<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR330480_1</dcterms:identifier><dcterms:title>REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2014, 13</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Groningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GR 13.4071582</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Groningen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Groningen, vastgesteld bij raadsbesluit van 25 april 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN, </al><al>(GR 13.4071582);</al><al/><al>Gezien het voorstel van het presidium van 4 december 2013;</al><al/><al>Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al/><al>HEEFT BESLOTEN:</al><al/><al>het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Groningen vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk </label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 Begripsbepalingen</nr></kop><al> In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter : de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;</al></li><li nr="b."><al>griffier : griffier van de raad of diens plaatsvervanger;</al></li><li nr="c."><al>initiatiefvoorstel : een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel;</al></li><li nr="d."><al>amendement : voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;</al></li><li nr="e."><al>subamendement : voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="f."><al>motie : korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="g."><al>blokstemmen : de manier van het fractiegewijze opnemen van stemmen, waarbij wordt uitgegaan van het aantal aanwezige raadsleden per fractie ter vergadering;</al></li><li nr="h."><al>raadsinformatiesysteem (RIS) : website met informatie voor raadsleden en derden over raads- en commissievergaderingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 De voorzitter</label></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al> het leiden van de vergadering;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> het handhaven van de orde; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> het doen naleven van het reglement van orde; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 De griffier </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Het presidium</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een Presidium. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het Presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De griffier en de secretaris of hun vervangers zijn in elke vergadering van het Presidium aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het Presidium vervangt. In geval van een eenmansfractie kan de fractievoorzitter één van de drie eerstvolgende nog niet gekozen personen op de kandidatenlijst van zijn fractie aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Presidium stelt de voorlopige agenda van de raadsvergadering vast. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het presidium ziet toe op de kwaliteit van de vergaderingen van de raad en zijn commissies en bevordert de kwaliteit van de onderlinge verhoudingen in de raad en zijn commissies en de werkwijze van de raad en commissies in zijn algemeen </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5 Toelating nieuwe leden </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad; indien gewenst kunnen meerdere commissies worden ingesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit inzake de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. In het verslag wordt indien van toepassing ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> In de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de raadsverkiezingen wordt het proces-verbaal van het centraal stembureau onderzocht </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte ae leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Onderzoek benoembaarheid wethouders</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de raad stelt een commissie “Benoembaarheid wethouders” in, die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van een of meerdere kandidaat-wethouders en die de raad hierover schriftelijk adviseert. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De commissie bestaat uit 3 leden van de raad. Bij tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe collegebenoeming wordt deze voorwaarde losgelaten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De kandidaat wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in het hierna volgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle overige door hem in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De commissie toetst de van de kandidaat wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van in elk geval de volgende voorschriften: </al><lijst><li nr="-"><al>de artikelen 10, 35, 36 a en 41a Gemeentewet (benoembaarheidvereisten); </al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>de artikelen 12 en 41 b Gemeentewet (nevenfuncties). </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> De kandidaat-wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding maakt in het advies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Fractie </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Indien:</al><lijst><li nr="1."><al> één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden; </al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al> twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; </al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al> één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitt;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> een nieuwe fractie voert een naam die voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> met de onder a. en b. beschreven situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderingen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8 Vergaderfrequentie</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de vierde woensdag van de maand, vangen aan om 16.30 uur en worden gehouden in het Stadhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het Presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 Oproep </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter plaatst ten minste 10 dagen voor een vergadering een oproep voor de leden van de raad op het raadsinformatiesysteem (in het vervolg aangeduid als RIS) onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep op het RIS geplaatst. De raadsleden en overige betrokkenen krijgen per e-mail hierover bericht, inclusief een samenvatting van de agenda. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de agenda conform artikel 10, tweede lid, wordt aangepast, wordt dit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering op het RIS verwerkt en per e-mail aan raadsleden en overige betrokkenen gemeld</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 Agenda</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de oproep op het RIS wordt geplaatst, stelt het de voorzitter in overleg met het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In spoedeisende gevallen kan de voorzitter in overleg met het presidium na het plaatsen van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering de agenda aanpassen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren, of de volgorde van behandeling wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11 Ter inzage leggen van stukken</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De plaatsing van agenda en stukken op het RIS conform art. 9 en 10 geldt tegelijk als openbare terinzagelegging. De voorzitter maakt hiervan melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 13. Indien na eerste publicatie van de agenda en de openbare kennisgeving nog stukken worden geplaatst op het RIS wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze op het besloten deel van het RIS geplaatst, waartoe alleen raadsleden en anderen die een geheimhoudingsverklaring hebben getekend toegang hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12 Openbare kennisgeving</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in de Groninger Gezinsbode en door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. Daarnaast is de openbare kennisgeving in te zien bij het Gemeentelijk Informatiecentrum. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De openbare kennisgeving vermeldt: </al><lijst><li nr="a."><al> de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13 Presentielijst</nr></kop><al> Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de griffier door ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14 Zitplaatsen </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15 Opening vergadering; quorum </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16 Spreekrecht toehoorders </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Tijdens de vergadering is er voor toehoorders gelegenheid, voor zover het betreft geagendeerde mondelinge vragen, interpellaties, initiatiefvoorstellen en conform- en discussieonderwerpen, ter zake van het betreffende onderwerp opmerkingen te maken en vragen te stellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden: </al><lijst><li nr="a."><al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>over een besluit of een onderwerp waarover reeds in een raadscommissie de gelegenheid is geweest om het woord te voeren. Deze besluiten of onderwerpen zullen als zodanig worden gemarkeerd op de agenda. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Insprekers dienen zich minimaal 48 uur van tevoren te melden bij de griffie; in uitzonderlijke gevallen kan de voorzitter besluiten dat hiervan mag worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Insprekers krijgen in principe drie minuten spreektijd, met dien verstande dat de spreektijd voor insprekers tijdens een vergadering in principe beperkt blijft tot 15 minuten; als die limiet dreigt te worden overschreden kan de tijd per inspreker door de voorzitter worden bekort </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Insprekers kunnen het woord voeren op persoonlijke titel of namens een organisatie of andere individuen. Het is echter niet toegestaan dat één persoon tijdens één agendapunt meer dan één keer het woord voert. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het is insprekers niet toegestaan zich te bedienen van taalgebruik dat in strijd is met de goede zeden, zich door stemverheffing of anderszins intimiderend op te stellen of zich kwetsend of beledigend uit te laten. Indien zulks voorvalt, ontneemt de voorzitter de inspreker het woord. Bij herhaling van wangedrag wordt de inspreker door de voorzitter gedurende een jaar het spreekrecht ontnomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17 Primus bij hoofdelijke stemming</nr></kop><al> Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen bepaalt de voorzitter, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18 Notulen</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden, zo mogelijk, op het RIS geplaatst gelijktijdig met de oproep. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de notulen van de vorige vergadering vastgesteld. De verslagen van openbare vergaderingen zijn voor een ieder ter inzage. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de notulen bij de griffier te worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De notulen moeten inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> een verslag van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; </al></li><li nr="e."><al> de tekst van de ter vergadering ingediende moties, amendementen en subamendementen;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al> bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 28 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19 Besluitenlijst</nr></kop><al> Onder de zorg van de griffier wordt van iedere raadsvergadering een besluitenlijst aangelegd. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20 Ingekomen stukken</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt op het RIS geplaatst als bijlage bij de raadsagenda. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van de notulen stelt de raad op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Eventueel door het college opgelegde geheimhouding kan dan door de raad bekrachtigd worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21 Spreekregels </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22 Volgorde sprekers</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23 Aantal spreektermijnen </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al> de rapporteur van een commissie; </al></li><li nr="b."><al> het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24 Spreektijd</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van de voorzitter de spreektijden vast van de leden en overige aanwezigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25 Handhaving orde; schorsing </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij</al><lijst><li nr="a."><al> de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; </al></li><li nr="b."><al>een lid van de raad hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26 Beraadslaging </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27 Deelname aan de beraadslaging door anderen</nr></kop><al> Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28 Stemverklaring</nr></kop><al> Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29 Beslissing </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30 Algemene bepalingen over stemming </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Inzake voorstellen die door de raad als conformstuk op de agenda zijn geplaatst, stelt de voorzitter in principe vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen, tenzij door één of meer leden om stemming wordt gevraagd of de voorzitter dit verlangt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de vergadering aanwezige leden aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of op grond van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Inzake voorstellen die door de raad als niet zijnde een conformstuk op de agenda zijn geplaatst, of waarover conform lid 1 stemming is gevraagd of wordt verlangd, alsmede over ingediende amendementen en moties, vindt stemming plaats, in principe volgens de procedure van het blokstemmen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien door één of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter (of de griffier) roept vervolgens de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31 Stemming over amendementen en moties </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het voorstel. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien twee of meer moties bij een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat de meest verstrekkende motie het eerst in stemming wordt gebracht</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32 Stemming over personen</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> een ondertekend stembriefje; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; </al></li><li nr="d."><al> een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; </al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33 Herstemming over personen</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34 Beslissing door het lot</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheden, instrumenten raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35 Amendementen </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36 Moties </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motieover een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders besluit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37 Voorstellen van orde</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38 Initiatiefvoorstel</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het raadslid dat het initiatiefvoorstel indient daarom verzoekt wordt het voorstel voor advies naar het college gezonden. Advisering door het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen zes weken nadat het voorstel bij het college is binnengekomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het preadvies van het college wordt op de lijst van ingekomen stukken geplaatst en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen, stemming vindt plaats over het initiatiefvoorstel. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering na behandeling in een raadscommissie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De volgorde van de sprekers is als volgt: overige fracties - college - indienende fractie(s).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39 Collegevoorstel</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40 Interpellatie</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Tijdens de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt bij de vaststelling van de agenda het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De volgorde van de sprekers is als volgt: interpellant - college- interpellant - overige fracties - college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41 Schriftelijke vragen </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden schriftelijk via de griffier bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 21 dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Het lid van de raad dat de vraag heeft gesteld wordt als eerste op de hoogte gebracht van de beantwoording. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde aadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42 Het actualiteitendebat </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het actualiteitendebat is een debat van 30 minuten dat door minimaal 2 raadsleden, niet behorende tot dezelfde fractie, kan worden aangevraagd over politiek urgente onderwerpen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het debat vindt in principe plaats op woensdag van 16.00 uur - 16.30 uur, en moet, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur voor aanvang schriftelijk bij de voorzitter worden aangevraagd. Op woensdagen waarop een raadsvergadering plaatsvindt wordt geen actualiteitendebat georganiseerd; in plaats daarvan kan conform art. 41 gebruik gemaakt worden van het recht op interpellatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het debat wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het debat worden geen besluiten genomen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De volgorde van sprekers is als volgt: aanvragers - college - aanvragers - overige fracties - college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43 Hoorzittingen en expertmeetings</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de raad dit ter uitvoering van zijn taak nodig oordeelt kan hij, eventueel op verzoek van de raadscommissies, een hoorzitting of expertmeeting houden over beleidsthema’s of maatschappelijke ontwikkelingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een hoorzitting maken bij het desbetreffende onderwerp betrokken natuurlijke of rechtspersonen hun visie aan de raad kenbaar, bij een expertmeeting delen deskundigen hun expertise over het desbetreffende onderwerp met de raad, in beide gevallen op uitnodiging van de raad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing een hoorzitting of expertmeeting te houden kan ook door het Presidium worden genomen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de beslissing een hoorzitting of expertmeeting te houden wordt mede tenminste (meteen of in een later stadium) geregeld: </al><lijst><li nr="a."><al> het onderwerp; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> de natuurlijke of rechtspersonen die zullen worden uitgenodigd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De organisatie van een hoorzitting of expertmeeting ligt in handen van de griffie. De griffier kan de gemeentesecretaris verzoeken namens hem een of meer ambtenaren aan te wijzen ter ondersteuning van de griffie. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een hoorzitting is openbaar. Artikel 13, uitgezonderd lid 2 onder c, is van overeenkomstige toepassing. Voor een expertmeeting bepaalt het presidium of deze een openbaar of besloten karakter draagt. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Van een hoorzitting of expertmeeting wordt een verslag gemaakt. Deze verslagen worden voor zover het openbare bijeenkomsten betrof op het RIS geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al> Een hoorzitting wordt in principe voorgezeten door de voorzitter van de raad. Een expertmeeting kan ook worden voorgezeten door de voorzitter van een raadscommissie of door een externe voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44 Procedure begroting </nr></kop><al> Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45 Procedure jaarrekening </nr></kop><al> Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad vaststelt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46 Verslag, verantwoording</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een lid van de raad, een wethouder, d burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 42, zijn van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47 Algemeen </nr></kop><al> Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48 Notulen </nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De notulen van een besloten vergadering worden op het afgeschermde deel van het RIS geplaatst, dat alleen toegankelijk is voor wie een geheimhoudingsverklaring heeft ondertekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze notulen worden zo spoedig mogelijk ter vaststelling aangeboden. Indien iemand 7ierover wil spreken, dient dit in een besloten vergadering te gebeuren. Tijdens deze vergadering kan de raad desgewenst besluiten tot het openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worde*--*or de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49 Geheimhouding</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere wijze kennis heeft van de stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50 Opheffing geheimhouding</nr></kop><al> Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51 Toehoorders en pers</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde verstoren te doen 7ertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Hij kan zonodig de publieke tribune ontruimen, of andere passende maatregelen treffen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan, ter handhaving van de orde, de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en zonodig de vergadering sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52 Geluid- en beeldregistraties</nr></kop><al> Degenen, die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- danwel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53 Gebruik mobiele telefoons c.a. </nr></kop><al> Het gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen mag de orde van de vergadering niet verstoren. Indien er sprake is van (dreigende) verstoring van de orde van de vergadering kan de voorzitter het gebruik van mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen verbieden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54 Uitleg reglement </nr></kop><al> In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55 In werking treden</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Groningen 2013 treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Groningen vastgesteld bij raadsbesluit van 25 april 2012.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2014. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. A.G.M. (Toon) Dashorst. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> dr. R.L. (Ruud) Vreeman.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>