<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR330747_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Vent- en standplaatsenbeleid 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zandvoortsecourant.nl">Zandvoortse Courant, d.d. 22 mei 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Vent- en standplaatsenbeleid 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR121868_1">Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2011</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Zaaknummer Z2014-002325, registratienummers 2014/05/000401 en 2014/05/000438</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>recht, veiligheid en handhaving</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met ingang van 1 juni 2014 zijn ingetrokken:</al><al>nota vent- en standplaatsenbeleid 2004 + wijzigingen 2005 en</al><al>bevriezingsbesluit d.d. 8 januari 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Vent- en standplaatsenbeleid 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De huidige Nota vent- en standplaatsenbeleid dateert van 30 juli 2004. In
                        week 41 van 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd
                        met de notitie Standpunten Standplaatsen en verzocht de conclusies hiervan
                        te vertalen in een nieuw beleid.</al><al/><al><vet>VENT- EN STANDPLAATSENBELEID 2012</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1. Inleiding</label></kop><paragraaf><kop><label>1.1 Algemeen </label></kop><structuurtekst><al>De huidige Nota vent- en standplaatsenbeleid dateert van 30 juli
                                2004. In week 41 van 2008 heeft het college van burgemeester en
                                wethouders ingestemd met de notitie Standpunten Standplaatsen en
                                verzocht de conclusies hiervan te vertalen in een nieuw beleid. </al><al/><al>Zandvoort is met zijn combinatie van wonen, werken, strand, zee,
                                duinen en bos op zeer korte afstand van elkaar, een uniek stukje
                                Nederland. Combinaties van deze ingrediënten zijn ook wel op andere
                                plaatsen in Nederland te vinden, maar niet op een dergelijk compacte
                                schaal en met een dergelijk rijke schakering. Het is een gemeenschap
                                van bijna 17.000 inwoners, die in het hoogseizoen een belangrijke
                                toeloop beleeft van toeristen, in het bijzonder dagrecreanten. Die
                                richten zich voor het overgrote deel op het strand. De drukte
                                concentreert zich op de boulevard, enkele straten in het centrum en
                                natuurlijk het strand zelf.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>1.1.1 Overgangstermijn</label></kop><al>Op dit moment zijn er 26 vent- en standplaatsvergunningen verleend
                                die geldig zijn tot en met 31 december 2019. In de gevallen dat men
                                in het bezit is van een vaste vergunning welke afwijkt van het
                                gestelde in deze nota zal een algemene overgangstermijn gelden tot
                                en met 31 december 2019. Het nieuwe beleid voor venten en
                                standplaatsen gaat in op 1 juni 2014 en de na deze datum ingediende
                                aanvragen zullen getoetst worden aan dit beleid. </al></artikel><artikel><kop><label>1.1.2 Reikwijdte van de nota</label></kop><al>De activiteiten die ontplooid worden door de venters en
                                standplaatshouders hebben raakvlakken met de Dienstenwet voor zover
                                diensten aangeboden worden.</al><al>Om deze reden is de keuze gemaakt om deze nota te richten op het
                                aanbieden van goederen.</al><al>Op het moment worden geen tot zeer weinig aanvragen ingediend met
                                betrekking tot het aanbieden van diensten door middel van venten of
                                het innemen van een standplaats. Mocht er in de toekomst sprake zijn
                                van een toename van dergelijke aanvragen kan het college alsnog
                                besluiten hier aanvullende regels voor op te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>1.1.3 Indeling nota</label></kop><al>De nota wordt in twee delen opgesplitst. Het eerste deel heeft
                                uitsluitend betrekking op het venten. Het tweede deel heeft
                                uitsluitend betrekking op standplaatsen. In de bijlagen zijn de
                                relevante juridische teksten, brandveiligheidsvoorschriften en de
                                aanvraagformulieren opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2 Visie</label></kop><structuurtekst><al>Een standplaats houden en venten raken soms het wonen in Zandvoort.
                                Dit is te zien aan de zuid- en middenboulevard waar twee pijlers van
                                Zandvoort tezamen komen: de woonfunctie en de economische functie.
                                Het wonen is hier dusdanig dicht bij de boulevard en het strand
                                aanwezig, dat ze elkaar wederzijds beïnvloeden.</al><al/><al>Op de boulevards kun je flaneren en anderszins bewegen, maar de daar
                                aanwezige functies zijn niet in de eerste plaats op de dagrecreant
                                gericht. De badplaats Zandvoort bestaat vooral uit het strand. En
                                aangezien dat strand alleen zich niet onderscheidt van vele andere
                                stukken Nederlandse kust, moet er iets zijn dat de aantrekkelijkheid
                                van Zandvoort bepaalt. Dat is het aanbod op het strand, dus de
                                voorzieningen die de gezamenlijke ondernemers daar exploiteren.</al><al/><al>In het kader van deze nota wordt een onderscheid gemaakt tussen het
                                strand, de boulevards en het centrum.</al><al>Op het strand zijn naast de strandpaviljoenhouders ook venters
                                actief. De boulevards bestaan uit: de Zuidboulevard (Boulevard
                                Paulus Loot tot aan Holland Casino), de Middenboulevard
                                (Badhuisplein en Boulevard de Favauge van Holland Casino t/m NH
                                hotel) en de Noordboulevard (Boulevard Barnaart tot de kop van de
                                Zeeweg). Op de boulevards en in het centrum is ruimte gereserveerd
                                voor een aantal standplaatsen.</al><al/><al>In verband met de openbare orde, het voorkomen van overlast, de
                                verkeers- en veiligheidsaspecten en uiterlijk aanzien van de
                                gemeente is een terughoudend vent- en
                                standplaatsenvergunningenbeleid vereist. </al><al/><al>Het beleid is er verder op gericht om het venten op de boulevards en
                                in het centrum niet toe te staan, gelet op het grote aantal
                                verleende standplaatsen op de boulevards en het drukke verkeer van
                                voetgangers, fietsers en motorvoertuigen op de boulevards en in het
                                centrum. In de situatie dat er wel vergunningen verleend zouden
                                worden kunnen ventactiviteiten in deze gebieden zeer gemakkelijk
                                leiden tot verstoring van de openbare orde en/of gevaar voor de
                                verkeersveiligheid. </al><al/><al>De toeristische sector is de belangrijkste economische motor en deze
                                motor moet de komende decennia blijven draaien en versterkt worden.
