<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33083_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Olst-Wijhe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-Huis, 20-05-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Olst-Wijhe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, artt. 108, 147, 148 en 156</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0023466">Wet basisregistratie adressen en gebouwen, art. 6</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsvoorschriften verordening huisnummering</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de naamgeving en nummering (adressen) gemeente
      Olst-Wijhe
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Olst-Wijhe;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 31 maart 2010, nr.
            2010/32;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 6 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en</al>
          <al>artikel 147 van de Gemeentewet (medebewindstaken), en</al>
          <al>de artikelen 108, eerste lid, en artikel 149 van de Gemeentewet (autonome taken),
            en</al>
          <al>artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet (delegatiebesluit);</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende </al>
          <al/>
          <al>Verordening op de naamgeving en nummering (adressen) gemeente Olst-Wijhe</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan onder:</al>
            <al>
              <cursief>a. Adres:</cursief> door het college aan een
              verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit
              een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam
              van een woonplaats.</al>
            <al>
              <cursief>b.Afgebakend
                terrein:</cursief> een terrein met een kunstmatige of natuurlijke
              afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en
              afsluitbaar is.</al>
            <al>
              <cursief>c. College:</cursief> het college van burgemeester en
              wethouders.</al>
            <al>
              <cursief>d.Convenant: </cursief>het tussen de Minister van
              Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse
              Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant
              inzake postcodes.</al>
            <al>
              <cursief>e.Ligplaats</cursief>: door het college als
              zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever
              aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren
              van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.</al>
            <al>
              <cursief>f.Nummeraanduiding</cursief>: door het college
              als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een
              ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al
              dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie.</al>
            <al>
              <cursief>g. Openbare ruimte</cursief>: door het college als
              zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is
              gelegen.</al>
            <al>
              <cursief>h.Pand:</cursief> kleinste bij de
              totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct
              en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. </al>
            <al>
              <cursief>i.Rechthebbende:</cursief>
              een ieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht of een persoonlijk
              recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht
              bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven,
              alsmede de beheerder.</al>
            <al>
              <cursief>j. Standplaats</cursief>: door het college als zodanig
              aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen
              van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige
              of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.</al>
            <al>
              <cursief>k. Uitvoeringsvoorschriften</cursief>: nadere bepalingen
              inzake naamgeving en nummering (adressen).</al>
            <al>
              <cursief>l. Verblijfsobject:</cursief> de kleinste binnen één of
              meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden
              geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang
              vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn
              van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig
              is.</al>
            <al>
              <cursief>m. Wijk- en buurtindeling:</cursief> een indeling van de
              gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling
              verbindt.</al>
            <al>
              <cursief>n.Woonplaats</cursief>: door het college als zodanig
              aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.</al>
            <al>
              <cursief>o</cursief>. <cursief>De Wet</cursief>: Wet basisregistraties adressen en
              gebouwen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de openbare
              ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende
              terreinen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare ruimte</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en kan desgewenst
                de woonplaats(en), al dan niet op basis van bouwblokken, in wijken en buurten
                verdelen en aanduiden met namen, zo nodig met letters en nummers.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte en
                zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld in het eerste
                lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Nummering van objecten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe aan
                verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en
                ligplaatsen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, kan ook op
                voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet verblijfsobjecten of op
                afgebakende terreinen worden toegepast, indien dat naar oordeel van het college
                noodzakelijk is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste tot en met
                vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Namen en nummering aanbrengen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2, worden door of in
                opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse
                aangebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is vastgesteld
                moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn aangebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan de openbare
                ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen door deze op zichtbare wijze
                aan te brengen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand of
                verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein nummers toe te kennen
                door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Plaatsen van naam- en nummerborden</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Gedoogplicht naamborden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding,
                borden met namen van de openbare ruimte, naamverwijsborden, nummerborden,
                nummerverzamelborden en andere (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur,
                paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, draagt de
                rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en
                overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden,
                gewijzigd of verwijderd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de vervallen naam
                is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de nieuwe naam te handhaven zal de
                rechthebbende dit toelaten als daaraan door het college een termijn van niet langer
                dan een jaar is verbonden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid bedoelde borden
                vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Verplichting tot aanbrengen van nummerborden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende van een object er
                voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden aangebracht op
                een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid genoemde nummers
                binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college zijn
                aangebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of afgebakend terrein nog
                niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier weken na voltooiing aangebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het vervallen nummer
                is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe nummer te handhaven zal de
                rechthebbende dit toelaten of daar uitvoering aan geven als daaraan door het college
                een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn verlengen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Nadere voorschriften</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het proces en de
                wijze van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en
                    bouwblokken;</al></li>
                <li nr="b."><al>naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;</al></li>
                <li nr="c."><al>nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en afgebakende
                    terreinen;</al></li>
                <li nr="d."><al>opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant inzake
                postcodes.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel 6, eerste tot
                en met het vierde lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                categorie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening
                is belast de vakgroep Vergunningen en Handhaving.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Op die datum wordt ingetrokken de Verordening naamgeving en nummering (adressen),
                vastgesteld op 27 oktober 2008. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Vervallen oude regels</titel>
            </kop>
            <al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere gemeentelijke
              regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het
              nummeren van de daaraan liggende objecten.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels en
                voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze
                verordening bestaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de
                in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers
                binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers
                die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening naamgeving en nummering
              (adressen) gemeente Olst-Wijhe’.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering d.d. 10 mei 2010.</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>………………………………………………………………..…………………………………………………………….</ondertekening>
        <ondertekening>B.A. Duursema. A.G.J. Strien.</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting op de Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente
          Olst-Wijhe</titel>
        </kop>
        <al/>
        <tussenkop>Algemeen</tussenkop>
        <tussenkop>Wettelijke grondslag</tussenkop>
        <al>Op 1 juli 2009 is de <cursief>Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen</cursief>
          (hierna: Wet BAG), in werking getreden. Deze wet omvat ondermeer regels betreffende de
          methodische registratie van adresgegevens. Met de invoering van de Wet BAG is de gemeente
          de plicht opgelegd om ten behoeve van de basisregistratie adressen bepaalde, expliciet in
          de Wet BAG genoemde zaken, van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Voor zover het
          deze zaken betreft is er sprake van medebewind als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van
          de Gemeentewet. Hoeveel vrijheid de gemeente nog heeft om zelf een regeling rond
          naamgeving en nummering te treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet. Dit
          artikel stelt, dat de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met wetten, algemene
          maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Deze bevoegdheidsafbakening
          betekent, dat de gemeente een aanvullingsbevoegdheid heeft op de hogere regelgeving. De
