<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR330632_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidslijn voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, d.d. 27 juni 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bibob-beleidslijn gemeente Cromstrijen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-10-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14211464</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidslijn voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Beleidslijn voor de toepassing van de Wet Bevordering
                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2014</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cromstrijen
                            en de burgemeester van de gemeente Cromstrijen, ieder voor zover het
                            zijn bevoegdheid betreft;</al><al>Overwegende dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                            openbaar bestuur (Wet Bibob) hen beleidsruimte verschaft bij de
                            besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende
                            bevoegdheden;</al><al>Gelet op:</al><lijst><li nr="-"><al>De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="-"><al>De artikel 3, 27, 30a en 31 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="-"><al>De artikelen 2.1 en 2.17 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="-"><al>Hoofdstuk 2, afdeling 8 van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                    Cromstrijen;</al></li><li nr="-"><al>Hoofdstuk 3, afdeling 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                    Cromstrijen;</al></li><li nr="-"><al>De Algemene subsidieverordening Cromstrijen</al></li></lijst><al>B E S L U I T:</al><al>Vast te stellen de:</al><al><vet>Beleidslijn</vet><vet> voor de toepassing van de Wet
                                B</vet><vet>evordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                bestuur 2014</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De definities in artikel 1 lid 1 van de Wet Bibob zijn van
                                overeenkomstige toepassing op deze beleidslijn, tenzij in lid 2
                                anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze beleidslijn wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Bestuursorgaan: de burgemeester van Cromstrijen
                                        onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders
                                        van Cromstrijen alsmede degene aan wie zij een mandaat
                                        hebben verleend tot besluitvorming.</al></li><li nr="b."><al>Beschikking: een beschikking ter zake een subsidie, alsmede
                                        een beschikking ter zake van een vergunning, toekenning,
                                        erkenning of ontheffing, waarop de wet kan worden
                                        toegepast.</al></li><li nr="c."><al>Overheidsopdracht: een opdracht als beschreven in artikel 1
                                        lid 1 sub j van de wet en waarop de wet kan worden
                                        toegepast.</al></li><li nr="d."><al>Wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                                        openbaar bestuur (Wet Bibob).</al></li><li nr="e."><al>Vastgoedtransactie: een overeenkomst of een andere
                                        rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met
                                        als doel:</al></li><li nr="i."><al>het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of
                                        het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk
                                        recht;</al></li><li nr="ii."><al>huur of verhuur;</al></li><li nr="iii."><al>het verlenen van een gebruiksrecht;</al></li><li nr="iv."><al>de deelname aan een rechtspersoon, een commanditaire
                                        vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht
                                        op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die
                                        onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of
                                        verhuurt.</al></li><li nr="f."><al>Betrokkene:</al></li><li nr="i."><al>de aanvrager van een beschikking;</al></li><li nr="ii."><al>de houder van een beschikking;</al></li><li nr="iii."><al>de subsidieontvanger;</al></li><li nr="iv."><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een
                                        vastgoedtransactie is aangegaan of zal worden
                                        aangegaan;</al></li><li nr="v."><al>de gegadigde die wil deelnemen aan een
                                        aanbestedingsproces;</al></li><li nr="vi."><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een
