder op diens verzoek ter’ hand
                        te stellen en hem alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor het
                        bijhouden van de administratie van het centrum. </al><al>c. De vergunninghouder is verplicht, alvorens een standplaats in te nemen,
                        deze met de beheerder te inspecteren en de door de beheerder op te stellen
                        lijst, betreffende oa. de onderhoudstoestand van de standplaats, de
                        bergplaats e..d., de standen van de meters van de nutsvoorzieningen per
                        standplaats dan wel andere meters van de nutsvoorzieningen, voor akkoord te
                        tekenen. </al><al>d. Na de inspectie van de standplaats als bedoeld onder c. van dit artikel
                        neemt de vergunninghouder de sleutel van het toilet en de bergplaats in
                        ontvangst van de beheerder. De sleutels worden de vergunninghouder in
                        bruikleen gegeven voor de periode dat hij een standplaats inneemt. Voor zijn
                        vertrek van het centrum is de vergunninghouder verplicht de sleutels in
                        goede staat in te leveren bij de beheerder. </al><al>e. De vergunninghouder dient zelf’ zorg te dragen voor een deugdelijke
                        aansluiting van de woonwagen op de water—, gas— en electriciteits— toevoer.
                        De daaraan verbonden kosten zijn voor rekening van de vergunninghouder. De
                        aansluiting dient te geschieden volgens de terzake geldende voorschriften. </al><al>2. De bewoner is verplicht op aanwijzing van burgemeester en wethouders of
                        de door hen aangewezen beheerder van standplaats te veranderen. </al><al>3. De bewoner, die voornemens is met een woonwagen van het centrum te
                        vertrekken, is verplicht hiervan tenminste 24 uur voor het tijdstip van
                        vertrek aan de beheerder kennis te geven. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Leegstaande woonwagen</titel></kop><al>1. Hett is de vergunninghouder verboden om met zijn woonwagen een
                        standplaats in te nemen en/of te blijven innemen, indien de woonwagen niet
                        meer als woning wordt gebruikt of’ niet langer daartoe is bestemd. </al><al>2. Het is verboden met een woonwagen standplaats te blijven innemen, indien
                        de vergunninghouder en de andere bewoners van de woonwagen gedurende meer
                        dan twee maanden zönder wezenlijke onderbreking vrijwillig buiten het
                        centrum verblijven. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Standplaatsgeld/waarborgsom</titel></kop><al>1. De vergunninghouder is verplicht standplaatsgeld te betalen. Alvorens een
                        standplaats in te nemen dient de vergunninghouder daartoe de overeenkomst te
                        tekenen welke hem door de beheerder wordt voorgelegd. 2. Het standplaatsgeld
                        dient wekelijks hij vooruitbetaling op de door burgemeester en wethouders te
                        bepalen wijze te worden voldaan. </al><al>3.. Voor het gebruik van de standplaats, bergplaats en het toilet en
                        betaling van standplaatsgeld dient de vergunninghouder een overeenkomst te
                        tekenen inzake de betaling van een waarborgsom. </al><al>4. De vergunninghouder is verplicht door hem, zijn gezinsleden of’ andere
                        met zijn toestemming in of bij zijn woning verblijvende personen aangerichte
                        schade, aan zaken als genoemd in lid 3, te vergoeden. </al><al>5. Indien de vergunninghouder de in lid 3 genoemde zaken bij zijn vertrek in
                        schone en ongeschonden staat achterlaat, zulks ter beoordeling van
                        burgemeester en wethouders of de door hen aangewezen beheerder, wordt hem —
                        tegen inlevering van de sleutel - de waarborgsom terugbetaald. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Orde en hygiëne</titel></kop><al>1. De bewoner is verplicht zicht te gedragen naar aanwijzingen door
                        burgemeester en wethouders of de door hen aangewezen beheerder gegeven in
                        het belang van orde, veiligheid en gezondheid. </al><al>2. De bewoner is verplicht te zorgen, dat zijn standplaats en de directe
                        omgeving daarvan wordt schoongehouden. </al><al>3. De bewoner is gehouden gelegenheid te geven tot het schoonspuiten of op
                        andere wijze reinigen van het centrumterrein, de standplaats daarbij
                        inbegrepen. </al><al>4. Onder en naast de woonwagen mag zich geen opslag van welke aard ook
                        bevinden. </al><al>5. Het is verboden zich van huisvuil, haardas en andere droge afvalstoffen
                        daaronder begrepen, te ontdoen anders dan door middel van een plastic zak
                        van het voorgeschreven model. </al><al>6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in de daarvoor naar hun oordeel
                        in aanmerking komende gevallen de bewoner te verplichten tot het ontsmetten
                        of doen ontsmetten van de woonwagen. </al><al>7. Het is verboden huishoudelijke of andere voorwerpen elders aanwezig te
                        hebben dan in de woonwagen, de berging of op andere daarvoor aangewezen
                        plaatsen in het centrum. </al><al>8. Het is verboden in het centrum: a. stallen, bokken, schuttingen, afdaken
                        of andere getimmerten van welke aard ook te maken of aanwezig te hebben; b.