          gemeente heeft ter voorbereiding daarvan wel rekening te houden met twee grenzen. Een
          benedengrens (niet treden in de bijzondere belangen van de ingezetenen) en een bovengrens
          (regels mogen niet in strijd zijn met hogere regelgeving).</al>
        <al>Al met al staat het de gemeente dus vrij om, met het oog op een goede uitvoering van het
          medebewind, de wijze van naamgeving en nummering in het kader van de Wet BAG nader te
          regelen. Het gaat hier om het zogeheten ‘vrije medebewind’, omdat in de Wet BAG geen
          regels worden gegeven voor het meer creatieve proces dat aan de eerder genoemde
          methodische registratie vooraf gaat; onder andere het bedenken en toekennen van namen aan
          woonplaatsen en aan delen van de openbare ruimte en de methode van toekennen van nummeren
          aan objecten en plaatsen. </al>
        <al>Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de eigen huishouding,
          toegestaan om in de verordening inzake naamgeving en nummering bepalingen op te nemen over
          zaken waarin de Wet BAG in het geheel niet voorziet. Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken
          als de afbakening en aanduiding van wijken, buurten en bouwblokken, alsmede het nummeren
          van afgebakende en afsluitbare terreinen en de naamgeving van gemeentelijke bouwwerken. De
          verordening naamgeving en nummering heeft daardoor een dubbele grondslag nodig. Met
          betrekking tot de beslissingen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG, is er sprake van
          regeling van bestuur in medebewind, waarvoor artikel 108, tweede lid, en artikel 149 van
          de Gemeentewet de grondslag biedt. Voor de overige beslissingen betreft het regeling en
          bestuur op grond van artikel 108, eerste lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee
          grondslagen voor deze verordening worden dan ook in de aanhef van de verordening
          genoemd.</al>
        <al>Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet BAG, dat de in artikel 6 van die wet
          genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen, waarmee wordt
          aangesloten op de voorheen bestaande taaktoedeling op basis van artikel 108, eerste lid en
          hoofdstuk IX van de Gemeentewet. Het is zodoende – mede ingevolge artikel 149 van de
          Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel, ook het onderwerpelijke medebewinddeel
          in een regeling kan uitwerken. In de verordening zelf kan delegatie van beslissingen aan
          het college worden geregeld op grond van de algemene delegatiebevoegdheid van artikel 156,
          eerste lid, van de Gemeente. Dit is in deze verordening ook het geval. (Zie verder ook
          hierna onder dualistisch bestel)</al>
        <tussenkop>Belang van naamgeving en nummering (adressen)</tussenkop>
        <al>Adressen vervullen een essentiële functie in het maatschappelijk verkeer. Niet alleen
          voor dienstverlenende instanties als politie, brandweer, posterijen en ambulancebedrijven,
          maar ook voor bijvoorbeeld de makelaardij, de advocatuur, het notariaat en het
          bedrijfsleven. Zij kunnen veelal hun werkzaamheden niet uitvoeren zonder goed sluitende
          informatie over adressen. Ook de burger heeft belang bij goede adressering van zijn
          woonverblijf. Hij wenst in brede zin <cursief>vindbaar</cursief> te zijn. Adressen
          vervullen binnen het openbaar bestuur eveneens een wezenlijke functie. Enerzijds is een
          groot deel van de overheidsregistraties geordend (toegankelijk) op alfanumerieke volgorde
          van adressen. Anderzijds zijn adressen van wezenlijke betekenis voor het koppelen en maken
          van selecties uit deze registraties. Het benoemen van delen van de openbare ruimte
          (voorheen straatnamen) en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten (voorheen
          huisnummers) is een taak die de gemeente met extra zorg moet omgeven.</al>
        <tussenkop>Algemene wet bestuursrecht</tussenkop>
        <al>Het toekennen van een naam of nummer (adressen) op grond van de verordening is een
          besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit zal aan de formele
          en materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de Awb is het mogelijk tegen
          een besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het besluitende bestuursorgaan. Tevens
          staat de mogelijkheid open om een beroepschrift in te dienen bij de sector bestuursrecht
          van de arrondissementsrechtbank.</al>
        <al>Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag rijzen of er wel sprake is van een
          besluit. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord indien het besluit zich richt op
          bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het besluit gebaseerd is op een
          publiekrechtelijke regeling die een gedoogplicht inhoudt voor de rechthebbende op
          onroerende zaken in verband met het op deze objecten aanbrengen van naam- en nummerborden.
          Op grond van deze verordening zal derhalve sprake zijn van een besluit tot naamgeving of
          nummering. Ook wijziging of intrekking van een naam of nummer of het afwijzen van een
          verzoek daartoe valt binnen de reikwijdte van de AWB. Indien een aanvraag voor een naam of
          een nummering moet worden afgewezen of een besluit tot naamgeving of nummering een
          belanghebbende zou treffen, moet worden bezien of artikel 4:7 dan wel 4:8 van de AWB van
          toepassing is. Deze artikelen houden de verplichting in de aanvrager of belanghebbende te
          horen voordat het besluit wordt genomen.</al>
        <tussenkop>Dualistisch bestel </tussenkop>
        <al>Maar er is meer te melden over de bevoegdheid inzake naamgeving en nummering; namelijk
          het dualistische stelsel. De kern van het dualisme is de ontvlechting van de positie en
          bevoegdheden van de raad en het college. De kaderstellende en controlerende bevoegdheden
          worden bij de raad gelegd en de bestuursbevoegdheden worden bij het college
          geconcentreerd. Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden worden onderscheiden in a.)
          bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen, b.) de bestuursbevoegdheden in
          medebewindwetten en c.) de autonome bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de
          Gemeentewet zijn opgenomen zijn met de inwerkingtreding van de Wet dualisering
          gemeentebestuur (Stb.2002, 111) bij het college gelegd.</al>
        <al>De naamgeving en nummering kan worden aangemerkt als een autonome bestuursbevoegdheid.
          Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na de aanvaardig van de
          grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108 en 147 Gemeentewet kan deze
          bevoegdheid aan het college worden toegekend. Voorlopig blijft deze bevoegdheid nog bij de
          Gemeenteraad. Wel kan de raad ervoor kiezen om vooruitlopend op deze wijziging van de
          Grondwet de bevoegdheid tot naamgeving en nummering aan het college te delegeren. Ter
          volmaking van het dualistische stelsel ligt dit ook in de rede. Wel blijft ook in het
          dualistische stelsel de verordende bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de
          bevoegdheid tot vaststelling van een verordening op de naamgeving en nummering bij de raad
          blijft berusten. De raad kan er echter – ook nu al – voor kiezen om de verordende
          bevoegdheid ter zake van naamgeving en nummering op grond van artikel 156 Gemeentewet aan
          het college te delegeren. Dat is in deze modelverordening ook voor gekozen.</al>
        <tussenkop>Regelen van de gevolgen</tussenkop>
        <al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college rekening
          houden met het belang van vooral bewoners en bedrijven. Wijziging van een naam of een
          nummer treft immers de belangen van bewoners en bedrijven. In bepaalde gevallen kan er
          sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot regeling van de gevolgen van de
          wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is hierbij van belang:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient voldoende
              tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de gewijzigde naam of het
              veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer deze periode is, hoe minder de
              gemeenten gehouden is tot compenserende maatregelen. De in artikel 11 genoemde periode
              kan voor gewone gevallen als een redelijke voorbereiding worden gezien. Gevallen die
              hiervan afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
              klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het verdient aanbeveling in een
              vroeg stadium contact op te nemen met de betrokken bewoners en bedrijven. De Algemene
              wet bestuursrecht (Awb) kent deze verplichting op grond van artikel 4:8.</al></li>
          <li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het vergoeden van de
              gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven waaruit de hoogte of de vorm van
              de vergoeding kan worden afgeleid.</al></li>
          <li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte voorbereidingsperiode geldt, is
              het beschikbaar stellen van een aantal adreswijzigingkaarten in de meeste gevallen een
              redelijke vorm van schadeloosstelling.</al></li>
          <li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk in hun
              belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op vergoeding van een deel van
              de kosten die ze maken. Daarbij zijn de volgende aspecten te overwegen:</al><lijst>
              <li nr="a."><al>De bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten;</al></li>
              <li nr="b."><al>Het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge is toe te rekenen,
                  waarbij de keuze voor vermelding van het adres op verpakkingsmateriaal,
                  winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of productieonderdelen geacht worden tot
                  het ondernemersrisico te behoren;</al></li>
              <li nr="c."><al>De lengte van de voorbereidingsperiode;</al></li>
              <li nr="d."><al>De specifieke aspecten van het bedrijf;</al></li>
              <li nr="e."><al>De voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en andersoortige