                                        overheidsopdracht is of zal worden gegund;</al></li><li nr="vii."><al>de onderaannemer.</al></li><li nr="g."><al>Bureau Bibob: het Bureau Bevordering
                                        integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld
                                        in artikel 8 van de wet.</al></li><li nr="h."><al>Eigen onderzoek: de wijze van behandelen van een aanvraag,
                                        zoals beschreven in paragraaf 4 van deze beleidslijn,
                                        waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan
                                        wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag
                                        te weigeren, respectievelijk de beschikking in te trekken of
                                        te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel
                                        een advies bij het bureau Bibob aan te vragen.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>publiekrechtelijke beschikkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Toepassingsbereik bij nieuwe beschikkingen</titel></kop><al>De toepassing van de wet zal door het bestuursorgaan op de hieronder
                            aangeduide (aanvragen voor) beschikkingen op de volgende wijze
                            plaatsvinden.</al><lijst><li nr="1."><al>Uitvoering van het eigen onderzoek, als bedoeld in artikel 1.1
                                    lid 2 onder h, vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor
                                    een beschikking als bedoeld in:</al><lijst><li nr="a."><al>Artikel 3 Drank- en Horecawet (<cursief>Drank- en
                                                Horecawetvergunning)</cursief>, alsmede de aanvraag
                                            tot wijziging van het aanhangsel bij de Drank- en
                                            Horecawetvergunning;</al></li><li nr="b."><al>Artikel 2:28 lid 1 van de Algemene Plaatselijke
                                            Verordening Cromstrijen <cursief>(exploitatievergunning
                                                horecabedrijven)</cursief>;</al></li><li nr="c."><al>Artikel 2:39 lid 2 van de Algemene Plaatselijke
                                            Verordening Cromstrijen <cursief>(exploitatievergunning
                                                speelgelegenheden)</cursief>;</al></li><li nr="d."><al>Artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                            Cromstrijen <cursief>(exploitatievergunning
                                                seksinrichtingen)</cursief></al></li></lijst></li></lijst><al>Paracommerciële horeca-inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van de
                            Drank- en Horecawet waarvan de kantine in eigen beheer is en niet is
                            verpacht, vallen in beginsel niet onder dit Bibob-beleid</al><lijst><li nr="2."><al>Uitvoering van het eigen onderzoek, als bedoeld in artikel 1.1
                                    lid 2 onder h, vindt in beginsel plaats bij onderstaande
                                    aanvragen voor een beschikking:</al><lijst><li nr="a."><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid,
                                            aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht <cursief>(omgevingsvergunning
                                                Bouwactiviteit)</cursief>.</al></li></lijst></li></lijst><al>Dit blijft beperkt tot (de aanvraag van) een omgevingsvergunning
                            Bouwactiviteit, die valt binnen onderstaand kader:</al><al><vet>KADER OMGEVINGSVERGUNNING</vet></al><al><vet>VOOR DE </vet><vet>ACTIVITEIT</vet><vet> BOUWEN</vet></al><al>A.Specifiek</al><al>De wet Bibob wordt ingezet voor omgevingsvergunningen voor de activiteit
                            bouwen bij de volgende sectoren/branches/activiteiten:</al><al>1.Horeca</al><al>Bij nieuwe horeca-inrichtingen gaat de procedure voor de bouwvergunning
                            vooraf aan de aanvraagprocedure voor een exploitatievergunning. Het ligt
                            daarom voor de hand bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning voor
                            de activiteit bouwen voor horeca-inrichtingen op een nieuwe locatie een
                            eigen onderzoek als bedoeld in artikel 1.1 lid 2 onder h, te doen. Bij
                            bestaande horecalocaties blijft de exploitatievergunning en/of de
                            vergunning op grond van de Drank- en Horecawet het aangrijpingspunt voor
                            een eigen onderzoek.</al><al>2.Kamerverhuur</al><al>Bij kamerverhuurinrichtingen kan sprake zijn van ernstige problemen met
                            de handhaving op het gebied van brandpreventie en brandveiligheid.