                                De ontwikkelingen in deze nota zijn gericht op een goed
                                ondernemersklimaat zodat het aantrekkelijk blijft om in Zandvoort te
                                investeren. Hierbij wordt uitgegaan van kwaliteit boven kwantiteit,
                                waarbij onder kwaliteit niet slechts de te verkopen producten of
                                verkoopmiddelen wordt verstaan maar ook de kwaliteit van de
                                recreatie waarvoor men naar het strand en de boulevard van Zandvoort
                                komt. Kwantiteit is er genoeg in Zandvoort, kwaliteit daarentegen is
                                een probleem. Begin 2012 wordt gestart met het opstellen van de
                                Retail- en horecavisie voor geheel Zandvoort, waarbij ook de venters
                                worden betrokken. Het uitgangspunt is om een plaatje te creëren
                                waardoor het aantrekkelijk wordt voor de bezoeker om terug te
                                komen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.3 Privaatrecht en publiekrecht</label></kop><artikel><kop><label>1.3.1 Publiekrecht</label></kop><al>Het publiekrecht beschrijft regels voor onderlinge verhoudingen
                                tussen burgers en overheid en overheden onderling. Het bestuursrecht
                                is een onderdeel van het publiekrecht en bepaalt (onder andere) op
                                welke manier de overheid besluiten moet maken. De Algemene wet
                                bestuursrecht (hierna: Awb) geeft onder andere aan, aan welke
                                voorwaarden een aanvraag moet voldoen, op welke manier het besluit
                                genomen dient te worden en hoe de bezwaar- en beroepsprocedures
                                dienen te verlopen.</al><al/><al>Voor het innemen van een vent- of standplaats is een vergunning
                                nodig op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente
                                Zandvoort 2011 (hierna: APV).</al><al/><al>De behandelingstermijn van de vaste vergunningen is 8 weken. Een
                                nieuwe aanvraag moet derhalve minimaal 8 weken voor het aflopen van
                                de oude vergunning ingediend worden.Indien dit niet gebeurt mag er
                                geen gebruik gemaakt worden van de vergunning in de periode tussen
                                het vervallen van de bestaande vergunning en de ingangsdatum van de
                                nieuwe vergunning, tenzij het college anders bepaald. </al></artikel><artikel><kop><label>1.3.2. Privaatrecht</label></kop><al>Het privaatrecht beschrijft regels voor onderlinge verhoudingen
                                tussen burgers en/of bedrijven.</al><al/><al>De vent en standplaatsen worden ingenomen op grond die in eigendom
                                is van de gemeente of die de gemeente mag verhuren. Voor het gebruik
                                van deze gronden wordt een privaatrechtelijke overeenkomst
                                afgesloten tussen de gemeente en de vergunninghouder.Voor het
                                gebruik van gemeentegrond bij het innemen van tijdelijke
                                standplaatsen wordt precario in rekening gebracht.</al><al/><al>Het is dus van belang bij vaste vent en standplaatsen dat er zowel
                                een vergunning wordt verleend als dat er een overeenkomst wordt
                                afgesloten. Als één van beide ontbreekt is het niet mogelijk de
                                vent- of standplaats in te nemen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2 Deel I: Venten</label></kop><paragraaf><kop><label>2.1 Juridisch kader </label></kop><structuurtekst><al>De definitie van venten staat omschreven in artikel 5:14 van de APV
                                (zie bijlage 1).</al></structuurtekst><artikel><kop><label>2.1.2 Algemene Plaatselijke Verordening </label></kop><al>Op grond van artikel 5:15 van de APV is voor het te koop aanbieden,
                                te verkopen of afgeven van goederen en het aanbieden van diensten op
                                of aan de openbare weg, aan huis dan wel op een andere voor het
                                publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats, een
                                vergunning nodig van het college van burgemeester en wethouders
                                (hierna: het college). (Zie bijlage 1) </al><al/><al><cursief>Vrijheid van meningsuiting</cursief></al><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel
                                5:16, eerste lid APV beperken door een verbod in te stellen op door
                                het college aangewezen openbare plaatsen, of voor bepaalde dagen en
                                uren. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                in het tweede lid van artikel 5:16 APV. (Zie bijlage 3).</al><al/><al>Hierbij gaat het voornamelijk om het venten van kranten en
                                abonnementen van geschreven media. Jurisprudentie geeft aan dat
                                hiervoor geen ventvergunning verleend hoeft te worden omdat
                                dergelijk zaken vallen onder de vrijheid van meningsuiting.</al></artikel><artikel><kop><label>2.1.3 Overige regelgeving</label></kop><al>Op venten kan ook andere regelgeving van toepassing zijn, zoals
                                de</al><al>Grondwet, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer, de Wet op de
                                Ruimtelijke Ordening,de Colportagewet, de Vestigingswet bedrijven,
                                de Warenwet en de Winkeltijdenwet.</al><al/><al>Deze wetten stellen, ieder vanuit verschillende motieven, grenzen
                                aan het drijven vanhandel. Voor zover nodig zal ook aan deze
                                wettelijke voorschriften voldaan moeten zijnbij het venten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.2 Weigeringsgronden op basis van de APV</label></kop><structuurtekst><al>Met het vaststellen van de weigeringsgronden wordt bepaald in welke
                                gevallen devereiste vergunning kan worden geweigerd of wanneer de
                                vergunning moet wordenverleend. Hiermee wordt ook de grens van de
                                regelingsbevoegdheid van de gemeente aangegeven. De beleidsruimte
                                waarin men onderwerpen kan vastleggen wordt bepaald door de
                                feitelijke invulling van de hieronder vermelde weigeringsgronden. </al><al/><al>Een vergunning kan worden geweigerd op de in artikel 1:8 APV
                                genoemde weigeringsgronden (zie bijlage 4):</al><lijst><li nr="o"><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="o"><al>in het belang van de openbare veiligheid;</al></li><li nr="o"><al>in het belang van de volksgezondheid;</al></li><li nr="o"><al>in het belang van de bescherming van het milieu.</al><al/></li></lijst><al>Deze weigeringsgronden vormen de criteria voor het bepalen van welke
                                locaties voor een ventlocatie in aanmerking komen:</al><al/><al><cursief>Openbare orde en veiligheid </cursief></al><al>De weigeringsgrond betreffende de openbare orde wordt vaak gebruikt
                                zodra er sprake is van overlast. Ook wordt deze weigeringsgrond
                                dikwijls gehanteerd in combinatie met de weigeringsgrond “belang van
                                de verkeersvrijheid of –veiligheid”. Argumenten van openbare orde
                                kunnen op twee manieren een rol spelen bij beslissingen om al dan
                                niet een ventvergunning te verlenen. </al><al/><al>Allereerst betreft het personen die de vergunning aanvragen en/of
                                gaan gebruiken. Met betrekking tot de antecedenten van deze personen
                                kan aan de politie advies gevraagd worden. </al><al>Ten tweede kan een vergunning geweigerd worden als het college van
                                mening is dat door het verlenen van een vergunning een dusdanig
                                aantal vergunningen wordt bereikt, dat de openbare orde in gevaar
                                komt. Dit zou kunnen gebeuren wanneer een te groot aantal venters
                                samen op een te klein gebied zou opereren. Bij welk aantal en in
                                welk gebied de openbare orde dan in gevaar komt, zal in de praktijk
                                moeten blijken. </al><al>De wetgever heeft de gemeente de ruimte gelaten om in beleid een
                                maximumstelsel op te nemen. Een begrenzing van het aantal behoort
                                dus tot de mogelijkheden.</al><al>Ten aanzien van een zogenaamd maximumstelsel bestaat inmiddels de
                                nodige jurisprudentie, waaruit onder andere blijkt dat elke aanvraag
                                - ook al is het maximum aantal bereikt - individueel dient te worden
                                getoetst aan de weigeringsgronden in de APV en de overige criteria
                                van deze nota.</al><al/><al><cursief>Volksgezondheid</cursief></al><al>Bij volksgezondheid valt te denken aan overlast veroorzaakt door
                                bijvoorbeeld stof en afval. Ter bescherming van de volksgezondheid
                                kan worden vastgelegd dat op bepaalde locaties geen ventvergunningen
                                kunnen worden verleend. </al><al/><al><cursief>Bescherming van het milieu</cursief></al><al>Het milieubegrip omvat alle soorten van overlast die gerelateerd
                                zijn aan de omgeving/het milieu. In de afweging van
                                vergunningverlening kan deze weigeringsgrond gebruikt worden als de
                                omgeving/het milieu wordt aangetast. Hierbij kan het onder andere
                                gaan om het tegengaan van geluidsoverlast en stankoverlast of de
                                veiligheid in verband met bakken en braden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.3 Soorten ventvergunningen</label></kop><structuurtekst><al>Voor de verstrekking van ventvergunningen zijn 2 soorten te
                                onderscheiden:</al><lijst><li nr="o"><al>Vaste vergunning op het strand: een ventvergunning waarvoor
                                        een vergunning is verleend met een tijdsduur van maximaal