                  productieonderdelen die niet tot het ondernemingsrisico zijn te rekenen;</al></li>
              <li nr="f."><al>De actualiteit van de onder punt e genoemde zaken;</al></li>
              <li nr="g."><al>Het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder punt e genoemde
                  zaken;</al></li>
              <li nr="h."><al>De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de onder
                  punt e genoemde zaken.</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1.</tussenkop>
        <al>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving zoals opgenomen in artikel 1
          van de wet. Daardoor zijn de voorheen in de verordening gehanteerde begrippen straatnaam,
          huisnummer, object, gebouw, complex en bouwwerk komen te vervallen. Verblijfsobject, pand,
          nummeraanduiding, wijk- en buurtindeling, woonplaats en convenant zijn aan de
          begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige begrippen zijn ongewijzigd gebleven. Voor de
          goede orde wordt gewezen op het feit dat het begrip &lt; openbare ruimte &gt; onder punt g
          niet precies overeenkomt met de openbare ruimte die wordt gebezigd in het
          spraakgebruik.</al>
        <tussenkop>Artikel 2.</tussenkop>
        <al>Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van de woonplaats(en). Het totale
          grondgebied van de gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden opgedeeld. Dit
          betekent, dat de gemeentegrens altijd samenvalt met de woonplaatsgrenzen. Verder biedt het
          eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen te verdelen in wijken en buurten. In het kader
          van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en het
          Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt
          aangeduid met de term CBS <cursief>wijk- en buurtindeling</cursief>. Deze indeling werd
          noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht
          in de onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter
          ontbroken aan systematisch interbestuurlijk overleg waardoor onduidelijkheid kon ontstaan
          over de te hanteren wijk- en buurtindeling. De minister van Economische Zaken is
          voornemens zijn coördinerende rol inzake wijk- en buurtindeling te reactiveren, maar dat
          heeft nog niet geleid tot nadere bijhoudingsregels. Gemeenten doen er voorlopig verstandig
          aan - bij het opdelen van een woonplaats in wijken en buurten - de CBS-voorschriften
          inzake de wijk- en buurtindeling uit 1970 aan te houden.</al>
        <al>Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van openbare ruimte. In de Wet BAG
          zijn geen bepalingen opgenomen over de grenzen van benoemde delen van de openbare ruimte.
          Daar is in de verordening wel voor gekozen om te voorkomen dat delen van de openbare
          ruimte, onbedoeld, een dubbele naam krijgen of deels geen naam krijgen vanwege
          onduidelijkheid over de begrenzingen. Voor de meeste gemeenten is het vastleggen van
          begrenzingen van benoemde delen van de openbare ruimte al dagelijkse praktijk. Verder is
          in het tweede lid de naamgeving van gemeentelijke gebouwen en bouwwerken meegenomen. Deze
          taak kan, naast de naamgeving van woonplaatsen en de openbare ruimte, aan de
            <cursief>Commissie voor de naamgeving</cursief> worden opgedragen.</al>
        <al>Met de wettelijke regeling inzake de naamgeving van de openbare ruimte komt een einde
          aan discussies over de naamgeving van rijkswegen en provinciale wegen. De Wet BAG schrijft
          namelijk voor dat alle verblijfsobjecten van een nummer moeten zijn voorzien en dat geldt
          dus ook voor bijvoorbeeld benzinestations, restaurants of hotels die alleen via een rijks-
          of provinciale weg zijn te bereiken. Nummers kunnen alleen worden uitgegeven als zij
          worden gerelateerd aan een door het college vastgestelde naam aan een deel van de openbare
          ruimte. Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van de Wet BAG voor rijks- en provinciale
          wegen een naambesluit nemen. Gemeenten moeten hier verstandig met hun bevoegdheid omgaan.
