<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR329945_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissie Bodemsanering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 7-5-2015, nr. 24789</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissie Bodemsanering</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 84 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-05-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/8497 en 2014/8276</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissie Bodemsanering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn,</al><al>BESLUIT vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de raadscommissie Bodemsanering</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van de raadscommissie Bodemsanering (verder commissie),
                                    benoemd door de gemeenteraad. Lid is eveneens de voorzitter van
                                    de commissie of diens vervanger en eventuele buitengewone leden,
                                    benoemd door de gemeenteraad. </al></li><li nr="b."><al>griffier: secretaris van de commissie of diens vervanger.</al></li><li nr="c."><al>griffier: secretaris van de commissie of diens vervanger.</al></li><li nr="d."><al>vergadering: vergadering van de commissie. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende commissie in: Bodemsanering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders en
                                overlegt met het college, de raad en derden over de volgende
                                onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>voortgangsrapportage NAF-terrein;</al></li><li nr="b."><al>voortgangsrapportage Coupépolder;</al></li><li nr="c."><al>eventuele andere saneringsgebieden, evenwel niet eerder dan
                                        nadat de gemeenteraad de commissie daartoe opdracht heeft
                                        gegeven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al>De commissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2 genoemde
                                    onderwerpen; </al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;
                                </al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg met het college of de burgemeester over
                                    in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, lid 2, genoemde onderwerpen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit leden van minimaal drie in de gemeenteraad
                                vertegenwoordigde fracties (maximaal één lid per fractie).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan buitengewone leden benoemen. Buitengewone leden zijn
                                leden die bijvoorbeeld op grond van hun deskundigheid worden benoemd
                                tot lid en daarmee niet optreden als vertegenwoordiger van een
                                fractie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden worden door de raad benoemd in de commissie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De artikelen 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op een lid van de commissie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                                midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is lid van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is o.a. belast met</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>het bijeenroepen van de leden van de commissie;</al></li><li nr="e."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval met het einde van de
                                zittingsperiode van de raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van de
                                commissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, vierde
                                lid, gestelde eisen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan de leden (incl. de voorzitter) ontslaan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger en de voorzitter kunnen te allen
                                tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de
                                raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in
                                of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het betreffende lid van rechtswege.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie wordt ondersteund door de griffier of diens vervanger.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier of diens vervanger is in iedere vergadering aanwezig.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en gemeentesecretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en gemeentesecretaris</titel></kop><al>De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders uit het
                            college en de gemeentesecretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig
                            te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert indien de voorzitter het nodig oordeelt
                                    of indien ten minste twee leden daarom verzoeken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie vergadert in ieder geval over de
                                    voortgangsrapportages zoals bedoeld in artikel 2. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter stuurt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                    de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                    schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een
                                    openbare kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                    gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Deelname van burgers, instellingen en deskundigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan besluiten een of meer burgers, instellingen of
                                    deskundigen uit te nodigen om deel te nemen aan de
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitnodigingen worden verzonden door de griffier. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde
                                    moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt het verslag van de vorige
                                    vergadering vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders,
                                    hebben het recht een voorstel tot wijziging van het verslag aan
                                    de raadscommissie te doen, indien het verslag onjuistheden bevat
                                    of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                    voorstel tot wijziging dient voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij de commissiegriffier te worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag houdt in: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de burgemeester
                                            en de wethouders, de secretaris en de ter vergadering
                                            aanwezige leden, allen voor zover aanwezig, alsmede van
                                            de overige personen die het woord gevoerd hebben; </al></li><li nr="b."><al>welke leden afwezig waren; </al></li><li nr="c."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest; </al></li><li nr="d."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                            vermelding van de namen der aanwezigen die het woord
                                            voerden; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de
                                    griffier. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                    commissiegriffier ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Advies en informatievoorziening aan de raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    commissie anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de commissie of er
                                    een advies aan de raad wordt uitgebracht. De commissie kan ook
                                    besluiten een bijeenkomst te beleggen om de overige raadsleden
                                    te informeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de commissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen
                                    de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het
                                    advies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van de leden opgenomen.