                            Daarbij kunnen indicaties voorkomen van verschillende vormen van
                            criminele activiteiten zoals illegale verhuur en hennepteelt. Na
                            controle door toezichthouders is een aanvraag voor een
                            omgevingsvergunning te verwachten. Om te voorkomen dat de gemeente
                            vervolgens door verlening van een dergelijke vergunning criminele
                            activiteiten faciliteert wordt bij aanvragen voor een dergelijke
                            omgevingsvergunning een eigen onderzoek uitgevoerd.</al><al>3.Bouwkundige splitsingen van woningen</al><al>Bij het splitsen van woningen wordt er vrijwel altijd een
                            omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aangevraagd. Particuliere
                            woningverhuur is een branche die gevoelig is voor criminele
                            activiteiten. Om te voorkomen dat de gemeente vervolgens door verlening
                            van een dergelijke vergunning criminele activiteiten faciliteert wordt
                            bij aanvragen voor een dergelijke omgevingsvergunning een eigen
                            onderzoek uitgevoerd.</al><al>B.Selectie op aanvrager</al><al>De gemeente wil aanvragers consistent behandelen. Dat betekent dat
                            aanvragen van aanvragers ten aanzien van wie:</al><lijst><li nr="-"><al>eerder een Bibob-advies is aangevraagd en</al></li><li nr="-"><al>een Bibob-advies met enige mate van gevaar of ernstig gevaar is
                                    ontvangen, aan het eigen onderzoek worden onderworpen.</al></li></lijst><al>De Bibob-toets zal niet worden toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig
                            is van:</al><lijst><li nr="·"><al>overheidsinstanties;</al></li><li nr="·"><al>semi-overheidsinstanties;</al></li><li nr="·"><al>toegelaten woning(bouw)corporaties (toegelaten door de Minister
                                    van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een
                                    daartoe verstrekte vergunning);</al></li><li nr="·"><al>door het college van burgemeester en wethouders bij (specifiek)
                                    besluit aangewezen aanvragers (b.v.PPS constructies van
                                    particuliere ondernemingen en overheid).</al><lijst><li nr="b."><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid,
                                            aanhef en onder e van de Wet Algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking
                                            heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1
                                            eerste lid van die wet <cursief>(omgevingsvergunning
                                                inrichtingen Wet Milieubeheer).</cursief></al></li><li nr="c."><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid,
                                            aanhef onder i van de Wet Algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking
                                            heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel
                                            van bestuur op grond van artikel 2.17 van voornoemde wet
                                            is bepaald, dat de beschikking in het geval en onder
                                            voorwaarden, bedoeld in artikel 3 Wet Bibob kan worden
                                            geweigerd <cursief>(omgevingsvergunning beperkte
                                                milieutoets).</cursief></al></li></lijst></li></lijst><al>Het besluit tot uitvoering van het eigen onderzoek voor de vergunningen
                            genoemd onder b en c zal gebaseerd zijn op:</al><lijst><li nr="-"><al>eigen ambtelijke informatie en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van één of meerdere partners binnen het
                                    samenwerkingsverband RIEC indien er aanleiding is te vermoeden
                                    dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3
                                    van de Wet Bibob;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen vanuit het OM conform art. 26 van de Wet
                                    Bibob (OM-tip).</al><lijst><li nr="3."><al>Het besluit tot uitvoering van het eigen onderzoek bij
                                            een aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 lid 1 van de
                                            Algemene Plaatselijke Verordening Cromstrijen
                                                <cursief>(evenementenvergunning)</cursief>, zal
                                            gebaseerd zijn op:</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>een aanvraag voor een vergunning voor het organiseren van een
                                    vechtsportgala;</al></li><li nr="-"><al>eigen ambtelijke informatie en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van één of meerdere partners binnen het
                                    samenwerkingsverband RIEC indien er aanleiding is te vermoeden
                                    dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3
                                    van de Wet Bibob;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen vanuit het OM conform art. 26 van de Wet
                                    Bibob (OM-tip).</al><lijst><li nr="4."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1 lid 2 van
                                            deze beleidslijn vindt uitvoering van het eigen
                                            onderzoek in beginsel plaats bij een aanvraag voor een
                                            vergunning:</al><lijst><li nr="i."><al>als bedoeld in artikel 3 Drank- en
                                                  Horecawet,</al></li><li nr="ii."><al>als bedoeld in artikel 30a Drank- en Horecawet
