<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3294_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Overleg Lokaal Onderwijsbeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wijkse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Overleg Lokaal Onderwijsbeleid Gemeente Wijk bij Duurstede</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">wet op het primair onderwijs2.wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>overleg lokaal onderwijsbeleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Overleg Lokaal Onderwijsbeleid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede</al><al> gelet op de bepalingen over het op overeenstemming gericht overleg in de
                        Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs; gezien
                        het gevoerde overleg met de vertegenwoordigers van de schoolbesturen; </al><al> overwegende dat het noodzakelijk is een regeling vast te stellen voor het
                        overleg tussen de gemeente en de schoolbesturen over het lokaal
                        onderwijsbeleid; </al><al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 november 1998,
                        nr. 145; besluit: </al><al>vast te stellen de volgende </al><al/><al><vet>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid. </vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a schoolbestuur: het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair
                        onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of
                        bijzondere school voor basisonderwijs en voor voortgezet onderwijs, die
                        gelegen is op het grondgebied van de gemeente; </al><al>b advies: het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de Wet op het
                        primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs; </al><al>c burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Overleg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Functie overlegorgaan</titel></kop><al>1 Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin burgemeester en
                        wethouders met de vertegenwoordigers van alle schoolbesturen overleg voeren
                        over de voorbereiding en uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid. 2 In het
                        overlegorgaan komen aan de orde: </al><al>a de onderwerpen waarop het op overeenstemming gericht overleg van
                        toepassing is als bedoeld in de Wet op het basisonderwijs, en de Wet op het
                        Voortgezet onderwijs; </al><al>b overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal onderwijsbeleid. </al><al>3 Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is artikel 9
                        niet van toepassing. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling overlegorgaan</titel></kop><al>1 De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het
                        overlegorgaan. Een schoolbestuur wijstdaartoe een vertegenwoordiger
                        aan, die namens dit schoolbestuur het overleg voert. </al><al>2 Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen in het
                        overlegorgaan. Ze wijzen daartoe een vertegenwoordiger aan. </al><al>3 De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt het schoolbestuur van het
                        openbaar onderwijs in het overlegorgaan. </al><al>4 De burgemeester of een wethouder -met uitsluiting van de
                        portefeuillehouder onderwijs- fungeert als voorzitter van het overlegorgaan
                        en vertegenwoordigt burgemeester en wethouders. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Derden</titel></kop><al>Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan
                        dit wenst of een meerderheid van de vertegenwoordigers van schoolbesturen,
                        genoemd in artikel 3, dit wensen deelnemen aan een overleg. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Voorbereiding overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><al>1 Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad doen over een
                        onderwerp -als bedoeld in artikel 2 tweede lid-, zenden zij de voorgenomen
                        inhoud van dit voorstel met een toelichting daarop en de inventarisatie, als
                        bedoeld in artikel 7, toe aan alle schoolbesturen. </al><al>2 De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de datum en het
                        tijdstip waarop het overleg hierover zal aanvangen. Tussen de datum van de
                        toezending van het voorstel en de datum van het overleg liggen ten minste
                        twee weken.</al><al>3 De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor de datum
                        van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan burgemeester
                        en wethouders. Burgemeester en wethouders stellen de deelnemers aan dit
                        overleg hiervan in kennis. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voeren het secretariaat
                        van het overlegorgaan. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een voorbereidend overleg tussen
                        vertegenwoordigers van de schoolbesturen en burgemeester en wethouders
                        instellen dat vooraf gaat aan het overleg in het overlegorgaan. Dit
                        voorbereidend overleg wordt afgerond met een inventarisatie van de
                        onderwerpen waarover al dan niet overeenstemming is bereikt. Per onderwerp
                        wordt aangegeven of het gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2,
                        tweede lid onder a. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders kunnen een agendaoverleg instellen. Hierin
                        wordt nagegaan welke onderwerpen op welk tijdstip in het overlegorgaan aan
                        de orde kunnen komen. Op grond hiervan stellen burgemeester en wethouders de
                        agenda op. </al><al>2 Aan het agendaoverleg nemen de voorzitter en twee vertegenwoordiger van
                        schoolbesturen deel. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Uitvoering overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een of meer schoolbesturen of burgemeester en wethouders een
                                advies wensen over een onderwerp waarop het op overeenstemming
                                gericht overleg van toepassing is, maken ze dit uiterlijk kenbaar in
                                het overleg waarin het onderwerp in finale zin aan de orde is. Dit
                                gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving
                                van het onderwerp waarover het advies wordt verwacht. Hierbij wordt
                                tevens het verband aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid
                                van richting en de vrijheid van inrichting van het onderwijs. </al></li><li nr="2."><al>Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de gelegenheid hun
                                zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek om advies. </al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van een
                                verzoek om advies. Daarbij informeren zij tevens de Onderwijsraad
                                over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen. </al></li><li nr="4."><al>De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies wordt
                                opgeschort met ingang van de dag waarop de Onderwijsraad
                                burgemeester en wethouders uitnodigt het verzoek voor het uitbrengen
                                van het advies aan te vullen met de gegevens die hij nodig heeft
                                voor een goede vervulling van zijn taak, tot de dag waarop het
                                verzoek is aangevuld. </al></li><li nr="5."><al>De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van het
                                advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is gevraagd.
