<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR330867_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente De Bilt 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-03-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Biltbuis 04-06-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente De Bilt 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-12-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met inwerkingtreding van deze regeling vervalt de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente De Bilt 2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente De Bilt 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet het advies van het Seniorenconvent op 8 april 2014 en 13 mei 2014 over
                        paragraaf 2. Fractieondersteuning;</al><al>De raad van de gemeente De Bilt;</al><al>Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning De Bilt,
                        2014</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij
                                de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand
                                bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de
                                griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde
                                bijstand niet door de griffie kan worden verleend kan de griffier de
                                secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen die de
                                gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke
                                bijstand aan een raadslid tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst een afschrift van het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om
                                ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies, wenden zij
                                zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk op het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar
                                verleende ambtelijke bijstand kan hiervan mededeling worden gedaan
                                aan de secretaris;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de
                                kwestie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Jaarlijkse financiële bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elke fractie als bedoeld in artikel 9 van het Reglement van
                                orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad wordt
                                jaarlijks een financiële bijdrage gereserveerd als tegemoetkoming in
                                de kosten voor het functioneren van de fractie. Via de griffier kan
                                een beroep worden gedaan op de financiële bijdrage. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 1000,00 voor elke
                                fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 80,00 per
                                raadszetel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een jaar waarin gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden, is het
                                vaste en het variabele deel beschikbaar tot en met de maand waarin
                                de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin
                                de eerste vergadering van de nieuw gekomen raad plaatsvindt, wordt
                                het bedrag gereserveerd voor de overige maanden van dat jaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Financiële bijdrage bij splitsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien tijdens een zittingsjaar, na mededeling aan de voorzitter
                                    van de raad:</al><lijst><li nr="a."><al>Één of meer leden van een fractie als zelfstandige
                                            fractie gaan optreden,</al></li><li nr="b."><al>Twee of meerdere fracties als één fractie gaan
                                            optreden,</al></li><li nr="c."><al>Twee of meer leden van een fractie zich aansluiten bij
                                            een andere fractie, </al></li></lijst></li></lijst><al>wordt met de daardoor veranderde situatie voor de berekening van artikel
                            5 bedoelde vaste tegemoetkoming eerst rekening gehouden bij de aanvang
                            van het eerstvolgende kalenderjaar.</al><lijst><li nr="2."><al>Het raadslid neemt het variabele deel voor de resterende maanden
                                    van het kalenderjaar mee naar de nieuwe fractie.</al></li><li nr="3."><al>Indien een raadslid zijn zetel teruggeeft aan de raad wordt het
                                    variabele deel voor de resterende termijn teruggestort naar de
                                    algemene reserve. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Besteding financiële bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De financiële bijdrage wordt aan de fracties toegekend om hun
                                volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak te
                                versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet besteed worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a)"><al>a. uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al></li><li nr="b)"><al>b. betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van diensten en/of goederen geleverd ten
                                        behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde,
                                        reële declaratie;</al></li><li nr="c)"><al>c. giften;</al></li><li nr="d)"><al>d. uitgaven welke dienen te worden betaald uit de
                                        vergoedingen die de leden ontvangen ingevolge het
                                        rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al></li><li nr="e)"><al>e. opleidingen voor raads- en commissieleden voor zover deze
                                        inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten
                                        van de deelnemers;</al></li><li nr="f."><al>diverse kosten gerelateerd aan niet-openbare
                                        bijeenkomsten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reservering niet-gebruikte financiële bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad reserveert het in het jaar niet gebruikte gedeelte van de
                                bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in
                                de volgend jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De totale reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de
                                fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam op grond van artikel
                                5. Het overige niet-gebruikte deel vloeit terug in de
                                gemeentekas.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroep op in enig kalenderjaar opgebouwde reserve, komt tot
                                uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 9 over dat
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt de reserve verdeeld over de
                                betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij splitsing
                                betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30%
                                van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in het voorgaande
                                kalenderjaar ontving. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De reserve blijft na de verkiezingen beschikbaar voor de fractie die
                                onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het
                                oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden
                                beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als bij zetelverlies de reserve voor de fractie hoger zou worden dan
                                aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat
                                meerdere.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De niet-gebruikte bijdragen en reserveringen van een fractie die na
                                de verkiezingen niet terugkeert, dan wel geen rechtsopvolger heeft,
                                vloeien terug naar de gemeentekas.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verantwoording financiële bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffie verschaft jaarlijks in februari aan de raad een overzicht