                                                  en</al></li><li nr="iii."><al>als bedoeld in artikel 2:28 lid APV,</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>in het geval het een paracommerciële instelling betreft, als bedoeld in
                            artikel 4 Drank- en Horecawet <cursief>(Drank- en Horecawetvergunning
                                en/of een wijziging daarop en exploitatievergunning voor
                                paracommerciële instellingen)</cursief>.</al><al>Het besluit tot uitvoering van het eigen onderzoek zal gebaseerd zijn
                            op:</al><lijst><li nr="-"><al>eigen ambtelijke informatie en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van één of meerdere partners binnen het
                                    samenwerkingsverband RIEC indien er aanleiding is te vermoeden
                                    dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3
                                    van de Wet Bibob;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen vanuit het OM conform art. 26 van de Wet
                                    Bibob (OM-tip).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1a</nr><titel>Toepassing in bijzondere situatie bij aanvragen voor een
                                beschikking genoemd in artikel 2.1</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1 zal een eigen onderzoek ook
                            plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau
                            Bibob blijkt, dat tegen de aanvrager van een beschikking elders in het
                            land in de achterliggende periode van twee kalenderjaren bij een
                            aanvraag een ernstige mate van gevaar is vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Toepassingsbereik bij reeds verleende beschikkingen</titel></kop><al>Het bestuursorgaan kan de Wet Bibob toepassen met betrekking tot reeds
                            verleende beschikkingen, indien:</al><lijst><li nr="1."><al>De verstrekte beschikking betrekking heeft op een locatie, die
                                    gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een
                                    daartoe genomen besluit van het college van burgemeester en
                                    wethouders – na de verstrekking van de beschikking – is
                                    aangewezen als risicogebied;</al></li><li nr="2."><al>De verstrekte beschikking onderdeel uitmaakt van een branche of
                                    onderdeel in deze branche, die op basis van een door het college
                                    van burgemeester en wethouders genomen besluit – na de
                                    verstrekking van de beschikking – is aangewezen voor eigen
                                    onderzoek;</al></li><li nr="3."><al>Vanuit eigen informatie dan wel informatie van een of meerdere
                                    partners binnen het samenwerkingsverband RIEC, er aanwijzingen
                                    zijn dat er sprake is van ernstige mate van gevaar als bedoeld
                                    in artikel 3 van de Wet Bibob;</al></li><li nr="4."><al>Informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob
                                    verkregen van het OM, direct of als reactie op een door haar
                                    ontvangen signaal van het Bureau Bibob;</al></li><li nr="5."><al>Bekend wordt dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een
                                    bibobtoets een ernstige mate van gevaar is geconstateerd en aan
                                    betrokkene in Cromstrijen een soortgelijke beschikking is
                                    verstrekt. In geval aan betrokkene in meerdere gemeenten binnen
                                    het samenwerkingsverband RIEC eerder al een soortgelijke
                                    beschikking is verleend, zal het bestuur het RIEC om coördinatie
                                    in de bibobtoets verzoeken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Toepassingsbereik bij subsidies</titel></kop><al>In de Algemene subsidieverordening gemeente Cromstrijen wordt de
                            volgende weigeringgrond c.q. intrekkinggrond opgenomen:</al><al>Een aanvraag voor een subsidie kan worden geweigerd c.q. een subsidie
                            kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in
                            artikel 3 van de Wet Bibob.</al><al>Het besluit tot uitvoering van het eigen onderzoek zal gebaseerd zijn
                            op:</al><lijst><li nr="-"><al>eigen ambtelijke informatie en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van één of meerdere partners binnen het
                                    samenwerkingsverband RIEC indien er aanleiding is te vermoeden
                                    dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3
                                    van de Wet Bibob;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen vanuit het OM conform art. 26 van de Wet
                                    Bibob (OM-tip).</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Privaatrechtelijke transacties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties</titel></kop><al>Het bestuursorgaan zal de wet in beginsel toepassen met betrekking tot
                            vastgoedtransacties zoals bedoeld in artikel 1.1 lid 2 onder e van deze
                            beleidslijn, waarbij de gemeente partij is. Bij de start van
                            onderhandelen daartoe, zal het bestuursorgaan de wederpartij ervan in
                            kennis stellen dat een Bibob-procedure deel kan uitmaken van de
                            procedure.</al><al>In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis
                            waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of
                            opschorting van de overeenkomst.</al><al>Het eigen onderzoek wordt in beginsel beperkt tot de gevallen, die één