                            </al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk een afschrift
                                van het uitgebrachte advies toe aan alle schoolbesturen. Indien het
                                geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies zou leiden tot een of
                                meer inhoudelijke bijstellingen van het voorstel over een onderwerp
                                waarover advies is gevraagd, worden de schoolbesturen bij de
                                toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor nader
                                overleg. In alle andere gevallen beoordelen burgemeester en
                                wethouders of nader overleg over het advies wenselijk is. Zij geven
                                dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies. </al></li><li nr="7."><al>Het overleg, als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen twee weken
                                plaats nadat het advies is uitgebracht. Burgemeester en wethouders
                                informeren de raad over dit overleg in de vorm van een aanvulling op
                                het verslag als bedoeld in artikel 10. </al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders maken een verslag van het
                                        overleg. </al></li><li nr="2."><al>Het verslag bevat een overzicht van de besproken
                                        onderwerpen, waarbij per onderwerp wordt aangegeven;</al><al> a of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b
                                        van toepassing is; </al><al>b of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is
                                        bereikt; </al><al>c de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte
                                        zienswijzen en - indien van toepassing - de zienswijzen als
                                        bedoeld in artikel 5, derde lid; d de door de
                                        portefeuillehouder Onderwijs in het overleg toegezegde
                                        wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel. Indien artikel
                                        9, eerste lid van toepassing is, wordt hiervan eveneens een
                                        weergave opgenomen in het verslag. </al></li></lijst><al>3.Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan
                                kunnen burgemeester en wethouders spoedheidshalve het verslag ter
                                commentaar toezenden aan de schoolbesturen, Binnen 10 dagen na de
                                dag waarop het conceptverslag is toegezonden, maken de
                                schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg schriftelijk
                                hun opmerkingen over het concept van het verslag kenbaar.
                                Burgemeester en wethouders stellen het verslag</al><al>vast met inachtneming van de opmerkingen. 4 Burgemeester en
                                wethouders brengen het verslag gelijktijdig met het voorstel over
                                het onderwerp ter kennis van de raad. Voorzover burgemeester en
                                wethouders afwijken van de tijdens het overleg naar voren gebrachte
                                zienswijzen, wordt dit gemeld in het voorstel aan de raad. Daarbij
                                geven zij de redenen aan van het niet of niet geheel overnemen van
                                deze zienswijzen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><al>1 Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over het
                                voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp blijkt dat de
                                meerderheid van de raadscommissie of een deel van de raadscommissie
                                dat volgens burgemeester en wethouders geacht wordt een meerderheid
                                in de raad te vertegenwoordigen, van oordeel is dat het voorstel
                                inhoudelijk bijstelling behoeft, dan kan een heropening van het
                                overleg plaatsvinden. Burgemeester en wethouders beslissen daarover.
                                Zij heropenen het overleg in ieder geval indien de inhoudelijke
                                bijstelling betrekking heeft op een onderwerp als bedoeld in artikel
                                2, tweede lid, onder a, waarover overeenstemming in het
                                overlegorgaan was bereikt. </al><al>2 Indien burgemeester en wethouders het overleg heropenen, dan
                                roepen zij het overlegorgaan zo spoedig mogelijk bijeen, doch
                                uiterlijk voor het moment waarop de raad een definitief besluit
                                neemt over het onderwerp. In dit overleg hebben de
                                vertegenwoordigers de gelegenheid om hun zienswijze te geven op het
                                oordeel van de raadscommissie. Burgemeester en wethouders informeren
                                de raad over het resultaat van dit overleg in de vorm van een
                                aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10. De raad betrekt
                                de in dit aanvullend verslag neergelegde zienswijzen bij zijn
                                definitieve besluitvorming over het onderwerp. </al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin
                                de verordening niet voorziet </titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                                burgemeester en wethouders, gehoord de vertegenwoordigers van de
                                schoolbesturen in het overleg. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><al>1 De verordening kan worden aangehaald als: Verordening overleg
                                lokaal onderwijsbeleid gemeente Wijk bij Duurstede. </al><al>2 Deze verordening treedt, onder gelijktijdige intrekking van de
                                verordening procedure overleg huisvesting onderwijs, in werking met
                                ingang van de dag na de bekendmaking. </al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 november
                        1998. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris De Voorzitter </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>