                                van de besteding van de bijdrage van fractieondersteuning over het
                                voorgaande kalenderjaar incl. bijbehorende nota’s. De nota’s over
                                het voorgaande kalenderjaar kunnen tot en met 15 januari bij de
                                griffie worden ingeleverd. Bij het overzicht wordt ook een advies
                                van de griffier gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks de volgende bedragen vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorig kalenderjaar
                                        uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de resterende reserve;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Controle van het overzicht kan plaatsvinden door de accountant, in
                                het kader van de controle op de jaarrekening. De accountant kan
                                advies uitbrengen aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Toepassing Awb</titel></kop><al>Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de
                            financiële middelen die een fractie ontvangt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van de verordening beslist de raad op voordracht van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 19 maart
                            2014. Op dat tijdstip vervalt de Verordening ambtelijke bijstand en
                            fractieondersteuning gemeente De Bilt, d.d. 27 april 2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeerregel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening ambtelijke
                            bijstand en fractieondersteuning gemeente De Bilt, 2014’. </al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 22 mei 2014,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. G.C.I. Kager A.J. Gerritsen </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting bij de Modelverordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
                    (artikel 33 Gemeentewet)</al><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is in 2002 door de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur
                    ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en individuele
                    raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke groeperingen
                    bestaat daarnaast een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze
                    rechten moet bij verordening worden geregeld.</al><al>In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij of zij is het
                    eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult
                    ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft.</al><al>Gezien de duale verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het punt van de
                    ambtelijke bijstand heldere scheidslijnen worden getrokken tussen werkzaamheden
                    voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking in het feit dat een
                    raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim moeten worden gehouden. De ambtenaar mag niet onder
                    druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht. Daarom zal
                    een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek om ambtelijke
                    bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de
                    behandelend ambtenaar.</al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk voor
                    het college. Artikel 103 Gemeentewet laat dit scherp zien. Vóór de invoering van
                    de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris (en
                    daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het
                    college terzijde stond. In de duale verhoudingen staat de secretaris het college
                    terzijde en wordt de raad bijgestaan door de griffier.</al><al>Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen
                    behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie
                    beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken
                    van amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan
                    ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de
                    reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend
                    en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd.
                    Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al>De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al>In 2014 is de verordening op het onderdeel fractieondersteuning (paragraaf 2)
                    opnieuw tegen het licht gehouden. De achterliggende reden is de verantwoording
                    van de fractiebijdrage. Het achteraf inzichtelijk maken van de verantwoording
                    door de fracties en de daarbij tijdrovende werkzaamheden van de griffie hebben,
                    mede op advies van de accountant, er toe geleid dat de raad heeft gekozen voor
                    een declaratiesysteem. Deze werkwijze is in paragraaf 2 vastgelegd.</al><al>Artikelgewijze toelichting</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                        verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om
                        het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
                        afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de
                        griffier die het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere
                        ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in
                        de betekenis die het in de Wet openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar
                        wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Op
                        niet-openbare documenten is het bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de
                        Gemeentewet van toepassing. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het
                        Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad, het Reglement van orde
                        voor de vergaderingen van het college en de Verordening op de
                        raadscommissies.</al><al>Er is voor gekozen de griffier te benoemen als centrale functionaris. Het
                        bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de
                        raad en het college, die bij de dualisering hun beslag hebben gekregen,
                        leiden ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de
                        griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal
                        de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De
                        ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijkerwijs tot een
                        verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                        verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de
                        verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De
                        griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                        tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                        gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                        bedoeld die onder het gezag van het college vallen en dus niet onder de
                        noemer “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet weg dat medewerkers van de
                        griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>In het eerste lid wordt de mogelijkheid geboden aan raadsleden om zich
                        rechtstreeks tot een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie te
                        wenden. De keuze is uiteraard aan de raad.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><al><vet>Verlenen van ambtelijke bijstand</vet></al><al>De voormalige artikelen 6 en 7 van de modelverordening zijn vanwege de
                        helderheid nu toegevoegd aan artikel 2, vierde en vijfde lid. Het betreft
                        hier immers regels omtrent hetzelfde onderwerp dat reeds geregeld is in
                        artikel 2.</al><al>In het vierde lid wordt gewezen op het belang dat de betrokken
                        portefeuillehouder heeft van het op de hoogte zijn van het feit dat bijstand
                        is verleend door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren.