          In dit soort gevallen kan worden aangesloten bij de al jaren door veel gemeenten
          toegepaste werkwijze, waarbij de naamgeving louter wordt gebaseerd op de nummer en het
          type weg. Bijvoorbeeld door de A3 in een bepaalde woonplaats de naam <cursief>&lt;Rijksweg
            A3&gt;</cursief> toe te kennen. Daarmee blijft de A-nummering in tact en ook het type
          weg (rijksweg) blijft onveranderd. (E-aanduidingen moeten niet in de naamgeving van
          rijkswegen worden betrokken.) Zo kan ook bijvoorbeeld de provinciale weg N999 de naam
            &lt;<cursief>Provinciale weg N999</cursief>&gt; worden toegekend. Ook hier blijft het
          type weg en de N-nummering volledig in tact. Tot op heden hebben gemeenten zich aan deze
          werkwijze gehouden.</al>
        <al>Anders ligt dat bij de naamgeving van rivieren en wateren van internationale betekenis.
          Na ampel beraad is besloten over de naamgeving van dit soort openbare buitenruimten geen
          regels op te nemen in de verordening. Er bestaat voor de gemeente immers geen enkele
          aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze rivieren en wateren. Het behoeft
          bovendien geen nadere uitleg dat het tot onoverzichtelijke situaties leidt als
          bijvoorbeeld een rivier per woonplaats een andere naam krijgt toebedeeld. Het toekennen
          van nummeringen aan een object of plaats dient te worden gekoppeld aan de naam van de
          openbare ruimte naast voornoemde rivieren en wateren. Als zich de bijzondere situatie al
          mocht voordoen om een naam van een rivier of water van internationale betekenis te
          wijzigen, dan kan dat niet eerder plaatsvinden dan na gehouden overleg met het
          bestuursorgaan die dat aangaat.</al>
        <al>Het derde lid bepaalt, dat onder de termen bepalen, vaststellen, verdelen en toekennen,
          zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan
          omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het verleden problemen zijn
          gerezen.</al>
        <tussenkop>Artikel 3.</tussenkop>
        <al>Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van standplaatsen en ligplaatsen en het
          toekennen van nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende
          terreinen. Hier is niet voor de term <cursief>huisnummer</cursief> gekozen, omdat bij
          afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen niet kan worden gesproken van
            <cursief>huis</cursief>. Vandaar dat de term <cursief>nummeraanduiding</cursief> wordt
          gebruikt. </al>
        <al>Een burger kan overigens een aanvraag voor een nummeraanduiding bij burgemeester en
          wethouders indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te merken als een verzoek van
          een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de
          Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op de afwikkeling van de aanvraag zijn de
          hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (zie hierover ook de algemene
          toelichting).</al>
        <al>De strekking van het derde lid spreekt voor zich en behoeft geen verdere toelichting.
          Het vierde lid regelt, dat het eerste tot en met het derde lid ook kan worden toegepast op
          andere betreedbare en afsluitbare objecten - zoals bijvoorbeeld afgebakende terreinen -
          als het college dat nodig oordeelt.</al>
        <al>Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen vaststellen, verdelen en toekennen, zoals
          bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze
          passage is opgenomen, omdat hierover in het verleden problemen zijn gerezen.</al>
        <tussenkop>Artikel 4.</tussenkop>
        <al>De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van het college worden aangebracht. De
          kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. De in het eerste lid vervatte zinsnede
          ‘in voldoende aantallen ter plaatse’ verdient nadere toelichting. Onder dit begrip wordt
          verstaan, dat een verkeersdeelnemer bij het oprijden van een kruising van wegen, door in
          voldoende aantallen aangebrachte naamborden, zonder omkijken en in een oogopslag de naam
          van de dwarsstraat moet kunnen lezen. Dit betekent doorgaans dat op alle hoeken van de
          kruising borden dienen te worden aangebracht.</al>
        <al>Het tweede lid bepaalt dat een object of plaats of terrein een door het college
          toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Het college wordt de mogelijkheid geboden toe
