<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32955_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur van de gemeente Terneuzen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-07-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuws Vlaams Advertentieblad,</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Terneuzen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verorening artikel 213a Gemeentewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Terneuzen;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d.</al><al>7 oktober 2003;</al><al>gelet op artikel 213a van de Gemeentewet;</al><al>Besluit vast te stellen de navolgende verordening:</al><al>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid
                        en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur van de
                        gemeente Terneuzen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>a.Doelmatigheid</al><al>De mate waarin de gewenste prestaties worden gerealiseerd met een zo beperkt
                        mogelijke inzet van middelen, of met de beschikbare middelen zo veel
                        mogelijk resultaat wordt bereikt.</al><al>b.Doeltreffendheid</al><al>De mate waarin de beoogde effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden
                        behaald.</al><al>c.Organisatie-eenheid</al><al>Een afdeling c.q cluster c.q. het project Publiekszaken, c.q. de
                        gemeentelijke brandweer, zoals genoemd in de door de raad vastgestelde
                        organisatiestructuur van de gemeente Terneuzen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van (onderdelen
                                van) de organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van
                                taken door de gemeente. Iedere gemeentelijke afdeling wordt minimaal
                                eens in de vier jaar in zijn geheel aan een dergelijke toets
                                onderworpen.</al></li><li nr="b."><al>Mede aan de hand van de in de jaarverslaglegging afgelegde
                                verantwoording toetst het college jaarlijks de doeltreffendheid van
                                een aantal programma s en paragrafen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><al>a.Het college zendt ieder jaar uiterlijk d.d. 1 november een onderzoeksplan
                        naar de raad voor de in het erop volgende jaar te verrichten interne
                        onderzoeken naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid.</al><lijst><li nr="b."><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                                aangegeven:</al><lijst><li nr="1."><al>Het object van onderzoek;</al></li><li nr="2."><al>De reikwijdte van het onderzoek;</al></li><li nr="3."><al>De onderzoeksmethode;</al></li><li nr="4."><al>De doorlooptijd van het onderzoek;</al></li><li nr="5."><al>De wijze van uitvoering.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>In het jaarplan wordt aangegeven welke budgetten in de begroting
                                zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>In de programmabegroting, de tussentijdse bestuursrapportages en het
                        jaarverslag kan het college rapporteren over de voortgang van de onderzoeken
                        naar de doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van de
                        bijbehorende onderzoeksbudgetten. Dit laat onverlet dat het college vrij is
                        om op enig ander moment te rapporteren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><al>a.De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage. Elke
                        rapportage bevat ten minste een analyse van de onderzoeksresultaten en
                        indien noodzakelijk aanbevelingen voor verbeteringen.</al><al>b.Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien
                        nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van verbetering
                        worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college neemt op basis
                        van het plan organisatorische maatregelen ter verbetering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening onderzoeken
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Terneuzen.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de Gemeenteraad van Terneuzen op 6
                        november 2003,</ondertekening><ondertekening>griffier, mr. A.W. de Feijter,</ondertekening><ondertekening>voorzitter, J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de
                        gemeente</titel></kop><tussenkop>Artikel 2. Onderzoeksfrequentie</tussenkop><al>In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Er wordt door de
                    raad een minimaal aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het
                    college geëist.</al><al>Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid en onderzoeken naar de doeltreffendheid.</al><al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering
                    van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door de
                    afdeling Bestuurs- en Managementondersteuning. Deze onderzoeken richten zich ten
                    eerste op de organisatie-eenheden van de gemeente. Een tweede ingang voor de
                    doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de
                    gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de
                    uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door derden
                    wordt onderzocht.</al><al>Om te verzekeren dat alle onderdelen van de gemeente op doelmatigheid worden
                    onderzocht, verplicht het artikel dat ieder onderdeel van de gemeente en elke
                    gemeentelijke taak minimaal eens in de zoveel jaar worden onderzocht. Hier kan
                    iedere gemeente zelf de gewenste periode aangeven.</al><al>De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de
