<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR330889_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hillegom</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hillegom</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl 05-06-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14-04852</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hillegom,</al><al>gelezen het voorstel van de voorzitter en de griffier van 23 april
                        2014,</al><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet,</al><al>besluit</al><al>vast te stellen de volgende</al><al/><al><vet>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Informatie en bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Verzoek om informatie of bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij
                                de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand
                                bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de
                                griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde
                                bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan
                                worden verleend, kan de griffier de secretaris verzoeken, één of
                                meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig
                                mogelijk verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ambtenaar verstrekt de betrokken portefeuillehouder in het
                                college desgewenst informatie over het verzoek en de verleende
                                bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Weigeren van ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke
                                bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeftop de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd,
                                deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en
                                aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Geschil bij weigeren van ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Geschil over verleende ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan
                                de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing, leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Recht op fractieondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 7 van het Reglement van orde
                                van de gemeenteraad, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als
                                tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                                fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel voor elke fractie. Daarnaast
                                ontvangt elke fractie een bedrag per raadszetel. De hoogte van de
                                bedragen wordt jaarlijks bepaald bij de vaststelling van de
                                begroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvraag ontvangt elke fractie een tegemoetkoming voor de
                                aanschaf of het gebruik van eigen computerapparatuur met toebehoren
                                ten behoeve van het functioneren van een burgerlid dat op voordracht
                                van de fractie is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in het derde lid kan tot uiterlijk een half
                                jaar voor afloop van de raadsperiode worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Besteding van fractieondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage, bedoeld in artikel 5 eerste en tweede
                                lid, om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en
                                controlerende rol te versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en burgerleden voor zover deze
                                        inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten
                                        van de deelnemers.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorschot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage voor fractieondersteuning, bedoeld in artikel 5, eerste
                                en tweedelid , wordt voor 31 januari van een kalenderjaar als
                                voorschot op dat kalenderjaar verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot
                                verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen
                                plaatsvinden. In de eerste maand na de verkiezingen wordt het
                                voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen voorschotten in
                                jaren waarvoor de raad de bedragen heeft vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 10, tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Splitsing fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 5,
                                tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie
                                verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het
                                aantal bij de splitsing betrokken leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling
                                die volgt uit het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reservering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de
                                bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, ter besteding
                                door die fractie in volgende jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in
                                het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 10, over dat
                                jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die
                                onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het
                                oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.
                                Indien een dergelijke fractie ontbreekt, vervalt de reserve.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden
                                dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat
                                meerdere.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
                                betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                splitsing betrokken leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                                kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de
                                bijdrage voor fractieondersteuning als bedoeld in artikel 5 eerste
                                en tweede lid onder overlegging van een verslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de bedragen vast van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar
                                        uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de resterende reserve;</al></li><li nr="d."><al>de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven
                                        en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte
                                        van de terugvordering van ontvangen voorschotten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium adviseert de raad over de vaststelling als bedoeld in
                                het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elke fractie legt, uiterlijk vier maanden voor het eind van de
                                raadsperiode of zoveel eerder als de fractie ophoudt te bestaan,
                                verantwoording af over de besteding van de tegemoetkoming als
                                bedoeld in artikel 5, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad stelt de definitieve hoogte van de tegemoetkomingen als
                                bedoeld in artikel 5 derde lid vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toepassing Awb</titel></kop><al>Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de
                            financiële middelen die een fractie ontvangt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van haar bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt de Verordening op de ambtelijke bijstand
                                    en de fractieondersteuning vastgesteld bij raadsbesluit van 2
                                    december 2010.</al><al/></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad in de vergadering van 22 mei 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. P.M. Hulspas-Jordaan</ondertekening><ondertekening>griffie</ondertekening><ondertekening>J.Broekhuis</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening op de ambtelijke bijstand en de
                        fractieondersteuning</titel></kop><al>ALGEMEEN</al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Het legt
                    expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke
                    bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op
                    fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden
                    geregeld.</al><al/><al>In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij is het eerste
                    aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vormt ook de
                    schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak.</al><al>Waar deze verordening spreekt over “de secretaris” wordt de gemeentesecretaris
                    bedoeld.</al><al/><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. De verordening is
                    niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het verlenen van bijstand aan
                    raadsleden bemoeilijken. Maar aangezien het de verhouding betreft tussen de
                    raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie, is behoefte aan duidelijke
                    regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk voor het college.</al><al>Dat de raad beschikt over een griffie betekent niet dat er geen behoefte meer
                    zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De
                    griffie is, in vergelijking met de reguliere organisatie, beperkt in omvang.