                                        tien jaar. Het aantal te verlenen vergunningen wordt gesteld
                                        op maximaal 12. </al></li><li nr="o"><al>Vaste vergunning in Zandvoort Noord: een ventvergunning
                                        waarvoor een vergunning is verleend met een tijdsduur van
                                        maximaal tien jaar. Het aantal te verlenen vergunningen
                                        wordt gesteld op maximaal 1.</al></li></lijst><al/><al>Momenteel wordt er één vaste ventvergunning verleend voor buiten het
                                strand. Voor deze ventvergunning wordt een uitsterfconstructie
                                ingesteld. Indien er bij het beëindigen van deze vergunning geen
                                overdracht plaatsvindt wordt er geen vaste ventvergunning meer
                                verleend voor buiten het strand. Zolang de vergunning niet door de
                                vergunninghouder definitief is beëindigd blijf het mogelijk de
                                vergunning te vernieuwen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.4 Locaties</label></kop><structuurtekst><al>Er worden maximaal 12 vaste ventvergunningen voor het strand
                                afgegeven, hetgeen een reductie ten opzichte van oude beleid
                                betekent. Dit aantal zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het
                                strand omdat er zo meer “vrij” strand ontstaat. Daarnaast zorgt het
                                verminderen van het aantal verkeersbewegingen op het strand voor een
                                veiligere omgeving voor de badgasten. De locaties zijn terug te
                                vinden op de situatietekening. (Zie bijlage 8).</al><al/><al>Het venten op het strand gebeurt door middel van een trekkend
                                voertuig. Voor dit trekkende voertuig hoeft geen aparte vergunning
                                te worden aangevraagd. Bij toetsing van de aanvraag dient daarbij de
                                “Nota voertuigen op en in de omgeving van het strand 2007”
                                geraadpleegd te worden.</al><al/><al>Het venten door middel van mobiel aanbieden van goederen op de
                                openbare weg is toegestaan met uitzondering van de boulevard en het
                                centrum.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.5 Vergunningverlening in procedure</label></kop><structuurtekst><al><cursief>Overgangsperiode</cursief></al><al>In verband met het reduceren van het aantal ventvergunningen zijn
                                paragrafen 2.6 t/m 2.8 niet van toepassing zolang het maximum aantal
                                vergunning nog niet bereikt is. Het college heeft “recht van
                                1<sup>e</sup> koop” (de in de plaatsstelling met betrekking tot de
                                privaatrechtelijke overeenkomst oftewel de overname van de
                                ventactiviteiten) indien een venter besluit te stoppen.</al><al/><al>Vier jaar na datum vaststelling van deze nota vindt er een evaluatie
                                plaats om te bepalen of “het recht van 1<sup>e</sup> koop” heeft
                                geleid tot de gewenste vermindering van het aantal
                                vergunningen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.6 Ontvankelijke aanvraag</label></kop><structuurtekst><al>De vergunningaanvraag dient ontvankelijk te zijn, dat wil zeggen dat
                                de aanvraag in behandeling kan worden genomen als alle gevraagde
                                gegevens en bescheiden bij de aanvraag zijn overgelegd. Voor het
                                doen van een aanvraag ter verkrijging van een ventvergunning zijn
                                aanvraagformulieren vastgesteld (zie bijlage 5).</al><al/><al>Naast het aanvraagformulier dienen de volgende gegevens en
                                bescheiden te worden overgelegd:</al><al/><lijst><li nr="o"><al>een duidelijke omschrijving van het gebied waarin men wenst
                                        te venten;</al></li><li nr="o"><al>een inschrijvingsnummer van de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="o"><al>een omschrijving van de verkoopgelegenheid met een
                                        foto/tekening van het verkoopmiddel;</al></li><li nr="o"><al>een kopie van een geldig bewijs van registratie HBD
                                        (Hoofdbedrijfschap Detailhandel); </al></li><li nr="o"><al>een kopie van een geldig legitimatiebewijs (minimale
                                        leeftijd is 18 jaar);</al></li><li nr="o"><al>indien het een overname betreft dan dient er een voordracht
                                        van de vergunninghouder bijgevoegd te worden;</al></li></lijst><al/><al>Indien een vergunninghouder bij een overname niet heeft voldaan aan
                                zijn privaatrechtelijke verplichtingen wordt er door de gemeente op
                                privaatrechtelijke basis niet meegewerkt met de overdracht.
                                Bestuursrechtelijk heeft dit echter geen consequenties.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.7 Behandelingstermijn</label></kop><structuurtekst><al>In de APV is in artikel 1.2, eerste lid opgenomen dat het college
                                binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag voor een vergunning of
                                ontheffing is ontvangen, beslist. Het college kan zijn beslissing
                                voor ten hoogste 8 weken verdagen. De bepaling uit de APV is
                                maatgevend. </al><al/><al>Op de ventvergunningen is de Lex Silencio Positivo van toepassing.
                                Dit betekent dat er bij het overschrijden van een beslistermijn er
                                van rechtswege een positieve beschikking ontstaat. De aanvrager moet
                                zich wel houden aan de voorwaarden en voorschriften zoals beschreven
                                het beleid.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.8 Beeindigen vergunning</label></kop><structuurtekst><al>Indien een vergunninghouder zijn ventvergunning wenst te beëindigen
                                zonder dat zijn vergunning en de privaatrechtelijke overeenkomst
                                overgedragen worden aan een opvolger, dient de volgende procedure te
                                worden gevolgd:</al><lijst><li nr="o"><al>Vergunninghouder geeft schriftelijk aan het college aan geen
                                        gebruik meer te willen maken van de vergunning;</al></li><li nr="o"><al>De vergunninghouder krijgt eveneens een schriftelijke
                                        bevestiging dat de vergunning is ingetrokken;</al></li><li nr="o"><al>De gemeente plaats een aankondiging dat een vergunning is
                                        vrijgekomen in de lokale krant, gemeentelijke website en een
                                        landelijk vakblad;</al></li><li nr="o"><al>Kandidaten krijgen twee weken de gelegenheid om een aanvraag
                                        in te dienen;</al></li><li nr="o"><al>Toetsing vindt vervolgens plaats in volgorde van
                                        binnenkomst. Indien de aanvraag onvolledig is, krijgt de
                                        kandidaat twee weken de tijd om de ontbrekende gegevens aan
                                        te leveren. Geeft de kandidaat hier geen gehoor aan dan
                                        volgt een besluit waarin de kandidaat wordt meegedeeld dat
                                        de aanvraag niet in behandeling wordt genomen (conform
                                        artikel 4:5 van de Algemene Wet Bestuursrecht);</al></li><li nr="o"><al>Indien er meerdere kandidaten geschikt zijn wordt de
                                        vergunning verleend aan degene wiens volledige aanvraag het
                                        eerst is ontvangen. Om dit aan te tonen wordt op elke
                                        ontvangen aanvraag en ontvangen aanvullingen een stempel met
                                        de datum van ontvangst gezet. Indien meerdere aanvragen op
                                        dezelfde dag zijn ontvangen en de betreffende kandidaten
                                        allen voor het overige aan de vereisten voor verlening, zal
                                        worden geloot. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.9 Intrekking Vergunning</label></kop><structuurtekst><al>In de APV staan voor wat betreft de ventvergunningen geen aparte
                                intrekkingsgronden genoemd. Dit houdt in, dat artikel 1:6 van de APV
                                op deze vergunningen van toepassing is (zie bijlage 4). </al><al>Indien de vergunninghouder zich niet houdt aan de privaatrechtelijk
                                overeenkomst kan deze ontbonden worden. Dit heeft als gevolg dat de
                                vergunninghouder geen gebruik kan maken van de vergunning omdat men
                                geen toestemming heeft om gebruik te maken van de toegewezen
                                locatie.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.10 Voorschriften</label></kop><structuurtekst><al><cursief>Persoonsgebonden karakter</cursief></al><al>De vergunning is persoonsgebonden. Hieruit volgt dat een vergunning
                                ook uitsluitend op naam van een natuurlijk persoon of een
                                rechtspersoon wordt gesteld. Een (rechts)persoon kan meerdere
                                vergunningen op zijn/haar naam hebben.</al><al>De reden hiervoor is dat aan de vergunninghouder een aantal
                                specifieke eisen wordt gesteld. Dit omdat aan het gebruik van de
                                vergunning aspecten zitten als openbare orde en mogelijke overlast
                                voorkomen enz. </al><al/><al><cursief>Duur vergunning</cursief></al><al>De vaste ventvergunningen kunnen worden verleend voor een periode
                                van 10 jaar met een optie van nog eens 10 jaar. Een langere looptijd
                                van een vergunning heeft als nadeel dat de voorschriften van de
                                vergunning tussentijds niet of moeilijk kunnen worden gewijzigd,
                                indien dit door gewijzigde omstandigheden wenselijk zou zijn. Dit is
                                eenvoudiger te realiseren als een vergunning eenmaal is verlopen.