                        pluimvee, kleinvee,. of andere dieren, behoudens honden of katten of andere
                        kleine huisdieren te hebben; c. een dier toe te laten of te hebben, dat naar
                        het oordeel van een I door burgemeester en wethouders of de door hen
                        aangewezen beheerder geraadpleegde dierenarts besmettingsgevaar oplevert; d.
                        een bergplaats en/of toilet voor een ander doel te gebruiken dan waartoe
                        deze inrichting bestemd is; e. mest, vuilnis of ander afval te storten of te
                        laten storten op een andere dan daarvoor aangewezen plaats; f. aan
                        bergplaatsen, toiletten en andere tot het centrum behorende opstallen,
                        installaties, leidingen en voorzieningen, op enigerlei wijze veranderingen
                        aan te brengen; g. zonder schriftelijke toestemming van burgemeester en
                        wethouders antennes voor radio- of televisie—ontvangst aan te brengen of
                        bevestigd te hebben op of aan gemeentelijke eigendommen; h. buiten een
                        woonwagen te overnachten; i. gebouwen of’ andere opstallen of gedeelten
                        daarvan te bekladden, te beschrijven of daarop aan te plakken, deze te
                        beschadigen, daarop te klimmen of zich daarop te bevinden; j. bomen of
                        beplantingen te beschadigen; k. vodden, lompen, oud metaal, sloopauto’s,
                        sloopmateriaal of soortgelijke artikelen op te slaan of aanwezig te hebben;
                        1. sloperswerkzaamheden te verrichten of’ te doen verrichten; m. de
                        toegangsweg te bezigen voor het stallen van een voertuig of het opslaan van
                        materialen. </al><al>9. Het is verboden motorrijtuigen, toercaravans, aanhangwagens, karretjes en
                        dergelijke voertuigen, welke door hun omvang niet op de standplaats kunnen
                        worden geplaatst, in het centrum elders onder te brengen of te hebben. </al><al>10. De bewoner is verplicht ervoor te zorgen, dat zijn in het centrum
                        verblijvende hond zich tussen zonsondergang en zonsopgang niet zonder
                        geleide buiten de standplaats waarop zijn woonwagen geplaatst is, bevindt. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Maatregelen ter bevordering van de brandveiligheid</titel></kop><al>1. Het is verboden in het centrum in de openlucht vuur te stoken of’ vuur te
                        hebben. </al><al>2. Het is verboden een voorraad brandbare en/of’ explosieve vloeistoffen
                        voorhanden te hebben, anders dan ten hoogste 200 liter huisbrandolie of
                        petroleum en ten hoogste 5 liter benzine of andere zogenaamde Ki—
                        vloeistoffen. De brandbare vloeistoffen moeten in goed gesloten vaten buiten
                        de woonwagen worden bewaard. </al><al>3. Tot de onder 2. genoemde voorraad wordt niet gerekend de benzine aanwezig
                        in de tank van een bij de bewoner in gebruik zijnd voertuig. </al><al>4. De opslag van huisbrandolie of petroleum mag slechts geschieden in een
                        gesloten metalen vat, dat voorzien is van een afsluiter. Het vat moet zijn
                        geplaatst op een stevige metalen bok die op een beschermde plaats
                        onwankelbaar is opgesteld. Het vat mag slechts door middel van een koperen
                        leiding met de stookinrichting zijn verbonden. </al><al>5. Gasflessen met propaan en butaan voor kook— of verwarmingsdoeleinden
                        moeten buiten de woonwagen zodanig worden opgesteld dat omvallen of om—
                        stoten is uitgesloten. Ook moeten deze flessen afdoende beschermd zijn tegen
                        bestraling door de zon. </al><al>6. Kook- en/of verwarmingstoestellen dienen op een brandveilige wijze te
                        zijn opgesteld. Afvoeren van verbrandingsgassen dienen op een brandveilige
                        wijze aangebracht te zijn. </al><al>7. De slangen van de gascomforen dienen in een goede staat te verkeren en
                        moeten op deugdelijke wijze met behulp van slangklemmen bevestigd zijn. </al><al>8. Een aansluiting op het electriciteitsnet alsmede het gebruik van
                        electriciteit vangt niet aan dan nadat naar genoegen van burgemeester’ en
                        wethouders of de door hen aangewezen beheerder is aangetoond, dat de
                        installatie waarop wordt aangesloten voldoet aan de
                        veiligheidsvoorschriften. </al><al>9. De bewoner is verplicht keuring van de in het voorgaande lid bedoelde
                        installatie door het provinciaal electriciteitsbedrijf toe te staan,
                        alvorens tot aansluiting op het electriciteitsnet kan worden overgegaan. </al><al>10. De woonwagen moet te allen tijde in zodanige staat zijn of gebracht
                        kunnen worden dat deze, ingeval van brand of andere calamiteiten,
                        onmiddellijk verrijdbaar of verplaatsbaar is. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontheffingen</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders kunnen van de verplichtingen en/of verboden
                        in/of ingevolge deze verordening opgelegd ontheffing verlenen. </al><al>2. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden verbonden worden. </al><al>3. Een ontheffing wordt schriftelijk verleend. Zij wordt geacht te zijn