                            of meerdere van onderstaande kenmerken hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>Hoge mate van financiële complexiteit;</al></li><li nr="b."><al>Behorend tot een als zodanig door het college van burgemeester
                                    en wethouders benoemde risicobranche;</al></li><li nr="c."><al>Behorend tot de in deze beleidslijn aangegeven bibobabele
                                    sectoren/branches/activiteiten;</al></li><li nr="d."><al>Behorend tot een als zodanig door het college van burgemeester
                                    en wethouders benoemd risicogebied;</al></li><li nr="e."><al>Hoge mate van complexiteit met betrekking tot de
                                    bedrijfsstructuur;</al></li><li nr="f."><al>Exceptioneel financieel risico voor de gemeente.</al></li></lijst><al>Het besluit tot uitvoering van het eigen onderzoek kan daarnaast ook
                            gebaseerd zijn op:</al><lijst><li nr="-"><al>eigen ambtelijke informatie en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van één of meerdere partners binnen het
                                    samenwerkingsverband RIEC indien er aanleiding is te vermoeden
                                    dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3
                                    van de Wet Bibob;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen vanuit het OM conform art. 26 van de Wet
                                    Bibob (OM-tip).</al></li></lijst><al>Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de
                            overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde in de
                            betreffende overeenkomst opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Toepassingsbereik bij aanbestedingen</titel></kop><al>Het bestuursorgaan kan het eigen onderzoek ten aanzien van een gegadigde
                            of onderaannemer in de zin van de wet, in beginsel alleen uitvoeren bij
                            overheidsopdrachten, die vallen binnen de sectoren milieu,
                            informatiecommunicatietechnologie (ICT) of bouw en die, conform het
                            vigerende aanbestedingsbeleid van de gemeente Cromstrijen, voor
                            aanbesteden van werken respectievelijk van diensten en leveringen,
                            openbaar moeten worden aanbesteed.</al><al>Het besluit tot uitvoering van het eigen onderzoek zal gebaseerd zijn
                            op:</al><lijst><li nr="-"><al>eigen ambtelijke informatie en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen van één of meerdere partners binnen het
                                    samenwerkingsverband RIEC indien er aanleiding is te vermoeden
                                    dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3
                                    van de Wet Bibob;</al></li><li nr="-"><al>informatie verkregen vanuit het OM conform art. 26 van de Wet
                                    Bibob (OM-tip).</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Eigen onderzoek, als bedoeld in artikel 1.1 lid 2 onder h</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de in deze beleidslijn bepaalde gevallen, zal betrokkene de
                                    Bibobvragenformulieren dienen in te vullen en in te leveren bij
                                    het bestuursorgaan. Daarbij dienen ook de documenten te worden
                                    gevoegd, die in deze vragenformulieren zijn vermeld en/of bij de
                                    uitreiking van de formulieren door of namens het bestuursorgaan
                                    zijn genoemd. De Bibobvragenformulieren bevatten in elk geval de
                                    in artikel 30 tweede lid van de Wet Bibob genoemde vragen en
                                    daarnaast aanvullende vragen, die het bestuursorgaan zo goed
                                    mogelijk in staat stellen om het eigen onderzoek te kunnen
                                    verrichten.</al></li><li nr="2."><al>In geval de aanvraag betrekking heeft op een nieuwe beschikking,
                                    maken de Bibobvragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag
                                    hiervoor.</al></li><li nr="3."><al>Alvorens het eigen onderzoek naar het zich voordoen van
                                    weigeringgronden als bedoeld in artikel 3 van de wet wordt
                                    gestart, zal een aanvraag eerst beoordeeld worden conform de
                                    bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de reguliere
                                    weigeringgronden vanuit de onderliggende regelgeving van de
                                    desbetreffende vergunning.</al></li></lijst><al>Het daarop aansluitende eigen onderzoek naar het zich voordoen van de
                            weigeringgronden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob bestaat uit
                            twee stappen:</al><al><onderstreept>Stap 1</onderstreept></al><lijst><li nr="A."><al>Het onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse
                                    van:</al><lijst><li nr="-"><al>de door de aanvrager/houder van de vergunning
                                            aangereikte informatie/documenten bij de
                                            bibobvragenformulier(en) (inclusief bijlagen) en de door
                                            hem/haar daarbij aangeleverde documenten;</al></li><li nr="-"><al>eventuele extra, op verzoek van het bevoegd gezag, door
                                            aanvrager/houder overlegde documenten of
                                            informatie;</al></li><li nr="-"><al>open bronnen onderzoek (Kamer van Koophandel, Kadaster,
                                            etc.)</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>De Bibob-gronden vormen een aanvulling op de reeds bestaande
                                    mogelijkheden om een vergunning te weigeren of in te trekken.