                                Het jaarlijks verlengen van de vergunningen is in het kader van de
                                lastenverlichting en de slogan ”minder regels, meer service” niet
                                wenselijk. Bovendien is het om investeringen te kunnen doen voor de
                                ambulante handelaar van belang om te weten dat hij de investering
                                terug kan verdienen. Daarnaast eisen geldschieters zoals banken voor
                                het aangaan van leningen zekerheid over het voortbestaan van de
                                onderneming. Met een vergunning met een looptijd van 10 jaar wordt
                                deze zekerheid voldoende geboden. Een jaar voordat de
                                privaatrechtelijke overeenkomst en vergunning aflopen gaan beide
                                partijen in overleg met elkaar om de procedure en inhoud van de
                                privaatrechtelijke overeenkomst en vergunning voor de volgende 10
                                jaar te bespreken.</al><al/><al><cursief>Nieuwe aanvragen</cursief></al><al>Nieuwe aanvragen ter verkrijging van de gevraagde vergunningen
                                worden verleend voor een periode van 10 jaar. Nieuwe aanvragen in
                                het kader van een voorgedragen kandidaat hetzij nieuwe aanvragers
                                middels advertentie of anderszins worden verleend voor de
                                restantperiode van die 10 jaar. De privaatrechtelijke overeenkomsten
                                worden overeenkomstig deze periode van 10 jaar aangegaan. </al><al/><al><cursief>Afmetingen</cursief></al><al>De maximale afmetingen voor de verkoopinrichting zijn: 2,55 meter
                                breed, 4 meter hoog en 12 meter lang (exclusief tractor en dissel
                                e.d.).</al><al>Als ondernemers hun handel met een ander verkoopmiddel willen
                                uitoefenen dan waarvoor zij vergunning hebben, dient hiervoor een
                                nieuwe aanvraag te worden ingediend. </al><al/><al><cursief>Onderlinge afstand en concentratie van wagen bij paviljoens
                                </cursief></al><al>De gemeente wil niet bij voorbaat allerlei regels en beperkingen
                                opleggen en is er voorstander van dat er via de Vent- en
                                Standplaatshoudersvereniging onderlinge afspraken worden gemaakt om
                                de onderlinge afstand te reguleren. </al><al>De huidige situatie wordt gehandhaafd en na het eerstvolgende
                                seizoen na vaststelling van deze nota wordt er medio oktober een
                                evaluatie gehouden omtrent dit punt. Mocht het noodzakelijk zijn
                                kunnen er nog aanvullende maatregelen vastgesteld worden.</al><al/><al><cursief>Mobiliteitseis</cursief></al><al>Om het karakter van het venten te bewaren is toegestaan om tijdelijk
                                stil te staan op een gekozen halteplaats om klanten te bedienen. </al><al>In het belang van de openbare orde en (verkeers-)veiligheid is het
                                noodzakelijk dat een verkoopgelegenheid waarmee straathandel wordt
                                bedreven, in daartoe dwingende situaties binnen de kortst mogelijke
                                termijn van de plaats waar halt is gehouden kan worden
                                verwijderd.</al><al>In aansluiting hierop geldt dat de verkoopgelegenheid nooit en te
                                nimmer losgekoppeld mag worden van het voertuig waaraan de
                                verkoopgelegenheid is gekoppeld in de periode waarin gevent wordt.
                                Deze mobiliteitseis zal in de vergunningsvoorschriften worden
                                opgenomen. </al><al/><al><cursief>Tijden</cursief></al><al>Aansluitend aan de Winkeltijdenwet mag het venten plaatsvinden
                                tussen 06.00 uur en 22.00 uur. Na 22.00 uur dient de verkoopwagen
                                met trekkend voertuig dagelijks verwijderd te worden van de
                                locatie.</al><al/><al><cursief>Brandveiligheid</cursief></al><al>Verkoopwagens dienen te voldoen aan de brandveiligheidseisen (zie
                                bijlage 7). Dit geldt zowel voor de plek waar het venten is
                                toegestaan als voor de inrichting van de verkoopwagen (geldende
                                brandveiligheidseisen opgesteld door Brandweer Zandvoort). </al><al/><al><cursief>Welstandscriteria voor reclame op
                                verkoopwagens</cursief></al><al>In de welstandsnota zijn er diverse eisen opgenomen omtrent de
                                reclame-uitingen op verkoopwagens. Vergunninghouders dienen te
                                voldoen aan deze eisen. In het kader van deze nota worden
                                handelsnamen niet gezien als reclame.</al><al>De welstandsnota is gericht op de reclame op de verkoopwagen. In
                                aanvulling hierop is het niet toegestaan vlaggen op het trekkende
                                voertuig te plaatsen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.11 Schoonmaken terrein</label></kop><structuurtekst><al>Er dienen aan de verkoopwagen, waarmee de halteplaats wordt
                                ingenomen, of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, twee
                                afvalbakken te worden geplaatst. Voor het legen van deze bakken is
                                de vergunninghouder verantwoordelijk, het is daarbij niet toegestaan
                                om hiervoor de gemeentelijke afvalbakken te gebruiken.</al><al>Daarnaast dient er voor het doorrijden naar de volgende halteplaats
                                het afval afkomstig van de verkoopinrichting in een strook van 10
                                meter rondom de verkoopinrichting verwijderd te worden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.12 Tarieven</label></kop><structuurtekst><al>Op grond van de Legesverordening worden, bij het in behandeling
                                nemen van de aanvraag tot het verstrekken van een vergunning,
                                legeskosten in rekening gebracht.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.13 Handhaving</label></kop><structuurtekst><al>De handhaving van ventvergunningen wordt uitgevoerd door de bevoegde
                                ambtenaren van de gemeente Zandvoort en door de politie
                                Kennemerland.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3 Deel II: standplaatsen</label></kop><paragraaf><kop><label>3.1 Juridische kader</label></kop><structuurtekst><al>De definitie van een standplaats staat omschreven in de artikel 5:17
                                van de APV (zie bijlage 2).</al></structuurtekst><artikel><kop><label>3.1.2 Algemene Plaatselijke Verordening </label></kop><al>Op grond van artikel 5:18 van de APV is voor het innemen van een
                                standplaats vergunning nodig van het college. Dat geldt ook als de
                                standplaats zich niet op gemeentegrond bevindt (zie bijlage 2).
                            </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.2 Weigeringsgronden</label></kop><structuurtekst><al>Met het vaststellen van de weigeringsgronden wordt bepaald in welke
                                gevallen devereiste vergunning kan worden geweigerd of wanneer de
                                vergunning moet wordenverleend. Hiermee wordt ook de grens van de
                                regelingsbevoegdheid van de gemeente aangegeven. De beleidsruimte
                                waarin men onderwerpen kan vastleggen wordt bepaald door de
                                feitelijke invulling van de hieronder vermelde
                                weigeringsgronden.</al><al/><al>Een vergunning kan worden geweigerd op de in artikel 1:8 en artikel
                                5:18 APV genoemde weigeringsgronden:</al><lijst><li nr="o"><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="o"><al>in het belang van de openbare veiligheid;</al></li><li nr="o"><al>in het belang van de volksgezondheid;</al></li><li nr="o"><al>in het belang van de bescherming van het milieu;</al></li><li nr="o"><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                        met de omgevingniet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li><li nr="o"><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                        gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                        verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een
                                        redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                        gevaar komt;</al></li><li nr="o"><al>strijd met het geldende bestemmingsplan.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Openbare orde en veiligheid</cursief></al><al>Onder openbare veiligheid valt onder andere verkeersvrijheid- en
                                veiligheid. Standplaatsen waar goederen te koop worden aangeboden
                                hebben in de praktijk een verkeersaantrekkend karakter. In het
                                belang van de verkeersveiligheid is het daarom niet mogelijk overal
                                een standplaats in te nemen. Door de verkeersaantrekkende werking
                                ontstaan mogelijk ongewenste oversteekbewegingen door voetgangers.