                        Gezien de afstand tussen raad en college is het logisch dat desgewenst
                        melding wordt gemaakt van het verlenen van ambtelijke bijstand. Het college
                        en de secretaris kunnen afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt
                        gemaakt.</al><al>Het vijfde lid voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen
                        raad en college terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke bijstand
                        verzoekt, moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten
                        van die werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te
                        verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet
                        om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid is in
                        het vijfde lid bepaald dat wethouders of de burgemeester zich voor
                        informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en niet tot de
                        behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de
                        onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel
                        van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke
                        bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit
                        gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent behoudt het college dus de
                        mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich
                        voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als
                        hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. Artikel 3 regelt dat de
                        uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                        voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover
                        overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het
                        betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover
                        de burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                        Gemeentewet).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn
                        of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere
                        instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn
                        eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen
                        instantie voor.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te
                        voeren met de secretaris.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Jaarlijkse financiële bijdrage</titel></kop><al>Fractieondersteuning vindt haar vorm in financiële ondersteuning. De hoogte
                        van het budget voor fractieondersteuning wordt in de programmabegroting
                        opgenomen en dus door de raad vastgesteld. De fractieondersteuning bestaat
                        per kalenderjaar uit een vast bedrag per fractie aangevuld met een vast
                        bedrag per raadszetel. Het vaste bedrag per fractie garandeert dat elke
                        fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen.
                        Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair gebied ligt het
                        voor de hand dat zij een hogere vergoeding krijgen in de vorm van het
                        aanvullende deel dat de fractie per raadszetel krijgt.</al><al>Via de griffier kan een beroep worden gedaan op de financiële bijdrage door
                        de nota’s te overhandigen. In een verkiezingsjaar wordt het bedrag in twee
                        gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het dan aangepast wordt aan de
                        nieuwe verhoudingen in de raad.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Financiële bijdrage bij splitsing</titel></kop><al>Indien een raadslid zich afsplitst van de fractie wordt de vaste
                        fractiebijdrage door deze veranderende situatie pas doorgevoerd bij aanvang
                        van het eerstvolgende kalenderjaar. Dit voorkomt ingewikkelde berekeningen.
                        Het betreffende raadslid neemt wel het bedrag van de raadszetel voor de
                        resterende maanden van het kalenderjaar mee naar zijn nieuwe fractie. Let
                        wel: de bijdrage is niet aan de persoon toegewezen, maar aan de fractie. Dit
                        betekent dat raadleden niet zelf over de bijdrage kunnen beschikken. Als de
                        raadszetel wordt terug gegeven aan de raad, wordt het deel van de raadszetel
                        voor de resterende maanden van het kalenderjaar teruggestort in de
                        gemeentekas.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Besteding financiële bijdrage</titel></kop><al>Voor wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning wordt
                        de fracties grotendeels de vrijheid gelaten. Minimumvoorwaarde is wel dat de
                        bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen
                        genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder
                        andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden
                        gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk
                        (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn
                        grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met
                        de bijdrage voor fractieondersteuning. Gelet op gelijkheid tussen landelijk
                        gelieerde partijen en lokale partijen mag de bijdrage ook niet worden
                        besteed aan lidmaatschappen en/of contributies aan vereniging van
                        plaatselijke politieke groeperingen. </al><al>Algemene opleidingen voor raads- en commissieleden die meestal worden
                        georganiseerd door de griffie(r) dienen bekostigd te worden uit de
                        gemeentelijke bedrijfsvoering en dientengevolge ook niet uit de bijdrage
                        voor fractieondersteuning. Deze cursussen worden veelal verzorgd door
                        politiek neutrale instituten.</al><al>Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat kan deze inhoudelijk
                        niet te zeer gedetailleerd geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm
                        van het beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren voor de fracties wordt
                        niet wenselijk geacht, aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning
                        betreft. Fracties moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de
                        fracties eventueel ondersteunen. (Zie voor de bijlage).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Reservering niet-gebruikte financiële bijdrage</titel></kop><al>Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan
                        met de splitsing van een fractie. De regeling voorziet in het naar
                        evenredigheid verdelen van de reserve over de nieuw ontstane fracties.
                        Indien een splitsing kort na de verkiezingen plaatsvindt zou een conflict
                        kunnen ontstaan over de verdeling van de reserve. De regeling laat er echter
                        geen twijfel over dat ook in dat geval de reserve verdeeld moet worden.</al><al>De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal
                        niet eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum
                        gebonden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Verantwoording financiële bijdrage</titel></kop><al>De uitgaven dienen inzichtelijk te worden gemaakt door het overleggen van de
                        nota’s zodat de raad bij vaststelling kan oordelen of de bestedingen
                        rechtmatig zijn gedaan.</al><al>Indien de fractiebijdrage is besteed aan advertenties dan dient naast de
                        nota ook een kopie van de betreffende advertentie te worden overlegd. De
                        griffie verricht de toetsing op de verantwoording van de stukken. Uit het
                        advies van de griffie kan naar voren komen dat een verrekening dient plaats
                        te vinden met de reservering. Indien achteraf blijkt dat het geld
                        onrechtmatig is besteed, dan wordt dit</al><al>met de reservering van het lopende kalenderjaar verrekend. De controle van
                        het verslag kan door de accountant meegenomen worden bij de controle van de
                        jaarrekening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Toepassing Awb</titel></kop><al>De fractieondersteuning is gelijk gesteld aan het verkrijgen van een
                        subsidie als bedoeld in titel 4.2 Awb. Dit impliceert dat de raad de
                        mogelijkheid heeft om bezwaar en beroep in te stellen tegen de beschikking
                        die een bepaald budget ter beschikking stelt, en/of de mogelijkheid heeft om
                        bezwaar en beroep in te stellen tegen een terugvordering cq.