                                    Het bevoegd gezag zal echter altijd eerst de bestaande
                                    weigering- en intrekkinggronden onderzoeken en zo mogelijk
                                    toepassen.</al></li><li nr="C."><al>Wanneer het Bibobvragenformulier niet of niet volledig wordt
                                    ingevuld, worden allereerst de daartoe gestelde regels van de
                                    Algemene wet bestuursrecht (met name die van artikel 4:5 van
                                    voornoemde wet) toegepast. Bij volharding zal de weigering of
                                    het toesturen van onvolledige informatie worden beschouwd als
                                    een ernstige mate van gevaar als genoemd in artikel 4 juncto 3
                                    van de wet.</al></li><li nr="D."><al>Bij de uitvoering van het eigen onderzoek kan de
                                    informatiepositie van bestuursorganen worden versterkt vanuit
                                    het RIEC. Ook kan de gemeente desgewenst gebruik maken van de
                                    expertise van het RIEC.</al></li><li nr="E."><al>Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het
                                    kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in
                                    redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een
                                    “ernstig gevaar” als bedoeld in de Wet Bibob, kan het de
                                    vergunning weigeren of intrekken.</al></li></lijst><al><onderstreept>Stap 2</onderstreept></al><al>Aanvullend op de controle en analyse van de (extra) verstrekte
                            informatie als hiervoor genoemd, kan een advies bij het Bureau Bibob
                            worden gevaagd indien:</al><lijst><li nr="A."><al>Na eigen onderzoek vragen blijven bestaan over omstandigheden in
                                    de persoon van de aanvrager en/of daarmee in verband te brengen
                                    betrokkenen, de financier van de betreffende activiteiten en/of
                                    de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming
                                    is gevestigd,</al></li><li nr="B."><al>Na eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de
                                    bedrijfsstructuur van aan de uitvoering van de beschikking te
                                    verbinden onderneming(en),</al></li><li nr="C."><al>Na eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering
                                    van de aan de betreffende beschikking te verbinden
                                    activiteiten.</al></li><li nr="D."><al>De officier van justitie de gemeente de tip geeft om in een
                                    bepaalde zaak een Bibob-advies te vragen.</al></li></lijst><al>Een toetsing aan de Wet Bibob met behulp van een advies van het Bureau
                            Bibob geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een
                            betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de
                            privacy moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en
                            proportionaliteit in acht nemen.</al><al>Deze eisen brengen mee dat het bevoegd gezag eerst, zoals hierboven is
                            uitgewerkt, gebruik moet maken van de eigen instrumenten en voorts
                            alleen een advies kan vragen indien dit – gelet op de mate van gevaar en
                            de ernst van de strafbare feiten – evenredig is.</al><al>De adviesaanvraag bij het Bureau Bibob is geen beschikking in de zin van
                            de Algemene wet bestuursrecht. Hiertegen staat derhalve geen bezwaar of
                            beroep open. Wel is de aanvrager van de beschikking te allen tijde
                            toegestaan de aanvraag in te trekken.</al><al>Bij een “mindere mate van gevaar” dat de (aangevraagde) beschikking
                            wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten en witwaspraktijken
                            kan het bevoegd gezag extra voorwaarden aan de vergunning verbinden.