                                Ook parkerende auto’s kunnen overlast in de omgeving veroorzaken.
                                Het ligt daarom voor de hand om standplaatsen zoveel mogelijk te
                                situeren op plekken waar voldoende parkeerruimte aanwezig is, zoals
                                op de Noordboulevard (aangewezen plekken). </al><al/><al>De standplaatsen mogen een vlotte doorstroom van voetgangers niet
                                beletten. Ook personen in rolstoelen, scootmobielen e.d. dienen geen
                                hinder te ondervinden van de standplaatsen. Verder moet bij de
                                bepaling van de standplaatslocatie rekening worden gehouden met de
                                toegankelijkheid van hulpverleningsdiensten ingeval van
                                calamiteiten. Daarbij dienen kabels, leidingen, rioolputten e.d.
                                bereikbaar te zijn ten behoeve van onderhoud en reparatie. </al><al/><al>Voorts kunnen meerdere standplaatsen op dezelfde locatie tot
                                overlast leiden. Het gaat dan om overlast die een bedreiging vormt
                                voor de veiligheid en rust in de publieke ruimte. Bij het hanteren
                                van deze weigeringsgrond kan een verdeling gerealiseerd worden van
                                het aantal standplaatsen, waarbij de af te geven vergunningen
                                zodanig worden verspreid, dat een concentratie van standplaatsen
                                wordt tegengegaan. Deze weigeringsgrond kan ook gebruikt worden
                                wanneer veel belangstelling ontstaat voor dezelfde locatie. Een ruim
                                aantal standplaatsen op een plek doet ook de kans op feitelijke
                                marktvorming ontstaan. </al><al/><al><cursief>Volksgezondheid</cursief></al><al>Bij volksgezondheid valt te denken aan geluidsoverlast en overlast
                                veroorzaakt door stof, afval en dergelijke Ter bescherming van de
                                volksgezondheid kan worden vastgelegd dat op bepaalde locaties geen
                                standplaatsen kunnen worden ingenomen. Ook kunnen bepaalde
                                voorschriften aan een standplaatsvergunning worden verbonden, zoals
                                voorschriften met betrekking tot de afstand van een standplaats tot
                                bebouwing. </al><al/><al><cursief>Bescherming van het milieu</cursief></al><al>Het milieubegrip omvat alle soorten van overlast die gerelateerd
                                zijn aan de omgeving/het milieu. In de afweging van
                                vergunningverlening kan deze weigeringsgrond gebruikt worden als de
                                omgeving/het milieu wordt aangetast. Hierbij kan het o.a. gaan om
                                het tegengaan van stankoverlast of de veiligheid i.v.m. bakken en
                                braden.</al><al/><al><cursief>Redelijke eisen van welstand</cursief></al><al>Deze weigeringsgrond kan gehanteerd worden indien een of meer
                                standplaatsen worden ingenomen op een zodanige plaats dat het
                                straatbeeld ernstig verstoord wordt. Met deze weigeringsgrond kan
                                niet alleen verkapte marktvorming worden tegengegaan, ook wordt
                                daarmee het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige
                                ensembles gewaarborgd.</al><al/><al><cursief>Verzorgingsniveau</cursief></al><al>De gemeente houdt zich niet bezig met concurrentieverhoudingen. Bij
                                het toedelen van standplaatsen mag ze wel streven naar een
                                gevarieerd aanbod wanneer er meerdere standplaatsen in de directe
                                omgeving van elkaar worden ingenomen. Indien blijkt dat binnen een
                                verzorgingsgebied in een bepaalde branche nog slechts één winkel is
                                gevestigd die door de concurrentie van een standplaatshouder ten
                                onder dreigt te gaan, kan het verzorgingsniveau ter plaatse in
                                gedrang komen. De winkelier kan dan bezwaar aantekenen tegen het
                                verlenen van de vergunning maar zal wel aan de hand van een
                                bedrijfseconomisch onderzoek moeten kunnen aantonen dat de
                                levensvatbaarheid van zijn bedrijf door de standplaats wordt
                                bedreigd.</al><al/><al><cursief>Bestemmingsplan</cursief></al><al>Bij het beoordelen van een aanvraag voor een standplaatsvergunning
                                moet altijd gelet worden op de voorschriften die uit het
                                bestemmingsplan voortvloeien. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.3 Soorten standplaatsvergunningen</label></kop><structuurtekst><al>Voor de verstrekking van standplaatsvergunningen zijn diverse
                                soorten te onderscheiden:</al><lijst><li nr="o"><al><cursief><onderstreept>vaste
                                            </onderstreept></cursief><onderstreept>vergunning</onderstreept>:
                                        een standplaats waarvoor een vergunning is verleend met een
                                        tijdsduur van maximaal tien jaar;</al></li><li nr="o"><al><cursief><onderstreept>tijdelijke
                                            </onderstreept></cursief><onderstreept>vergunning</onderstreept>:
                                        een standplaats waarvoor een vergunning is verleend voor de
                                        maximale duur van drie aaneengesloten maanden per jaar.
                                        Tijdelijke vergunningen worden slechts verleend aan
                                        niet-commerciële instellingen met een maatschappelijk doel.
                                    </al></li><li nr="o"><al><cursief><onderstreept>Seizoensgebonden
                                            </onderstreept></cursief><onderstreept>vergunningen:</onderstreept>
                                        een tijdelijke standplaats voor de verkoop van kerstbomen of
                                        oliebollen. Een seizoensgebonden vergunning kan op verzoek
                                        verleend worden voor 10 jaar.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Verkoop kerstbomen</cursief></al><al>De locatie voor de verkoop van <cursief>kerstbomen </cursief>wordt
                                tevens op de brandveiligheid getoetst. Er mogen 3 verkooppunten voor
                                kerstbomen worden ingericht:</al><lijst><li nr="o"><al>in oud/nieuw noord één verkooppunt;</al></li><li nr="o"><al>in het centrum één verkooppunt;</al></li><li nr="o"><al>in zuid één verkooppunt (bij voorkeur in de omgeving van de
                                        Tolweg). </al></li></lijst><al/><al>Deze standplaatsen mogen vanaf 1 december opgebouwd worden en de
                                verkoop is toegestaan in de periode van 6 december t/m 24
                                december.</al><al/><al><cursief>Verkoop oliebollen</cursief></al><al>Er mogen 2 verkooppunten voor oliebollen worden ingenomen:</al><lijst><li nr="o"><al>in het centrum één verkooppunt;</al></li><li nr="o"><al>in nieuw noord één verkooppunt.</al></li></lijst><al/><al>Deze standplaatsen mogen vanaf 15 oktober t/m 15 januari ingenomen
                                worden</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.4 Maximum aantal vaste vergunningen</label></kop><structuurtekst><al>Momenteel zijn er 13 vaste vergunningen verleend. Het besluit is om
                                het maximale aantal vaste vergunningen vast te stellen op 13 (de
                                genoemde standplaatsen voor de verkoop van kerstbomen en oliebollen
                                in paragraaf 3.3 en de niet-commerciële standplaatsen worden hier
                                niet in meegenomen).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.5 Promotiebeleid - gebruik (gemeente)grond</label></kop><structuurtekst><al>Aanvragen voor stalletjes op de weg voor bijvoorbeeld
                                promotieactiviteiten worden getoetst op artikel 2:10 van de APV. Dit
                                geldt ook voor alle andere vormen van uitstallingen, enz. Hiervoor
                                dient een aparte melding of aanvraag te worden gedaan middels een
                                vastgesteld aanvraagformulier “Plaatsen Voorwerpen (op openbare
                                plaats)”. De aanvraag zal aan de weigeringsgronden van artikel 2.10
                                van de APV worden getoetst. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.6 Voertuigen</label></kop><structuurtekst><al>Op de toegewezen standplaatslocatie dient de standplaatshouder ook
                                zijn voertuig te plaatsen. Dit is niet van toepassing op het
                                Raadhuisplein. Op het Raadhuisplein is het verboden voor een
                                standplaatshouder zijn voertuig te plaatsen bij de toegewezen
                                standplaatslocatie. Er wordt geen afzonderlijke ontheffing afgegeven
                                voor het voertuig van de standplaatshouder.</al><al>Indien gewenst kan de standplaatshouder een vergunning aanvragen
                                voor een parkeervak tegen de gangbare kostprijs.</al><al>Voor de locaties aan de Boulevard Paulus Loot ter hoogte van de
                                Watertoren, de Boulevard Barnaart ter hoogte van J. van
                                Heemskerckstraat en de J. van Heemskerckstraat wordt een
                                uitzondering gemaakt in verband met het publiekelijk aanzien. Hier
                                wordt in nader overleg met de standplaatshouders invulling aan
                                gegeven.</al><al/><al><cursief>Afmetingen</cursief></al><al>De maximale afmetingen voor de verkoopinrichting zijn: 2,55 meter