                                </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                commissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van dit
                                verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                griffier ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            commissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de commissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in
                            een besloten vergadering met de commissie overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 8 dagen na de bekendmaking
                            hiervan.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Behoort bij het besluit van de raad van Alphen aan den Rijn (nr
                        2014/8276) van 27 februari 2014.</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>P.H.M. van Ruitenbeek</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen commissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Commissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en voeren
                    overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn commissies
                    waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester worden
                    overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Er
                    kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden. Voor
                    deze commissie is gekozen voor een artikel 84 commissie, zodat fracties ook
                    mensen voor benoeming kunnen voordragen die niet door de raad eerder als
                    commissielid zijn benoemd. Benoeming vindt dan plaats specifiek voor deze
                    commissie. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2. Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><al>Artikel 2. Instelling commissies</al><al>In dit artikel worden de specifieke taken van deze commissie benoemd. Hierbij is
                    aangesloten bij de op 28 maart 2013 in de voormalige gemeente Alphen aan den
                    Rijn aangenomen motie (2013/18782) en de brief van de begeleidingscommissie aan
                    de raad van september 2013 (2013/45693).</al><al/><al>Artikel 3. Taken</al><al>In dit artikel zijn de taken van de commissie opgenomen. </al><al>De commissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. In de praktijk zal de
                    voorzitter de commissie bij elkaar roepen als daar een aanleiding toe is,
                    bijvoorbeeld omdat het college van burgemeester en wethouders een
                    voortgangsrapportage ter beschikking heeft gesteld.</al><al/><al>Artikel 4. Samenstelling</al><al>De leden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fractie. Dit houdt in
                    dat het aan de fracties zelf is om te bepalen welke leden de betreffende fractie
                    vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Niet iedere fractie hoeft
                    vertegenwoordigd te zijn, het is aan de fracties zelf om te bepalen of zij een
                    commissielid willen afvaardigen. </al><al>Deze bepaling opent ook de mogelijkheid om buitengewone leden te noemen. Dit
                    kunnen burgers zijn die niet op de kandidatenlijst van een fractie hebben
                    gestaan, maar bijvoorbeeld op basis van hun deskundigheid tot lid van een
                    commissie worden benoemd. Er wordt vanuit gegaan dat dit niet-raadsleden
                    zijn.</al><al>Op grond van het vierde lid moeten leden en buitengewone leden, evenals
                    raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15
                    van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn,
                    over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar
                    moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in
                    strijd mogen handelen met artikel 15. Om te beoordelen of de buitengewone (niet)
                    raadsleden voldoen aan de eisen van de Gemeentewet, ligt het voor de hand om
                    gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit
                    onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden en
                    wethouders het op basis van artikel V4 van de Kieswet verplichte
                    geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn
                    immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan
                    het raadsbesluit waarmee de leden benoemd worden.</al><al/><al>Artikel 5. Voorzitter</al><al>De voorzitter wordt door de raad benoemd. Mocht een plaatsvervangend voorzitter
                    nodig zijn, dan kan de commissie deze uit haar midden benoemen. </al><al/><al>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures</al><al>De zittingsperiode van de leden, de eventuele buitengewone leden, de voorzitters
                    en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden,
                    in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad
                    hoeft hen niet te ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een
                    commissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in
                    artikel 4, vierde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht
                    van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van
                    de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).</al><al>De raad kan een lid van een commissie op voorstel van de fractie die het lid
                    heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een
                    splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. Er is in deze bepaling
                    niet voorzien in een ontslagregeling voor buitengewone leden, deze hebben in
                    principe 4 jaar zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                    vierde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of overlijden. De raad kan ook zonder
                    voorstel van een fractie de voorzitter van een commissie ontslaan, bijvoorbeeld
                    indien deze voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad
                    bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van een tussentijdse
                    vacature, hetzij door ontslag hetzij door overlijden.</al><al/><al>Artikel 7. Griffier</al><al>Iedere commissie wordt ondersteund door een griffier. Afhankelijk van de omvang
                    van de griffie is dit een medewerker van de griffie of de griffier zelf.
                    Alternatief eerste lid:</al><al>De griffier of zijn vervanger is altijd bij de vergaderingen van de commissie
                    aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3. Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><al>Artikel 8. Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</al><al>Het kan gewenst zijn dat een lid van het college, de burgemeester of de
                    secretaris deelneemt aan de vergadering van de commissie. De commissie kan per
                    vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de
                    genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. In openbare vergaderingen kunnen
                    collegeleden, de burgemeester en de secretaris uiteraard altijd aanwezig zijn.
