<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33002_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Parkeerbelastingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Groningen (Gr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 09</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Parkeerbelastingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 9</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Rb 590</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Parkeerbelastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Voor het eerst vastgesteld bij raadsbesluit van 26 juni 1991.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-54865</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-54866</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-54867</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-54868</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING PARKEERBELASTINGEN (Verordening op de heffing en
                invordering van parkeerbelastingen)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Parkeerbelastingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een
                                    bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen
                                    gevallen door burgemeester en wethouders te bepalen plaats,
                                    tijdstip en wijze;</al></li><li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende
                                    vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die
                                    vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeren : het gedurende een aaneengesloten periode doen of
                                    laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="b."><al>houder : degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet (Stbl. 1935, 554) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="c."><al>parkeerapparatuur : parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen
                                    van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd
                                    voor de registratie van parkeerbewegingen en hetgeen naar
                                    maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur
                                    wordt verstaan.</al></li><li nr="d."><al>Artsenplaats : Een aan één of meerdere artsen specifiek
                                    toegewezen plaats volgens art. 3, lid 3 sub f van de
                                    parkeerverordening.</al><al> Deze plaats wordt aangeduid door middel van het bord E09 uit
                                    bijlage I van het RVV 1990 met op het onderbord aangegeven het
                                    kenteken.</al></li><li nr="e."><al>GPP : Gehandicapten ParkeerPlaats.</al><al>Een aan een gehandicapte specifiek toegewezen plaats volgens
                                    art. 3, lid 3, sub g van de parkeerverordening. </al><al>Deze plaats wordt aangeduid door middel van het bord E06 uit
                                    bijlage I van het RVV 1990 met op het onderbord aangegeven het
                                    kenteken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Belastingplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, wordt geheven van
                                degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
                                        heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al>zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel
                                        1, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
                                        voertuig, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="1."><al>indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                                        huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten
                                        tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de
                                        huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder
                                        wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft
                                        geparkeerd;</al></li><li nr="2."><al>indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had
                                        moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als
                                        degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></li><li nr="3."><al>De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, wordt niet
                                        geheven van degene die op de voet van het tweede lid,
                                        onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd
                                        wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten
                                        tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het
                                        voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik
                                        redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.</al></li><li nr="4."><al>De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, wordt
                                        geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is de belasting
                                terstond verschuldigd na afloop van het parkeren indien wordt
                                geheven door middel van het inbellen bij de centrale computer van
                                het bedrijf waarmee de gemeente Groningen een overeenkomst heeft
                                gesloten voor het verlenen van diensten op het gebied van
                                telefonische betaling bestemd voor de registratie van
                                parkeerbewegingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, is verschuldigd op
                                het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Tarief, tijdvak en maatstaf van heffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Het tarief, het tijdvak en de maatstaf van heffing zijn vermeld in de
                            tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wijze van heffing en termijn van betaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, wordt geheven bij
                                wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de
                                aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting,
                                indien het inwerking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door
                                middel van het inbellen bij de centrale computer van het bedrijf
                                waarmee de gemeente Groningen een overeenkomst heeft gesloten voor
                                het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling
                                bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen, betaald worden
                                binnen één maand na de dag waarop het belastbare feit heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, wordt geheven bij
                                wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het
                                tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Ontheffing van parkeerbelasting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belastingplicht, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, in de
                                loop van het jaar waarvoor de vergunning is verleend eindigt, wordt
                                op aanvraag ontheffing verleend over de nog niet ingetreden volle
                                kwartalen waarop de vergunning betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Terugbetaling van reeds betaalde belastingsommen geschiedt vanaf €
                                10,--.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vrijstelling gehandicapten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a</nr></kop><al>Houders van een geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart, landelijke
                            invalidenparkeerkaart (zowel voor bestuurders als passagiers),
                            gewestelijke invalidenparkeerkaart of buitenlandse invalidenparkeerkaart
                            zijn vrijgesteld mits deze parkeerkaart met de daartoe bestemde zijde,
                            in combinatie met een parkeerschijf waarop de aankomsttijd is ingesteld,
                            op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit
                            van het voertuig is geplaatst. Indien geen voorruit aanwezig is, dienen
                            de vergunning en de parkeerschijf op een van buitenaf zichtbare plaats
                            duidelijk leesbaar te worden aangebracht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bevoegdheid tot naheffingsaanslag, wielklem en
                            wegsleepregeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van
                                de belasting bedoeld in artikel 1, onder deel a, kan aan het
                                voertuig ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt
                                verhinderd dat het voertuig wordt weggereden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders wijst bij openbaar te
                                maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar
                                de wielklem wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan
                                het voertuig naar een door het college van burgemeester en
                                wethouders aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring
                                worden gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Kosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                            artikel 1, onderdeel a, bedragen € 51,--.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Kwijtschelding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Bij invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            parkeerbelastingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Parkeergeldenverordening 1972 van 24 april 1972 en de Parkeer- en
                                parkeergeldverordening belanghebbenden binnenstad-oost van 22
                                september 1980 worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijven op de belastbare feiten die zich hebben
                                voorgedaan vóór de in het tweede lid genoemde datum van ingang van
                                de heffing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 1991
                                welke datum tevens de datum van ingang van de heffing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                parkeerbelastingen’.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Onderdelen</label></kop><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Groningen (Gr)/i2505.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Groningen (Gr)/i2507.pdf">Onderdeel I - Tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in art. 1 onderdeel a.</extref></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Groningen (Gr)/i2508.pdf">Onderdeel II - Tarief voor een vergunning als bedoeld in art. 1, onderdeel b.</extref></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Groningen (Gr)/i2509.pdf">Onderdeel III - Gebiedsomschrijvingen</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>