                                breed, 4 meter hoog en 12 meter lang (exclusief tractor en dissel
                                e.d.).</al><al/><al><cursief>Nieuw verkoopmiddel</cursief></al><al>Als ondernemers hun standplaats met een ander verkoopmiddel willen
                                uitoefenen dan waarvoor zij vergunning hebben, dient hiervoor een
                                nieuwe aanvraag te worden ingediend. </al><al/><al><cursief>Locatie Raadhuisplein</cursief></al><al>Voor de vaste standplaatslocatie op het Raadhuisplein is een
                                maximale afmeting toegestaan van <onderstreept>6 meter
                                    lang</onderstreept> in verband met de verkeersveiligheid en
                                uitstraling van het plein.</al><al/><al><cursief>Verrijdbaarheid van de wagen </cursief></al><al>De verkoopinrichting dient verrijdbaar te zijn in de zin van het
                                WVR. Sinds 1 januari 2009 dienen alle verkoopinrichtingen aan deze
                                mobiliteitseis te voldoen. </al><al>Aansluitend aan de Winkeltijdenwet mag de verkoop plaatsvinden
                                tussen 06.00 uur en 22.00 uur. Na 22.00 uur dient de verkoopwagen
                                dagelijks verwijderd te worden van de locatie. In speciale gevallen
                                is het mogelijk om een tijdelijke ontheffing te verlenen van dit
                                voorschrift in verband met de openbare orde en veiligheid. Dit is
                                ter beoordeling van het college.</al><al/><al><cursief>Plaatsing wagen</cursief></al><al>De juiste plaats van de standplaats inclusief verkoopinrichting
                                wordt door het college aangegeven. Zonder toestemming van het
                                college is het niet toegestaan de verkoopwagen op een andere locatie
                                te plaatsen. </al><al/><al><cursief>Meubilair </cursief></al><al>Bij een standplaats is het toegestaan om maximaal 2 tafels en 2
                                stoelen <onderstreept>of</onderstreept> maximaal 4 statafels te
                                plaatsen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.7 Ontvankelijke aanvraag</label></kop><structuurtekst><al>De vergunningaanvraag dient ontvankelijk te zijn, dat wil zeggen dat
                                de aanvraag in behandeling kan worden genomen als alle gevraagde
                                gegevens en bescheiden bij de aanvraag zijn overgelegd. Voor het
                                doen van een aanvraag ter verkrijging van een standplaatsvergunning
                                zijn aanvraagformulieren vastgesteld (zie bijlage 6).</al><al/><al>Naast het aanvraagformulier dienen de volgende gegevens en
                                bescheiden te worden overgelegd:</al><lijst><li nr="o"><al>op welke plaats men de standplaats wenst in te nemen;</al></li><li nr="o"><al>een inschrijvingsnummer van de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="o"><al>een omschrijving van de verkoopgelegenheid met een
                                        foto/tekening van het verkoopmiddel;</al></li><li nr="o"><al>een kopie van een geldig bewijs van registratie
                                        Hoofdbedrijfschap Detailhandel; </al></li><li nr="o"><al>een kopie van een geldig legitimatiebewijs (minimale
                                        leeftijd is 18 jaar);</al></li><li nr="o"><al>indien het een overname betreft dan dient er een voordracht
                                        van de vergunninghouder bijgevoegd te worden;</al></li><li nr="o"><al>indien het een tijdelijke standplaats betreft die strijdig
                                        is met het bestemmingsplan dient er gelijktijdig een
                                        ontheffing van een bestemmingsplan op grond van artikel 2.12
                                        van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO)
                                        ingediend te worden.</al><al/></li></lijst><al>Indien een vergunninghouder bij een overname niet heeft voldaan aan
                                zijn privaatrechtelijke verplichtingen wordt er door de gemeente op
                                privaatrechtelijke basis niet meegewerkt met de overdracht.
                                Bestuursrechtelijk heeft dit echter geen consequenties.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.8 Behandelingstermijn</label></kop><structuurtekst><al>In de APV is in artikel 1.2, eerste lid opgenomen dat het college
                                binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag voor een vergunning of
                                ontheffing ontvangen is beslist. Het college kan zijn beslissing
                                voor ten hoogste 8 weken verdagen. </al><al/><al>Op de standplaatsvergunningen is de Lex Silencio Positivo van
                                toepassing. Dit betekent dat er bij het overschrijden van een
                                beslistermijn er van rechtswege een positieve beschikking ontstaat.
                                De aanvrager moet zich wel houden aan de voorwaarden en
                                voorschriften zoals beschreven in het beleid.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.9 Beëindiging vergunning</label></kop><structuurtekst><al>Indien een vergunninghouder zijn standplaatsvergunning wenst te
                                beëindigen zonder dat zijn vergunning en privaatrechtelijke
                                overeenkomst voorgedragen worden aan een opvolger dient de volgende
                                procedure te worden gevolgd:</al><lijst><li nr="o"><al>Vergunninghouder geeft schriftelijk aan het college aan geen
                                        gebruik meer te willen maken van de vergunning;</al></li><li nr="o"><al>De vergunninghouder krijgt eveneens een schriftelijke
                                        bevestiging dat de vergunning is ingetrokken;</al></li><li nr="o"><al>De gemeente plaats een aankondiging dat een vergunning vrij
                                        is gekomen in de lokale krant, gemeentelijke website en een
                                        landelijk vakblad;</al></li><li nr="o"><al>Kandidaten krijgen twee weken de gelegenheid om een aanvraag
                                        in te dienen;</al></li><li nr="o"><al>Toetsing vindt vervolgens plaatst in volgorde van
                                        binnenkomst. Indien de aanvraag onvolledig is krijgt de
                                        kandidaat twee weken de tijd om de ontbrekende gegevens aan
                                        te leveren. Geeft de kandidaat hier geen gehoor aan dan
                                        volgt een besluit waarin de kandidaat wordt meegedeeld dat
                                        de aanvraag niet in behandeling wordt genomen (conform
                                        artikel 4:5 van de Algemene Wet Bestuursrecht);</al></li><li nr="o"><al>Indien er meerdere kandidaten geschikt zijn wordt de
                                        vergunning verleend aan degene wiens volledige aanvraag het
                                        eerst is ontvangen. Om dit aan te tonen wordt op elke
                                        ontvangen aanvraag en ontvangen aanvullingen een stempel met
                                        de datum van ontvangst gezet. Indien meerdere aanvragen op
                                        dezelfde dag zijn ontvangen en de betreffende kandidaten
                                        allen voor het overige voldoen aan de vereisten voor
                                        verlening, zal worden geloot. </al></li></lijst><al/><al>Indien er een vergunningaanvraag wordt gedaan in het kader van een
                                ‘overdracht’, dient een aanvraag conform de gestelde eisen in
                                paragraaf 3.7 te worden gedaan. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.10 Intrekking Vergunning</label></kop><structuurtekst><al>In de APV staan voor wat betreft de standplaatsvergunningen geen
                                aparte intrekkingsgronden genoemd. Dit houdt in dat artikel 1:6 van
                                de APV op deze vergunningen van toepassing is (zie bijlage 3).</al><al>Indien de vergunninghouder zich niet houdt aan de privaatrechtelijk
                                overeenkomst kan deze ontbonden worden. Dit heeft als gevolg dat de
                                vergunninghouder geen gebruik kan maken van de vergunning omdat men
                                geen toestemming heeft om gebruik te maken van de toegewezen
                                locatie.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.11 Voorschriften</label></kop><structuurtekst><al><cursief>Persoonsgebonden karakter</cursief></al><al>De vergunning is persoonsgebonden. Hieruit volgt dat een vergunning
                                ook uitsluitend op naam van een natuurlijk persoon of een
                                rechtspersoon wordt gesteld. Een (rechts)persoon kan meerdere
                                vergunningen op zijn/haar naam hebben.</al><al>De reden hiervoor is dat aan de vergunninghouder een aantal
                                specifieke eisen wordt gesteld. Dit omdat aan het gebruik van de
                                vergunning aspecten zitten als openbare orde en mogelijke overlast
                                voorkomen enz.</al><al/><al><cursief>Duur vergunning</cursief></al><al>De vaste standplaatsvergunningen kunnen worden verleend voor een
                                periode van 10 jaar met een optie van nog eens 10 jaar. De
                                tijdelijke vergunningen worden verleend voor een maximale periode
                                van 3 aaneengesloten maanden. Een langere looptijd van een
                                vergunning heeft als nadeel dat de voorschriften van de vergunning
                                tussentijds niet of moeilijk kunnen worden gewijzigd, indien dit
                                door gewijzigde omstandigheden wenselijk zou zijn. Dit is
                                eenvoudiger te realiseren als een vergunning eenmaal is verlopen.