                        verrekening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeerregel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al><al> Bijlage: aanvullende en verduidelijkende afspraken (september 2013)</al><lijst><li nr="-"><al>Alleen kosten betreffende het boekjaar waarover verantwoording wordt
                                afgelegd, kunnen gedeclareerd worden. Vooruit- en achterafbetalingen
                                voor bijvoorbeeld een kerst- of Nieuwjaarsgroet zijn niet
                                mogelijk.</al></li><li nr="-"><al>Duidelijk omschrijving van een uitgave om de
                                volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol te
                                versterken. Bijvoorbeeld bij het declareren van zaalhuur ook het
                                inhoudelijk programma van de betreffende avond toevoegen zodat
                                zichtbaar is dat de bijeenkomst bedoeld was om één van de drie
                                rollen te versterken.</al></li><li nr="-"><al>Bij het declareren van kilometers ook adresgegevens toevoegen zodat
                                aantal opgevoerde kilometers gecontroleerd kan worden.</al></li><li nr="-"><al>Trainingen verzorgt door de eigen politieke partij mag mits het een
                                training was die bedoeld was om de volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende of controlerende rol te versterken. Programma en
                                deelnemerslijst van de training moeten toegevoegd worden. </al></li><li nr="-"><al>Het declareren van een fractielaptop mag mits het bedoeld is om de
                                volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol te
                                versterken. Aangetoond moet worden dat deze laptop alleen voor
                                fractiedoeleinden wordt gebruikt. Het door de gemeente De Bilt
                                gehanteerde afschrijftermijn van een pc of laptop is 3 jaar.
                                Maximaal één laptop mag per raadsperiode gedeclareerd worden. </al></li><li nr="-"><al>Het vergoeden van werkzaamheden en onkosten van een fractieassistent
                                mag. Van belang is een duidelijke taakomschrijving toegevoegd aan
                                een inhoudelijke declaratie c.q. factuur van de fractieassistent
                                zelf. Uit de declaratie moet blijken hoe de fractieassistent heeft
                                bijgedragen aan het functioneren van de fractie en hoe deze persoon
                                heeft bijgedragen aan de versterking van de
                                volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol van de
                                fractie.</al></li><li nr="-"><al>Aan elke declaratie moet een factuur of bon zijn toegevoegd. Alleen
                                een beschrijving of bankafschrift is niet voldoende. Zonder bon of
                                factuur wordt de declaratie niet goedgekeurd.</al></li><li nr="-"><al>Bankkosten kunnen niet gedeclareerd worden. </al></li><li nr="-"><al>De hosting van de website van de fractie kunnen voor max. 50 %
                                gedeclareerd worden.</al></li><li nr="-"><al>Een heisessie van een fractie kan maximaal één keer per boekjaar
                                gedeclareerd worden mits de heisessie bedoeld was om de
                                volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te
                                versterken. Programma en deelnemerslijst moeten toegevoegd worden
                                aan de declaratie. Verblijfkosten tijdens deze heisessie kunnen
                                gedeclareerd worden, vanzelfsprekend binnen alle redelijkheid. </al></li><li nr="-"><al>Representatiekosten maken onderdeel uit van de vaste
                                onkostenvergoeding zoals geregeld in het rechtspositiebesluit. Deze
                                kosten kunnen dus niet gedeclareerd worden. Tip: maak een eigen
                                lief&amp;leedpotje en gebruik deze bij attenties rond installatie,
                                afscheid, ziekte, geboorte, sterfte, e.d. van (oud)fractiegenoten en
                                (oud)collega’s. </al></li><li nr="-"><al>Fooien kunnen niet gedeclareerd worden.</al></li><li nr="-"><al>Maximaal het bedrag dat, aan fractievergoeding in een boekjaar
                                inclusief eventuele besteding van reserves in het betreffende
                                boekjaar, is ontvangen, dient verantwoord te worden.</al></li></lijst></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>