                    Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de commissie
                    hiermee instemt. In de regel zal de portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn
                    ten behoeve van het voeren van overleg en het uitoefenen van controle door de
                    commissie.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4. Vergaderingen</tussenkop><al>Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</al><al>Artikel 9. Vergaderfrequentie</al><al>De commissie wordt bijeen geroepen als de voorzitter daartoe beslist of indien
                    twee leden hierom verzoeken. Dit zal in ieder geval aan de orde zijn als de
                    voortgangsrapportages worden aangeboden door het college. </al><al/><al>Artikel 10. Oproep</al><al>De leden van een commissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor een
                    vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier
                    worden ingezien (artikel 13, derde lid).</al><al/><al>Artikel 11. De agenda</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld.
                    Uiteindelijk bepaalt een commissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een
                    commissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid. Dit betekent
                    onder andere dat een commissie kan bepalen dat een onderwerp of voorstel
                    onvoldoende voorbereid is en voor inlichtingen of advies aan het college wordt
                    gezonden. Een commissie, niet het college, bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Uiteraard zal
                    hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de
                    secretaris.</al><al/><al>Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken</al><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. Stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van commissies ook bij de griffier
                    inzien. </al><al/><al>Paragraaf 2. Orde der vergadering</al><al>Artikel 13. Opening der vergadering en quorum</al><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    commissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is, kan worden vergaderd.</al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een commissie
                    de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment
                    dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk
                    moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee
                    vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur
                    van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede
                    dat de voorzitter overlegt met de commissie over de datum van een nieuwe
                    vergadering.</al><al/><al>Artikel 14. Deelname van burgers, instellingen en deskundigen</al><al>De commissie kan burgers, instellingen en deskundigen uitnodigen om deel te
                    nemen aan de vergadering. Er wordt vooraf geen openbare kennisgeving gedaan, dus
                    de commissie zal zelf betrokkenen moeten uitnodigen via de griffie. </al><al/><al>Artikel 15. Verslag</al><al>Het conceptverslag wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verstuurd
                    aan de leden en aan de overige personen die het woord gevoerd hebben. De
                    voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het recht een voorstel tot
                    wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de
                    vergadering schriftelijk bij de griffier ingediend. Het recht om aanpassing voor
                    te stellen (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid en een
                    collegelid, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan
                    de commissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling
                    geaccepteerd wordt, aangezien de commissie het verslag vaststelt. Na
                    vaststelling ondertekenen de voorzitter en de griffier het verslag.</al><al/><al>Artikel 16. Voorstellen van orde</al><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende commissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de commissie. Bij het staken van stemmen is het
                    voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een (overleg) pauze.</al><al/><al>Artikel 17. Advies</al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een commissie anders beslist. Een commissie
                    neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en
                    overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een commissie gevraagd en
                    ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden beslissen over het advies. De
                    commissie zorgt er ook voor dat de overige raadsleden goed geïnformeerd worden
                    over de onderwerpen die tot het werkgebied van de commissie behoren. Daarvoor
                    kunnen informatiebijeenkomsten worden belegd. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5. Besloten vergadering</tussenkop><al>Artikel 18. Algemeen</al><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een commissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in
                    artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al/><al>Artikel 19. Verslag</al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    commissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid van deze
                    modelbepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij
                    de griffier. De commissie beslist over het openbaar maken van dit verslag.</al><al/><al>Artikel 20. Geheimhouding</al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een commissie kan geheimhouding
                    opleggen, ook de voorzitter van een commissie, het college en de burgemeester
                    kunnen geheimhouding aan een commissie opleggen. Overigens kan een commissie ook
                    geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten aanzien van stukken die
                    zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55,
                    tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een
                    ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van
                    stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat
                    het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.</al><al/><al>Artikel 21. Opheffing geheimhouding</al><al>Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een commissie aan de raad oplegt, opheffen. Er is een overlegverplichting
                    opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en
                    wederhoor.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6. Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 22. Toehoorders en pers</al><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor commissies ontbreekt
                    een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet hierin.</al><al/><al>Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties</al><al>Aangezien de vergaderingen van een commissie in principe openbaar zijn, kunnen
                    radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet
                    het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen</tussenkop><al>Artikel 24. Uitleg verordening en artikel 25 Inwerkingtreding</al><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting</al><al/><al>KADER:</al><lijst><li nr="1."><al>de door de raad van de voormalige gemeente Alphen aan den Rijn in zijn
                            vergadering van 28 maart 2013 aangenomen motie “Betrekken raad bij
                            Coupépolder, bekend onder nr. 2013/18782 en gelezen de brief over de
                            uitvoering van deze motie van 11 september 2013, kenmerk
                            2013/45693;</al></li><li nr="2."><al>artikel 84 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>