                                Het jaarlijks verlengen van de vergunningen is in het kader van de
                                lastenverlichting en de slogan ‘minder regels, meer service’ niet
                                wenselijk. Bovendien is het om investeringen te kunnen plegen voor
                                de ambulante handelaar van belang om te weten dat hij de investering
                                terug kan verdienen. Daarnaast eisen geldschieters zoals banken voor
                                het aangaan van leningen zekerheid over het voortbestaan van de
                                onderneming. Met een vergunning met een looptijd van 10 jaar wordt
                                deze zekerheid voldoende geboden. Een jaar voordat de
                                privaatrechtelijke overeenkomst en vergunning aflopen gaan beide
                                partijen in overleg met elkaar om de procedure en inhoud van de
                                privaatrechtelijke overeenkomst en vergunning voor de volgende 10
                                jaar te bespreken.</al><al/><al><cursief>Nieuwe aanvragen</cursief></al><al>Nieuwe aanvragen ter verkrijging van de gevraagde vergunningen
                                worden verleend voor een periode van 10 jaar. Nieuwe aanvragen in
                                het kader van een voorgedragen kandidaat hetzij nieuwe aanvragers
                                middels advertentie of anderszins worden verleend voor de
                                restantperiode van die 10 jaar. De privaatrechtelijke overeenkomsten
                                worden overeenkomstig deze periode van 10 jaar aangegaan. </al><al/><al><cursief>Schoonhouden standplaats</cursief></al><al>Vanwege de openbare orde en het uiterlijk aanzien van de gemeente is
                                het van belang om van de standplaatshouder te eisen dat hij de
                                omgeving van de standplaats schoon houdt. Daarom dient de naaste
                                omgeving in een strook van 10 meter rondom de standplaats in schone
                                en ordelijke toestand worden gehouden. Tevens dienen aan de
                                verkoopwagen, waarmee de standplaats wordt ingenomen, of in de
                                onmiddellijke nabijheid daarvan, twee afvalbakken te worden
                                geplaatst. Voor het legen van deze bakken is de vergunninghouder
                                verantwoordelijk, het is daarbij niet toegestaan om hiervoor de
                                gemeentelijke afvalbakken te gebruiken.</al><al>Naast zwerfafval betekent dit ook dat de standplaatshouder de
                                standplaats schoont dient te houden van olievlekken, vetvlekken en
                                dergelijke bevuiling.</al><al/><al><cursief>Parkeerplaatsen</cursief></al><al>Buiten de bebouwde kom is het mogelijk om maximaal zes
                                parkeerplaatsen om niet in gebruik te geven conform de vergunning.
                                Deze parkeerplaatsen worden gebruikt voor het kortdurend parkeren
                                van klanten.</al><al/><al><cursief>Ontruimingseis/mobiliteitseis standplaatsen</cursief></al><al>De standplaatshouders dienen aan de ontruimingseis/mobiliteitseis te
                                voldoen. Dit betekent dat ze dagelijks na sluiting de verkoopwagen
                                moeten verwijderen van de locatie. De standplaats moet dus dagelijks
                                worden ontruimd. </al><al>Gelet op het feit dat de standplaatsen allemaal mobiel moeten zijn,
                                dienen meubilair e.d. elke dag te worden ontruimd.</al><al/><al><cursief>Brandveiligheid</cursief></al><al>Verkoopwagens dienen te voldoen aan de brandveiligheidseisen (zie
                                bijlage 7). Dit geld zowel voor binnen als buiten de verkoopwagen
                                (geldende brandveiligheidseisen opgesteld door Brandweer
                                Zandvoort).</al><al/><al><cursief>Welstandscriteria voor reclame op
                                standplaatsen</cursief></al><al>In de welstandsnota zijn er diverse eisen opgenomen omtrent de
                                reclame-uitingen op verkoopwagens. Vergunninghouders dienen te
                                voldoen aan deze eisen. In het kader van deze nota worden
                                handelsnamen niet gezien als reclame.</al><al>De welstandsnota is gericht op de reclame op de verkoopwagen. In
                                aanvulling hierop is het niet toegestaan vlaggen op het trekkende
                                voertuig te plaatsen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.12 Tarieven</label></kop><structuurtekst><al>Op grond van de Legesverordening worden, bij het in behandeling
                                nemen van de aanvraag tot het verstrekken van een vergunning,
                                legeskosten in rekening gebracht.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.13 handhaving</label></kop><structuurtekst><al>De handhaving van standplaatsvergunningen wordt uitgevoerd door de
                                bevoegde ambtenaren van de gemeente Zandvoort en door de politie
                                Kennemerland.</al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage 1: artikel 5:14 en 5:15 APV</label></kop><al><vet>Afdeling 3. Venten</vet></al><al><vet>Artikel 5:14 Begripsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van
                            deambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                            danwel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht
                            gelegen plaatsof aan huis;</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet
                            terexploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                            Winkeltijdenwet;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                            hetaanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in
                            artikel160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten
                            alsbedoeld in artikel 5:22;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                            hetaanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel
                            5:17.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:15 Ventverbod</vet></al><al>Het is verboden zonder vergunning van het college te venten.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage 2: artikel 5:17, 5:18, 5:19 en 5:20 APV</label></kop><al><vet>AFDELING 4. STANDPLAATSEN</vet></al><al><vet>Artikel 5:17 Begripsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste
                            plaats opeen openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop
                            aanbieden, verkopen ofafleveren van goederen dan wel diensten aan te
                            bieden, gebruikmakend vanfysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of
                            een tafel.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160,
                            eerstelid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringgronden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te
                            nemenof te hebben.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                            geldendbestemmingsplan.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                            geweigerd:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de
                            omgevingniet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in
                            eendeel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                            verlenenvan de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van
                            goedereneen redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                            gevaarkomt.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</vet></al><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop
                    zondervergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het
                            daaringeregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                            rijkswaterstaatswerkenof het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet
                            voorbouwwerken.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage 3: artikel 5: 16 APV Vrijheid van meningsuiting</label></kop><al><vet>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor
                            venten metgedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                            wordengeopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                            Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste
                            lidbeperken door een verbod in te stellen:</al></li><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het
                            tweede lid.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage 4: artikel 1:6 en 1:8 APV</label></kop><al><vet>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</vet></al><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                            verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                            inzichtenopgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning,
                            intrekking ofwijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen
                            ter beschermingwaarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften
                            enbeperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen
                            eendaarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde
                            termijn,binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</vet></al><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden</al><al>geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage 5: aanvraagformulier venten</label></kop><al><vet>VENTVERGUNNING</vet></al><al/><al><vet>AANVRAAG VOOR EEN VENTVERGUNNING</vet></al><al>□ Vaste/ verlenging vaste ventvergunning strand (maximaal 10 jaar, tot uiterlijk
                    31-12-2018)</al><al/><al><vet>Gegevens aanvrager</vet></al><al>Naam en voorletter(s): ________________________________________________</al><al>Adres: ________________________________________________</al><al>Postcode en plaats: ________________________________________________</al><al>Telefoonnummer: ________________________________________________</al><al>E-mailadres: ________________________________________________</al><al>K.v.K.nummer: ________________________________________________</al><al/><al><vet>Gegevens locatie verkoopgelegenheid</vet></al><al>Geef een duidelijke omschrijving van het gebied waarin u wenst te gaan venten.
