<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR330875_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaarschriften ambtenarenzaken 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-30192.html">Gemeenteblad 2014, 30192</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaarschriften ambtenarenzaken 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelII/HoofdstukV/Artikel84">Gemeentewet, art. 84</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelII/HoofdstukVII/Paragraaf3/Artikel107">Gemeentewet, art. 107</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelII/HoofdstukVII/Paragraaf3/Artikel107e">Gemeentewet, art. 107e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukX/Artikel160">Gemeentewet, art. 160, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk7/Afdeling72/Artikel710">Algemene wet bestuursrecht, art. 7:10</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-05-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-05-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14INT01002</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening behandeling bezwaarschriften ambtenarenzaken 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hellendoorn;</al><al>Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 18 maart
                  2014;</al><al>Gelet op de artikelen 84, 107, 107e, 149 <sup/>en artikel 160, eerste lid onder
                  b. en c. Gemeentewet en artikel 7:10 Algemene wet bestuursrecht;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening behandeling bezwaarschriften ambtenarenzaken 2014</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                           genomen;</al></li><li nr="b."><al>commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften
                           ambtenarenzaken;</al></li><li nr="c."><al>wet: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al>ambtenaar: ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet, zijn nagelaten
                           betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Behandeling van de bezwaarschriften</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte
                           bezwaren als bedoeld in artikel 1:5 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften, die zijn
                           ingediend door de ambtenaar tegen besluiten en andere handelingen waarbij
                           zijn belang als zodanig is betrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit drie door de raad te benoemen personen,
                           waaronder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. Daarnaast
                           wijst de raad een plaatsvervangend lid aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in de commissie zitting hebbende leden mogen geen lid zijn van de
                           raad of het college of in dienst zijn van de gemeente Hellendoorn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 103 van de Gemeentewet kan door de
                        gemeentesecretaris een gemeenteambtenaar worden aangewezen voor de functie
                        van secretaris van de commissie. De gemeentesecretaris kan eveneens een
                        waarnemend secretaris aanwijzen. Voor de aanwijzing zijn uitgesloten de
                        ambtenaren, die zitting hebben in de toetsingscommissie functiewaardering,
                        alsmede ambtenaren, werkzaam bij de unit personeel en organisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en leden van de commissie treden af op de dag van het
                           aftreden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment
                           ontslag nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven
                           hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                           aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad – als het bezwaarschrift is ingediend door de griffier of een
                           medewerker van de griffie – dan wel het college – in de andere gevallen -
                           stelt het bezwaarschrift alsmede zijn bedenkingen en de overige op het
                           bezwaarschrift betrekking hebbende bescheiden zo spoedig mogelijk in
                           handen van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid genoemde bescheiden worden uiterlijk op het in
                           artikel 10, eerste lid genoemde tijdstip eveneens ter kennis gebracht van
                           betrokkene en eventueel diens gemachtigde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Mandatering bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de artikelen</al><lijst><li nr="-"><al>6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn
                              waarbinnen het verzuim in de zin van het niet voldoen aan de
                              vereisten, als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden
                              hersteld;</al></li><li nr="-"><al>6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de
                              behandeling door de commissie;</al></li><li nr="-"><al>7:4, lid 2;</al></li><li nr="-"><al>7:6, lid 4;</al></li></lijst><al>van de wet worden voor de toepassing van deze wet opgedragen aan de
                        commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de
                           behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                           inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                           bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig
                           uitnodigen daartoe op de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten
                           zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                           waarin de belanghebbende en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden
                           gesteld zich door de commissie te doen horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belanghebbende kan zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. De
                           gemachtigde moet een schriftelijke en door de indiener van het
                           bezwaarschrift ondertekende machtiging overleggen, tenzij hij als
                           advocaat of procureur is ingeschreven of de indiener van het
                           bezwaarschrift met de gemachtigde verschijnt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                           wet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van het in het derde lid genoemde artikel
                           besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbende;</al></li><li nr="b."><al>het verwerend orgaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter deelt de belanghebbende en het verwerend orgaan tenminste
                           twee weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid
                           worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kan de
                           belanghebbende of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de
                           voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede
                           lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het
                           tijdstip van de zitting aan de belanghebbende en het verwerend orgaan
                           meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of
                           afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede
                           en derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien hetgeen ter zitting aangevoerd is daar aanleiding toe geeft, kan
                           de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie de
                           directe en/of indirecte leidinggevende van de belanghebbende horen. De
                           belanghebbende en/of diens gemachtigde en het verwerend orgaan worden in
                           de gelegenheid gesteld daarbij aanwezig te zijn. De secretaris maakt van
                           het horen een verslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist, dat de meerderheid van het
                        aantal leden, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn
                        plaatsvervanger, aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet deelnemen aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in
                        het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid van de zitting</titel></kop><al>De zitting van de commissie vindt met gesloten deuren plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet en artikel 10, vijfde
                           lid van deze verordening vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij
                           een vermelding van hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen is gezegd en
                           overigens ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                           aan het verslag worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de
                           commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld,
                           nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen
                           beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                           de leden van de commissie, de belanghebbende en het verwerend orgaan
                           toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien uit het onderzoek feiten of omstandigheden bekend worden die voor
                           de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen
                           zijn, wordt dit aan de belanghebbende en het verwerend orgaan bekend
                           gemaakt en worden zij in de gelegenheid gesteld daarover te worden
                           gehoord. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                           bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting,
                           zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                           door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen
                           advies. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                           voorzitter. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding
                           gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                           beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie
                           ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                           artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie,
                           tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient
                           te beslissen. De leden van de commissie ontvangen een afschrift van
                           genoemde bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn
                           van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van de wet,
                           ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door
                           de commissie en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het in het
                           eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                           belanghebbende een afschrift.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag, volgende op die van haar
                     bekendmaking. Gelijktijdig vervalt de Verordening behandeling bezwaarschriften
                     ambtenarenzaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college en, als
                     de zaak tijdens een vergadering geen uitstel toelaat, beslist de
                     voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen bij
                     de uitoefening van hun lidmaatschap ter kennis komt, voor zover het belang van
                     de medewerker dit vereist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening behandeling
                     bezwaarschriften ambtenarenzaken 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Deze verordening is door het college van burgemeester en wethouders
                  vastgesteld in zijn vergadering van 18 maart 2014 onder nr. 14INT01019.</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en Wethouders van Hellendoorn,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>