                    programma s of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan
                    gehele begrotingsprogramma s omvatten of delen daarvan. Ook kan het paragrafen
                    van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten.</al><tussenkop>Artikel 3. Onderzoeksplan</tussenkop><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad
                    willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als hij dat nodig acht invloed uit te oefenen. Hierin voorziet het
                    onderzoeksplan.</al><al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal.</al><al>De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het
                    onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad, en de raad kan het ter bespreking
                    agenderen, maar het wordt door het college vastgesteld. In de verordening kan
                    worden aangegeven wat in een onderzoeksplan in ieder geval moet worden
                    opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden
                    toegelicht:</al><al>1.Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden bij de
                    doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen aangegeven ten aanzien van de te onderzoeken procedures en instrumenten. Bij de doeltreffendheidsonderzoeken worden duidelijk de scheidslijnen met andere beleidsvelden aangegeven.</al><al>2.De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over alle organen (raad, college), organisatie-eenheden en instellingen waarvoor de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten geheel of in
                    belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De reikwijdte kan in het
                    onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven van het te onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen, organisatie-eenheden en
                    instellingen. De reikwijdte van onderzoeken moet van te voren duidelijk worden aangegeven. Aangegeven moet worden welk tijdvak wordt onderzocht en welke organisatie-eenheden en niet gemeentelijke instellingen bij
                    het onderzoek worden betrokken.</al><al>3.Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden (benchmarking, systeemtoets accountant, enquête, enzovoorts). De onderzoeken die zich richten op het doelmatig werken van organisatieonderdelen,
                    worden onderscheiden in zogenaamde standaardonderzoeken en specifieke
                    onderzoeken. Een standaardonderzoek beperkt zich tot de onderdelen die genoemd
                    worden in het protocol standaardonderzoek organisatie-onderdelen van de gemeente
                    Terneuzen . Een dergelijk onderzoek zal gehouden worden indien er geen signalen
                    zijn ontvangen, waaruit valt af te leiden dat de desbetreffende
                    organisatie-eenheid niet doelmatig werkt. In het geval dat dergelijke signalen
                    wel zijn ontvangen, zal een specifiek onderzoek worden ingesteld. De reikwijdte
                    van een specifiek onderzoek gaat uiteraard verder dan een standaardonderzoek en
                    zal per specifiek onderzoek apart worden geformuleerd.</al><al>4.Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel onderverdeeld in
                    fasen.</al><al>5.Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd door de
                    afdeling Bestuurs- en Managementondersteuning (al of niet met inbreng van
                    deskundigheid van derden) of door derden. Indien de afdeling Bestuurs- en
                    Managementondersteuning de onderzoeken uitvoert, zullen in de onderzoeksopzet waarborgen dienen te worden ingebouwd, waarmee de
                 onafhankelijkheid van de analyse en/of adviezen ter verbeteringing worden gegarandeerd. Een en ander impliceert dat bij het onderzoek functionarissen
                 kunnen worden ingezet die in hun dagelijks werk geconfronteerd worden met het onderzoeksobject. De analyse en de aanbevelingen tot verbetering
                 echter moeten zoveel als mogelijk onafhankelijk tot stand komen en uitgevoerd worden door functionarissen die niet in hun dagelijks werk
                 betrokken zijn bij het onderzoeksobject.</al><tussenkop>Artikel 4. Voortgang onderzoek</tussenkop><al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                    geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                    Daarbij dient een relatie te worden gelegd met inhoud van de programma s van de
                    begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens te
                    rapporteren over de stand van zaken bij de interne onderzoeken naar de
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.</al><tussenkop>Artikel 5. Rapportage en gevolgtrekking</tussenkop><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt
                    zodra ze zijn vastgesteld.</al><al>Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook het
                    doel om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering. Daarom is in
                    deze verordening opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor verbetering
                    onderdeel zijn van de rapportage, en dat zo nodig door middel van een door de
                    desbetreffende organisatie-eenheid zelf opgesteld plan van verbetering het
                    vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een zaak van het
                    college. Het is dan ook het college dat maatregelen moet nemen tot
                    verbetering.</al><al>Het college moet een plan van verbetering opstellen en uitvoeren. Het plan van
                    verbetering wordt uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad gestuurd.</al><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Volgens de Gemeentewet moet deze verordening per 7 maart 2003 zijn</al><al>vastgesteld. De raad kan indien nodig deze termijn verlengen (met maximaal een
                    jaar).</al><tussenkop>Artikel 7. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>