          te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers. Met het oog op de dienstverlening
          is het immers noodzakelijk dat de nummers, die door het college zijn toegekend, ook ter
          plaatse terug zijn te vinden. Voor de hieraan verbonden kosten wordt verwezen naar de
          algemene toelichting.</al>
        <al>Het derde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd, namen toe te kennen aan
          delen van de openbare ruimte door naamborden zichtbaar ter plaatse aan te brengen. Het
          komt steeds vaker voor dat burgers - om de meest uiteenlopende redenen - een
          straatnaambord in de tuin plaatsen of aan de onroerende zaak bevestigen. Dat geeft veelal
          verwarring met de door de gemeente toegekende namen aan de openbare ruimte. Het derde lid
          geeft de gemeente de bevoegdheid om hiertegen op te treden. Voor de goede wordt erop
          gewezen dat het iedereen vrij staat om een naam toe te kennen aan zijn onroerende zaak,
          zolang dat geen verwarring geeft met de door de gemeente toegekende namen aan de openbare
          ruimte.</al>
        <al>Het vierde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd nummers toe te kennen aan
          onroerende zaken die privé bezit zijn door deze op zichtbare wijze aan te brengen. Het
          aanbrengen van zelf gekozen nummers door eigenaren, gebruikers of beheerders aan objecten,
          plaatsen en terreinen is de laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien is bij
          de invoering van de BAG ook gebleken dat nummers vaak zijn verdwenen. Ook worden nummers
          soms zo abstract vormgegeven dat zij niet meer aan het criteria van doeltreffendheid,
          zoals bedoeld in het tweede lid, voldoen. Deze criteria kunnen worden uitgewerkt in de
          uitvoeringsvoorschriften, zoals bedoeld in artikel 7.</al>
        <tussenkop>Artikel 5.</tussenkop>
        <al>Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang dienen naamborden door of namens
          de gemeente ter plaatse goed zichtbaar en in voldoende mate te worden aangebracht. Veelal
          is het noodzakelijk om naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen of
          aan paaltjes die op privéterrein worden geplaatst. De betrokken rechthebbenden zijn
          verplicht dat toe te laten. Het artikel houdt verder rekening met de omstandigheid dat de
          borden niet door de gemeente zelf, maar op verzoek van de gemeente door derden worden
          aangebracht.</al>
        <al>Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een bord met de oude (doorgehaalde)
          naam enige tijd te handhaven naast een bord met de nieuwe naam. Op deze wijze wordt
          voorkomen dat zij, die niet van de herbenoeming op de hoogte zijn, hun bestemming niet
          kunnen vinden.</al>
        <al>Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat de leesbaarheid/zichtbaarheid van een
          aangebracht naambord door bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm of reclamebord
          wordt belemmerd. Vandaar dat is bepaald dat de rechthebbende ervoor dient te zorgen dat de
          bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven.</al>
        <tussenkop>Artikel 6.</tussenkop>
        <al>Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit dat het aanbrengen van
          nummerborden per gemeente verschillend is geregeld. Sommige gemeenten brengen de nummers
          zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt echter ook uitbesteed of overgelaten aan de
          aannemer. Bijvoorbeeld als onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte wordt
          het ook vaak aan de rechthebbende opgedragen om de nummers, conform de gemeentelijke
          voorschriften, aan te brengen.</al>
        <al>In de verordening is gekozen voor een formulering waarbij de rechthebbende het nummer
          dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste zal vaak het geval
          zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt
          geacht. Het verdient aanbeveling de verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een
          nummer in de tekst van het nummerbesluit te regelen.</al>
        <al>In het tweede en derde lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer binnen
          een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het object nog niet is
          voltooid, moet het nummer vier weken na de voltooiing zijn aangebracht.</al>
        <al>Het vierde lid biedt de gemeente de mogelijkheid om een bord met het oude (doorgehaalde)
          nummer enige tijd te handhaven naast een bord met het nieuwe nummer. Op deze wijze wordt