                            Deze voorwaarden dienen Bibob-gerelateerd te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Kosten</titel></kop><al>Nadat een besluit op de aanvraag is genomen worden de daarvoor
                            verschuldigde leges in rekening gebracht. Indien ook een advies
                            verkregen van het Landelijk Bureau Bibob, wordt het tarief verhoogd met
                            het bedrag als bedoeld in artikel 16, Wet Bibob en artikel 5, Besluit
                            Bibob. Indien de Wet Bibob wordt toegepast bij een reeds verleende
                            vergunning, welke kan leiden tot intrekking van de vergunning, worden
                            geen leges in rekening gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan informeert betrokkene schriftelijk over een
                                adviesaanvraag aan het Bureau Bibob. Betrokkene wordt daarbij
                                gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in
                                artikel 9 van de wet. Een afschrift van deze brief wordt gevoegd bij
                                het adviesverzoek aan het Bureau Bibob.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval een van het Bureau Bibob ontvangen adviesverzoek leidt tot
                                het voornemen om een gevraagde beschikking te weigeren dan wel een
                                eerder verleende beschikking in te trekken, wordt aan betrokkene een
                                kopie van het adviesrapport ter hand gesteld. Betrokkene wordt
                                daarbij door het bestuursorgaan
                                    <onderstreept>schriftelijk</onderstreept> gewezen op zijn
                                geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 28 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Adviestermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt bij het Bureau Bibob,
                                wordt op grond van artikel 31 van de wet de wettelijke termijn
                                waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor
                                de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies door
                                het Bureau Bibob in behandeling wordt genomen en eindigt met de dag
                                waarop het advies is ontvangen, met dien verstande dat deze
                                opschorting niet langer duurt dan de termijn, zoals genoemd in
                                artikel 15 lid 1 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het Bureau Bibob het advies niet binnen de in lid 1 genoemde
                                termijn kan geven, heeft het de mogelijkheid om op grond van artikel
                                15 derde lid van de wet, de termijn te verlengen. Deze verlenging
                                bedraagt niet meer dan de termijn, genoemd in artikel 15 lid 3 van
                                de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan informeert betrokkene onverwijld over een
                                verlenging als bedoeld in het vorige lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verlenging van de adviestermijn van het Bureau Bibob, alsmede
                                eventuele tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Bureau
                                Bibob in gevallen als bedoeld in artikel 15 tweede lid van de wet,
                                leiden tot een verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn
                                op de beschikking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan gaat over tot een negatief besluit op de aanvraag
                                voor de beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht of
                                het aangaan van een vastgoedtransactie, indien uit het eigen
                                onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Bureau
                                Bibob blijkt dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als
                                bedoeld in artikel 3 van de wet. Daarbij zal in geval van een
                                inschrijving op een overheidsopdracht, de geconstateerde ernstige
                                mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere
                                uitsluitinggronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het bestuursorgaan voornemens is negatief te beschikken op de
                                aanvraag voor de beschikking dan wel inschrijving op een
                                overheidsopdracht op grond van de wet, wordt betrokkene in de
                                gelegenheid gesteld daartegen zienswijze in te brengen conform de
                                betreffende bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een door het bestuursorgaan op grond van de wet genomen negatief
                                besluit op de aanvraag voor een beschikking dan wel inschrijving op
                                een overheidsopdracht, is vatbaar voor bezwaar en beroep.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuursorgaan of aanbestedende dienst, die een advies van het
                                Bureau Bibob als bedoeld in de wet ontvangt, kan dit advies
                                gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere beslissing,
                                die Bibobabel is.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen ontvangen vanaf de
                            datum van </al><al>inwerkingtreding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Intrekking voorgaande beleidslijn</titel></kop><al>De beleidslijn inzake de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door
                            het openbaar bestuur inzake de drank- en horecawetvergunningen,
                            horecaexploitatievergunningen, vergunningen voor seksinrichtingen en de
                            vergunningen voor speelautomatenhallen, vastgesteld op 13 september 2005
                            wordt met ingang van de in artikel 5.2 genoemde datum van
                            inwerkingtreding ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidslijn kan worden aangehaald als de ‘Bibob-beleidslijn
                            gemeente Cromstrijen 2014’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Datum inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidslijn treedt in werking op de dag na publicatie</al><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 mei 2014</al><al>Het college van burgemeester en wethouders</al><al>De burgemeester</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>