                        verleend tot het tijdstip dat daarin is opgenomen. </al><al>4. Indien deze voorwaarden niet in acht genomen worden en nageleefd worden,
                        wordt de houder van een zodanige ontheffing geacht te hebben gehandeld
                        zonder ontheffing. </al><al>5. Een ontheffing dient door de houder aan hen, die belast zijn met het
                        opsporen van overtredingen van deze verordening, op eerste vordering te
                        worden getoond. </al><al>6. Een verleende ontheffing kan, indien de omstandigheden daartoe aanleiding
                        geven, worden ingetrokken. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bezwaar en beroep </titel></kop><al>1. Tegen een besluit tot het weigeren van toestemming of het verlenen van
                        een voorwaardelijke toestemming, alsmede tegen een besluit tot het weigeren
                        of intrekken van een ontheffing of het verlenen van een voorwaardelijke
                        ontheffing kan de betrokkene schriftelijk bezwaar maken bij burgemeester en
                        wethouders binnen 14 dagen na de dag waarop het besluit is verzonden. </al><al>2 Tegen een beslissing van de beheerder staat beroep open bij burgemeester
                        en wethouders binnen tweemaal 24 uur na het tijdstip, waarop de beslissing
                        ter kennis van de betrokkene is gebracht. </al><al>3. Het bezwaar en beroep hebben schorsende werking, tenzij burgemeester en
                        wethouders om dringende redenen anders bepalen. </al><al>4. Tegen een besluit van burgemeester en wethouders staat beroep open op de
                        gemeenteraad binnen tweemaal 24 uur na het tijdstip, waarop het besluit ter’
                        kennis is gebracht van de betrokkene. Dit beroep heeft schorsende werking,
                        behoudens gevallen waarin de burgemeester om redenen van openbare orde en
                        veiligheid anders beslist. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel> Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze
                        verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                        maanden of met geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Politiedwang</titel></kop><al> 1. Bij overtreding of’ niet naleving van een van de bepalingen van deze
                        verordening, kunnen burgemeester en wethouders besluiten tot het toepassen
                        van politiedwang, waarbij ontzegging van het verblijf’ op een centrum
                        gedurende een bepaalde tijd van ten hoogste één jaar kan wor— den opgelegd. </al><al>2. Vooraf zal de bewoner schriftelijk in kennis worden gesteld op welke
                        gronden tot het uitoefenen van politiedwang en ontzegging van het ver— blijf
                        op het centrum wordt overgegaan. </al><al>3. Tegen een besluit tot verwijdering van het centrum en ontzegging van het
                        verblijf gedurende een bepaalde tijd van ten hoogste één jaar kan de bewoner
                        schriftelijk binnen 30 dagen na dagtekening van het besluit van burgemeester
                        en wethouders beroep instellen bij de commissaris der Koningin. Dit beroep
                        heeft geen schorsende werking. </al><al>4. Tegen een besluit tot uitoefening van politiedwang, niet bestaande uit
                        verwijdering van het centrum, kan de bewoner bezwaar indienen bij
                        burgemeester en wethouders. Het bepaalde in artikel 9, eerste en derde lid
                        is van overeenkomstige toepassing. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Betreden woonwagen, plaatsen, ruimten</titel></kop><al>1. Bij deze wordt de last verstrekt tot het binnentreden of betreden van al
                        dan niet besloten ruimten of plaatsen, desnoods tegen de wil van de
                        rechthebbende: a. aan de opsporingsambtenaren, die belast zijn met opsporing
                        van overtredingen van deze verordening; b. aan hen, die door het bevoegd
                        gezag belast zijn met uitvoering van politiedwang of die anderszins belast
                        zijn met daadwerkelijke uitvoe— ring van deze verordening of’ daarbij moeten
                        inedewerken. </al><al>2.De in lid 1 gegeven last is te allen tijde uitvoerbaar. </al><al>3. Van de in lid 1 gegeven last mag voor wat betreft het binnentreden van
                        woonwagens tegen de wil van de bewoner slechts gebruik gemaakt worden voor
                        zover dat geschiedt in verband met de overtreding van bepalingen van deze
                        verordening, die strekken tot handhaving van de openbare rust of veiligheid
                        of tot bescherming van het leven of de gezondheid van personen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                        ‘Verordening Woonwagencentrum Wijk bij Duurstede 1984. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op een door
                        burgemeester en wethouders te bepalen datum. Aldus vastgesteld in de
                        openbare vergadering van 30 oktober 1984</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de secretaris De voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Deze verordening is afgekondigd op 15 maart 1985 en in werking getreden op
                        14 maart 1985 de gemeentesecretaris van Wijk bij Duurstede, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>