                    Stuur eventueel een plattegrond mee ter verduidelijking: </al><al>________________________________________________</al><al>________________________________________________</al><al>________________________________________________</al><al/><al><vet>Inleveren:</vet></al><al>kopie </al><lijst><li nr="-"><al>legitimatiebewijs aanvrager en indien van toepassing ook van de
                            assistenten</al></li><li nr="-"><al>indien overname &gt; voordrachtsbrief van de huidige ondernemer</al></li><li nr="-"><al>een omschrijving van de verkoopgelegenheid met een foto van het
                            verkoopmiddel;</al></li><li nr="-"><al>een kopie van een geldig bewijs van registratie HBD (Hoofdbedrijfschap
                            Detailhandel);</al></li></lijst><al/><al/><al>Datum:</al><al/><al/><al>Handtekening:</al><al/><al/><al/><al/><al/><al>Op grond van artikel 33 WBP, is de gemeente Zandvoort verplicht u te melden dat
                    de door u verstrekte gegevensslechts worden gebruikt voor: het voorbereiden of
                    nemen van, dan wel het adviseren over besluiten die</al><al>op grond van een wettelijk voorschrift met betrekking tot de vergunning,
                    ontheffing of machtiging dan wel demelding worden genomen; het toezicht op de
                    naleving van de wettelijke voorschriften op grond waarvan de</al><al>vergunning, ontheffing of machtiging is verleend dan wel de melding moet worden
                    gedaan; het behandelen vangeschillen en het doen uitoefenen van de
                    accountantscontrole</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage 6: aanvraagformulier standplaatsen</label></kop><al><vet>STANDPLAATSVERGUNNING</vet></al><al/><al><vet>AANVRAAGFORMULIER VOOR EEN STANDPLAATSVERGUNNING</vet></al><al>□ Tijdelijke standplaats (maximaal 3 maanden per kalender jaar)</al><al>□ “Vaste” tijdelijke standplaats (voor de seizoensgebonden vergunningen)</al><al>□ Vaste/ verlenging vaste standplaatsvergunning (maximaal 10 jaar, tot uiterlijk
                    31-12-2018)</al><al/><al>Naam en voorletter(s): ________________________________________________</al><al>Adres: ________________________________________________</al><al>Postcode en plaats: ________________________________________________</al><al>Telefoonnummer: ________________________________________________</al><al>E-mailadres: ________________________________________________</al><al>K.v.K.nummer: ________________________________________________</al><al/><al/><al><vet>Gegevens locatie verkoopgelegenheid</vet></al><al>vast/ verlenging &gt; nummer standplaats conform plattegrond (en naam
                    huidige</al><al> ondernemer): __________________________________________________</al><al/><al/><al><vet>Inleveren:</vet></al><lijst><li nr="-"><al>kopie legitimatiebewijs aanvrager en indien van toepassing ook van de
                            assistenten</al></li><li nr="-"><al>indien overname &gt; voordrachtsbrief van de huidige ondernemer</al></li><li nr="-"><al>een omschrijving van de verkoopgelegenheid met een foto van het
                            verkoopmiddel;</al></li><li nr="-"><al>een kopie van een geldig bewijs van registratie HBD (Hoofdbedrijfschap
                            Detailhandel);</al></li></lijst><al/><al>Datum:</al><al/><al>Handtekening:</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Op grond van artikel 33 WBP, is de gemeente Zandvoort verplicht u te melden dat
                    de door u verstrekte gegevensslechts worden gebruikt voor: het voorbereiden of
                    nemen van, dan wel het adviseren over besluiten die</al><al>op grond van een wettelijk voorschrift met betrekking tot de vergunning,
                    ontheffing of machtiging dan wel demelding worden genomen; het toezicht op de
                    naleving van de wettelijke voorschriften op grond waarvan de</al><al>vergunning, ontheffing of machtiging is verleend dan wel de melding moet worden
                    gedaan; het behandelen vangeschillen en het doen uitoefenen van de
                    accountantscontrole.</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage 7: Brandveiligheidsvoorschriften</label></kop><al><vet><cursief>BRANDVEILIGHEIDSVOORWAARDEN</cursief></vet></al><al/><al>Geachte heer / mevrouw,</al><al>Bij deze deel ik u mede dat er dezerzijds geen bezwaar is tegen uw standplaats
                    mits voldaan wordt aan de onderstaande voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>Bij het plaatsen uw standplaats dient u rekening te houden met het
                            kunnen passeren van brandweermaterieel (minimale doorrijdbreedte 3,50
                            meter, hoogte 4,20 meter);</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden uw standplaats op zodanige wijze te plaatsen dat de
                            Brandweer in het onmiddellijk gebruik van de brandkranen wordt
                            belemmerd;</al></li><li nr="3."><al>Uw standplaats dient ten minste 3 meter van gevels met ramen en/of
                            deuropeningen en ten minste 20 meter van garages of tankstations zijn
                            geplaatst;</al></li><li nr="4."><al>Onder eventuele aanwezige luifels of markiezen mag niet gebakken en/of
                            gebraden worden;</al></li><li nr="5."><al>Indien voor het bakken en/of branden gebruik wordt gemaakt van een
                            gaskomfoor dan moet dit gaskomfoor brandveilig en stevig zijn geplaatst
                            op een onbrandbare en de warmte slecht geleidende ondergrond;</al></li><li nr="6."><al>Elektriciteitskabels dienen zodanig te zijn bevestigd, dat niemand ermee
                            in aanraking kan komen of over kan struikelen;</al></li><li nr="7."><al>In of nabij uw standplaats mag voor bewaring van butaan of propaan, ten
                            hoogste twee flessen, elk met een inhoud van 26,2 liter waterinhoud,
                            aanwezig zijn;</al></li><li nr="8."><al>Op elke eventueel te gebruiken gasfles (butaan- of propaangas met een
                            waterinhoud van ten hoogste 26,2 liter) moet een drukregelaar zijn
                            aangebracht die door middel van een goedgekeurde propaanbestendige slang
                            (volgens NEN 5654) aan het gaskomfoor of de gasapparatuur is
                            verbonden;</al></li><li nr="9."><al>De onder punt 7 genoemde slang moet over de volle lengte van de
                            slangpilaren van de drukregelaar en het gaskomfoor worden geschoven en
                            aan beide zijden met een slangklem worden vastgezet;</al></li><li nr="10."><al>in de directe nabijheid van frituur- en/of bakpannen moeten goed
                            passende metalen deksels, voorzien van één of meer handgrepen aanwezig
                            zijn om bij het in de brand geraken van de inhoud, de frituur- en/of
                            bakpannen te kunnen afdekken;</al></li><li nr="11."><al>Nabij de bak- en braadapparatuur moet een draagbaar blusmiddel (b.v. een
                            koolzuursneeuwblusser met een inhoud van ten minste 6 kilogram of een
                            poederblusser met een inhoud van ten minste 7 kilogram) voor direct
                            gebruik aanwezig zijn;</al></li><li nr="12."><al>De aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van de Brandweer met betrekking
                            tot de veiligheid, moeten stipt worden opgevolgd.</al></li></lijst><al/><al/><al/><al><vet>Het gebruik van LPG is ten strengste verboden.</vet></al></bijlage></regeling></body></cvdr>