          voorkomen dat zij, die niet van de vernummering op de hoogte zijn, hun bestemming niet
          kunnen vinden. Het handhaven van het oude (doorgehaalde) nummer wordt soms bij omvangrijke
          of ingewikkelde vernummering toegepast.</al>
        <al>Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en derde lid genoemde
          termijnen te verlengen.</al>
        <tussenkop>Artikel 7.</tussenkop>
        <al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om uitvoeringsvoorschriften vast te stellen ten
          aanzien van naamgeving en nummering. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn gericht op vast
          gemeentelijk beleid. Dat kan van belang zijn bij beroeps- en bezwaarprocedures. De
          uitvoeringsvoorschriften kunnen bepalingen bevatten met betrekking tot de bestuurlijke,
          taalkundige en inhoudelijke aspecten van de naamgeving, alsmede bepalingen over de wijk-
          en buurtindeling, de toekenning van nummers, de wijze van nummeren, de uitvoering en
          plaatsing van borden en voorschriften van administratief-organisatorische aard. Ook kunnen
          modellen worden voorgeschreven voor verklaringen, besluiten en formulieren.</al>
        <al>Lid 2 bepaalt dat de uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen zijn met het
          postcodeconvenant. </al>
        <tussenkop>Artikel 8.</tussenkop>
        <al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen zin
          wanneer deze verplichtingen bij nalatigheid of overtreding kunnen worden afgedwongen,
          zodra deze worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete
          van de eerste categorie te verbinden.</al>
        <al>In het tweede lid wordt de afdeling of dienst aangewezen, die op de naleving van de
          bepalingen in de verordening moet toezien. Dat kan bijvoorbeeld de afdeling of dienst
          Bouwtoezicht zijn. De laatste jaren wordt dit toezicht steeds vaker opgedragen aan de
          afdeling waaraan de bijhouding van de BAG is opgedragen.</al>
        <tussenkop>Artikel 9.</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 10.</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. De strekking van dit artikel
          spreekt voor zich.</al>
        <tussenkop>Artikel 11.</tussenkop>
        <al>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van
          verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen dateert al uit de
          vorige eeuw. In de loop der jaren zijn veel opvolgende voorschriften van kracht geweest.
          Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat alle nummers in de
          gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat
          in artikel 7. Nummers die onder het oude regime tot stand zijn gekomen, blijven
          gehandhaafd. Het college heeft wel de mogelijkheid om aanpassing van de nummers te
          eisen.</al>
        <tussenkop>Artikel 12.</tussenkop>
        <al>Omdat de term <cursief>huisnummer</cursief> in principe geen juiste term is voor het
          nummeren van verblijfsobjecten, afgebakende terreinen, standplaatsen en ligplaatsen en de
          term <cursief>straatnaam</cursief> geen juiste term is voor plantsoenen, wegen
            e.d<cursief>.</cursief>, is gekozen voor de nieuwe citeertitel ‘Verordening naamgeving
          en nummering (adressen) gemeente Olst-Wijhe’.</al>
      </nota-toelichting>
      
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Inhoudsopgave</label>
        </kop>
        <al>HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen </al>
        <al>Artikel 1. Begripsbepalingen </al>
        <al>HOOFDSTUK 2. Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan
              de openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en
              afgebakende terreinen </al>
        <al>Artikel 2. Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare ruimte
              </al>
        <al>Artikel 3. Nummering van objecten </al>
        <al>Artikel 4. Namen en nummering aanbrengen </al>
        <al>HOOFDSTUK 3. Plaatsen van naam- en nummerborden </al>
        <al>Artikel 5. Gedoogplicht naamborden </al>
        <al>Artikel 6. Verplichting tot aanbrengen van nummerborden </al>
        <al>HOOFDSTUK 4. Nadere voorschriften </al>
        <al>Artikel 7. Uitvoeringsvoorschriften </al>
        <al>HOOFDSTUK 5. Straf-, overgangs- en slotbepalingen </al>
        <al>Artikel 8. Strafbepaling </al>
        <al>Artikel 9. Inwerkingtreding </al>
        <al>Artikel 10. Vervallen oude regels </al>
        <al>Artikel 11. Overgangsbepaling </al>
        <al>Artikel 12. Citeertitel </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>