                    Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen, moties
                    en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan ook nodig blijven. Dit
                    geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke
                    organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze
                    vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze verordening vormt
                    de uitwerking van dit recht.</al><al>In de gehele verordening wordt onderscheid gemaakt tussen ambtenaren en
                    medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren gesproken wordt, worden
                    ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van
                    het college staan en worden dus niet griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet
                    weg dat medewerkers van de griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet
                    zijn.</al><al>Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot de normale taakuitoefening van de
                    ambtenaar. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent, behoudt
                    het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken.</al><al>De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is er sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al/><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Het begrip document wordt hier gebruikt in de betekenis die het in de Wet
                    openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin
                    van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare documenten wordt een
                    regeling gegeven in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet.</al><al>De griffier is de centrale functionaris bij andere verzoeken om bijstand. Omdat
                    de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal
                    de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>Het betrokken collegelid heeft er belang bij op de hoogte zijn van de bijstand
                    die is verleend door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren.
                    Het college en de secretaris kunnen afspreken in welke gevallen hiervan melding
                    wordt gemaakt.</al><al/><tussenkop>Artikelen 2 en 3</tussenkop><al/><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 3 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook met het betrokken
                    raadslid). Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeesterwordt hij
                    vervangen door een door het college aan te wijzen wethouder (artikel 77, lid 1
                    Gemeentewet). Een beslissing van de burgemeester in dit verband is niet vatbaar
                    voor beroep. Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg de burgemeester
                    verzoeken over zijn beslissingen verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al>Voor de griffier en medewerkers van de griffie zijn geen weigeringsgronden
                    opgenomen. De griffier en griffiemedewerkers zijn ondergeschikt aan de raad en
                    zullen in principe alle opdrachten van raadsleden moeten uitvoeren.</al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al/><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn
                    verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie worden
                    voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in het
                    gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor.</al><al>Wel dient het raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met de
                    secretaris.</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al/><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. Deze
                    bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke
                    fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat
                    grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat
                    zij een hogere vergoeding krijgen.</al><al>Lid 3 is toegevoegd om fracties de gelegenheid te bieden hun burgerleden toe te
                    rusten voor de digitale werkomgeving. De Verordening op de raadscommissie
                    bepaalt hoeveel burgerleden elke fractie maximaal mag hebben. Evenzoveel malen
                    per raadsperiode kan een fractie een tegemoetkoming als bedoeld in lid 3
                    aanvragen. Om niet-doelmatige besteding van middelen te voorkomen, is in het
                    vierde lid een termijn genoemd waarbinnen de tegemoetkoming moet worden
                    aangevraagd.</al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al/><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke
                    besteding van de fractieondersteuning. Voorwaarde is wel dat de bijdrage besteed
                    wordt aan raadswerkzaamheden.</al><al>Verder is een aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag
                    worden.</al><al>Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes
                    worden gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk
                    (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn
                    grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de
                    bijdrage voor fractieondersteuning.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al/><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het
                    voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt
                    aan de nieuwe verhoudingen in de raad. Indien blijkt dat het geld onrechtmatig
                    of niet is besteed kan dit na afloop van het jaar verrekend worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al/><al>Bij splitsing van een fractie moet het al eerder verstrekte voorschot direct
                    verrekend worden. Als dat niet gebeurt beschikt een deel van de oorspronkelijke
                    fractie over een te groot voorschot en heeft het andere deel geen voorschot. Na
                    het kalenderjaar moet dan alsnog verrekend worden. Het is billijker de
                    verrekening in deze gevallen direct te laten plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al/><al>De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet
                    eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden.</al><al>Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met
                    de splitsing van een fractie. Het zesde lid regelt dat de reserve naar
                    evenredigheid verdeeld wordt over de nieuw ontstane fracties.</al><al/><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al/><al>Uit het verslag kan naar voren komen dat er een verrekening dient plaats te
                    vinden met het verstrekte voorschot. Indien niet verrekend kan worden,
                    bijvoorbeeld omdat een fractie uit de raad verdwijnt zal de raad het ten
                    onrechte uitgekeerde voorschot kunnen terugvorderen.</al><al>Ten onrechte uitgekeerde tegemoetkomingen voor burgerleden zullen worden
                    teruggevorderd.</al><al>De vermelding in de verordening van de mogelijkheid van terugvordering is strikt
                    genomen overbodig omdat die mogelijkheid ook al bestaat op grond van artikel
                    4:57 van de Awb. Bestedingen in strijd met deze verordening kunnen worden
                    teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, nog geen
                    vijf jaren zijn verstreken.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al/><al>Indien fractieondersteuning de vorm heeft van financiële middelen is sprake van
                    een subsidie als bedoeld in titel 4.2 Awb.</al><al>Dit betekent dat bijvoorbeeld de mogelijkheid bestaat om bezwaar en beroep in te
                    stellen tegen de beschikking die een bepaald budget ter beschikking stelt of
                    tegen een terugvordering.</al><al/><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al/><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>